Terug naar hoofdinhoud

Kroniek van het goede leven in Friesland

Zakelijk human interest magazine
Verschijnt tweemaandelijks – jaarabonnement € xxxx
Redactie: Albert van Keimpema
Abonnement: administratie@friesjournaal.nl

Lelylijn - Hans Wiegel

De Lelylijn is weer in het nieuws. Voor het eerst was dat in 1969. Pieter de Groot schreef daar deze zomer twee interessante artikelen over in de Leeuwarder Courant. Een aantal particulieren uit Heerenveen, Drachten en Groningen hadden toen de Stichting Zuiderzeelijn opgericht. Daarmee speelden zij in op de Tweede Nota Ruimtelijke Ordening. De kosten toen voor een spoorlijn van Lelystad, via Emmeloord, Heerenveen en Drachten, naar Groningen, werden geraamd op ten minste 320 miljoen (gulden). Te duur vond het kabinet.

De toenmalige burgemeester van Smallingerland, de befaamde baron Willem van Knobelsdorff, vond het “een utopie in een lege wereld”. Die burgemeester was overigens één van de beste die Friesland ooit heeft gehad. Hij was vaak in Den Haag. Op zoek naar investeringen van grote bedrijven. Hij slaagde erin Philips naar Drachten te halen. Nog steeds één van de mooiste ondernemingen in Friesland. 

Von Knobelsdorff overleed tijdens zo’n reis in zijn auto van Den Haag terug naar Drachten.

Ik heb de discussie over een Zuiderzeelijn ook meegemaakt toen ik CdK was. Ik heb dat toen verloren. Groningen en Drenthe lieten Friesland in de steek! Zij kozen voor de lijn Lelystad via Zwolle naar Groningen. 

Hoe zal het nu gaan? De Lelylijn is weer in beeld. VVD-gedeputeerde Avine Fokkens in Friesland zei kortgeleden: “Hier kun je toch niet omheen?” Het kabinet zwijgt nog. 

In het najaar gaat de Tweede Kamer erover praten. Het zal mij benieuwen. Is die Lelylijn wel levensvatbaar? Deskundigen spreken van een verspilling van gemeenschapsgelden. Kortom: eerst zien dan geloven en geen losse vreugdevolle verhalen.

Kwaliteit is geen toeval - Egon Diekstra

Vol verwachting een nieuw restaurant bezoeken en dan valt alles tegen… 

Waarschijnlijk heeft iedereen dat weleens, maar het overkwam mij onlangs ook. Aan de locatie en de uitstraling van het prachtig gerenoveerde pand lag het zeker niet. Helaas was de uitvoering om te janken. Ik had gereserveerd, maar dat was achteraf overbodig. Het terras was vrijwel leeg, ondanks het mooie weer. Vervolgens werd het snel duidelijk waarom er weinig gasten waren. 

Geen grote glimlach en warm welkom als je vraagt waar je plaats mag nemen om een hapje te eten of wat te drinken, lang wachten voordat je iets kunt bestellen, slecht gekleed personeel, een geplastificeerde menukaart waar de vlekken van etensresten nog op zitten, alleen maar een blik op het digitale notitieblokje tijdens de bestelling, niet opletten dat de glazen bijna leeg zijn, de wijnen niet kunnen beschrijven, geen gesprek met de gasten en (dus) ook geen suggesties vanuit het personeel.

Het was niet het enige, maar al meer dan voldoende om te constateren dat deze tent het op deze manier niet gaat overleven. 

Het komt allemaal nog zo vaak voor en ik blijf het bizar vinden. Vooral nu de horeca zo onder druk staat, moet je de onderdelen die je 100% kunt beïnvloeden in ieder geval altijd goed doen. Lukt dat een restauranthouder niet, dan adviseer ik deze een ander vak te kiezen.

Alleen zeer tevreden gasten zorgen voor een vol terras of restaurant.

Personeel wordt regelmatig nauwelijks ingewerkt. De planning rondkrijgen is meestal belangrijker dan kwaliteit leveren. De techniek van het kassasysteem wordt uitgelegd en ga maar aan de slag. Niets geen ‘onboarding’, geen uitleg over de historie en waar het bedrijf voor staat, geen trainingen over hoe je met een klant omgaat. Nee, dat is te duur en daar is geen tijd voor. Soms is het zo onbeschrijfelijk triest hoe klanten behandeld worden. In de horeca is grofweg 30% van je omzet inkoop, ruim 10% huisvesting en 30% personeelskosten. Vooral de laatste component kun je enorm beïnvloeden in kwaliteit. Hoe meer je daarin investeert, des te lager worden je procentuele kosten: je gaat het namelijk keihard terugverdienen.

Het is een ongeschreven wet in de horeca: goed personeel levert meer omzet op. Gasten blijven langer, besteden meer, geven meer fooi. Een gast wil aandacht krijgen en verwend worden. Dat is bekend; dus moet je dat trainen bij je personeel en niet aan het toeval overlaten. Het is een basale voorwaarde als je kwaliteit wilt uitstralen. 

Buiten een hogere omzet levert dat prachtige reviews en een uitstekende bedrijfscultuur op. Werken op een terras wordt nog veel leuker als je het vak onder controle hebt. Als je je gasten helpt de juiste keuzes te maken. Een kopje koffie drinken met een vriend of vriendin en €5,50 afrekenen, kan aanvoelen als een duur terras met weinig toegevoegde waarde. Maar een stel dat op een terras wat langer heeft genoten van twee cappuccino’s, een plankje zoet om te delen, een karaf ijswater en allebei een glaasje wijn toe, besteedt ruim €20 en gaat zeer tevreden naar huis. 

 

Stugge Friezen - Barbara van Beukering

‘Hebben jullie een huis in Friesland gekocht? Friezen zijn toch heel erg stug?, was de reactie van menig Amsterdamse vriend. Zoals Belgen dom zijn, Surinamers lui, Brabanders bourgondisch, zo staan Friezen als stug te boek. Het eerste wat ons opviel toen we in Friesland resideerden, was dat iedereen die je tegenkomt ‘Ha, goeie’ zegt. (met de g van het Engelse good, voor de niet Friestalige lezers). Of je nu fietst, kuiert of hardloopt, als je iemand tegenkomt word je gegroet met ‘goeie’. De tweede keer dat ik het café in ons dorp bezocht, verwelkomde de uitbater me met mijn voornaam en zette voordat ik me op de barkruk geïnstalleerd had een glas Pinot Grigio neer. En vroeg me of ik net als de vorige keer ook een bakje nootjes wilde. Kom daar maar eens om in Amsterdam.

Eén van de redenen waarom wij als een blok voor ons huis vielen, is dat in onze tuin een grote treurwilg staat. In de zomer biedt hij beschutting tegen de warmte, als het stormt is het natuurgeweld waarmee de wind door de takken en de bladeren waait boeiender om naar te kijken dan een spannende film. In de tuin van de notaris aan het begin van ons dorp stond ook zo’n imposante treurwilg. Vorig jaar is die boom tijdens een heel heftige storm omgewaaid. Krak, als een luciferhoutje is de boomstam met een doorsnede van minstens anderhalve meter afgebroken en omgevallen. 

Ik schrok me een hoed, zou dit ook met onze treurwilg kunnen gebeuren? Hoe oud was onze boom eigenlijk, zou hij nog gezond zijn? Ik had nog nooit een boom gehad, wist ik veel. Ik googelde op boomdeskundigen en kwam terecht bij TreeFirst in Heerenveen, een half uurtje rijden van ons dorp. Ik uitte in mijn mailtje de zorg om onze treurwilg en per omgaande kreeg ik een berichtje dat de boomexpert wel even langs zou komen. Een week later stapte een stoere goed uitziende jongeman het erf op. Hij bestudeerde de boom uitvoerig. Liep er omheen, raakte de bast aan, plukte blaadjes, boog takken, pakte stukjes schors van de boomstam en bestudeerde de grond waarop de boom stond. Zijn conclusie: de boom was plusminus zeventig jaar oud en kerngezond. Hij maakte zelfs nog nieuwe ‘spierballen’ en zou beslist niet omwaaien bij een storm. Mijn hart maakte een sprongetje van geluk. De bomenman zei dat ik hem altijd kon bellen als ik me in de toekomst zorgen maakte over de boom maar hij raadde me af om de boom te snoeien of te knotten. Een gezonde boom kun je beter met rust laten, was zijn devies. Ik bedankte hem hartelijk en zei dat hij zijn factuur kon mailen. ‘Factuur?’ reageerde hij verbaasd, ‘ik stuur geen rekening als ik verder niks hoef te doen. Dit is een gezonde boom.’ ‘Maar, sputterde ik tegen ‘Je voorrijkosten dan? Bovendien heb ik toch gebruik gemaakt van je expertise?’. ‘Nee hoor,’ zei de bomenman lachend terwijl hij alweer in zijn auto stapte ‘bel me maar als de boom ziek wordt, dan verzorg ik hem graag.’ Ik was flabbergasted. 

Een paar weken daarvoor hadden we in Amsterdam nog een loodgieter gebeld omdat het water in de douche niet meer warm werd. De man constateerde dat de cv-installatie aan vervanging toe was, hij kon het probleem niet ter plaatse oplossen. We zeiden dat we ons in nieuwe cv-ketels zouden verdiepen. De volgende dag vonden we een factuur in de brievenbus. Tachtig euro: voorrijkosten en analyse.

We wonen nu ruim twee jaar de helft van de tijd in Friesland en we zeggen minstens één keer per week tegen elkaar: Wat zijn Friezen toch áárdig! Het is opvallend hoe uitvoerig je in winkels wordt geholpen, hoe vriendelijk je in restaurants wordt bediend. Mensen hebben de tijd en nemen de tijd. Als je om vijf over zes nog bij de slager aanklopt, wordt de deur toch nog even voor je opengemaakt. Als je je pinpas bent vergeten kom je volgende week toch even langs om te betalen? Friezen zijn gemoedelijker, ongecompliceerder en attenter. 

Als we na een paar dagen Friesland weer terug zijn in Amsterdam, zit ik nog zo in de groetmodus dat ik iedereen op straat aankijk en een groet op het puntje van mijn tong ligt. Maar niemand kijkt terug. De aanvankelijke glimlach op mijn gezicht, maakt weer plaats voor een neutrale blik. Amsterdammers, die zijn pas stug. 

Friesland onder de loep - Albert van Keimpema

Ik bracht deze zomer een bezoek aan het Nationaal Luchtvaartmuseum in Lelystad. Nu de meeste vliegtuigen netjes op de start- en landingsbanen waren geparkeerd, wilde ik weleens bij hun voorgangers stil blijven staan. De geschiedenis van Schiphol en de KLM wordt er prominent in beeld gebracht. Ik wist wel dat wij als belastingbetalers de maatschappij in de lucht houden, maar ik wist niet dat we dat al sinds de oprichting in 1920 doen. Vanaf dag één wordt er gezeurd om geld. Het lijkt Rupsje Nooit Genoeg wel. En als het dan toch onze nationale trots is, hetgeen de staatssteun moet legitimeren, waarom nationaliseren we de KLM dan niet? Dat is aardig voordeliger dan geld te laten verdampen. Je krijgt er nooit iets voor terug. Zelfs de bestuurszetel die we in 2019 kochten voor 800 miljoen euro (ja, u leest het goed) om in de raad van commissarissen nog wat invloed uit te oefenen op die Fransen van moedermaatschappij Air France, is nog steeds niet door een nuchtere landgenoot bezet. 

Gek genoeg schiet de politiek meteen in een emotionele reflex als het onderwerp KLM is. Dat merkte ik in de studio van Omrop Fryslân waar ik met CDA-Kamerlid Harry van der Molen van gedachten mocht wisselen. Ineens zet hij zijn hele kritische vermogen, dat Harry wel bezit, overboord. Geen miljardensteun verlenen is onbespreekbaar voor hem, de boel overnemen evenmin. Een snel rekensommetje leert dat de KLM enorm veel bespaart als het een overheidsbedrijf is. Alleen al op de salarissen van de piloten scheelt dat jaarlijks zo’n 100 miljoen euro. Tenminste, als de Balkenende-norm wordt gehanteerd die voorschrijft dat simpele ambtenaren niet meer verdienen dan onze minister-president, hetgeen me heel billijk lijkt. Onze regering denkt dat de buschauffeurs in de lucht wel solidair zullen zijn als wij hen op de loonlijst houden, maar hun acties en harde opstelling laten zien dat ze niet van plan zijn ook maar één cent van hun riant salaris in te leveren. Ze zijn verwend geraakt, zoals de hele KLM een verwend kind is dat verslaafd aan het overheidsinfuus ligt. Je ziet dat onder meer aan hun friends & family programma. Dat houdt in dat KLM-medewerkers voor niks mensen mee mogen nemen op hun vlucht. Paul de Leeuw zong al dat je met hem mee kon vliegen naar de regenboog, zoiets. De redenering is als volgt: het vliegtuig is niet vol maar vliegt toch, dus stap gezellig aan boord. Dat heb ik een streekbus nog nooit zien doen: ach, we zijn toch onderweg, meer brandstof kost het niet, lift u maar gratis mee. Of neem het spoor. Mensen die zonder kaartje de gok wagen om gratis op de trein te hoppen krijgen een boete als ze worden gesnapt. Nooit hoor je NS coulant reageren dat de dienstregeling niet verstoord is en dat de zwartrijder vrijuit moet gaan.

Ik was ook uit een andere nieuwsgierigheid naar Lelystad gegaan. De plaats ligt 25 minuten rijden van Lemmer en dus vlakbij Friesland, en er is een luchthaven. Die ligt er prachtig bij, zag ik. Dat Schiphol al het vliegverkeer opeist heb ik nooit begrepen, want ruimte voor uitbreiding is er niet meer, of je moet de Noordzee opgaan. Wat spreiding over het land zou goed kunnen zijn. Echter, als de vakantiecharters hun thuishaven in Lelystad hebben, valt onze provincie onder enkele laagvliegroutes. Stel dat wij – Friezen en onze gasten – daar last van ondervinden, dan ben ik tegen de uitbreiding van Lelystad. Rust, ruimte en een schone lucht vormen ons kapitaal. Daar verdienen wij aan. Luchtvaart brengt ons weinig, hooguit wat geloosde kerosine en luchtvervuiling. Van die verdwaalde douanemedewerker die er werk vindt worden wij niet beter. Bovendien sta je als vliegende Fries binnen vijf kwartier op Schiphol en anders is er nog vliegveld Eelde, dat nota bene deels van ons Friezen is (FB Oranjewoud).

Wat mij betreft gebeurt er wel wat anders in Lelystad en dat is het doortrekken van de spoorlijn naar Friesland over Heerenveen en Drachten richting Groningen en Duitse achterland (Hamburg, Bremen). De Leeuwarder Courant sputtert tegen. Dat bevreemdt mij niet. Die krant, hij heet niet voor niets Leeuwarder Courant, is overal tegen als Leeuwarden even niet meedoet. De Centrale As van Nijega naar Dokkum, de mooiste snelweg van Europa, moest er van de krant ook niet komen. We moesten met ons allen door Burgum, Buitenpost en Damwoude blijven dieselen en stinken. Het argument van de overbodigheid van een spoor (Lelylijn) is dat mensen straks alleen maar thuis werken. Dat geldt misschien voor organisaties die wij niet tot het bedrijfsleven mogen rekenen – overheden, onderwijs, zorg, banken, verzekeringswezen, publiekinstellingen – maar niet voor de ondernemingen waar ze wat maken waar een markt voor is, zoals de zuivel en de rvs-industrie waar Friesland mondiaal toonaangevend in is. Ik bezoek vaak productiebedrijven en de directies zijn unaniem: mensen werken bij ons niet thuis maar op de zaak. Dat is nodig en veel efficiënter. Je doet het namelijk met zijn allen. Ondernemen is teamwork en zonder teamspirit gaat dat niet. Thuiswerkers zijn autisten die een doodlopende tunnel in wandelen wat ten koste gaat van de werkgever en/of van de thuissituatie c.q. gezin, om het over het huwelijk maar niet te hebben. Ze komen van een koude kermis thuis en zullen op een gegeven moment merken dat hun baantje als nutteloos wordt beschouwd en wordt geschrapt. Neem de verhalen van stukjesschrijvers die aan de keukentafel anders beweren en denken dat het universum om hen draait, dus niet serieus. Het belang van de primaire sector, daar waar het geld wordt verdiend, wordt onvoldoende op waarde geschat. Zonder primaire sector geen secundaire (toeleverende) sector en al helemaal geen tertiaire (dienstverlenende) sector. Dus leg die duurzame Lelylijn maar aan. Die versterkt onze infrastructuur en daar kunnen wij als Friesland alleen maar beter van worden. Dat levert in ieder geval banen op. Mensen die hier wonen, werken of reizen dragen bij aan de economische impuls. Trouwens, we hebben nieuwkomers en forensen ook nodig. Er gaan meer Friezen dood dan er geboren worden. 

Taboe - Sjoerd Galema

Deze zomer zal er bij onze werkgeversvereniging VNO-NCW-MKB Nederland, in de persoon van Ingrid Thijssen, een nieuwe voorzitter aantreden. Onze huidige voorzitter Hans de Boer, geboren hier om de hoek in Witmarsum, doet dan, na een voor onze leden pittige tijd, een stap terug. 

Hans raakte in 2015 in opspraak vanwege zijn “Labbekakken” uitspraak, gericht aan mensen die wel middels uitkeringen profiteren van onze welvaart, maar niks willen toevoegen aan onze samenleving. Hij stipte daarbij een taboe aan, bijvoorbeeld omdat de scheidslijn tussen niet willen en niet kunnen werken soms flinterdun is. Toen er aan het begin van de Corona-uitbraak, rijen mensen nog snel even wat wiet wilden hamsteren bij de coffeeshops, moest ik toch even aan die uitspraak denken…

Bent u trouwens al wezen demonstreren tegen racisme? Na de verwijtbare dood van George Floyd in Minneapolis, is de verontwaardiging terecht groot, en staan mensen op voor gelijkheid en gerechtigheid, ongeacht ras of kleur. Ook in het racismedebat is de scheidslijn tussen wat kan en niet kan flinterdun én multi-interpretabel, met als voorbeeld de vaak pittige uitspraken van Johan Derksen. Als je in dit land niet tégen zwarte piet, of vóór een regenboogvlag bent, moet je goed oppassen om niet tegen je overtuiging in, voor bijvoorbeeld racist te worden uitgemaakt.

Het kan verkeren, want toen wij in een dorpje op de evenaar in Congo op familiebezoek waren, bij een Fryske missionaris, hoorden wij dat hij vaak als “die witte” werd aangesproken. Mijn moeder had constant kinderen aan haar benen zitten, die de nylonkousen wel erg mysterieus vonden… Wij hebben tijdens ons bezoek geen moment aan racisme gedacht…

De wereld kan altijd beter, “ek yn ús Fryslân”. Maar als het gaat over gelijkheid, verdraagzaamheid en mienskipssin, kunnen veel “principiële deugmensen uit de Randstad” die ons hebben gemist bij de demonstraties, hier nog wel wat leren van onze inclusiviteit en “it nei inoar omsjen”. Juist Friezen, met een grote hang naar autonomie, aanpraten dat wie niet tegen is, dus vóór is, dat is hier taboe. Gelukkig maar.

Onrust - Pim Baljet

In mijn laatste column beschreef ik dat de overheden van de ontwikkelde landen in de huidige coronacrisis een, in historisch perspectief, ongeëvenaarde hoeveelheid geld en steunmaatregelen aan bedrijven, werknemers en hun gezinnen ter beschikking stellen. Deze financiële steun wordt gefinancierd door staatsleningen uit te geven met als gevolg dat de staatsschulden van deze landen in een snel tempo oplopen tot duizelingwekkende hoogten. Hun gedrag kan worden bestempeld als: “wie dan leeft, die dan zorgt…”.

Nog veel grotere geldstromen kunnen worden gecreëerd door centrale banken. Centrale Banken zijn namelijk geldscheppende instellingen. Tot aan de kredietcrisis van 2009 was de belangrijkste taak van een centrale bank om door middel van het voeren van monetair beleid de voorwaarden voor economische groei te creëren op een zodanige wijze dat de inflatie beperkt blijft. Om dat te bewerkstelligen hanteren centrale banken de regel dat de groei van de geldhoeveelheid gelijke tred moet houden met de nominale groei van een economie. Het belangrijkste instrument dat zij tot hun beschikking hebben is het variëren van de officiële beleidsrente. Sinds de kredietcrisis is daar evenwel het grootschalig opkopen van staats- en bedrijfsobligaties bijgekomen. Door deze obligaties op te kopen ontvangen de verkopers geld van de centrale bank. Geld dat, althans dat is de hoop, wordt gebruikt om te investeren, goederen en diensten te kopen en op die wijze bij te dragen aan economische groei.

Om de dramatische economische gevolgen van het Covid-19 virus te beperken hebben de centrale banken de geldsluizen de afgelopen maanden steeds verder opengezet. Recentelijk kondigde de ECB aan het obligatie-opkoopprogramma met maar liefst 600 miljard euro te verhogen naar in totaal 1.350 miljard euro. Het stelsel van Amerikaanse centrale banken (FED) gaat zelfs nog een stap verder door geen limiet meer te stellen aan haar opkoopprogramma. Door deze nieuwe steunacties zijn de balansen van centrale banken de laatste maanden fors gestegen. In korte tijd is door de FED  voor 7.800 miljard dollar aan obligaties gekocht hetgeen gelijk is aan 38% van de omvang van de Amerikaanse economie.  Of dit alles in combinatie met staatssteun voldoende is om het tij te keren moet worden afgewacht. Feit is dat de grote hoeveelheden geld slechts beperkt in de reële economie maar vooral in de financiële markten neerslaan, waardoor deze een opvallend sterk herstel laten zien. Een trend waarin voorlopig geen einde aan lijkt te komen. Mede hierdoor wordt de kloof tussen arm en rijk verder vergroot en ligt sociaalmaatschappelijk onrust op de loer.

Mens erger je niet - Klaas Jansma

           Indertijd had ik gauw in de gaten dat het weinig zin had om me in de Zwartepieten-discussie te mengen. Hoewel ik zelf een jaar of tien als malloot met een zwart geschminkt hoofd optrad bij Jan Venema in de Lemstervaart, zei die hele traditie me niks. Ik geloofde al niet in Sinterklaas en in Zwarte Piet nog minder. Achteraf ben ik daar dankbaar voor.

            Zo ben ik ook altijd aan de kant blijven staan bij het debat over het aisykjen. Als kleurenblinde dromer kon ik al nooit veel eieren vinden, of het moest uit een eendennest zijn. Toen het aantal weidevogels dramatisch daalde, was ik gauw bekeerd. Dit had geen zin zo.

            Er zijn zo veel dingen om je druk over te maken, maar wat heeft het voor nut? Voor je het weet, word je door de tijd ingehaald en sta je als paljas langs de kant. Zo’n Kerst Huisman die met zijn protestbordjes voor ‘Jenny Douwes moet vrij’ langs drukke winkelstraten fietst, dat is toch tragisch. Ooit zo’n verdienstelijk journalist, principieel ook nog. Nu is hij net zo’n fantoomridder als Jan Post, Jehannes Spyksma en Ate de Jong. Jenny Douwes combineerde ‘media’ met een enkelvoudige persoonsvorm, wat een gruwelijk blijk van populistisch taalonvermogen is. ‘De media schrijft’, dat is bijna net zo erg als ‘wij maken onderdeel uit van…’ Wie dat zegt, deugt niet. Laatst hoorde ik het voor de televisie van Thijs van den Brink. Van hem had ik beter verwacht.

            Het laatste bastion waar ik nog gewapend op wil staan, is dat van de taal. Daarbij geef ik de voorkeur aan Fries, maar correct Engels mag ook. Het Nederlands is bedorven door Thierry Baudet. De gekkigheid om het over een ‘Uil van Minerva’ te hebben als je in Madurodam een paar zeteltjes wint, hou op. Neem een biertje en kus je vriend.

Dan liever Johan Remkes, als hij zijn poot maar stijf houdt en geen demonstratie toestaat die verboden is. Alle boeren die een verkeersweg blokkeren, op de bon, en Coronatokkies ook én anti-racisten. Dat zal ze leren. Maar als idioten beelden willen omtrekken, best jongens. Begin met dat van Abe Lenstra bij het megalomane stadion in 0513 en pak dan Anne Vondeling en Pieter Jelles Troelstra in 058. Abe kon beter voetballen dan ik ooit zal leren, daarom. En sociaaldemocraten mogen nooit een sokkel beklimmen. Ze horen solidair te zijn met het klootjesvolk en zich er niet boven te verheffen. 

            Roetveegpiet, dat past wel bij me. Goed stoken kan ik amper en mijn beste vrienden hebben een kleurtje. Onder elkaar spreken ze een vreemde taal die ik niet versta. Daar hoef ik me dus nooit aan te ergeren.   

Trochsette - Hans Wiegel

Dit jaar heeft een bijzondere zomer. CdK Brok zei het zo: “De eveneminten gean net troch, mar de simmer bliuwt”. Zo is het.

De Coronacrisis heeft allerlei gevolgen gehad. Geen sportevenementen tot 1 september. Geen Sneekweek, geen PC. Die wordt voorlopig naar 30 september verschoven, maar zeker is ook dat niet.

Ook allerlei zeilwedstrijden gingen niet door. Zie alleen maar naar Sneek. Het zou de 50ste ‘Kleine Sneekweek’ worden. Die zou in mei gevierd worden. Maar ook de Sneekweek zelf gaat niet door. Wat een teleurstelling, zo liet Kars Doevendans, de voorzitter van de KWS, weten. Voor de zeilers, maar ook voor de horeca en haar klanten. 

De liefhebbers van de paardenmanifestaties in Rijs en Buitenpost hebben dit jaar pech. Het fierljeppen is niet zeker. Misschien gaat er hier en daar ook wat kaatsen door. Dat betekent voor ons allemaal heel wat. Ook voor onze CdK. Voor hem – ik weet er nog alles van – is de zomer altijd het drukste seizoen. Van de ene activiteit naar de andere. Het wordt dus ook voor hem een rustige zomer. Gek gevoel.

Ik schrijf dit stukje eind mei. Bij Oudega (SWF) schijnt de zon. De vogeltjes fluiten, er kwam hier een eend met acht kleintjes achter zich aan. In het dorp is het rustig. Alleen de boeren zijn hard aan het werk. 

Ik had nog een tv-optreden. Mijn haar was net zo lang als in mijn jonge jaren, toen dat in de mode was.

Toch een mooie herinnering! Intussen mogen we weer van alles. Ook de cafés en de restaurants zijn weer open. Fijn voor ons allemaal. Maar wat een strop hebben de bedrijven in die sector gehad. De coronacrisis is op zijn retour. De gevolgen komen nog. De Friese economie verwacht een mokerslag, schreef de Leeuwarder Courant. Tanden op elkaar, veerkracht tonen, trochsette!

‘Awards’ doen wat met je bedrijf - Egon Diekstra

Wij wisten niet wat ons overkwam. Drie jaar na de oprichting van ons bedrijf werden we genomineerd als een van de drie bedrijven in de finale van Onderneming van het Jaar van Friesland. Belachelijk natuurlijk, maar wij dachten opeens dat we echt goed waren. We waren knap begonnen met ons bedrijf maar onderneming van het jaar in Friesland? Zo slecht is het ook weer niet gesteld in onze provincie. In drie jaar tijd ben je simpelweg niet ‘Onderneming van het Jaar’. We werden – uiteraard – geen winnaar.

Maar we konden vanaf dat jaar wel melden in onze bedrijfspresentatie dat we genomineerd waren als onderneming van het jaar in Friesland. En dat staat stoer, dat helpt zeker bij dienstverleners. De jaren daarna ontdekten we dat er vele prijzen te winnen waren in de markt. We waren te jong om direct meer prijzen of nominaties in de wacht te slepen en besloten zelf een prijs te verzinnen en deze aan onszelf toe te kennen. Dat gaf wat meer body aan de presentaties. Soms moet je de perceptie op je bedrijf ietwat positief beïnvloeden. We kochten lokaal een leuke beker met de inscriptie ‘beste retailservicebureau van Nederland’. Vervolgens werden we jaren achtereen winnaar. Toen we uiteindelijk zelf ‘echte prijzen’ gingen winnen, konden we afscheid nemen van de verzonnen prijs. Het is nu een trofee in ons museum. Met een mooi verhaal.

Als je snel groeit, val je op. Zeker in Friesland. We wonnen allerlei ‘Awards’ die met onze snelle groei te maken hadden. Uiteraard ook omdat sponsoren van deze prijzen graag met snelgroeiende ondernemingen in contact willen komen. Snelle groeiers hebben over het algemeen veel advies en hulp nodig is de algemene gedachtegang. En dus worden er prijzen verzonnen om met die bedrijven in contact te treden. Prima natuurlijk. Een mooie win-win.

De verschillen tussen de ‘prijzen’ die worden uitgereikt zijn groot. Op sommige onderscheidingen kun je echt trots zijn, soms is het ook een wassen neus. Dan zijn ze blij dat een bedrijf een akkoord geeft op een nominatie. In het ergste geval moet je fors betalen voor een prijs. RTL Z heeft daar een handje van. Die willen ieder bedrijf wel een prijs geven, als ze de zendtijd maar betalen.

In Friesland werden we in 2009 opnieuw genomineerd en we wisten ook deze keer niet te winnen. Dat was op zich niet zo erg, want er werd een hele mooie winnaar gekozen. De jury van de Verkiezing Friese Onderneming van het jaar, was echter dramatisch. Het argument om Hamilton Bright niet als winnaar te kiezen had te maken met het feit dat zij niet wisten wat wij precies deden en ze vertelden dit schaamteloos op de finaleavond. Een uitgebreid bedrijfsbezoek ten spijt. Een armzalige jury, die zichzelf compleet voor schut zette. Ik baalde van het amateurisme en wilde niets meer te maken hebben met deze poppenkast.

Inmiddels moet ik bekennen dat er veel is verbeterd binnen Stichting Friese Onderneming van het jaar. Aan de hand van het ‘Business Maturity Model’ worden bedrijven onder de loep genomen. Dat is zeer leerzaam en indien goed toegepast, krijg je absoluut goed presterende bedrijven in de finale. 

Ik kan bedrijven inmiddels aanraden om eens een poging te wagen om je te laten nomineren. Je leert er enorm van en mocht je genomineerd worden en te maken hebben met een goede jury, betekent het echt wat voor je bedrijf.

Crisiskoken - Albert van Keimpema

Corona heeft culinair zijn sporen nagelaten. De horecasector compleet op slot, ongekend. Misschien werkt de lockdown louterend. Allerlei initiatieven zijn ontstaan. Een van de opvallendste is de website Crisiskoken(www.crisiskoken.nl) die culinair journalist Mara Grimm in de lucht hing. Het thema van de site, waar een gelijknamig boekje aan is gekoppeld (€ 10, € 2,50 is voor de Voedselbanken), is lekker eten onder penibele, armoedige omstandigheden. Dat dat mogelijk is bewijst zij met de goedkope, eenvoudige gerechten die op de site staan, al meer dan vijftig recepten in totaal. Het is betaalbaar troostvoer dat Mara biedt. Zo helpt ze de calculerende fijnproevers de coronatijd door.  

Het blijkt dat je met een klein budget een heerlijk maal kunt bereiden. Ook dat biedt troost; dat je niet voor een vermogen hoeft in te slaan om toch lekker te kunnen eten. Goede koks weten dat al vanaf hun opleiding. Ze leren niet alleen koken, ze leren ook alles over voedsel bewaren, over verstandig inkopen en slim omgaan met ingrediënten. Daardoor is het mogelijk dat je in een specialiteitenrestaurant een geweldig driegangenmenu voor rond de 30-35 euro op tafel kunt krijgen. Wie boodschappen doet en niet al te kritisch is, merkt dat je veel geld kwijt bent aan een maaltijd die speciaal is, anders dan anders. Professionele keukens hebben het voordeel dat ze het hele palet aan kruiden, aroma’s en groenten in huis hebben die ze naar hartenlust kunnen combineren om hoog op smaak te koken. Dat is thuis een stuk lastiger.

In een tijd dat mensen meer op zichzelf zijn aangewezen word je meer op je zelf teruggeworpen. Mensen keren terug naar de basis. Dat is de gezonde keerzijde van de horecasluiting. Misschien leren we het door corona nog meer waarderen dat een restaurant bewust kiest voor streekgerechten waarin ingrediënten uit de eigen regio zijn verwerkt. Dat hoort bij duurzaam ondernemen. Deze zomer zijn de restaurants weer opengegaan. Ze zijn volop bezig zich uit de crisis te koken. Rijk aan smaak, zuinig in de bedrijfsvoering zoals het goed ondernemerschap betaamt.   

De heilige koe - Barbara van Beukering

Toen onze oudste dochter op haar achttiende haar rijbewijs haalde, besloten we een klein tweedehands autootje te kopen. Niet voor haar alleen, voor onze vier kinderen. Het was mij opgevallen dat een jonge verslaggever bij Het Parool de redactieauto niet wilde gebruiken als ze een reportage moest maken buiten de stad. Toen ik haar vroeg of ze geen rijbewijs had, antwoordde ze: ‘Jawel, dat heb ik al zeven jaar geleden gehaald maar ik heb sindsdien niet meer gereden. Ik durf het niet meer.’ Eyeopener. Je stopt duizenden euro’s in je kind voor het halen van een rijbewijs maar als ze vervolgens nooit meer rijden, kunnen ze op hun dertigste opnieuw lessen nemen.

Dus kocht ik voor elfhonderd euro een Fiat Seicento en zette die voor de deur. Wij betaalden de wegenbelasting, de kinderen de benzine. Ze overlegden onderling in een appgroepje wie de auto wanneer nodig had en door kilometers te maken leerden ze fatsoenlijk chaufferen.

Toen ik me vorig jaar opeens realiseerde dat jongste dochter al 24 was en ze allemaal hun eigen brood verdienden, werd het tijd om een einde te maken aan het door de ouders gesponsorde leaseautootje. De auto was nog steeds prima maar inmiddels niets meer waard, dus wij vroegen aan de kinderen wie het zou willen hebben. Gratis. Voor niks. Geen van de kinderen gaf sjoege. Ze konden toch nergens parkeren in Amsterdam, en op de snelweg stonden ze meteen in de file. Toen ik dit verhaal aan een vriendin in Friesland vertelde, puilden haar ogen uit van verbazing. Haar kinderen, tussen de negentien en de vijfentwintig, hadden allemaal al lang een eigen auto. Geen lullig oud Fiatje, nee zij hadden allemaal een luxe Duitse auto. Net als hun ouders. Friezen houden van grote huizen en grote auto’s. Ze houden ook van autorijden. Dat is natuurlijk niet verwonderlijk want het is er vergeleken bij de Randstad leeg. In de twee jaar dat ik in Friesland woon heb ik nog nooit in een file gestaan. Het merendeel van mijn Friese vrienden houdt zich niet aan de maximum snelheid. 

Mijn Friese vriend vindt het een storend gebod. Hij zegt: ‘In Friesland moet je lekker door kunnen rijden. Dat past bij onze ruimte, bij onze filevrije wegeninfrastructuur en bij onze mentaliteit.’ Ik hoorde een kennis uit het dorp laatst zeggen: ‘Toen je 130 kilometer per uur mocht rijden, reed ik steevast 160. Nu we maar 100 kilometer mogen rijden, rijd ik 130. Als ik langzamer rijd wordt het gevaarlijk, dan ga ik ongeconcentreerd om me heen zitten kijken.’ Ikzelf ben zo’n tuthola die zich keurig aan de 100 kilometer houd. Ik stel de cruisecontrol in en haal mijn voeten van de pedalen. Als ik dat niet doe, heb ik geheid een bon. Laatst reed ik voor mijn doen een beetje haastig naar Rotterdam. Ik ben zowel op de heen- als terugweg geflitst wegens respectievelijk 4 en 6 kilometer te hard. Twee boetes van 50 euro. Ik word daar stikchagrijnig van. Mijn Friese vrienden hebben daar geen last van. In Friesland is aanzienlijk minder controle, en waar die wel is, gebruiken ze Flitsmeister.

Ook met de alcoholgrenzen nemen de Friezen het minder nauw dan de westerlingen. De afstanden zijn kort, de wegen leeg, en gecontroleerd wordt er sowieso maar zelden. 

Laatst gaf ik een etentje voor wat vrienden uit het dorp. Hoewel het dorp één kilometer van ons huis ligt, kwamen ze zonder uitzondering allemaal met de auto. Na uitgebreid tafelen van zes tot elf, vertrok het eerste stel. Ik kreeg tien minuten later een appje: controle op de dijk, niet rijden! De rest van het gezelschap besloot nog maar even te blijven en schonk nog een keer in. Na een uur durfde de volgende het wel aan en vertrok. Er kwam weer een appje: kust is veilig! Een kwartier later had ik ze allemaal uitgezwaaid. 

Een vriendin die bij het etentje was werd de volgende ochtend door haar zoon van dertien geappt: ‘Was jij gisteravond dronken?’ Mijn vriendin appte haar zoon, die op school zat, terug: ‘Huh, nee waarom?’ ‘Omdat je kofferbak nog open stond.’

Barbara van Beukering is journalist en schrijver. 

Friesland onder de loep - Albert van Keimpema

Reduzum en Dearsum waren de pioniersdorpen in Friesland als het om windenergie gaat. Veertig jaar geleden was de uit Amsterdam afkomstige René Poppen (hij verhuisde in 1973 naar Friesland) een van de gangmakers. René was het stereotype van de progressieve Randstedeling op het platteland: wilde haardos, bril, baard, visionaire geest. In het legendarisch Bokwerder Belang van Rink van der Velde, de rubriek die vroeger wekelijks in de Leeuwarder Courant werd gepubliceerd, figureerde zo’n personage. Van der Velde gaf hem de naam drs. Gijsbert Willemoed, de agoog van Bokwerd. Poppen zal ook wel een of andere goog of loog zijn, hoewel hij nu in de automatisering zit. Zulke mensen/nieuwkomers worden in de Friese dorpen direct in allerlei besturen gehaald. Gek is dat. In Friesland wordt de vreemdeling niet gediscrimineerd, maar omarmd. Wij denken ook gauw dat een ander het beter weet. De persoon in kwestie denkt er hilarisch genoeg vaak eender over. 

Poppen vindt zichzelf eveneens geen domme man en dat is hij ook niet. Als verslaggever van het Sneeker Nieuwsblad maakte ik in 1980 kennis met deze opmerkelijke man, de Don Quichotte van Friesland, iemand die niet tegen maar vóór windmolens vocht. Wat ik grappig vond was dat hij zich in Poppingawier settelde. Ik weet nog steeds niet of dat met opzet was. Je moet de zucht naar profilering nooit onderschatten bij een strateeg als hij. Zo’n lieflijk dorp in de Lege Geäen paste natuurlijk wel in het plaatje. Als je de grote stad ontvlucht moet je niet naar Leeuwarden gaan. Binnen de PvdA was hij actief en al gauw schopte Poppen het tot wethouder van de gemeente Rauwerderhem en later van 1984 tot 1989 van Boarnsterhim (Blunderhim in de volksmond) dat een samenvoeging was van Rauwerderhem, Idaarderadeel en Utingeradeel. Gemeenten hadden toen nog mooie Nederlandse namen, nu dragen ze overwegend saaie (wind)streeknamen. 

Poppen was vernieuwend. Hij was voor windenergie. Wat dat betreft had hij in Friesland meer te zoeken dan in het luwe Amsterdam. In 1981 richtte hij in Dearsum samen met gemeente, provincie, gasbedrijf Westergo, PEB (later Nuon, nu Vattenfall) en dorpsbelang een stichting op om zelf een windmolen te exploiteren en los te raken van het openbaar net. In 1987 was het zover. Ik vond het een prachtig, eigenwijs initiatief. Wy rêde ús sels wol, is in onze provincie een gevleugelde uitspraak. Maar ik had wel mijn twijfels toen ik dat zielige molentje zag. Als ‘ie maar niet omwaait, dacht ik nog. Winst hoefde de molen niet op te leveren, vond Poppen. Dat nutsbedrijven minimaal tienduizenden aansluitingen moeten hebben om winst te kunnen maken, vond hij onzin (‘Het lokale gasbedrijf kon in die tijd al met 1.250 aansluitingen uit’). Bovendien is energie een eerste levensbehoefte die je niet mag privatiseren, stelde hij. Dat ben ik helemaal met hem eens. Poppen is pragmatisch en partijpolitiek maakte hij ondergeschikt aan de doelen die hij wilde bereiken. ‘Ik ben een doener,’ zei hij in 2013 toen hij een vervolg gaf aan zijn windenergieplannen met het bestuurslidmaatschap van Ús Koöperaasje, een inwonerscoöperatie die honderd procent groene lokale energie aan alle deelnemers in de hele provincie wil leveren. 

     

Windenergie betekent echter nog geen wind in de zeilen. In Reduzum weten ze alles van dorpswindmolens, de eerste stond er dankzij mienskipssin al in 1994, maar die is bijna uitgedraaid en een nieuwe komt er voorlopig niet. Die is te duur. De oude molen kostte € 100.000 en een nieuwe vergt een investering van meer dan € 1,1 miljoen nadat leverancier Enercon uit Duitsland plotseling de offerte met drie ton verhoogde. Voor voorzitter Henk Vellinga van stichting Doarpsmûne Reduzum reden om op te stappen. Ze hebben er jarenlang leuk mee verdiend, van de opbrengst de verbouw van de school kunnen voorfinancieren en met zonnepanelen verduurzamen, een schoolbus op de weg houden, investeren in een kunstgrasveld met led-lichtmasten voor de korfbalclub. Nu is het dood in de pot, want de dorpen zitten ook wat betreft windenergie in de wurggreep van de grote jongens die hun molens onnodig duur maken en burger en overheid weten uit te knijpen. Ik roep hierbij de BV Nederland op om eindelijk eens goed te investeren. Niet in een failliete luchtvaartmaatschappij (KLM) waar buschauffeurs in de lucht vijf ton per jaar verdienen, niet in de overwogen participatie in een warenhuis (HEMA) dat van een miljardair is en waar in schulden handelende durfkapitalisten de dienst uitmaken, niet in banken (ING) die toch niet zonder bonuscultuur kunnen. Maar wel bij voorkeur in energie voor iedereen, en dan mag het wat mij betreft ook windenergie zijn – liever nog kernenergie – zolang het een dorpsmolen is die de Friese horizon niet vervuilt. 

In de LC zag ik namelijk in een luchtfotoserie van de schitterende kleine kernen in Friesland, het dorpje Cornwerd van boven. Deze plek schijnt de beste windlocatie van ons land te zijn. Nou, dan weet je het wel. De paar kleine windmolens ten noorden van Cornwerd maken plaats voor windpark Nij Hiddum-Houw. Dan gaan rivieren aan subsidies stromen, gaat het grote geld een rol spelen en bezwijken boeren onder de verleidingen. Er verrijzen 9 windturbines van maar liefst 200 meter. Weg leefbaarheid, vogels kunnen het schudden, het uitzicht verpest. Het is misdadig. Na twintig jaar zijn de turbines aan hun eind en kun je de afgeschreven en niet te recyclen boel vervangen en kun je weer opnieuw beginnen. En het is maar zeer de vraag of dat zonder enorme geldinjecties kan.

Ik verlang weer naar de pionierstijd van René Poppen, al is het onheil met hem begonnen.

Friesland onder de loep - Albert van Keimpema

Ik ben in februari geïnstalleerd als raadslid in De Fryske Marren. Dat deed nogal wat mensen de wenkbrauwen fronsen. Jij? Raadslid? Hoe denk je dat te combineren met jouw onafhankelijk geest? Ik zou niet weten waarom niet. Juist als je kritisch bent en je onafhankelijk opstelt, lijkt me een raadslidmaatschap een goede hobby. Nu stond ik op de lijst van de VVD. Daar kun je vraagtekens bij plaatsen, dat ik namens deze partij in de raad zit. Maar wat doet de partij er in de lokale politiek toe? Landelijke thema’s spelen er niet, in de gemeente of de provincie werkt de VVD even makkelijk samen met een SP als met Forum. Als liberaal moet je toch ergens onderdak vinden. D66 vindt dat je als liberaal ook bij hen terecht kan. Ik vind van niet. Of je moet drugs graag willen legaliseren met alle ellende van dien of alle boeren willen opruimen, wat me erg contraproductief lijkt voor zowel de staatskas als het milieu. Bovendien ben ik van mening dat het politieke spel tegenwoordig te veel over de flanken wordt gespeeld. Een stevig midden met sociaaldemocraten, liberalen en confessionelen lijkt me niet verkeerd voor de stabiliteit in dit land.

Daar komt bij dat ik graag mijn mening ventileer. Dat kan iedere burger doen. Daar hoef je geen journalist voor te zijn. Maar als raadslid legt je mening misschien wat meer gewicht in de schaal. Ik ben bijvoorbeeld voor de schone kernenergie omdat je in een land dat steeds voller wordt en steeds meer stroom gaat gebruiken, niet zonder kan. Al helemaal niet als je milieudoelstellingen wil halen en evenmin als je niet afhankelijk wil worden van het buitenland wat betreft je energiebehoefte of van de grillen van zon en wind. Ik ben ook erg voor natuur en milieu. Zo speelde in mijn gemeente de zandwinning uit het IJsselmeer. Mijn partij is voor, ik ben tegen. Haal dat zand maar uit de Sahara, daar ligt genoeg. Als watermens (opgegroeid bij de doorwaadbare Koevorde waar je tot je middel in het water én op een prachtige zandplaat staat) weet ik hoezeer diepte en golfslag een meer ecologisch kan vernielen. Komt bij dat zonder zand een meer haar recreatieve waarde verliest. Als mijn vader niet zo veel actie had gevoerd in de jaren zestig tegen de voorgenomen zandwinning voor de aanleg van de A6, had de Koevorde er heel anders uitgezien. Op zonnige zondagen in de zomer ligt het meer vol met kleine boten en zwemmers, oudjes en kinderen. Die zandwinning werd een heet hangijzer. De FNP switchte van standpunt – eerst voor en op het moment suprème tegen – en werd uit het college gekieperd, want afspraak is afspraak, alsof je na tien jaar niet van standpunt mag veranderen of tot een beter inzicht mag komen. Wat betreft de A6, die is er ook zonder dat prachtige Koevorde-zand gekomen. Helaas is onder de regie van de overheid de westelijke oever van de Koevorde vernield met drek uit de Langweerder Wielen, het buurmeer nota bene. Lelijke drijvers die het depot omringen ontsieren de natuuroever daar. Misschien weer tijd voor actie. 

Nu ben ik ook lid van de FNP, de partij die meer op geothermie wil inzetten dan op de landschapsvervuilende zonneparken en windturbines. Uit adhesie ben ik lid. Friesland verdient gewoon een eigen partij die nog wat meer dan andere partijen hoedt over taal, cultuur, landschap en identiteit. Zelfs was het mogelijk geweest gewoon als zelfstandig FNP’er die niet op de kieslijst van deze partij stond in de raad zitting te nemen. Dat zou landelijk nieuws geworden zijn. Ik denk dat de gemeentewet op dit punt herzien moet worden.

De Fryske Marren is een mooie gemeente met, de naam zegt het al, veel meren. Hier wonen is een voorrecht. Echter, toen ik recent een woonstedenonderzoek van Elsevier doornam bleek mijn gemeente samen met die andere prachtige gemeente Súdwest-Fryslân zowat onderaan de landelijke lijst te bungelen. Hoe is het mogelijk? Wel, dat is mogelijk als je maar genoeg al dan niet gemanipuleerde input in een computer stopt. Heeft DFM een ziekenhuis? Nee. Er staat niet bij dat je binnen vijf minuten in Sneek en in Heerenveen kunt worden opgenomen. Is er een treinstation? Nee. Er staat natuurlijk niet bij dat je in beide genoemde plaatsen ook op de trein kunt stappen en dat Joure met het nieuwe knooppunt super strategisch gelegen is. Zo kan ik nog een poosje doorgaan met een opsomming hoe ondernemersvriendelijk DFM is, hoe hoog de pleziervaartvoorzieningen zijn, hoe goed de woonkwaliteit is enzovoorts. Als je niet oppast word je straks geregeerd door algoritmes, zei burgemeester Fred Veenstra terecht.

Als nieuwbakken raadslid bevreemdt het mij ten zeerste dat er een Friese Burgertop is geweest. Die is samengesteld uit 43 uitgelote Friezen. Inzet was om te zien hoe de democratie kan worden vernieuwd. En dan is het lot dus bepalend! En georganiseerd met provinciaal geld. Gekker kan het niet worden, ruwer en dommer kun je een democratie niet uithollen. De provincie weet niet waar ze met het geld heen moet. Arno Brok zit er als commissaris. Een man met een goed verstand. Zou hij dat weleens gebruiken om zulke onzin tegen te houden?, vraag ik mij dan af. Er waren drie weekenden gepland om te brainstormen en een vaag en zweverig ‘intensief groepsproces’ in gang te zetten. Veertig procent haakte af en bij de eindpresentatie van het geneuzel was de helft present. Gedeputeerde Douwe Hoogland (PvdA) ontmaskerde zichzelf als een dwaallicht door dit groepje heikneuters ‘de nieuwe provinciale staten’ te noemen. Ik ben benieuwd naar uw reactie. Ik ga even lachen, dat is veel gezonder dan je te ergeren. 

Friesland onder de loep - Albert van Keimpema

Het is half oktober en ik geniet van een stralende nazomer, een Indian Summer die we nu ook in eigen land hebben. Het kwik is tegen de 25 graden gestegen. Maar dit mooie weer zou van korte duur zijn. Voor de komende week wordt 13-15 graden voorspeld. De jas kan weer aan, vertellen de weermensen. Echter, de hele week werd het 23-25 graden in het hele land. Ik vraag mij af: als je een dag tevoren niet weet wat voor weer het wordt en je zit er met de voorspelling zes dagen lang tien graden naast, kan ik dan vertrouwen op het weerbericht van over duizend jaar? Want die voorspellingen – liever gezegd: onheilsvoorspellingen – verneem ik dagelijks. Moeten wij waarde hechten aan klimaatmodellen voor de verre toekomst?

Is het erg dat de zeespiegel stijgt? Dat is maar hoe je het bekijkt. Voor Moeder Aarde maakt het totaal niet uit. De zeespiegel is in haar bestaan vele malen veel hoger geweest. Er zijn tijden geweest dat er nauwelijks land op Aarde was, Europa uit een groep eilanden bestond. Toen de Dinosaurussen 65 miljoen jaar geleden, niet eens zo ver terug in het bestaan van de wereldbol, als gevolg van een meteorietinslag bij Mexico uitstierven, had de Aarde niet eens poolkappen. Sindsdien kwam ze de tijd prima door. Voor ons mensen wordt het lastiger. Ik kan me een dijk van een meter of twintig nog voorstellen, maar veel hoger niet. Als Moeder Aarde kon denken, zo heb ik het idee, zal het haar een rotzorg zijn hoe hoog het water stijgt. Ben ik van die lastposten af, hoor ik haar denken. En wij zijn er nog maar pas, hè? Als je het op een schaal van een etmaal berekent zijn we hier nog geen halve tel. 

Ik lees in de Leeuwarder Courant, waar een debat plaatshad over het klimaat, in een stuk van Willem Bosma dat 650.000 Friezen evenveel CO2 uitstoten als zeventien miljoen Zambianen. Is dit relevante informatie? Koolstofdioxide is een onmisbaar gas voor leven. Moeten wij Friezen ons hier wat van de vergelijking aan trekken? Iedereen schijnt te vergeten dat elke ademhaling, elk onderdak, elke handeling, elke vorm van productie hoe primitief ook, elke vorm van verwarming, elke vorm van energie die waar dan ook door wordt opgewekt en elke vorm van afstandsoverbrugging het milieu belast. Het wezen van de mens is dat hij vooruit wil. Daar is geen houden aan. Stop dus met zulke onzinnige vergelijkingen. Er is geen weg terug. Rantsoen gaat de mens niet vooruit helpen. Somberen en jammeren evenmin. Vierhonderd jaar geleden beleefden we een kleine ijstijd, vierhonderd jaar daarvoor een warme periode. Het klimaat is grillig en daar heeft de mens die denkt dat ze alles kan maken – letterlijk en figuurlijk – minder invloed op dan we denken. Willen we op Moeder Aarde passen, wat hoort, ga dan aan de slag en ontwikkel andere vormen van energie in plaats van de ouderwetse windturbines die niet duurzaam zijn en een enorme impact op het milieu hebben. Als we Moeder Aarde lief hebben plempen we haar toch niet vol met batterijen vol chemische niet recyclebare shit, wat gebeurt als we deze waanzinnige weg vervolgen? Waar ik me ook over verbaas is dat men kennelijk denkt dat een stopcontact schone energie is. Alsof voor het leveren van stroom geen energie nodig is! Stroom met stroom opwekken gaat nu eenmaal niet. Vandaar dat in Amsterdam de grootste steenkoolopslag van Europa ligt te wachten op (verontreinigende) verwerking.

Ik zou Bosma een grote kerel hebben gevonden als hij ook even aangeeft hoe Spartaans of Zambiaans wij moeten leven. We kunnen alle wegen sluiten, in plaggenhutten gaan wonen, niet meer naar school gaan en niet meer werken, want alle tijd hebben we dan nodig voor het voorzien in eten, dat op deze bevolking bij lange na niet genoeg is om van te leven als we niet hightech-genetisch/industrieel gaan verbouwen. Laat staan dat we een cent te makken hebben om überhaupt nog wat aan het milieu te doen. 

Maar het worden zware tijden want het grootkapitaal en de klimaatactivisten hebben elkaar gevonden. Dat is een bijkans onverslaanbaar monsterverbond. Er zal nog heel veel fakenieuws over ons uit worden uitgestort. Nijpels cum suis zijn net Jehova’s: als je maar lang genoeg hamert op het einde der tijden gaan mensen er misschien wel in geloven. En dan gaan ze óf De Wachttoren lezen óf hun hypotheek verhogen voor een warmtepomp. 

Over kernenergie, de vooralsnog enige oplossing voor een vrijwel schone, duurzame en betaalbare energietransitie, lees ik niks. Daar wil ik onze oud-provinciegenoot Ed Nijpels, de voorzitter van het Klimaatberaad, graag eens over horen. 

Mark Rutte is niet de enige die zo naïef is om multinationals en haar eigenaren een douceurtje te gunnen in de vorm van belastingvoordeel. In De Fryske Marren kunnen ze er ook wat van. Daar wordt in alle beslotenheid en schimmigheid Douwe Egberts gesteund. Zogenaamd om werkgelegenheid te creëren, maar het komt neer op het behoud van een handjevol banen. De steun kan oplopen tot anderhalf miljoen euro. Reken even mee: uitgaand van een bruto jaarsalaris van € 50.000 per werknemer stel je met dat vorstelijke bedrag ontslag voor dertig medewerkers een jaartje uit. Maar goed, de gemeente heeft dat geld zelf niet hoeven verdienen. Dat hebben de burgers en het bedrijfsleven gedaan. 

In Leeuwarden weten ze ook wat geld uitgeven is. Culturele hoofdstad mag niet stoppen, want we zitten in een flow. Dus komt er een heropening. Misschien laten we wel weer zo’n houten pop door de stad lopen. Royal de Luxe heeft er nog wel een paar in de stoel zitten. Het kost ook niet zo veel: voor 4,5 miljoen heb je er twee of drie. Komen nog wel wat beveiligingskosten bij. Nee, niet de zes ton waar de gemeente van uit was gegaan. Dat bedrag is overschreden met nog eens een half miljoen. 

De man die met Royal de Luxe aankwam was het culturele brein Lieven Bertels die haastig vertrok toen hij in de gaten kreeg dat hij er geen honderd miljoen doorheen kon jassen. Voor De Stormruiter had hij niks over en vervolgens bestelt hij voor miljoenen houten poppen die overal een stadse kermis komen opvrolijken, maar die niks aan cultuur inbrengen. Ja, met zo’n Bertels haal je artistiek een ongekend niveau in huis. Vervolgens gaat de LF2018-organisatie met de successen aan de haal. De Stormruiter was het topproject zo werd breed uitgemeten, maar het was een compleet zelfstandige, zelfbedachte, zichzelf bedruipende productie! Wat wel heel geslaagd was, was de inzet van de mienskip. Met name de dorpen hebben zich fantastisch gemanifesteerd. De kracht en de ziel van de provincie schuilt op het platteland.  

Maar of het Provinciehuis zo ver kijkt? Dokkum valt buiten de Eredivisie van Friese steden (Sneek, Leeuwarden, Drachten, Heerenveen en Harlingen). Hoe is het mogelijk? Waarschijnlijk zeurt de stad het minst om subsidie. Subsidie is als water: een levensbron die niet meer mag opdrogen. En dat zal ook wel niet want we gaan investeren in de legacy van Culturele Hoofdstad. Je verleert er wel het rekenen door. De ontwikkeling van het WTC-complex met het Cambuur-stadion verzuipt in cijfers van veel verschillende sommen met dito uitkomsten, terwijl de gemeente en de nieuwe bibliotheek in de Blokhuispoort elkaar verkeerd begrijpen en rente plus aflossing en onderhoud, energie en beheer door elkaar halen. Verwarring alom. Acht ton is nodig om de komende twee jaar de tekorten te dekken bij de bieb en het poppodium Neushoorn, een nutteloze accommodatie die je net zo goed op de markt kunt afhuren. Popmuziek waar niemand naar luistert kun je net zo goed in een zuipkeet spelen. Bijvoorbeeld op het platteland. Heeft niemand er last van.  

Friesland onder de loep - Albert van Keimpema

Ik sta daar nooit zo bij stil, bij het maken van statements waar iedereen aan mee moet doen. Ik heb trouwens nooit begrepen waarom de mens zich zo nodig collectief manifesteert. Dat begint al bij een wandeltocht. Waarom zou die voor mij door een organisatie moeten worden gepland en uitgestippeld? Ik ga liever op een door mij bepaalde dag, op een voor mij geschikt tijdstip, langs een route die ik aantrekkelijk vind en daarbij een afstand afleg die mij het beste past en geen blaren oplevert. Ik begrijp ook niet waarom schaatsers elk jaar maar weer, en meestal tevergeefs, op een Elfstedentocht wachten. Als het ijs sterk genoeg is, ga dan. Met een groepje van een man of vijf, voor het geval dat. Niemand die je dat belet. Ik neem aan dat je op de schaats minstens zo intens geniet van de winterkou, de natuur en dat donkere, krakende ijs in een weidse stilte als van een dronken, hossende en lallende menigte langs de kant en hoempapamuziek op de bolwerken. Neem de tijd en laat je niet in de stress schieten door stempelaars of een tijdslimiet. Heb je de tocht volbracht, laat het dan weten en als ze je niet geloven, dan maar niet. Of neem een eigen routekaart mee en laat die afstempelen door plaatselijke kasteleins. Zo ging het vroeger ook. Heb je bovendien een uniek document. Mocht die Elfstedentocht evenzogoed komen, kun je alsnog het kruisje halen. 

De krankzinnigheid van de massaliteit gaat aan mij voorbij omdat ik er niet aan mee doe. Toch ontkom je er soms niet aan omdat er heel veel aandacht wordt gevraagd. Zo dacht ik afgelopen zomer op een gegeven moment: wat duurt die Nijmeegse Vierdaagse toch lang. Moest die nog beginnen! Ruim een week van tevoren, zo werd mij later duidelijk, was men al begonnen met voorbeschouwingen. Dagelijks was Fons de Poel op tv om met zijn overdreven presentatie het vuurtje op te stoken en de gemoederen te verhitten. En het geeft resultaat. Toen het wandelen eindelijk was begonnen, zag ik een hele stoet van doorgedraaide lemmingen voorbijtrekken die je liever ter beschikking ziet gesteld, of ziet overvallen door een Chinese wolk vol smog.

In onze provincie hebben wij ook zo’n evenement waarbij de boel op z’n kop staat: de Elfstedenfietstocht op Pinkstermaandag. Gelukkig is die nog niet verworden tot een Nijmeegse kermis, maar fietsen op die dag is geen pretje. Ik had een keer de euvele moed samen met de kinderen een blokje om te pedaleren, en ik was blij dat iedereen weer heelhuids thuis kwam. Pelotons van vier rijen dik kwamen gevaarlijk op ons afgestoven, druk gebarend dat we de berm in moesten. De mens die in de massa opgaat is een willoos werktuig zonder aan- of uitknop. Maak dat je wegkomt.

Deze gedachten vloeien voort uit iets waarbij ik dus wél stilstond omdat ik er niet mee bekend was: steptember. Wat van ons wordt verlangd is dat we in de maand september elke dag tienduizend stappen zetten. Dat aantal schijnt sowieso al te moeten wil je fit blijven en gezond oud worden, als je geluk hebt. Om de hulpeloze mens te helpen is er een apparaatje ontwikkeld dat jouw stappen telt en dat noemen ze dus een stappenteller. Wie nu denkt dat de meter door het doen van boodschappen, het ophalen van de kids of het ijsberen op kantoor ’s avonds voor het slapen gaan op tienduizend staat, komt bedrogen uit. Ik heb een tip: loop gewoon tien kilometer en je hebt gegarandeerd tienduizend stappen gedaan, nog hele grote stappen ook. Simpel. Echter, hele volksstammen hebben een teller omdat deze wordt voorgeschreven door de marketeer en de fitnessgoeroe. Mensen die lijden aan groepsdwang zijn gevoelig voor zulke types, de predikers anno 2018. 

Goed, steptember dus. Origineel is het niet want na september volgt stoptober, de maand die je moet helpen met het stoppen van roken. Nou zijn er ook zaken waar het beste iedereen aan mee moet doen. Roken is echt dodelijk en daar steek ik niet de draak mee. Mijn vader rookte zware, zwarte shag van Javaanse Jongens, die heel lief op het pakje staan afgebeeld maar die wel voorkwamen dat hij ouder dan 64 werd. Toch heb ik niet het idee dat stoptober geweldig aanslaat, terwijl je toch zou mogen hopen dat mensen en masse het roken in de ban doen.

Een andere gezondheidsactie volgt meteen daarna – ja, we worden wel bezig gehouden – en dat is movember. Waartoe dan wordt opgeroepen is het laten staan van je snor om aandacht te vragen voor prostaatkanker. Ik zie het verband niet, maar misschien heeft het met stoerheid of mannelijkheid te maken. Ook googlend kwam ik er niet uit. Prostaatkanker is wel een hele scherpe zeis waarmee Magere Hein rond maait.

Hilarisch is dan weer de warmetruiendag in februari om de verwarming een tandje lager te zetten en energie te besparen. Maar nog meer is het een wereldbeeld van geitenwollensokkenmensen die in alles op rantsoen willen en tegen vooruitgang indruisen en niet in oplossingen denken, zoals de natuurfilosoof Ton Lemaire die zichzelf als ‘ecologisch vluchteling’ typeert en in Zuid-Frankrijk als een holbewoner leeft en er trots op is dat hij zich warm houdt met het stoken van hout dat hij met een handzaag heeft gezaagd. Kennelijk niet wetende dat een houtvuurtje milieuvervuilender is dan honderden cv’s bij elkaar. 

Je staat versteld hoe mensen over milieu praten tegen de achtergrond van hun eigen bestaan. Milieuvoorvechtster Marjan Minnesma van Urgenda zegt dat we niet hoeven te isoleren. Dat zou niet helpen. Bij haar niet nee, want de wind plus de energie waait zo door haar bouwvallig woonboerderijtje heen, en dat heeft dan dak en muren behangen met zonnepanelen. Dat zulke mensen zichzelf nog serieus nemen. Ed Nijpels van het Klimaatakkoord staat evenmin sterk in zijn verhalen als eigenaar van een grachtenpand en een woonboerderij in Friesland met zwembad en alles erbij. Verbeter de wereld en begin bij u zelf. Maar de elite heeft haar eigen moraal. En dan moeten de huizen van het gas af, de burger betaalt de rekening terwijl de uitstoot van CO2 er niet minder door wordt omdat meer stroom moet worden opgewekt en daar dus behoorlijk meer gas voor nodig is, aldus de Groningse hoogleraar Machiel Mulder. Laat de overheid de energietransitie zelf trouwens betalen. Mark Rutte kan kennelijk twee miljard laten lopen om hier een hoofdkantoor en een fabriek van één bedrijf te houden. Hij heeft zich in het pak laten naaien. Wie de rekening betaalt is het midden- en kleinbedrijf, veel meer de ruggengraat en banenmotor van de Nederlandse economie dan het handjevol multinationals. Deze bedrijven zwoegen en worden zodra ze vet op de botten kweken afgeroomd door de fiscus die het geld ophaalt voor de grote slokop. Straks is het alle dagen warmetruiendag. Nee, Rutte gaat dit niet redden. 

Liever een rokje dan een trui trouwens. Martin Bril (1959-2009) bedacht rokjesdag: die ene dag dat alle vrouwen als bij toverslag ineens rokjes dragen, met daaronder blote benen. Ik vond het een geweldig initiatief waarvan ik nou wel hoopte dat het massale navolging zou krijgen. Dat leek ook zo, maar de genderpolitie die alle hoofden over één kam scheert heeft dit ‘voyeuristisch spektakel’ met succes in de wielen gereden. 

‘Rokjesdag doet mij meer dan Internationale Vrouwendag,’ schreef Bril, die als jongen nog in Drachten heeft gewoond.

Laat ik dan ook maar afsluiten met een stoer wijf: ondernemer Jenny Douwes (39) uit dezelfde plaats. Zij staat in september met 33 anderen voor de rechter vanwege de A7-blokkade waardoor antizwartepiet-activisten niet naar de Sinterklaasintocht in Dokkum konden opstomen. Ik las een interview met haar in de Volkskrant. Zelden las ik van iemand zulke sterke statements en zo’n helder beeld van de maatschappij. Haar boodschap was simpel: geen ruzie maken in het bijzijn van kinderen. Ze komt in het geweer ‘tegen het ondemocratisch verloop van discussies over Zwarte Piet, het slavernijverleden en aanverwante zaken’.

‘Ik zal niet zeggen dat de minderheid zich altijd naar de meerderheid moet voegen, maar nu gebeurt vaak het omgekeerde. Neem dat indianenfeest in Utrecht dat opeens racistisch bleek.’ 

Ze heeft de behoefte om op te komen voor anderen: ‘Mensen voelen zich snel onzeker over zichzelf. Ze zijn overgevoelig voor het verwijt dat ze racist zijn. Kruipen dan in hun schulp. Ik luister naar alles en iedereen, maar uiteindelijk ben ik sterk genoeg om te zeggen: en dit vind ik ervan. Laten we lokaal variëren. In de ene plaats Blauwe Pieten mocht daar behoefte aan bestaan, in de andere Zwarte Pieten.’

Met zulke mensen in de provincie en de boeren die Maarten van der Weijden begeleidden ben je blij dat je Fries bent en hier woont. 

Winst

We hebben met zijn allen een bijzonder, en voor velen een moeilijk jaar 2020 achter de rug. Nu we net aan het nieuwe jaar zijn begonnen, lijkt het mij wel een mooi moment om deze column juist nu te vullen met hoop, een wenkend perspectief, vooruitgang en gezondheid in 2021. Op alle zaken die ik ga noemen is vast het een en ander af te dingen, maar het lijkt me in het kader van het voorgaande goed, daar in deze eerste editie van het Fries Journaal in dit jaar, eens NIET bij stil te staan.

Een grote gamechanger wordt natuurlijk het vaccin tegen corona. Een bijzondere prestatie van de wetenschap en de farmaceuten, die in de loop van komend jaar steeds meer mensen hun vrijheid zal teruggeven, en belangrijker; ons zal beschermen tegen deze pittige ziekmaker.In maart krijgen we verkiezingen voor de Tweede Kamer en volgt hopelijk snel daarna de vorming van een nieuw kabinet. Nieuwe politiek bestuurders kunnen ons land weer perspectief bieden, en wellicht een beetje resetten, zodat we het beroerde 2020 snel achter ons laten. Niets ten nadele van Rutte en zijn Ministers die nu een geweldige klus klaren, maar met een frisse ploeg lukt het sneller, om met zijn allen de blik weer vooruit te krijgen.Belangrijk punt in het regeerakkoord zou een grotere erkenning voor de positie van de regio kunnen zijn. Voor ons kan de Lelylijn, met Leeuwarden als volwaardige eindbestemming, realiteit worden. Een visie vanuit het Rijk over het spreiden van wonen en werken zou zomaar onze provincie kunnen promoten, voor jonge mensen die hier vanwege sociale factoren willen komen wonen en werken.Het nieuwe kabinet heeft ook de kans, nee de opdracht, om ons weer perspectief te bieden op zaken als klimaat en energie. Als één ding het afgelopen jaar duidelijk is geworden, is dat je de mensen voor gewenste verandering perspectief moet bieden, in plaats van idiote stapeling van regelgeving zoals we die hebben gezien bij de stikstofdiscussie en bij mensen in de bijstand die worden gestraft als ze een extraatje van hun familie krijgen. Na jaren van een hoop negatieve energie over de Brexit, is er nu een deal en weten we dit voorjaar hoe we met het Verenigd Koninkrijk verder kunnen. Laten we met zijn allen een beetje denken aan al die jonge Britten, die de Brexit als nieuwe wereldburgers niet gewild hebben.Het disruptieve jaar is ook voor een aantal zaken best goed geweest. Het thuiswerken is wellicht niet geschikt voor elke werknemer en werkgever, maar voor de liefhebber smaakt de les van 2020 naar meer. Minder verkeer en een schonere leefomgeving liggen in het verschiet. Ik wens dat een ieder zijn/haar weg vindt in dit nieuwe normaal.Voor velen onder ons is de winst van het afgelopen jaar, dat we een pas op de plaats hebben gemaakt in ons gejaagde leventje. We zijn de gekte een beetje voorbij geraakt, en dat geeft overzicht en rust. Ik wens u een gezond en gezegend jaar toe, in de hoop dat we tegen 2022 dit lijstje kunnen afvinken.

Sjoerd Galema

Friesland onder de loep - Albert van Keimpema

Ik kende de wolf en de vos alleen uit sprookjes. Van de wolf wist ik dat hij het op roodkapje had voorzien en dat hij zich eens voor grootmoeder hield om het lieve kind te kunnen verslinden. De vos sprak mij als jongen aan omdat hij zich altijd verstopte. Je zag dit schuwe dier nooit. En verstoppen, dat deden wij jongens ook. Je onvindbaar veinzen, heerlijk. En je leerde dat de vos de passie preekte, dat hij wel zijn haren verloor maar niet zijn streken. En de vos was behalve schuw ook sluw. Een ander te slim af zijn, dat was wat wij jongens zonder iPad ook graag deden. De wolf en de vos, helden uit mijn jeugd, ze passeerden ongemerkt mijn leven. Een enkele keer zocht ik nog wel eens op wat hun kwaliteiten zijn. Eentje delen ze: hun roof- en vraatzucht. Hun maaltijd laten ze vaak aangebroken staan. Ze hebben kennelijk al gauw het buikje vol, of ze believen geen koude kost. Verwende gasten, eten genoeg tenslotte. Verder waren deze twee dieren een schim uit het verleden, ze kwamen niet voor.

Tot ze mij zomaar wakker hebben geschud. De wolf scharrelde vanuit Duitsland en, neem ik aan, van verder weg naar ons land. De vos duikt zelf in de stad op. Flatbewoners zien hem door de parken wandelen. Vossen schijnen zelfs in plantsoenen te slapen. Bij voorkeur overdag maar zelfs het daglicht schuwen ze niet meer.

Deze dieren zijn dus aan het domesticeren in de mensengemeenschap. Wat doen ze onder ons? Het zal toch niet zo zijn dat er in Duitsland geen eten meer is. Voor de vos moet er toch in de bossen en weilanden nog genoeg prooi te vinden zijn? Wel zijn er steeds minder nesten van weidevogels voor de vos, voor wie een eitje tot de schijf van vijf behoort: er zitten behalve vet en eiwit nogal wat bouwstoffen in.

Enfin, deze ongenode gasten hebben ons opgeschrikt. Het is net alsof ze anoniem zijn aangeschoven bij een groot feestmaal. Als ze nou alleen maar de restjes aten was het nog niet zo’n probleem, maar wolf en vos gaan voor het hoofdgerecht. Laten wij zoveel eten rondslingeren dat wolf en vos fastfood op het menu hebben, dat ze niet langer hun natuurlijk jachtinstinct hoeven volgen om een voedzame maaltijd bijeen te roven?

Hun aanwezigheid verstoort de dierenwereld om ons heen. De wolf doodt schapen. Niet een enkel dier maar als het even kan een hele kudde. Behalve voor het schaap zelf is dit ook niet leuk voor de schapenhouder. Er gaan nu stemmen op om een hek langs de provinciegrens te plaatsen. Een hek, om de wolf te weren! Ik heb nooit gedacht ooit nog zo’n nieuwsbericht te lezen. Ik geloofde m’n ogen niet. Nu is dit de tijd van veel nepnieuws en ook van sprookjes, dus in mijn fantasie kan grootmoeder weer in bed liggen met haar snuit, grote oren en een loensende blik, maar dit is een sterk verhaal. Een wolf kan zwemmen, een wolf kan graven, een wolf kan springen. Een hek vormt toch geen barrière voor een hongerige wolf? Als dat zo was kun je het immigratieprobleem, als je dat als een probleem ziet, simpel oplossen. Donald Trump, de effectiefste Amerikaanse president in de geschiedenis, liet het trouwens al zien bij de grens met Mexico waar hij met een muur een grote toeloop stopte (hij kan het dus wel). ’s Avonds had Melania niet veel overredingskracht nodig om hem erop te wijzen dat kindjes bij mama’s horen, en omgekeerd.

Wat kunnen wij leren van de entree van wolf en vos? Dat de natuur haar eigen gang gaat en zich niks van mensen aantrekt. De Noordpool wordt warmer, in Madrid moeten ze auto’s uit de sneeuw graven. Nog zo’n nieuwsbericht waarvan je niet meer met de ogen knippert. Graag bied ik hierbij oplossingen. Wil je niet dat schapen worden opgevreten door wolven, dan moet je ze binnen houden. ’s Winters moet je überhaupt geen schapen in de koude natte dras weiden. Wil je niet dat vossen in onze buurten rondzwerven, dan moet je niet als dank voor het aangenaam verpozen aan hen laten de schillen en de dozen.

Friesland is aan het veranderen, niet alleen door het gedrag van wolf en vos. De jeugdherberg in Heeg kan niet meer uit en is gesloten. Dit is het meest heftige nieuws van de laatste tien jaar. Als wij zeilersgasten uit onze habitat en van onze britsen zien verdwijnen, dan is er heel wat mis, dan tast dat onze natuur aan. Graag wil ik dat u, lezer, dit op u in laat werken. Ik hoop dat er ondernemers opstaan die willen vechten voor hun brood, net als wolf en vos, en dat ze daarmee cultuurhistorisch erfgoed bewaren. Dat is veel belangrijker dan doorgaan met het neerzetten van rare huizenparken die als steenpuisten op mooie dorpen groeien. Zorg juist voor natuurlijke, organische groei. In het fraaie boerenrenteniersdorp Mantgum midden in de Friese Greidhoek is een felle discussie ontstaan over slechts anderhalve hectare weiland. Volbouwen, zegt de gemeente Leeuwarden die plattelandsbeleid niet hoog op de agenda heeft en stadse fratsen heeft. Niet doen, zeggen de dorpelingen. Verpest het aangezicht van ons mooie dorp niet. Wat kan het schelen, zeggen hoogleraar rurale sociologie Jan Douwe van der Ploeg en emeritus-hoogleraar aan Wageningen Rudy Rabbinge, er is sinds 1950 al 500.000 hectare landbouwgrond opgeofferd en van het huidige areaal kan nog wel de helft af. We moeten en kunnen gewoon nog intensiever boeren, zeggen zij. Exact. Dit is de crux. 

Wolf en vos hebben geen mening, dat zult u begrijpen. 

       

Albert van Keimpema

Reële en financiële economie zijn ontkoppeld - Pim Baljet

Evenals de wereldeconomie stond de Nederlandse economie in 2020 als gevolg van getroffen maatregelen ter bestrijding van het coronavirus vooral in het teken van ongekende krimp en groei. Ondank het forse herstel van de economische activiteit in het 3e kwartaal van 2020 kromp de economie over de eerste 3 kwartalen van dat jaar met ruim 4%.  Gegeven de lockdown-maatregelen in het 4e kwartaal zal de economie over geheel 2020 dan ook een duidelijke krimp laten zien. Met name de consument (goed voor een bijdrage van 60% aan de economische groei in Nederland) liet het afweten. Niet omdat ze geen geld wilden maar het gewoonweg niet konden uitgeven aan horeca, musea, theaters en vliegvakanties. Ondanks de steunmaatregelen van de overheid kwamen er het afgelopen jaar een kleine 200 duizend werklozen bij, met name onder de jongeren. Ook bedrijven leden en lijden pijn zoals de luchtvaart (-70%), openbaar vervoer (-65%), horeca (-33%) en dienstverlening (-23%). Alleen al tussen maart en september 2020 gaf het kabinet voor ruim 20 miljard euro aan tegemoetkomingen in de vaste lasten en loonsteun. Hiermee werd de schade enigszins beperkt. Zo zijn er in 2020 “slechts” 3.700 bedrijven/ondernemingen failliet verklaard, wat 15% lager is dan het economisch gezien succesvolle 2019! Opvallend is dat de woningmarkt zich volledig aan de malaise in de reële economie heeft onttrokken. De gemiddelde woningprijs steeg met 7,7% met name als gevolg van schaarste op de nieuwbouwmarkt en het gevoerde negatieve rentebeleid van de ECB.

De steun van de Nederlandse overheid leidt via een fors hoger begrotingstekort tot het versneld oplopen van de staatsschuld. De steun zal ook de komende maanden moeten doorgaan en als de economie in 2021 als gevolg van vaccinatie hersteld, is het nog veel te vroeg om de broekriem aan te trekken. Die staatsschuld zal verder toenemen en het volgende kabinet zal de rekening (aflossing en rentebetalingen) doorschuiven naar de volgende generaties. Dezelfde generatie die nu geen baan kunnen vinden.

Het omvangrijkste economische herstel laat de China zien. Waar de Chinese economie in 2020 per saldo nog groeit met 2%, krimpt de economie van de VS met 5%. Een uitvloeisel van de wijze waarop beide landen met de pandemie zijn omgegaan. De komende jaren zal China beduidend harder blijven groeien en in 2028 de VS passeren als grootste economie ter wereld. Ook India groeit relatief hard. Binnen 10 jaar belandt India op de 3e plaats en streeft daarmee Duitsland en het VK, ondanks de Brexit, voorbij. 

Daar waar de wereldwijde economieën grote schade ondervinden van Corona zet de opmars van aandelenbeurzen na de forse correctie in februari en maart van 2020 ongebreideld door. Nieuwe records werden neergezet en het einde is naar mijn stellige overtuiging niet in zicht nu Centrale Banken en overheden ongelimiteerd geld blijven rondpompen. Teveel geld om gebonden te worden in de reële economie en dus sijpelt het exces door naar de financiële en vastgoedmarkten. Een ontkoppeling tussen de reële en financiële economie is voorlopig een feit.

Pim Baljet

Friesland onder de loep - Albert van Keimpema

Ik keek er afgelopen jaar wel even van op toen ik uit de media vernam dat corona saamhorigheid bracht, dat burenhulp niet alleen meer een deugd uit ‘Toen was geluk nog heel gewoon’ was maar dat het echt bestond, dat er wederzijds begrip onder de mensen groeide, dat er een lotsverbondenheid werd gevoeld. Er werd ook minder ingebroken maar dat had in zoverre wat corona van doen dat men veel meer thuis was. Brengt corona toch wat goeds, dacht ik: een harmonieuze samenleving. Maar we zijn wreed uit die droom verstoord. Er zijn tegenwoordig beveiligers nodig om zorgmedewerkers te beschermen. Dieper kun je niet zakken. En dan lijkt de tweede golf nog minder erg dan de vorige, zijn de patiënten minder ziek dan afgelopen voorjaar, zijn er minder ic-bedden bezet en overlijden er minder mensen. Het lontje blijkt nog even kort te zijn.

Nu is het ook moeilijk te begrijpen waarom de zorgcapaciteit nog steeds onvoldoende is, zelfs als er een klein golfje is. Had er tussen de twee golven door niks gedaan kunnen worden? Waarom moest pas in november de testcapaciteit worden opgevoerd? Waarom werden de ooit gesloten 10 ziekenhuizen niet heropend? Kon er in Flevoland geen veldhospitaal worden neergezet? Was het niet zinvol geweest om mensen klaar te stomen voor de lichtere zorgtaken? Niets van dat alles. Nog steeds hebben wij ongeveer 2.500 ic-bedden, we weten niet eens waar precies. Duitsland, waarnaartoe in no-time de eerste coronapatiënten op transport werden gezet, heeft er 48.000 stuks bij nog niet eens vijf keer zoveel inwoners. De 25 veiligheidsregio’s in ons land voeren elk hun eigen beleid, de GGD’s werken niet samen en doen het testen naar eigen goeddunken, een totale lockdown is uitgebleven waardoor de belangrijke nul-referentie niet is gehaald, het bron- en contactonderzoek is daardoor een chaos, en er is niet alleen een tekort aan ziekenhuisbedden, maar ook aan zorgpersoneel, aan ic-capaciteit, aan beademingsapparatuur enzovoorts. Gevolg is dat de reguliere zorg moest worden afgeschaald en dat de eerste mensen daarvan het slachtoffer zijn geworden en ook van het niet kunnen beschikken over beademing. Gezonde zestigers die normaliter worden opgeroepen voor een griepprik moeten maar thuisblijven en de rest krijgt de waarschuwing mee van op=op. En nog kloppen wij onszelf op de borst met de veronderstelling van ‘de beste zorg van de wereld’. Dat moet je veranderen in ‘de beste zorgmedewerkers’.

Ondertussen verzwakt de economie. Acht records zijn er gebroken: de grootste economische krimp ooit, het laagste consumentenvertrouwen ooit, een groter pessimisme dan tijdens de financiële crisis, de sterkste daling van de binnenlandse consumptie, de sterkste daling van het aantal vacatures, het hoogste ziekteverzuim ooit, de grootste afname van gewerkte uren en 42 procent meer werklozen wat stond op het laagste niveau ooit.

Komt dit goed? Kunnen wij ons dit veroorloven? Ik ben al een paar keer geneigd geweest te denken van niet. Maar ik ben 62, liberaal doch ook een tikje conservatief. Ik heb geleerd mijzelf te resetten, om met de tijd mee te gaan. Ik moet de klok wat vaker dan één keer per jaar vooruit te zetten. Vroeger moest de geldpers aan wilde de overheid de schatkist aanvullen. Toen was je zowat een halfjaar verder als Joh. Enschedé de bankbiljetten had gedrukt en ze klaar waren voor transport naar de kluis van De Nederlandsche Bank. Tegenwoordig pomp je met een muisklik miljarden in de economie. En zo redt de wereld zich. Wij leven in een virtuele omgeving. Het geld is gratis, wie het voor je bewaart vraagt zelfs geld. Niks is echt, alles is nep. Heb maar vertrouwen en als niemand dat meer heeft stort de boel vanzelf in elkaar maar is het speelveld weer gelijk. Laat dat een troost zijn. Onze overheidsschuld is drie keer over de kop gegaan en passeert bijna de grens van 500 miljard. Geen nood, we staan wat dat betreft onderaan in Europa. Alles is relatief, niets is wat het lijkt. De onverschilligheid groeit en wordt nog het best geïllustreerd door de vakbondsleden van de Vereniging Nederlandse Verkeersvliegers die voor een salaris van tussen de twee en drie ton bij de Koninklijke Lulhannesen Maatschappij werken en de toekomst voor al die grondstewardessen en bagagemedewerkers op het spel zetten door niet mee te bewegen met de huidige tijd. Men beseft niet dat wij met ons allen al jaren de KLM in de lucht houden.

Geen land ter wereld dat zo royaal en ruimhartig met miljardensteun strooit als Nederland. Dat is geen teken van kracht zoals het kabinet ons voorspiegelt, maar juist een teken van zwakte. Die steun, zelfs een club als Ajax die bestuurders vette bonussen uitkeert vanwege de miljoenenwinst kan rekenen op toelages, is bitter noodzakelijk omdat ons land een economisch kaartenhuis heeft gebouwd dat op instorten staat als het bedrijfsleven niet aan het geldinfuus ligt. Wij hebben namelijk de hoogste schuldenberg van Europa. Je moet niet alleen kijken naar de staatsschuld, want die valt dus relatief bekeken nog mee, maar naar de totale schuld van overheid, bedrijven en burgers samen. Die is nergens anders hoger. Onze gemiddelde hypotheekschuld bijvoorbeeld is de hoogste ter wereld. Om het hoofd boven water te houden hebben wij een moderne vorm van slavernij geïntroduceerd door buitenlandse werknemers – vrachtwagenchauffeurs, huizenbouwers, kabelleggers, schoonmakers, aspergestekers, oogsthulpen – te knevelen in een strop van lange dagen en lage lonen, rechteloosheid, geen verblijfsvergunning en huisvesting tegen woekerhuren. Allemaal in de hand van één uitknijpende detacheerder.  

Friesland steekt nog redelijk gunstig af bij de geschetste misère. Minder corona, minder intolerantie, minder financiële afhankelijkheid. Niettemin wordt Harlingen bestempeld als de kansarmste gemeente van Nederland. Harlingen nota bene, de enige Friese zeehaven, met het spoor tot aan de veerboot, de invalspoort naar de Wadden waar tall ships de horizon markeren, de stad met zowel een historisch centrum als grote industrie aan de kim, de stad met de fraaiste en modernste traverse van Nederland, de stad waar je geen vijf ton voor een hok van vijftig vierkante meter hoeft neer te tellen, waar je nog voordelig en tegelijk mooi kunt wonen. Zolang Harlingen kansarm is, reken ik mij rijk. Maar laat jongens die van bruggen willen springen met rust want dan is Friesland zichzelf niet meer!

Albert van Keimpema

Weg Wolf - Hans Wiegel

In ‘De Telegraaf’ stond kortgeleden een enquête onder de lezers of de wolf in Nederland thuishoort. 78% zei: nee.

De wolf is een gevaar voor mens en dier en past niet in ons dichtbevolkte landje. In Brabant zijn op een avond 58 schapen doodgebeten. Hij komt ook steeds verder de woonwijken in, zei een deelnemer aan de enquête.

Niet alleen in ‘De Telegraaf’, ook de progressieve ‘De Volkskrant’ heeft zich laten horen: “De zo populaire wolf heeft het voor menigeen alweer verbruid”, kopte die krant.

De Land- en Tuinbouworganisatie LTO roept op het wolvenbeleid te herzien. Ook de politici laten zich horen. De afdeling Noord-Brabant van Forum voor Democratie, die sinds kort in het college van Gedeputeerde Staten zit, roept op het wolvenbeleid aan te pakken. 

Vanuit onze mooie provincie klinkt hetzelfde beleid. Vijf partijen in de Staten willen dat de provincie aangewezen wordt als wolfvrij gebied. VVD, CDA, Forum voor Democratie, de PVV en de ChristenUnie laten weten dat er snel een plan van aanpak moet komen. FNP-gedeputeerde Klaas Fokkinga is tsjin! 

In december vorig jaar was er een wolf gesignaleerd bij Bakkeveen, in het voorjaar in Donkerbroek en zo pas werd bekend dat er een mannelijke wolf zich gevestigd heeft in het Drents-Friese Wold. Uitkijken!

Provinciale Staten hebben er kortgeleden, niet in de Statenzaal, maar in de kelder van het Provinsjehûs over vergaderd. Veilige plek, hebben ze blijkbaar gedacht.

Wij hier houden van onze kievit, grutto en levende lammetjes in de wei. Recent zag ik hier zelfs vlakbij een otter. Hij keek mij aan. Prachtig! 

Weg met de wolf!

Hans Wiegel. 

Beleid Centrale Banken kiem sociaalmaatschappelijke onrust

In mijn laatste column beschreef ik dat de overheden van de ontwikkelde landen in de huidige coronacrisis een, in historisch perspectief, ongeëvenaarde hoeveelheid geld en steunmaatregelen aan bedrijven, werknemers en hun gezinnen ter beschikking stellen. Deze financiële steun wordt gefinancierd door staatsleningen uit te geven met als gevolg dat de staatsschulden van deze landen in een snel tempo oplopen tot duizelingwekkende hoogten. Hun gedrag kan worden bestempeld als: “wie dan leeft, die dan zorgt…”.

Nog veel grotere geldstromen kunnen worden gecreëerd door centrale banken. Centrale Banken zijn namelijk geldscheppende instellingen. Tot aan de kredietcrisis van 2009 was de belangrijkste taak van een centrale bank om door middel van het voeren van monetair beleid de voorwaarden voor economische groei te creëren op een zodanige wijze dat de inflatie beperkt blijft. Om dat te bewerkstelligen hanteren centrale banken de regel dat de groei van de geldhoeveelheid gelijke tred moet houden met de nominale groei van een economie. Het belangrijkste instrument dat zij tot hun beschikking hebben is het variëren van de officiële beleidsrente. Sinds de kredietcrisis is daar evenwel het grootschalig opkopen van staats- en bedrijfsobligaties bijgekomen. Door deze obligaties op te kopen ontvangen de verkopers geld van de centrale bank. Geld dat, althans dat is de hoop, wordt gebruikt om te investeren, goederen en diensten te kopen en op die wijze bij te dragen aan economische groei.

Om de dramatische economische gevolgen van het Covid-19 virus te beperken hebben de centrale banken de geldsluizen de afgelopen maanden steeds verder opengezet. Recentelijk kondigde de ECB aan het obligatie-opkoopprogramma met maar liefst 600 miljard euro te verhogen naar in totaal 1.350 miljard euro. Het stelsel van Amerikaanse centrale banken (FED) gaat zelfs nog een stap verder door geen limiet meer te stellen aan haar opkoopprogramma. Door deze nieuwe steunacties zijn de balansen van centrale banken de laatste maanden fors gestegen. In korte tijd is door de FED  voor 7.800 miljard dollar aan obligaties gekocht hetgeen gelijk is aan 38% van de omvang van de Amerikaanse economie.  Of dit alles in combinatie met staatssteun voldoende is om het tij te keren moet worden afgewacht. Feit is dat de grote hoeveelheden geld slechts beperkt in de reële economie maar vooral in de financiële markten neerslaan, waardoor deze een opvallend sterk herstel laten zien. Een trend waarin voorlopig geen einde aan lijkt te komen. Mede hierdoor wordt de kloof tussen arm en rijk verder vergroot en ligt sociaalmaatschappelijk onrust op de loer.

Pim Baljet

De heilige koe

Toen onze oudste dochter op haar achttiende haar rijbewijs haalde, besloten we een klein tweedehands autootje te kopen. Niet voor haar alleen, voor onze vier kinderen. Het was mij opgevallen dat een jonge verslaggever bij Het Parool de redactieauto niet wilde gebruiken als ze een reportage moest maken buiten de stad. Toen ik haar vroeg of ze geen rijbewijs had, antwoordde ze: ‘Jawel, dat heb ik al zeven jaar geleden gehaald maar ik heb sindsdien niet meer gereden. Ik durf het niet meer.’ Eyeopener. Je stopt duizenden euro’s in je kind voor het halen van een rijbewijs maar als ze vervolgens nooit meer rijden, kunnen ze op hun dertigste opnieuw lessen nemen.

Dus kocht ik voor elfhonderd euro een Fiat Seicento en zette die voor de deur. Wij betaalden de wegenbelasting, de kinderen de benzine. Ze overlegden onderling in een appgroepje wie de auto wanneer nodig had en door kilometers te maken leerden ze fatsoenlijk chaufferen.

Toen ik me vorig jaar opeens realiseerde dat jongste dochter al 24 was en ze allemaal hun eigen brood verdienden, werd het tijd om een einde te maken aan het door de ouders gesponsorde leaseautootje. De auto was nog steeds prima maar inmiddels niets meer waard, dus wij vroegen aan de kinderen wie het zou willen hebben. Gratis. Voor niks. Geen van de kinderen gaf sjoege. Ze konden toch nergens parkeren in Amsterdam, en op de snelweg stonden ze meteen in de file. Toen ik dit verhaal aan een vriendin in Friesland vertelde, puilden haar ogen uit van verbazing. Haar kinderen, tussen de negentien en de vijfentwintig, hadden allemaal al lang een eigen auto. Geen lullig oud Fiatje, nee zij hadden allemaal een luxe Duitse auto. Net als hun ouders. Friezen houden van grote huizen en grote auto’s. Ze houden ook van autorijden. Dat is natuurlijk niet verwonderlijk want het is er vergeleken bij de Randstad leeg. In de twee jaar dat ik in Friesland woon heb ik nog nooit in een file gestaan. Het merendeel van mijn Friese vrienden houdt zich niet aan de maximum snelheid. 

Mijn Friese vriend vindt het een storend gebod. Hij zegt: ‘In Friesland moet je lekker door kunnen rijden. Dat past bij onze ruimte, bij onze filevrije wegeninfrastructuur en bij onze mentaliteit.’ Ik hoorde een kennis uit het dorp laatst zeggen: ‘Toen je 130 kilometer per uur mocht rijden, reed ik steevast 160. Nu we maar 100 kilometer mogen rijden, rijd ik 130. Als ik langzamer rijd wordt het gevaarlijk, dan ga ik ongeconcentreerd om me heen zitten kijken.’ Ikzelf ben zo’n tuthola die zich keurig aan de 100 kilometer houd. Ik stel de cruisecontrol in en haal mijn voeten van de pedalen. Als ik dat niet doe, heb ik geheid een bon. Laatst reed ik voor mijn doen een beetje haastig naar Rotterdam. Ik ben zowel op de heen- als terugweg geflitst wegens respectievelijk 4 en 6 kilometer te hard. Twee boetes van 50 euro. Ik word daar stikchagrijnig van. Mijn Friese vrienden hebben daar geen last van. In Friesland is aanzienlijk minder controle, en waar die wel is, gebruiken ze Flitsmeister.

Ook met de alcoholgrenzen nemen de Friezen het minder nauw dan de westerlingen. De afstanden zijn kort, de wegen leeg, en gecontroleerd wordt er sowieso maar zelden. 

Laatst gaf ik een etentje voor wat vrienden uit het dorp. Hoewel het dorp één kilometer van ons huis ligt, kwamen ze zonder uitzondering allemaal met de auto. Na uitgebreid tafelen van zes tot elf, vertrok het eerste stel. Ik kreeg tien minuten later een appje: controle op de dijk, niet rijden! De rest van het gezelschap besloot nog maar even te blijven en schonk nog een keer in. Na een uur durfde de volgende het wel aan en vertrok. Er kwam weer een appje: kust is veilig! Een kwartier later had ik ze allemaal uitgezwaaid. 

Een vriendin die bij het etentje was werd de volgende ochtend door haar zoon van dertien geappt: ‘Was jij gisteravond dronken?’ Mijn vriendin appte haar zoon, die op school zat, terug: ‘Huh, nee waarom?’ ‘Omdat je kofferbak nog open stond.’

Barbara van Beukering is journalist en schrijver. Ze woont de helft van de tijd in Amsterdam en de andere helft in Friesland

Friesland onder de loep - Albert van Keimpema

Reduzum en Dearsum waren de pioniersdorpen in Friesland als het om windenergie gaat. Veertig jaar geleden was de uit Amsterdam afkomstige René Poppen (hij verhuisde in 1973 naar Friesland) een van de gangmakers. René was het stereotype van de progressieve Randstedeling op het platteland: wilde haardos, bril, baard, visionaire geest. In het legendarisch Bokwerder Belang van Rink van der Velde, de rubriek die vroeger wekelijks in de Leeuwarder Courant werd gepubliceerd, figureerde zo’n personage. Van der Velde gaf hem de naam drs. Gijsbert Willemoed, de agoog van Bokwerd. Poppen zal ook wel een of andere goog of loog zijn, hoewel hij nu in de automatisering zit. Zulke mensen/nieuwkomers worden in de Friese dorpen direct in allerlei besturen gehaald. Gek is dat. In Friesland wordt de vreemdeling niet gediscrimineerd, maar omarmd. Wij denken ook gauw dat een ander het beter weet. De persoon in kwestie denkt er hilarisch genoeg vaak eender over. 

Poppen vindt zichzelf eveneens geen domme man en dat is hij ook niet. Als verslaggever van het Sneeker Nieuwsblad maakte ik in 1980 kennis met deze opmerkelijke man, de Don Quichotte van Friesland, iemand die niet tegen maar vóór windmolens vocht. Wat ik grappig vond was dat hij zich in Poppingawier settelde. Ik weet nog steeds niet of dat met opzet was. Je moet de zucht naar profilering nooit onderschatten bij een strateeg als hij. Zo’n lieflijk dorp in de Lege Geäen paste natuurlijk wel in het plaatje. Als je de grote stad ontvlucht moet je niet naar Leeuwarden gaan. Binnen de PvdA was hij actief en al gauw schopte Poppen het tot wethouder van de gemeente Rauwerderhem en later van 1984 tot 1989 van Boarnsterhim (Blunderhim in de volksmond) dat een samenvoeging was van Rauwerderhem, Idaarderadeel en Utingeradeel. Gemeenten hadden toen nog mooie Nederlandse namen, nu dragen ze overwegend saaie (wind)streeknamen. 

Poppen was vernieuwend. Hij was voor windenergie. Wat dat betreft had hij in Friesland meer te zoeken dan in het luwe Amsterdam. In 1981 richtte hij in Dearsum samen met gemeente, provincie, gasbedrijf Westergo, PEB (later Nuon, nu Vattenfall) en dorpsbelang een stichting op om zelf een windmolen te exploiteren en los te raken van het openbaar net. In 1987 was het zover. Ik vond het een prachtig, eigenwijs initiatief. Wy rêde ús sels wol, is in onze provincie een gevleugelde uitspraak. Maar ik had wel mijn twijfels toen ik dat zielige molentje zag. Als ‘ie maar niet omwaait, dacht ik nog. Winst hoefde de molen niet op te leveren, vond Poppen. Dat nutsbedrijven minimaal tienduizenden aansluitingen moeten hebben om winst te kunnen maken, vond hij onzin (‘Het lokale gasbedrijf kon in die tijd al met 1.250 aansluitingen uit’). Bovendien is energie een eerste levensbehoefte die je niet mag privatiseren, stelde hij. Dat ben ik helemaal met hem eens. Poppen is pragmatisch en partijpolitiek maakte hij ondergeschikt aan de doelen die hij wilde bereiken. ‘Ik ben een doener,’ zei hij in 2013 toen hij een vervolg gaf aan zijn windenergieplannen met het bestuurslidmaatschap van Ús Koöperaasje, een inwonerscoöperatie die honderd procent groene lokale energie aan alle deelnemers in de hele provincie wil leveren. 

     

Windenergie betekent echter nog geen wind in de zeilen. In Reduzum weten ze alles van dorpswindmolens, de eerste stond er dankzij mienskipssin al in 1994, maar die is bijna uitgedraaid en een nieuwe komt er voorlopig niet. Die is te duur. De oude molen kostte € 100.000 en een nieuwe vergt een investering van meer dan € 1,1 miljoen nadat leverancier Enercon uit Duitsland plotseling de offerte met drie ton verhoogde. Voor voorzitter Henk Vellinga van stichting Doarpsmûne Reduzum reden om op te stappen. Ze hebben er jarenlang leuk mee verdiend, van de opbrengst de verbouw van de school kunnen voorfinancieren en met zonnepanelen verduurzamen, een schoolbus op de weg houden, investeren in een kunstgrasveld met led-lichtmasten voor de korfbalclub. Nu is het dood in de pot, want de dorpen zitten ook wat betreft windenergie in de wurggreep van de grote jongens die hun molens onnodig duur maken en burger en overheid weten uit te knijpen. Ik roep hierbij de BV Nederland op om eindelijk eens goed te investeren. Niet in een failliete luchtvaartmaatschappij (KLM) waar buschauffeurs in de lucht vijf ton per jaar verdienen, niet in de overwogen participatie in een warenhuis (HEMA) dat van een miljardair is en waar in schulden handelende durfkapitalisten de dienst uitmaken, niet in banken (ING) die toch niet zonder bonuscultuur kunnen. Maar wel bij voorkeur in energie voor iedereen, en dan mag het wat mij betreft ook windenergie zijn – liever nog kernenergie – zolang het een dorpsmolen is die de Friese horizon niet vervuilt. 

In de LC zag ik namelijk in een luchtfotoserie van de schitterende kleine kernen in Friesland, het dorpje Cornwerd van boven. Deze plek schijnt de beste windlocatie van ons land te zijn. Nou, dan weet je het wel. De paar kleine windmolens ten noorden van Cornwerd maken plaats voor windpark Nij Hiddum-Houw. Dan gaan rivieren aan subsidies stromen, gaat het grote geld een rol spelen en bezwijken boeren onder de verleidingen. Er verrijzen 9 windturbines van maar liefst 200 meter. Weg leefbaarheid, vogels kunnen het schudden, het uitzicht verpest. Het is misdadig. Na twintig jaar zijn de turbines aan hun eind en kun je de afgeschreven en niet te recyclen boel vervangen en kun je weer opnieuw beginnen. En het is maar zeer de vraag of dat zonder enorme geldinjecties kan.

Ik verlang weer naar de pionierstijd van René Poppen, al is het onheil met hem begonnen.

Albert van Keimpema

Typysk Frysk

Met belangstelling en genoegen volg ik deze zomer in de LC de serie over de Friese Identiteit, “Typysk Frysk”. Journalist Irene Overduin geeft in de editie van 15 augustus, over de Friese Economische identiteit, een inkijkje in haar persoonlijke ervaringen aan de bureaus van Klaas Jansma en Willem Stegenga. Een jonge journalist uit Utrecht, maakte in 1990 de sprong in het diepe bij twee echte diepfriezen. Jansma leerde haar; “Friesland is een land van boeren en schippers, van klei, zand en veen”.

In het vier pagina’s tellende artikel blijkt dat Irene Overduin naar Klaas Jansma heeft geluisterd. Het artikel begint en eindigt namelijk met boeren, met verwondering, in 1990 bij de jonge journalist, tot boeren die wat haar betreft “de pot op kunnen” als ze afgelopen december protesteren bij de LC tegen eenzijdige berichtgeving over hun sector. 

Wat een belangwekkend artikel over de Friese economische identiteit zou kunnen worden, wordt voor Overduin zomaar het podium om haar walging ten opzichte van de landbouw en haar boeren te etaleren. Zonder schroom worden jonge boeren weggezet als “managers van koeienmagen die via hun computers een mix van abstracte verbindingen door de reactor jagen” en “een paar duizend man die elkaar alleen nog maar op internetfora treffen”.

Irene Overduin, en daarmee de LC, doet met dit artikel menigeen te kort. Te beginnen bij belangrijke sectoren die niet eens worden genoemd. Waarom blijkt recreatie en toerisme een waardevolle pijler onder de Friese economie? Waarom kozen en kiezen bedrijven in de financiële dienstverlening juist voor Leeuwarden, heeft dat iets te maken met de Friese identiteit? Boeren worden in het artikel niet alleen tekortgedaan, maar met deze teksten ook nog eens grof beledigd. Negen maanden na dato, laat Overduin zien dat de boeren in december gelijk hadden toen ze met hun trekkers het terrein van de LC bezetten.

Verreweg de meeste Friese boeren zijn oprecht, en samen met hun toeleveranciers en afnemers bezig met thema’s als biodiversiteit, nog gezondere voeding en duurzame energie. Kijk eens naar alle daken die vol panelen liggen, de inzet op kringlooplandbouw, de sites van de Agrarische Jongeren Fryslân en LTO-Noord. En kan het dan niet beter? Ja natuurlijk, daar werken de boeren elke dag aan.

Overduin doet vooral zichzelf te kort, en laat zien dat haar Friese integratie ondanks die 30 jaar nog niet is geslaagd, en “jonge boeren kunnen ook negen maanden later nog steeds de pot op”. 

Wat had ze een prachtig voorbeeld kunnen nemen aan betrokken bestuurders als Brok, Kramer en De Rouwe die de jonge verontruste boeren “Typysk Frysk” het Provinsjehûs binnenhaalden, met een luisterend oor, kofje en koeke…

Sjoerd Galema

Toerisme in Friesland profiteert van thuisblijvers

Het Centraal Bureau voor de Statistiek ( CBS) publiceerde onlangs de “inktzwarte” cijfers over de ontwikkeling van de Nederlandse economie in het tweede kwartaal van dit jaar. De  economie vertoonde een krimp van 8,5% t.o.v. het eerste kwartaal van dit jaar waarmee de totale krimp over het eerste half jaar uitkwam op 10%. Een historische krimp die we zelfs in de jaren dertig van de vorige eeuw niet eerder hebben meegemaakt. Hiermee is in één klap vijf en een half jaar aan economische groei weggevaagd. Verrassend? Allerminst, gegeven de lockdown-maatregelen die door de regering Rutte zijn genomen om de verdere verspreiding van het COVID-19 virus in te dammen. Alle horeca was bijna 3 maanden dicht, iedereen zat thuis en hele sectoren lagen plat. Maar de Nederlandse economie deed het beduidend minder slecht dan veel van de omliggende Europese economieën. Zo zag Italië haar economie krimpen in het tweede kwartaal met 12,4%, Spanje met 18,5% en het Verenigd Koninkrijk zelfs met ruim 20%. Dit is vooral het gevolg van het door Rutte c.s. gevoerde mildere lockdown-beleid en de keuze om bedrijven en werknemers te ondersteunen. Daarnaast zijn landen in Zuid-Europa afhankelijker van het door corona zwaar getroffen toerisme. De hardst getroffen sectoren in ons land waren cultuur, recreatie, vervoer, horeca en zakelijke dienstverlening waartoe ook de reisbureaus gerekend worden. De werkloosheid steeg door de, in vergelijking tot onze buurlanden royale NOW-regeling, slechts beperkt van 3 tot 3,8% van de beroepsbevolking. Is dit de stilte voor de storm?  Ik ga daar wel van uit. Faillissementen en de werkloosheid zullen met enige vertraging op de huidige crisis reageren als gevolg van de ruimhartige maar vooral snelle noodsteun van de overheid aan het bedrijfsleven. Vooruitlopend op Prinsjesdag geeft het Centraal Plan bureau in haar ‘Macro Economische Verkenningen’ aan dat zij verwacht dat de economie dit gehele jaar met ruim 5% zal krimpen  en voorziet voor 2021 een herstel van de groei met 3,2%. Dit herstel is evenwel onvoldoende om grootschalige faillissementen en een stijging van de werkloosheid naar ruim 7% te voorkomen. 

Maar de één zijn dood is de ander zijn brood. Friesland kende één van zijn beste voorjaars- en zomerperiodes ooit. Met name de Nederlandse toerist heeft de weg naar het vrijwel coronavrije Friesland gevonden. Alle campings, recreatieparken, vakantiewoningen en hotels totaal volgeboekt. Boten waren niet meer te huur en de voorraad gebruikte sloepen is verkocht. Alles wat kan drijven bevond zich op het water met heuse vaarfiles tot gevolg. Restaurants deden en doen wereldzaken. Natuurlijk hielp het fraaie weer mee maar Friesland is ontdekt door toeristen die bereid zijn de beurs te trekken. Nu maar hopen dat de dorpen en haar ondernemers niet direct na de herfstvakanties besluiten dicht te gaan en daardoor de nieuwe bezoekers doen afschrikken. 

Pim Baljet