Terug naar hoofdinhoud

Kroniek van het goede leven in Friesland

Zakelijk human interest magazine
Verschijnt tweemaandelijks – jaarabonnement € xxxx
Redactie: Albert van Keimpema
Abonnement: administratie@friesjournaal.nl

Feest op financiële markten houdt aan - Pim Baljet

Het jaar 2021 was een jaar met vele gezichten. De samenleving was afwisselend in ‘lock down’ en ‘open up’. De wereldwijde economieën schoten na het afbouwen van de lock downmaatregelen uit de startblokken met groeipercentages die we zelden eerder hadden waargenomen. Ondersteund door een ruimhartig monetair en fiscaal beleid gaven consumenten vol overgave hun gespaarde geld uit en durfden producenten weer voorzichtig te investeren. De productie werd snel opgeschaald waardoor de vraag naar energie explodeerde. De olieprijzen stegen met ruim 50% omdat het aanbod door de OPEC te laag bleek en de winning van schaliegas nog moest worden opgestart. Sommige producten waren niet of slechts met grote vertraging te verkrijgen, de wereldwijde logistiek was ernstig verstoord en in vele sectoren was een tekort aan arbeidskrachten. Mede daardoor liep de inflatie snel op en bereikte niveaus die we sinds de jaren zeventig niet meer hadden gezien. Financiële markten maakten zich in toenemende mate zorgen over de snel oplopende inflatie maar de centrale banken communiceerden eensgezind dat dit een ‘tijdelijk’ fenomeen zou zijn. Later in het jaar kwamen ze daarop terug en besloten ze, teneinde markten gerust te stellen, hun obligatieopkoop-programma’s versneld af te bouwen. Ze toonden hun commitment om de inflatieverwachtingen te temperen. En met succes getuige de daling van de goudprijs in $ van ruim 5% in 2021.

Beleggers werden op hun zoektochten naar reëel (voor inflatie gecorrigeerd) rendement  beloond door meer risico te nemen dan de spaarrekening of obligaties. Een wereldwijd gespreide aandelenportefeuille leverde ruim 25% rendement in euro’s op. De regionale keuzes van beleggers waren daarbij cruciaal. Het rendement op Amerikaanse aandelen stak met ruim 33% wederom schril af bij dat van Europese (21%) of Nederlandse (23%) aandelen, terwijl de Chinese aandelenmarkt als gevolg van dreigende faillissementen in de onroerend goed sector een negatief rendement van 16% scoorde. Niet alleen beursgenoteerde aandelen rendeerden goed. Private equityfondsen (niet beursgenoteerde bedrijven) rendeerden met ruim 55% nog veel beter. 

De prijzen van Nederlandse koopwoningen stegen met ruim 20%. De huizenprijzen stonden per eind december 2021 86% hoger dan de waarden aan het einde van de financiële crises in 2013, een bijna verdubbeling in 8 jaar tijd.

De Euro was zwak in 2021. De aan olie gerelateerde Noorse kroon, de Zwitserse frank, de VS dollar en met name Chinese Yuan (11,2%) stegen in waarde ten opzichte van de Euro.  De door Erdogan met zeer onorthodoxe maatregelen bestuurde Turkse lire daalde ruim 50% in waarde. Een opsteker voor vakantiegangers hoewel die rekening moeten houden met de hoge inflatie in Turkije.

Is het feest op financiële markten voorbij? Ik denk van niet maar de koersstijgingen op aandelenmarkten zullen bescheidener zijn dan de afgelopen jaren en een grilliger verloop hebben. De feitelijke en verwachte inflatie en de beleidsreacties van centrale banken daarop, de oplopende geopolitieke spanningen en het verdere verloop van Covid-19 kunnen kortstondig roet in het eten gooien maar de trend is opwaarts gericht.

Steun de weidevogels - Hans Wiegel

Dicht na elkaar verscheen in twee kranten een verhaal over de stand van zaken met betrekking tot de weidevogels. Eind mei las ik: “De weidevogel verliest van vijanden”. Drie weken later zag ik in een andere krant: “Optimisme over weidevogels na ongewoon broedseizoen”. Apart! 

Een paar punten. Zo stond er dat de grutto haar nest niet verdedigen kan tegen de vos, kraai en steenmarters. In de Skriezekrite Idsegea las ik dat vijf steenmarters waren gevangen en gedood. Bij Tijnje werden wat later in het seizoen drie vossen neergeschoten.

Nu het positieve nieuws. Het natte en kille voorjaar heeft voor de weidevogels niet slecht uitgepakt. Het broedseizoen vorig jaar was heel slecht. Zo kunnen we zien hoe belangrijk het klimaat is. Iemand, die er verstand van heeft, vertelde dat als het voorjaar opvallend nat en tamelijk koud is, dat goed is voor de populatie van grutto’s, tureluurs en kieviten. Deze vogels zaten dit jaar in juni nog op hun eieren!

Nu hebben we het weer niet in de hand, wel het aantallen bedreigers van de weidevogels. Denk ook aan hoe laat de boeren het gras maaien. Dit jaar konden we het heel duidelijk zien. Het gras stond heel hoog voordat de boeren aan het werk gingen.

Een woord van waardering: steeds meer melkveehouders en akkerbouwers zetten zich in – las ik in die kranten – voor een goede leefomgeving voor grutto’s, leeuweriken en kieviten. Maar ook is het zo dat zolang predatoren als vos, steenmarter en kraai vrij spel hebben, de weidevogels dan aan het kortste eind trekken. We weten dus waar we mee te maken hebben en wat we moeten doen.

Kort daarna kwam er een mooi verhaal in de Leeuwarder Courant: “Ongeduld over aanvalsplan Grutto”. Met als voortrekker de befaamde oud-minister Pieter Winsemius. Ze waren met een petitie naar de Tweede Kamer gekomen met 86.430 ondersteuners. We moeten de steun aan de weidevolgels optimaal beschermen. Een prima actie!

Netbeheer frustreert agrarische energietransitie - Nico Verduin

De agrarische sector helpt al jaar en dag mee aan de verduurzaming van Nederland. Steeds meer boeren en tuinders plaatsen zonnepanelen op daken van stallen en schuren. Het plaatsen van zonnepanelen op daken vraagt van netbeheerders een grotere netaansluiting. Ook moeten zij de geproduceerde stroom afnemen. Helaas lukt dit in veel gevallen niet. Het gevolg hiervan is dat installaties niet worden aangesloten of geproduceerde stroom niet geleverd mag worden. Tientallen en mogelijk honderden boeren en tuinders raken hierdoor in de (financiële) knel.

Door te weinig capaciteit op het elektriciteitsnet kunnen boeren en tuinders de opgewekte stroom met zonnepanelen niet kwijt of geen nieuwe installaties aansluiten. Dit is een grote rem op de energietransitie. Zonnepanelen op daken zijn juist één van de pijlers in de energietransitie, onder meer door het grote draagvlak. Boeren en tuinders leiden bovendien grote financiële schade. In zonnepanelen op daken is meestal veel geld geïnvesteerd, vaak meer dan een ton. Door de problemen bij netbeheerders verdampt geïnvesteerd geld. Al tientallen boeren en tuinders hebben zich met dit probleem gemeld.

Dit is een heel groot probleem en valt rauw op het dak bij onze boeren en tuinders. Je zou maar veel geld hebben geïnvesteerd om bij te dragen aan verduurzaming en dan te horen krijgen dat je niks met je zonnepanelen kan. Wij roepen netbeheerders op om het elektriciteitsnet uit te breiden en ervoor te zorgen dat boeren en tuinders hun stroom kwijt kunnen. Ook willen wij dat zij de gedupeerden vergoeden. 

Een voorbeeld van een gedupeerde is een melkveehouder uit Friesland die zich bij LTO Noord heeft gemeld. In het afgelopen jaar heeft hij zijn netaansluiting vergroot om zo 800 zonnepanelen op het net aan te kunnen sluiten. Na het betalen van de kosten kreeg hij echter een bericht van de netbeheerder dat er geen energie meer geleverd mag worden aan het netwerk. Naar verwachting mag dat niet tot 2024. Dit zorgt ervoor dat deze melkveehouder forse financiële schade lijdt. Hij is maandelijks veel geld kwijt aan de rente, afschrijving en onderhoud van de installatie, waar geen inkomsten tegenover staan.

Dit probleem staat niet op zichzelf. De afgelopen weken ontving LTO Noord namelijk tientallen berichten van gedupeerden. Er zijn drie knelsituaties die veel voorkomen. Eén daarvan is de situatie waarbij bedrijven die een installatie hebben aangesloten op het net een transportbeperking krijgen, waardoor levering niet meer mogelijk is. Ook zijn er bedrijven die in eerste instantie wel bericht kregen dat ze op het net konden worden aangesloten, maar waar dat opeens niet meer kon nadat zij de subsidie kregen. Een derde knelpunt betreft bedrijven die überhaupt geen subsidie kunnen aanvragen vanwege een negatieve transportbeperking. 

LTO Noord roept boeren en tuinders die te maken hebben met gevolgen van netcongestie (het niet terug kunnen leveren van stroom) op om zich te melden. Zo kan LTO Noord beter inzicht krijgen in de totale omvang van het probleem.

De man van de SRV - Barbara van Beukering

‘Wie is jouw dokter prik?’, is een evenveel voorkomende vraag op feestjes in Amsterdam als de vraag waar je je dagelijkse boodschappen doet. De meeste van mijn vriendinnen zijn vijftigplus en zonder uitzondering laten ze regelmatig een prikje zetten om een paar rimpeltjes te vervagen. Ikzelf ga al jaren naar Floor Claus, een beeldschone botoxarts met een poepchique kliniek Amsterdam-Zuid, die eens per half jaar haar naald in mijn frons zet. Mijn fronsrimpel dreigde acht jaar geleden zo diep te worden dat je er een muntstuk in kon schuiven. Van mijn vriendinnen kreeg ik destijds de tip om naar Floor te gaan. Zij staat erom bekend dat ze terughoudend met de spuit te werk gaat en ervoor waakt dat er iets verandert aan je gezichtsuitdrukking. Dat bleek juist, want in acht jaar tijd heeft nog nooit iemand mij gevraagd of ik botox gebruik. 

Nu ik voornamelijk in Friesland woon, bedacht ik me dat het wel handig zou zijn om ook een botoxarts in de buurt te hebben. Dus vroeg ik onderweg naar een feestje aan een vriendin wie haar cosmetische arts was. Ze reed nog net niet tegen de vangrail. ‘Waar zie je me wel niet voor aan?’ vroeg ze me met een gezicht alsof ik haar zojuist van diefstal had beticht. Ik verontschuldigde me, en vroeg of ze misschien vriendinnen had die botox gebruikten en aan wie ik het kon vragen. ‘Niemand van mijn vriendinnen doet dat,’ antwoordde ze resoluut. Toen ik even later op het feestje stond te praten in een kringetje met vrouwen, bleek dat ze gelijk had. Op mijn vraag wie er botox gebruikte, antwoordden de vrouwen unaniem dat ze dat niet deden. 

Er zat niks anders op dan me tot het internet te wenden. Ik googelde botox + Joure en kwam uit bij Perfect Look in Heerenveen. Ook goed. Via een prachtig vormgegeven website probeerde ik een afspraak te maken maar dat lukte met geen mogelijkheid. Toen ik de afspraak telefonisch wilde maken, wist de mevrouw aan de lijn me te vertellen dat Heerenveen voorlopig vol zat, maar dat er over een week of drie wel plaats was in Emmen, Hardegarijp of Sneek. ‘Zo, zo’, dacht ik, ‘dit is wel een heel professionele keten van cosmetische klinieken.’ Ik maakte een afspraak in Sneek en ontving een bevestiging per mail waar niet de naam Perfect Look in stond, maar Maggie’s.  

Twee weken later navigeerde Google Maps mij naar de Van Giffenstraat in Sneek. Mijn auto kwam tot stilstand op een parkeerterrein voor een oersaai bedrijfsverzamelgebouw. Op het bord voor de ingang stond het naambordje van Maggie’s Beauty- & Spray-tan Salon onder Massagepraktijk van Rijswaard en boven Acupunctuur Peter Kool Smit. In de kale hal was de receptie onbemand en bleek dat ik de lift naar -1 moest nemen, want Maggie’s bevond zich in het souterrain. Toen ik de lift uitstapte kwam ik in een gang terecht die leidde naar een piepklein wachtkamertje met twee stoelen, zonder ramen. Er stond een heel groot kartonnen bord met de tekst ‘Haal het mooiste uit jezelf’. Tien minuten later vroeg dokter Edward Berends me binnen te komen in een kamer waarin twee lage stoelen stonden voor de intake, een grote ligstoel voor de behandeling en een kleine balie in de hoek waarachter de moeder van Maggie zat. Berends bleek een vrolijke, lange man, met een gebruind kaal hoofd, dat extra bruin leek door zijn witte mondkap. Na het consult waarbij hij vroeg wat mijn wensen waren, vroeg ik hem hoe het nu kon dat ik een afspraak had gemaakt met Perfect Look en nu in de kelder bij Maggie’s was beland. Hij legde uit dat Perfect Look in Westerbork zijn bedrijf was maar dat hij niet genoeg klanten had voor één locatie. Dus hij had afspraken met salons in meer dan tien verschillende plaatsen om cliënten te behandelen. 

‘Ik ben eigenlijk een soort man van de SRV’, lichtte hij zijn werkwijze lachend toe. Ik vertelde hem over mijn vriendinnen in Amsterdam die allemaal botox gebruikten en dat ik had ontdekt dat geen van de Friese vrouwen die ik kende dat deed. Volgens Berends lag daar een andere verklaring aan ten grondslag; de Friese vrouw komt er niet voor uit dat ze het doet. ‘Mijn locaties Heerenveen, Leeuwarden en Sneek zitten altijd vol, hoe verklaar je dat anders?’ 

Ik snapte zijn redenering maar zo lang dokter Berends nog met zijn spuit door heel Friesland trekt, denk ik dat zijn doelgroep nog aanzienlijk kleiner is dan in het Westen.

Des Duivels - Inez Timmer

Dat Zalen Schaaf in zijn huidige vorm gesloten wordt is een historische blunder van afschrikwekkend formaat. 

Argument 1 voor sluiting Schaaf: ‘Dat men de buurt tegemoet wil komen’. (D66 en CDA). Bizar: je gaat naast of tegenover een 224 jaar oud theater/poppodium wonen en stoort je dan aan theaterbezoekers. Met andere woorden: je gaat naast een kerk wonen en stoort je aan het klokgelui. Of je gaat naast een snelweg wonen en je klaagt over de auto’s. En staat dat handjevol klagende omwonenden wel in verhouding tot de duizenden mensen die van Schaaf genieten? 

Argument 2 voor sluiting Schaaf, ik citeer CDA-raadslid Abel Reitsma: ‘Een theater erbij in de stad tast namelijk de bestaande culturele infra aan (Stadsschouwburg De Harmonie en Neushoorn) en deze optie werd ook door de buurt gezien als de minste.’ Infra, is dat een woord? Theater erbij? Dan zouden de moneypit Neushoorn en De Harmonie minstens 225 jaar oud moeten zijn, want Zalen Schaaf was er al veel eerder. Schaaf is het Eerste Theater; de rest kwam later. 

Maar waar ik echt diep geschokt over ben is de uitspraak van voornoemde Reitsma: ‘Het is kiezen uit twee kwaden (Zalen Schaaf en de nieuwe bestemming (Agora, sic) en dit is de minst erge’. Twee kwaden. Twee duivels dus. Gekozen is voor de minst erge ‘duivel‘. 

En daar wordt voor mij een grens overschreden. Want dit ‘kwaad‘ betreft muziek, dans, toneel, theater, bingo, het grote cultureel-sociale middenveld van Leeuwarden voor mensen met een kleine beurs. Culturele bijeenkomsten in een zaal met geschiedenis (en toekomst!) waar de historische context een meerwaarde toevoegt aan de cultuurbeleving. Schaaf-bezoekers gaan niet naar De Neushoorn of De Harmonie.
Maar: Cultuur is dus Het Kwaad. Muziek is het kwaad, de geplande muziekschool is het kwaad. De dansschool Saco Velt is het kwaad. De popconcerten met doventolken zijn het kwaad. De bijeenkomsten voor eenzame ouderen zijn het kwaad.
Ik heb Abel Reitsma gevraagd of hij zijn excuses wilde aanbieden aan de hele culturele sector. Zijn reactie: ‘Volgens mij is Agora blij, dus het nut van een excuus zie ik niet’. 

Mijn artiestenziel huilt en kermt bij zulke teksten want er zit een vreselijke gedachte en houding achter. De gedachte van ‘je kunt ook een dvd opzetten‘. En dat 3 jaar na Culturele Hoofdstad. Waar is het elan gebleven? Waar het cultureel besef? 

We stevenen af op een enorme verschraling qua cultuur, qua empathie en compassie, we gaan naar een samenleving waar de ziel uit wordt gehaald, een bloedeloos langs elkaar heen leven waarin de gebroeders Van Rossem gelijk krijgen wat hun mening over Leeuwarden betreft. 

Ik word hier enorm verdrietig van, nee meer dan dat: ik ben ‘des duivels‘.

Noord-Korea als ideaal - Klaas Jansma

           De Bantegaaster Bouwe Mús offreerde volgens familieverhalen honderd jaar geleden – zijn huisje staat er nog – zijn vrouw aan wie hem even thuis wilde brengen. Hij kon niet fietsen en het vervoer ging toen nog te voet of met paard en wagen. Pake Jan Martens de Haan wilde daar niks van weten. Die had zelf een vrouw.

            Deze associatie krijg ik bij het aanbod van noordelijke bestuurders om eventjes 220.000 huizen te bouwen in ruil voor een treinverbinding. De Friese gedeputeerden zijn kennelijk zo wanhopig dat ze dit groene land willen opzadelen met 45.000 nieuwbouwwoningen. Zonder enig overleg met belanghebbenden fietsen ze dwars door alle moeizaam gemaakte bestemmingsplannen heen. En daar dan na alle commotie ook nog een Te Gast-stuk over schrijven in de Leeuwarder Courant, je moet maar lef hebben.

            Zo bereidt Vermillion Energy uit Amsterdam en Harlingen momenteel mega-gaswinning voor in midden- en oostelijk Fryslân. Daar is iedereen op tegen, maar Hidde Baars heeft genoeg van kleine gasveldjes en zijn bedrijf kan er dik aan verdienen. De grond zal van Wergea tot Doezum volgens hem maar dertig centimeter zakken, als je de zoutwinning niet meetelt. Voor scheuren in de muur meld je je maar bij de NAM, die heeft wel ervaring met actievoerders en juristen.

            Als je bij dit nieuws al niet in de grond zinkt, hoor je misschien nog het nieuwe gevechtsvliegtuig F-35, dat twee keer zo lawaaiig is als de bewoners van Jelsum, Cornjum en Marssum door de technici van Lockheed-Martin en Ank Bijleveld was beloofd. Ach ja, niet elke schatting is een voltreffer. Elke raket van de F-35 trouwens ook niet. 

            Cora van Nieuwenhuizen moet en zal nog dit jaar een nieuw vliegveld bij Lelystad openen, al deugt er van de cijfers niks. Wopke Hoekstra geeft nog eens twintig miljard weg aan zielenpieten die liever in de kroeg een wijntje inschenken dan in een ziekenhuis de pispot legen. En Hugo de Jonge jaagt jonge meiden zonder mondkapje langs Covid-patiënten, omdat de dingen van CDA-maatje Sywert van Lienden vol Chinees vergif zitten. Sywert telt zijn geld, Hugo kan niet rekenen en Wopke hoefde thuis nooit op de kleintjes te letten. Ze hadden álles, en 1,2 miljard is ook maar een getal.

            Deze regenten zijn geschikt voor Noord-Korea. Daar moet besturen heerlijk zijn voor wie de democratie ingewikkeld vindt. Dat vindt ook Mark Rutte, want die is van de VVD en hééft niet eens een vrouw. Rekenen kan hij trouwens ook niet.  

50 kleuren Grijs - Sjoerd Galema

In een van mijn laatste vergaderingen van VNO-NCW-MKB Fryslân hebben wij een goede discussie gevoerd over de wenselijkheid van woningbouw in ûs Provinsje. Niet alle bestuursleden zijn onvoorwaardelijk voor de bouw van grote aantallen huizen in onze regio, maar er blijken wel grote zorgen over de vergrijzing en het beschikbare arbeidspotentieel voor onze bedrijven en instellingen.

Met wat feiten op tafel wordt dit onderwerp snel en beter inzichtelijk. Als je bijvoorbeeld naar de demografische kaart van Fryslân kijkt, dan zegt het Fries Sociaal Planbureau dat we door vergrijzing, tot 2050 ongeveer 22% inleveren op het aantal werkenden. We gaan aldus van 300.000 werkenden richting 240.000 mensen met een baan. Ondertussen groeit het aantal banen ook nog eens met 1 tot 3 procent per jaar. Een mismatch. Grote reden tot zorg, en tot een plan van aanpak dus.

Een ander fenomeen wat indringend aan woningbouw is gerelateerd, is het aantal huishoudens en de zogenaamde gezinsverdunning. Eén-derde van alle gezinnen in Nederland bestaat uit 1 persoon, en het gemiddelde aantal bewoners per woning is met 2,1 meer dan de helft lager dan in 1950. Geen wonder dus dat al vele decennia de Vinex-wijken als paddenstoelen uit de grond rijzen.

Wat ondertussen opvalt in Fryslân, is dat in de dorpen en kleinere kernen nauwelijks wordt gebouwd. In menig dorp is het aantal inwoners vandaag 20 tot 30 procent lager dan 50 jaar geleden. Met alle gevolgen voor de leefbaarheid en de voorzieningen. Hoeveel basisscholen zijn er in uw omgeving gesloten? Ook hier grote reden tot zorg, en een broodnodig plan van aanpak.

Beter laat dan nooit komen de Noordelijke overheden, op aangeven van VNO-NCW-MKB en onze leden-bouwbedrijven, nu met het Deltaplan voor (wonen in) het Noorden, als offensief antwoord. Het spreiden van wonen en werken beperkt zich in de hoofden van Randstedelijke bestuurders nog steeds tot de Randstad, terwijl in onze regio dringend behoefte is aan jonge gezinnen in de dorpen, en talentvolle toetreders op de arbeidsmarkt. Het gevaar van het Deltaplan is dat diezelfde overheden nu gaan wachten op een antwoord uit Den Haag, terwijl we vandaag kunnen beginnen met het sneller afgeven van vergunningen en met plannen maken en uitvoeren in de dorpen.

“Net te benauwd” is mijn oproep aan Gemeenten en Provinsje! Wacht niet tot het hier (met alle respect) een grijze bende is maar ga voor leefbaarheid. Maak arrangementen voor jonge gezinnen die hier komen voor betekenisvolle banen met een mooie woning op de koop toe. Zorg voor leefbaarheid in de dorpen, en behoud van voorzieningen zoals scholen, de zorg en het winkelaanbod. Verleid onze geweldige bouwbedrijven om hun huizen hier te bouwen in plaats van elders, en zorg dat onze Brede Welvaart groen wordt, in plaats van 50 kleuren Grijs.

De kracht van een tevreden klant - Egon Diekstra

Het is een beproefde manier van werven van nieuwe klanten: agressieve verkopers in een winkelstraat die jou een abonnement willen verkopen. Verkopers die voor het grootste gedeelte variabel worden beloond op basis van verkochte (proef)abonnementen. Als je al abonnee bent, hebben ze liever dat je snel doorloopt, want dan hebben ze niets aan je. Terwijl een figuurlijke flinke knuffel veel meer op z’n plaats zou zijn. Acquisitie en klantbehoud zijn veelal twee verschillende takken van sport binnen hetzelfde bedrijf. Niet te geloven, zo slecht!

Of neem die bureaus die alles uit de kast halen om jou als klant binnen te halen. Niets is te gek: uitgebreide presentaties, uitnodigingen voor evenementen, ze kunnen altijd afspreken, etentjes etc. Er wordt heel veel tijd aan je besteed, totdat je klant wordt, dan moet voor ieder besteed uurtje vooral dik betaald worden.

Het gebeurt nog steeds. Veel marketingbudget gaat zitten in het werven van nieuwe klanten, terwijl van huidige klanten verwacht wordt dat ze voor de basis van de omzet zorgen. Vele onderzoeken en ervaringen hebben aangetoond dat het werven van nieuwe klanten veel meer geld kost, dan het ‘voller’ maken van de huidige. Iets verkopen aan een nieuwe klant heeft in minder dan 20% van de gevallen succes, terwijl iets ‘extra’s’ verkopen aan huidige klanten een resultaat heeft van boven de 60%. De reden dat een klant bij je weggaat heeft in de meeste gevallen te maken met het feit dat deze te weinig aandacht krijgt. En als dat de reden is, moet je je doodschamen als bedrijf. Dan ben je als organisatie niet goed genoeg. Wanneer je dat niet constateert ben je onbewust onbekwaam en behoor je simpelweg tot de zwakke broeders. 

Meer dan de helft van je omzet wordt bepaald door de retentie van klanten. En in sommige bedrijven is dat aandeel nog veel hoger. Indien je je klanten goed kent, weet je ook welke ruimte je hebt om nog meer omzet te genereren uit deze basis. Je hoeft alleen maar te vragen, te luisteren en te verbeteren. Dat gebeurt door succesvolle bedrijven. Bedrijven die minder gezond zijn hebben veelal juist moeite met het goed onderhouden van de klantrelatie.

Het is natuurlijk van belang om nieuwe klanten te acquireren, producten te innoveren, nieuwe markten op te zoeken, promotionele acties te ontwikkelen en nieuwe verkoopkanalen te onderzoeken. Het heeft is allemaal van positieve invloed op je omzet. Zeker wanneer je dat doordacht en planmatig doet.

Oprechte betrokkenheid tonen bij huidige klanten maakt je bedrijf echter op alle fronten beter. Je hebt mogelijkheden om deze relaties te waarderen voor hun loyaliteit, te betrekken bij de ontwikkelingen van je bedrijf en te behouden. Ook als de prestatie wel eens kan tegenvallen. Huidige klanten geven je vaak tijd om te herstellen en zo wordt de band alleen maar sterker. Een tevreden relatie betekent enorm veel kracht voor je bedrijf. Het leidt in veel gevallen tot spontane aanbevelingen van je bedrijf bij potentiële nieuwe klanten. 

Er zijn geen redenen te verzinnen om geen focus te hebben op je huidige basis aan klanten. Ze geven je bestaansrecht, maken je beter en zorgen voor nieuwe klanten.  

“De Tocht” maakt wintertoerisme in Friesland kansrijk - Pim Baljet

In grote delen van de wereld zijn de meeste maatregelen ter beperking van de verspreiding van het coronavirus inmiddels opgeheven. Voor hoelang weten we nog niet. Veel zal afhangen van het tempo van vaccineren en of er varianten gaan komen van het virus. De economie schiet als een bliksemschicht uit de startblokken. Dit is echt anders dan een economie die herstellende is van een recessie. Zo is de werkloosheid nog altijd relatief laag, het aantal faillissementen laag, krediet ruim beschikbaar, besparingen van consumenten op recordhoogte en de rente rond de 0%. De economische groei spuit omhoog; gedreven door inhaalvraag van het bedrijfsleven en consumenten. De grondstofprijzen zijn fors gestegen in anticipatie op de snel aantrekkende wereldwijde economische groei. Zo stegen de olieprijzen van een dieptepunt tijdens de lockdown van rond de $30 per vat tot rond de $70 nu. Ook zijn er grote tekorten aan chips waardoor o.a. autoproducenten hun productie hebben moeten beperken. Houtprijzen stijgen evenals andere in de bouw gebruikte materialen fors waardoor de nieuwbouwprijzen van huizen verder zullen stijgen. Ondanks alle signalen dat de inflatie sterk aan het oplopen is gaan Centrale Banken door met het ter beschikking stellen van geld tegen 0% of lager en met het ongebreideld opkopen van staatsobligaties die worden uitgegeven door overheden die meer geld uitgeven dan zij binnenhalen. Een tenminste tijdelijk hogere inflatie is daarmee onafwendbaar en wordt door de monetaire autoriteiten gedoogd. 

De zeer lage rente, de versoepelde leennormen voor tweeverdieners en het schrappen van de overdrachtsbelasting voor starters zorgt ervoor dat de huizenprijzen blijven oplopen in Nederland. In mei waren de prijzen 12,9% hoger dan in mei vorig jaar. Sinds juni 2013, het laatste dieptepunt op de huizenmarkt, zijn koopwoningen maar liefst 66,8% duurder geworden. Het einde van deze prijsstijgingen is nog niet in zicht gegeven de 0% rentepolitiek van de ECB. Mede als gevolg van de waardestijging van de eigen woning steeg het gemiddelde vermogen van de Nederlander afgelopen jaar tot EUR 317.000. Daarmee staat ons land op de vijfde plek van de wereldwijde ranglijst die wordt aangevoerd door de Verenigde Staten. Tegelijkertijd wordt de vermogensongelijkheid groter, omdat een steeds kleinere groep veel meer bezit dan de grotere groep met minder rijkdom. Een fenomeen dat op termijn kan leiden tot maatschappelijke en sociale onrust.

Ook deze zomer draait de Friese toeristische sector wederom op volle toeren. Vele Nederlanders hebben vorig jaar onze provincie ontdekt, terwijl de Duitsers en Belgen, als gevolg van het opheffen van de reisbeperkingen, daar nog eens bijkomen. Hotels, B&B’s en campings zijn volgeboekt terwijl de botenmarkt de vraag niet meer aankan. Nu nog zorgen dat er een magneet komt voor het toerisme in de winter. En die is in de maak. De musical en theaterproductie “De Tocht” is in volle voorbereiding en zal in het volgende najaar in première gaan. Gemikt wordt op 300.000 bezoekers per winter. Dat moet haalbaar zijn voor een spektakelmusical over de Elfstedentocht binnen het Fries-Nederlandse publiek. De kansen op duurzame groei van de Friese toerismesector nemen hierdoor toe.

Vis - Barbara van Beukering

Er was een etentje georganiseerd voor alle vrijwilligers. Aangezien ik sinds twee jaar vrijwilligerswerk doe in ons dorp, was ik genodigd. In een goed restaurant, midden in de dorpsstraat, stond een lange tafel voor ons klaar. We waren met 25 man. De eigenares van het restaurant kwam met haar opschrijfblok bij de tafel staan en vertelde dat we konden kiezen uit vlees of vis. Het vlees was rundvlees met zuurkoolstamppot, de vis een snoekbaars met pasta. Het notitieboekje had ze ook achterwege kunnen laten want 24 mensen kozen vlees, en eentje vis. Dat was ik.

Het vlees was minimaal 250 gram, de zuurkoolstamppot een reusachtige berg. De 24 borden waren na een kwartier allemaal leeg. Alleen de restjes jus verraadden dat er wat op de borden had gelegen.

Niet lang daarna gaven wij thuis een etentje voor vier echtparen uit het dorp. Voor de zekerheid vroeg ik in het appgroepje of iedereen vis at. De eerste reactie was: ‘Als de vis maar dood is.’ Gevolgd door een ander die stuurde: ‘Ik bin in sânhazze fan ‘e sângrûn. Leaver net.’ Iemand appte: ‘Sorry, ik ben echt geen visliefhebber’. De man van het laatste echtpaar berichtte: ‘Ik lust wel witte vis, mijn vrouw heeft liever rode.’ Het leek me, kortom, veiliger om een entrecote als hoofdgerecht te serveren.

Hoewel de overgang van Amsterdam naar Friesland soepeltjes is verlopen, verwonder ik me na ruim twee jaar nog steeds over de Friese eetgewoontes. Zoals de Friezen zich hoogstwaarschijnlijk ook verbazen over de culinaire voorkeuren van Amsterdammers. Wij eten zo min mogelijk vlees, bij voorkeur niet vaker dan twee keer per week. Drie dagen per week vis en twee dagen vegetarisch. Otto Lenghi rules.  De halve vriendenkring van onze kinderen is veganistisch, maar dat is voor ons smulpapen een brug te ver. Nu zou je zeggen: ‘Prima, dan eten jullie toch lekker vis, wat is het probleem?’ Het probleem is dat er relatief weinig viswinkels in Friesland zijn en de viswinkels die er zijn hebben meestal een assortiment dat zich beperkt tot haring, zalm, paling en kabeljauw. Verse tonijn, rode poon, griet, dorade of zeebaars zie ik hier niet in het ijs liggen. En dan heb ik het nog niet eens over pulpo, gamba’s, oesters of kreeft. 

Ik besloot onlangs het gesprek met mijn Friese vriend om te buigen van de Amerikaanse verkiezingen naar de eetgewoontes der Friezen. Over het algemeen zijn mijn vriend en ik het over alles altijd oneens, maar hij beaamde onmiddellijk mijn conclusie dat Friezen geen viseters zijn. Friezen houden van ‘vlees’ en van ‘veel’. Volgens hem stamt dat nog uit de tijd dat iedereen op het land werkte. Die bergen aardappelen met jus werden door de zware lichamelijke arbeid weer verbrand. Friezen zijn alleen hun eetgewoontes vergeten aan te passen aan de huidige leefgewoontes, aldus mijn vriend. Friezen houden van ‘sêd’. Ze willen hun buikje helemaal rond eten. De nouveau cuisine met subtiele gerechtjes, die ze ook wel denigrerend liflafjes noemen, is totaal niet aan ze besteed. Ze vinden het wel lekker, maar ze vinden het te weinig. Als ze met trek buiten staan, voelen ze zich bekocht. Mijn vriend, zelf liefhebber van de verfijnde keuken en de smaaknuances van groenten, adviseert koks altijd wel subtiel te koken maar er dan onbeperkt schaaltjes frites bij te serveren. Met mayonaise. Zodat de gasten ‘goed gevuld’ naar huis gaan.

Onlangs aten we met ons gezin voor mijn verjaardag in het beste restaurant in ons dorp, een hoogstaand culinair restaurant uit het hogere segment. Er prijken prachtige vis- en vleesgerechten op het á la carte menu. Alleen niet één vegetarisch gerecht. Onbegrijpelijk vinden wij westerse snotapen. Ik besprak de kwestie met mijn vriendin, culinair journalist Petra Possel. Ze schrijft wekelijks een restaurantrecensie voor NRC Handelsblad en ze presenteert het radioprogramma Mangiare! over eten. Ze is net als ik van Amsterdam naar Friesland geëmigreerd. Op mijn verontwaardiging dat er geen vegetarisch gerecht op de menukaart van het uitstekende restaurant stond, antwoordde ze laconiek: ‘Friezen vinden vis al vegetarisch.’

Heilige tradities - Klaas Jansma

Nu de R van Swarte Pyt in de maand zit, laait de discussie over onze verloren tradities nog één keer op. Dan is het voorbij, want geschminkte zwartkoppen zie je straks in het wild niet meer. Die kleur mag de kapper opbergen. De pruiken en de glimmende oorringen van klatergoud kunnen naar de Kringloopwinkel, waar je ze voor een halve euro kunt kopen. Want slechts een paar Blokkeerfriezen, én Jennie Douwes en haar discipel Kerst Huisman, willen ze nog hebben.

Er blijft niks over van de mooie dorpscultuur van vroeger. Toen was het nog gezellig op school. Dan pestten we ongehinderd Henkie met zijn hazenlip. ‘Mekmek in de rimboe’ noemden we hem schaterend, niet wetend wat Mekmek in het Maleis betekent. Bange Wimpie mochten we burgemeester maken. Zijn van angst gekrompen piemeltje haalden we met gejuich uit zijn broek, zodat de meisjes hem konden zien. Leuk jongen. Net als de massale achtervolging door een troep stoere zesdeklassers, die ‘lytse Hessel’ brullend achterna zaten tot in de sloot voor onze school. Hij had wel niks misdaan, maar hij was wel een sukkel, en dan mocht het.

Er mocht zo veel toen, het hoorde allemaal bij de lokale gewoonten waar je uit respect niet aan moest komen. In onze klas zaten twee jongens van veertien, die op de lagere school twee keer waren blijven zitten. Ze snapten nog steeds weinig van onze sommen. Domkoppen natuurlijk. Meester B. sloeg met de knuppel één van hen op z’n kont, die daar speciaal voor languit moest gaan liggen. Nee, het was geen knuppel, weet ik nu, het was een aanwijsstok voor bij aardrijkskunde. Die jongen wist niet waar Deventer lag, en toen moest hij van de zenuwen lachen. Nou, dan moest je bij meester B. zijn. Die wist daar wel raad mee.

Een dik uitgevallen jongen kreeg van ons een bij zijn postuur passende bijnaam. Die jengelden we dagelijks in elke pauze, elke week weer, zodat ik potdorie vergeten ben hoe hij echt heette. Lachen! Rooie Niekie stotterde een beetje, nou, dan weet je wel hoe wij hem imiteerden. 

Als speciale attractie deden we een paar keer per jaar een aanval op de Roomsen, want die waren met minder dan wij. ‘Roomse papen klimmen als apen in de hoogste bomen om bij Maria te komen’, reciteerden we, ik weet het nog precies. En ze dan bekogelen met harde ijsballen met grint erin, zodat ze jammerend in school vluchtten. Die lafaards! 

Alleen een paar echte gehandicapten, een doofstomme en een poliopatiënt, durfden we niet aan. Die hadden te sterke helpers. Voor ons was hun aanwezigheid een zegen, want het bewees naderhand dat we toch wel een goed hart hadden. 

Gezonde Friese jongens op een schoolplein in Lemmer, met elk jaar Sinterklaas en Zwarte Piet. Die pak je hun tradities toch niet af omdat Black Lives Matter en Moslims zich niet willen aanpassen?  

Kwakkelkleuter - Sjoerd Galema

Onlangs viel mijn oog op een artikel over voedingsadviezen, van de Twentse kinderarts Ellen van der Gaag. Ze pleit in haar artikel voor het eten van onbewerkte groenten, rundvlees en zuivel. Bij met name jonge kinderen is bewezen dat een gebalanceerd menu bijdraagt aan versterking van het immuunsysteem, waarmee bijvoorbeeld luchtweginfecties minder kans krijgen, en kinderen sneller herstellen als ze gezond eten.

In haar promotieonderzoek volgde Van der Gaag 118 "Kwakkelkleuters" met steeds terugkerende luchtweginfecties. De ene helft volgde een half jaar haar voedingsadvies, de andere helft ging door met eten zoals voorheen. Gevolg waren aanzienlijk minder ziektegevallen en antibioticagebruik in de dieetgroep, bij gelijkblijvende klachten in de controlegroep. Met "de R in de maand" en mijn ervaringen uit mijn FrieslandCampina-tijd, mooie ingrediënten voor deze column

In die tijd werd ik gebeld door een gepensioneerde kinderarts van het MCL, die ondersteunend werk deed voor de voedselbank in Leeuwarden. Hij hield een pleidooi voor een stabiele aanvoer van melk voor de voedselbank, omdat er in Leeuwarden minimaal 200 kinderen groeiachterstanden opliepen vanwege ernstige tekorten aan dierlijke eiwitten in hun dagelijkse eten. Natuurlijk zijn toen leveringsafspraken gemaakt.

Een ander voorbeeld was tijdens een bezoek aan een basisschool in de binnenlanden van Nigeria. De onderwijzer melde ons zijn diepe respect in relatie tot SCM, Sweetened Condensed Milk. FrieslandCampina maakt dit product in Indonesië en Nigeria, maar verreweg de meeste blikjes van dit product worden met "Fryske Molke" gemaakt bij de CCF. De onderwijzer vertelde dat zijn kinderen vanwege ondervoeding te weinig energie hadden om gedurende de dag in de klas goed op te letten. Het schoolmelkprogramma met SCM droeg sterk bij aan een broodnodige oplossing...

De boeren Fan Fryslân mogen trots zijn op een rijk assortiment aan gezond vlees en zuivel, wat elke dag weer vers voor u in het schap ligt. Natuurlijk mag u kiezen voor allerlei smaakjes, en toevoegingen, maar onbewerkt ligt er al een super kwaliteitsproduct, met wereldfaam. Nooit verkeerd om deze winter de schijf van vijf er weer eens bij te pakken, al was het maar om die broodnodige gezonde weerstand een beetje op peil te houden, en waar mogelijk kwakkelkleuters te voorkomen...

Hart in de zaak - Egon Diekstra

In december staan de kerstgeschenken weer op het programma. De aanbiedingen hiervoor worden vaak door vele verschillende aanbieders net na de zomervakantie verstuurd. Bedrijven die in korte tijd veel volume moeten draaien. Van zogenaamde originele ideeën mag ieder bedrijf gebruik maken, want dan ben je goed voor je medewerkers en klanten. De laatste week voor de kerstvakantie, stromen alle relatiegeschenken binnen en tegelijkertijd krijgen alle medewerkers traditiegetrouw het pakket thuis opgestuurd of mogen ze dit afhalen bij het bedrijf. Leuk, vaak kostbaar en de impact is minimaal.

Ik heb niet zoveel met deze standaard in de markt. Ieder bedrijf wil impact maken, maar vele kansen om dat te doen worden om zeep geholpen. Als je richting de kerst iets wilt doen voor je medewerkers en klanten, zorg er dan voor dat je hen persoonlijk vertelt wat ze voor jouw bedrijf betekenen en dat je daar dankbaar voor bent. Dat kun je schrijven of gewoon vertellen; vervolgens zou het mooi zijn dat over het fysieke geschenk is nagedacht, maar dat wordt al bijzaak. Persoonlijke aandacht is onbetaalbaar. 

En dat geldt niet alleen aan het eind van het jaar. Gedurende het gehele jaar, kun je een onuitwisbare indruk maken naar de mensen die belangrijk voor je zijn. Gewoon uit het hart een medewerker een brief sturen, omdat iemand bijvoorbeeld 50 maanden bij je werkt. Het zal altijd als een prachtig gebaar beschouwd worden en reken maar dat dit gedeeld wordt thuis. En weet je het origineel te verpakken, dan blijft het lang hangen. Het stimuleert de loyaliteit enorm en geeft de organisatie veel positieve energie als een dergelijke manier van waarderen onderdeel wordt van de bedrijfscultuur.

En als je op manier de medewerkersbetrokkenheid stimuleert, is het een kleine(re) stap om dat ook te doen voor je klanten. Veel organisaties hebben hun mond vol van het feit dat ze fans of ambassadeurs willen maken van hun klanten. Dat is een mooi gegeven, maar dan moet dat wel in het hart van de organisatie zitten. Als klanten de oprechtheid van je organisatie voelen, wordt gezond groeien veel gemakkelijker. Het is echter voor weinig bedrijven weggelegd om dat ook echt te bewerkstelligen. 

Sommige klanten nemen al zoveel jaar de moeite om bij jou te kopen, maar zijn ze dan ook fans? Is het gewoonte of hebben ze echt reden om bij jou te blijven? Een geweldige service – persoonlijk en op maat – kan het verschil maken. Er zijn iedere week momenten waarbij je bij klanten kunt excelleren in service, zonder dat dit veel tijd en kosten met zich meebrengt. Als het gewoon wordt om op deze manier het verschil te maken, kost dat de organisatie geen energie. Dan zit het hart in de zaak. 

De meeste energie gaat vaak zitten in het binnenhalen van nieuwe klanten en medewerkers, terwijl je huidige afnemers en medewerkers voor de continuïteit zorgen. Die moet je willen omarmen. Het zou toch mooi zijn als ze je met kerst bedanken voor de persoonlijke aandacht in plaats van het voedselpakket van de Makro? 

Oranje(woud) Boven - Pim Baljet

Koning Willem-Alexander verguist in Holland, niet in Friesland. Hollanders vinden overal iets van, dus ook van de hoogte van de jaarlijkse staatstoelage aan het Koninklijk Huis en de recente ingekorte vakantietrip van het Koninklijk gezin naar hun vakantiehuis in Griekenland. De Friezen lopen weg met het Koninklijk paar en ik zal uitleggen waarom.

De Oranjes hadden zich al in de 17e eeuw gevestigd in Friesland. De weduwe van de Friese stadhouder Willem Frederik van Nassau, Albertina Agnes van Nassau en prinses van Oranje, kocht in 1676 het landgoed Sickinga State met 3 daarbij behorende boerderijen. Zij wijzigde de naam van het landgoed in Oranjewoud. Zo dankt Oranjewoud zijn naam aan de aanwezigheid van de Oranjes. Deze feiten waren enigszins naar de achtergrond verdwenen bij Willem-Alexander. Om zijn kennis van de Friese taal en cultuur weer wat op te vijzelen werd op 17 september een bezoek aan de Friese zuidoosthoek gebracht. Het eerste werkbezoek van het Koninklijk paar na de Covid-19 uitbraak was dus in Friesland. Ze kregen op het Drachtster Lyceum een opfris-les Frysk waarna zij door de Sintrale Kommisje Skûtsjesilen op De Veenhoop werden bijgepraat over sportieve deel van het Friese culturele erfgoed. Zeilen is Willem-Alexander met de paplepel ingegoten maar zijn hart klopt sneller van door motoren aangedreven vaartuigen. En waar worden die beter en mooier gebouwd dan in het Friese Heeg bij Wajer Yachts. In 2006 werden de door Vripack in Sneek ontworpen eerste Wajer 37 voeters in Heeg gebouwd. Fries vakwerk en ik kan het weten als voormalig eigenaar van bouwnummer 2. Willem-Alexander kocht in 2014 zijn eerste Wajer 38 die hij dit jaar heeft ingeruild voor een Wajer 55. Schande? Nee, harstikke goed juist. Overheidsgeld komt via onze Koning weer terug in de Friese economie. Wel is actie gewenst van Wajer Yachts naar de landelijke pers om te zorgen dat “die speedboot van de Koning” wordt gekoppeld aan Fries vakmanschap.

Terug naar Oranjewoud. Het landgoed is nu eigendom van Stichting FB Oranjewoud. Deze stichting beheert de opbrengst van de (gedwongen) overname van de Friesland Bank door de Rabobank. Het vermogen wordt ingezet om de Noordelijke economie en identiteit te bevorderen. Het bestuur van de stichting investeert in typisch Friese MKB-ondernemingen maar ook in onroerend goed. Zo heeft zij twee jaar geleden Landgoed Lauswolt van de Chinese eigenaren van de Bilderberg-groep gekocht. Tijdens de lockdown van dit voorjaar liet de stichting versneld de broodnodige opknapwerkzaamheden aan en in hotel Lauswolt uitvoeren, waaronder de totale renovatie van het koetshuis tot luxe groepaccommodatie. Einde zomer mocht het koetshuis haar eerste groep gasten verwelkomen. En wat voor een gasten. Willem-Alexander met een aantal goede vrienden. Wederom vloeide er overheidsgeld via onze Koning naar de Friese economie.

Dus als onze koninklijke familie met haar Friese wortels de door Hollanders sterk bekritiseerde staatstoelage voor een goed deel besteedt in Friesland, is en blijft hij meer dan welkom.

Friesland onder de loep - Albert van Keimpema

Ik kende de wolf en de vos alleen uit sprookjes. Van de wolf wist ik dat hij het op roodkapje had voorzien en dat hij zich eens voor grootmoeder hield om het lieve kind te kunnen verslinden. De vos sprak mij als jongen aan omdat hij zich altijd verstopte. Je zag dit schuwe dier nooit. En verstoppen, dat deden wij jongens ook. Je onvindbaar veinzen, heerlijk. En je leerde dat de vos de passie preekte, dat hij wel zijn haren verloor maar niet zijn streken. En de vos was behalve schuw ook sluw. Een ander te slim af zijn, dat was wat wij jongens zonder iPad ook graag deden. De wolf en de vos, helden uit mijn jeugd, ze passeerden ongemerkt mijn leven. Een enkele keer zocht ik nog wel eens op wat hun kwaliteiten zijn. Eentje delen ze: hun roof- en vraatzucht. Hun maaltijd laten ze vaak aangebroken staan. Ze hebben kennelijk al gauw het buikje vol, of ze believen geen koude kost. Verwende gasten, eten genoeg tenslotte. Verder waren deze twee dieren een schim uit het verleden, ze kwamen niet voor.

Tot ze mij zomaar wakker hebben geschud. De wolf scharrelde vanuit Duitsland en, neem ik aan, van verder weg naar ons land. De vos duikt zelf in de stad op. Flatbewoners zien hem door de parken wandelen. Vossen schijnen zelfs in plantsoenen te slapen. Bij voorkeur overdag maar zelfs het daglicht schuwen ze niet meer.

Deze dieren zijn dus aan het domesticeren in de mensengemeenschap. Wat doen ze onder ons? Het zal toch niet zo zijn dat er in Duitsland geen eten meer is. Voor de vos moet er toch in de bossen en weilanden nog genoeg prooi te vinden zijn? Wel zijn er steeds minder nesten van weidevogels voor de vos, voor wie een eitje tot de schijf van vijf behoort: er zitten behalve vet en eiwit nogal wat bouwstoffen in.

Enfin, deze ongenode gasten hebben ons opgeschrikt. Het is net alsof ze anoniem zijn aangeschoven bij een groot feestmaal. Als ze nou alleen maar de restjes aten was het nog niet zo’n probleem, maar wolf en vos gaan voor het hoofdgerecht. Laten wij zoveel eten rondslingeren dat wolf en vos fastfood op het menu hebben, dat ze niet langer hun natuurlijk jachtinstinct hoeven volgen om een voedzame maaltijd bijeen te roven?

Hun aanwezigheid verstoort de dierenwereld om ons heen. De wolf doodt schapen. Niet een enkel dier maar als het even kan een hele kudde. Behalve voor het schaap zelf is dit ook niet leuk voor de schapenhouder. Er gaan nu stemmen op om een hek langs de provinciegrens te plaatsen. Een hek, om de wolf te weren! Ik heb nooit gedacht ooit nog zo’n nieuwsbericht te lezen. Ik geloofde m’n ogen niet. Nu is dit de tijd van veel nepnieuws en ook van sprookjes, dus in mijn fantasie kan grootmoeder weer in bed liggen met haar snuit, grote oren en een loensende blik, maar dit is een sterk verhaal. Een wolf kan zwemmen, een wolf kan graven, een wolf kan springen. Een hek vormt toch geen barrière voor een hongerige wolf? Als dat zo was kun je het immigratieprobleem, als je dat als een probleem ziet, simpel oplossen. Donald Trump, de effectiefste Amerikaanse president in de geschiedenis, liet het trouwens al zien bij de grens met Mexico waar hij met een muur een grote toeloop stopte (hij kan het dus wel). ’s Avonds had Melania niet veel overredingskracht nodig om hem erop te wijzen dat kindjes bij mama’s horen, en omgekeerd.

Wat kunnen wij leren van de entree van wolf en vos? Dat de natuur haar eigen gang gaat en zich niks van mensen aantrekt. De Noordpool wordt warmer, in Madrid moeten ze auto’s uit de sneeuw graven. Nog zo’n nieuwsbericht waarvan je niet meer met de ogen knippert. Graag bied ik hierbij oplossingen. Wil je niet dat schapen worden opgevreten door wolven, dan moet je ze binnen houden. ’s Winters moet je überhaupt geen schapen in de koude natte dras weiden. Wil je niet dat vossen in onze buurten rondzwerven, dan moet je niet als dank voor het aangenaam verpozen aan hen laten de schillen en de dozen.

Friesland is aan het veranderen, niet alleen door het gedrag van wolf en vos. De jeugdherberg in Heeg kan niet meer uit en is gesloten. Dit is het meest heftige nieuws van de laatste tien jaar. Als wij zeilersgasten uit onze habitat en van onze britsen zien verdwijnen, dan is er heel wat mis, dan tast dat onze natuur aan. Graag wil ik dat u, lezer, dit op u in laat werken. Ik hoop dat er ondernemers opstaan die willen vechten voor hun brood, net als wolf en vos, en dat ze daarmee cultuurhistorisch erfgoed bewaren. Dat is veel belangrijker dan doorgaan met het neerzetten van rare huizenparken die als steenpuisten op mooie dorpen groeien. Zorg juist voor natuurlijke, organische groei. In het fraaie boerenrenteniersdorp Mantgum midden in de Friese Greidhoek is een felle discussie ontstaan over slechts anderhalve hectare weiland. Volbouwen, zegt de gemeente Leeuwarden die plattelandsbeleid niet hoog op de agenda heeft en stadse fratsen heeft. Niet doen, zeggen de dorpelingen. Verpest het aangezicht van ons mooie dorp niet. Wat kan het schelen, zeggen hoogleraar rurale sociologie Jan Douwe van der Ploeg en emeritus-hoogleraar aan Wageningen Rudy Rabbinge, er is sinds 1950 al 500.000 hectare landbouwgrond opgeofferd en van het huidige areaal kan nog wel de helft af. We moeten en kunnen gewoon nog intensiever boeren, zeggen zij. Exact. Dit is de crux. 

Wolf en vos hebben geen mening, dat zult u begrijpen. 

       

Windmolens - Hans Wiegel

Voor kernenergie was er ineens aandacht. Of de politieke partijen daar wat aan gaan doen wachten we af. Maar wat doen we aan het grote verzet tegen de windmolens? 

Als ik door Friesland rij kijk ik met verbazing en soms afkeer naar al die molens. Je zult er maar wonen, denk ik dan. Gelukkig ziet het gebied, waar ik woon, er heel wat frisser uit. 

Hoe kan dat, vroeg ik toen ik hier kwam wonen. Dat komt omdat de gemeenteraad in de toen nog onafhankelijke gemeente Wijmbritseradeel niets voelde voor die windmolens. Heel anders dan in de gemeenten daaromheen, zo richting de Afsluitdijk. Daar staan rissen van die molens. Nu zijn er plannen daarmee nog verder te gaan: 89 kolossale windturbines in het IJsselmeer. De palen van zo’n 180 meter hoog, worden nu gebouwd. Het wordt, las ik, het grootste windpark op binnenwater.

En dat in een natuurgebied. De Raad van State vond het goed en ook gedeputeerde Sander de Rouwe van Friesland vertelt trots hoe het hem lukte draagvlak te krijgen. En de provincie Friesland betaalt dik honderd miljoen euro mee aan die molens. Ik las het in ‘De Volkskrant’ van 25 september.

In diezelfde krant stond een verhaal over dat soort megawindmolens bij het mooie Abcoude. Nee, zegt het halve dorp. In de krant las ik dat er gescheld, verwijten en verdachtmakingen zijn.

Maar wat gebeurde er? Die windmolens komen er niet! Althans voorlopig niet. Dat is winst. Nu doorzetten. Weg met die gruwels.

Laatste nieuws: vlakbij Amsterdam – IJburg – dreigen 200 meter hoge windmolens te komen. GroenLinks-stemmers staan nu lijnrecht tegenover het door GroenLinks geleide college in Amsterdam! Humor.

Tegemoetkomingen in coronatijd, regels wijzigen snel - Jules Wilming

Wat weet u nog van het jaar 2017? Of, laten we het iets recenter houden, 2019? Afgezien van bijzondere persoonlijke omstandigheden zullen het jaren zijn die aan de vergetelheid ten prooi zullen vallen. Hoe anders is dat met 2020. Het begon zo mooi, dubbele cijfers, uit te spreken als twintig twintig of toch als tweeduizendtwintig? Een getal bestaande uit de optelsom van de kwadraten van maar liefst vier opeenvolgende priemgetallen, 17, 19, 23 en 29. Hoe anders is het gelopen. 

Op dit moment, exact een jaar geleden wisten we nog niets over een anderhalvemetersamenleving. Terwijl het woord met een ruime meerderheid van stemmen gekozen is tot woord van het jaar. Naast vele, corona gerelateerde woorden bracht het jaar ook vele corona gerelateerde regelingen. Wie had er begin dit jaar gehoord van een NOW-regeling, of de Tozo? En wat te denken van een COL, een corona overbruggingslening. En straks komt er de TONK, de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten.

Er is inmiddels een veelvoud aan ondersteuningsregelingen in het leven geroepen, zowel landelijk als regionaal. Om door de bomen het bos nog te kunnen zien, is het wellicht verstandig u goed te laten adviseren welke verschillende steunmaatregelen er zijn, en van welke u gebruik zou kunnen maken. 

Zo snel als regelingen komen, zo snel verdwijnen ze ook, of worden ze aangepast. Vanaf 12 maart 2020 ging Nederland in de intelligente lockdown. Thuiswerken, tenzij het echt niet anders kan, was en is nog steeds het dringend advies. Vanaf dat moment werd daar goed gehoor aan gegeven. Kantoren stonden leeg, werknemers gingen massaal thuis aan het werk. Voor zover er geen beschikking was over een auto van de zaak, kregen werknemers veelal een onbelaste reiskostenvergoeding van € 0,19 per kilometer. Het fiscale idee achter onbelast vergoeden is dat er sprake moet zijn van kosten die voor het werk worden gemaakt. Hoe zit dat dan met de reiskostenregeling, nu er ineens geen sprake meer is van gemaakte kosten?

De hoofdregel voor het onbelast vergoeden van € 0,19 per kilometer voor de reiskosten voor woonwerk is dat een werknemer op minimaal 36 weken of 128 dagen per jaar naar de vaste werkplek moet reizen. Wordt er parttime gewerkt, dan wordt dit naar rato herrekend. Voor de coronacrisis was het veelal geen enkel probleem om aan dit minimumvereiste te voldoen. Maar ja, door het thuiswerken wordt het steeds lastiger om nog voldoende dagen naar de vaste werkplek te reizen. In het Besluit noodmaatregelen coronacrisis werd daarom goedgekeurd dat de vaste onbelaste reiskostenvergoeding gedurende het jaar 2020 doorbetaald mocht blijven. Ondanks dat er thuis werd gewerkt en er feitelijk dus geen reiskosten werden gemaakt, mocht de € 0,19 onbelast vergoed worden.

Vanaf 1 januari 2021 is deze tegemoetkoming in het Besluit vervallen. Het is vanaf dan niet meer toegestaan om de reiskostenvergoeding woonwerk onbelast te vergoeden als de werknemer veel thuiswerkt. Er wordt namelijk weer gekeken of aan het minimumvereiste van 36 weken of 128 dagen reizen naar de vaste werkplek wordt voldaan. Zo niet, dan kan een vervelende naheffing volgen. 

In verband met de huidige lockdown is er wel weer enige versoepeling. Voor januari 2021 geldt dat de vaste reiskostenvergoeding toch nog onbelast mag worden doorbetaald.

Wanneer er niet thuis wordt gewerkt of kan worden gewerkt, doordat de activiteiten alleen op de vaste werkplaats uitgevoerd kunnen worden, dan heeft deze wijziging waarschijnlijk weinig gevolgen. Wanneer er wel regelmatig thuis wordt gewerkt, dan is het belangrijk dat het reisgedrag goed wordt vastgelegd. Alleen de dagen dat echt naar de vaste werkplek wordt gereisd, tellen mee voor het hiervoor genoemde minimumvereiste.

Qua vergoeding kan er voor worden gekozen maandelijks het daadwerkelijk aantal reisdagen of gereden kilometers onbelast uit te keren. Ook is het mogelijk om de reiskosten woonwerk onbelast te vergoeden en dit op nacalculatiebasis te verrekenen. Is er teveel aan onbelaste reiskostenvergoeding uitgekeerd, dan zal dit moeten worden terugbetaald. De werknemer ontvangt dan netto wel minder! Een laatste mogelijkheid is om het deel van de reiskostenvergoeding woonwerk dat niet onbelast mag worden onder te brengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Alleen het deel waarvoor niet wordt voldaan aan de onbelaste reiskostenvergoeding kan in de vrije ruimte worden ondergebracht.

Veel thuiswerken levert zodoende nog weinig onbelaste vergoeding op. Maar met veel thuiswerken, lopen de overige kosten voor de werknemers wel op. Met al die Teams- en Zoomvergaderingen wordt het internet steeds zwaarder belast en er zal misschien een duurder abonnement moeten worden afgesloten. Om de aandacht bij de digitale vergaderingen te houden, zal er heel wat koffie moeten worden weggewerkt. Bovendien zal de kachel in deze tijd ook branden. Oftewel, de reiskosten dalen weliswaar, maar de overige kosten nemen toe. Het zou dan ook best kunnen zijn dat het advies ‘thuiswerken, tenzij het echt niet anders kan’ steeds vaker zal worden geïnterpreteerd als ‘thuiswerken, tenzij het echt niet uit kan’.

Twee tips tot slot

Om toch gehoor te kunnen blijven aan het advies ‘werk zo veel mogelijk thuis’ en overigens iets te kunnen doen aan een onbelaste vergoeding, is het raadzaam goed advies hierover in te winnen.

Er zijn vele regelingen die voorzien in tegemoetkomingen, landelijk maar ook lokaal. Zorg ervoor dat u door de bomen het bos blijft zien, en dat u geen regeling mist.

Fries - Barbara van Beukering

‘Ze spreken Chinees op school’, zei mijn broertje na zijn eerste dag op de kleuterschool, ‘ik kan de andere kindjes niet verstaan. Alleen de juf praat normaal.’ Mijn moeder legde uit dat de kinderen Fries spraken. ‘Waarom doen ze dat?’ vroeg mijn kleuterbroertje verbaasd. ‘Omdat hun ouders Fries spreken,’ antwoordde mijn moeder. Toen mijn broertje zei dat hij ook Fries wilde leren, vertelde mijn moeder dat dat vanzelf zou gaan omdat hij het zou oppikken van zijn vriendjes op school. Daarin had ze tot op zekere hoogte gelijk. Ik leerde ook Fries van mijn buurmeisje Sjoukje die alleen Fries sprak. Maar het verschil met de andere kinderen was dat wij het leerden verstaan, we leerden het niet spreken. Ik vond dat vervelend, want als kind wil je hetzelfde zijn als alle andere kinderen. Maar als ik wel eens een poging deed om iets in het Fries te zeggen, werd ik keihard uitgelachen door de kinderen uit de buurt. ‘Jij bent import!’, riepen ze dan. Ik voelde dat in het woord een onderhuidse belediging school, dus ik liet het al snel uit mijn hoofd om nog Fries te praten. Het hinderde ook eigenlijk niet; ik sprak Nederlands tegen mijn vriendinnetjes, zij spraken Fries terug, en de communicatie verliep vlekkeloos. Op de middelbare school was het probleem helemaal verdwenen want daar sprak niemand meer Fries. In 1993 werd Fries een verplicht vak in de eerste twee klassen van het voortgezet onderwijs, maar dat was na mijn tijd.

Drie jaar geleden keerde ik na dertig jaar terug naar mijn geboortegrond. Dertig jaar lang had ik geen enkel woord Fries gehoord. De eerste avond aan de grote stamtafel in het café klonken de Friese conversaties als muziek in mijn oren. Ik verstond het nog ‘vloeiend’. En ik realiseerde me voor het eerst van mijn leven wat een prachtige taal het is. Toen ik naar links keek, zag ik dat mijn man was uitgetreden en naar de parafernalia boven de toog zat te staren. Ik besefte opeens dat hij de gesprekken helemaal niet kon volgen. Ik meldde hem de volgende dag aan bij de onlinecursus van eduFrysk want het leek me dat hij als immigrant in Friesland de taal wel zou willen verstaan. 

Niet lang na onze verhuizing ontmoette ik mijn Friese vriend. Hij is om het zachtjes uit te drukken een rechtgeaarde Friese chauvinist. Hij ziet Friesland niet als een provincie, maar als een land, met een eigen cultuur en signatuur. Fries is volgens hem een rijkere taal dan het Nederlands omdat het meer gevoelswaarde uitdrukt, waardoor je met een enkel woord of enkele zin heel veel kunt zeggen, net als in het Engels. Mijn vriend vindt dat Friezen trots moeten zijn op hun rijke taal en die nooit en te nimmer moeten verloochenen. Er zijn Friestalige ouders die ervoor kiezen om Nederlands met hun kinderen te praten en dat vindt hij maar niks. Ik moet zeggen dat ik dat zelf ook niet goed begrijp want het is alom bekend dat je kinderen heel goed meertalig kunt opvoeden. 

Twee maanden geleden vermeldde een voorpagina-artikel van Het Parool dat er een enorme trend gaande is van Amsterdammers die de stad verlaten op zoek naar ruimte en rust. De voorzitter van de makelaarsvereniging Amsterdam zegt in dat stuk: ‘Ik sprak laatst mijn collega uit Friesland. Van elke drie huizen die hij verkoopt, gaan er twee naar Amsterdammers.’

Wat betekent dit voor de toekomst van de Friese taal? Mijn vriend laat hier geen misverstand over bestaan: ‘Westerlingen moeten natuurlijk Fries leren. Arno Brok doet het toch ook? In elk geval moet je het passief beheersen. Inburgeren, en snel!’ Hoewel de meeste Friezen heel vriendelijk overstappen op het Nederlands zodra ze doorhebben dat hun gespreksgenoot Nederlandstalig is, vind ik ook dat mensen die hier komen wonen wel hun best mogen doen om deze taal machtig te worden. Terwijl mijn echtgenoot woordjes oefent met eduFrysk, probeer ik zelf een Fries boek te lezen om de taal ook enigszins schriftelijk onder de knie te krijgen. Toen ik laatst in het dorpscafé een slokje op had, hoorde ik mezelf zomaar een bestelling in het Fries plaatsen. Ik vond het niet erg meer om uitgelachten te worden. 

Lekker nietsdoen - Klaas Jansma

Minister Hugo de Jonge, met zijn kekke schoentjes, gaat niet aan vlijt ten onder. Hij zei 30 november dat we op 4 januari 2021 zouden gaan vaccineren, maar vlak voor de kerstdagen wist bij de GGD niemand wat en hoe precies. Wopke Hoekstra is inmiddels partijleider geworden. Mark Rutte glorieert als in duistere tijden. Vermoeide Nederlanders gaan met vakantie want ze hadden geboekt, waarna ze bij terugkeer meteen op de ic kunnen uitslapen. Een app komt een half jaar later dan beloofd, en de Action en de Wibra behoren tot de essentiële winkels omdat ze ook koekjes verkopen.

Op 1 januari 2020 stond de index van Rabo Ledencertificaten op 127,86. We hebben er op 9 december 6,5% in certificaten nominaal bij gekregen, de stand was op 18 december dik 134,4. Een rendement dus van 15,5%, want nominaal 6,5% op index 100 is 9% op 135. Na aftrek van de onvermijdelijke provisie blijft op ons beetje kapitaal een waanzinnige winst over, terwijl multimiljonairs negatieve rente moeten betalen voor hun spaargeld. 

Een buurman raakte in paniek toen de koers van de certificaten door de Corona-uitbraak naar 97 daalde, een verlies van 30%. Omdat hij wél actief is terwijl ik weifel, verkocht hij zijn vergiftigde certificaten. Pas na veertigduizend euro waardedaling kwam hij erachter dat hij ze beter had kunnen houden. Hij hield het verlies zodoende tandenknarsend nog beperkt, terwijl ik in één jaar zeventienhonderd euro heb verdiend aan certificaten waar ik nooit naar omkijk.

Zo ongeveer lost Hugo de Jonge de Coronacrisis op, Carola Schouten het stikstofprobleem en de provincie Fryslân de koude veenverbranding. Dat de Feangreide daalt, bedachten ze vorig jaar aan de Tweebaksmarkt, terwijl het al twee eeuwen gaande is. Zo zal het straks met het klimaat ook gaan. De hele wereld onder water, ijsberen uitgestorven, pinguïns in de war. Wij springen dan in een bootje en zeilen de zeeën over naar bergachtige gebieden, of we werpen een paar terpen op, zoals onze verre voorvaderen deden. Terwijl het water bij de Action naar binnen gulpt, roept Thierry Baudet dat het allemaal hysterie is en steken ze bij Urk uit pure dwarsigheid de dijken door. Heerlijk om die lui te zien verzuipen.

Volgens economen is het aantal werklozen nog nooit zo laag geweest als nu. Bedrijven gaan niet meer failliet, want rechtbanken zijn wegens corona gesloten. Als begrafenisondernemers er nu ook nog mee stoppen, wordt de sterfte minder dan ooit. Hier en daar zie je nog een lijk, maar na een tijdje ruik je ze amper meer.

Het is een feest. Terwijl druktemakers dodelijk vermoeid een onbesmet vakantieadres zoeken, tellen wij luiaards de winst van het nietsdoen.  

Winst - Sjoerd Galema

We hebben met zijn allen een bijzonder, en voor velen een moeilijk jaar 2020 achter de rug. Nu we net aan het nieuwe jaar zijn begonnen, lijkt het mij wel een mooi moment om deze column juist nu te vullen met hoop, een wenkend perspectief, vooruitgang en gezondheid in 2021. Op alle zaken die ik ga noemen is vast het een en ander af te dingen, maar het lijkt me in het kader van het voorgaande goed, daar in deze eerste editie van het Fries Journaal in dit jaar, eens NIET bij stil te staan.

Een grote gamechanger wordt natuurlijk het vaccin tegen corona. Een bijzondere prestatie van de wetenschap en de farmaceuten, die in de loop van komend jaar steeds meer mensen hun vrijheid zal teruggeven, en belangrijker; ons zal beschermen tegen deze pittige ziekmaker.In maart krijgen we verkiezingen voor de Tweede Kamer en volgt hopelijk snel daarna de vorming van een nieuw kabinet. Nieuwe politiek bestuurders kunnen ons land weer perspectief bieden, en wellicht een beetje resetten, zodat we het beroerde 2020 snel achter ons laten. Niets ten nadele van Rutte en zijn Ministers die nu een geweldige klus klaren, maar met een frisse ploeg lukt het sneller, om met zijn allen de blik weer vooruit te krijgen.Belangrijk punt in het regeerakkoord zou een grotere erkenning voor de positie van de regio kunnen zijn. Voor ons kan de Lelylijn, met Leeuwarden als volwaardige eindbestemming, realiteit worden. Een visie vanuit het Rijk over het spreiden van wonen en werken zou zomaar onze provincie kunnen promoten, voor jonge mensen die hier vanwege sociale factoren willen komen wonen en werken.Het nieuwe kabinet heeft ook de kans, nee de opdracht, om ons weer perspectief te bieden op zaken als klimaat en energie. Als één ding het afgelopen jaar duidelijk is geworden, is dat je de mensen voor gewenste verandering perspectief moet bieden, in plaats van idiote stapeling van regelgeving zoals we die hebben gezien bij de stikstofdiscussie en bij mensen in de bijstand die worden gestraft als ze een extraatje van hun familie krijgen. Na jaren van een hoop negatieve energie over de Brexit, is er nu een deal en weten we dit voorjaar hoe we met het Verenigd Koninkrijk verder kunnen. Laten we met zijn allen een beetje denken aan al die jonge Britten, die de Brexit als nieuwe wereldburgers niet gewild hebben.Het disruptieve jaar is ook voor een aantal zaken best goed geweest. Het thuiswerken is wellicht niet geschikt voor elke werknemer en werkgever, maar voor de liefhebber smaakt de les van 2020 naar meer. Minder verkeer en een schonere leefomgeving liggen in het verschiet. Ik wens dat een ieder zijn/haar weg vindt in dit nieuwe normaal.Voor velen onder ons is de winst van het afgelopen jaar, dat we een pas op de plaats hebben gemaakt in ons gejaagde leventje. We zijn de gekte een beetje voorbij geraakt, en dat geeft overzicht en rust. Ik wens u een gezond en gezegend jaar toe, in de hoop dat we tegen 2022 dit lijstje kunnen afvinken.

Mate van thuiswerken wordt bepaald door demografie - Egon Diekstra

Thuiswerken is sinds maart 2020 massaal uitgetest en dit leidt tot weinig obstakels. Veel organisaties denken een belangrijke besparing van kantoorwerkplekken te kunnen bewerkstelligen. Het ging immers goed. Het zou dom zijn, om snel conclusies te trekken.

Natuurlijk was thuiswerken anno 2020 ideaal. De timing van de pandemie was wat dat betreft prima: de technologie biedt ons voldoende mogelijkheden om thuis voldoende productief te zijn. Veel mensen hebben aan een laptop voldoende, om hun werk goed te doen.

Toch zou het van weinig inzicht getuigen dat de werkgever gaat bepalen of er wordt thuis gewerkt of niet. Laat de toekomstige medewerkers dit lekker zelf aangeven. Zij kunnen het beste beoordelen wanneer zij het meest productief zijn. Daarnaast zullen randvoorwaarden enorm goed moeten worden overdacht. Leidinggevenden zullen op een andere manier moeten aansturen, beoordelen en faciliteren.

Cushman & Wakefield hebben een van de grootste onderzoeken naar kantoorgebruik sinds de Covid-19-uitbraak uitgevoerd. De meest interessante uitkomst is dat bijna driekwart van de respondenten vindt dat het faciliteren van flexibiliteit en de vrijheid om zelf te bepalen wanneer en waar ze werken, een voorwaarde is van goed werkgeverschap.

Dit betekent dat de functie van het kantoor blijvend zal veranderen. Meer dan een werkplek is het vooral de omgeving waar mensen zich verbinden met de organisatie waarvoor zij werken, de plek waar ze geïnspireerd worden, leren, samenwerken en socializen.

Waar nu nog de Millenial op de werkvloer het meest vertegenwoordigd is, zal de digital native generatie Z – die ervan uitgaat dat alles wat ze aanraken naadloos met elkaar verbonden is – binnenkort het grootste cohort medewerkers zijn in de totale ‘workforce’ van medewerkers van organisaties. Talentvolle medewerkers aantrekken, stimuleren, motiveren en behouden vraagt antwoord op het invullen van verschillende behoeften.

Uiteraard is het binnen veel organisaties technisch mogelijk om ze allemaal thuis te laten werken. Maar dat heeft weinig te maken met het stimuleren van innovatie en creativiteit. Daarvoor is fysieke nabijheid van doorslaggevend belang. 

De toekomstige medewerkers en de generatieopbouw ervan, is de bepalende factor van de kantoorruimte en wat die kantooromgeving wel of niet moet faciliteren. De demografische aardverschuivingen die op handen zijn, in combinatie met de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt, zal de behoefte aan kantoorruimte, kantoorwerkplekken en de functie van het kantoor gaan bepalen. Dat betekent niet direct minder kantoormeters, maar wel een andere invulling ervan.

Kantoorgebruikers zullen de komende vijf jaar op zoek moeten naar duurzame en technische symbiose tussen een optimale kantooromgeving en een optimale thuiswerkplek. Niet de pandemie maar de demografie bepaalt de toekomst van het kantoor.

Reële en financiële economie zijn ontkoppeld - Pim Baljet

Evenals de wereldeconomie stond de Nederlandse economie in 2020 als gevolg van getroffen maatregelen ter bestrijding van het coronavirus vooral in het teken van ongekende krimp en groei. Ondank het forse herstel van de economische activiteit in het 3e kwartaal van 2020 kromp de economie over de eerste 3 kwartalen van dat jaar met ruim 4%.  Gegeven de lockdown-maatregelen in het 4e kwartaal zal de economie over geheel 2020 dan ook een duidelijke krimp laten zien. Met name de consument (goed voor een bijdrage van 60% aan de economische groei in Nederland) liet het afweten. Niet omdat ze geen geld wilden maar het gewoonweg niet konden uitgeven aan horeca, musea, theaters en vliegvakanties. Ondanks de steunmaatregelen van de overheid kwamen er het afgelopen jaar een kleine 200 duizend werklozen bij, met name onder de jongeren. Ook bedrijven leden en lijden pijn zoals de luchtvaart (-70%), openbaar vervoer (-65%), horeca (-33%) en dienstverlening (-23%). Alleen al tussen maart en september 2020 gaf het kabinet voor ruim 20 miljard euro aan tegemoetkomingen in de vaste lasten en loonsteun. Hiermee werd de schade enigszins beperkt. Zo zijn er in 2020 “slechts” 3.700 bedrijven/ondernemingen failliet verklaard, wat 15% lager is dan het economisch gezien succesvolle 2019! Opvallend is dat de woningmarkt zich volledig aan de malaise in de reële economie heeft onttrokken. De gemiddelde woningprijs steeg met 7,7% met name als gevolg van schaarste op de nieuwbouwmarkt en het gevoerde negatieve rentebeleid van de ECB.

De steun van de Nederlandse overheid leidt via een fors hoger begrotingstekort tot het versneld oplopen van de staatsschuld. De steun zal ook de komende maanden moeten doorgaan en als de economie in 2021 als gevolg van vaccinatie hersteld, is het nog veel te vroeg om de broekriem aan te trekken. Die staatsschuld zal verder toenemen en het volgende kabinet zal de rekening (aflossing en rentebetalingen) doorschuiven naar de volgende generaties. Dezelfde generatie die nu geen baan kunnen vinden.

Het omvangrijkste economische herstel laat de China zien. Waar de Chinese economie in 2020 per saldo nog groeit met 2%, krimpt de economie van de VS met 5%. Een uitvloeisel van de wijze waarop beide landen met de pandemie zijn omgegaan. De komende jaren zal China beduidend harder blijven groeien en in 2028 de VS passeren als grootste economie ter wereld. Ook India groeit relatief hard. Binnen 10 jaar belandt India op de 3e plaats en streeft daarmee Duitsland en het VK, ondanks de Brexit, voorbij. 

Daar waar de wereldwijde economieën grote schade ondervinden van Corona zet de opmars van aandelenbeurzen na de forse correctie in februari en maart van 2020 ongebreideld door. Nieuwe records werden neergezet en het einde is naar mijn stellige overtuiging niet in zicht nu Centrale Banken en overheden ongelimiteerd geld blijven rondpompen. Teveel geld om gebonden te worden in de reële economie en dus sijpelt het exces door naar de financiële en vastgoedmarkten. Een ontkoppeling tussen de reële en financiële economie is voorlopig een feit.

Typysk Frysk - Sjoerd Galema

Met belangstelling en genoegen volg ik deze zomer in de LC de serie over de Friese Identiteit, “Typysk Frysk”. Journalist Irene Overduin geeft in de editie van 15 augustus, over de Friese Economische identiteit, een inkijkje in haar persoonlijke ervaringen aan de bureaus van Klaas Jansma en Willem Stegenga. Een jonge journalist uit Utrecht, maakte in 1990 de sprong in het diepe bij twee echte diepfriezen. Jansma leerde haar; “Friesland is een land van boeren en schippers, van klei, zand en veen”.

In het vier pagina’s tellende artikel blijkt dat Irene Overduin naar Klaas Jansma heeft geluisterd. Het artikel begint en eindigt namelijk met boeren, met verwondering, in 1990 bij de jonge journalist, tot boeren die wat haar betreft “de pot op kunnen” als ze afgelopen december protesteren bij de LC tegen eenzijdige berichtgeving over hun sector. 

Wat een belangwekkend artikel over de Friese economische identiteit zou kunnen worden, wordt voor Overduin zomaar het podium om haar walging ten opzichte van de landbouw en haar boeren te etaleren. Zonder schroom worden jonge boeren weggezet als “managers van koeienmagen die via hun computers een mix van abstracte verbindingen door de reactor jagen” en “een paar duizend man die elkaar alleen nog maar op internetfora treffen”.

Irene Overduin, en daarmee de LC, doet met dit artikel menigeen te kort. Te beginnen bij belangrijke sectoren die niet eens worden genoemd. Waarom blijkt recreatie en toerisme een waardevolle pijler onder de Friese economie? Waarom kozen en kiezen bedrijven in de financiële dienstverlening juist voor Leeuwarden, heeft dat iets te maken met de Friese identiteit? Boeren worden in het artikel niet alleen tekortgedaan, maar met deze teksten ook nog eens grof beledigd. Negen maanden na dato, laat Overduin zien dat de boeren in december gelijk hadden toen ze met hun trekkers het terrein van de LC bezetten.

Verreweg de meeste Friese boeren zijn oprecht, en samen met hun toeleveranciers en afnemers bezig met thema’s als biodiversiteit, nog gezondere voeding en duurzame energie. Kijk eens naar alle daken die vol panelen liggen, de inzet op kringlooplandbouw, de sites van de Agrarische Jongeren Fryslân en LTO-Noord. En kan het dan niet beter? Ja natuurlijk, daar werken de boeren elke dag aan.

Overduin doet vooral zichzelf te kort, en laat zien dat haar Friese integratie ondanks die 30 jaar nog niet is geslaagd, en “jonge boeren kunnen ook negen maanden later nog steeds de pot op”. 

Wat had ze een prachtig voorbeeld kunnen nemen aan betrokken bestuurders als Brok, Kramer en De Rouwe die de jonge verontruste boeren “Typysk Frysk” het Provinsjehûs binnenhaalden, met een luisterend oor, kofje en koeke…

Toerisme in Friesland profiteert van thuisblijvers - Pim Baljet

Het Centraal Bureau voor de Statistiek ( CBS) publiceerde onlangs de “inktzwarte” cijfers over de ontwikkeling van de Nederlandse economie in het tweede kwartaal van dit jaar. De  economie vertoonde een krimp van 8,5% t.o.v. het eerste kwartaal van dit jaar waarmee de totale krimp over het eerste half jaar uitkwam op 10%. Een historische krimp die we zelfs in de jaren dertig van de vorige eeuw niet eerder hebben meegemaakt. Hiermee is in één klap vijf en een half jaar aan economische groei weggevaagd. Verrassend? Allerminst, gegeven de lockdown-maatregelen die door de regering Rutte zijn genomen om de verdere verspreiding van het COVID-19 virus in te dammen. Alle horeca was bijna 3 maanden dicht, iedereen zat thuis en hele sectoren lagen plat. Maar de Nederlandse economie deed het beduidend minder slecht dan veel van de omliggende Europese economieën. Zo zag Italië haar economie krimpen in het tweede kwartaal met 12,4%, Spanje met 18,5% en het Verenigd Koninkrijk zelfs met ruim 20%. Dit is vooral het gevolg van het door Rutte c.s. gevoerde mildere lockdown-beleid en de keuze om bedrijven en werknemers te ondersteunen. Daarnaast zijn landen in Zuid-Europa afhankelijker van het door corona zwaar getroffen toerisme. De hardst getroffen sectoren in ons land waren cultuur, recreatie, vervoer, horeca en zakelijke dienstverlening waartoe ook de reisbureaus gerekend worden. De werkloosheid steeg door de, in vergelijking tot onze buurlanden royale NOW-regeling, slechts beperkt van 3 tot 3,8% van de beroepsbevolking. Is dit de stilte voor de storm?  Ik ga daar wel van uit. Faillissementen en de werkloosheid zullen met enige vertraging op de huidige crisis reageren als gevolg van de ruimhartige maar vooral snelle noodsteun van de overheid aan het bedrijfsleven. Vooruitlopend op Prinsjesdag geeft het Centraal Plan bureau in haar ‘Macro Economische Verkenningen’ aan dat zij verwacht dat de economie dit gehele jaar met ruim 5% zal krimpen  en voorziet voor 2021 een herstel van de groei met 3,2%. Dit herstel is evenwel onvoldoende om grootschalige faillissementen en een stijging van de werkloosheid naar ruim 7% te voorkomen. 

Maar de één zijn dood is de ander zijn brood. Friesland kende één van zijn beste voorjaars- en zomerperiodes ooit. Met name de Nederlandse toerist heeft de weg naar het vrijwel coronavrije Friesland gevonden. Alle campings, recreatieparken, vakantiewoningen en hotels totaal volgeboekt. Boten waren niet meer te huur en de voorraad gebruikte sloepen is verkocht. Alles wat kan drijven bevond zich op het water met heuse vaarfiles tot gevolg. Restaurants deden en doen wereldzaken. Natuurlijk hielp het fraaie weer mee maar Friesland is ontdekt door toeristen die bereid zijn de beurs te trekken. Nu maar hopen dat de dorpen en haar ondernemers niet direct na de herfstvakanties besluiten dicht te gaan en daardoor de nieuwe bezoekers doen afschrikken. 

  

En maar jammeren - Klaas Jansma

            Het grappigste beeld van dit jaar vond ik de rij voor de GGD op Terschelling. Allemaal losers die een test wilden omdat ze op de besmette camping De Appelhof hadden gestaan. De week ervoor nog schijt aan corona, en nu met 169 man/vrouw bang om ziek te zijn. 

Sommigen moesten nog voor de uitslag naar huis van pa en ma. Ik had ze als kapitein geweigerd. Of bij een zandbank afgezet. Ga maar Wadlopen door het slik, is goed voor je. 

            Die campingeigenaar vergeleek het polsbandje waarmee ze in de supermarkt – terecht – gekeerd werden, met de Jodenster. Dat is mode onder populisten, hun eigen kleine leed vergelijken met het grote van de joden in de oorlog. Je zou zo’n man een maandje vakantie best gunnen. Er staan nog wel een paar werkkampen leeg in Noord-Korea. Daar zijn de bewakers naar men zegt minder wreed dan de SS‘ers indertijd, maar het is een mooi begin. 

Zelf gooi ik straks een zak vol roestige spijkers in de mais als de boeren weer de weg op gaan. Want ik betaal wegenbelasting en laat me niet door een trekker keren. Het zal me benieuwen hoeveel demonstranten de laatste keer een boete hebben gehad. Erg weinig waarschijnlijk, want als het op handhaven aankomt, zijn onze politiemensen watjes.  

En dan die leugen dat ik zonder boeren niks te eten zou hebben. Nou, ze produceren voor 80% voor de export en ik heb al last van overgewicht, dus ik kan best een maandje zonder. Een nertsmantel doe ik nooit aan. Zwarte koffie is net zo lekker als koffie verkeerd. Straks zijn de appels rijp, terwijl ik boontjes van Lokke krijg en eieren van een hobbyboer. Ik red me best hoor.

            Wat ik erg vind, is dat hardwerkende artiesten, hoeren en horecamensen nu niks verdienen. Die gunde ik een nog beter pakket dan Wopke Hoekstra voor ze heeft uitgetrokken. Zielig vind ik ook dat de vrouw van Pieter Omzigt op Hugo de Jonge heeft gestemd. Ze doet nu alsof het een vergissing was, maar ze wil haar drukke man gewoon wat vaker thuis hebben. Dan kun je maar beter geen CDA-lijsttrekker worden. Om het rijk alleen te hebben, heeft Hugo’s vrouw wél voor haar man gestemd. Allemaal tevreden toch?

            Nee, ze jammeren. Als de rente niet te hoog is, dan is-ie wel te laag. En als ze geen corona krijgen, dan vinden ze het wel vreselijk om opgesloten te zitten. Nou, ik niet. Een goed boek, een mooi tijdschrift, een paar puzzels en een spannende film op de buis, zo kom ik de herfst wel door. De mensen die niks meer verdienen, wil ik wel steunen met een tientje per maand.