Terug naar hoofdinhoud

Kroniek van het goede leven in Friesland

Zakelijk human interest magazine
Verschijnt tweemaandelijks – jaarabonnement € xxxx
Redactie: Albert van Keimpema
Abonnement: administratie@friesjournaal.nl

‘Vol glas-balustrades de trend’

HEERENVEEN – Frank Nijholt (45) verkocht vorig jaar de naam en handelsactiviteiten van On Level balustrades in Manchester en Emmerich, die nu in Engeland en Duitsland zelfstandig onder één koepel opereren. Hijzelf bleef met het nieuw opgerichte Sparq balustrades in ons land actief.

Direct Helpen

GRONINGEN –Stichting Help Direct is een initiatief van Hans Langhout, partner van showman/presentator/recensent Jacques d’Ancona. Na de tsunami van 2004 wilde hij wat voor Sri Lanka doen en het werd zijn levensmissie. De stichting zet o.a. onderwijs- en huisvestingsprojecten op.

Het geld van het benefietgala, dat tweejaarlijks wordt gehouden, gaat naar een school voor kinderen met een beperking in het Sri Lankese stadje Kurunegala, een heel ander gala dus. Hans vertelde wat hij daar aantrof: een vervallen, bedompt, stinkend en donker gebouw, waar ongedierte rondloopt, waar geen stromend water is en waar kinderen geen schoolspullen hebben en waar ze het moeten doen met krakkemikkig meubilair. Zo wil je kinderen niet zien ontwikkelen. De stichting heeft een lap grond gekregen van het Ministerie van Onderwijs en gaat er nu een eigentijdse school bouwen. Het ontwerp werd aan de zaal getoond.  

Elfstedentocht op de tocht

HINDELOOPEN – Nooit hebben we langer op een Elfstedentocht moeten wachten. Het record lag op 8.069 dagen tussen de tochten op 18 januari 1963 en op 21 februari 1985. Het werd op 8 februari gebroken. Voor de zelfbenoemde sporthistoricus Jurryt van de Vooren aanleiding om een boek over dit interbellum te schrijven: 8070. Het zoveelste Elfstedenboek al, en het voegt niets toe. De auteur doet er heel interessant over en volgens zijn uitgever leest het als een thriller, maar Van de Vooren heeft gewoon bekende geschiedenis in chronologisch overzicht simpel overgekalkt. Pure plagiaat. De doodsaaie, grijze grafietopmaak maakt het evenmin uitnodigend. Erkende Elfsteden-vorsers als Johannes Lolkama en Ron Couwenhoven zijn in hun hemd gezet, hoewel ze achterin het boek nog wel bij de bronnen zijn vermeld.

Dat er veel pers bij de presentatie in het Friese Schaatsmuseum in Hindeloopen op de been was lag aan het natte weer, het verlangen naar eindelijk weer eens een tocht en de aanwezigheid van de matadors Reinier Paping en Henk Angenent, de winnaars van 1963 en 1997. Ook de steeds jonger ogende Klasina Seinstra, de eerste vrouw in ’97, was er bij. Verder was Elfsteden-voorzitter Wiebe Wieling present. Hij corrigeerde meteen een foute gedachtegang van Van de Vooren dat de tocht op grond van religie nooit op zondag en op maandag wordt verreden. Als het zou kunnen gaat zelfs de Elfstedenvereniging over één nacht ijs.

Wieling liet weten dat men ook bij het uitblijven van Elfstedenwinters niet stil zit: ‘Wij wachten niet op een tocht, we zijn altijd voorbereid. Volgens mij is er in de wereld geen tweede organisatie die zo goed en gedetailleerd een draaiboek heeft opgesteld van een evenement dat slechts eens in de zoveel jaar plaatsvindt. In twee weken kan het gebeuren en binnen 48 uur zijn we er met het leger van vrijwilligers helemaal klaar voor, van een stopcontact tot 22 kluunplaatsen in Sneek. Zonder sponsoring!’

Zijn geduld wordt enorm op de proef gesteld en daarom is het zo knap dat hij de fighting spirit behoudt. Bij zijn aantreden als voorzitter had de buitenwacht nog twijfels. Wieling is een onderwijsman en dan sta je niet meteen als doorpakker te boek. Maar Friesland kan op hem rekenen, zoveel is duidelijk.

Gauke Bootsma van het schaatsmuseum is niet optimistisch over een zestiende tocht: ‘Ik zie het niet gebeuren. Je houdt de mensenmassa’s niet meer van het ijs. Bovendien maakt het aantal deelnemers van 33.000 een tocht onmogelijk. Wedstrijd en toertocht loskoppelen zou een goed idee zijn en dan op twee dagen verrijden, eerst de wedstrijd en de volgende dag de tocht.’

Echter, het bestuur durft vooralsnog niet te breken met die traditie.

De presentatie viel op de dag dat het precies 110 jaar geleden was dat de Vereniging De Friesche Elf Steden werd opgericht. De eerste officiële tocht was toen al gehouden (en gewonnen door Minne Hoekstra uit Wergea), georganiseerd door de Friesche IJsbond. Oprichter en eerste voorzitter Mindert Hepkema kon vanaf dat moment zijn invloed laten gelden. Bovendien was het goed nieuws voor zijn krant, de Hepkema’s Courant (Nieuwsblad van Friesland). De oprichting stond vermeld op de voorpagina, hoewel de oudste melding van de tocht reeds van 270 jaar geleden dateert. 

Nog altijd spreekt de Elfstedentocht tot ieders verbeelding. Als onze koning op zijn staatsieportret het Elfstedenkruisje draagt en zelfs op de revers van zijn inhuldigingskostuum naast de andere versierselen, dan weet je: de Elfstedentocht overstijgt alles, en zeker elk ander sportevenement. (AvK)

‘Vliegen op sneeuw of in de lucht’

WAGRAIN – De Fries Carsten Nienhuis (16) is een van de grote skitalenten in Oostenrijk. Maar hij is dan ook thuis in de Alpen. In 2011 verhuisde het gezin Richard en Jannie Nienhuis van Dokkum naar Wagrain, waar ze altijd wintersportvakantie hielden.

Campagne Jeugdfonds Sport en Cultuur Friesland

LEEUWARDEN – Meer kinderen uit arme gezinnen de kans geven om te sporten of cultuur te beoefenen. Dat is het doel van de nieuwe gezamenlijke campagne van het Jeugdfonds Sport Friesland en Jeugdfonds Cultuur Friesland die vooraf aan een thuiswedstrijd van basketbalclub Aris in sporthal het Kalverdijkje is gelanceerd. Voetbaltrainer Henk de Jong, basketballer David Michaels, ijshockeyers Tony Demelinne en Fabienne Gooijer zijn onder andere de gezichten van de campagne. De boodschap van hen is: ik heb kansen gekregen door te sporten, pak jij ze ook. 

Bestuurslid Herma van Keulen zei: ‘Met de campagne moet er meer aandacht gegenereerd worden voor het Jeugdfonds Sport & Cultuur Friesland. Deze twee fondsen gaan dit jaar samen vanwege rijksbeleid. Gezamenlijk kunnen we nog meer geld werven en de jeugd beter bereiken. Nog te veel gezinnen kennen dit fonds niet. Daar willen we wat aan doen.’
In 2018 werden nagenoeg drieduizend kinderen bereikt. Omdat gezinnen zich niet rechtstreeks kunnen aanmelden, zijn intermediairs nodig: bijvoorbeeld leerkrachten, maatschappelijk werkers en buurtsportcoaches die samen met de ouders een aanvraag doen voor een financiële bijdrage.Dat is nodig ook. Dertienduizend (!) kinderen in Friesland kunnen niet sporten of cultuur beoefenen omdat er binnen het gezin te weinig geld is. Het Jeugdfonds kan deze kinderen helpen en hun de kans geven om toch deel te nemen aan sport of cultuur. Meedoen betekent meer kansen voor kinderen om zich te ontwikkelen. (AvK) 

Bella Italia op Fries Lauswolt

BEETSTERZWAAG – ‘Pasta e Basta meets Lauswolt’ begint internationale allure te krijgen. Uiteraard draagt het theaterdiner in volop Italiaanse sfeer daaraan bij. Maar ook vanuit België en zuidelijk Nederland wordt belangstelling getoond voor het culinaire treffen met een stevig vocale saus. Voor de achtste keer in successie werd dat verzorgd door het in Amsterdam gevestigde restaurant Pasta e Basta en de keukenbrigade van Lauswolt. 

‘Voor ons een leuk uitje en voor Lauswolt een activiteit waarvoor elke keer zo’n 400 gasten op af komen,’ aldus zakelijk leider Jolijn Middelhoff. Onder hen bevond zich een aantal Belgen, van wie civiel technisch directeur of wel bruggenbouwer Luc van Rossem en zijn vrouw Lydia Lensal 20 jaar regelmatig op Lauswolt verblijven. 

Luc: ‘Als wij hier de laan op komen rijden, voelt het als thuiskomen. Voor ons met voorsprong de beste locatie als uitvalsbasis voor fietsen, wandelen en uitstapjes.’ Al even lovend was Ard Rossem uit Ede, eerder directeur van een sport en medische groothandel. 

‘Dit is zeldzaam,’ stelde hij, vergelijkend met wat hij met zijn vrouw Ella aan optredens op cruiseschepen en tijdens hun reizen door de USA meemaken met hun vrienden Hans en Marijke Ackerstaff. Hun tafelgenoten, met wie ze  conversatie onderhielden, waren Harry en Marije José Bosma (hij telg uit v.h. Herenmode Bosma Leeuwarden), Annagreet Bos en Ton en Joke Bleckman die met It Wiid in Earnewâld naam en faam verwierven. Gasten aan tafel bij Lauswolt-directeur Marc van Gulick en zijn eega Brigitte waren investmentmanager Fokke en Frida de Vries, aanwezig namens FB Oranjewoud, de nieuwe eigenaar van het landgoed in Beetsterzwaag, Joseph en Annemieke Verloop  als toeleverancier van hun bakkersproducten, Romke en Sylvana Kooyenga, die alvast hun bedrijfsjubileum van de Kooyenga groep in 2020 op Lauswolt reserveerden en Ger en Etty van Langen. Als directeur Passagiersdiensten van rederij Wagenborg heeft Van Langen momenteel een behoorlijke kluif aan het opstellen van een nieuw vervoersconcept waarin ook milieuaspecten een grote rol spelen. 

‘Ik zoek nog meedenkers,’ zei hij. Voor Pasta e Basta – volgens Jolijn Middelhoff betekent dat basta eigenlijk niets, maar ‘het bekt wel goed’ –  was het opluisteren van het table 'd hote diner nog niet het einde van de voorstelling. In de bar van Lauswolt ging het team, gehuld in glitterkleding, nog vrolijk door in discostijl. 

‘Dat doen we in ons (inmiddels 24 jaar bestaande) restaurant in Amsterdam ook meestal.’ Vandaar hun met topsporters vergelijkbare conditie. (JdK)

Anne Oosterbaan wist het precies: ‘Sa is 't krekt’

GOUTUM – Wie in agrarisch Friesland heeft niet gehoord van, gelezen over of  gesproken met Anne Oosterbaan (1932-2015). Hij genoot grote bekendheid als topfokker van koeien, paarden en schapen, kweker van een eigen tulpensoort en veredelaar van gevogelte als pauwen, duiven en kippen. Begrijpelijk dat binnen de familie, onder aanvoering van dochter Anke Oosterbaan, de wens leefde om een biografie aan haar heit te wijden. Een omvangrijke klus, zo zou blijken voor de daarvoor benaderde auteur en uitgever van het Fries Journaal, Albert van Keimpema.

Toepasselijk was het om het boek te betitelen met Oosterbaans lijfspreuk ‘Sa is 't krekt’. Een uitspraak die hij steevast bezigde bij het welslagen van een missie. De presentatie was in het Fries Landbouwmuseum. 

Het omslag is gemaakt door ontwerper Igor Pakan van Gull design & media in Sexbierum. De collage beeltenissen geeft in een oogopslag het succes van Anne Oosterbaan weer. Als vriend van hem (zij bleven elkaar wel met ‘jo’ (u) aanspreken) en deskundige op het gebied van de koeien- en paardenfokkerij, verzorgde de huidige Koninklijk Friesch Paarden Stamboek-directeur Ids Hellinga de inleiding van ‘Sa is' t krekt’. 

Hellinga: ‘Wat Anne in zijn hoofd had, bracht hij in de praktijk. Of het nu de veredeling van dieren of planten, dan wel het kweken van nieuwe soorten en rassen betrof, het resulteerde vaak in ‘be good and show it’. En daarbij gevoegd een fijn gevoel voor pr naar hoge binnen- en buitenlandse gasten toe, dan laat het zich begrijpen dat men soms versteld stond van zijn kwaliteiten.’ 

Meewarig was in de jaren 60 en 70 dan ook de kritiek van rundveefokkers uit de Friese greidhoek, toen Oosterbaan als ‘boerke út de bouhoeke’ de kampioensprijzen voor zich opeiste met zijn koeien Klooster Martha 64 en Greta 69.  Bij de stieren maakte hij furore met de door hem aangekochte Nuboxer Verwachting. 

Albert van Keimpema trok een vergelijking tussen Anne Oosterbaan en Abe Lenstra. Bij Anne was de diversiteit groot in veredeling, Abe was geniaal in sporten als schaatsen, atletiek, eierzoeken en voetbal uiteraard. 

Opmerkelijk is dat Van Keimpema Oosterbaan bij leven niet heeft gekend. 

‘Maar het schrijft misschien ook wel beter vanuit verbeelding,’ stelde hij. Hoe dan ook, hij heeft dankzij allerlei bronnen een goed beeld geschetst van een heer van stand, de mensen voor zich winnende Oosterbaan. Ondergetekende, in de Franeker periode vaak met Anne op fietsend en bijpratend over allerlei zaken, kan zich althans vinden in de biografische weergave.

Onder de ca. 100 genodigden die de presentatie bijwoonden, bevonden zich tal van vrienden waarmee Oosterbaan als fokker of op het sociale vlak nauwe contacten onderhield. Zoals fokveehandelaar Kars Fielmich uit Bovenkarspel die veel bij hem over de vloer kwam en bij Anke Oosterbaan het idee voor een biografie aandroeg. Oosterbaan, fervent tegenstander van het gebruik van Amerikaanse stieren, vond met de eveneens aanwezige Dirk Endendijk uit Ermelo en nog zo’n 300 fokkers een geestverwant voor de oprichting van het Fries Hollands Rundvee Stamboek. Wie voorts goede herinneringen aan wijlen hun vriend Anne bewaren, was het op dat moment onderling bijpratende trio serviceclubleden Ben de Jong uit Koufurderrige, Sjoerd Ybema uit Harlingen en Johan Sytema uit Menaldum. (JdK) 

‘Containers op zeeschepen niet goed gezekerd’

AMELAND – Begin dit jaar verloor de MSC Zoë van een Zwitserse rederij, onderweg naar Bremen, tijdens een storm maar liefst 345 containers. Een ongekende milieuramp was het gevolg: in één nacht 20.000 kuub afval in de Noordzee. De stranden van de Waddeneilanden lagen bezaaid met vuil en rotzooi,

Winter op aardewerk

HINDELOOPEN – Friesland is beroemd om z’n aardewerk. Allerlei taferelen werden op tegels, wandborden, tableaus, vazen en kommen geschilderd. Zeker ook de winterse. Om dat te laten zien heeft het Schaatsmuseum (het 1steFriese) in Hindeloopen een expositie ingericht getiteld ‘Winter op Aardewerk’. Een alleraardigste tentoonstelling in een entourage die het bekijken en beleven waard is. De expositie is te zien tot en met 26 september. Men heeft dus alle gelegenheid om naar Hindeloopen te komen.

Het was Pepy Huisman die de expositie opende. Hij is de zoon van de befaamde Jopie Huisman(1922-2000), de grootste Nederlandse volksschilder van de twintigste eeuw. Jopie was bevriend met de familie Bootsma, die ook bedreven is in het hanteren van het penseel maar dan in de traditionele Hindelooper schilderkunst. Daarnaast was er nog een passie die Gauke Bootsma en Jopie delen: het verzamelen en bewaren van allerlei antieke spullen en snuisterijen. Bij Gauke is dat uitgemond in een schaatsmuseum dat in de wereld zijn weerga niet kent. Dat Gauke voor de opening Pepy vroeg lag dus voor de hand.

De expositie laat zien wat er vroeger allemaal op de ijsbanen en de bevroren waters gebeurde. Liefdes bloeiden er, handel werd gedreven, buren die anders moeilijk bereikbaar waren werden bezocht, er werd om prijs en premie maar ook voor spek en bonen geschaatst; kortom, als het winter was, was het feest. Als het vriest ontdooien de Friezen, wordt weleens gezegd. Het is vastgelegd op aardewerk dat in veel fabriekjes langs de Zuiderzeekust werd gefabriceerd. Historische beschrijvingen geven uitleg.

Frysk Black Angus: het fijnste vlees

DRONRIJP – dé Slager Van Huisstede staat bekend om z’n constante kwaliteitsvlees, maar heeft daar een extra dimensie aan toegevoegd. Namelijk Frysk Black Angus Beef. Een nieuw streekproduct. Wichard van Huisstede haalt de Black Angus uit Ierland die daar gekruist zijn met vleesrassen als Hereford en Limousine waardoor ze wat voller worden, maar vanwege het minimaal vijftig procent Black Angus-gehalte ze genetisch gezien het stempel van dit ras mogen blijven dragen. In ons land worden deze dieren met Fries-Hollands zwartbont gekruist. Een fijne koe, volgens Wichard, waardoor onze provincie met een prachtig vleesrund is verrijkt. Het opfokprogramma loopt. Vanaf volgend jaar hoeven er minder dieren uit Ierland te worden geïmporteerd. Dan behoort vlees van de Frysk Black Angus bijna helemaal tot de streekproducten en is het een mooi vervolg op de premium producten van Van Huisstede (Fries woudlam, Iberisch zwarthoefvarken etc.).

Wichard is tot dit initiatief gekomen om de keten te beheersen en kwaliteit te kunnen garanderen. Hij weet letterlijk welk vlees hij in de kuip krijgt.

‘Er zitten geen hormonen, geen groeibevorderaars en geen antibiotica in. Het is eerlijk vlees van de allerbeste kwaliteit,’ zegt hij.

De Frysk Black Angus-dieren staan gestald op opfokbedrijven in Akkrum (Hans Kerkhof), Pietersburum (Melle Kloosterman), Arum (Gerben Palma en Jurjen Bakker). De stieren lopen in Friesland tussen de zwartbonten en via natuurlijke dekking komt de aanwas.

Hans Kerkhof is partner van Wichard in dit project. Op een van zijn reizen naar Ierland kwam hij in aanraking met het oer-ras Black Angus, een mooi, klein, karakteristiek en rustig rund dat helemaal zwart is en geen hoorns heeft. Na enkele steaks ervan te hebben geproefd was het voor Hans duidelijk: dit vlees moest ook in de Nederlandse keukens en restaurants en wordt door steeds meer mensen ontdekt. Steeds vaker staat dit vlees bovenaan de menukaart.

Hans: ‘Ik heb toch weiland genoeg en inmiddels hebben we een mooie Black Angus-veestapel in de wei lopen. De dieren doen het volledig op grasrantsoen en worden niet volgestouwd met krachtvoer en mais. Hierdoor is de groeisnelheid laag en duurt de rijping langer dan bij andere vleesrassen. Het gemarmerde vlees is van uitmuntende kwaliteit en geeft na bereiding een heerlijke, natuurlijke en zachte smaak.’

Wichard knikt beamend: ‘Maar de Black Angus is een moeilijk ras voor de opfok. Je moet ze schraal groot brengen, anders worden ze te vet. Het is mooi mager vlees licht gemarmerd vlees dat toch vet genoeg is om lekker te grillen. Het proeft naar vroeger, het is puur. Nu we hier een populatie opbouwen hoeven ze niet meer op transport. Dat maakt het vlees nog duurzamer.’

Black Angus heeft een hoge aaibaarheidsfactor en je gunt ze een goed leven, wat ze ook krijgen, al duurt dat leven maar twee jaar.

Wichard: ‘Maar dat is voor een slachtrund lang hoor. Ze hebben een compleet ander leven dan een kistkalf.’

Anita is een boerendochter maar heeft nog altijd wat moeite met de slacht: ‘Altijd gehad ook. En wat denk je? Trouw ik met een slager. Maar gelukkig wel een die ambachtelijk werkt en respect heeft voor dier en omgeving.’

Bij Van Huisstede worden de karkassen uitgebeend en onderverdeeld in mooi vlees: biefstuk, riblappen, tournedos, entrecote, ribeye, steak, worst en gehakt. Er is geen afval. Alles van het hele rund wordt gebruikt tot beenderen, vet en organen aan toe. De eindproducten gaan naar horeca, instellingen, ziekenhuizen, cateraars en bedrijfsrestaurants en er wordt ook aan huis bezorgd.

De Black Angus is de kroon op het werk van Wichard, een slager in hart en nieren. Hij is in Nederhorst den Berg in het vak opgegroeid want zijn vader was slagersknecht. 

Wichard: ‘Maar dat mocht ik van hem niet worden. Automonteur was een beter vak, zei hij. Mensen blijven altijd autorijden.’

Maar de genen waren wel overgedragen. Toen het op school niet zo vlotte mocht Wichard, die dolgraag slager wilde worden, het toch proberen.

‘Als je het een maand volhoudt – ik moest werken van zes uur ’s morgens tot zeven uur ’s avonds – en het vak nog mooi vindt, zoek ik een baas voor je, zei hij tegen mij.’

En zo werd Alfrink in Naarden het eerste patroon voor de jonge Wichard.

‘Ik zei tegen mijn baas: later wil ik voor me zelf beginnen. Hij antwoordde: dan moet je elke anderhalf jaar in een ander bedrijf werken. Dat advies heb ik gevolgd.’

En zo bouwde Wichard een schat aan ervaring op.

Nadat hij in 1995 flink ziek werd en het mis ging met het bedrijf waar hij werkte, besloot hij zijn langgekoesterde wens in vervulling te laten gaan. Via maat Willem Faber, de sleutelspecialist die zij op vakantie hadden leren kennen, kwam Wichard in Friesland terecht. Van het huis dat werd verkocht kon hij in 1997 in Dronten een thuisbezorgslagerij zonder winkel overnemen en gingen hij en Anita in Dronrijp wonen. De zaken liepen zo goed – de kwaliteit werd door de afnemers herkend –, dat uitbreiding nodig was. Omdat hij in een huurpand was gevestigd, de regelgeving in 2000 werd aangescherpt en het huis in Dronrijp in euro’s opleverde wat het in guldens had gekost, lag er een basis om een nieuwe, moderne slagerij met aangrenzende woning te bouwen. Onlangs is de zaak opnieuw uitgebreid en staat er aan De Alde Mar een hypermoderne slagerij, state-of-the-art. Dag en nacht werken, en nog steeds zo’n negentig uren per week, heeft geresulteerd in een zaak waar ze trots op mogen zijn. Begonnen met z’n tweeën en één hulp doen ze het nu met vijftien tot twintig medewerkers afhankelijk van het seizoen.

 

‘Ik ben in staat een geel hesje aan te trekken’

ORANJEWOUD – Tjalling Rollema is niet de bedaarde leraar geworden die zijn vader was en ook geen stoffige accountant waar hij voor is opgeleid. Hij is in de woelige wereld van het vastgoed geraakt. Emmastate in Leeuwarden en de tegenover gelegen Koepelkerk zijn de kroonjuwelen

Schoenmakers live aan de leest bij Van der Gang Dokkum

DOKKUM – Van der Gang is niet alleen herenkleding, maar de complete presentatie van de man inclusief de schoenen. Van het gerenommeerde merk Greve heeft Van der Gang een mooie selectie in huis. De schoenmaker en kleurspecialist van dit schoenenhuis waren bij Van der Gang in Dokkum op bezoek

‘Een oceaanoversteek was de leerschool van m’n leven’

SNEEK – Varend door de Houkesloot richting Sneek vormt het prachtige bedrijfscomplex van Jansma Jacht op de beeldbepalende hoek van ‘nat’ bedrijvenpark ’t Ges de eerste aanblik. Ronald Jansma (54) stak zijn nek uit toen hij daar investeerde.

Roel op het podium

LEEUWARDEN – Roel Oostra, de legendarische, 98-jarige(!) vroegere theaterdirecteur van De Lawei in Drachten, mocht nu zelf op een podium. Hij was het middelpunt van de uitreiking van de naar hem genoemde prijs voor het meest gastvrije theater van het land

Roeiers Lytse en Grutte Bear kampioen

LANGWEER – Jousters roeien als galeislaven. Ze zijn zo sterk als een beer en ze trotseren de elementen wind, water en kou. Op hun thuiswater, de Langweer Wielen en omliggende vaarten en meertjes, veroverden de sloeproeiers van Lytse Bear (de vrouwen) het Nederlands kampioenschap.

Reitse versus Anne Fleur

HEERENVEEN – Er was vuurwerk verwacht in het debat tussen Bourgondiër Reitse Spanninga en veganist Anne Fleur Dekker in de Jachtweidezaal van het Heerenveense Posthuis-theater, maar de twee waren vriendelijk voor elkaar. Dat kwam ook door de redelijk begripvolle Anne Fleur

Peter van Dijk: tussen de partijen

LEEUWARDEN – Soms word je verrast door mensen. Bijvoorbeeld door Peter van Dijk, een aimabele, bedaarde, immer goed gesoigneerde notaris op wiens afscheidsreceptie in het Fries Museum op een gegeven moment zware rockdreunen klonken.

‘Ja, hier houdt Peter van,’ wisten intimi te melden.

Nieuwe energie in schaatskraamkamer

HEERENVEEN – Friesland is de schaatskraamkamer van ons land. Maar dat gaat niet vanzelf. Er moet veel energie in worden gestoken om dat zo te houden. En geld.

Het gas moet er juist op

LEEUWARDEN – Van het gas af? We moeten juist gas geven! Die boodschap klonk schel tussen alle klimaatretoriek die dagelijks tot ons komt. Dit geluid was te horen tijdens de opening van de biogasinstallatie op de Dairy Campus in Leeuwarden. Daar wordt in een nieuwe biovergister van Biogas Leeuwarden groengas gewonnen en dat wordt in de installatie van Biolease tot aardgaskwaliteit opgewaardeerd. Groengas wordt een belangrijke, duurzame energiebron.

Het is dus heel onhandig om in nieuwbouwwijken geen gasnet aan te leggen of in bestaande bebouwing het liggende leidingstelsel – het meest efficiënte ter wereld – onbenut te laten. Je kunt niet zomaar alle woningen van gas afsluiten. Zeker niet de oudere woningen die een relatief hoog gasverbruik hebben. Er is simpelweg te weinig stroom voor.

De Friese energiecommissaris Bouwe de Boer zei dat de toekomst ligt in een combinatie van aardgas, groengas, wellicht waterstofgas en elektriciteit die wordt opgewekt door gascentrales, windturbines en zonnedaken. Om nog maar niet te spreken van kerncentrales; een schone, vrijwel CO2-vrije energiebron die in alle energiescenario’s van de klimaatdiscussie buiten beschouwing blijft. 

Directeur Erik Brouwer van Biolease, die met De Boer de installatie officieel opende, stelde eveneens dat de industrie nooit geheel zonder aardgas kan. Voorts zijn elektrische trucks vooralsnog een utopie en moeten we zelfs maar afwachten of onze autovloot wel elektrisch wordt. Groengas is in elk geval een prima alternatief, liet Brouwer weten. Ook voor nieuwe woningen, zoals de wijk Techum bij Goutum. Met Leeuwarder biogas worden daar vierduizend woningen van stroom voorzien. Dat is niet nieuw. Eerder, tot 2012, gebeurde dat ook al, maar technische obstakels en hoge kosten stonden voortzetting in de weg.  

‘Innovaties leveren altijd kinderziektes op,’ zei Ids Schaap van Agradu, het bedrijf dat de Leeuwarder biogasinstallatie beheert en er zelf ook enkele exploiteert.

  

In de biogasinstallatie, ontwikkeld door DMT in Joure, is twee miljoen euro gestoken. Financiële steun kwam van onder meer de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij. De techniek is nieuw (hogere efficiency) waardoor behalve mest meer ingrediënten in de biomassa kunnen worden opgenomen zoals bermgras, zaagsel, tuinafval en houtsnippers. De vraag neemt toe en de marktpotentie is prima. Reststromen vinden er hun weg, maar er is nog onvoldoende aanvoer. Dus kan, nee moet er nog meer koeienstront naar Biogas Leeuwarden. Gelukkig is stront voorradig in agrarisch Friesland. Boeren betalen derhalve fosfaatrechten. Maar er komt een tijd dat een rijk product als stront gratis wordt opgehaald.

Biogas heeft de toekomst want het zorgt voor een duurzame, gesloten en lokale kringloop van energieopwekking zonder fossiele delfstoffen en zonder CO2-uitstoot. 

Loetje Leeuwarden is een kraker

LEEUWARDEN – Leeuwarden staat qua horeca nog sterker op de kaart met de komst van Loetje naar de hoofdstad. Pal tegenover het station staat de befaamde biefstukkentent. Een betere en mooiere plek is niet denkbaar.

Lange dagen in het vastgoed

HEERENVEEN – Als je als Friese ondernemers dikwijls wordt uitgenodigd voor een feestje in de Randstad wil je wel eens wat terugdoen en de westerlingen naar onze provincie laten komen. Dat was de aanleiding voor Siep Jan Riedstra en Eddy de Leeuw om de eerste MoVa-netwerkborrel te organiseren. De naam is afgeleid van hun vastgoedbedrijven MOM (My Own Money) van Siep Jan en Vamos van Eddy. Het werd een groot succes. Dik honderd man uit de vastgoedwereld en vrienden van de gastheren waren present in het Postkantoor in Heerenveen. Een locatie die zich uitstekend leent voor zo’n festijn. 

‘Het Postkantoor biedt een prachtige entourage. Wat ook meespeelde in de keuze is de mogelijkheid van overnachten in het tegenovergelegen ‘t Gerecht van dezelfde ondernemers, Geert Bosman, Luberto Agricola en Erik Kuindersma. Een aantal gasten dat van ver kwam logeerde er,’ zei Eddy.

Met Siep Jan vormt hij geregeld een gelegenheidscombi in het ontwikkelen van projecten en de aan- en verkoop van beleggingsobjecten. Met name in de Randstad, waar het accent ligt op de booming steden Den Haag en Amsterdam. 

‘Als een van ons niet zo te porren is voor een bepaald project trekken we niet samen op en doen we ook wel met anderen zaken,’ aldus Eddy.

Met Siep Jan is het altijd dikke mik.

Eddy, lachend: ‘Als je samen in zaken zit is het naast een beoogd rendement ook belangrijk dat je het gezellig hebt. Dan maak je lange dagen.’

Kijlstra introduceert innovatieve ambulance

DRACHTEN – Kijlstra Ambulancezorg had de Nederlandse primeur met de aanschaf van de eerste ALS (Advanced Life Support) Crafter Ambulance. Deze hypermoderne ambulance is gebouwd in samenwerking door de voertuigcommissie van Kijlstra, carrosseriebouw Visser in Leeuwarden en Van den Brug in Drachten die het basisvoertuig heeft geleverd. Ook zijn patiënten en medewerkers betrokken bij de ontwikkeling.

Directeur Sietze Kijlstra over de innovatieve ambulance: ‘Omdat we zien dat de zorgvraag van patiënten verandert spelen we hier op in. Deze nieuwe ambulance is groter en heeft meer behandelruimte. Daarnaast maken we slim gebruik van nieuwe techniek. In deze ambulance hebben we standaard een elektrische brancard. Dat is comfortabeler voor de patiënt en het betekent dat onze medewerkers minder hoeven te tillen. Door de standairco in de cabine is het nooit te warm of te koud. Verder is de medische apparatuur zoveel mogelijk weggewerkt. Dat is minder confronterend voor de patiënt.’

Bij deze eerste nieuwe ALD Crafter Ambulance blijft het niet. De komende jaren vervangt Kijlstra alle ambulances.

‘Dit wordt de nieuwe standaard als het gaat om excellente patiëntenzorg,’ aldus Sietze Kijlstra, die commissaris Arno Brok op bedrijfsbezoek ontving. Tevens werd van de gelegenheid gebruik gemaakt dat hij als eerste de ambulance uit de garage mocht rijden.

Kenner van de Nassau’s

KOLLUM – Onder de genodigden bij het afscheid van burgemeester Bearn Bilker bevonden zich vrijwel al zijn Friese collega's, van wie Tjeerd  van der Zwan van Heerenveen het woord voerde en Bearn schetste als een persoonlijke mix tussen afstand houden en betrokkenheid. Aanwezig waren ook veel oud-burgervaders, die zich volgens Paul Scheffer (ex-Harlingen) nu ‘burgemeesters buiten dienst in Friesland’ laten noemen. Voor Bilker betrof het een gedenkwaardig moment: afscheid op zijn 66steverjaardag en de fusie van zijn gemeente met Dongeradeel en Ferwerderadiel. Van die laatste gemeente ging zijn even oude collega Wil van den Berg tot opluchting van Nassau-kenner en blauw bloed-man Bilker niet over in zijn rol als imitator van prins Bernhard. Waar Van der Berg wel gewag van maakte is de ijdelheid van zijn scheidende collega, wiens eerste nieuwe bezigheid het schrijven van een boek is over de veelbesproken ds. Zelle.

Het bedrijfsleven in en rond Kollum stond niet op de lijst van vijftien sprekers. 

‘Mar wy binne der wol,’ riepen de immer strijdbare Kollumersweachsters Willem Kooistra (PTH Retail) en Eppie Klaver (bouwkundig adviesbureau). Kooistra is helemaal ‘optein’ over het verzorgen van licht en geluid bij het spektakelstuk ‘Kollumer Oproer’ dat zich 220 jaar geleden voltrok en van 4 t/m 8 juli in en rond het Kollumer Rechthuis een herhaling zal krijgen. Met daarin rollen weggelegd voor Syb van der Ploeg, Piter Wilkens en de Kollumer zangeres Carla de Bruine die het burgemeesterlijk afscheid voortreffelijk opluisterde.

‘It wurdt dè klapper nei LF2018’ voorspelde Willem Kooistra over het historische gebeuren dat indertijd Salomon Levi uit Zwaagwesteinde en Jan Binnes uit Oudwoude het leven kostte en waarbij 168 strijders werden opgesloten. 

Het gevoel van thuiskomen

AMSTERDAM – Thúskomme heet het restaurant aan de Batjanstraat in de Indische buurt van Amsterdam. De Friezen weten dan dat ze thuiskomen. Bij Jurjen Nagel, geboren in Harlingen, opgegroeid in Makkum en sinds 2010 werkzaam in Amsterdam

Jopie’s hemel op aarde

WORKUM – Marketingman Peter Miedema (voorheen Frisse Wind Events op Terschelling) heeft nu als directeur de sleutel van het Jopie Huisman Museum in handen. Die kreeg hij van zijn voorganger Zwier Kroese. Dat is niet de enige wisseling van de wacht.

Hemd van het lijf – Jelle de Jong

‘Verwacht niets, dan kan het niet tegenvallen’

AMSTERDAM – Jelle de Jong klinkt Fries, maar hij is het niet. Toch wordt hij vaak gelinkt aan Friesland. Zeker nadat de acteur in Kameleon, Dokter Deen (Robbert van Buuren) en Sneekweek heeft gespeeld

Een speciale pick-up met million miles engine

SINT NICOLAASGA – Jan Wiete Rumpff heeft als handelsondernemer overal contacten. Samen met zijn vrouw Mariska runt hij in Sint Nicolaasga Rumpff Trading, gespecialiseerd in wereldwijde handel van bouwmachines tot karakteristieke voertuigen, bedrijfswagens en klassiekers. Deze elegante Ford pick-up is zo’n auto die je tot de laatste categorie mag rekenen. Jan Wiete gebruikt de bruinbeige pick-up voor zijn werk, maar ja, alles is bij hem te koop. Dus ook deze auto.

Wat voor auto is het?

‘Dit is wat speciaals. Gewone Ford pick-ups van dit model zijn er wel meer, maar dit is een Ranger. Een voorloper van de F-serie en de eerste met verlengde bak van 6,5 meter en super cab, een dubbelcabine.’ 

Hoe ben je aan deze auto gekomen?

‘De auto was van een man die ziek werd en geopereerd moest worden. Om die operatie te kunnen betalen moest hij deze Ford verkopen.’

Hoe weet je op afstand of de auto nog in goede staat is?

‘Daar moet ik maar op vertrouwen. Ik heb in twintig jaar een groot netwerk aan goede contacten opgebouwd. Het gebeurt zelden dat wat ik koop niet aan de verwachting voldoet. Neem deze pick-up. De meeste van zulke auto’s in Amerika hebben jarenlang stilgestaan en dan moet er veel aan gebeuren. Maar ik wist dat de eigenaar van deze auto er dagelijks in reed. Het is wel bijzonder dat ik er aan gekomen ben want ook in Amerika is deze auto een klassieker geworden. Men houdt ze daar graag zelf.’

Je weet niet hoeveel deze auto heeft gereden.

‘Nee. Dat komt doordat de teller bij 100.000 km opnieuw begint. Hoe vaak het klokje is rondgegaan weet ik niet. Ik schat een keer of zeven, acht. Maakt ook niet uit. Deze Ford heeft een FE-motor met een laagtoerenblok. Een zogeheten million miles engine. De motor loopt als een naaimachine en heeft geen onderdruk. En mankeert er motorisch wat aan, dan laat ik hem reviseren. Onderhoud aan de reguliere wagens laat ik uitvoeren door garage Bosma hier vlakbij en de Amerikaanse Fords worden onderhouden door specialist Down Town Cars in Grootegast.’

Onderdelen zijn verkrijgbaar?

‘Je kunt alles bestellen, ook al omdat deze Ford gewild is bij liefhebbers.’ 

Roest ‘ie niet?

‘Er zitten een paar patinaplekjes op, door zonneschade. Niet erg. Eigenlijk hoort het bij zo’n auto. Als je hem super strak maakt is ‘ie niet mooi meer. Deze auto’s werden gebouwd van dik staal. Rotten doen ze vrijwel niet. Maar ik rij ’s winters niet in zout op de weg. Het chassis is van kaal ijzer. Dus dat waag ik er niet op.’

Wat zit er op en aan?

‘Stuurbekrachtiging, automaat, airco, rembekrachtiging, voor schijfremmen. Als je dat vergelijkt met Europese auto’s van die tijd is het ongelooflijk hoeveel voorsprong in techniek de Amerikanen hadden.’

Amerikaanse auto’s staan bekend als benzineslurpers. Wat is het verbruik van deze?

‘Dat weet ik niet en het interesseert me ook weinig. Als de tank leeg is moet ‘ie vol. Eén op zes moet kunnen. Je moet ook niet te hard rijden met zo’n auto. Gewoon de kruissnelheid aanhouden van 110 kilometer per uur. Dat rijdt het lekkerst, is het best voor de motor en dan verbruikt ‘ie ook niet het meeste. Als je zuiniger wil rijden moet je er een LPG-tank in zetten en op gas rijden.’

Jullie hebben een gezin met vier kinderen. Hebben die allemaal een plekje? 

‘Er kunnen zes mensen in en dat aantal staat ook op kenteken, zoals ook het trekgewicht op kenteken staat waardoor je er een caravan aan kunt koppelen. Je kunt er een wereldreis mee maken.’

Waardevast, deze auto?

‘Hij zal nooit minder waard worden. Dus ja.’

Huizenprijzen door het dak

LEEUWARDEN – Alle records zijn in 2018 gebroken, zo stelde makelaar Dirk Hoekstra vast op de 13e Friese Vastgoedborrel. Nog nooit zijn er zoveel huizen verkocht, nog nooit was er in deze eeuw zo weinig aanbod en de prijzen rijzen de pan uit. Je mag tegenwoordig al blij zijn als je een huis voor de vraagprijs kunt krijgen. Dat er nog steeds te weinig wordt gebouwd ligt volgens Dirk aan een gebrek aan locaties. De lokale politiek toont te weinig visie en lef.

‘Aan de andere kant,’ vertelde Dirk, ‘de bouwprijzen zijn enorm gestegen en de grond is duur. Dat zijn drempels. Beleggers zien dat vastgoedprojecten niet zomaar renderen.’

Corporaties en woningbezitters met meer dan vijftig huizen betalen op hun beurt voor een woning met een maximale huur van € 710 een verhuurdersheffing van bijna 0,6 procent over de WOZ-waarde. Dat is al gauw duizend euro of meer per woning. 

Dirk: ‘Door de prijsstijgingen wordt de WOZ-waarde verhoogd en zo ga je in een opwaartse spiraal naar boven met als gevolg dat rendementen verder onder druk komen te staan.’

Dirk is een man die beide kanten van de medaille ziet. Altijd haalt hij in zijn ‘troonrede’ het rentespook erbij: ‘Als die stijgt komt de trein tot stilstand.’

Het tekort aan mankracht in de bouw betreurt hij. Het onderwijs moet zich dat aanrekenen. Aan al die mensen met een mavo of een havo heb je niets, jongeren moeten een vak leren: beter voor hun ontwikkeling, voor hun maatschappelijke kansen, voor meer werkplezier en voor een knap salaris waardoor je misschien wel die dure start op de woningmarkt kunt maken. 

De stemming op de borrel in restaurant Élevé was opperbest; het blijft een van de leukste en nuttigste netwerkfeestjes in Friesland. Met dank aan de organisatoren Makelaardij Hoekstra, De Haan advocaten & notarissen en Dijkstra Draisma.

Dove Hotso Spanninga smeedde het licht

JOURE – 100 jaar Spanninga Metaal in Joure is ook en vooral het bijzondere levensverhaal van Hotso Spanninga. In 1916 reist hij naar Amerika als een van de 1.600 passagiers aan boord van de ss Nieuw Amsterdam van de Holland-Amerika-Lijn. Een oversteek die hem nog lang zou heugen. Zoveel sterfgevallen waren er, gecompenseerd door veel baby’s die tijdens de reis werden geboren. Onderweg brak tyfus uit. Hotso had 102 guldens neergeteld en met op zijn minst het dertigvoudige daarvan – duizend dollar – wilde hij terugkeren.

Zijn geschiedenis en die van de bekende fietsverlichtingsfabriek in Joure begint halverwege de 19eeeuw toen in 1849 in Burgum Geert Spanninga, zoon van een olieslagersknecht, werd geboren. Door een arbeidsongeval raakt hij arbeidsongeschikt en kan hij niet langer op de boerderij werken. Hij is op zoek naar ander werk en hij gaat in Drachten in de leer bij een goudsmid. In 1875 behaalt hij zijn meesterteken GS62. Drie jaar later trouwt hij met de uit Joure afkomstige Aaltje Lolles van Dijk. Haar ervaring als winkelmeisje bij zilversmid Brunings komt later goed van pas. Geert vestigt zich in Burgum waar vier dochters worden geboren. Als hij in 1886 naar Joure verhuist komen er in die plaats nog eens vier kinderen bij waaronder drie zoons: Stoffer Aller (1887-1965), Lolle (1891-1937) en Hotso (1894-1974). Ze behalen alle drie hun meesterteken goud- en zilversmid en beginnen elk een eigen bedrijf. Ook Wiepkje, geboren in 1879, komt in het vak terecht.

 

De mannen zijn ambitieus, succesvol en raken in goeden doen. Stoffer maakt gouden ringen, Lolle werkt bij vader Geert in de zaak en begint na diens dood in 1928 met wat nieuws: aluminium schaatsen, Hotso tenslotte, de jongste van acht kinderen, zoekt zijn heil elders na een onmogelijke liefde. Door WOI vluchtten veel Belgen naar ons land en ene Anna Smet komt alzo in Joure terecht. Hotso raakt smoorverliefd op de knappe Vlaamse. Er is echter een probleem: Anna is rooms en Hotso gereformeerd. Wilde hij haar hebben, dan zou hij rooms moeten worden, maar dat deed je destijds niet zomaar en zeker niet wanneer je zo godvruchtig was als Hotso. Hij ziet maar één uitweg: uit Friesland, zo ver mogelijk bij Anna vandaan. Hij gaat met de Lemmerboot naar Amsterdam. Een reis die hij betaalt door zijn zegelring die hij voor zijn verjaardag had gekregen aan Stoffer te verkopen. Bij vertrek weigert vader Geert hem een hand te geven. Van zijn moeder krijgt hij een bijbeltje toegestopt. 

Zelfs in Amsterdam verneemt Hotso van de rivaliteit tussen vader Geert en zoon Stoffer, tegen wiens dominante karakter ook Lolle niet is opgewassen. Sinds 1910 worden vader en zoon elkaars concurrenten. Stoffer haalt zelfs de beste mensen bij zijn vader vandaan. De sfeer in de familie is om te snijden. 

New York

Na gewerkt te hebben in Amsterdam, Groningen en Rotterdam, in welke stad hij zich enorm ontwikkelt, wil hij naar New York. Hij heeft genoeg gespaard om de reis te bekostigen. In The Big Apple, bij het befaamde Tiffany dat de beroemde en steenrijke oliefamilie Rockefeller als klant heeft, gaat hij op een gegeven moment tachtig cent per uur verdienen. Het vijfvoudige van wat hij in Friesland toucheerde.

Met de Amerikaanse vrouwen heeft Hotso weinig op: ‘Het zijn heel aardige lieverdjes om mee uit te gaan en plezier te maken, maar als ’t op huishouden aan komt weten ze niet hoe een kachel te branden.’

In 1918 keert Hotso terug met 1.500 gespaarde zilveren dollars ‘in een geldgordel op mijn naakte buikje’ zoals hij later in zijn aantekeningen memoreert.

Terug in Joure wordt door de drie broers overwogen een samenwerking te beginnen, maar Stoffer wil Lolle er niet bij hebben. Niet met de één, dan ook niet met de ander, denkt Hotso, en hij start zijn eigen onderneming. De edelmetaalsmederij Spanninga is opgericht. Eind 1919 betrekt hij het pand van Stoffer aan de Zijl. Stoffer was naar de Harddraversdijk gegaan waar hij de villa Buitenzorg betrok, waar nu het artsenpaar Roel en Gerda Bos woont. 

Hotso gaat naast het reguliere werk bestek maken. Om het geld voor de machines bijeen te krijgen bedenkt hij bronzen plaquettes ter nagedachtenis aan de in 1920 overleden ARP-voorman Abraham Kuyper te gaan maken. Hij vraagt Stoffer of hij tegen vergoeding diens zware persen kan gebruiken, maar Stoffer doet een tegenvoorstel: hij wil de zaak van Hotso overnemen voor alle door hem gemaakte kosten plus tienduizend gulden er bovenop. Hotso duizelt ervan en vraagt zijn broer of hij zijn verstand wel heeft. Zijn ouders raden hem af om op het bod in te gaan. Als Stoffer zoveel wil betalen zal er wel wat mee te verdienen zijn, vermoeden zij. Hotse wijst het voorstel af. Vanaf dat moment werkt zijn broer hem tegen. Hotso laat elders duizend plaquettes persen en weet er al fietsende door het Noorden 900 te verkopen. Wel leed hij verlies dat hij maar moeilijk kon compenseren met plaquettes van andere iconen.

Maar dit nog is gelegenheidshandel. Structurele handel ziet hij als minister van Financiën Hendrik Colijn in 1923 een rijwielbelasting overweegt en die wil hij innen door via postkantoren rijwielplaatjes te verkopen. Hotso ruikt zijn kans want door de plaquettes heeft hij kunde gekregen aan Colijn. De order, waarvoor ook Stoffer in de markt was, gaat echter naar ’s Rijks Munt. Een jaar later krijgt Hotso een herkansing voor het maken van de houders van de rijwielplaatjes. Hij vertelt dat in goed vertrouwen aan zijn broer, die halsoverkop naar Den Haag afreist en de order voor de neus van Hotso wegkaapt. 

Gemene streek

‘Wat een gemene streek,’ tekende Hotso later op. Het zou nooit meer goed komen tussen de twee. Zelfs wordt Hotso door zijn broer gedagvaard omdat hij hem verantwoordelijk houdt voor de financiële problemen waar hij in verzeild is geraakt. In 1929, een jaar na het overlijden van vader Geert, wordt de zaak van Stoffer geliquideerd. Hotso gooide toen het roer om. Hij stopt als goudsmid, laat zich uitschrijven bij de Waarborg en gaat zich bezig houden met het ontwikkelen van elektrische (auto)lampen en bermlampen. Hij investeert 42.000 gulden. De stokdoof geworden Hotso, een familiekwaal, smeedde het licht, zoals de titel van het prachtige jubileumboek luidt. Vanaf 1930 gingen de lampen in productie, maar de crisis was op een voor hem heel slecht moment uitgebroken. 

Een faillissement dreigt en wordt te elfder ure afgewend dankzij Hotso’s mecenas jonkheer Pieter Vegelin van Claerbergen, burgemeester van Haskerland. De jaren 1930-1937 werden later door Hotso gememoreerd als ‘verschrikkelijk, met geen pen te beschrijven’. Hij verkocht zijn huis en bedrijfspand aan zijn zusters Wiets en Jel, maar bleef er wel wonen. Alles zat tegen. Zijn zoon Gerben (de vader van Reitse Spanninga) verdronk in 1932, toen hij drie was, bijna, en een jaar later stond zijn huis in brand en wist hij ternauwernood zijn gezin te redden.

Redding brengen deed hij ook met zijn zaak. Vanaf 1926 maakt hij al fietsreflectoren en in 1936 gaat Hotso fietsachterlichten maken omdat die verplicht werden en het fietsgebruik stormachtig toenam. Alle merken werden klant. Spanninga werd opgestoten in de vaart der volkeren. Maar wederom was geld nodig en dat regelde Hotso in Den Haag via Colijn, nota bene premier inmiddels. Hij krijgt vijf mille krediet. Net als hij de wind in de zeilen krijgt breekt de Tweede Wereldoorlog uit. Hotso weigert principieel voor de bezetter te werken. In 1943, Hotso had net de laatste drieduizend gulden afgelost bij de weduwe van de burgemeester, wordt het machinepark verbeurd verklaard en moet het personeel, op last van ondernemer en NSB’er Gerard Keverling van de Jouster kopergieterij, een plaatselijke collega-ondernemer dus, voor tewerkstelling naar Duitsland. Een deel duikt onder en wordt door Hotso financieel gesteund. Pas in 1946 komt de door Keverling ten gronde gerichte onderneming weer in productie.

Jeppe Spanninga

Hotso en zijn vrouw Reinskje van der Meer krijgen drie zonen: Geert, Gatze en Gerben die Jeppe werd genoemd. Geert raakt tijdens de politionele acties in Indonesië zwaargewond. Gatze was toen al in de zaak als rechterhand van zijn vader. Later volgde de bekwame Jeppe, die algemeen en commercieel directeur werd. De problemen waren nog niet voorbij. De firma wordt met de verkoop van draairestant voor 30.000 gulden opgelicht en door de Korea-oorlog in 1950 stijgen de grondstoffen. 

Het bedrijf staat onder leiding van Feike Spanninga, zoon van Gatze. De ziekelijke Jeppe overleed vroeg (in 1972). Wederom een grote tegenslag voor de onderneming. De continuïteit was in gevaar. Gatze nam de leiding over en Tom de Kat werd verkoopdirecteur. Vervolgens diende de vierde generatie zich aan. Jeppe’s zoon Reitse was nog maar dertien jaar toen zijn vader overleed en hij zag af van een toekomst in het familiebedrijf. Hij werd een bekende restaurateur. Neef Feike trad wel toe.

Vanaf dat moment volgen voorspoed en uitbreidingen, tot op de dag van vandaag. Tegenwoordig heeft de Spanninga Group behalve in Joure vestigingen in Frankrijk, China en Taiwan, waar fietslichten- en accessoires worden gefabriceerd. 

Nog steeds maakt Spanninga topkwaliteit, levert het een bijdrage aan veiliger verkeer, is het bedrijf een sociale werkgever en heeft het contacten tot in de hoogste kringen. Het is mooier te geven dan te nemen en zo werd op de dag van de jubileumviering een cheque van 100.000 euro, overhandigd aan Pieter van Vollenhoven, geschonken aan Fonds Slachtofferhulp. Hotso zou trots zijn geweest.

Froulju fan Fryslân

STIENS – Er staan heel wat standbeelden in Friesland, maar wel veel meer van mannen dan van vrouwen. Tijd voor een inhaalslag dus. In het programma Froulju fan Fryslân werd gezocht naar zes vrouwen die belangrijk zijn voor de Friese ‘mienskip’ op wat voor manier dan ook.

Een van deze vrouwen is oud-lerares, boerin en beppe Tytsje Porte uit Stiens.
Alle beelden van Froulju fan Fryslân zijn gegoten. Het gesmolten brons van meer dan duizend graden werden in de mallen

Liefde in de Gouden Eeuw

LEEUWARDEN – Wederom (net als bij de blockbuster-tentoonstellingen Laurens Alma-Tadema, Escher en Mata Hari) opende het Fries Museum feestelijk in black tie. Zeker bij Rembrandt & Saskia was dat niet te veel gevraagd want deze tentoonstelling handelt over liefde en society in de Gouden Eeuw. Want daar behoorden Rembrandt van Rijn en de in Leeuwarden geboren burgemeestersdochter Saskia van Uylenburgh toe. Ze trouwden in 1634 in Sint Annaparochie nadat ze elkaar na hun eerste ontmoeting, waarschijnlijk bij Saskia’s volle neef Hendrick Uylenburgh – kunsthandelaar in Amsterdam – een jaar niet hadden gezien! Het was een sprookjesachtig paar en ze hadden een liefdevol huwelijk, maar veel geluk was hen niet gegeven. De eerste drie kinderen overleden kort na hun geboorte en alleen de jongste (Titus) bereikte een volwassen leeftijd. In 1642 overleed Saskia op 29-jarige leeftijd aan tbc. Rembrandt zou niet weer trouwen maar hij kreeg nog wel kinderen. De tentoonstelling biedt meer werken over de Friese society, o.a. van Wybrand de Geest (1592-1661), die getrouwd was met een achternicht van Saskia.

Een boekje uit het boekje

SCHETTENS – In het culturele hoofdstadjaar liet restauratieatelier Frisian Colorists & Restorers in Leeuwarden (sinds 2000) een proeve van bekwaamheid zien in de vorm van een boekwerkje met elf mythische verhalen uit de elf Friese steden. Bij elk verhaal werd een prent gemaakt en voor de schutbladen die de verhalen markeren werd gras uit de steden gebruikt om de provinciale variëteit ervan te illustreren. Een originele, op een Eickhoff-cilinderhandpers gedrukte editie van handgeschept papier, met kroontjespen getekende en met de hand ingekleurde prenten, werd overhandigd aan boekenliefhebber Hans Wiegel. Hij toonde zich verguld met het marmeren-goudgedrukt gekafte exemplaar. Een andere originele versie blijft in bezit van de maker. De overige 500 exemplaren zijn de handel ingegaan.

Het fraaie boekwerkje is uitgegeven door de ideële Gerben Rypma Stifting, genoemd naar de zonderlinge schilder/dichter/boerenarbeider Gerben Rypma (1878-1963) die geboren werd op een boerderij in de Sânfurterryp. Familielid en stichtingsbestuurslid Sicco Rypma deed de presentatie in het kerkje van Schettens waar al sinds de achtste eeuw een godshuis staat. Deze locatie was gekozen vanwege de DNA-match van een van de vijf skeletten, die werden gevonden bij een restauratie, met de enig nog levende Van Aysma in Nederland. De stoffelijke resten moesten dus toebehoren aan Schelte van Aysma! Schelte, woonachtig op Osinga State bij Schettens, was een Friese kolonel die vocht in de Tachtigjarige Oorlog vocht tegen de Spanjaarden. Hij overleed tijdens het Beleg van Breda in 1637. Vorig jaar werd hij met militaire eer herbegraven. Hij is de enige die deze eer tweemaal toekwam. Zwaard en helm bevinden zich nog in het protestantse kerkje, waar je tegenwoordig kunt overnachten. In 2018 was er een muziektheaterstuk in het kader van LF2018-project Ûnder de Toer.

Om in de verhalensfeer te komen mocht oud-ijsmeester Henk Kroes anekdotes vertellen over de Elfstedentocht. Dat het zo lang duurde voordat een vrouw als winnares werd erkend bijvoorbeeld, en het moment waarop hij in 1986 werd geconfronteerd met de vraag van Willibrord Frequin of kroonprins Willem-Alexander meedeed: ‘Ik zei van nee, maar toen secretaris/penningmeester Gustaaf Witsen Elias mij influisterde dat de prins onder het pseudoniem W.A. van Burenwél op de schaats stond, kon ik niet liegen. Het was bijzonder. Iedereen kon opgeven, maar hij natuurlijk niet. Zijn ouders waren bij de finish op de Grote Wielen, als heit en mem.’

Hans Wiegel, hij werd door Kroes aangekondigd als ‘de âld-feint fan de keningin’, herinnerde zich de koninklijke aanwezigheid als de dag van gister: ‘Hij logeerde bij Marianne en mij in Gytsjerk. Met een bodem van pap is hij aan de tocht begonnen nadat ik hem had gevraagd of hij als ontbijt gebakken eieren met spek of Friese brij beliefde.’

Over zijn antiquarische boekenliefde deed Wiegel de volgende ontboezeming: ‘Ik heb in mijn bibliotheek een boek van 1710 met kaarten van de vaderlandse geschiedenis en één is een afbeelding van ons Provinsjehûs. Op een dag belde dochter Marieke mij dat ze in een kringloopwinkel in Den Haag eenzelfde prent zag. Twee euro kostte die. We hebben hem ingelijst en cadeau gedaan aan onze commissaris Arno Brok, die er erg van onder de indruk was!’

Een leven als wijn en druiven

TWIJZEL – Verscholen in de lommer van de Friese Wouden ligt een eldorado. Wie het lange pad van de streek Egypte bij Twijzel af rijdt, ontwaart een wijngaard. Wijn verbouwen in Friesland, het werd lang voor onmogelijk gehouden. Dit is wel zo’n beetje de Noordpool van de wijn

Pure Friese koeien in Ermelo

ERMELO – Door alle ontwikkelingen bestaat de Friese koe puur genetisch gezien nauwelijks meer. Er is een boer die beweert als enige in de wereld nog de echte, honderd procent zuivere Friese koe op stal te hebben: Dirk Endendijk uit Ermelo. En die stal is schoon. Friese koeien horen volgens hem niet in de stront te staan en dat staan ze bij Endendijk ook niet. 

Zijn eerste kennismaking met Friesland was in 1963 toen hij als achttienjarige (!) de Elfstedentocht reed. Uit de enquête van George Schweigmann blijkt dat hij de Hel van het Noorden probleemloos en zonder blessures had doorstaan. Trainen deden mannen als Endendijk al werkende. Melken zonder tuolle(krukje) bijvoorbeeld, daar kreeg je sterke bovenbenen van. 

Endendijk kende Friesland toen al vrij goed. Als student op de christelijke hogere landbouwschool in Ede liep hij in 1960 stage bij Jan Zijlstra in de Noordoostpolder, een neef van de latere premier Jelle en landbouwvoorman Rinse, en later bij familie van de Zijlstra’s, Klaas Meekma in Ferwert, wiens dochter met een Zijlstra was getrouwd. Jan Zijlstra was bevriend met Sjoerd Brandsma in Lekkum, de man van de beroemde Blitsaerd-stal en gelijknamige stieren.

Endendijk: ‘Brandsma molk toen al zesduizend kilo melk gemiddeld per koe. Alleen op gras! Ik wilde stagelopen bij de beste boeren om veel te leren.’

Hij leerde in korte tijd Fries spreken en doet dat bijna zestig jaar later nog zo vloeiend dat niemand gelooft dat hij hier niet vandaan komt.

‘Mijn tongval was zelfs Fries. Toen ik na twee jaar in Ermelo terugkeerde verstonden ze me niet eens, alsof ik een buitenaards wezen was,’ zegt de man die op zijn 74stedagelijks vijftig koeien melkt. Zoon Harmen is de boer maar heeft een vaste baan. Endendijk en zijn vrouw wonen naast de boerderij.

De bouw van zijn stal begin jaren zeventig werd met argusogen bekeken want in tegenstelling tot veel collega’s kwam er aan de Slagsteeg in Ermelo geen ligboxenstal, maar een conventionele stal waarin koeien niet hoeven te worden onthoornd.

Endendijk: ‘Melken in een natte, smerige put is niks voor mij. En een koe hoort niet in de stront te lopen, slecht voor de klauwen en voor de gezondheid. Een koe hoort überhaupt niet te lopen. Nee, ik laat ze ook niet in het land. Waarom bouw je anders een stal? Weidegang is voor de toerist en de marketing, het draagt niet bij aan beter boeren en niet aan dierenwelzijn of gezondere producten. Integendeel, zou ik willen zeggen. Koeien zijn gebaat bij droog blijven en een vast rantsoen. En niet te veel beweging, dat kost alleen maar energie. Een koe moet voornamelijk liggen en zich gemakkelijk om kunnen draaien. Daarom zijn mijn stalplaatsen breed. Een koe moet met de achterbenen haar oren kunnen krabben.’

Endendijk is een roepende in de woestijn. Het zij zo, drukt zijn gelaat uit. 

‘Vroeger ging veeverbetering bottom-up, tegenwoordig top-down. Tegen het grote geld en de grote jongens valt niet te praten. Geen boer meer die fokt. Helemaal niet meer sinds de techniek bestaat dat het Y-chromosoom in het zaad wordt gescheiden van de X-chromosoom, de zogeheten sexing technology– ST, waardoor je via embryotransplantatie alleen koekalfjes krijgt. Wij zijn geen fokkerijland meer, wij zijn een melkland geworden. Nederland stelt niks voor. De Amerikanen hebben met hun patent op ST de macht in handen. CRV is niet meer dan een hobbyclub. Veeverbetering is trouwens ook niet meer nodig want door de fosfaatrechten die vanaf 2018 zijn ingevoerd blijft er geen jongvee meer over, want dat is te duur geworden. De kilo’s fosfaat laat een boer liever op een koe die melk geeft belasten. Voor een kalf heb je tien kilo fosfaatrecht nodig, voor een pink tweeëntwintig kilo en voor een koe is dat gestaffeld per melkopbrengst. Een koe die zevenduizend kilo melk geeft staat gelijk aan zevenendertig kilo fosfaat. Het is dus voordeliger om minder jongvee op te fokken. Voor twee pinken kan hij ook een extra koe melken.’

Bij Endendijk staan nog stieren in de stal. Hij maakt wel gebruik van de ki maar duldt geen inseminator op zijn erf. Vandaar dat hij een cursus heeft gevolgd en het zelf doet. Zijn voorkeur is echter natuurlijk dekken. Endendijk blijft zweren bij vroeger.

‘Weet je waarom het Friese vee zo beroemd is geworden?,’ luidt zijn vraag, ‘omdat op elke boerderij stieren stonden. Het waren altijd stieren van de beste koeien, want anders hield je een stierkalf niet aan. Op deze wijze fok je door natuurlijke selectie een beslag dat je wil hebben; koeien die melk geven, die gemakkelijk in de omgang zijn.’

Fokken kun je op drie manieren doen: de beste vaarzen kopen, de stieren zoeken van wie je denkt dat ze de beste zijn voor je stal of een stierkalf kopen of aanhouden. De laatste manier is volgens Endendijk zeer beproefd om een mooi veebeslag op te bouwen. Er wordt dan niet gefokt naar vraag maar naar eigen inzicht. Maar waar zie je nog een stier?

Endendijk, mijmerend: ‘Vroeger had je op de keuringen in Leeuwarden, de grootste veemanifestaties ter wereld, wel zo’n achthonderd stieren. De Frieslandhal stond vol stieren. De hele wereld kwam er op af. Wat een hoogtijdagen waren dat! En er werd geld verdiend. Een ton, twee ton, het werd zomaar neergeteld voor een stier.’

De Friese koe is nu in al haar glorie bij Endendijk te bewonderen. Nota bene honderddertig kilometer van de bakermat. 

De neergang is in zijn ogen begonnen met Rommert Politiek: ‘Hij deed niets liever dan in zijn eigen nest schijten. Ze tuinden er allemaal in. Amerikanen waren toen al goed in fotoshoppen. Op een plaatje zagen hun koeien er nog redelijk uit, maar zag je ze in het echt dan wou je ze niet eens op stal hebben. Amerikanen kunnen nu eenmaal goed verkopen en de Fries is naïef. Zo is de Fries. Waarom moet een koe trouwens groot zijn? Jersey’s zijn klein en halen toch meer dan zevenduizend kilo melk met vet van vijf procent en eiwit van vier. En daar bovenop een melkprijs die met minstens zestig cent het dubbele is van de reguliere prijs. Een Holstein met twaalfduizend kilo kan minder rendabel zijn als je het hele plaatje bekijkt. Maar Politiek heeft nooit naar rentabiliteit gekeken. Biologisch boeren is in zwang geraakt maar dat is met Holsteins geen succes als die het voornamelijk van gras moeten hebben.’

Heel veel melken zoals de maatschap Van Berkum in Elahuizen met een gemiddelde melkopbrengst van 13.600 kilo per koe op een veestapel van 260 dieren (!) – waarmee vader Siemenen zoon Jan-Siemende topscorer van Nederland zijn, is natuurlijk succesvol. 

Endendijk beaamt dat: ‘Zij moeten hele goede koeien hebben en hun dieren uitmuntend verzorgen, anders kan dat niet.’

Einde aan 44 jaar kermisbestaan

LEEUWARDEN – Na 44 jaar rondtoeren met hun kermisattractie zijn Dirk (66) en Ank Arjaans (64) gestopt. Het wekelijks opbouwen en afbreken van hun attractie – een glazen labyrint – werd hen lichamelijk te zwaar.

‘Je moet het kermisbestaan niet onderschatten. Je bent altijd onderweg, het seizoen duurt tien maanden en je maakt lange dagen,’ zegt Dirk.

Hij, de zesde generatie, stamt uit een oude kermisfamilie die het werk al sinds 1834 doet. Destijds als wafelbakkers. Rond 1900 gingen opa Dirk en diens broer Arie met een luchtschommel op de kermis staan. De mensen aan boord moest zelf heen en weer slingeren. Later hebben ze ook een rupsbaan gehad en een zestien meter hoog rad met nostalgische gondels. 

De Arjaansen zijn altijd rondtrekkende ondernemers geweest. Eerst over het water, later over de weg. Uit de stamboom blijkt dat ze vóór de kermis hun brood verdienden als kooplui en schippers. Op een gegeven moment splitste de familie zich in een ‘burgertak’ en een ‘reizende tak’, zoals Dirk het noemt. Zijn eerste levensjaren bracht hij door op een skûtsje dat aan de Syl in Joure lag afgemeerd. 

Hun kinderen, een dochter en een zoon, hebben geen belangstelling om het familiebedrijf voort te zetten en zo is er een einde gekomen aan een kermisdynastie. De Leeuwarder najaarskermis was de laatste waar ze in ons land stonden. Daarna volgden er twee in Duitsland en een in België. De attractie is verkocht aan een kermisbaas uit Frankfurt.

Het was geen gewoon leven wat Dirk en Ank hebben geleid. De gemiddelde burger woont in een huis en zij leefden een, in de woorden van Dirk, ‘luxe zwerversbestaan’ toerend met vracht- en woonwagen. Hun kinderen moesten naar een rijdende school of naar de scholen in dorpen die ze aandeden. Maar Ank kon zelf ook les geven want zij heeft haar akte gehaald. Van een baan in het onderwijs kwam het door het huwelijk met Dirk niet. Hijzelf is trouwens ook goed geschoold. Op zijn negentiende had hij de heao al afgerond; de lagere school in vijf jaar, de ULO in drie jaar, twee jaar meao en tenslotte de heao in drie jaar! Een prachtige carrière in het bedrijfsleven lonkte. Dirk zat onder meer bij Moret & Lime. Echter, een kantoorbaan lag hem niet. Als de zon schijnt zit ik binnen, dacht Dirk. Hij wilde het kermisleven in, kleur aan het bestaan geven. Zijn ouders reageerden onthutst. Je bent gek, zeiden ze. Maar Dirk zette door en nam de rupsbaan, in de volksmond ‘de hobbelende geit’ genoemd, van oom Roelof over. Samen met Ank trok hij door het land.

De twee waren voor elkaar bestemd. Ank’s vader Appie Dijkstra hielp de vader van Dirk altijd. Hun gezinnen waren als familie voor elkaar en ze groeiden in Leeuwarden samen op.

De laatste kermis in hun stad stemde ietwat weemoedig maar stoppen zat er aan te komen. Het kermisleven eiste zijn tol.

Dirk: ‘Mijn rugwervels staan scheef, ik heb een breuk gehad, twee hartaanvallen en er zijn zes omleidingen in mijn lijf aangelegd. Het is nu welletjes.’

Ank hoeft nu ook niet meer ‘yn it spier’, al bleef ze door het ramen lappen goed in beweging. 

Ten tijde van dit gesprek klinkt gestommel. 

Dirk: ‘Je moet niet met je neus zoeken, handen naar voren!’

Ondervindt de kermis concurrentie van de pretparken?

Dirk, die vijf jaar bestuurslid van de Nederlandse Kermisbond is geweest: ‘De kermis heeft zich gehandhaafd, maar makkelijk is het niet. De fiscus kleedt de burger uit. Nu weer is de BTW verhoogd. Zo gaat het maar door, net als met de voortdurende verhogingen van de stagelden.’ 

Jubilerend Brandsma Koffie brandt los

BOLSWARD – Met een groots Koffie Thee Event in Thialf vierde Brandsma Koffie het 125-jarig bestaan. Een jubileum op zo’n manier herdenken zegt veel over het bedrijf. Brandsma gaat altijd voor de inhoud. Geen receptie of feest, maar laten zien wat de koffie- en theewereld van vandaag de dag inhoudt. 

En dat is veel, meer dan je zou denken: koffiecocktails om ook bij een temperatuur boven de twintig graden, wanneer de trek in koffie afneemt, koffie te kunnen verkopen; nieuwe merken brengen voor de ruigere en jongere koffiedrinker; koffierecepten lanceren met bijvoorbeeld Fryske dúmkes; flitsende beeldcampagnes via Instagram vertonen om de nieuwe generatie die nog moet wennen aan koffie te bereiken; en dan vooral het ultieme koffiezetten met behulp van een app! Dat laatste is heel hip op de werkvloer van vooruitstrevende organisaties.

Dan hebben we het nog niet eens over de thee gehad, een vooral bij dames populaire drank. Thee is een genietmoment geworden. Hengelen met een zakje in een theepot is uit. In restaurants en cafés heeft men tegenwoordig een theekaart. Personeel wordt door Brandsma getraind hoe je thee moet zetten.

Brandsma begon als kruidenierswinkel maar ging zich in de loop der jaren beperken tot koffie en thee. Maar daarin doet het bedrijf wel alles: de levering van de apparaten, de techniek en de service aan horeca en grootverbruikers. En uiteraard de koffie. Al veertig jaar is Brandsma noordelijk dealer van Pelican Rouge(Roode Pelikaan). Verder zijn er eigen koffies bijgekomen zoals Ús Kofje dat in het kader van culturele hoofdstad in twee melanges op de markt is gekomen, en IJzersterk. Beide slow roastedkarakterkoffies gebrand in een ambachtelijke branderij voor de avontuurlijke, ruigere en jongere koffiedrinkers. Voor de optimale en complete koffiebeleving en om de merken smoel te geven levert Brandsma er kwalitatief hoogwaardig servies en bedrukte suikersachets bij.

Thialf, een partner van Brandsma, was het Mekka voor de fijnproevers. Leveranciers, inspirerende gasten uit de koffiewereld en relaties waren uitgenodigd om elkaar te ontmoeten en te inspireren. 

‘De dag stond in het teken van motivatie, inspiratie, demonstratie en felicitatie met als thema Van Start tot Finish,’ aldus directeur Menno Brandsma (48), de vierde generatie. De aftrap werd verricht door Lex Wenneker (tweede tijdens de finale van het World Barista Championship 2018) en olympisch kampioene shorttrack op de duizend meter Suzanne Schulting. 

TopBrewer

Brandsma vernieuwt voortdurend. Dochteronderneming TopBrewer, met een showroom gevestigd aan de Amsterdamse Zuidas om dicht bij de klandizie te zitten, brengt luxe gestileerde koffiesystemen die volledig opgaan in het interieur. Dit bedrijf wordt gerund door Menno’s broer Bennert en diens partner Hanneke ten Buuren. Ze demonstreerden hoe je op afstand je eigen koffie kiest en samenstelt. 

‘Via een app op je smartphone of tablet kun je overal exact jouw favoriete kop koffie, cappuccino of welke koffie dan ook regelen. Eén klik op de knop en het wordt vers voor je gezet. Ieder zijn of haar personal koffie,’ zegt Menno.

Hanneke voegt eraan toe dat koffie verbindt en een spil is op kantoor: ‘Rond de koffiemachine kom je elkaar tegen, neem je zaken door, spreek je af of vertelt je wat je hebt beleefd.’

Tot de klantenkring behoren grote corporates en instellingen, maar ook hotels en trendy grand cafés kiezen in toenemende mate voor deze revolutionaire koffiebeleving. Zelfs Google en Microsoft hebben het koffiesysteem ontdekt.

 

Eddy Brandsma sr. liep samen met kleinzoon Rink (11) trots rond in Thialf. Hij kwam in 1964 in de zaak na het vroegtijdig overlijden van zijn vader. Zes jongens waren er: Gerry, Emiel, Eddy, Menno, Harry en George. Eddy studeerde aan Nyenrode en trad in vaders voetsporen. 

‘Menno doet het geweldig, petje af. Het bedrijf staat stevig in de markt.’ 

Onder de bezielende leiding van Menno Brandsma, die als vierde generatie inmiddels al weer achttien jaar aan het roer van het familiebedrijf staat, werd er een flinke slag gemaakt op het gebied van slimme technische innovaties. 

‘Nog altijd is koffie onze corebusiness, maar je moet verder durven kijken. Iedere generatie moet iets nieuws toevoegen aan het bedrijf.’

Arno Brok verhuist naar Franeker

FRANEKER – Commissaris Arno Brok is verhuisd naar Franeker. Hij heeft een woning aan de Voorstraat 45 gekocht. Sinds zijn aantreden maart 2017 woonde hij in een huurwoning in Balk. ‘In prachtich plak yn in moaie omjouwing mei geweldige minsken. Dat sil ik grif misse. Mar ik woe graach wat keapje, ha in soad hûzen besjoen en tink dat dit it bêste by my past,’ zei hij in geef Frysk. Het huis staat in het centrum van Franeker. ‘It is in rom hûs. Dat woe ik graach, ek om gasten ûntfange te kinnen.’

Anne Jan Zwart weg als voorzitter Club Diplomatique

LEEUWARDEN – Anne Jan Zwart (63) is bij zijn vertrek als voorzitter van de Club Diplomatique Fryslân benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Zwart was directeur/eigenaar van ECOstyle. In zijn tijd verhuisde het bedrijf van Appelscha naar het mede door hem opgezette Ecomunitypark in Oosterwolde. Dit bedrijventerrein kreeg in 2013 de hoogste Europese onderscheiding voor duurzaamheid. In diverse bestuursfuncties heeft de heer Zwart zich altijd een groot pleitbezorger voor een duurzame toekomst getoond.

Het KB-effect van Anna Smits

DOKKUM – Een facet van ondernemen is je aan kunnen passen aan veranderende omstandigheden, maar ook aan je zelf! Het verhaal van horecaonderneemster Anna Smits is wat dat betreft veelzeggend. In het lege pand naast haar lunchroom Haagens overwogen zij en haar man Eric Kooistra, de eigenaar van het pand, een pannenkoekenrestaurant te beginnen onder de naam Koekenbakker. 

‘Maar ik schrok van de verbouwingskosten. Die leek ik met pannenkoeken alleen nooit terug te kunnen verdienen,’ aldus Anna.

En dus werd het oorspronkelijk concept gewijzigd. Er moest ook goede wijn gedronken kunnen worden. Anna deelt met haar vriendin Mathilda Broekstra, vinoloog en sommelier, namelijk wijn als hobby. Ze volgden een wijncursus aan de wijnacademie en ze pakten het vervolgens professioneel op met Mr en Mrs Wine, een pop-up wijnbar/inkoop.

Food & Kids zou de nieuwe zaak gaan heten. Maar ja, pannenkoeken en wijn vormen niet echt een logische combinatie en wie gaat er nu borrelen bij de Koekenbakker? Het speelhoekje voor de kinderen maakte al gauw plaats voor nog twee tafels. De focus lag niet meer op pannenkoeken en de naam werd veranderd in KB Food & Drinks. KB is dan wel weer afgeleid van Koekenbakker…

Nu is er een prachtig restaurant (lunch en diner) voor een breed publiek en dus ook voor gezinnen. Kinderen zijn van harte welkom en ze kunnen zich er vermaken. Je hoeft bij KB niet perse te eten. Er is geen drempel voor gewoon een break tijdens het winkelen, een afzakkertje halen na het werk en ’s avonds aansteken.

Wel wilde Anna zich onderscheiden van andere zaken voor een extra beleving in Dokkum: ‘Wat ik niet begrijp is dat veel zaken de gast geen keus laten. Als ik ergens ben en er staat bijvoorbeeld biefstuk met champignons op de kaart en ik hoef geen champignons, dan haak ik af voor zo’n gerecht. In KB kun je niet alleen een hoofdgerecht kiezen, maar ook de saus en garnituur. Twee bijgerechten naar keus zijn bij de prijs inbegrepen. De gast vindt dat prettig. Dit concept, dat ik in Amsterdam heb opgepikt, was er nog niet in de stad. Om de drie maanden veranderen we de kaart.’

Het interieur van KB is barok. Een schitterende plafondprint, visgraateikenhouten vloer, Engels behang, hoge gele banken en blinkend koper zijn de accenten die zorgen voor een warme, uitnodigende entourage. 

‘De vier pijlers zijn: eten van de beste kwaliteit, goede porties, comfortabele gastvrijheid en een goede bediening,’ zegt Anna.

Wat dat laatste betreft gaat Anna op zeker. Het personeel wordt getraind.

‘Soms komt er een mistery guestdie geen persoonlijke beoordelingen geeft maar die erop let waar en hoe we ons kunnen verbeteren.’

KB grenst aan de straat en heeft geen terras. Toch kun je er heerlijk buiten zitten want achter de zaak is een mooie stadstuin die omzoomd wordt door een intieme, verwarmde overkapping met loungebanken en romantische verlichting. Een brede pui, gemaakt door stadgenoot Hartog Ensel (Ensel Staalkonstrukties), verbindt het restaurant met de tuin.

En zo is KB een speciale zaak voor iedereen geworden.

Akkrum met ‘M’ onder zeil

AKKRUM – Het skûtsje van schipper Pieter Meeter ligt in diepe winterrust. Maar de bemanning en de club van 100 die het SKS skûtsje Eildert Sietsesz varende houden, zitten ook buiten het vaarseizoen om niet stil. Waar zij ook tijdens de winterse sponsoravond nog met  genoegen aan terug dachten, is de vorige zomer behaalde podiumplek. 

‘De derde plaats hebben wij gevierd met een grootse huldiging in het dorp,’ aldus voorzitter Boyd Vervat, de opvolger van de zo nu en dan naar zijn bouwproject in Turkije afreizende  Arie de Jong. 

‘Die prijs was voor ons ook het hoogste haalbare,’ erkende schipper Pieter, herinnerend aan het feit dat hij erg veel aan het stroppen is geweest om bij de hoogste drie te eindigen. De rek in de zeilen was er letterlijk en figuurlijk uit. 

‘Daarom hebben we besloten een nieuw tuig bij Molenaar in Grou te bestellen. Een setje, en dan ook nog met een extra fok, waar je verliefd op wordt,’ aldus de altijd goedgeluimde schipper. Dat klonk de zeilmakers Jaap Jongsma, diens zoon Jens en Pierre Modderman uiteraard als muziek in de oren. 

‘We hebben nu elf van de veertien skûtsjes als klant,’ liet dat Grouster trio met een brede glimlach weten. Wie ook met een grijns van voldoening rondliep, was Hans de Jong uit Langezwaag, de breedgeschouderde bouwondernemer en bekend raadslid voor Opsterlands Belang. 

'n Moaie club hjir,’ zei hij, doelend op de sponsoren die het Akkrumer skûtsje een warm hart toedragen. De skûtsjeavond zou niet compleet zijn zonder de aan zijn Friese bretels herkenbare patriarch Eildert Meeter (72). 

‘Ik stjoer wol wat troch ju,’ beloofde hij zijn zoon Pieter, aan wie zowel het skûtsje als de rondvaartboot Frisian Queen is overgedragen. Jammer vindt hij wel dat zijn vrouw Gerrie het meevaren nu vaker moet laten afweten. 

‘En no ek de hûn noch, want dy is samar blyn wurden.’

Proosten op Woudster. Burgemeester Tjeerd van der Zwan van Heerenveen proefde het eerste bier, getapt door Reitse Spanninga. Directeur Tjitte de Wolff van Tjaarda kijkt toe.

Proosten op Woudster

ORANJEWOUD - Grand Café 1834 van hotel Tjaarda heeft nu ook zijn eigen bier: Woudster. Het is een ode aan Oranjewoud en de Oranje’s. Daarom zijn er sinaasappelschillen in verwerkt die het tarwebier een eigen karakter geven. Burgemeester Tjeerd van der Zwan van Heerenveen proefde het eerste bier, getapt door Reitse Spanninga. Directeur Tjitte de Wolff van Tjaarda kijkt toe.

WaterWinkel Vitens laat levensbron proeven

LEEUWARDEN – Vitens heeft in Friesland negen drinkwaterbronnen waarmee alle Friezen van schoon drinkwater worden voorzien. De verhalen achter deze negen ‘Fryske Bronnen’ worden in de nieuwe WaterWinkel belicht en de waters kunnen er worden geproefd. De eerste die deze ‘9Bronnentocht’ aflegde in de winkel was Olympisch zwemkampioen en Elfstedenzwemmer Maarten van der Weijden. Vitens wil met deze campagne en de WaterWinkel de Friezen bewuster maken van de hoge kwaliteit van hun kraanwater.

Het lijkt zo vanzelfsprekend dat er schoon drinkwater uit de kraan komt. Maar waar komt dat water precies vandaan? Vitens vertelt het verhaal áchter het Friese drinkwater, dat wordt gewonnen uit negen unieke waterbronnen. Het verhaal achter deze waters, zoals Frysk Frisen Spannenburger Oer, is te zien en te proeven in de WaterWinkel. 

Alle 5,7 miljoen klanten van Vitens, en dus ook de klanten in Friesland, krijgen kraanwater uit grondwaterbronnen bij hen in de buurt. Deze bronnen zijn kwetsbaar en moeten beschermd worden voor de toekomst. Kiezen voor kraanwater is immers duurzaam en gezond. 

,,Kraanwater is ook nog eens duizend keer goedkoper dan water uit een fles, en minstens vierhonderd keer minder milieubelastend,” zegt Marike Bonhof, directielid van Vitens. 

Maarten is het met haar eens: ,,Ik vind het belangrijk dat mensen weten waar hun kraanwater vandaan komt en dat ze beseffen dat ze in feite bovenop hun drinkwaterbron wonen en leven.”

Kijlstra introduceert innovatieve ambulance

DRACHTEN – Kijlstra Ambulancezorg had de Nederlandse primeur met de aanschaf van de eerste ALS (Advanced Life Support) Crafter Ambulance. Deze hypermoderne ambulance is gebouwd in samenwerking door de voertuigcommissie van Kijlstra, carrosseriebouw Visser in Leeuwarden en Van den Brug in Drachten die het basisvoertuig heeft geleverd. Ook zijn patiënten en medewerkers betrokken bij de ontwikkeling.

Directeur Sietze Kijlstra over de innovatieve ambulance: ‘Omdat we zien dat de zorgvraag van patiënten verandert spelen we hier op in. Deze nieuwe ambulance is groter en heeft meer behandelruimte. Daarnaast maken we slim gebruik van nieuwe techniek. In deze ambulance hebben we standaard een elektrische brancard. Dat is comfortabeler voor de patiënt en het betekent dat onze medewerkers minder hoeven te tillen. Door de standairco in de cabine is het nooit te warm of te koud. Verder is de medische apparatuur zoveel mogelijk weggewerkt. Dat is minder confronterend voor de patiënt.’

Bij deze eerste nieuwe ALD Crafter Ambulance blijft het niet. De komende jaren vervangt Kijlstra alle ambulances.

‘Dit wordt de nieuwe standaard als het gaat om excellente patiëntenzorg,’ aldus Sietze Kijlstra, die commissaris Arno Brok op bedrijfsbezoek ontving. Tevens werd van de gelegenheid gebruik gemaakt dat hij als eerste de ambulance uit de garage mocht rijden.

www.kijlstra.nl

Dé jonge ondernemer van het noorden

FRANEKER – De jonge ondernemers prijs wordt ieder jaar uitgereikt aan een ondernemer uit Friesland, Groningen of Drenthe. Jan-Harmen Akkerman, eigenaar en directeur van TanQyou is in 2018 door de jury uitgeroepen tot dé jonge ondernemer van het noorden. 

Het Familiebedrijf – Petra Lodewijk Mode

Een stevig gefundeerde damesmodezaak

FRANEKER – Lodewijk in Franeker zit 75 jaar in de dames- en herenkleding, tegenwoordig verdeeld over twee zelfstandige zaken aan weerszijden van de Voorstraat: Petra Lodewijk Mode (gerund door naamgeefster Petra Lodewijks) en Lodewijk Mode voor Mannen (geleid door haar neef Wilfred Lodewijks). Neef en nicht zijn de derde generatie. De familienaam Lodewijks (met een s) en de bedrijfsnaam zonder s mag wellicht enige verwarring scheppen, maar is het gevolg van een ambtelijke vergissing. Oorspronkelijk was het Lodewijk. Toen een voorouder bij de aangifte van een geboorte uitbundig was en zijn naam van een sierlijke krul voorzag, meende een ambtenaar er een s in te zien! Men liet het erbij.

Beide kledingzaken hebben niets met elkaar van doen, maar ze dragen natuurlijk wel dezelfde oorsprong en ze trekken vandaag de dag soms gezamenlijk op in de marketing. Bijvoorbeeld op billboards in de provincie.

‘Je versterkt elkaar op die manier. Mannen en vrouwen kunnen op vrijwel dezelfde locatie winkelen. Dat is van belang op momenten van een familiefeestje of een speciale gelegenheid wanneer de vrouw en de man zich beide in het nieuw willen steken,’ zegt Petra (45).

De kans van slagen in Franeker is groot want beide zaken staan goed aangeschreven.

De geschiedenis van de bedrijven voert terug naar de scheepvaart. De ouders van het oprichtersechtpaar Wiltje Lodewijks en Pierkje de Boer waren respectievelijk beurtschipper en scheepsbouwer. Wiltje en Pierkje begonnen in de crisisjaren voor de oorlog voorzichtig met een nering in textiel. Ze hadden een winkeltje ingericht in de voorkamer van hun woning op de hoek van Hofstraat-Nieuwe Hof. Wiltje ging de boer op met de koopwaar op zijn rug. De concurrentie was groot en daarom schafte Wiltje een bakfiets aan om een grotere regio te kunnen bedienen en sneller langs de deuren te gaan. Later deed hij zijn rondes met een hondenkar waardoor hij meer kon meenemen. Alleen als het markt in Franeker was bleef Wiltje in de stad en richtte hij zijn kraam in. Vanaf dat moment stonden zij ingeschreven in de Kamer van Koophandel en staat 1943 te boek als oprichtingsjaar. Na de oorlog werden de zaken nog energieker aangepakt. In 1949 werd een tot rijdende winkel omgebouwde bestelauto in gebruik genomen, een Britse Commer met zo’n platte neus die destijds populair was. Omdat de aanvoer steeds minder over het water ging (Zuiderkade) en veel meer over de weg, kochten Wiltje en Pierkje de panden 5 en 7 aan de Voorstraat. Steeds meer artikelen werden naast de kleding verkocht: stoffen, babykleertjes, lingerie en ook kinderwagens. Lodewijk moest de gezinnen over de vloer krijgen.

Dames- en herenmode

Wiltje was een ras-ondernemer. In de jaren vijftig werd kleding functioneler en modieuzer en hij realiseerde zich dat er een keuze moest worden gemaakt. Hij besloot zich uitsluitend op kleding toe te leggen en onderscheid te maken tussen een dames- en mannenzaak. In 1955 kocht hij voor de damesmode de mooie Voorstraat-panden 32 en 34 en drie jaar later aan de overkant Voorstraat 23 voor de mannenmode. In 1970 werd het belendend pand 21 aangekocht. Nog was de uitbreidingshonger niet gestild want de naastgelegen panden van 32 en 34 werden ook aan het totaal toegevoegd.

Inmiddels waren de zonen Jacob en Tjerk in de zaak gekomen. De ondernemerslust hadden zij van hun ouders geërfd. Huishoudtextiel werden steeds minder in een speciaalzaak en steeds meer in textielsupers gekocht. Dat was voor de broers reden om contact te zoeken met de HEMA. Het warenhuis wilde wel naar Franeker komen en franchisegever worden, maar men vond het pand Voorstraat 5 te klein. Het probleem loste zichzelf op toen hun buurman Hayo Haitsma, Opel-dealer, gedwongen werd met zijn garage uit de binnenstad te vertrekken. Jacob en Tjerk bedachten zich geen moment. Wéér ruimte erbij en nu een groot hoekpand! Franeker blij, want een HEMA in je stad is een trekker voor winkelpubliek. Later is de HEMA-exploitatie verkocht (het pand is aangehouden) en is dit warenhuis nog steeds de beste winkelbuurman die je kunt hebben. Thans vormt het vastgoed dat in familiebezit is gebleven een stevige basis voor beide Lodewijk-bedrijven. Petra’s ouders Jacob (76) en Riet (74) wonen achter haar zaak.

Hele Noorden

Op een winkeloppervlak van 800 m2 kleedt Petra Lodewijks vrouwen van 15 tot 90+. De basis is een keur aan sterke merken waarvan uitgebreide collecties worden geboden. Maar het aantal merken is niet zo belangrijk, vindt Petra.

‘Ik doe liever met minder merken méér.’

De zaak trekt klanten uit het hele Noorden, maar ook uit de kop van Noord-Holland. Je bent immers zo de Afsluitdijk over.

‘Afstand is net als met een restaurant niet erg bezwaarlijk. Voor een prettige winkelbeleving willen de mensen er graag op uit. Ze vinden deze winkel uniek. En inderdaad, in lang niet elke plaats vind je wat hier is,’ aldus Petra.

Ze kan goed monitoren wat wel en wat niet goed verkoopt, welke merken de mensen aanspreken en wat de modetrends zijn. Alles is namelijk geautomatiseerd. Verder vertrouwt Petra op haar ‘marktgevoel’ en verneemt ze de reacties op de winkelvloer. Ze kent haar publiek en stemt daar haar inkoop op af. Inkopen is cruciaal in de kleding. Petra doet dat in zowel binnen- als buitenland.

Over het algemeen weten de dames wat ze willen.

Petra: ‘Ze lezen de bladen en kijken op onze internetsite, die goed wordt bezocht. Veel mensen hebben zich al georiënteerd voordat ze in de winkel komen. En natuurlijk worden ze goed geholpen door vijftien verkoopadviseuses. Het aansturen van dit team is een van de taken waar ik mij mee bezig hou.’

Zij zelf houdt een oogje in het zeil en volgt de bewegingen in de winkel: ‘Verder schenk ik koffie in het winkelcafé, want ik ben nu eenmaal de gastvrouw!’

Afrekenen doet ze ook; het is een belangrijk moment: ‘Daar heb je het laatste contact met de klant en zie je wat ze gekocht hebben.’

Voorbestemd

Petra (ze heeft nog een zus) was voorbestemd om de winkel over te nemen: ‘Als meisje wist ik al wat ik wilde. Ik vind het een boeiend en afwisselend vak waarin alle aspecten van het ondernemen om de hoek komen kijken. Ik heb dan ook een opleiding in deze richting gevolgd aan de Textiel Management Opleiding in Doorn.’

Ze heeft een dochter van twaalf, Laura. Zij heeft ook belangstelling voor de kledingbranche en voor de zaak. Moeder en dochter staan afgebeeld in het magazine dat de zaak twee maal per jaar laat verschijnen. 

‘Ik zou het mooi vinden als Laura later het bedrijf overneemt, maar ik laat het volledig aan haar.’

www.lodewijkmode.nl

Vloedgolf in duinvallei

AMELAND – De bedrijvensponsors van It Fryske Gea, verenigd in Ynnatura, waren er tijdens hun excursie naar natuurgebied het Oerd niet getuige van, maar in drie jaar tijd heeft er zich al twee keer een vloedgolf(je) in een duinvallei voorgedaan.

Wonen in een kerkje waar vader heeft gepreekt

ACHLUM – Eind 2016 belde Marike Geel enthousiast haar moeder op. ‘Ik heb een leuk kerkje in Achlum gezien!’ ‘Daar heeft je vader nog gepreekt,’ luidde de verrassende reactie.

‘Dat wist ik helemaal niet,’ zegt Marike nu. Het heeft zo moeten zijn. Ze is geboren in Winsum

Lelystad prachtige arena voor Hiswa te Water

LELYSTAD – Het is maar goed dat de Hiswa te Water van Amsterdam naar Lelystad is verhuisd. De Bataviahaven is namelijk een uitgelezen stek voor het tonen van zeil- en motorjachten. De watersportbeurs begin september, de grootste in-water bootshow van Noord-Europa, was een succes.

Friesland: Amsterdam Lake District

ALLINGAWIER – Lysanne Kuindersma heeft enkele jaren in het buitenland gewoond en dan weet je hoeveel impact Amsterdam heeft. De hoofdstad is bekender dan Nederland. Je weet dan ook hoe kort de afstanden hier zijn.

Friesland ligt in de achtertuin van Amsterdam, op een uurtje rijden.

Rim de Boer laat interieurs leven

MAKKUM – Rim de Boer, bekend van het Bangahuys in Franeker, is verhuisd naar Makkum waar zij Rim interieur & design is begonnen. Geen interieurs meer exposeren, maar vanuit een inspirerende omgeving aan de Voorstraat in het oude centrum adviseert, ontwerpt en begeleidt zij het inrichten van ruimtes. Dat doet zij voor de zakelijke en de particuliere markt en voor de horeca. Niet alleen woningen en bedrijfspanden worden door haar ingericht, ook scheepsinterieurs doet Rim.

Rim zegt over haar werkwijze: ‘Een goede uitvoering begint met een goede opdracht. Dus leef ik mij in. Ik wil weten hoe de opdrachtgever woont, leeft en werkt en hoe ondernemers hun zaken doen, hoe zij met klanten omgaan en hoe ze in de markt willen staan. Na een eerste gesprek ga ik op locatie om mij te oriënteren. Ik kom met al dan niet uitgewerkte voorstellen en na het doornemen daarvan plus de feedback van mijn gesprekspartner, ga ik verder.’

Op deze wijze krijgt het design van Rim vorm en gezicht. Afhankelijk van de opdracht kan ze alles aanpakken: het complete interieur, of alleen de stoffering, de wanden en plafonds, of het meubilair. Met of zonder accessoires. Ze brengt de juiste sfeer in de ruimtes. Huislijk voor wie knus wil wonen, modern voor wie van strakke interieurs houdt, representatief voor wie de juiste zakelijke uitstraling wil. 

‘Ik werk solo maar heb wel een team van adviseurs, merken en leveranciers om me heen. Klankborden is in dit werk nuttig,’ aldus Rim.

Sinds kort heeft Rim haar activiteiten uitgebreid met infraroodverwarming. Volgens Rim een hele aangename, praktische en duurzame verwarmingsbron.

‘Infrarood is stralingswarmte die geen lucht verwarmt maar die de omgeving benut als warmtebron. Het is niet te vergelijken met convectiewarmte of elektrische verwarming want het wordt sneller warm en geeft minder warmteverlies. Infrarood is bovendien zuinig en efficiënt. Omdat de gevoelstemperatuur hoger is wordt met een lagere temperatuur hetzelfde comfort bereikt. Onderzoek toont aan dat met infrarood 35 procent minder energie wordt verbruikt.’

De aansturing kan heel gemakkelijk en op afstand via domotica met een app op de smartphone. Bovendien kunnen ruimtes afzonderlijk worden verwarmd en maakt het niet uit op welke vloer de dunne verwarmingsmatten met metaallegering worden gelegd: ook op hout en zelfs onder de vloerbedekking.

Met dit systeem anticipeert men op de toekomst, op wonen zonder gas, laat Rim weten.

www.riminterieurs.nl

Symbiose kunst en couture

JOURE – Kunst en couture kunnen prima met elkaar samengaan en elkaar zelfs versterken. Die symbiose bleek in de galerie van Fransje Versloot in het voormalige fabriekscomplex van DE aan de Slachtewei in Joure. 

‘Schilderij, foto, stof, patroon, couture.

Bedrijfsreportage: Kuiper Verzekeringen zelfverzekerd verder

HEERENVEEN – In een verzekeringswereld waarin de baren woeliger zijn geworden, is Kuiper Verzekeringen in Heerenveen als een rots in de branding blijven staan. Daar was wel even een zoektocht voor nodig: was de positie wel zo sterk als gedacht?, was het toekomstperspectief wel zo glorend

Fries om útens – Louis Huisman

GEMERT – Je zou verwachten dat iemand die al in 1962 naar Gemert is verhuisd na al die jaren nauwelijks Fries meer is. Zo niet in Brabant. Daar wordt Louis Huisman (72) nog altijd ‘die Fries’ genoemd. 

‘Eens een Fries, altijd een Fries,’ lacht Huisman,

Stormachtige ruiters

LEEUWARDEN – Drama dus bij een betoverend theaterspektakel, het grootste van het land in 2018, met 100 Friese paarden en de schimmel Akira waarop dijkgraaf Hauke Haien (Jelle de Jong) zijn dood tegemoet reed, in de hoofdrol. Honderdduizend bezoekers genoten.

FC – Kostwinning – Wietze Jongsma

‘Ik neem de tijd voor alles’

JOURE – Als je Wietze Jongsma zou moeten opstellen in een voetbalteam, dan is de positie van spelverdeler de beste plek voor hem. In figuurlijke zin dan, want zijn knieën zijn volledig versleten. Aan de tweede is hij dit jaar geopereerd.