Terug naar hoofdinhoud

Kroniek van het goede leven in Friesland

Zakelijk human interest magazine
Verschijnt tweemaandelijks – jaarabonnement € xxxx
Redactie: Albert van Keimpema
Abonnement: administratie@friesjournaal.nl

Ballon oplaten - Sjoerd Galema

Bij de Verkiezing Friese Onderneming van het Jaar, waren wij met een groepje via een selfie-wedstrijd de gelukkige winnaar van een gesponsorde ballonvaart door schoonmaakbedrijf Asito.

Onlangs hebben we de tocht gemaakt vanaf Grou “yn it Lege Midden” naar Lutkewierum “yn de Greidhoeke”. De omstandigheden waren die avond perfect, met heldere luchten hadden we onze hele provincie, vanaf de Waddeneilanden in het Noorden, tot de IJsselmeerkust bij Lemmer en Stavoren in het Zuiden, letterlijk onder ons. Onderweg door onze mooie provincie ervaren wij elke dag de schoonheid van het landschap, de dorpen en de steden, maar met deze ballonvaart hadden we met ons groepje en een geweldige crew de overtreffende trap van schoonheid te pakken.

De meandering van waterloop “it Swin” tussen Reduzum en Grou, door een prachtig landbouwgebied bij Friens valt op. De Achmeatoren in de skyline van Ljouwert zien we goed, net als de Waddeneilanden en windpark Fryslân op het IJsselmeer. Daartussen prachtige oude dorpen, zoals Raerd en Boazum, en niet te vergeten de Zwette, die als een structuurlijn Snits mei ûs Haadstêd ferbynt. We voelen ons rijk, dat wij in zo’n prachtige omgeving mogen leven….

In de stilte van de lucht, zijn het toch de uitgestrektheid en de 50 kleuren groen van de weilanden en het landschap die de grootste betovering teweegbrengen. In combinatie met het rijke kleurenpalet die de Friese Meren en de mooie luchten met zonsondergang ons bieden, groeit het besef dat Fryslân een Blue Zone is. 

Waar de lucht en het water schoner zijn, de mensen minder stress hebben en gezonder zijn, we naar elkaar omzien, en gelukkiger zijn dan elders. Het is niet een droom, maar het is dichterbij dan ooit. In de dorpen en de steden is deze zomer volop vertier, terwijl de meren en de landschappen betoverend rustgevend en mooi zijn.

Laten we deze zomertijd onze Blue Zone vorm en inhoud geven, door naar elkaar om te zien en samen van deze vakantietijd te genieten. Met een knipoog zeg ik dat we de check van bovenaf alvast hebben gedaan. 

Geniet deze zomer van “It bêste lân fan d’ ierde”.

Beschrijving ‘echte’ ondernemer bestaat niet (meer) - Egon Diekstra

Die eeuwige vraag die je als zogenaamd succesvol ondernemer altijd krijgt: ‘Wat zijn nu de eigenschappen van een goede ondernemer?’ En dan had ik altijd een rijtje waarheden uit mijn hoofd geleerd en dreunde die dan keurig op: gedreven, moedig, positief, flexibel, sociaal vaardig, proactief, een netwerker, resultaatgericht. En dan zag je ze denken in de zaal: ‘Zou ik dat zijn? Volgens mij wel, want ik wil graag ondernemer worden.’ De wens als vader van de gedachte. Inmiddels weet ik beter: er is geen specifieke omschrijving voor een ondernemer.

Natuurlijk kloppen de genoemde eigenschappen en die moeten vooral in een succesvol bedrijf aanwezig zijn. Dat geeft heel veel mogelijkheden. Als het allemaal in een profiel zit opgeslagen, beginnen mijn wenkbrauwen regelmatig te fronsen. Wat ga je dan doen als generalist?

Als je dan medewerkers aan wilt nemen, zullen dat hooguit loyale volgers zijn. Ze zullen zich maar weinig ontwikkelen. De ‘baas’ weet immers toch alles beter. Daar hoef je bij de huidige generatie toetreders op de arbeidsmarkt echt niet mee aan te komen.

Ergens heel goed in zijn, daarmee maak je (tegenwoordig) het verschil. Een fantastische programmeur kan iets ontwikkelen dat basis is voor een succesvol bedrijf, er zijn supervaardige marketeers als het gaat om het beïnvloeden via de socials die hier een prachtig bedrijf mee opgebouwd hebben. Accountants, advocaten en juristen die elkaar opzoeken en een uitstekende propositie in de markt weten te zetten of een sterrenkok die zijn of haar eigen restaurant begint. Vaak niet mensen met de eigenschappen van een typische ondernemer. 

Een goede professional kan een heel succesvolle ondernemer zijn. Het gaat om unieke kennis en kunde, die gezien wordt in de markt.

Dat laatste gebeurt als je al wat langer rondloopt in de markt en mensen jouw expertise her- en erkennen. Dan heb je veel verkoop gedreven eigenschappen niet meer nodig, dan weet de potentiële opdrachtgever al snel jouw toegevoegde waarde te duiden. Daarom ben ik ook altijd kritisch als mensen vanuit de schoolbanken direct ondernemer willen worden. Te weinig kennis en netwerk is regelmatig een te groot gemis.

Voor veel bedrijven geldt dat zij niet meer beschermd worden in het directe verzorgingsgebied. De digitalisering heeft voor een heel grote markt gezorgd. Dat levert heel veel meer kansen en bedreigingen op. Je hebt simpelweg meer meters in het bedrijfsleven gemaakt moeten hebben om te weten waar de slagingskansen het grootst zijn en hoe dit aan te vliegen.

Iedere keer als iemand iets presenteerde waarin hij of zij iets heel goed kon, werd ik enthousiast. Dan heb je toegevoegde waarde. En of deze persoon dan niet heel sociaal vaardig, flexibel of resultaat gericht overkwam, vond ik minder spannend. Als je maar weet waar je kracht ligt en weet wat je moet compenseren.

Financiële markten, de economie en het kabinet in een “perfecte storm”? - Pim Baljet

In de media wordt in relatie tot een trending onderwerp te pas en te onpas gesproken van een perfecte storm. Een perfecte storm doet zich voor als een zeldzame combinatie van uiteenlopende omstandigheden tot een extreme gebeurtenis leidt. In zo’n geval ontketent een synergie van krachten een energie die veel groter is dan de som van de individuele componenten. Op dit moment bevinden het kabinet, de economie en ook de financiële markt zich in de perfecte storm zoals hierboven beschreven. De omstandigheden rondom het kabinet betreffen de aanhoudende stroom asielzoekers, het stikstof en natuurbeleid, de energietransitie, de spaartaks en vermogensongelijkheid, de gevolgen van de sancties tegen Rusland, de koopkrachtcrisis, de problematiek in de zorg, de krapte op de arbeidsmarkt en tot slot de nieuwe golf aan coronabesmettingen. Allemaal zaken en problemen die het gevolg zijn van het niet adresseren daarvan in eerdere kabinetten onder leiding van Rutte. Deze opeenstapeling zou in de aanloop van de provinciale verkiezingen in het voorjaar van 2023 de val van het kabinet Rutte IV tot gevolg kunnen hebben en leiden tot een verdere versnippering van het politieke speelveld. Enig uitzicht op een strategischer beleid is er tegen die achtergrond niet. 

Dan de economie. Hoog blijvende energieprijzen, aanbod distorsies in de productie- en vervoerketens en krapte op arbeidsmarkten mede als gevolg van vergrijzing in de ontwikkelde landen, culmineren in een hogere en hardvochtigere inflatie dan eerder werd aangenomen. De beleidsreacties van centrale banken kwamen te laat maar zijn nu agressief en voelbaar. Series aan renteverhogingen om de hoge inflatieverwachtingen met geweld te breken. Anders dan de afgelopen 30 jaar wordt de randvoorwaarde voor het creëren van een evenwichtige economische groei terzijde geschoven. Daarnaast wordt er fiscaal door de Westerse overheden, na de royale corona steunmaatregelen, op de rem getrapt. Monetair en fiscaal beleid zijn dus restrictief de komende kwartalen en een recessie is onafwendbaar.

De “perfect storm” in de mondiale economie is een feit met zonder twijfel Europa als het grootste slachtoffer omdat de sancties met name de Europese economie midscheeps raken.

Als laatste de storm die over en door de financiële markten raast sinds begin dit jaar. De door inflatieangst snel stijgende rentes op de kapitaalmarkten laten diepe sporen op de obligatie- en aandelenmarkten na. Ook de crypto ’s dalen ongenadig hard en bieden dus geen bescherming en bewegen feitelijk identiek als, bijvoorbeeld, de zeer rentegevoelige technologieaandelen. Grondstoffen zoals goud en olie vormen een van de weinige schuilplaatsen op financiële markten. Nu de centrale bankiers krachtige taal gebruiken slaat de inflatieangst om naar recessieangst. Degenen die menen en hopen dat de centrale banken gas terug zullen nemen in de bestrijding van de te hoge inflatieverwachtingen om een recessie af te wenden zullen bedrogen uitkomen. De recessie is een feit en wellicht zitten we er al in. De rentestijging van ruim 2% op de Nederlandse kapitaalmarkt zal leiden tot grote onvoorziene lastenstijging voor het kabinet. Met een actuele staatsschuld van 446 miljard euro zullen de rentelasten op termijn stijgen met 10 miljard euro per jaar. Een perfecte storm voor Rutte cs…

Friesland onder de loep - Albert van Keimpema

Wat hadden wij Friezen gedaan als wij in Groningen hadden gewoond? Hadden wij dan al dat mooie, schone en efficiënt verwerkbare gas in de grond laten zitten? Ik denk van niet. Ik denk dat wij eieren voor ons geld hadden gekozen. Wij hadden maatregelen genomen. Kijk, het is heel eenvoudig om het Groninger gasgebied aardbevingsbestendig te maken. Je kunt het isoleren en ontvolken, en elders in de provincie nieuwe huizen laten bouwen. Een drastische maatregel maar het werkt wel. Wat ook kan is bodemtechnieken toepassen. Vrij kostbaar, maar er is van alles mogelijk. Vraag het TNO maar. Wat ook kan, en persoonlijk zou dat mijn voorkeur hebben, is alle huizen in het gebied aardbevingsbestendig nieuw laten bouwen. Dat kan bij aardbevingen waarbij de wijzer doorslaat naar een 8 op de Schaal van Richter, dus al helemaal bij trillinkjes van tussen de 1 en 3. Stelt niks voor. Financieel is dat trouwens de meest voordelige optie. Geef elke bewoner in het gebied drie tot vier ton en je woont in nieuwe, duurzame, energiezuinige woning die misschien niet eens op aardgas hoeft te worden aangesloten. Dat zou nog eens een grap zijn. Over scheuren in je gevel hoef je niet meer in te zitten. Waar het geld vandaan moet komen is niet moeilijk: dat komt uit de grond. Het gas levert zoveel op. Ons nationale huishoudboekje gaat weer kloppen, we betalen ons niet meer blauw aan de energienota en we zijn niet afhankelijk van andere landen, bijvoorbeeld van Rusland. We beleven nu hoe vervelend dat is. We zijn overgeleverd aan de grillen van een gek. We snijden onszelf in de vingers.

We hadden dat gas gewoon op moeten maken. Nog zeker tientallen jaren hadden we vooruit gekund. Dan hadden we genoeg tijd gehad om gestaag maar heel soepel de energietransitie door te voeren, zonder hoge kosten, en met de vruchten van de opbrengst, en zonder nadelige consequenties voor de burger. Maar we denken niet na en we denken niet door. Onze beleidsbepalers vallen van de ene hype in de andere. Ministers schuiven in talkshows aan tafel, laten zich tutoyeren en gaan mee in mainstream-meningen. Ze hebben nergens benul van. 

Dus ik denk dat Friezen zich niet hadden laten verleiden tot jammeren. Al dat geklaag, wat schiet je er mee op? Je bent in de positie om zaken te doen. Doe dat dan! Een woning repareren is een doekje voor het bloeden. Burgemeesters in het Groninger land zeiden het al: je kunt een woning wel herstellen, maar het blijven simpele woninkjes van een ton. Had het gelijk goed gedaan. Zeker in Groningen. Daar zijn veel woningen ondeugdelijk gebouwd en daardoor extra gevoelig voor een bibberende bodem. Komt bij dat zo’n grootscheepse nieuwbouwoperatie een flinke impuls voor de regionale economie had betekend. Groningen was weer op de kaart gekomen, zowel boven- als ondergronds. Ons land had zich lange tijd kunnen bedruipen van de aardgaswinning. Nu moeten de burgers maar zien hoe ze de eindjes aan elkaar knopen in een tijd van inflatie, stijgende energielasten, hoge brandstofprijzen en dure boodschappen.

We lijden aan een vorm van decadentie die mij niet bevalt. Als je nou een verwende gast bent als romancier/filosoof Oscar Wilde, dan is dat komisch en interessant. Maar wij trekken onze neus op voor energie, voor landbouw, voor voedselwinning. Daar moeten we het juist van hebben. Daardoor verdienen we ons brood en voeden we onze monden.

Het lijkt wel alsof het ons niks kan schelen of we wel of niet verdienen, of iets geld kost. Dat krijg je als je maar gratis geld in de staatskassen blijft pompen. 

Ambtenaren geven graag geld uit. Ze houden er rekening mee dat hun eigen rekensommen niet kloppen. Zo loopt de kostenoverschrijding van de nieuwe Afsluitdijk op tot 400 miljoen euro. Op een begroting van 550 miljoen!

Waar we ook te luchtig over doen is woningbouw. Er is een nijpend woningtekort in ons land. Door demografische ontwikkelingen zal het probleem deels zichzelf oplossen, maar we zullen toch woningen moeten kunnen bouwen. Friese nationalisten willen geen Lelylijn omdat het gevolg wel eens zou kunnen zijn dat er woningen komen. Oh, wat erg. GroenLinks wil niet dat de Lelylijn ‘ten koste van alles’ gaat. En dan hebben we het over een spoor. Ja, er zijn hier ook mensen met een smalle horizon.

Het open landschap mag absoluut niet worden aangetast maar er blijven genoeg locaties waar een mooie wijk niet misstaat. Ondernemer Sjoerd-Jan van Klaarbergen wil 35 hangarwoningen op de airstrip Drachten neerzetten. Prachtig plan en gunstig voor de overlevingskansen van deze vliegbaan. En de gemeente maar tegenstribbelen. In Heerenveen heeft men bij Skoatterwâld liever een hotel dan 80 tot 150 appartementen in de sociale huurklasse, waar een grote behoefte aan is. In Langweer ken ik iemand die op een bouwkavel een woning wil bouwen maar de gemeente ligt al een jaar dwars omdat het geen boerderijachtige woning mag worden. Daarvan stonden er vroeger in het dorp vele. Helaas gaat de mening van een ambtenaar boven die van een hardwerkende aannemer die weet wat bouwen is.

Inmiddels zijn we het infuus wel gewend. Eerst corona, daarna de klimaatcrisis, vervolgens stikstof waar het leven niet zonder kan, dan de energiecrisis en nu de internationale veiligheid die onder druk staat. De overheid blijft geld uitgeven. Een gasbel zouden we goed kunnen gebruiken.

Duizendpoot - Tjitte de Wolff

In de horeca wordt ondernemerschap van je gevraagd. De lockdowns hebben dat weer eens aangetoond. Ga er maar aan staan: tot drie keer toe word je geconfronteerd met een sluiting of met beperkende maatregelen. Op het laatste moment. Voor voorbereiden heb je nauwelijks tijd. Je moet snel denken en handelen. 

Velen denken dat nu de maatschappij weer open is dat het wel weer als vanzelf gaat in de horeca. Niet waar. Weer moet je als horecaondernemer anticiperen op deze situatie. Soms word je overvallen door overmacht. Is er voldoende personeel? De krapte op de arbeidsmarkt is flink toegenomen. Zie maar eens een bezetting te krijgen waarmee je verder kunt.

Een ander punt is: blijft de gast? Normaal gesproken wel als je kwaliteit en gastvrijheid biedt. Maar nu heeft ons land plotseling te maken met inflatie, met enorm gestegen energieprijzen en internationale onrust door de inval van Rusland in Oekraïne waardoor de financiële markten schommelen. Het bedrijfsleven heeft baat bij stabiliteit.

Met de inflatie hebben ook loonsverhogingen hun intrede gedaan. Als horecabranche moet je concurreren met de overheid die in de coronatijd behoorlijk royaal is geweest in de honorering op de priklocaties en voor het test- en traceerwerk voor de GGD’s. Daar kun je als restaurant nauwelijks tegenop. Daardoor is het moeilijker geworden jongeren en studenten aan je te binden. En dat is met name in het seizoen een belangrijke kweekvijver waaruit je moet vissen.

Wat recht overeind blijft staan is de centrale rol die de horeca in de samenleving heeft. Kijk naar de blijdschap van de mensen nu ze weer kunnen uitgaan, dineren, feesten, een terrasje pakken. De horeca is bij uitstek de plek waar je familie, vrienden, collega’s en relaties ontmoet. Ik ben er dan ook van overtuigd dat de gast blijft komen. Maar de ondernemer moet wel een duizendpoot zijn om alle ballen in de lucht te houden. Enfin, dat is ook weer een uitdaging!

Tot slot dank ik alle gasten van Fryslân Culinair voor het vertrouwen.

Spotted Dick - Albert van Keimpema

In de spannende Netflixserie Peaky Blinders die zich afspeelt in de jaren ’20 en ’30 is Luca Changretta een capo van een Siciliaanse mafiaclan uit New York. Hij is met 12 maffioso naar Birmingham getogen om orde op zaken te stellen in de vendetta met de beruchte gangsterfamilie Peaky Blinders. Bij de eerste de beste aanslag op Arthur Shelby, de broer van Blinders-voorman Tommy, legden direct drie huurmoordenaars het loodje. De drie keerden dus niet terug op hun nieuwe basis en Luca wist genoeg. 

Twee boodschappers verontschuldigden zich dat het moreel van de Italiaanse New York-groep niet hoog was in de grauwe Britse industriestad in de Midlands van Engeland, waar altijd een deken van mist en fabrieksrook overheen hangt. Baas Luca begreep het niet. Hij zei zich aan te passen en was als theaterliefhebber op zijn plaats in Engeland. Hij maakte er het beste van. Zijn vazallen daarentegen beklaagden zich over het leven in Engeland. Hun kleding paste niet en het eten was hen een gruwel. Ze misten de fijne Italiaanse keuken en moesten hun maaltijden afsluiten met het dessert Spotted Dick, zo vertelden ze vol walging. 

Inderdaad lijkt dat geen nagerecht voor fijnproevers. Het vult slechts de maag. Nu was dat ook de bedoeling van moeders uit de Midlands die hun dochters leerden, zoals het in de serie rauw wordt gesteld, dat ze moesten zorgen dat ‘de ballen van hun mannen leeg bleven en hun buiken gevuld’. Dit is geen seksisme. Het gaat hier over opvoeding en cultuur. ’s Lands wijs, ’s lands eer. We hebben het in Peaky Blinders bovendien over een wereld en een tijd (de roaring twenties) met stoere mannen die in de verste verte niet lijken op de creeps uit The Voice.

Wat is Spotted Dick? (niet te verwarren met de dick die nu zo in de belangstelling staat). Wel, het is een typisch Brits nagerecht: een cake met niervet waarin gedroogde rozijnen of krenten zijn verwerkt. Hierover wordt custard gegoten. Volgens het Oxford English Dictionary zou de Franse kok Alexis Soyer in de 19e eeuw de bedenker zijn geweest. Dus zo Brits is het nou ook weer niet. De naam is onduidelijk. Dick kan een verbastering van deeg zijn. Spotted kan verwijzen naar de spikkels van de gedroogde vruchten aan de buitenkant. Omdat Dick een koosnaam is voor mannen die Richard heten (denk aan president Dicky Richard Nixon!) en ook een vulgair synoniem is voor penis (daar is’ie al, de dickpic van Overmars), wilden overheidsinstanties er Spotted Richard van maken, maar een goed ingeburgerde naam is niet uit gangbare taal weg te branden. Spotted Dick is alom bekend en overal in supermarkten verkrijgbaar.

Maar er zullen mensen blijven die ervan kokhalzen. Wie in het buitenland wil assimileren zal echter ook in de eetcultuur van de locals moeten meegaan.

Titus Brandsma - Hans Wiegel

Eind november 2021 schreef Nynke Bruinsma in de Leeuwarder Courant een mooi verhaal over een bijzondere man. Op 25 november erkende Paus Franciscus het wonder van genezing dat de Friese pater Titus Brandsma (1881 – 1942) had verricht. Nu dit bericht er is, zal na de eerdere zaligverklaring waarschijnlijk tot heiligverklaring worden besloten. 

Titus Brandsma werd op 23 februari 1881 geboren als Anno Sjoerd Brandsma in Oegeklooster vlakbij Bolsward. Toen hij elf jaar was vertrok hij naar een kloosterschool in Megen. In 1898 nam hij de naam Titus aan (naar zijn vader) bij zijn intrede in de orde van de Karmelieten. 

Later werd hij priester en studeerde hij filosofie. Hoogleraarschappen aan het filosofisch college in Oss en daarna aan de Radboud Universiteit volgden. Ook was hij journalist en hij was adviseur van de Nederlandse bisschoppen. In de oorlog, hij was net 60, zei hij geen NSB-propaganda op te willen nemen. Door zijn principiële stellingname werd hij gearresteerd en door de Duitse bezetters beschouwd als een “gevaarlijk persoon”. Later werd hij naar het beruchte concentratiekamp Dachau gestuurd. Hij was, las ik in het prachtige artikel van Nynke Bruinsma, een grote steun voor zijn kampgenoten. Zelf werd hij op 26 juli 1942 door een injectie om het leven gebracht. Brandsma was een oorlogsheld, die in 1982 het Verzetsherdenkingskruis kreeg.

Drie jaar later, in 1985, werd hij door de befaamde Poolse Paus Johannes Paulus II zalig verklaard. 

Het is maar een kort verhaal, maar – hoop ik – helder over de grootsheid van deze bijzondere man. Daarom is de Heiligverklaring van Titus Brandsma dichtbij.

Ik begreep dat er in het voorjaar van 2023 een boek over Brandsma uitkomt. Het gaat heten: “Titus Brandsma, van held tot heilige”. Een mooie titel. 

Me Too - Klaas Jansma

In mijn werkzame leven heb ik aan tientallen vrouwen leidinggegeven. De meesten waren behoorlijk assertief, zodat ik er niet aan dácht om ze dichter te benaderen dan ze zelf wensten. De enige met wie ik wel eens wat intiemer omging, was lesbisch. Dan mocht het, volgens mij. Maar was dat zo, of gaf ze mij mijn zin maar?

            Ver in mijn herinnering schemert een enkel voorkomend moment van ongevraagde aanraking van een vrouwelijk medewerker. Het was een soort massage, want ze had gespannen spieren. Veel intiems bedoelde ik er niet mee. Ook mannen raakte ik zo wel aan. Maar achteraf bekeken, het gebeurde rond de eeuwwisseling, zou het door de vrouw in kwestie best anders uitgelegd kunnen worden. Misschien voelde ze zich wel geïntimideerd en durfde ze vanwege mijn macht geen nee tegen mij te zeggen.

            Ineens denk ik ook aan een vrouwelijke collega die door haar directeur werd ontslagen toen ze overduidelijk zwanger bleek. In mijn onschuld nam ik aan dat het van haar eigen man was, maar… Waarom moest ze weg? Ik begin het nu wat verdacht te vinden.

Er was ook een (andere) collega die vrouwen versleet alsof het handdoeken waren. Hij kwam in de problemen door ondergoed onder zijn kussen dat van een andere vrouw was dan waarmee hij op dat moment verkeerde. Toen lachte ik erom, maar nu bedenk ik dat zij op de loonlijst van ons bedrijf stond. Eigenlijk was ik dus zelf medeverantwoordelijk voor het zwijgen en de machocultuur.

Onwillekeurig zie ik in mijn verleden spookbeelden voorbijtrekken van intimiteiten, gewenst of niet, die nu bepaalde mannen nog behoorlijk in de problemen kunnen brengen. Anderen zijn al dood; die zal een onthulling meer of minder niet zo raken. Al kan hun reputatie alsnog wel lelijk bezoedeld worden, natuurlijk.

            Vaag ruikt mijn geheugen nog de zwarte schmink waarmee mijn gezicht de kleur van de knecht van Sinterklaas kreeg. Ik was toen jaren achtereen Zwarte Piet, oftewel Blackface, op de school van Jan Venema in de Lemstervaart, die het spelletje vrolijk meespeelde. Met Albert Schokker in Doniaga speelde ik twaalf jaar eerder als tienjarige Indiaantje en Cowboy. Was ik nu cowboy of indiaan, en heb ik in retrospectief meegewerkt aan de moord op Amerikaanse ‘natives’? Ik werd als 12-jarige intiem betast door een jongen die twee jaar ouder was, wat ik stiekem wel lekker vond en hij zéker. Heb ik onder dit ‘misbruik’ geleden? En wordt dit kwaad bezocht aan mijn kinderen tot in het derde en vierde geslacht, zoals in het Tweede Gebod wordt beloofd? De eerste tekenen daarvan zijn al waar te nemen.

            Ik kan bijna niet wachten op het démasqué van tientallen machtige geile rijke mannen in het volgende nummer van dit prachtige blad. Hoe meer het er zijn, des te lichter worden mij daarna mijn eigen zonden aangerekend.    

Verbeter de wereld, begin bij…. - Sjoerd Galema

In de politiek en de media wordt kringlooplandbouw als dé oplossing gezien voor de uitdagingen waarvoor onze boeren verantwoordelijkheid moeten nemen. Naast vragen over enkele scheikundige verbindingen als stikstof en fosfaat, en de zorg voor een gevarieerd landschap, omarmen een aantal landbouw-criticasters het fenomeen van kringlooplandbouw als het hoogste doel.

De afgelopen weken hoorde ik enkele inleidingen, en las ik artikelen, waarbij kringlooplandbouw wederom als hoogste doel voor onze boeren en onze voedselvoorziening werd gesteld. Toen erop werd doorgevraagd, kwamen termen als biodiversiteit, weidevogelbeheer, dierwelzijn, duurzame energie, en ja, het sluiten van de kringloop langs. Ik realiseerde me, dat wij op ons melkveebedrijf, en vele boeren met ons, hiermee alle dagen aan de slag zijn. Even moest ik mijn kwaadheid onderdrukken, want wisten die principiële schreeuwers, die zelf dom de wc doorspoelen en een kliko vol plastic aan de weg zetten, dan niet wat onze oer-Fryske en Hollandse boeren al honderden jaren doen om kringlopen te sluiten?

Na dat ik (weer eens) tot 10 had geteld, bedacht ik dat wij er als sector blijkbaar onvoldoende in slagen, om het echte verhaal van onze landbouw voor het voetlicht te brengen. Wellicht zijn wij boeren over onze wapenfeiten ook veel te bescheiden? Be good and tell it!

Welnu beste lezers van het Fries Journaal, hierbij, van in grutske boer een kringloop-bloemlezing over ons mooie melkveebedrijf in de Greidhoeke;

Alle energie die we gebruiken wekken we op met zonnepanelen. Onze koeien mogen zelf weten wanneer ze worden gemolken en, als het weer het toelaat, buiten willen weiden of binnen op hun matrassen willen herkauwen. Voor de weidevogels doen wij alles om ze happy te maken met een biotoop die bestaat uit mooie plas-dras gebieden en kruidenrijke landerijen die we vanwege broedende vogels pas maaien als de jonge vogels kunnen vliegen. Omdat burgers een helder biertje willen maar niet het restproduct opruimen, voeren we deze winter 500.000 kg bierbostel, heel circulair aan onze koeien. Vorig jaar vergat vanwege de pandemie diezelfde burger de geschatte hoeveelheid patat te eten, en sloten onze koeien de kringloop door 450.000 kg frietaardappelen in hun rantsoen te circuleren. Alle mest van onze koeien, die het begin van de kringloop is om onze vruchtbare akkers productief te maken, wordt netjes gedoseerd voor het groeiseizoen aan de grasmat toevertrouwd. Gras is al eeuwen hét gewas voor het kleiweidegebied. De superslimme koeien maken er in een rantsoen met bierbostel en aardappelen trouwens heerlijke melk en zuivel van, waarvan u dan weer sterke botten krijgt en ook nog voordelig en gezond de beschikking heeft over uw dagelijkse behoefte aan eiwitten, mineralen en andere waardevolle bouwstoffen.  

Maar moet er dan niks veranderen in onze landbouwsector? Ja natuurlijk! Het kan altijd beter en met name jonge boeren nemen graag de uitdagingen van de toekomst ter hand. Net als de vele burgers die hun positie in de keten serieus nemen. Maar stop het oordelen over een andere beroepsgroep, terwijl je er zelf niks van weet. 

Tegen beroeps-criticasters als D66er Tjeerd de Groot en schrijver Rutger Bregman wil ik zeggen; Kom eens langs op ons bedrijf, wij gaan met jou de dialoog graag aan. Of heb je het te druk en heb je helemaal geen belang bij het echte verhaal van een boer? Koop dan ook alstublieft niet onze met liefde geproduceerde landbouwproducten in de supermarkt, zet nooit weer je kliko aan de weg, en gooi vooral je eigen stront op je eigen moestuin. 

Durfinvesteerders halen charme weg - Egon Diekstra

Gedurende de tijd dat we samen ons bedrijf vormgaven was ik altijd de degelijke en mijn zakelijke compagnon de opportunistische. Met zijn enorme creativiteit en enthousiasme overgoot hij mij met (zogenaamde) enorme kansen in de markt en soms kreeg ik een glimlach om mijn mond. Dan zag ik dat als een kans, waarvan ik vond dat we ervoor moesten gaan. Dit begrijpt de markt en dit heeft kans van slagen op dit moment. Kortom ‘de timing’ was goed, de terugverdientijd interessant en de risico’s te overzien.

En dat maakt het ook leuk. Zeker voor jonge bedrijven die gefinancierd worden met eigen kapitaal. Dan kun je je niet veroorloven om (veel) te vroeg met een goed idee naar de markt te komen. Dat is namelijk heel erg duur en kan het bedrijf in de problemen brengen. 

Als je de markt iedere dag goed blijft volgen en met je klanten blijft spreken, weet je wanneer en waar behoeftes ontstaan. Dan pas je je producten hierop aan en zo blijf je relevant. Dan kun je ambitieuze doelstellingen waarmaken, zonder dat je veel kapitaal moet ophalen bij investeerders.

Daarom word ik niet altijd even enthousiast van startup bedrijven die bizar veel kapitaal mogen verbranden. Eerst markt kopen en dan maar zien of het allemaal rendabel te maken is.

De flitsbezorgingsbedrijven doen iets waarvan je vooraf niet had bedacht dat het zou kunnen. Binnen tien minuten iets thuisbezorgd krijgen, voor nog geen 2 euro aan bezorgkosten. En bij de introductie kost het de consument al helemaal niets. 

Met veel marketinginspanningen worden deze diensten geïntroduceerd. Er wordt gestrooid met kortingscodes, bezorgkosten bestaan er niet in de eerste periode en het werven van bezorgers mag veel kosten. Enorme uurlonen worden geboden om klaar te zitten en op de fiets te springen bij een bestelling. Tsja, dan hoef je jezelf niet op de borst te slaan, als je klanten binnenhaalt.

Alle investeringseuro’s gaan naar de consument, die betaalt een fractie van de kosten. De straat was al druk met bezorgdiensten als Uber Eats, Deliveroo en onze nationale trots Thuisbezorgd. Nu hebben we nog meer smaken met flitsbezorgers en wordt het straatbeeld verder vervuild. Een maatschappelijk probleem? De consument zwijgt hierover en gaat voor het super-gemak en de betreffende aanbieders van deze diensten zijn niet bezig met maatschappelijke betrokkenheid als dat ten koste gaat van de winst.

Durfinvesteerders hebben talloze euro’s in deze diensten gestoken en dromen van een beursgang. De consument maakt er gebruik van en omdat alleen massa mogelijkheid geeft tot een normaal verdienmodel blijven er straks een of twee partijen over in Nederland.

Dat is het marktmechanisme van een ‘platformeconomie’. Het is natuurlijk knap dat je een probleem verzint voor de consument en daar invulling aan geeft. Om dat op deze manier te introduceren is de nieuwe werkelijkheid. Het haalt alleen wel veel charme weg van het (echte) ondernemerschap.

Vermogensongelijkheid opnieuw gedaald? - Pim Baljet

Na de langste formatie ooit hebben we weer een kabinet Rutte. Hoewel dezelfde samenstelling qua politieke kleur heeft Rutte in ruil voor het premierschap vele liberale standpunten moeten laten vallen. Spenderen en potverteren is het nieuwe credo. Veel, heel veel geld voor klimaat, energietransitie, woningbouw, scholing en gezondheidszorg. Een belangrijk deel van de middelen wordt via doel fondsen buiten de begroting en staatsschuld  gehouden maar daarmee worden de lasten daarvan, net als die van de staatsschuld,  doorgeschoven naar volgende generaties. Nederland dreigt, anders dan in het verleden, een rommeltje te maken van haar begrotingsbeleid en ziet haar gedrag ook nog eens beloond. Immers, de Europese Central Bank (ECB) heeft vanwege het door haar gevoerde opkoopbeleid inmiddels ruim 30% van de EU staatsschuld, waaronder die van Nederland, op haar balans staan. En dat deel van de staatsschuld verliest haar relevantie omdat de rentebetalingen op deze staatsobligaties vestzak- broekzaktransacties binnen de publieke sector zijn geworden. Simpel gezegd over het Nederlandse deel van de staatsschuld betaalt het ministerie van Financiën rente aan De Nederlandsche Bank (DNB) en krijgt dat later als winst weer teruggestort. Een aanzienlijk deel van deze schuld kan dus buiten beschouwing blijven als de ECB (en dus de DNB) aangeeft dat een deel van de opgekochte schuld op de eigen balans blijft en zo geen belasting meer vormt voor de overheidsbegroting. Tegenover deze onorthodoxe “meevaller” sloeg de vernietigende uitspraak van het Europese hof inzake de Nederlandse vermogensrendementsheffing, een onbekend gapend groot gat in de meerjarenbegroting. Wederom een smet op het al door vele incidenten gehavende blazoen van de belastingdienst. D66, CU en CDA roeptoeterden in koor dat de in het coalitieakkoord voorgenomen uitgaven ondanks deze majeure tegenvaller niet mochten worden beknot. De linkse coalitiepartijen zagen direct hun kans schoon om een initiatiefwet voor een progressieve vermogensbelasting te lanceren. Als de vermogenden voor de te veel in het verleden betaalde Box 3 belasting worden gecompenseerd, dan moeten zij ook opdraaien voor dit gat in de begroting, is hun mantra. Ook DNB-president Klaas Knot liet zich in deze discussie niet onbetuigd en bepleitte een verzwaring van de vermogensbelasting. Knot is inmiddels al volledig verpolitiseerd en predikt in deze discussie, conform goed Haags gebruik, feitelijke onjuistheden. Want een recente publicatie van het CBS, net als DNB rapporterend aan het ministerie van Financiën, heeft als titel: “Vermogensongelijkheid opnieuw gedaald”.  Volgens onderzoek van het CBS zijn de vermogensverschillen tussen huishoudens sinds 2015, met name als gevolg van stijgende huizenprijzen, jaarlijks afgenomen. Halen we de eigen woning uit het vermogen dan zijn de vermogensverschillen tussen huishoudens tussen 2011 en 2020 stabiel gebleven, en niet zoals politici ter linkerzijde stellen, explosief toegenomen. Tegelijk met de dalende vermogensongelijkheid na 2015 nam ook het vermogensaandeel van de 10% meest vermogenden af van 70% in 2015 tot 60% in 2020. De belangrijkste reden voor dit alles is dus de waardestijging van de eigen woning. En juist die wil Knot in box 3 gaan verplaatsen om te belasten als vermogen. Begrijpt u hem nog? Knot kan zich beter inzetten voor de bestrijding van de inflatie door de rente te verhogen, lijkt mij.

Friesland onder de loep - Albert van Keimpema

Johan Derksen is het zwijgen opgelegd. Hij nam de beslissing zelf, maar had hij dat niet gedaan, dan had Talpa dat besluit genomen. Wel vreemd dat Talpa-baas Paul Römer vindt dat het programma Vandaag Inside niet meer van deze tijd is. Het was tot een dag tevoren doordeweeks dagelijks op de buis! Een teken hoe eng het tv-wereldje is.

Derksen is afgestraft om zijn hoogmoed. Om Johnny de Mol te verdedigen, die was twee dagen eerder door een stichting anoniem aangeklaagd vanwege vermeend grensoverschrijdend gedrag jaren geleden, kletste Derksen een niet bestaand verhaal bij elkaar. De vrouw die hij opvoerde lag in 1972 bewusteloos op de bank. Er werd lacherig over gedaan. Helemaal fout. Het mocht dan wel niet gebeurd zijn, dan nog mag je het gebruik of misbruik van de situatie niet bagatelliseren. Terecht viel het land over hem heen. 

Maar van de wilde hyena’s die hem op tv aanvielen werd ik ook niet vrolijk. Wat zijn dat voor vrouwen? Ik zag enkele botox volgespoten types met pijpsletbekjes en geopereerde zaadvragende spleetogen. Het zag er niet uit. Geef mij dan maar een goed verzorgde moslimdame met een hoofddoek. Maar ik mag dat niet zeggen want dan ben ik een seksist. 

Mannen kunnen nauwelijks meer goed doen. Als je seks wil moet je dat eerst netjes vragen of een formulier invullen, anders kan een vrijpartij je duur komen te staan. In handtastelijkheden die worden uitgelegd als aanranding, doen vrouwen volgens mij tegenwoordig niet veel onder voor mannen. Ik was toen ik jong was erg blue. Ik durfde een vrouw nauwelijks aan te kijken, laat staan aan te raken. Ik was, boerenzoon, zo’n sukkel die je al jaren in Boer Zoekt Vrouw voorbij ziet komen, verlegen en zoekend naar woorden. Later besefte ik dat ik kansen heb laten liggen. Had dan gezegd dat je me leuk vond, hoorde ik wel eens iemand zeggen. Ik had niet in de gaten dat dames omgekeerd mij ook aardig konden vinden. 

De dames laten er nu geen gras meer over groeien. In mijn latere leven ben ik tientallen keren onverhoeds in mijn ballen geknepen. Soms deed het zelfs zeer. En wat moet je dan? Verder dan een schaapachtig lachje kwam ik niet. Ik ging niet naar oom agent. Die zag me aankomen. Dan geef je haar maar van Jetje, hoorde ik hem in gedachten al zeggen. Wanneer ik het wel heel vervelend vond was tijdens een vaste relatie. Stel je voor dat mijn vriendin zoiets had gezien, dan was ik de pineut. Dan zou me zijn aangewreven dat ik het had uitgelokt, de gelegenheid had geboden, eropuit zijn geweest. En dan helpt geen enkel weerwoord meer, weet ik uit ervaring.

Maar goed, ik vind dat de vrouwelijke integriteit strenger mag worden beschermd dan die van de man. Dat zeg ik omdat ik ouderwets ben. Echter, nu ga ik volgens de barricaden bestormende moderne feministische vrouw ook in de fout. Man en vrouw zijn in haar ogen immers totaal gelijk (vind ik niet), en moeten ook als zodanig worden behandeld (vind ik ook niet). Zelfs in de kwestie waar ik het nu over heb. Daarom mag van ons mannen terecht beschaving worden verwacht. Ik weet trouwens dat Derksen heel fatsoenlijk met vrouwen omgaat en dat ze hem, zelfs de jongeren, graag mogen.

Dit onderwerp is trouwens tricky. Het kan me zomaar op een scheldkanonnade komen te staan. Gelukkig kost het me geen abonnees. De dames die mijn blad lezen zijn stuk voor stuk (dit is geen woordspeling) wereldwijven. Die kunnen tegen een stootje en ze hebben de kerels als aan een touwtje.  

In elk geval is Derksen uitgeluld. Dat is aan de ene kant jammer want hij heeft een interessante, originele, prikkelende mening. Wie moet nu door juffrouw Kaag heen prikken? Derksen heeft een antenne voor hypocrisie. Verder is hij de vox populi, de stem van het volk. Nu er in omroepland geen ventiel meer is als Vandaag Inside, kropt het onbehagen bij de gewone man zich op. Er is nu niemand meer die zijn gevoel kan uitdrukken. VI had een belangrijke functie. Het is lulkoek als Römer zegt dat het veelbekeken programma niet meer van deze tijd is. Het is juist van deze tijd, die om zo’n ordinair praatprogramma vraagt: lekker lullen met z’n allen. Alleen de foute mensen worden er niet blij van omdat ze worden aangepakt.

Dat neemt niet weg dat Derksen ook een provocateur is en een mediaman met een eigen agenda waar hij nooit vanaf wijkt. Hij had/heeft in de voetballerij protegés die hij door dik en dun steunt. In relatie tot Heerenveen was hij jarenlang his masters voice en brak hij de club en haar bestuurders af waar hij kon, zonder kennis van zaken te hebben, zonder zich erin te verdiepen. In zijn programma noemde Derksen mij met opzet Kempkema om mij klein en onbetekenend te maken. Daar had ik trouwens geen last van. Derksen heeft de club tijdens de revoluties zeer geschaad. Hetzelfde overkwam Ajax waar Johan Cruijff altijd onrust zaaide. Ajax was immer de gebeten hond, Cruijff kon niks verkeerds doen. Samen met Frits Barend en Jaap de Groot was Derksen de roeptoeter van Cruijff. Barend moest stoppen bij RTL, De Groot werd in zijn nadagen ontslagen bij De Telegraaf en nu moet Derksen bij Talpa het veld ruimen. Alle drie waren ze loonslaaf. De laatste die de rekening krijgt gepresenteerd is Derksen. Ik ben blij dat ik op niemands loonlijst sta. Dat maakt me geestelijk en financieel net even onafhankelijker dan deze mannen die het erg met zichzelf getroffen hebben. Maar ik zal Derksen zeker missen op de Nationale Kwelbuis, zoals zijn naamgenoot en grote voorbeeld Leo Derksen van De Telegraaf de tv altijd noemde.          

Het voorjaar inspireert - Tjitte de Wolff

Het voorjaar inspireert. Dat geldt met name voor ons als horecamensen. Alles bloeit en groeit, ook de fruitgaarden, de groente- en kruidentuinen. Er valt heel veel smaakvols uit de natuur te halen. Het hele jaar door, maar vooral als de lente ontluikt. Dit is de tijd van het jaar. De asperges hebben we net gehad of de aardbeien zijn in aantocht. Zeker in Friesland merk je de natuur. Wat dat betreft hebben wij hier een voorsprong op veel andere regio’s. Door de gevarieerde landschappen en de diversiteit aan bodemsoorten in onze provincie, komt hier een heel breed palet aan natuurlijke producten tot wasdom. De kwaliteitsrestaurants weten waar de natuur wat biedt. En als het niet direct uit de natuur wordt gehaald kun je uit je eigen moes- en kruidentuin smaak aan je gerechten geven, of je hebt je adresjes waar allerlei groenten, fruit en kruiden worden geteeld en gekweekt. Onze Fryslân Culinair-restaurants onderscheiden zich door het beste uit eigen streek, uit eigen grond te halen. Streekproducten zijn de keukens gaan bepalen. Wie wil er nou geen lamsvlees waarin je de kruidigheid van weiland of zeedijk proeft? In tegenstelling tot veel andere regio’s kun je in Friesland nog wel redelijk rendabel op kleinere schaal (bio)boeren en tuinbouw plegen. Hier is de ruimte nog betaalbaar, alhoewel ook in Friesland de prijzen van grond en vastgoed flink zijn gestegen. Maar we blijven rasoptimisten en het voorjaar maakt ons blij. Dat geldt evenzeer voor de komst van onze gasten die na twee jaar corona weer de bewegingsvrijheid hebben die ze zo graag willen. De deuren zijn open, de keukens staan klaar en het terrasmeubilair is uitgezet. Wij verheugen ons op uw komst. De voortekenen zijn goed. Toeristen weten onze provincie te vinden en het ‘eigen volk’ is dikwijls onderweg voor een hapje en een drankje. 

Wie bewaart die heeft wat - Albert van Keimpema

Er gaat niks boven verse producten. Toch is het bewaren van voedsel een kunst die je als chef moet verstaan. Een goede keuken is een keuken die weinig verspilt. Met name de Italiaanse chefs zijn er meesters in. Ze gooien uit principe niks weg. Alles is circulair bij hen, ze zijn inventief. Alles is bruikbaar en ze vinden altijd een manier om smaken te versterken met wat nog voorradig is.

Je staat er ook versteld van hoe smakelijk eten een dag later nog kan zijn. Zo vind ik mijn macaroni van een dag oud lekkerder dan pas klaargemaakt. Hoe dat kan weet ik niet, maar scheikundige koks kunnen dat vast uitleggen. Versterving van producten – ook wel fermentatie genoemd – is trouwens een van de vele bewaarvormen, net als inzouten (pekelen), wecken, verzuren, bevriezen, verhitten, vacuümtrekken, inblikken en verdrogen (stokvis!). Wat betreft het laatste: ooit op reportage in Egypte at ik droge worst die bij plus dertig buiten in een steeg in een drukkend Cairo hing, de muggen eromheen cirkelend. Andere buitenlanders aten pasta’s en salades in eettentjes. Zij werden ziek (water was de boosdoener), ik niet. De worst was kurkdroog.

Het zijn vaak rare wendingen, noden, rigoureuze besluiten en overlevingskunsten die aan de basis liggen van nieuwe technieken en oplossingen. Zo voltrok zich rond 1800 een voedingsrevolutie. Het was de tijd van de Franse revolutie. En Napoleon, die kleine oorlogszuchtige dwingeland, had een goede beloning in het vooruitzicht gesteld aan diegene die een methode vond om voedsel te bewaren. Aan het front is aanvoer namelijk lastig en voorraadhouden van groot belang. Na negen jaar pionieren kwam Nicolas Appert met de oplossing: hij vulde glazen potten met voedingsmiddelen, goot er water bij, deed er een kurk op en dompelde de potten enige tijd in kokend water. Een eeuw voordat Louis Pasteur wetenschappelijk aantoonde dat ziektekiemen worden gedood door verhitting had Appert dat al in praktijk gebracht. Daarmee maakte hij de weg vrij voor de conservenrevolutie. Tal van etenswaren konden dankzij zijn vernuft maandenlang worden bewaard zodat je het hele jaar rond van allerlei seizoenproducten kon genieten, zoals artisjokken bijvoorbeeld. Die kun je rustig en zonder smaakverlies uit blik eten en aan de hand van een mooi recept op tafel zetten. Recepten zijn wel op internet te vinden. 

Wie bewaart die heeft wat, luidt het gezegde. Vraag het de Italianen die tijdens een vierdaagse Antinori-wijnreis mij in de beste restaurants zichtbaar en zonder gêne ingrediënten van de dag ervoor in de maaltijden toverden.

Van de mooiste dag in je leven naar… een wat minder mooie dag - Jules Wilming

Even een paar cijfers op een rij. In 2020 waren er 74.369 stellen die middels het huwelijk dan wel een geregistreerd partnerschap de mooiste dag van hun leven beleefden, 31.802 hadden een wat minder mooie dag. Dit lijkt veel, ruim 42%. Ten opzichte van 1970, 15%, is het ook veel, maar het aantal is wel dalende. Heeft Corona nog invloed gehad? Er zijn er die zijn van mening dat de Corona en de daarbij behorende financiële onzekerheid er mede voor heeft gezorgd dat mensen een scheidingsbeslissing hebben uitgesteld. Mocht dat zo zijn, dan zou, nu de Corona-epidemie voorbij is, er een stijging aan moeten komen. Welnu, deze maand mei, een van die drie maanden met de meeste mooiste dagen, kan het geen kwaad eens stil te staan wat men na een gemiddelde huwelijksduur van 14,9 jaar in 2037 kan verwachten als het op de verdeling van het vermogen aankomt.

Maar, voordat dat zover is, is het eerst van belang kennis te nemen van de vraag hoe er vermogensrechtelijk getrouwd kan worden. En daaronder wordt tevens verstaan het geregistreerd partnerschap. Anders is immers niet duidelijk of, en zo ja hoe, het vermogen uiteindelijk verdeeld moet worden.

Er kan getrouwd worden in gemeenschap van goederen en onder huwelijkse voorwaarden. 

In de eerste situatie, gemeenschap van goederen, blijven bezittingen en schulden die van een van beiden waren, buiten de gemeenschap. Dit geldt ook voor schenkingen en erfenissen, ook al zijn deze tijdens het huwelijk verkregen. Voor het overige geldt dat alles wat verkregen wordt tijdens het huwelijk gemeenschappelijk wordt. Bij een verdeling bij scheiding krijgt een ieder 50% van het bezit en 50% van de schulden. Bezit van voor het huwelijk van een van de partners blijft buiten de verdeling. Aandachtspunt is nog wel wanneer er getrouwd is in gemeenschap van goederen. Was dit voor 2018, dan is alles gemeenschappelijk. Ook de schenkingen en erfenissen, tenzij in het testament of de schenkingsakte een uitsluitingsclausule is opgenomen. Dit moet goed worden vastgelegd en geadministreerd. Het zal niet de eerste keer zijn dat hetgeen van de suikeroom is verkregen gevoelsmatig ten onrechte alsnog moet worden verdeeld.

Huwelijkse voorwaarden kennen een aantal varianten. De koude uitsluiting, een beperkte gemeenschap van goederen en het verrekenbeding.

Bij een koude uitsluiting ontstaat er geen gemeenschap van goederen. Alle bezittingen en schulden van voor het huwelijk en verkregen tijdens het huwelijk bevinden zich in de privévermogens van de partners. Boedelscheiding is in dit geval makkelijk. Die is er niet.

Bij een beperkte gemeenschap van goederen wordt vastgelegd wat wel en wat niet in de gemeenschap valt. Dit geldt niet alleen voor de nulmeting bij het aangaan van het huwelijk, maar ook voor vermogen dat ontstaat tijdens het huwelijk. Ook hiervoor geldt dat een goede administratie onontbeerlijk is. En in de praktijk veelal ontbreekt. Over 14,9 jaar een potentiële bron van eindeloos getouwtrek.

Bij een verrekenbeding worden bepaalde inkomsten of vermogen verdeeld over de beide partners. De minderbedeelde kan toch een beetje meeprofiteren. Verrekenen kan periodiek, ieder jaar, wat overigens zelden gebeurt, maar ook finaal, aan het einde van het huwelijk.

Als nu de dagen wat minder mooi worden, en het komt er uiteindelijk op aan, dan bepaalt het huwelijksvermogensrecht of er verdeeld moet worden, hoe en hoeveel. Bij een niet uitgevoerd periode verrekenbeding kan dat tot onverwachte gevolgen leiden en tot lijden van de vermeend meest vermogende. Een soort van gemeenschap van goederen ligt op de loer en alles tijdens het huwelijk opgebouwd gaat fiftyfifty. Maar, het komt daarentegen ook voor dat er niet verdeeld hoeft te worden terwijl er uit morele verplichting en verzorgingsgedachte de minst vermogende toch wat minder bedeeld verder moet gaan, bijvoorbeeld met de woning, die nu net van de ander is. En hoe schuif je diegene nu wat toe zonder dat de fiscus langs komt? Het aangaan van een beperkte gemeenschap van goederen zou misschien een oplossing kunnen zijn. Deze wordt zodanig vormgegeven dat de minst bedeelde bij een verdeling toch datgene krijgt wat de bedoeling is. 

In het zicht van overlijden zijn twee partners, waarvan een ernstig ziek was, dit alsnog overeengekomen. Ze hebben de gemeenschap van goederen gewijzigd in huwelijkse voorwaarden waarbij 90% van het vermogen toe kwam aan degene met de langste levensverwachting. En zoals verwacht, kort na het wijzigen kwam de ernstig zieke partner met nog slechts 10% van het totale vermogen te overlijden. De inspecteur vond dit een schenking. De rechtbank, in navolging van een oude uitspraak van de Hoge Raad, zag hierin geen schenking, maar het gerechtshof, waar de zaak door het hoger beroep van de fiscus terecht was gekomen, weer wel. Wat nu de uiteindelijke uitkomst van dit welles-nietes spelletje zal worden, is nog niet bekend. De Hoge Raad moet er nog over oordelen. En als het oordeel niet anders zal zijn dan in zijn eerdere uitspraken, dan biedt dit ruimte om binnen het huwelijk zonder fiscale gevolgen met vermogen te schuiven. In het zicht van een echtscheiding zou dit een oplossing kunnen zijn de minst bedeelde iets minder berooid achter te laten.

Kappen met Joost - Klaas Jansma

In 1947 voerde de provinsje Fryslân een nieuw prijzenstelsel in met een Dr. Joast Hiddes Halbertsma-priis voor een beste wetenschappelijke prestatie. Dat is 75 jaar geleden. 

Ruim 200 jaar geleden gaf dezelfde Dr. J.H. Halbertsma in eigen beheer een klein boekje uit met stukjes van zijn broer Eeltsje en hemzelf. Ze bedachten er zelf een schrijver bij, de overleden manke kleermaker Gabe Skroar. Zo waren ze wat vrijer om te schrijven – hoewel het nog geregeld gebeurde dat een uitgever van oppositioneel of kritisch werk door de rechter werd veroordeeld.

Dit boekje zou uitgroeien tot de vermaarde ‘Rimen en Teltsjes’, waarvan de meniste predikant Dr. Joost tot zijn dood in 1869 de eindredactie voor zijn rekening nam.

            Hij was een harde werker, die overal verstand van had. De Friezen en Fryslân had hij in het verre Deventer lief. In een poging om net zo populair te worden als broer Eeltsje, wat hem nooit gelukt is, schreef hij een paar schandalige stukken. Eén daarvan ging over een Perzische slavenjongen die, opgegroeid in de woestijn, erg bang was op zee. Daarvan werd hij ‘genezen’ door hem twintig keer bijna te laten verdrinken door een paar flinke zeelui. ‘Waterboarding’ heet dat tegenwoordig. Daarna zat hij als een zielig vogeltje in de kombuis van het slingerende schip, wetend dat dit altijd nog veiliger was dan de zee zelf. De helden!

Een ander gedicht van hem gaat over een moorse slavin Almansa, die de kruisvaarder Hidde als beloning krijgt nadat hij een legertje islamieten in de pan heeft gehakt. ‘Hidde brûkte har foar faam / En hja tsjinne ‘im as in laam.’ Drie keer raden wat Hidde met haar uitspookte.

Toen hij haar tenslotte van de koning moest vrijlaten, wilde hij niet met haar trouwen – terwijl zij toch liever een fiere Fries had dan die valse Spanjaarden. Daarom ging ze maar in een (christelijk) klooster.

            Dit moet geschreven zijn en (her)uitgegeven nadat de slavenhandel al lang verboden was (Engeland 1808, Nederland 1814) en de slavenhouderij ondanks fel verzet van plantageboeren een tijdje later. Tegenwoordig bieden bestuurders er excuses voor aan, wat terecht is. Het leek nergens op.

            Ook Gabe Skroar (Eeltsje Halbertsma?) vindt dat dat niet kan. Hij schrijft over mensen die van binnen zwarter zijn dan negers van buiten: ‘Dy har [d.i. de slaven] op de boelguodstafel sette en dy har ferkeapje as âld húsrie en âlders en bern fan elkoar skiede. Dy har mei swipen slane op it neakende lichem dat it bloed ‘er útrint.’

Zo corrigeert Gabe J.H.H., zoals hij in de laatste uitgave van de ‘Rimen & Teltsjes’ wordt aangeduid.

De provincie Fryslân zou dit ook moeten doen. Vervang de Dr. Joast Hiddes Halbertsma-Priis nog dit jaar door de Sint Titus Brandsma-priis, Sietske Poepjes. Ook hij was een doctor, en iemand waar we nog wel een paar jaar trots op kunnen zijn, omdat hij in 1942 door de nazi’s in Dachau is vermoord. Het is ook mooi voor onze CdK van Roomse huize Arno Brok, dat we een verse eigen heilige vereren. En geen man van ‘geveltsjefrysk’, maar een echte strijder voor het Roomsk Frysk Boun.

Publieke Gerechtigheid - Sjoerd Galema

Terwijl in de gemeenten van Fryslân de nieuwe colleges van B&W worden geïnstalleerd, leert een blik op de verkiezingsprogramma’s van verschillende partijen dat een eerlijke rol die overheden zouden moeten hebben op het gebied van Publieke Gerechtigheid, in relatie tot burgers en bedrijven, in brede zin wordt onderschreven. Anders gezegd; de politiek vindt dat overheden een stabiel baken moeten zijn, in de zin van rechtszekerheid en rechtvaardigheid naar burgers, ondernemers en instellingen.

Ons land heeft wat deze waarden betreft een reputatie op te houden. Rechtszekerheid, bijvoorbeeld het bezit van een huis of ander vastgoed, is in ons land een groot goed.            Al vroeg had ons land middels het Kadaster het bezit van vastgoed door private partijen, supergoed geborgd. Terwijl in landen als Brazilië, China en in het Oostblok corruptie en willekeur door burgers en overheden de norm zijn, weet je je in Nederland als particuliere huizenbezitter verzekerd door een waarden gedreven overheid die respectvol met jou en je bezit omgaat.  

De laatste jaren stapelen echter veel te veel voorbeelden zich op van overheden die nonchalant de hen door de burgers gegeven macht, tegen diezelfde burgers misbruiken. De toeslagenaffaire legt indringend een doorgeslagen systeem bloot. Vergunningverlening voor de bouw van een woning of schuurtje heeft door de jaren een verstikkend David en Goliath-gehalte gekregen. Een waterschap dat zichzelf boven grondeigenaren stelt, in een gebied waar ze zelf geen vierkante meter grond, of kubieke meter water in haar bezit heeft. Met een leger bureaucraten en juristen gaan de overheden goedwillende burgers te lijf. 

Het slechtste voorbeeld in dit voorjaar, is de rol die ons kabinet meent te moeten spelen in het stikstofdossier. Onze wet en regelgeving op dat gebied is een bureaucratische en papieren werkelijkheid, die met feiten niets meer heeft te maken. Op dit drijfzand bouwen de overheden met het instrument van onteigening vrolijk verder aan de aantasting van rechtszekerheid en rechtvaardigheid. 

Het is notabene een VVD(partij voor het private bezit!?)-minister die boerenfamilies, vaak al meer dan 100 jaar productief in onze voedselvoorziening, van hun land wil jagen. Nederland zakt op de ladder van de Publieke Gerechtigheid af richting het niveau van Zimbabwe. Lichtpuntje voor Fryslân is dat onze Provinsjebestjoerders zich in deze gang richting een bananenrepubliek niet laten meeslepen door een kabinet dat de weg kwijt is. Lichtpuntje is ook dat onder druk van een zinloze oorlog in Oekraïne voedselzekerheid weer op de agenda komt. Nog maar 80 jaar geleden wilden Randstedelingen wel kruipend over de Afsluitdijk om aan eten te komen. Voedsel is nooit vanzelfsprekend.

Opzouten met die politici, ambtenaren en hun systemen die de hun toevertrouwde macht tegen hardwerkende burgers misbruiken, en daarmee onze waarden met voeten treden. 

O Nederland, let op u saeck.

Je eigen concurrent starten - Egon Diekstra

Wat waren we trots om voor TomTom te mogen werken. De allereerste navigatieproducten mochten medewerkers van ons bedrijf in de winkels demonstreren. Het ging om ruim duizend activiteiten per jaar in de Benelux. Als zoete broodjes gingen de mobiele navigatiekastjes over de toonbank (toen ongeveer 1.000 euro per stuk). We waren een belangrijke partner voor TomTom en dan bemoeit de directie zich daar ook mee. Een lid van de board vond het ook belangrijk om bij ons in Sneek langs te komen.

Altijd spannend natuurlijk, wie weet wilden ze nog veel meer met ons doen. De ontvangst was hartelijk, we kregen complimenten over de uitvoering en TomTom groeide bizar snel. Ook wij vertelden enthousiast over alle activiteiten die wij voor vele A-merken mochten uitvoeren in de markt. En dat was precies het onderwerp waar TomTom met ons over wilde spreken. Ze eisten van ons dat we exclusief voor TomTom gingen werken en niets zouden doen met aanbieders die ook maar enige vorm van concurrentie van het Amsterdamse bedrijf zouden zijn. Wij moesten per direct afscheid nemen van de klant Mio, anders zou TomTom met ons stoppen. Het werd een ongemakkelijk gesprek.

Ietwat verbijsterd bleven wij achter. Een tevreden opdrachtgever vertellen, dat wij niet langer meer konden werken voor dit bedrijf, hadden we nog niet eerder meegemaakt. Powerplay! Deloitte, ING of Post.nl werken ook voor meerdere kannibaliserende opdrachtgevers. Albert Heijn verkoopt ook Coca Cola én Pepsi. 

Hamilton Bright was rond 2005 nog klein en dan zijn er opdrachtgevers die vinden dat ze eisen kunnen stellen. Dat paste niet zo bij ons. Exclusief werken voor bepaalde opdrachtgevers terwijl we operationele activiteiten uitvoerden, slaat nergens op. 

Uiteindelijk heeft TomTom ons enorm geholpen met deze boodschap. We vonden onszelf het beste bureau van Nederland op ons terrein en dachten dat er nog voldoende ruimte was voor nog een ‘Hamilton Bright’. We besloten onze eigen concurrent op te richten. In het midden van het land huurden we een keurig bedrijfspand en een ‘high potential’ van Hamilton Bright ging dit nieuwe bedrijf vormgeven. We gaven dit label de naam Pentagon Retail Solutions. Zo hadden we nog een mooi ijzer in het vuur. 

We vertelden aan de betreffende opdrachtgever, dat wij het enorm vervelend vonden om te moeten mededelen dat wij helaas de samenwerking moesten stoppen. Maar over een goed alternatief hadden we wel nagedacht: “In Nijkerk zit een heel goed bureau”. Na enkele gesprekken met ‘Pentagon’ vonden zij dat ook.

Pentagon had een vliegende start met deze grote opdrachtgever en groeide in 5 jaar tijd uit tot een bekend Field marketing en sales bureau in Nederland.

Na die 5 jaar hebben we een persbericht uitgestuurd, dat Hamilton Bright een bedrijf uit Nijkerk had overgenomen. Dat gaf ons zoveel extra body, dat moeizame discussies over exclusiviteit niet meer zijn voorgekomen.

Resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor… - Pim Baljet

Terwijl het kabinet Rutte IV een moeizame puzzel moest leggen voor wat betreft het sluitend krijgen van de lopende begroting, kwam het CBS met zeer verassende cijfers over de overheidsfinanciën van het afgelopen jaar. De uitkomsten over 2021 blijken veel beter te zijn geweest dan algemeen werd verwacht. Zo kwam de staatsschuld, na 2 zware coronajaren, uit op 52,1% van het BBP. Slechts een paar procent hoger dan in het topjaar 2019 en ruim binnen de Europese norm van maximaal 60%. Op Prinsjesdag 2020 voorspelde het CPB nog dat in een gunstig basisscenario de staatsschuld per eind 2021 62% zou bedragen en zelfs 72% als een tweede coronagolf zich zou aandienen. Die 2e golf is gekomen en zelfs een 3e en 4e inclusief lockdowns en avondklokken, maar die hoge schuld kwam er niet. Vergeleken met die voorspelling staat de overheid er 20 procentpunt ofwel 150 mrd. euro beter voor. Het begrotingstekort kwam uit op slechts 2,5% ruim binnen de Europese tekortnorm van 3%. Op 30 november vorig jaar werd het begrotingstekort nog geraamd op meer dan 5%. In euro’s een meevaller van 21 mrd. 

Waar komen deze meevallers plotseling vandaan? Welnu, de economie draaide verassend goed met een economische groei van ruim 5% in vergelijking tot een eerdere raming van 3,5%. Hogere groei leidt tot hogere belastinginkomsten uit BTW en ondernemingswinsten. Daarnaast: hoe beter de economie draait, hoe minder recht de ondernemer op coronasteun heeft gehad. Maar dit alles is voor het kabinet geen reden voor een feestje. In de Haagse begrotingslogica is een meevaller in het voorgaande jaar geen aanleiding om dit jaar meer geld uit te geven. En dat terwijl er zich dit jaar ruim 25 mrd. euro aan tegenvallers aandient. Deze bestaan uit het herstel van de koppeling van de AOW aan het minimumloon, reparatie van de koopkracht als gevolg van de stijging van energiekosten, extra defensie-uitgaven vanwege de geopolitieke spanningen en als gevolg van het arrest van de Hoge Raad een eenmalige compensatie van spaarders die te veel Box 3 vermogensbelasting hebben afgedragen over de jaren 2017-2021. Om dit gat van 25 mrd. te dichten heeft het kabinet 3 opties. Bezuinigen, de staatsschuld laten stijgen of de belastingen verhogen. De kersverse minister van Financiën is meer politica dan vakminister en schatkistbewaarster. Bezuinigen op het door D66 met veel lawaai binnengehaalde gigantische klimaat en stikstoffonds is geen optie voor haar. Extra lenen lijkt ook van tafel en dus resteert de weg van de minste weerstand: het verhogen van de belastingen op vermogen en de beloning van de DGA. Daarnaast wordt de spaartaks-compensatie uitgesteld tot later dit jaar zodat de pijn niet in dit jaar valt. Allemaal maatregelen waarmee het kabinet de oppositie denkt te verleiden tot steun in de eerste kamer. Geen beleid is ook beleid, denk ik dan maar. Wat de centrale overheid doet kan de lokale overheid ook. Dus grepen vooral de Friese gemeenten de corona-bijwerkingseffecten aan om de WOZ van met name de recreatiewoningen in de provincie draconisch te verhogen. In De Fryske Marren steeg de WOZ van recreatiewoningen tussen 2020 en 2022 met gemiddeld meer dan 40%. Aan de hoogte van de WOZ zijn de forensen- , onroerendezaakbelasting, riool- en afvalstoffenheffing en waterschapsbelasting gekoppeld.  Zo steeg bijvoorbeeld de waterschapsbelasting als gevolg hiervan met meer dan 28% in 2022 t.o.v. 2020. En dat terwijl de energieprijzen al meer dan verdubbeld zijn en de inflatie inmiddels tegen de 10% aanschurkt. De recreant die Friesland juist in de armen had gesloten, betaalt de rekening. Niet vriendelijk en niet slim. Het moge duidelijk zijn dat de overheid een belangrijke bijdrage levert aan de daling van de koopkracht en die zal haar invloed op de toekomstige consumptieve bestedingen niet missen. Niet alleen de neveneffecten van het sanctiebeleid tegen Rusland maar juist ook het gevoerde belastingbeleid van de overheidssector maakt een recessie in Europa binnen een jaar zeer waarschijnlijk.

Friesland onder de loep - Albert van Keimpema

Ik weet niet wat het pluche van het Provinciehuis met gedeputeerde Douwe Hoogland heeft gedaan. Eerst bedenkt hij dat boeren aan vogelwachters moeten vragen of ze hun land in mogen, en nu is hij op de gedachte gekomen dat je voor het organiseren van een optocht, kermis, barbecue of modderrace een ecologisch onderzoek moet aanvragen. En dus ook moet laten uitvoeren. Nog erger. Er valt dan weinig meer te beleven in Friesland. Vrijwilligers zullen weinig zin meer hebben om voor noppes het vuur uit de sloffen te lopen. Hoogland is wel zeer op zijn hoede om de buitenlucht te beschermen. Hij houdt in elk geval de ambtenaren aan het werk. Je moet er maar de humor van inzien.

Wat wel gewoon mag doorgaan is het bouwen van enorme windturbines, ook al kloppen de cijfers van het RIVM over de effecten van die dingen niet, zo is gebleken. De bouw van het windpark bij Nij Hiddum Houw op de Kop van de Afsluitdijk moet coûte que coûte doorgaan, daar helpt geen lieve moedertje meer aan. Prachtige naam trouwens, Nij Hiddum Houw. Je zou wensen dat je sneuvelt op een slagveld dat zo heet.

Het woord is gevallen, Afsluitdijk. Deze naam schijnt volgens deskundigen een negatieve connotatie te hebben. Anders kunnen ze het namelijk niet verklaren waarom er geen hond in het nieuwe Afsluitdijk Wadden Center bij Kornwerderzand komt. Ik weet het wel: er valt niks te beleven. Er zit miljoenen overheidsgeld in, maar geen beleving. Die was er wel in dat schitterende wegrestaurant, het mooiste van heel Nederland, bij het Vlietermonument halverwege, waar de Afsluitdijk in 1932 werd gesloten. Een juweel van de beroemde architect Willem Dudok. Dit in 1933 geopende kleine buffetrestaurant, een van de eersten volgens dat concept, en met de complete historie van de Zuiderzeewerken aan de muur, heeft de deuren gesloten. Wat wil je, als je vijftien kilometer verderop zo’n reus als ‘het Center’ ziet opdoemen. Het gaat om imponeren. Groot, groter, grootst. Dat geldt ook voor de windturbines in het IJsselmeer waar de bronzen Cornelis Lely, het brein van de Zuiderzeewerken, thans uitzicht op heeft. Het is maar goed dat hij zijn nek niet kan draaien. Ondertussen lijkt al het geld (€ 12 miljoen), dat 21 partijen (natuurorganisaties, (semi)overheden, energiebedrijven, erfgoedstichtingen en natuurlijk de provincie) in het project hebben gestoken, in datzelfde IJsselmeer te verdwijnen. De tekorten lopen op. Je kunt zo’n project maar beter aan de markt overlaten. Een overheid moet faciliteren, daar is een overheid voor. Niet ondernemen.

Behalve te worden ‘opgeleukt’ wordt de Afsluitdijk ook hoger. Twee meter zelfs. Hoger dus dan de voorspelde zeespiegelstijging van anderhalve meter. Wij moeten ons nu veiliger voelen, krijg ik te horen. Maar ja, die zee houdt toch niet op bij de Afsluitdijk? 

Was het trouwens wel verstandig om onder zeeniveau te gaan wonen? Ik moest daaraan denken toen ik in Barcelona na twintig jaar weer een bezoek bracht aan de Sagrada Familia. Deze basiliek staat in mijn Top 5 van meest imposante bouwwerken die ik zelf ooit heb gezien, samen met bijvoorbeeld de verloren Inca-ruïnestad Machu Picchu hoog in de Andes in Peru, en de piramides van Gizeh. De bouw van de Sagrada startte in 1882 en moet in 2026, het 100ste sterfjaar van de architect Antoni Gaudi, zijn afgerond. Wat ik niet wist was waarom de basiliek 172,5 meter hoog is. Dat is al heel hoog, maar Gaudi wilde niet hoger. Dan zou de basiliek uittorenen boven de berg Montjuic bij Barcelona. Het zou van hoogmoed getuigen, vond Gaudi, als hij Gods constructie zou trotseren. Als devoot architect kende hij zijn plaats. Hoogmoed zie ik vandaag de dag overal. Laten wij ootmoedig het hoofd buigen voor Gods constructie en onderkennen dat je, als je bouwt beneden zeeniveau, misschien niet eens genoeg hebt aan een dijk van twintig meter hoog, ooit.

Het is een feest om alle rampscenario’s te vernemen en vooral de vele tegenstrijdige oplossingen die worden aangedragen om het klimaat naar onze hand te zetten. Van alle maatregelen die je kunt nemen om de hoge gasprijs te kunnen blijven betalen, miste ik er één: trek een trui aan. Ik bracht eens een bezoek aan Hans Smelik en Andries Stokking die in Franeker het rijksmonument ’t Coopmanshûs van 1746 bewonen. De mannen zaten lekker in het wol. Ja, zeiden ze, dat moet wel in dit huis als je je niet blauw wil betalen. Dat was twintig jaar geleden. Ze begrepen niet waarom niet meer mensen dat deden. Zo langzamerhand, toen ik kinderen kreeg, begreep ik het wel. Er liggen namelijk helemaal geen truien in de winkels!, zo bleek mij toen ik ‘winterkleren’ met hen ging shoppen. Dat is namelijk niet nodig met de thermostaat op een gerieflijke stand. 

Het wordt ons allemaal ook wel erg comfortabel gemaakt. Een hoge energierekening zou wellicht goed zijn voor de mentale weerbaarheid van de homo erectus van vandaag de dag. Helaas, lauw kans. De overheid springt al bij voordat de rekening überhaupt op de mat ligt. De overheid laat niemand in de kou, behalve als je in de immense toeslagenwirwar eerst geld betaalt en het later terug moet krijgen. Want dan snapt Vadertje Staat het eigen ontworpen systeem namelijk zelf ook niet meer. Voor de rest: hou de hand maar op. Klimaatcrisis, gascrisis, financiële crisis, bouwcrisis, coronacrisis, de rijksoverheid schiet wel bij. In coronatijd nu al meer dan 80 miljard. Dat is nog eens een tsunami waar de financiële dijken volgens mij niet bestand tegen zijn.

De vraag is nu: word ik een modelburger? Ik heb namelijk het gevoel dat de overheid dat graag wil. Je moet een diploma halen wil je het gratis genoten openbaar vervoer niet terug te hoeven betalen. Je moet straks elektrisch rijden wil je met een snelheid van 130 over de wegen zoeven. Je moet een coronapas hebben wil je nog aan het maatschappelijk leven deelnemen. Ik zit in een kaartenbak en ik merk dat alle bestanden zijn gekoppeld. Van de weeromstuit ben ik weer geld gaan opnemen. Nog even en dan pakt de overheid ons contant geld ook nog af. Kun je niks meer ongezien doen. Ik raad u aan hetzelfde te doen. Denk er niet te lichtzinnig over.       

Kookstudio - Albert van Keimpema

Ik kom graag in Barcelona. Het is een moderne wereldstad die aan eigenheid niks heeft verloren. In nauwe straten zie je nog steeds bordjes die het eenrichtingsverkeer van paard en wagen aangeven omdat de voermannen elkaar niet konden passeren. Bovendien is het een stad boordevol cultuur. En in het bijzonder de gastronomische cultuur. Het heerlijke weer helpt natuurlijk mee, maar het blijft bijzonder dat waar je ook bent in de stad, overal langs straten en op pleintjes gegeten wordt. Van de vroege middag tot de late avond. Slecht eten bestaat er niet. De gemiddelde kwaliteit is hoog. Eten in Barcelona is een verslavend feest. 

Behalve restaurants in alle variëteiten zijn er in Barcelona ook veel kookstudio’s. Om bekend te raken met de Mediterrane keuken zou je daar eens een bezoek moeten brengen. Wat je kookt eet je als deelnemer zelf op. Dus lunch of diner is meteen geregeld.

Ik was te gast in BCN Kitchen van Xavier Auglade, een Catalaan die de kooklessen ook in het Engels kan geven. Het aardige is dat hij je eerst meeneemt naar de markthal om boodschappen te doen. Onderwijl vertelt hij over de groenten, de vis, het vlees en het brood dat hij koopt voor de gerechten die op het menu staan. Deze keer zijn dat tomatenbrood (Pa Amb Tomàquet), tortilla’s, gazpacho, paella en een dessert. Eenvoudige gerechten. Juist in die eenvoud verschilt de Spaanse keuken van de Nederlandse haute cuisine; men houdt vast aan traditionele maaltijden die op conventionele wijze worden bereid. 

Terug naar de kookstudio van Xavier. Hij toont alle ingrediënten op het kookeiland. Er ligt een rijkdom aan ingrediënten: prei, ui, paprika, knoflook, tomaat, pepers, wortelen, aardappelen, komkommer, citroen, sinaasappel, brood, garnalen, mosselen, inktvis en nog meer. Hij demonstreert hoe je tomatenbrood maakt (zijn record is 50 seconden). Knoflook en de overdwars gesneden volrijpe tomaat rasp je op het met olie ingewreven crunchy brood. Gazpacho is mijn favoriete voorgerecht, ook in Nederland hoewel je het hier niet gauw op de kaart aantreft. Deze koude groentesoep komt uit Andalusië (Zuid-Spanje) waar boeren zich ’s zomers onder hoge temperaturen opkikkerden met de gepureerde mix van tomaten, paprika rood en groen, ui, knoflook, komkommer, olijfolie (eerste persing) en sherry vinaigrette. Dit geeft een boost waarop je de rest van de dag de zware landarbeid kunt verrichten.

De Catalaanse tortilla is een omelet van ei, aardappelen en gekaramelliseerde ui. Je bakt hem kort van beide kanten. Iedereen kan het, maar je moet wel blijven opletten. Je kunt er eindeloos mee variëren door groenten toe te voegen (courgette, aubergine), kruiden, jam, kaas of Sobrassada (gezouten worst van de Balearen). 

Van de paella denken de meeste mensen dat het een visgerecht is. Niet waar. Paella kun je net zo goed met kip of konijn bereiden. Xavier kiest voor vis en schaal- en schelpdieren (Paella de Marisco). De basis is een curry met witvis die lang op het vuur staat. Garnalen, geroosterde inktvis en mosselen worden later aan het rijsgerecht toegevoegd. 

Er wordt afgesloten met een Crema Catalana, een dessert dat stamt uit de 11e eeuw. Het is een crème brûlée (op Catalaanse wijze met kaneel en schilrasp van citroen en sinaasappel) en we krijgen een lesje in karamelliseren.

Daarna is het smullen geblazen.

Restaurants die graag een dagje rond willen draaien zouden hun programma kunnen uitbreiden met een kookworkshop. Daar moet een markt voor zijn. Voor mensen die Barcelona willen bezoeken: zet dit op je activiteitenlijst. Leerzaam, gezellig en lekker.

Teamgeest - Tjitte de Wolff

Wat je ook doet, je doet het altijd samen. Of je moet in je uppie een roman gaan schrijven. Dan heb je niemand nodig. Maar waar ondernomen wordt, daar kan iemand het niet alleen. Teamgeest is vereist. Dat geldt juist voor restaurants. Daar komen veel disciplines bij elkaar. Toch kan de een niet zonder de ander omdat je met z’n allen bijdraagt aan dat ene doel: gasten verwennen in alle opzichten. Hartelijk ontvangen, service verlenen, contact maken, goed eten voorschotelen, een aangename kamer bieden enzovoorts. 

In de restaurantwereld heb je de zogeheten ‘witte brigade’, de keuken (al gaan veel koks tegenwoordig ook vaak in zwart), en de ‘zwarte brigade’, de bediening (al is dat niet meer zo algemeen). Het is de kunst deze twee brigades als een twee-eenheid te laten opereren. Van belang is dat ze individueel verantwoordelijkheid nemen maar collectief denken. Alleen dan kun je succes behalen. Om die reden was ik verheugd een reportage te lezen in de Leeuwarder Courant over de samenwerking tussen de horeca en de onderwijsinstellingen, de ROC’s (regionale onderwijscentra). Alles begint bij een goede opleiding hoewel er in ons vak gelukkig ook ruimte is voor autodidacten. Maar het onderwijs zie ik als de kraamkamer voor de personeelsbezetting, die in onze branche krap is. Je mag blij zijn met kwaliteitsmensen. Zij vormen het kapitaal van elke onderneming. 

Net als voor de zaken afzonderlijk is teamspirit ook belangrijk binnen een samenwerkingsverband als Fryslân Culinair. Dat doe je ook met elkaar. Onze organisatie krijgt steeds meer vorm. Speciale commissies zijn op diverse fronten actief. Bea Brouwer houdt zich bezig met het voucherverhaal, Jan Gerard van der Wal behartigt de labelhouders, Johan Schotanus begeleidt de scouting van nieuwe leden en Sjouke Schilstra coördineert de Mini Events. Die laatste gaan naar mijn mening een succes worden. Wij bieden onze pashouders een mooi uitje en een inkijkje bij interessante bedrijven, ze proeven kwaliteit en in sociale zin voegt het ook wat toe. Als voorzitter kan ik alleen maar zeggen dat onze club de wind in de zeilen heeft. Er zijn twee nieuwe leden bijgekomen (Bistro Nijeholt en Aragosta) en drie labelhouders hebben zich gemeld. Het fundament wordt sterker, de teamgeest wint.

De Familie Van Haersma Buma - Hans Wiegel

Er is een bijzonder boek verschenen. De schrijver is André Vermeulen. Het boek heet “Pionier van het verzet”. Het is een biografie over Sybrand Marinus Van Haersma Buma (1903-1942). 

In de NRC van 1 oktober stond er een artikel over hem, geschreven door Jeroen van der Kris. Wie was die Iunus Buma (zijn roepnaam)? Een burgemeester in Friesland en verzetsstrijder die in de oorlog door de Duitsers gevangen werd genomen. Hij is gestorven in 1942. Daarvoor was hij burgemeester in Wymbritseradeel. Nu onderdeel van Súdwest-Fryslân.

Hij was, net als zijn zoon en kleinzoon, burgemeester. Ik heb die zoon en kleinzoon allebei gekend. Zijn zoon heb ik leren kennen toen hij bestuurslid was van de jongeren van de Christelijk Historische Unie. Later werd hij ook burgemeester, met als eerste plaats Workum en later in Sneek. Daarna diens zoon die benoemd werd in Leeuwarden. Daarvoor was hij leider van het CDA in de Tweede Kamer. 

Een uitzonderlijke familie. Daarom is het prachtig dat er nu een boek is over de grootvader van de huidige burgemeester van de hoofdstad. Hij werd een jaar na de bezetting in ons land, op 7 mei 1941, gearresteerd. Diens vader, die goede contacten had, wilde toen proberen om zijn zoon vrij te krijgen. Maar zijn zoon Sybrandus wilde dat niet. Hij zei toen – las ik – “zijn lot ligt in handen van God; als Hij het wil komt het wel goed”. Opmerkelijk vond ik dat de Duitsers niet eens wisten dat Buma betrokken was bij het verzet. Het was zijn anti-Duitse houding die hem fataal is geworden. Later is hij vervoerd naar Neuengamme, een concentratiekamp in de buurt van Hamburg waar hij eind 1942 stierf.

Na de oorlog werd zijn zoon mede ter ere en dank maar vooral op basis van zijn bestuurlijke kwaliteiten, ook burgemeester. Jong nog, zo ging het. 

Bij het verhaal over het boek in de NRC staat ook een foto, gemaakt begin 1904. Een foto van de moeder en vader met een kleine Sybrand Martinus.

Ik raad u aan dit boek te lezen. Het is interessant en een eer aan een man die alleen ‘knibbele foar God’, en zijn latere familie.

De belastingtelefoon - Jules Wilming

Er was eens… een werknemer. Dagelijks reisde de beste man op zijn trouwe rijwiel naar zijn werk, een aantal kilometers verderop. Hij had een leuk salaris, maar ondanks dat was er de laatste jaren weinig uitdaging meer in zijn werk. Eigenlijk wilde hij wel wat anders, iets nieuws, meegaan met zijn tijd, meedoen in de vaart der volkeren. ’s Nachts droomde hij wel eens van een laptop van de zaak, een zakelijke mobiel, en, als klap op de vuurpijl een echte leaseauto. Wat zouden zijn buren wel niet denken als hij met een nieuwe glimmende mobiel de straat in zou komen rijden.

Na lang wikken en wegen hakte hij de knoop door. Hij ging solliciteren, en warempel, hij werd aangenomen op de vacature waarbij onder anderen een leaseauto ter beschikking werd gesteld.

Nu was het een moderne werkgever die niet zomaar wat ter beschikking stelde. Nee, de werkgever had als vervoersregeling een zogenaamd cafetariasysteem. De beste werknemer kon kiezen uit een belaste kostenvergoeding of uit een auto van de zaak. Maar er stond hem ook iets bij van € 0,19 per kilometer. Dat kon toch onbelast? Kon je dat ook op je inkomen in aftrek brengen? De werknemer prakkeseerde en prakkeseerde. Wat moet ik doen? Een vergoeding? Kostenaftrek? Een blinkende leaseauto? Hij kwam er maar niet uit. Totdat een goede kennis hem wees op de belastingtelefoon.

Dat was een goed advies. Daar zouden ze hem vast kunnen helpen in zijn afwegingen. En ja hoor. De medewerker van de belastingtelefoon vertelde hem dat als hij een sluitende kilometeradministratie zou bijhouden, hij in de aangifte inkomstenbelasting € 0,19 per zakelijk gereden kilometer in aftrek op zijn loon kon brengen. En dat was wel de moeite waard. Want zijn nieuwe werk lag niet meer op fietsafstand van zijn woning. En achteraf gezien had hij ook niet zoveel op met nieuwe auto’s. Zijn oude karretje zou het heus nog wel een tijdje volhouden, zodat hij liever voor de belaste onkostenvergoeding ging. Voor zijn partner betekende dit wel dat er een andere auto moest komen. Maar met wat zoekwerk was er vast wel een uit de garage van een oud vrouwtje op de kop te tikken. Een met weinig kilometers op de teller. 

Zogezegd, zogedaan. Aan het begin van het volgende jaar deed hij, gezagsgetrouw als hij was, op tijd zijn aangifte inkomstenbelasting. Dat was deze keer wel even rekenen met alle zakelijke kilometers. Minutieus ging hij te werk. De medewerker van de belastingtelefoon had immers gezegd dat het een sluitende kilometeradministratie moest zijn.

Maar toen. Een aantal weken later lag er een blauwe enveloppe op de mat.  Een vragenbrief van de belastinginspecteur. Die wilde de aftrek van de reiskosten niet accepteren. Er vond overleg plaats tussen de werknemer en de belastinginspecteur. De inspecteur gaf aan dat aftrekbare kosten voor het werk ver lang achter ons ligt. Die hebben we sinds 2001 niet meer. De mededeling van de belastingtelefoon betwistte hij niet, maar hij stelde dat de mededeling wettelijk onjuist was. Ook kon hij aan een telefonische inlichting van de belastingtelefoon geen in rechte te beschermen vertrouwen ontlenen. Tot slot kon de werknemer volgens de belastinginspecteur niet aannemelijk maken dat hij andere schade had geleden dan de verschuldigde belasting.

De inspecteur corrigeerde de aangifte en legde de aanslag op, zonder de toegezegde aftrek. Dat ging het rechtsgevoel van de werknemer toch duidelijk echt te boven. Zijn enige optie was om zijn zaak voor te leggen aan de rechter. Eerst naar de rechtbank. Maar wat de werknemer ook bepleitte, hij kon de rechter niet overtuigen. De rechter stelde hem in het ongelijk, en de onrechtvaardigheid bleef aan hem knagen. Dan maar in hoger beroep, kijken wat het gerechtshof ervan zou vinden. 

En wat gebeurde daar? De werknemer werd in het gelijk gesteld. De hogere rechter zei dat de inlichting van de belastingtelefoon niet zo duidelijk in strijd was met een juiste wetstoepassing dat de werknemer die onjuistheid redelijkerwijs had kunnen en moeten beseffen. De werknemer was niet fiscaal geschoold en wist dus niet beter. Bovendien, afgaande op die onjuiste inlichting kon de werknemer deze rechter er wel van overtuigen dat hij een handeling heeft verricht of nagelaten ten gevolge waarvan hij niet alleen de wettelijk verschuldigde belasting moet betalen, maar bovendien schade leed. Mocht hij dit van tevoren geweten hebben, zo zei hij tegen de rechter, dan had hij gekozen voor de glimmende leasebak. Maar dan krijg je een bijtelling, stelde de inspecteur. 

Op dat punt wist de werknemer de rechter nu wel te overtuigen. Hij had zijn zakelijke kilometers immers minutieus bijgehouden en had geloofwaardig verklaard dat wanneer hij voor de leaseregeling had gekozen, hij niet privé met de auto zou rijden. Achteraf bekeken zou de leaseregeling gunstiger zijn geweest. Bovendien had zijn partner nu een eigen auto moeten kopen. Zijn keuze pakte nadelig uit. Hij had, hoezeer in strijd met de wet, op grond van het vertrouwensbeginsel recht op aftrek van de reiskosten.

Kunt u vanaf nu vertrouwen op antwoorden en mededelingen van de belastingtelefoon? Helaas gaat die vlieger meestal niet op. Er worden slechts algemene vragen beantwoord en inlichtingen verstrekt. Persoonlijk fiscaal advies wordt niet gegeven. Daarvoor moet u toch echt terecht bij een belastingadviseur.

De trek naar het Noorden - Barbara van Beukering

Ruim dertig jaar geleden kochten we een huis in het centrum van Amsterdam. Het pand was volkomen uitgewoond en stond al een half jaar te koop. Ik zal u niet vertellen wat we voor het huis betaald hebben, maar in die tijd kostte een pakje sigaretten ook maar €1.75.

De laatste vijftien jaar vonden wij regelmatig briefjes in de brievenbus van makelaars, beleggers en ook van particulieren of we ons huis niet wilden verkopen. Aanvankelijk voelde het als een oneerbaar voorstel, maar toen we in de smiezen kregen hoe hard de huizenprijzen stegen, begrepen we dat we op een berg goud zaten. Aangezien we geenszins van plan waren het huis te verkopen, we woonden er met vier opgroeiende kinderen, hadden we niks aan die waardestijging. Het enige comfort dat de overwaarde bood was dat het erg makkelijk was een hypotheekverhoging op te nemen, hetgeen we ook veelvuldig deden. 

Vier jaar geleden, de kinderen waren inmiddels het huis uit, besloten we het huis te verkopen en te verruilen voor een klein appartementje in Amsterdam en een huis in Friesland, de provincie waar ik geboren en getogen ben.

Op Funda vergaapte ik me aan de vele huizen die in Friesland te koop stonden; compleet gerenoveerde woonboerderijen voor maar vier ton. Het huis waar we verliefd op werden, een pittoresk landhuisje met rieten dak, kochten we voor vijfentwintig duizend euro onder de vraagprijs. Ons huis heeft weliswaar schitterend uitzicht op het grote meer, maar ligt niet direct aan het water. Daar prezen we onszelf gelukkig mee want huizen aan het water zijn meteen twee keer zo duur en dan hadden we het niet kunnen betalen. 

Inmiddels zijn we vier jaar verder en staat de huizenwereld in Friesland op zijn kop. Ook hier valt tegenwoordig met regelmaat een briefje in de bus waarin gevraagd wordt of we ons huis niet willen verkopen. We ontvangen glimmende flyers van makelaars die aanbieden ons huis gratis en vrijblijvend te taxeren. Een poosje geleden stond een huis op het recreatiepark bij ons in de buurt te koop voor €695.000. Ik moest drie keer met mijn ogen knipperen voordat ik geloofde wat er stond. Ik loop met enige regelmaat met mijn hondje over het park en dat huis is niet alleen zeer verouderd maar het is een kleine bungalow in de categorie kraak noch smaak. Het ligt weliswaar aan het water dus je kunt er een bootje naast leggen, maar het water loopt dwars door het recreatiepark; van uitzicht of privacy is geen sprake. Het huis is onlangs voor €925.000 verkocht, voor meer dan twee ton boven de vraagprijs!

Op mijn bureau lag nog een flyer van een makelaar en uit nieuwsgierigheid besloot ik een afspraak te maken voor een taxatie. Drie dagen later meldde zich een jongeman in pak op glimmende zwarte schoenen met een glanzend magazine onder zijn arm waarop stond Wonen in Friesland. De makelaar was zelf het covermodel. Op de foto stond hij met gele laarzen in een weiland naast een bord waarop stond: Hier wonen?  Hij bladerde door het glossy tijdschrift en wees me op het artikel ‘Van de Randstad naar Friesland’ waarin deze trend werd geanalyseerd. Corona heeft een flinke duit in het zakje gedaan, las ik in het stuk. Thuiswerken is best te doen, maar dan wel graag met een eigen werkkamer en tuin. En aangezien Zuidwest-Friesland maar vijf kwartier rijden van Amsterdam is, en je hier nog steeds een vrijstaand huis met werkkamer én tuin kunt kopen voor de prijs van een etage van 65 vierkante meter in Amsterdam, is men massaal op hetzelfde idee gekomen. De trek naar het Noorden is een ware hype. De makelaar vertelde dat één van de drie zoekopdrachten afkomstig is van een Randstedeling. En overbieden, met soms meer dan twintig procent, is in Friesland inmiddels net zo gebruikelijk geworden als in Amsterdam.  Een week later ontvang ik het taxatieverslag. Ons huis is in drie jaar tijd ruim drie ton meer waard geworden. Hartstikke leuk om te weten maar we hebben er niks aan want we verkopen ons paradijsje nooit. Ik denk vooral: poeh, we waren nèt op tijd.