Terug naar hoofdinhoud

Kroniek van het goede leven in Friesland

Zakelijk human interest magazine
Verschijnt tweemaandelijks – jaarabonnement € xxxx
Redactie: Albert van Keimpema
Abonnement: administratie@friesjournaal.nl

Lelylijn

De Lelylijn is weer in het nieuws. Voor het eerst was dat in 1969. Pieter de Groot schreef daar deze zomer twee interessante artikelen over in de Leeuwarder Courant. Een aantal particulieren uit Heerenveen, Drachten en Groningen hadden toen de Stichting Zuiderzeelijn opgericht. Daarmee speelden zij in op de Tweede Nota Ruimtelijke Ordening. De kosten toen voor een spoorlijn van Lelystad, via Emmeloord, Heerenveen en Drachten, naar Groningen, werden geraamd op ten minste 320 miljoen (gulden). Te duur vond het kabinet.

De toenmalige burgemeester van Smallingerland, de befaamde baron Willem van Knobelsdorff, vond het “een utopie in een lege wereld”. Die burgemeester was overigens één van de beste die Friesland ooit heeft gehad. Hij was vaak in Den Haag. Op zoek naar investeringen van grote bedrijven. Hij slaagde erin Philips naar Drachten te halen. Nog steeds één van de mooiste ondernemingen in Friesland. 

Von Knobelsdorff overleed tijdens zo’n reis in zijn auto van Den Haag terug naar Drachten.

Ik heb de discussie over een Zuiderzeelijn ook meegemaakt toen ik CdK was. Ik heb dat toen verloren. Groningen en Drenthe lieten Friesland in de steek! Zij kozen voor de lijn Lelystad via Zwolle naar Groningen. 

Hoe zal het nu gaan? De Lelylijn is weer in beeld. VVD-gedeputeerde Avine Fokkens in Friesland zei kortgeleden: “Hier kun je toch niet omheen?” Het kabinet zwijgt nog. 

In het najaar gaat de Tweede Kamer erover praten. Het zal mij benieuwen. Is die Lelylijn wel levensvatbaar? Deskundigen spreken van een verspilling van gemeenschapsgelden. Kortom: eerst zien dan geloven en geen losse vreugdevolle verhalen.

Hans Wiegel

Kwaliteit is geen toeval

Vol verwachting een nieuw restaurant bezoeken en dan valt alles tegen… 

Waarschijnlijk heeft iedereen dat weleens, maar het overkwam mij onlangs ook. Aan de locatie en de uitstraling van het prachtig gerenoveerde pand lag het zeker niet. Helaas was de uitvoering om te janken. Ik had gereserveerd, maar dat was achteraf overbodig. Het terras was vrijwel leeg, ondanks het mooie weer. Vervolgens werd het snel duidelijk waarom er weinig gasten waren. 

Geen grote glimlach en warm welkom als je vraagt waar je plaats mag nemen om een hapje te eten of wat te drinken, lang wachten voordat je iets kunt bestellen, slecht gekleed personeel, een geplastificeerde menukaart waar de vlekken van etensresten nog op zitten, alleen maar een blik op het digitale notitieblokje tijdens de bestelling, niet opletten dat de glazen bijna leeg zijn, de wijnen niet kunnen beschrijven, geen gesprek met de gasten en (dus) ook geen suggesties vanuit het personeel.

Het was niet het enige, maar al meer dan voldoende om te constateren dat deze tent het op deze manier niet gaat overleven. 

Het komt allemaal nog zo vaak voor en ik blijf het bizar vinden. Vooral nu de horeca zo onder druk staat, moet je de onderdelen die je 100% kunt beïnvloeden in ieder geval altijd goed doen. Lukt dat een restauranthouder niet, dan adviseer ik deze een ander vak te kiezen.

Alleen zeer tevreden gasten zorgen voor een vol terras of restaurant.

Personeel wordt regelmatig nauwelijks ingewerkt. De planning rondkrijgen is meestal belangrijker dan kwaliteit leveren. De techniek van het kassasysteem wordt uitgelegd en ga maar aan de slag. Niets geen ‘onboarding’, geen uitleg over de historie en waar het bedrijf voor staat, geen trainingen over hoe je met een klant omgaat. Nee, dat is te duur en daar is geen tijd voor. Soms is het zo onbeschrijfelijk triest hoe klanten behandeld worden. In de horeca is grofweg 30% van je omzet inkoop, ruim 10% huisvesting en 30% personeelskosten. Vooral de laatste component kun je enorm beïnvloeden in kwaliteit. Hoe meer je daarin investeert, des te lager worden je procentuele kosten: je gaat het namelijk keihard terugverdienen.

Het is een ongeschreven wet in de horeca: goed personeel levert meer omzet op. Gasten blijven langer, besteden meer, geven meer fooi. Een gast wil aandacht krijgen en verwend worden. Dat is bekend; dus moet je dat trainen bij je personeel en niet aan het toeval overlaten. Het is een basale voorwaarde als je kwaliteit wilt uitstralen. 

Buiten een hogere omzet levert dat prachtige reviews en een uitstekende bedrijfscultuur op. Werken op een terras wordt nog veel leuker als je het vak onder controle hebt. Als je je gasten helpt de juiste keuzes te maken. Een kopje koffie drinken met een vriend of vriendin en €5,50 afrekenen, kan aanvoelen als een duur terras met weinig toegevoegde waarde. Maar een stel dat op een terras wat langer heeft genoten van twee cappuccino’s, een plankje zoet om te delen, een karaf ijswater en allebei een glaasje wijn toe, besteedt ruim €20 en gaat zeer tevreden naar huis. 

Kwaliteit is geen toeval.

Egon Diekstra

Stugge Friezen

‘Hebben jullie een huis in Friesland gekocht? Friezen zijn toch heel erg stug?, was de reactie van menig Amsterdamse vriend. Zoals Belgen dom zijn, Surinamers lui, Brabanders bourgondisch, zo staan Friezen als stug te boek. Het eerste wat ons opviel toen we in Friesland resideerden, was dat iedereen die je tegenkomt ‘Ha, goeie’ zegt. (met de g van het Engelse good, voor de niet Friestalige lezers). Of je nu fietst, kuiert of hardloopt, als je iemand tegenkomt word je gegroet met ‘goeie’. De tweede keer dat ik het café in ons dorp bezocht, verwelkomde de uitbater me met mijn voornaam en zette voordat ik me op de barkruk geïnstalleerd had een glas Pinot Grigio neer. En vroeg me of ik net als de vorige keer ook een bakje nootjes wilde. Kom daar maar eens om in Amsterdam.

Eén van de redenen waarom wij als een blok voor ons huis vielen, is dat in onze tuin een grote treurwilg staat. In de zomer biedt hij beschutting tegen de warmte, als het stormt is het natuurgeweld waarmee de wind door de takken en de bladeren waait boeiender om naar te kijken dan een spannende film. In de tuin van de notaris aan het begin van ons dorp stond ook zo’n imposante treurwilg. Vorig jaar is die boom tijdens een heel heftige storm omgewaaid. Krak, als een luciferhoutje is de boomstam met een doorsnede van minstens anderhalve meter afgebroken en omgevallen. 

Ik schrok me een hoed, zou dit ook met onze treurwilg kunnen gebeuren? Hoe oud was onze boom eigenlijk, zou hij nog gezond zijn? Ik had nog nooit een boom gehad, wist ik veel. Ik googelde op boomdeskundigen en kwam terecht bij TreeFirst in Heerenveen, een half uurtje rijden van ons dorp. Ik uitte in mijn mailtje de zorg om onze treurwilg en per omgaande kreeg ik een berichtje dat de boomexpert wel even langs zou komen. Een week later stapte een stoere goed uitziende jongeman het erf op. Hij bestudeerde de boom uitvoerig. Liep er omheen, raakte de bast aan, plukte blaadjes, boog takken, pakte stukjes schors van de boomstam en bestudeerde de grond waarop de boom stond. Zijn conclusie: de boom was plusminus zeventig jaar oud en kerngezond. Hij maakte zelfs nog nieuwe ‘spierballen’ en zou beslist niet omwaaien bij een storm. Mijn hart maakte een sprongetje van geluk. De bomenman zei dat ik hem altijd kon bellen als ik me in de toekomst zorgen maakte over de boom maar hij raadde me af om de boom te snoeien of te knotten. Een gezonde boom kun je beter met rust laten, was zijn devies. Ik bedankte hem hartelijk en zei dat hij zijn factuur kon mailen. ‘Factuur?’ reageerde hij verbaasd, ‘ik stuur geen rekening als ik verder niks hoef te doen. Dit is een gezonde boom.’ ‘Maar, sputterde ik tegen ‘Je voorrijkosten dan? Bovendien heb ik toch gebruik gemaakt van je expertise?’. ‘Nee hoor,’ zei de bomenman lachend terwijl hij alweer in zijn auto stapte ‘bel me maar als de boom ziek wordt, dan verzorg ik hem graag.’ Ik was flabbergasted. 

Een paar weken daarvoor hadden we in Amsterdam nog een loodgieter gebeld omdat het water in de douche niet meer warm werd. De man constateerde dat de cv-installatie aan vervanging toe was, hij kon het probleem niet ter plaatse oplossen. We zeiden dat we ons in nieuwe cv-ketels zouden verdiepen. De volgende dag vonden we een factuur in de brievenbus. Tachtig euro: voorrijkosten en analyse.

We wonen nu ruim twee jaar de helft van de tijd in Friesland en we zeggen minstens één keer per week tegen elkaar: Wat zijn Friezen toch áárdig! Het is opvallend hoe uitvoerig je in winkels wordt geholpen, hoe vriendelijk je in restaurants wordt bediend. Mensen hebben de tijd en nemen de tijd. Als je om vijf over zes nog bij de slager aanklopt, wordt de deur toch nog even voor je opengemaakt. Als je je pinpas bent vergeten kom je volgende week toch even langs om te betalen? Friezen zijn gemoedelijker, ongecompliceerder en attenter. 

Als we na een paar dagen Friesland weer terug zijn in Amsterdam, zit ik nog zo in de groetmodus dat ik iedereen op straat aankijk en een groet op het puntje van mijn tong ligt. Maar niemand kijkt terug. De aanvankelijke glimlach op mijn gezicht, maakt weer plaats voor een neutrale blik. Amsterdammers, die zijn pas stug. 

Barbara van Beukering is journalist en schrijver. Ze woont de helft van de tijd in Amsterdam en de andere helft in Friesland

Friesland onder de loep

Ik bracht deze zomer een bezoek aan het Nationaal Luchtvaartmuseum in Lelystad. Nu de meeste vliegtuigen netjes op de start- en landingsbanen waren geparkeerd, wilde ik weleens bij hun voorgangers stil blijven staan. De geschiedenis van Schiphol en de KLM wordt er prominent in beeld gebracht. Ik wist wel dat wij als belastingbetalers de maatschappij in de lucht houden, maar ik wist niet dat we dat al sinds de oprichting in 1920 doen. Vanaf dag één wordt er gezeurd om geld. Het lijkt Rupsje Nooit Genoeg wel. En als het dan toch onze nationale trots is, hetgeen de staatssteun moet legitimeren, waarom nationaliseren we de KLM dan niet? Dat is aardig voordeliger dan geld te laten verdampen. Je krijgt er nooit iets voor terug. Zelfs de bestuurszetel die we in 2019 kochten voor 800 miljoen euro (ja, u leest het goed) om in de raad van commissarissen nog wat invloed uit te oefenen op die Fransen van moedermaatschappij Air France, is nog steeds niet door een nuchtere landgenoot bezet. 

Gek genoeg schiet de politiek meteen in een emotionele reflex als het onderwerp KLM is. Dat merkte ik in de studio van Omrop Fryslân waar ik met CDA-Kamerlid Harry van der Molen van gedachten mocht wisselen. Ineens zet hij zijn hele kritische vermogen, dat Harry wel bezit, overboord. Geen miljardensteun verlenen is onbespreekbaar voor hem, de boel overnemen evenmin. Een snel rekensommetje leert dat de KLM enorm veel bespaart als het een overheidsbedrijf is. Alleen al op de salarissen van de piloten scheelt dat jaarlijks zo’n 100 miljoen euro. Tenminste, als de Balkenende-norm wordt gehanteerd die voorschrijft dat simpele ambtenaren niet meer verdienen dan onze minister-president, hetgeen me heel billijk lijkt. Onze regering denkt dat de buschauffeurs in de lucht wel solidair zullen zijn als wij hen op de loonlijst houden, maar hun acties en harde opstelling laten zien dat ze niet van plan zijn ook maar één cent van hun riant salaris in te leveren. Ze zijn verwend geraakt, zoals de hele KLM een verwend kind is dat verslaafd aan het overheidsinfuus ligt. Je ziet dat onder meer aan hun friends & family programma. Dat houdt in dat KLM-medewerkers voor niks mensen mee mogen nemen op hun vlucht. Paul de Leeuw zong al dat je met hem mee kon vliegen naar de regenboog, zoiets. De redenering is als volgt: het vliegtuig is niet vol maar vliegt toch, dus stap gezellig aan boord. Dat heb ik een streekbus nog nooit zien doen: ach, we zijn toch onderweg, meer brandstof kost het niet, lift u maar gratis mee. Of neem het spoor. Mensen die zonder kaartje de gok wagen om gratis op de trein te hoppen krijgen een boete als ze worden gesnapt. Nooit hoor je NS coulant reageren dat de dienstregeling niet verstoord is en dat de zwartrijder vrijuit moet gaan.

Ik was ook uit een andere nieuwsgierigheid naar Lelystad gegaan. De plaats ligt 25 minuten rijden van Lemmer en dus vlakbij Friesland, en er is een luchthaven. Die ligt er prachtig bij, zag ik. Dat Schiphol al het vliegverkeer opeist heb ik nooit begrepen, want ruimte voor uitbreiding is er niet meer, of je moet de Noordzee opgaan. Wat spreiding over het land zou goed kunnen zijn. Echter, als de vakantiecharters hun thuishaven in Lelystad hebben, valt onze provincie onder enkele laagvliegroutes. Stel dat wij – Friezen en onze gasten – daar last van ondervinden, dan ben ik tegen de uitbreiding van Lelystad. Rust, ruimte en een schone lucht vormen ons kapitaal. Daar verdienen wij aan. Luchtvaart brengt ons weinig, hooguit wat geloosde kerosine en luchtvervuiling. Van die verdwaalde douanemedewerker die er werk vindt worden wij niet beter. Bovendien sta je als vliegende Fries binnen vijf kwartier op Schiphol en anders is er nog vliegveld Eelde, dat nota bene deels van ons Friezen is (FB Oranjewoud).

Wat mij betreft gebeurt er wel wat anders in Lelystad en dat is het doortrekken van de spoorlijn naar Friesland over Heerenveen en Drachten richting Groningen en Duitse achterland (Hamburg, Bremen). De Leeuwarder Courant sputtert tegen. Dat bevreemdt mij niet. Die krant, hij heet niet voor niets Leeuwarder Courant, is overal tegen als Leeuwarden even niet meedoet. De Centrale As van Nijega naar Dokkum, de mooiste snelweg van Europa, moest er van de krant ook niet komen. We moesten met ons allen door Burgum, Buitenpost en Damwoude blijven dieselen en stinken. Het argument van de overbodigheid van een spoor (Lelylijn) is dat mensen straks alleen maar thuis werken. Dat geldt misschien voor organisaties die wij niet tot het bedrijfsleven mogen rekenen – overheden, onderwijs, zorg, banken, verzekeringswezen, publiekinstellingen – maar niet voor de ondernemingen waar ze wat maken waar een markt voor is, zoals de zuivel en de rvs-industrie waar Friesland mondiaal toonaangevend in is. Ik bezoek vaak productiebedrijven en de directies zijn unaniem: mensen werken bij ons niet thuis maar op de zaak. Dat is nodig en veel efficiënter. Je doet het namelijk met zijn allen. Ondernemen is teamwork en zonder teamspirit gaat dat niet. Thuiswerkers zijn autisten die een doodlopende tunnel in wandelen wat ten koste gaat van de werkgever en/of van de thuissituatie c.q. gezin, om het over het huwelijk maar niet te hebben. Ze komen van een koude kermis thuis en zullen op een gegeven moment merken dat hun baantje als nutteloos wordt beschouwd en wordt geschrapt. Neem de verhalen van stukjesschrijvers die aan de keukentafel anders beweren en denken dat het universum om hen draait, dus niet serieus. Het belang van de primaire sector, daar waar het geld wordt verdiend, wordt onvoldoende op waarde geschat. Zonder primaire sector geen secundaire (toeleverende) sector en al helemaal geen tertiaire (dienstverlenende) sector. Dus leg die duurzame Lelylijn maar aan. Die versterkt onze infrastructuur en daar kunnen wij als Friesland alleen maar beter van worden. Dat levert in ieder geval banen op. Mensen die hier wonen, werken of reizen dragen bij aan de economische impuls. Trouwens, we hebben nieuwkomers en forensen ook nodig. Er gaan meer Friezen dood dan er geboren worden. 

Albert van Keimpema