Terug naar hoofdinhoud

Kroniek van het goede leven in Friesland

Zakelijk human interest magazine
Verschijnt tweemaandelijks – jaarabonnement € xxxx
Redactie: Albert van Keimpema
Abonnement: administratie@friesjournaal.nl

Varende masterclass Casa de Moya

LANGWEER – Een wijnproeverij kun je ook op het water organiseren. Dat deed Kwast Wijnkopers dan ook vanuit Langweer aan boord van de Pikmeerkruiser Salai. Het betrof een masterclass onder leiding van de Belg Yves Laurijssens van Casa de Moya.

Yves en zijn vrouw Sophie gingen het over een heel andere boeg gooien. Hun familie was gespecialiseerd in ‘turnarounds’ (verlieslijdende bedrijven winstgevend maken), zij zijn in Valencia neergestreken en begonnen daar een wijnbedrijf.

Jan Volker van Kwast: ,,Ze maken wijnen van de lokale druiven bobal en monastrell voor rood, merseguera en wit. Yves en Sophie combineren de tradities van de streek met moderne vinificatie. Het terroir van de oude wijngaarden geeft complexe en spannende wijnen die ‘foodfriendly’ en ook nog betaalbaar zijn.’’

Streekproductbedrijf - Pieter Peit's Hoeve

‘Toeristen vinden het leuk hier te komen’ 

LIES – Rinske Cupido is altijd een strijdbare vrouw geweest. Zo was ze de eerste vrouw in het bestuur van de Friese Maatschappij van Landbouw, in de jaren 70. Acht jaar was de Terschellinger boerin daarin actief. Ook in de politiek liet ze zich niet onbetuigd, maar als je op Terschelling woont is alles politiek, zo ervoer zij al gauw. De strijd om het bestaan heeft ze eveneens altijd moeten voeren. Sinds 1975 runt Rinske de kaasmakerij annex winkel Pieter Peit’s Hoeve in het dorpje Lies. Een naam die vragen oproept. Wel, het is simpel. Cees, haar man, is van Jetskeen zij weer van Neeke, die weer van Piet, en Piet is van Peiten bij hem begon de naamgevingtraditie. Piet van Peit was de man die de cranberrycultuur ongewild naar het eiland bracht toen hij een vat bessen op het strand vond. Die bessen vol vitamine C hadden ze in die tijd aan boord om de gevreesde scheurbuik onder de bemanning te voorkomen. Piet vond ze vies en bitter, en trapte ze plat in de duinen…

Jij bent opgegroeid in Hilversum. Hoe ben je op Terschelling verzeild geraakt?

‘Ik ben geboren in Hilversum vanwege het werk van mijn moeder. In mijn jeugdjaren mocht ik graag in Wymbritseradeel bij een grote boerenfamilie van moeders kant zijn. Ik voelde me erg tot hen aangetrokken en het boerenleven sprak me aan. Vanuit Sneek waar ik een verplegingsopleiding had gedaan liep ik stage in de zorg en verpleging op het eiland. Ik kwam bij de mensen thuis. Hier ontmoette ik Cees. Ik was niet van plan op Terschelling te blijven, maar we kregen verkering. En Cees kon niet van het eiland af. Een boer is grondgebonden. Ik moest dus kiezen. Zo ben ik van de vaste wal naar hier gekomen. Cees zijn ouders boerden op de boerderij De Walvisvaarder aan de overkant van de weg. Het is nu een hotel. Zijn oom en tante waren boer op deze plaats en toen zijn oom vanwege een hernia niet langer kon werken is Cees hier begonnen.’

Ging je mee helpen?

‘Vanaf het begin. Het boeren lag me. Ik ben naar de praktijkschool in Oenkerk gegaan en daar heb ik het nodige opgestoken.’

Waarom begon je een kaasmakerij?

‘Uit armoede. Wij konden de investeringen nauwelijks opbrengen. Vergis je niet, de rente was toen dertien procent. Recreatie wilden we niet omdat we beide gek van boeren zijn. Kaas maken ligt in het verlengde. Dus dat was een kans. Zie het als een tweede tak. Daarin waren wij een voorloper. Vanaf die tijd begon de plattelandsvernieuwing.’

Hoe reageerde Cees?

‘Hij was huiverig. Kijk, hij is een eilander autochtoon, ik niet. Hoe zou men reageren, dat was de vraag. Ik zie nog dat zuinige gezicht van Cees voor me: daar gaat mijn kostelijke melk. Niet naar de fabriek, maar naar mij! Het is natuurlijk wel zo dat wij een meerwaarde aan onze melk geven door de zelfverwerking. Zo snijdt het mes aan twee kanten. De kaasmakerij heeft ons boerenbedrijf een toekomst gegeven.’

Liep het?

‘Boven verwachting. Dat kwam door de samenwerking met de VVV. Wij werden een soort attractie. Toeristen vonden het leuk om langs te komen. Het werd zo druk in ons winkeltje dat we een winkel in Midsland zijn begonnen om het hier wat te ontlasten. Voor mij was dat een verademing want Midsland was veel liberaler dan de rest van het eiland. Ik voelde me daar meer begrepen. De winkel is later overgedaan maar er worden nog steeds onze producten verkocht.’

Kan de toerist jullie nog steeds vinden?

‘Zeker. De Pieter Peit’s Hoeve is een toeristisch bedrijf. Negentig procent van de omzet komt van de recreatie. Voor veel klanten voelt het hier als jeugdsentiment. Ik heb nooit een moderne kaasmakerij willen hebben. Hier hangt nog de sfeer van vroeger. De toerist vindt dat prachtig. De karnton is van roestvrijstaal maar zit in een houten kuip. Wij helpen ook mee aan de dialoog tussen de stadsmens die ver van de natuur staat en de boerenstand. De belangstelling is groot en vandaar dat wij rondleidingen verzorgen. Het eerste uur door mij en het tweede uur door Cees. Wij vertellen hoe je kaas maakt en wat het boerenleven inhoudt.’

Wat voor kaas maken jullie?

‘Ten eerste maken we negen soorten boerenkaas zonder toevoegingen: naturel, bieslook, brandnetel, knoflook, kruidnagel, peper, komijn, mosterd en fenegriek. De melk komt van onze eigen koeien die in de polder bij Lies grazen. Van nature heeft onze kaas een ziltige smaak door de ligging vlak aan de Waddenzee. Verder maken wij ook yoghurt, boter en kaasfondue. Wij betrekken ook melk van een biologisch zuivelfabriekje in Oosterend. Anders hebben we niet genoeg. Het is druk en daarom heb ik twee prima krachten die mij assisteren: Sybrich van Terwisga en Saskia Nadort.’

Maar er is nog meer in de winkel.

‘Ja, wij bieden een breed assortiment. We verkopen onder meer blueberry- en cranberryjam, honing en mosterd. Maar er is ook een keur aan boerderijspeelgoed, keukengerei, klompen en allerlei souvenirs. Vinden mensen leuk om mee naar huis te nemen.’

Jullie zijn ook behoorlijk innovatief en duurzaam bezig. Vertel eens.

‘Wij hebben samen met onze zoon Jelle, die ook een loonbedrijf runt, onder de naam CupCompost € 750.000 geïnvesteerd in het composteren van groen en mest doormiddel van een proces volgens de natuurlijke kringloop. Het is een pilot, maar van een leien dakje gaat het niet. Tot aan de Raad van State is geprocedeerd. Hoe de verhoudingen hier liggen werd duidelijk uit de reactie van een wethouder: hebben jullie ook eens voor niks een half miljoen geïnvesteerd. Saamhorigheid is hier ver te zoeken, maar gelukkig hebben we onze boerderij, de kaasmakerij, de winkel en de klanten nog. Daarin vinden we veel voldoening.’

Fantastisch slotakkoord voor Reitse en Tryntsje Spanninga

JOURE – Reitse en Tryntsje Spanninga beleefden hectische laatste weken nadat ze  bekendmaakten restaurant ’t Plein in Joure te verkopen. Veel gasten wilden nog eenmaal aan tafel (of in de keuken) zitten om die bijzondere sfeer te proeven, te genieten van de maaltijden, verwend te worden door de bediening en ondergedompeld te worden in het speciale gastheerschap van het restaurantechtpaar. ,,Het was alsof we elke avond een receptie hadden. De reacties waren hartverwarmend. We kunnen terugkijken op een geweldig restaurantleven,’’ zeggen de twee. 

Na 30 jaar vonden ze het tijd worden om afscheid te nemen en zich de komende jaren toe te leggen op eventmanagement dat zij al jaren naast hun restaurantactiviteiten deden. Chef-kok Ûltsje Dijkstra is niet gebleven. Hij bezint zich op zijn toekomst. Dijkstra, een broer van Tryntsje, heeft vanaf het begin de leiding over de keuken gehad. Hij hoorde bij het meubilair, zeggen ze dan. 

De nieuwe uitbaters zijn Marten Haga (31) en Nely Smit (28). Zij waren werkzaam in Zuiver Vlieland, dat dit voorjaar is toegetreden tot Fryslân Culinair. Ze hebben het bedrijf per 18 juni overgenomen. Tijdens de voorjaarsparty op 24 mei werden zij door Reitse en Tryntsje aan de aanwezigen voorgesteld. ‘t Plein is omgedoopt tot Zuiver Joure by Marten & Nely, met een knipoog naar Vlieland. Beide zaken zijn in eigendom van Roland Bakker en zijn vrouw Mieke Kruit.

Voor de bekende tv-kok en zijn vrouw was het een bewogen moment.

‘Het is een omslag in ons leven. Je ontvangst geen gasten meer. Dat is wel eventjes wennen. Wij hebben al die jaren met het grootste plezier ons restaurant gerund. Met tal van gasten hebben we een speciale band opgebouwd en we hebben vooral dankzij Ûltsje veel lof gekregen voor onze keuken. Toch hebben we gemeend om te stoppen met het restaurant omdat het een zwaar vak is. Bovendien gaat de leeftijd ook meetellen. Vanaf nu kunnen wij ons focussen op het regisseren en produceren van culinaire evenementen en partijen, op kookdemonstraties en trainingen die ik geef,’ aldus Reitse, die programma’s voor Omrop Fryslân blijft maken.

Ook blijven Reitse en Tryntsje de Weber-barbecuecursussen verzorgen en dat gaan zij in Sneek doen in Lokaal 55 van Henk en Hanneke Hanenburg. Een schitterende en heel geschikte locatie/accommodatie voor deze workshops. Reitse heeft heel Nederland barbecueën geleerd. Van heinde en verre kwamen mensen naar Joure om de eigen bereidingen te consumeren. Door de populariteit van de barbecue heeft het tuinleven een extra dimensie gekregen en wordt er tegenwoordig in alle seizoenen gegrild. 

Adviezen, workshops en promoties van maaltijden en bereidingen voor opdrachtgevers als Poiesz supermarkten blijven de Spanninga’s eveneens verrichten. Onlangs hebben zij een mega-klus aangenomen: de culinaire organisatie van de theaterproductie Stormruiter, hét uithangbord van Leeuwarden-Fryslân 2018.

Stilzitten is er dus niet bij.

Reitse en Tryntsje: ,,Oh nee, er is heel veel te doen. We doen het dan ook niet rustiger aan, maar de stress van het restaurant hebben we niet meer. Het werd tijd om het over een andere boeg te gooien en ons te beperken tot het aannemen en verzorgen van cateringklussen voor zowel de zakelijke als de particuliere markt.’’

Reitse Spanninga is oprichter (2000) en oud-voorzitter (tot 2015) van restaurantclub Fryslân Culinair, een samenwerkingsverband van 14 kwaliteitszaken die bij voorkeur regionale ingrediënten in de maaltijden verwerken. Hij mag dan ook worden gezien als de man die het Friese streekproduct nadrukkelijk op de kaart heeft gezet. Tegenwoordig is dat gemeengoed in Friese specialiteitenrestaurants. 

,,Wij zijn heel blij dat we zulke goede opvolgers hebben gevonden en dat onze zaak aan het Douwe Egbertsplein een pleisterplaats blijft voor wie lekker en eerlijk wil eten,’’ besluit Tryntsje Spanninga.

Superlunch van 40-jarig Kwast Wijnkopers

AMSTERDAM – Met een werkelijk exquise lunch in de Koninklijke Industrieele Groote Club op Dam 27 in Amsterdam heeft Kwast Wijnkopers, vriend van Fryslân Culinair, het 40-jarig jubileum gevierd. De lunch was bereid door Mario Ridder, patron-cuisinier van vier restaurants waaronder Joelia* in Rotterdam. Van de beste relaties was een select (internationaal) gezelschap van 75 gasten uitgenodigd. Natuurlijk werden de mooiste wijnen bij de gerechten geserveerd. De entourage was perfect want de die vond plaats in het schitterende gebouw dat in 1912 op de hoek van de Dam en de Kalverstraat door de Groote Club (van 1872) werd neergezet. In 1922 fuseerde deze club met de Industrieele Club (van 1788), aanvankelijk Doctrina et Amicitiagenaamd. Het is nu een zelfstandig bedrijf met een hotel waar de groten en rijken der aarde logeren.

Kwast heeft Nederland kwaliteitswijn leren drinken. Hoe lang is het geleden dat mensen genoegen namen met Kellergeister, Mateus of Rosé d’Anjou? 

,,Ik had een droom. En dat was nieuwe wijngebieden ontdekken en verrassende wijnen op de markt brengen die matchen met verschillende keukens, geleverd aan inspirerende en geïnspireerde klanten die kwaliteit herkennen en waarderen. Die droom is uitgekomen,’’ zo begon de in Berlikum opgegroeide Jaap Kwast zijn speech.

Een aansprekende metier dan de wereld van wijnen kan hij zich niet voorstellen: ,,Wijn is net als het leven zelf; wijn lééft!’’

Inmiddels drinkt Nederland ook meer wijn dan in het oprichtingsjaar van Kwast in 1978: 12 liter per hoofd van de bevolking toen, nu 21 liter. Overigens stond de oprichting niet onder een goed gesternte, liet wijnschrijver Gert Crum weten.

,,De zeventiger jaren waren het slechtste decennium ooit.’’

Kwast nam niet de gebaande paden, maar ging op reis in de nieuwe wereld. Een van de eerste toppers werd de Rioja. Kwast-wijnen zijn volgens Gert ‘elegant, lichtvoetig met fruitexpressie’. Goed voor lichaam en geest, benadrukte hij. 

Op 1 juni 1978 startte Jaap Kwast zijn bedrijf. Op een industrieterrein in Heemstede huurde hij een ruimte van 120 m2 in het magazijn van een bevriende relatie, waar hij de eerste geïmporteerde wijnen opsloeg. Begin tachtiger jaren werd de ruimte te klein en verhuisde het bedrijf naar Nieuw-Vennep, waar een kleine hal werd gehuurd met daarin een woonwagen die als kantoor fungeerde. Hubrecht Duijker heeft deze kantooraccommodatie ooit in één van zijn boeken ‘het wonderlijkste  kantoor dat ik op mijn importeursreis tegenkwam staat bij Kwast: een caravan midden in een grote loods’ genoemd. Ook deze hal werd te klein en daarom werd er grond aangekocht waar een modern bedrijfspand met opslag en kantoren gebouwd werd aan de Roggestraat in Nieuw-Vennep. De opslagruimte is volledig geklimatiseerd en heeft een capaciteit van 1 miljoen flessen. In juni 1993, precies 15 jaar na oprichting, kon er dan ook verhuisd worden naar het pand waar Kwast Wijnkopers vandaag de dag nog steeds gevestigd is. 

Vanaf het allereerste begin streeft Kwast Wijnkopers ernaar om lekkere, authentieke en doordrinkbare kwaliteitswijnen op de Nederlandse markt te brengen. Via wijnspeciaalzaken en restaurants vinden de wijnen uit het assortiment van Kwast Wijnkopers z’n weg naar de consument. 

Kwast Wijnkopers heeft alle eigenschappen van een typisch familiebedrijf en staat onder leiding van Jaap en Martijn Kwast. Samen met 30 medewerkers, die gemiddeld bijna 10 jaar in dienst zijn, worden iedere dag alle zeilen bijgezet om voor de 1.200 klanten een perfecte business partner te zijn. Een persoonlijke benadering, een oplossingsgerichte mentaliteit, een uitstekende service en een team medewerkers dat de kennis over wijn graag deelt met de klanten, ligt daaraan ten grondslag. 

Jaap Kwast: ,,Onze voorkeur is om als familiebedrijf samen te werken met leveranciers die ook een familiebedrijf zijn en garant staan voor de duurzame kwaliteit van ons assortiment. In 1978 startte Kwast Wijnkopers met het importeren van wijnen uit Californië, Rioja en de Rhône. Dit assortiment is in de afgelopen 40 jaar uitgegroeid tot een toonaangevend kwaliteitsassortiment met meer dan 70 leveranciers uit 12 verschillende landen. Jaarlijks distribueren wij 3.5 miljoen flessen in de Nederlandse markt.’’

Kostwinning - Laura Keizer

‘Mijn beeld moet meteen perfect zijn’

MAKKUM –Dat Laura Keizer in een creatief beroep zou terechtkomen was al gauw duidelijk. Ze was altijd al met beeld en verbeelding bezig. Tekenen en ballet hadden haar belangstelling in haar jeugd. Het werd tenslotte fotografie. Alle richtingen van dit spectrum heeft ze gedaan. Tot zelfs persfotografie aan toe. Voor Groot Sneekmaakt ze reportages en het campagnebeeld voor de grote LF2018-happening At the Watergateis van haar. Laura is een dynamische persoonlijkheid, een wervelwind die niet gauw luwt.

Bouwhuis: een horecapartner met een enorm bierassortiment

SINT NICOLAASGA – In Bouwhuis Horeca & Grootverbruik heeft Fryslân Culinair een gevestigde naam als nieuwe partner. Het bedrijf in Sint Nicolaasga kan bogen op een historie van ruim een eeuw. Met Frank Bouwhuis (39) staat de vierde generatie aan het roer. Na het afronden van zijn HBO-studie commerciële economie nam Frank in 2001 de helft van de aandelen van zijn vader over en in 2011 de andere helft. Afgelopen voorjaar heeft hij zijn onderneming verkocht aan HANOS maar Bouwhuis blijft zelfstandig en aan de bedrijfsvoering verandert niets.

Het was Pieter Tjebbe Bouwhuis die in 1916

Koekiemonsters

LEEUWARDEN/HALLUM – Hellema bakt er wat van. De koekjesfabrikant uit Hallum biedt een speciale aanvulling op het assortiment. Het is een koffiekoekje van een dubbel speculaasje met vanillecrème ertussen. Bovendien is het een ‘cultureel’ koekje want het wordt in het kader van LF2018 op de markt gebracht.

,,Wij zijn lid van Club 2018 en we wilden toch wat doen met het culturele hoofdstadjaar,’’ vertelde commercieel manager Frank Wildschut tijdens de presentatie in Post Plaza. Het koekje is rond en voorzien van LF-beeldmerk. Het verpakkinkje is vormgegeven door BrandDogs, het reclamebureau van Fedde Benedictus en Arthur Matien. 

Friese horecazaken krijgen een gratis doos aangeboden. De distributie is in handen van groothandel FOOX Bergsma in Franeker, Hellema’s logistieke partner.

Burgemeester Ferd Crone kreeg het eerste koekje aangeboden. Voor hem was het niet de eerste LF2018-lekkernij.

,,Kaasjes en berenburg kreeg ik al eerder mee,’’ lachte hij.

 

Grou houdt smoel met nieuw Theehuis

GROU – Als een Fenix is Theehuis Grou uit de as herrezen. Met minstens evenveel grandeur als de oude zaak. Okay, je mag stellen dat het karakter van al dat hout niet is teruggekeerd, maar er staat een kloek, modern en toch in de omgeving harmoniërend gebouw. Een mooie prestatie van Robert Landstra van VNL architecten in Grou. Je hoeft het niet ver te zoeken om kwaliteit te vinden. En belangrijk: de kap is van riet. Voor de rest is het een duurzaam en onderhoudsarm gebouw, wat veel prettiger voelt voor de uitbaters Timo Slump en Marieke Warmerdam, en ook voor pandeigenaar Sybe Osinga en zijn familie.

Het Theehuis, van oorsprong een water- en ijsherberg, dateert van de twintiger jaren. Sindsdien heeft het Grou smoel gegeven. Niet elke watersportplaats benut zo’n kans. Neem Langweer, het mooiste watersportdorp van Friesland, waar de entree vanaf het water een particulier domein is geworden. Daar had een Theehuis-achtige uitspanning bij de haveningang niet misstaan, maar toen De Groote Gaast werd afgebroken had het dorp geen animo voor het handhaven van een recreatiebestemming. Grou heeft zijn gezicht wel behouden. Het oogt door de verdieping boven de begane grond – het oude Theehuis had die niet – nog indringender dan voorheen. 

Dat de gasten de oude sfeer ervaren heeft volgens Timo te maken met hetzelfde grondplan waarop is gebouwd: ,,Het Theehuis staat op precies dezelfde plek. Extra ruimte hebben we gecreëerd door de verdieping.’’

Zowel beneden als boven is een keuken ingericht. Daardoor kunnen gasten snel worden bediend. Niet alleen qua oppervlakte is de zaak groter geworden, ook de terrasruimte is toegenomen. En wat te zeggen van de haven aan de vernieuwde vlonders en steigers. Er kunnen behoorlijk meer boten afmeren. Voor de sloepen is er een speciaal haventje met een kippenbruggetje als barrière.

De opening door wethouder Henk Deinum van Leeuwarden was een moment dat Sybe Osinga niet onberoerd liet. Net als die 26stefebruari vorig jaar toen de zaak afbrandde. De Grouster gemeenschap kwam in actie en het Theehuis bleef als tijdelijk drijvend paviljoen door draaien. Het Theehuis was altijd een baken van herinneringen, zeilvakanties en daar ontstane liefdes. Dat blijft zo. 

 

Exclusieve klassiekers apart onderdak bij Wensink

HEERENVEEN – Klassieke auto’s zijn in trek. Reden voor Wensink Automotive om onder de naam Wensink Classic & Luxury een speciale garage voor oldtimers van na 1950, jongtimers en klassiekers te beginnen. Deze nieuwe zaak aan de Skrynmakker in Heerenveen biedt voor de liefhebbers het neusje van de zalm. 

Volgens verkoopleider Bas Cremers is er behoefte om deze markt niet vanuit de hoofdvestiging aan de A32 te bedienen, maar de collectie exclusieve gebruikte auto’s onder te brengen in een apart bedrijf: ,,En niet alleen van het merk Mercedes,

De auto van ...... Eddie de Leeuw

HEERENVEEN – Eddie de Leeuw houdt van opschieten. Zijn rijstijl is pittig. In het dagelijks verkeer tijdens zijn zakelijke ritten, maar ook recreatief mag hij graag het gaspedaal indrukken. Naast twee Porsches (een 964 jongtimer en een Panamera) heeft de autoliefhebber pur sang nog een renpaard in de stal te beteugelen: een klassieke BMW 2002. 

Waar heb je deze auto voor?

‘Dit is mijn rallyauto. Ik rij er klassiekerrally’s mee, zoals de Tulpenrally. Daar is deze BMW net oud genoeg voor. Verder heb ik er in Scandinavië al drie keer de wintertrial mee gereden. De auto is ervoor toegerust met driepuntsgordel en brandblusser.’

Dus hij krijgt op zijn donder?

‘Ik heb deze auto niet voor de mooiigheid. Hij kan het hebben. Het is een hele sterke auto en voorzien van een rolkooi.’

En je poetst hem zeker niet?

‘Nee hoor, ik rij er gewoon mee door de wasstraat.’

Wie doet het onderhoud?

‘Dat gebeurt bij Classic Job in Dalfsen. Deze garage is gespecialiseerd.’

Is de auto snel?

‘Deze auto was vroeger een van de autobaanauto’s bij uitstek. Een snelheidsduivel. Hij heeft door slijtage iets aan snelheid ingeboet. Ik heb een keer de 180 op de teller gehad.’

Kun je er dan wel rally’s mee winnen?

‘Jazeker. Hij komt dan aan snelheid niks te kort, hoewel ‘ie zo rap niet is als de Porsches. Trouwens, snelheid is niet het belangrijkst, ook al doordat dat item omwille milieu en de maatschappelijke acceptatie minder zwaar telt.’

Wat telt dan wel?

‘Betrouwbaarheid is minstens zo belangrijk. Als ik heel eerlijk ben vind ik een Alfa mooier voor de rally, maar ik heb voor deze BMW gekozen omdat ‘ie betrouwbaar is. De motor is origineel en niet opgevoerd. Zo blijft alles in verhouding en wordt de auto niet overbelast. Ik heb nooit problemen en kan daardoor goed meekomen.’

Wat is het leuke aan rally’s?

‘Het is een uitdaging, een mooi spelletje. E het is niet alleen autorijden. Navigeren, daar draait het om. Degene achter het stuur heeft minder invloed op de prestatie dan de navigator.’

Is Ellie daarom de sjoof?

‘Vrouwen en kaartlezen is niet de beste combinatie. Maar er is voor haar dan ook minder aan. Ze wordt misselijk van kaartlezen. De hele dag met de kop naar beneden en niks zien van de omgeving. Niks voor haar.’

Ontstaan er geen spanninkjes tijdens een rally?

‘Ellie kan heel goed rijden. Wij zijn een ingespeeld team. Maar we rijden niet altijd samen.’

Rij je alleen maar rally’s met deze BMW?

‘Nee, we gaan ook wel eens een blokje om. Lekker toeren door de provincie.’

Wie zit er dan achter het stuur?

‘Om de beurt. Dat is relaxed. Geen van ons is een meerijder.’

 

‘Alle remmen los geeft geen vrijheid’

TYTSJERK – Nynke Koopmans-van der Veen (46) combineert twee werelden: die van het boerenbedrijf en van de politiek. Namens de VVD zit ze sinds 2010 in de gemeenteraad van Tytsjerksteradiel en vanaf 2015 in provinciale staten. Ze heeft een druk bestaan: moeder van drie kinderen (20, 18 en 16 jaar), boerin met een eigen melkveehouderij en als volksvertegenwoordiger op twee fronten met een lastige portefeuille (landbouw) die het meest besproken is en die Friesland verdeelt. Het is allemaal op haar afgekomen. En dan blijft er nog voldoende tijd over voor haar grote passie paardrijden en voor fanatiek schaatsen in de Elfstedenhal om over vijf jaar nog ‘in dezelfde broek te kunnen’. 

Wat waren jouw plannen toen je 18 was?

‘In mijn jonge jaren heb ik daar nooit over nagedacht en ook op mijn achttiende wist ik niet wat ik wilde worden. Ik ben opgegroeid in de Lytse Geast bij Tytsjerk en op mijn vijfde zijn wij verhuisd naar de boerderij die mijn pake heeft gebouwd en waar mijn ouders boer werden. Het is een heel vertrouwde plek. Ik kan terugkijken op een hele fijne, onbezorgde jeugd op de boerderij, middenin de natuur tussen de beesten, de pony’s en de paarden. Mem heeft gekscherend wel eens gezegd: je kon eerder paardrijden dan lopen. Het is een voorrecht als je zo opgroeit. Niet dat iedereen het begreep. Op de havo in Leeuwarden vroegen vriendinnen wel eens: wat moet je daar, wat kun je er? Na de middelbare school heb ik een toeristische opleiding in Groningen gevolgd. Niet dat ik het in die richting zocht overigens. Toen ik klaar was kreeg ik op mijn negentiende de kans naar het buitenland te gaan, en dan ook nog om te paardrijden. Een boer in Californië zocht een Friezin die zijn Friese paarden bereed want die moesten op de jaarlijkse keuring wel zó lopen zoals de keurmeesters van het stamboek het wilden. Amerikanen waren niet geschikt. Zij gaan in hun glitterjasjes voor het uiterlijk vertoon, voor het opshowen en poetsen van paarden en rijtuigen. Bij ons gaat het meer om de gangen en het presteren van het paard. Ik heb er ook nog meegedaan aan de Pomona County Fair in het zuiden van Californië, een hele grote landbouwshow. Reed ik tijdens de opening bij 42 graden in een Fries kostuum. Dat vergeet ik nooit weer. Ik verbleef er vijf maanden. Het was een prachtige ervaring. Voor het eerst vliegen en zonder heit en mem. Het leven lachte me toe.’ 

Wat is er van terechtgekomen?

‘Ik ben gaan werken en kon bij een advocatenkantoor aan de slag waar ik de financiële administratie deed. Boer worden was helemaal niet de bedoeling. Er is ook nooit over gesproken. Mijn oudste broer ging in maatschap met heit werken. Tot in 2000, nota bene het jaar van Simmer 2000 toen heel veel geëmigreerde Friezen terugkwamen, hij naar Denemarken ging om te boeren. Dat was een hele omslag voor heit. Het was het pensioen van heit. Hij ging jongvee op stal houden. Maar een lege melkput is best ingrijpend. Kwam daar in 2001 de tongblaar, de MKZ-crisis, nog overheen. Was het met het opstallen ook gebeurd. Dus toen wilde hij opnieuw beginnen met boeren en zijn melkquotum benutten. Vinden jullie dat goed?, vroeg hij aan mij en mijn man Sipke Jan met wie ik inmiddels was getrouwd. Wij waren namelijk na het vertrek van mijn broer op de boerderij komen wonen terwijl wij ieder ons eigen baan hadden. Sip is hoofduitvoerder bij het aannemingsbedrijf Jelle Bijlsma in Gytsjerk. Natuurlijk vonden wij dat prima. Kreeg de melker van heit de ziekte van Pfeiffer. Er was geen tijd om na te denken hoe het toen moest. Dus ging ik onder de koeien. Op zo’n moment moet je snel schakelen. Ik mocht toch al graag achter zijn. En ja, toen was na enige tijd stoppen geen optie meer en gingen mijn man en ik in maatschap met heit boeren. In 2011 hebben we de boerderij helemaal overgenomen. Het is een bedrijf met 60 melkkoeien, jongvee en 30 hectare land. Als je daar zonder vaste baan of andere inkomsten van moet bestaan, wordt het erg lastig. In ons land moet je een bepaalde omvang hebben wil je als boer het hoofd boven water houden. De kosten zoals energie, gasolie en dierenarts, zijn drastisch toegenomen. Neem alleen al de pacht van het land. Die is in zeven jaar een keer over de kop gegaan! Wij wilden geen forse investeringen plegen om groter te worden, want dan werk je alleen maar om de bank tevreden te houden. Zoals het nu gaat hebben we het prima. Maar als de kinderen boer willen worden zal er wel wat moeten gebeuren. In 2008 ben ik bestuurslid geworden van de Nederlandse Melkveehouders Vakbond omdat de LTO groter-groter propageerde; melken voor het lieve vaderland. Daar was ik niet voor. Dit komt niet goed, dacht ik: die quotering is zo gek nog niet. Dat vond men een vreemd standpunt voor een liberaal, maar alle remmen los geeft juist geen vrijheid. Door zo’n bestuurslidmaatschap raak je wat meer in de belangstelling. Twee jaar later vroeg Bertus van der Zijl uit Vegelinsoord, ook een boer, mij voor de statenfractie van de VVD. Ik was niet eens lid. Maar ik vond het ook te vroeg. Ik was er niet klaar voor in verband met gezin en werk. Daarna werd ik gevraagd voor het raadslidmaatschap en daar heb ik ja op gezegd. Een half jaar voor de verkiezingen werd ik net op tijd voor de inschrijving lid van de partij. Wel had ik Bertus beloofd dat ik op latere termijn wellicht wel op zijn verzoek zou ingaan. Dus in 2014 belde hij wéér. Toen kon ik hem niet weigeren. Waarom hij bij mij uitkwam had te maken met de landbouwportefeuille. Niets wat onze provincie zo beroert als dat. Jammer dat de discussie zo polariseert. We moeten het met elkaar doen, we hebben allemaal hetzelfde belang. Maar boeren kunnen niet zomaar uit een systeem stappen. De burger weet niet hoeveel moeite het kost om eten te maken. Die denkt niet verder dan dat het uit de supermarkt komt. Lidl biedt de hoogste kwaliteit voor de laagste prijs. En dus liggen de aardbeien er voor 1,99 in de schappen. Dat wil de consument. Daar zit de spanning. Er worden trouwens al zoveel zulke goede initiatieven genomen, maar aan een totale omschakeling van de landbouw hangt wel een prijskaartje. Droge mest over het land uitrijden is goed, maar het moet niet altijd alleen de boer zijn die aan het milieu moet denken en de lasten moet dragen. We sluiten toch ook niet de vliegvelden? Nee, ik werd niet boos toen ik dat verhaal over de weidevogels in de Leeuwarder Courant las. Ik ben door mijn politieke werk aan zo’n toonzetting gewend. Wat dat betreft word je huid dikker. De heftigheid over dit onderwerp maakt mij niet mismoedig. Ik leef bij de dag. Ik ben gezond en heb een geweldige huishouding. Ja, als er iets is waar ik als jonge vrouw, misschien onbewust, aan dacht, is dat het. Dat is wat mij gelukkig maakt. Zoals het leven tot dusver is gelopen kan ik me niet beter wensen.’ 

De wondere wereld van Sellacq

JOURE – Vliegende kraaien vangen altijd wat. Dat geldt ook voor ondernemers. Jan Jonkman (59) uit Langweer mag zo’n geluksvogel heten. Hij is onderweg voor het een, en komt het ander tegen. De handel ligt op straat. Jonkman refereert graag aan dominee Zelle, die ooit sprak: ‘Iets doen wat een ander niet doet, dat ligt mij wel.’

,,Iedereen moest een beetje lachen toen ik in kaarsenbenodigdheden begon. Maar dat is een wereld op zich met veel mogelijkheden,’’ zegt de man die met Sellacq Holland in Joure een prachtig bedrijf uit de grond stampte. Inmiddels runt hij dat samen met zoon Leon( 28).

Het Familiebedrijf – IJntema Carrosseriebouw

HEERENVEEN – Een vrachtwagencombinatie is niet standaard. Meestal moet hij voldoen aan de wensen en eisen die de vervoerder aan zijn logistieke activiteiten stelt. IJntema Carrosseriebouw in Heerenveen bouwt en levert maatwerk. In 2017 bestond deze gespecialiseerde onderneming 140 jaar. Men kan dus bogen op een lange historie en op heel veel ervaring. Het jubileum werd gevierd met een open dag waar veel mensen op af kwamen. Vrachtwagenmaterieel spreekt nu eenmaal tot de verbeelding en het bouwen ervan is een stoer vak.

In het lange bestaan van het bedrijf heeft er altijd een IJntema aan het roer gestaan. De voorgeschiedenis gaat trouwens nog veel verder terug, tot in de Napoleontische tijd. In 1808 vestigde zich een zekere Jochem Deinum, zo had hij zich laten inschrijven, als wagenmaker in Workum. Vervoer over de weg was belangrijk geworden omdat door de oorlog met Engeland de vrachtvaart vrijwel stillag. In 1852 nam Sietze Ketelaarde zaak over. Op zijn beurt droeg hij de onderneming weer over aan een kleinzoon van de oprichter, Andries Deinum. Boerenzoon Obe IJntemauit Tjerkwerd kwam rond 1860 naar Workum want hij wilde geen boer worden. Hij werd boerenknecht, maar veel liever maakte hij wagens. Daarom verhuurde hij zich aan Deinum. Obe bleek een prima vakman die de mooiste panelensjezen, kapsjezen, tilbury’s en andere rijtuigen bouwde. In 1877 nam hij het bedrijf van Deinum over en was de basis gelegd voor de huidige onderneming. Zoon Haentje Jantrad in 1919 in de voetsporen van zijn vader. Door de opkomst van gemotoriseerd verkeerd werden er bussen gebouwd. Vijf jaar later begon Haentje een garage en was het bedrijf, gestoeld op twee poten, klaar voor een nieuwe toekomst. Echter, in de crisisjaren dertig raakte het bedrijf failliet toen enkele bussen niet werden betaald. In 1934 kon er op naam van kleinzoon Obe jr. een doorstart worden gemaakt… Vijftien jaar later namen Haentje’s zonen Wieger(1922-1976) en Obe(1915-1985) het bedrijf over. Wieger de carrosserieafdeling en Obe de garage. Vanaf de jaren 70 was het de beurt aan de vierde generatie. Hansen Bauke IJntemavolgden vader Wieger op en Joost IJntema en zwager Henk Bangma hebben de garage voortgezet. Thans is Bauke na de terugtreding van broer Hans enig directeur en aandeelhouder van IJntema Carrosseriebouw. Hij wordt op kantoor bijgestaan door zijn echtgenote Sandri. Inmiddels staat de vijfde generatie klaar. Hun nog studerende zoon Hemmois regelmatig in de fabriek aan de slag. Dat alles onder de goedkeurende blik van de nog in leven zijnde beppe Ticky(95), de weduwe van Wieger.

Door de plotselinge dood van zijn vader (hij overleed op 53-jarige leeftijd aan een hartaanval) werd Hans (64) na militaire dienst voor de leeuwen gegooid. Later kwam zijn acht jaar jongere broer Bauke in het bedrijf. Gezamenlijk hebben ze de schouders eronder gezet. 

Verhuizing van Workum naar Heerenveen

In 1988 namen ze een belangrijk besluit: de verhuizing van Workum naar Heerenveen. Dat deden ze op advies van onder andere Hero Portena, een van de opdrachtgevers. 

Bauke: ,,Hij zei dat er in het IJsselmeer geen vrachtauto’s rijden, waarmee hij bedoelde dat Workum geen achterland had en geïsoleerd lag. Daarin had hij natuurlijk gelijk. Het zette ons aan het denken en wij opteerden voor Joure, maar daar kregen wij geen medewerking van de gemeente. Toen wij op een Focwa-vergadering autospuiter Anno Kuperusen schadehersteller Jan de Jongtegen het lijf liepen, zij waren er al gevestigd en wilden uitbreiden, en hen op de hoogte brachten van ons voornemen, hebben we het plan opgevat om samen op te trekken. Onder burgemeester Herman Reinderswas dat snel voor elkaar. Zo is Carrosseriecentrum Heerenveen ontstaan. Wij speelden elkaar de bal toe en nog steeds werken we goed samen.’’

Klant-specifiek werk

Bleef voorheen het meeste werk beperkt tot de provincie (95%), tegenwoordig is het werkgebied door de sanering in de bedrijfstak de afgelopen jaren uitgebreid tot de hele noordelijke regio. Het klant-specifieke werk dat IJntema levert heeft daar trouwens ook aan bijgedragen. Het bedrijf is met name sterk in het gespecialiseerde traject in alles wat er op een chassis kan: bedrijfswageninrichtingen, carrosserieaanpassingen, containersystemen, gesloten carrosserieën, glastransport, kippers, koelcarrosserieën, kraanwagens, open laadbakken, schuifzeilcarrosserieën, wisselsystemen met afzetbakken, mobiele werkplaatsen, distributiecombi’s, cabinebouw. 

,,Precies dat doen wat de klant wil, en dan meedenken en het aandragen van oplossingen, daar ligt onze kracht. Dan wordt automatisch je markt breder, groter en meer verspreid,’’ stelt Bauke.

Is het werk veranderd?

Niet wezenlijk, laat Bauke weten, maar er wordt minder gelast dan vroeger en meer gelijmd. 

Bauke: ,,Het blijft ambachtswerk, al werken we nu op basis van CAD en hebben we per opdracht geen tien tekeningen meer nodig. Nog steeds voeren wij complexe opdrachten uit waarin wij het verschil kunnen maken. En dat maakt het werk leuk en uitdagend. Wij maken weleens hetzelfde, maar dat houdt dan bij een serie van vijf, zes wel op.’’

Zoals zoveel bedrijven in de techniek heeft ook IJntema behoefte aan vaklui zoals tekenaars, constructeurs, projectleiders en monteurs: ,,Wij hebben meer aanvraag dan we aankunnen. Als wij ons bestand van twintig personeelsleden niet kunnen uitbreiden is het niet mogelijk door te groeien. Natuurlijk leiden wij zelf mensen op, maar extra vakmensen die geschoold zijn of ervaring hebben zijn welkom. Er is wat dat betreft concurrentie met andere bedrijven. Zo is laatst onze chef-werkplaats teruggekeerd naar het landbouwmechanisatiebedrijf waar hij vandaan kwam.’’

Maatschappij van Weldadigheid viert 200-jarig jubileum

FREDERIKSOORD – Koning Willem-Alexander heeft het 200-jarig bestaan van de Maatschappij van Weldadigheid in Frederiksoord, net over de grens met Friesland, opgeluisterd. Het is een bijzonder jubileum waar niet alleen aandacht werd besteed aan een uniek deel van onze vaderlandse geschiedenis, namelijk de Koloniën van Weldadigheid, maar eveneens aan de nieuwe visie op de toekomst van de Maatschappij van Weldadigheid. Namelijk door het gebied in de toekomst te ontwikkelen als een proeftuin van sociale vernieuwing. In museum de Koloniehof wordt het unieke verhaal beleefd.

In 1818 ging de visionaire idealist Johannes van den Bosch met steun van Koning Willem I iets doen aan armoedebestrijding in de stedelijke gebieden. Hij streefde naar een ‘maakbare samenleving’. Hiervoor richtte hij de Maatschappij van Weldadigheid op en stichtte hij zijn eerste proefkolonie in Frederiksoord in Drenthe, genoemd naar Frederik-Hendrik van Oranje-Nassau. Daar bood hij arme gezinnen huisvesting, werk, scholing en zorg. In de arme veenkolonie werd de basis gelegd voor onze verzorgingsstaat van nu en waarvan de sporen nog steeds markant zichtbaar zijn in het landschap. 

Het bezoek van de Koning begon in Huis Westerbeek, waar Van den Bosch zijn plan ‘De Verhandeling’ uitwerkte.  Geïnspireerd op het gedachtegoed van Van den Bosch wordt in de voormalige Tuinbouwschool In 2019 de Academie voor wonen, werken, zorgen en leren geopend: een proeftuin voor sociale vernieuwing. Afsluitend beleefde de Koning het theaterspektakel ‘200 jaar Maatschappij van Weldadigheid’. De voorstelling is door Tom de Ket van het Pauperparadijs speciaal voor deze gelegenheid geschreven. 

Duurzaam resort in China

LEEUWARDEN – AchterboschZantman Architecten in Leeuwarden heeft met een uniek project in China de WAN Award 2017 gewonnen. De internationale architectuurprijs werd in het London Marriott Hotel uitgereikt. De kiem voor het succes in China werd gelegd in 2012 tijdens een door de gemeente Leeuwarden geïnitieerde handelsmissie. Het lukte de Friese architecten om vanuit eerste contacten een vertrouwensrelatie op te bouwen, die garant staat voor meer opdrachten in China.

Hans Achterbosch, architect en oprichter van het bureau in Leeuwarden: ,,Onze opdrachtgever, een particuliere investeerder die terugkeerde naar zijn geboortestreek om er ecologische projecten te realiseren, was zo overtuigd van onze expertise en verbeeldingskracht dat we letterlijk carte blanche kregen.”

De kracht van AchterboschZantman Architecten, onder meer bekend van de houten bruggen van Sneek (de Krûsrak en Dúvelsrak), zit onder meer in de kennis van duurzaamheid en ecologie. Die expertise was in het najaar van 2012 medebepalend voor de selectie van hun ontwerp in China. Het betreft een exclusief ecologisch resort, als aanvulling op een bestaand hotel in de stad Liyang die een stedenband onderhoudt met Leeuwarden. De uitvoering begon in 2013, de oplevering vond plaats in 2015. In 2016 werd het resort feestelijk geopend.

Het project bestaat uit 45 één- tot vierpersoons accommodaties en een luxe spa/clubhuis. De verblijfs- en recreatie-units zijn gebouwd op palen en zweven letterlijk tussen de weelderige boomtoppen van een parkachtige omgeving. Het Friese architectenteam koos voor ‘boomwoningen’ om de ecologische footprint te minimaliseren. De opdrachtgever was met name gecharmeerd van het ontwerp vanwege de verbinding tussen de vrijwel verdwenen Chinese bouwtraditie, gebaseerd op houten constructies, en de typisch West-Europese vormtaal en architectonische details. De jury van de WAN Award noemt het ontwerp ‘gedistingeerd’. Zij prijst de toepassing van lokale materialen, zoals bamboe en de harmonie met de natuur. Uit het juryrapport: ‘Het elegante Meiji Mountain-Hotspring Resort is een benchmark voor duurzaam design.’

Hans Achterbosch was zelf bij de realisatie betrokken: ,,Aanvankelijk hadden we twijfels over de vraag of het Chinese aannemers zou lukken ons ontwerp vanaf tekening te vertalen naar de gewenste bouw. Ze hebben ons echt verrast. Het ontwerp is schitterend uitgevoerd, tot in de kleinste details.”

Reve eindelijk terug in Greonterp

GREONTERP – Was de wens van Gerard Reve (1923-2006) gehoord, dan lag hij nu begraven op het kerkhofje van Greonterp, waar hij van 1964 tot 1971 woonde met Hendrik van Manen (de literaire figuur Teigetje) en Willem Bruno van Albada (Woelrat). Later probeerden Revianen er een houten kruis te plaatsen zoals de grote volksschrijver graag bij zijn graf zou zien. Zonder argumenten werd dat verzoek afgewezen, wat Reve’s correspondentievriend Hans Wiegel verbaasde. 

Had Reve wel in het gehucht gelegen, dan was Greonterp een nog drukker bezocht pelgrimsoord geweest. Reve beleefde er een heftige, bijzondere en drankzuchtige periode en hij schreef in zijn Friese tijd zijn belangrijkste werk: Nader Tot U(1966). Het is gezien en niet onopgemerkt gebleven, zou Reve het in zijn eigen plechtstatige stijl hebben becommentarieerd.

Elk jaar wordt ter nagedachtenis aan de roomse Reve de Maria ten Hemelvaartviering in Greonterp en in de St. Vituskerk in Blauwhuis gevierd. Dit keer was er een andere aanleiding om naar Greonterp te komen: tastbare herinneringen in woord en beeld op en rond het kerkhof werden geïntroduceerd en er is een ijzeren grondplaquette gelegd voor huize Het Gras, het vroegere domicilie van de drie mannen. Dit initiatief werd genomen in het kader van het project ‘Reve yn Fryslân’.

Hendrik en Willem veegden het zand weg en zo maakten zij de tekst zichtbaar: Hier was Reve, zeer korte tijd, bijna gelukkig. Pastoor Peter van der Weide zegende de plaquette in met de woorden: Het gras verwelkt, de bloem verdort, maar het woord Gods houdt eeuwig stand.

Wiegel las Eind Goed, Al Goed voor:

Mijn as wordt begraven op het kerkhof te Greonterp. De mensen die komen kijken krijgen met onbekrompen maat te drinken, de kinderen ook, dat staat geschreven. Er komt een houten kruis, waarop te lezen valt: “God is de liefde”, verder niks. Dan komt de harmonie en speelt een lied, langzaam en vroom met veel koper. Als er wel wolken maar geen wind is, wordt de hemel een sluier van stilte en daalt iets neer dat veel lijkt op geluk.

Hemd van het lijf – Annemaaike Bakker

BREMEN – Annemaaike Bakker speelde als Elke, de vrouw van dijkgraaf Hauke Haien, een van de hoofdrollen in de megaproductie De Stormruiter, dat deze zomer het hoogtepunt van LF2018 was. Zij is sinds 2012 vast verbonden aan Theater Bremen.

Geboren Op 16 juni 1985 in het ziekenhuis in Leeuwarden. Ik ben opgegroeid in Burgum, een Wâldpykje dus.

Woonplaats Bremen.

Relatie Dat hou ik privé.

Opleiding De Amsterdamse Toneelschool &

In de schijnwerpers…Nyck de Vries

UITWELLINGERGA – Nyck de Vries (23) was jarenlang de tegenstrever van Max Verstappen in de kartsport. Niet Max was de grote man, maar dat was de kleine Fries uit Uitwellingerga die nu voor Prema strijdt in de Formule 2, het voorportaal van de Formule I. Daarnaast gaat hij rijden voor Racing Team Nederland, het team waarmee hij in 2019 als eerste Fries gaat meedoen aan de 24 uur van Le Mans. Zijn doel is de Formule I. Met een Fries sponsorteam (Speedbooks, Rotero, Univé, Promotex en NDC-onlineplatform Niels’ Garage) hoopt hij die droom waar te maken. 

Hoe groot is de kans dat jij volgend jaar uitkomt in de Formule I?

‘Die kans is reëel. Als ik kampioen word in de Formule 2 dwing ik dat sowieso af. De laatste vijf kampioenen zijn allemaal in de Formule I terechtgekomen. Anders is er geen doorstroming. Bovendien is mij is door Zak Brown van McLaren, waar ik al sinds mijn 10eonder contract sta, toegezegd dat ik een plek krijg in de Formule I als ik dit jaar boven teamgenoot Lando Norris eindig, alhoewel hij dat later weer heeft ontkend. Norris is een groot talent van 18 jaar. Hij heeft een voorkeurspositie. Zijn vader betaalt Brown.’

Norris is 18, Verstappen 20. Ben jij niet te oud met 23 jaar?

‘Juist niet, 23 is hartstikke jong in de autosport.’

Waarom zat Verstappen dan op zijn 17eal in de Formule I?

‘Dat is een verhaal apart. Teambaas Helmut Marko van Red Bull wilde een stunt uithalen en gokte op Max. Dat is goed uitgepakt. Overigens zijn de regels veranderd en kun je nu niet meer zo jong instappen in de Formule I. Maar zo kan het lopen. In alle klassen eindigde ik meestal voor Max. Wij waren de beste karters ter wereld. Ik weet dat ik nog niet ben waar ik wil zijn.’

Je zei dat je door politieke spelletjes op achterstand bent gezet. Waar doel je op?

‘Binnen McLaren, het FI-team dat tot dusver mijn hele carrière heeft gefinancierd, was er wrijving tussen de aandeelhouders en het management. Daar is Ron Dennis de dupe van geworden. Ze hebben hem er na een fikse ruzie uitgebonjourd. Dat was jammer voor mij, want Dennis stond altijd achter me. Sponsors zijn opgestapt. Op mij is gewoonweg bezuinigd. Er werd minder aandacht aan de jonge coureurs besteed. Sponsoring kan ik dus goed gebruiken.’

Zijn je kansen op de FI geslonken door die heibel?

‘Nee, zoals ik al zei: ik moet gewoon kampioen worden. Dan is het klaar. Maar je hebt niks te eisen in de autosport, waarin je dankbaar moet zijn. Dat is een ongeschreven regel. Wie betaalt bepaalt.’

Je bent natuurlijk vaak van huis.

‘Ik ben alleen maar onderweg. In de eerste drie maanden van dit jaar heb ik 34 vluchten gemaakt. Een hele week die ik voor het laatst thuis was kan ik me niet eens meer herinneren.’

Wat kun jij voor de sponsors betekenen?

‘Speedbooks is zeg maar de shirtsponsor. Die naam staat op mijn pak, de auto en mijn helm. Ik kan ze bijvoorbeeld eens meenemen naar de fabriek van McLaren, een kartclinic geven of racen op het TT-circuit van Assen. Het is leuk om wat terug te doen.’

Vind je het speciaal dat Friezen uit jouw regio zich achter jou hebben geschaard?

‘Ik ben niet zo chauvinistisch, maar ik voel me een Fries en ik zou er ook niet weg willen. Mijn thuis is Uitwellingerga, een uurtje van Schiphol. Ik ben trots op waar ik vandaan kom. Behalve Nederland vertegenwoordig ik in het internationale circuit ook een beetje Friesland. Niet voor niets heb ik een pompeblêd op mijn helm.’

Fries om útens – Dirk Scheringa

SPANBROEK – Dirk Scheringa– geboren in Grijpskerk en daarna opgegroeid in Veenwouden, Oudwoude en Wolvega – is altijd de Fries gebleven die hij naar eigen rekenkunst voor 62,5 procent zegt te zijn. Hij woont al 45 jaar op dezelfde plek, hij kaart sinds zijn komst naar Spanbroek met dezelfde klaverjasvrienden en hij is nog steeds getrouwd met Baukje. Ze voelen zich thuis in West-Friesland, waar de mensen misschien nog wel nuchterder zijn dan hier. Hij legde er de basis voor zijn ondernemerschap toen hij als wachtmeester ’s avonds de belastingformulieren voor collega’s invulde en hen leerde dat ziektekosten en studies aftrekbaar waren.

Maar wat is er wat gebeurd sindsdien. Scheringa heeft als eigenaar van DSB en van AZ de grootste hoogten gekend en de diepste dalen. DSB kreeg een bankvergunning en zo zat Dirk uit Grijpskerk ineens in de boardroom van De Nederlandsche Bank aan tafel met de topmannen van het vaderlandse bankwezen, waar hij werd geschuwd. Een man met geitenwollen sokken aan, ze konden er wel van gruwelen. Het cultuurverschil was te groot. Met zijn schaatsploeg behaalde hij in Turijn de meeste medailles en met AZ werd hij landskampioen. Een triomfen die nog datzelfde jaar (2009) werd overschaduwd door de val van DSB. In de nasleep moest Dirk ook nog afscheid nemen als voorzitter van AZ, de club die hij in 2005 had gekocht en waarvan hij sinds de jaren tachtig hoofdsponsor was met zijn bedrijf Frisia Fnancieringen.

Dirk Scheringa, de man die ooit tot de top van de Quote 500 behoorde met een geschat vermogen van tegen het miljard, woont in een mooie stolpboerderij in Spanbroek, maar een paleis zoals dat van een aangestelde bankier als Rijkman Groeninkaan de Vecht is het niet. Scheringa verdiende in zijn eigen ondernemingen dan ook niet het salaris van de gevallen topman van ABN Amro.

,,Ik heb lange tijd genoegen genomen met de Balkenende-norm. Pas toen Gerrit Zalmin 2007 als financieel directeur aantrad bij DSB ging ik meer verdienen, één euro meer dan hem. Dat was een les van Louis van Gaal. Toen hij in 2005 trainer werd van AZ en ik hem vroeg hoeveel hij moest verdienen, zei hij: ik ben eindverantwoordelijk, dus een euro meer dan de best betaalde speler.’’

Spanbroek heeft hij nooit willen verlaten: ,,Onze kinderen zijn hier geworteld, de school was vlakbij. Ze hebben hier vrienden gemaakt die ze nog hebben. Dat vonden wij belangrijk.’’

Je bent gewoon gebleven?

Lachend: ,,Dat is betrekkelijk, maar ik stel me niks meer voor dan anderen. Mijn vader was kaasmaker. Ik ben gereformeerd opgevoed. Dan heb je een bepaalde achtergrond van no-nonsense, van hard werken. Dat heb ik ook altijd gedaan.’’

Was jij anders dan de aangestelde topmanagers?

,,Ik ben ondernemer. Ik nam beslissingen die bij een bank een jaar zouden duren voordat alle parafen erop stonden. Naar recepties ging ik niet. Liever was ik aan het trainen voor de Elfstedentocht, vijftien marathons over 200 kilometer heb ik in binnen- en buitenland gereden, ik voetbalde. Ik leefde anders, gezonder ook. Ik had een andere visie dan andere bankmensen. Ik heb tweeduizend man aan het werk gehad en er waren twee lid van een vakbond. Maar ik was dan ook de eerste die op de zaak een crèche had en de sfeer was heel goed. Daar hebben oud-medewerkers het nog over. Baukje ging op babyvisite als er een kind geboren werd. Waren ze 12,5 jaar in dienst, dan werden ze in het zonnetje gezet. Iedereen noemde mij bij de voornaam. Zo’n sfeer was er niet op andere banken. Toch werd ik in 2007 gekozen tot ceo van het jaar, vóór Tilmans van ING en Van der Veer van Shell.’’

Zij zijn niet op de slaapkamer begonnen.

,,Precies. Ik ben met niks begonnen en van één naar tweeduizend werknemers gegroeid. Dat geeft een heel andere dynamiek aan je leven. Ik werkte van acht tot elf uur ’s avonds, zeven dagen per week.’’

Scheringa volgde de universiteit van het leven maar hij was ook altijd, en meestal in de avonduren, aan de studie. De mulo verliet hij in de derde klas waarna hij naar de grafische school ging en bij drukkerij Banda in Kollum een van zijn eerste baantjes had, onderwijl haalde hij zijn middenstandsdiploma en een accountantsdiploma. Later ook nog de makelaars- en verzekeringspapieren. Hij stopte pas met studeren toen hij als ondernemer zijn grootste concurrent kon overnemen. Toen was hij al in militaire dienst geweest en had hij de politieschool gedaan. Dus zeg niet dat Dirk niet kon leren.

,,Ik zat in dienst bij de geneeskundige troepen. Allemaal afgestudeerden waren bij dit onderdeel. Uit tests bleek dat ik qua intelligentie een van de besten was. Op de politieschool slaagde ik met de hoogste cijfers. Verder leerde ik veel in de praktijk. Als lid van de Juniorkamer bezocht ik wereldwijd congressen en van de goeroe’s die er spraken leerde ik kort te antwoorden zonder vragen op te roepen. Ik leerde Japans management door met tien man duizend auto-onderdelen binnen vier uren in elkaar te sleutelen. En ik leerde bodylanguage. Hoe kun je zien of iemand de prijs te laag vindt, of zaken wil doen?’’

 Je hebt het talent om veel ballen in de lucht te houden?

,,Dat moet zo zijn. Maar het is geen verdienste. Ik doe mijn dingen altijd met passie, dan gaat het vanzelf. Tekenend was dat ik bij judo een 5 voor techniek had maar een 10 voor inzet. Iedereen had er een hekel aan om tegen mij te strijden. In mijn Kollumer tijd werd ik voorzitter van de jongerenvakbond van het CNV. Ik ging ook de politiek in. Ik woonde nog maar net in Spanbroek toen ik nota bene als gereformeerde de voorzitter werd van de plaatselijke KVP, de katholieke partij. Het CDA was toen in de maak en in 1978 werd ik gemeenteraadslid. Ik pakte werkelijk alles aan, vond alles uitdagend. Ik ben zelfs nog Prins Carnaval geweest.’’

Jouw zakelijk instinct, is dat aangeboren?

,,Als jongen van een jaar of vijftien bezorgde ik bladen, maar daarnaast ook de boeketreeks en sprookjesboeken. Ik was altijd uitverkocht. Toen een vrouw zei: deze week even niet, verlaagde ik mijn kwartje marge naar 1.10. Vooruit dan maar, zei ze. Dat ik zo gedreven en zakelijk was dank ik aan mijn beide grootvaders. De een, een landarbeider die volgens de boer waar hij werkte zei dat hij wel een bedrijf kon leiden want hij werd als een soort rijdende rechter ook gevraagd om bij geschillen recht te spreken, was voorzitter van alle verenigingen in het dorp, de andere was een marskramer uit Zwaagwesteinde.’’

Er was kritiek op de hoge rentes die je zou hanteren.

,,Iedereen deed dat. Wij waren een tussenpersoon en bemiddelden voor 20 maatschappijen waarvan er na fusies nog vier overbleven, wat ons noodzaakte, en op advies van de Nederlandse Bank die de tientallen maatschappijen graag onder één dak zag, om zelf een voorschotbank te worden die in 2005 een algehele bankvergunning kreeg. Wij werden een bedreiging voor de gevestigde orde. Er lag een rapport van ING waarin stond dat wij in 2020 de op een na grootste bank van Nederland zouden zijn.’’

Was de ondergang frustrerend?

,,Je ondergaat een tsunami van emoties. Ik heb 60 miljoen omzet per jaar gedraaid en nul dividend aan mijzelf uitgekeerd. Ineens was alles weg. Ik kon mijn eigen bedrijf niet meer in, kon niet een afscheid nemen van mijn eigen mensen.’’

Hoe verwerkte je dat?

,,Op de legerkeuring bleek dat ik S1 had: mentaal sterk. Verder ben ik goed opgevangen door familie en medewerkers. Ik heb 10.000 steunbetuigingen van klanten gekregen. Die verhalen lees je niet terug in de media.’’

Dirk Scheringa moest weer van voren af aan beginnen, in eigen huis. Hij houdt zich bezig met factoring (het voorfinancieren van facturen) en is gevraagd

ceo te worden van de blochchainonderneming ICO Headstart die op basis van blockchaintechnologie begeleidt bij het uitbrengen van een eigen token (munt). Scheringa moet oude en nieuwe economie samenbrengen. Hij kijkt nu uit naar september wanneer zijn advocaat de voormalige top van DNB onder ede mag verhoren.

Rehabilitatie?

,,Nee, waarheidsvinding.’’

Hoe Fries ben je nog?

,,Ik spreek de taal. Heb nog een goede vriend van vroeger, Joop Dijkstra, die predikant is geworden. Ik kom regelmatig in Friesland om mijn moeder van 90 te bezoeken.’’

Draag je nog geitenwollen sokken?

,,Helaas niet. Er zijn geen beppe’s meer die ze breien. Ik hoef ze niet uit de winkel, want die zijn na één keer wassen slap.’’

Een valk in de weilanden

LEEUWARDEN – ,,Wij hebben er een vogel bij,’’ schertste commissaris Arno Brok in zijn openingstoespraak. Hij doelde op de toekan aan de zuidkant van Leeuwarden. De grote snavel glimt je tegemoet. Vanuit de zalen, restaurants en de helft van de kamers heb je een mooi uitzicht op de weilanden rond Wirdum waarin die andere snavel, die van de grutto, ontbreekt. Leeuwarden is de laatste provinciehoofdstad waar een Van der Valk is gevestigd.

,,Maar het beste bewaar je voor het laatst,’’ vertelde Brok, die zich blij toonde met de komst van de hotelketen en de uitbreiding van de beddencapaciteit met 117 kamers waardoor Leeuwarden het totaal van 700 passeert. Een aantal dat volgens hoogleraar Conrad Lashley van Stenden te hoog is omdat het provinciaal bezettingspercentage niet boven de 70 procent zou uitkomen, maar hij laat zich zand in de ogen strooien door de mislukte, slechte hotelprojecten rond LF2018 die voorzagen in een tijdelijke huisvesting met 3.300 extra bedden. Van der Valk maakte in elk geval een vliegende start. De zaak biedt werk aan 140 medewerkers en is goed voor de lokale economie.

,,Wij hebben nog vóór de opening 63.000 euro aan WOZ betaald en 7.000 euro aan toeristenbelasting,’’ vertelde Martin, die suggesties aandroeg wat met het geld te doen: een iets dieper Âlddjip voor de fluisterbootjes en meer verlichting langs de toevoerwegen. Voor de grond was bovendien al te veel betaald, sprak hij…

Streekproductbedrijf - patisserie Schaafsma

FRANEKER – Gedeputeerde Sander de Rouwe vond twee jaar geleden dat Friese ondernemingen onvoldoende bezig waren met export. Dat kon beter, beweerde hij. De Rouwe nam het woord ‘suikerbroodsyndroom’ in de mond. Een cryptisch begrip waarmee hij bedoelde te zeggen dat de Friezen het graag bij het eigene houden, bij zichzelf blijven, op bekend terrein ondernemen, te weinig lef tonen. Tja, en dat moet je niet zeggen tegen mensen die als geen ander suikerbrood kunnen maken, zoals de Van der Meulens in Franeker. Ze zouden hem wel eens wat laten zien! En nu ligt er een suikerbrood zonder suiker die nog eens geweldig smaakt ook. Als dit geen wereldproduct wordt…

Op tafel ligt een suikerboord en uw verslaggever weet nog niet wat er speciaal aan is.

Ja graag, doe mij maar een plakje, dat besmeerd is met een lik boerenboter. Romke van der Meulen glimt nieuwsgierig. Als ik het suikerbrood achter de kiezen heb vraagt hij: ‘En?, hoe smaakt het?’ 

‘Uitstekend,’ antwoord ik.

‘Er zit geen suiker in,’ zegt hij, een triomfantelijke grijns nauwelijks onderdrukkend.

‘Hoe is het mogelijk,’ mompel ik. Dit suikerbrood is lekkerder dan wat ik gewoonlijk koop. Romke begint te vertellen over een natuurproduct, over de zoetkracht die er in dit brood schuilt. Het is geen synthetisch suikerbrood, benadrukt hij. Puur natuur. Er zitten geen kunstmatige zoetstoffen als aspartaam in. Dit schreeuwt om het geheim van de banketbakkerij te verklappen. Dus vraag ik naar de receptuur. Maar die krijg ik niet. Als een heilige graal wordt het geheim achter deze tovenarij bewaard. Er is bovendien patent op aangevraagd.

‘Wij hebben dit suikerbrood samen met Ynbusiness en Royal Steensma in Leeuwarden ontwikkeld,’ wil Romke wel kwijt. 

Ze hebben een grondstof gevonden die dit suikerbrood een onmiskenbaar zoete smaak geeft. Waar samenwerking en wederzijds vertrouwen al niet toe kan leiden. 

Beide bedrijven trekken al langer op.

Romke: ‘Ik help Steensma met product- en applicatieontwikkeling om van een grondstof een eindproduct te maken. Verder ondersteun ik bij de marketing. Ik laat hun afnemers zien wat je met bakkerijgrondstoffen allemaal kunt doen. Dat doe ik door publicaties in magazines, het verzorgen van presentaties en het organiseren van workshops.’

Dit suikervrije suikerbrood kan heel groot worden, want het gezondheidsbewustzijn met voeding neemt een enorme vlucht. Het is naast meer bewegen, niet roken en een borrel minder een hot item. Minder vlees en oppassen met zout, het wordt ons allemaal ingepeperd. En suiker is aan dit rijtje toegevoegd. 

Worden andere producten van jullie nu ook suikervrij?

Romke: ‘Ik wil niet beweren dat suikervrij algemeen wordt, maar onze vinding biedt perspectief. Het zit er dik in. Wij leveren in ieder geval een bijdrage om mensen van de suiker af te helpen.’

Patisserie Schaafsma is een grote naam in Friesland. Het is een speciaalzaak die zich focust op een nichemarkt. Brood bakken doet het bedrijf allang niet meer. 

‘Wij hebben gekozen voor specialisatie omdat we liefde voor ons vak hebben,’ zegt Romke. 

Soms wordt je goed of groot door klein te blijven. Vandaar dat Romke van der Meulen als bakkersconsultant andere takken van sport bedrijft om bestaansrecht te creëren. Beroemd is de banketbakkerij om de oranjekoek, gemaakt van elastisch en luchtvrij kookdeeg waarin roggemeel op de ingekookte suiker is opgegoten waarna het een nacht besterft. De Van der Meulens – vader Sierken Romke – zijn prijzenwinners. De twee verkiezingen van beste suikerbrood van Fryslân Culinair zijn beide keren door hen in de wacht gesleept. 

Oranjekoek van Schaafsma (met smeuïge amandelspijs, een zacht fondant en crème of slagroom naar keuze) is befaamd en gaat de hele provincie door. Het wordt vaak getrakteerd op openingen, feesten en recepties. Oranjekoek zorgt voor één derde van de omzet, dat zegt genoeg. Andere runners zijn luxe gebak, de Fryske dúmkes, de kruidkoek, de chocoladekaatsballen en de berenburgbonbons.

Heeft Sander de Rouwe al gereageerd?

‘Ja. Hij moest lachen, vond het fantastisch.’

Hoe gaat het suikerbrood heten?

‘Ik weet het nog niet. Zoiets als no-sugarbread.’

Kostwinning – Diana Lautenbag

HINDELOOPEN –Diana Lautenbag is architect van professie. Ze is op een breed front actief. Voor nieuwbouw, verbouw, restauraties en interieurbouw draait ze haar hand niet om, of het nu om een boerderij, een woning of een bedrijfspand gaat. Door deze veelzijdigheid kan ze haar creativiteit volop kwijt. Bouwen is (was) een mannenwereld, waarin ze prima functioneert. De liefde voor techniek en scheppingsdrang drijven haar.

Waarom ben je architect geworden?

‘Iemand die ik van de lagere school ken zei laatst tegen me: jij

Munt slaan uit culturele hoofdstad

LEEUWARDEN – Friesland is de eerste provincie met een eigen betaalmunt. Alhoewel, betaalmiddel… De munt is al uitverkocht en de bezitters van dit zogeheten Leeuwarder ‘Vijfje’ zullen de munt koesteren en niet uitgeven. De eerste munt werd geslagen voor hotel Post-Plaza aan de Tweebaksmarkt tegenover het Provinciehuis. Nu is geperst een beter begrip dan slaan, want de munt werd gestanst met een ouderwetse, robuuste slingerpers die werd aangezwengeld door burgemeester Ferd Crone (de voorkant) en gedeputeerde Sietske Poepjes (de achterkant). Daar komt een enorme kracht bij vrij en bezoekers moesten op een afstand

Nieuw gebouw aan de voet van de Afsluitdijk

KORNWERDERZAND – De Afsluitdijk heeft er weer een pleisterplaats bij. Aan de Friese voet van de dijk, bij Kornwerderzand, is het Afsluitdijk Wadden Center verrezen, onderdeel van het project De Nieuwe Afsluitdijk (DNA) dat tot doel heeft een impuls te geven aan de economie van Friesland en Noord-Holland doormiddel van duurzame energie, natuur, recreatie en toerisme. Het is een mooi (panelen)gebouw dat niet detoneert in de omgeving. Bezoekers hebben er een prachtig uitzicht over de Friese kust, het IJsselmeer, het werelderfgoed de Waddenzee en natuurlijk dat schitterende, langgerekte dijklichaam. In het Wadden Center, gebouwd door Dijkstra Draisma, is op de begane grond een grand café met terras en op de verdieping een belevingscentrum. Dat laatste valt tegen. Het zou een soort Epcot themapark zoals in Orlando (Florida) moeten zijn, maar het is nog niet eens een slap aftreksel daarvan. Dus maar gewoon weer geld op tafel en de mensen een echte beleving bieden alsof ze panoramisch vliegen over IJsselmeer, Wad, kusten en waterbouwkundige hoogstandjes. Ga kijken in Epcot hoe het moet, of in ieder geval hoe het kan. Als het om beleven gaat kun je beter naar het wegrestaurant onder het monument van de wereldberoemde architect Willem Dudok (1884-1974) waartegenover het standbeeld staat van Cornelis Lely, de grondlegger van de Zuiderzeewerken. In de knusse uitspanning geven de honderden foto’s een prachtig beeld van de aanleg van de Afsluitdijk. Dit monument verdient om er zuinig op te zijn. Er is vast nog wel geld in het miljoenenpotje voor een onderhoudsbeurt. 

Kaatsers vol passie in BMW’s

HEERENVEEN – Kaatsen kan een goed uithangbord zijn. Sybren van der Goot van De Beier BMW zag deze pure, Friese volkssport als een ‘telegraaf’ voor promotie van zijn bedrijf en zijn merk. Vier splinternieuwe BMW’s – een X1, X2, 3 Serie en 5 Serie – zijn beschikbaar gesteld aan het kaatsteam Puur Passie dat een vrouwen- en een mannenpartuur heeft.

Teamleider Douwe Wierstra was helemaal in zijn nopjes: ,,Dit is een prachtige combi. Toppers vinden elkaar. Wie droomt er nu niet van in een BMW te rijden? Wij zijn elkaars ambassadeur.’’ 

Puur Passie is een team dat de kaatssport op een hoger plan wil tillen. Hoofdcoach is Daniël den Iseger en Marcel de Vries fungeert als eco-coach.

Van der Goot legde uit waarom hij deze sponsoring doet: ,,Ons bedrijf versterkt graag de binding met het noordoosten van Friesland. De Beier is de enige BMW-vestiging in de provincie en dus is de afstand tot deze regio wat groter dan naar andere delen van Friesland. Omdat de kaatssport er sterk verankerd is kozen we voor deze samenwerking.’’

De auto van ....... Pieter de Boer

BAKKEVEEN – Pieter de Boer is een autoliefhebber. Z’n hele leven al. De Porsche heeft hij voor de hobby, een 7-persoons Peugeot 308 is de familieauto (‘Daar valt wel eens een fiets tegenaan en is makkelijk als de jongens voetballen’) en als maatschappelijk verantwoord ondernemende notaris rijdt hij in een BMW i3 naar kantoor in Heerenveen. De Porsche had net zo goed een andere klassieker kunnen zijn, want zijn smaak is heel breed. 

Wat heb je met Porsche?

‘Het is een jongensdroom. Ik ben opgegroeid in Koudum. Op

Aan de lijn met ....... Durk Pool

HARKEMA – VVD-statenlid Durk Pool haalt het aloude Zuiderzeespoor uit de ijskast en heeft het op de agenda gezet. Dit plan verdween tien jaar geleden in de la. Het huidige spoor had vanuit Lelystad allang door de Noordoostpolder doorgetrokken kunnen worden naar Groningen, ware het niet dat Friesland tegenstemde en nota bene € 600 miljoen compensatiegeld kreeg. Het nieuwe tracé hoeft voor hem geen Zuiderzeespoor te heten; gedateerd en beladen. Zijn naamsuggestie: Lelylijn.  

Waarom moet dit spoor er komen?

‘Vanwege de ontwikkeling van Lelystad met de luchthaven en de toenemende verkeersintensiteit op de A6 en A7. Ik kom er dagelijks langs en in de piek mag je blij zijn dat je tachtig kilometer per uur kunt rijden. Zo’n snelle spoorverbinding is echter niet alleen belangrijk voor het Noorden, maar evenzeer voor de dichtslibbende Randstad. Als je de kaart erbij pakt zie je dat er een hele slinger via Zwolle wordt gemaakt om met de trein van Leeuwarden naar Amsterdam te reizen. Je doet er tweeënhalf uur over, net zo lang als vroeger. In honderd jaar tijd zijn we niks opgeschoten.’

Wat is het tracé?

‘Van Lelystad via Emmeloord, Lemmer, Joure, Heerenveen en Drachten naar Groningen en vervolgens het Duitse achterland in richting Oldenburg, Bremen en Hamburg en dan verder richting Baltische Staten, Rusland en Scandinavië. Plaatsen als Emmeloord en Drachten horen aan het spoor te liggen. Bovendien worden de havens van Hamburg en Rotterdam dan eindelijk per spoor met elkaar verbonden. Het spoor zou een geweldige economische impuls voor de noordelijke regio’s betekenen.’

Wat voor spoor moet het worden?

‘Het hoeft geen hogesnelheidstrein te worden, dat is te duur. Gewoon een goed elektrisch dubbelspoor waarop personen- en goederentreinen 200 km per uur kunnen rijden.’

Hoe zijn de reacties?

‘CU en D66 zijn voor. Linkse partijen reageerden een tikje verbaasd: of ik als VVD-er nu ineens een pleitbezorger voor openbaar vervoer ben. Maar ik ben daar nooit tegen geweest. Je moet gewoon het gezonde verstand gebruiken. Eén trein kan evenveel capaciteit vervoeren als tachtig vrachtauto’s. Ik heb me door een uienboer uit de polder laten uitrekenen dat het traject van Emmeloord naar Rotterdam, 150 km, hem 350 euro per ton kost, terwijl hij voor de oversteek van Rotterdam naar Brazilië waar hij de uien naar exporteert, 100 euro per ton kwijt is. Over land is drieënhalf keer zo duur!’

Doet Friesland hier z’n voordeel mee?

‘Ongetwijfeld. De Randstad is overbevolkt, wordt onleefbaar en onbetaalbaar. Je ziet nu al een tendens dat mensen vanuit het Westen steeds verder het land intrekken om te wonen, het zogeheten waterbedeffect. Dat is goed voor Friesland, want wij hebben ook krimp die gecompenseerd moet worden met nieuwkomers.

Wat kost het?

‘Geschat wordt € 3 miljard.’ 

Wie moet dat betalen?

‘Het belang van dit spoor gaat over de grenzen heen. Het is ook vooral een Europees verhaal. Verder zal het Rijk een aanzienlijk deel moeten ophoesten en natuurlijk zal ook het Noorden een flinke bijdrage moeten leveren. Maar dat het wat kost hindert niet. Dit is een investering. En met goede investeringen verdampt er geen geld. Integendeel, die leveren geld op.’ 

Is dit project kansrijk?

‘Ik denk van wel. Kijk, een treinverbinding tussen Amsterdam en Leeuwarden over de Afsluitdijk is letterlijk een gepasseerd station. Dat gaat niet meer gebeuren vanwege de investeringen die in het kader van De Nieuwe Afsluitdijk worden gepleegd.’

Is de uitbreiding van de luchthaven Lelystad wel zo zaligmakend?

‘Volgens mij is er geen andere keus. Je kunt Schiphol niet op slot zetten. Ik beschouw Lelystad trouwens gewoon als een extra baan van Schiphol. In veel landen reis je zomaar anderhalf uur van de luchthaven naar de dichtstbijzijnde stad. Lelystad-Amsterdam stelt qua afstand niks voor.’    

Douwe Kiestra 'Mijn vak gaat met de tijd mee'

GOUTUM –Douwe Kiestra (56) uit Goutum is vorig jaar uitgeroepen tot een van de 100 meest invloedrijke mensen in de gezondheidszorg wereldwijd. Hij won in de categorie duurzaamheid de award van Healthcare Management Magazine. In Düsseldorf nam hij zijn prijs in ontvangst. Kiestra is sinds 2012 bestuurslid en vanaf april 2016 president van de IFHE (International Federation of Hospital Engineering) en sedert 2007 vicevoorzitter van de NVTG (Nederlandse Vereniging voor Technologie in de Gezondheidszorg). De IFHE (opgericht in 1970) is een overkoepelende non-profit en non-governance organisatie die kennis over ontwerp, engineering, bouw, inrichting, faciliteiten en beheer van ziekenhuizen opbouwt en deelt om gezondheidszorg wereldwijd te verbeteren. Er zijn meer dan 50 landen op vijf continenten aangesloten bij de IFHE. In het dagelijks leven is hij directeur/eigenaar van het bureau Kiestra DM Consultancy, dat directie- en managementteams in de bouw en de zorg ondersteunt en begeleidt.

Wat waren uw plannen toen u 18 was?

‘Ik kom uit een arbeidersmilieu en ben opgegroeid in de Landbuurt, een van de oudste delen van Leeuwarden, vlakbij de binnenstad. Mijn vader werkte bij de CCF. Ik moest naar de LTS, maar daar had ik geen zin in. Ik wilde naar de mavo, wat toen voor mij een stapje hoger betekende. Ik ben altijd ambitieus geweest. Vervolgens ben ik naar de MTS en de HTS gegaan. Stap voor stap, zoals alles wat ik doe gefaseerd gaat. Vergelijkbaar met een bouwproces. Op de HTS studeerde ik bouwkunde. Mijn vader was boos op de richting die ik koos want veel werk was er destijds niet in de sector. Maar ik wist toen al dat de bouw zich in golfbewegingen voltrekt. Er zou vanzelf een tijd aanbreken dat het weer goed zou gaan. Ik wilde in die tijd eigenlijk architect worden. Dat leek me echt het einde. Ik droomde van vormgeving en prachtige gebouwen, en ook voor de architectuurgeschiedenis interesseerde ik me. Ik mocht graag schetsen. Escher was een van mijn grootheden. Ja, ik beleef als trotse Leeuwarder nu een topjaar met de film over hem en de tentoonstellingen in het Fries Museum en in Den Haag. Met de HTS kon ik natuurlijk een goede basis leggen. Architect Gunnar Daan was een van mijn docenten. Tekenen was het vak dat hij ons leerde. Op een gegeven moment zei hij: ik denk niet dat je vaak een 5 krijgt, maar ook niet vaak een 8. Dat klopte wel, want meestal zat ik rond de 7. Ik blonk nergens in uit, maar ik was ook nergens zwak in. Mijn mentoren vonden mij geschikter voor het managen van het bouwproces dan voor de architectuur. Ik was zogezegd geen hemelbestormende visionair die gebouwen in hun hoofd hebben waarvan je maar moet afwachten of ze uitvoerbaar zijn. Dat heeft met je natuur te maken. Ik ben constructief en uitrekenen en doorrekenen ligt mij. Een verschil met bijvoorbeeld Marten Atsma, een klasgenoot van mij. Hij was meer de excentriekeling die met drie kartonnen dozen een idee kon neerzetten waarover hij dan een verhaal kon afsteken. Architectuur is ook vooral een idee, een plan kunnen verkopen.’

Wat is er van terechtgekomen?

‘Ik ben in de bouwsector aan de slag gegaan. Dat lag voor de hand. In dat opzicht is het gelopen zoals ik dacht en graag wilde. Maar van de functie die ik nu bekleed had ik toen nog geen idee. Ik heb achtereenvolgens gewerkt voor BAM, Van Wijnen, TBI, Geveke, Pranger Rosier en Strukton. Ik ben begonnen als werkvoorbereider, uitvoerder en projectleider en vervulde later directiefuncties. Sinds vorig jaar ben ik fulltime zelfstandig consultant. Techniek in de zorg is net even anders dan in andere sectoren. Dat strekt zich uit van luchtbehandeling, inrichten van operatiekamers, noodstroomvoorzieningen, cleaning rooms tot robotica. Nederlanders mopperen graag over de zorg maar we moeten niet vergeten dat ons land tot de top drie in de wereld hoort. De laatste vijf jaar staan we in Europa zelfs op de eerste positie. Er is hier zovéél kennis en die delen we graag met andere leden. In heel veel regio’s is het behelpen in ziekenhuizen, die vaak slecht geoutilleerd zijn. Waar krakkemikkige airco’s aan de wanden in operatiekamers hangen, wat nooit mag. Waar het marmoleum uit de hoeken krult, waar tapes om gasleidingen zijn gewikkeld om lekkages te verbergen en waar allerlei schimmels en bacteriën levensbedreigend zijn voor patiënten. Er is voor de IFHE nog een wereld te winnen. Het is een eer om zo’n club te mogen leiden. De bouw loopt als een rode draad door m’n leven. Zelfs toen ik acht jaar raadslid voor de VVD in Leeuwarden was had ik dikwijls te maken met bouwzaken. Samen met collega-fractiegenoot Tom van Mourikheb ik ervoor gezorgd dat de gemeente veel minder verantwoordelijkheden op zich nam en meer als regisseur optreedt in grote bouwprojecten. Dat heeft de gemeente miljoenen euro’s bespaard. Bouwen is een prachtig, scheppend vak. Bouwwerken markeren je leven, ze zijn er een onderdeel van geworden. Bouwfysisch is een ziekenhuis niet veel lastiger te realiseren dan een regulier gebouw. Wel is het proces complexer omdat je de bouw en inrichting heel goed moet afstemmen met de gebruikers, de dokters en verpleegkundigen. Specialisten denken mee en hebben hun inbreng in het programma van eisen, geven aan wat de beste routing is, waar de stopcontacten moeten zitten en hoe precare en care qua logistiek het best kunnen worden ingericht. Dat proces moet je kunnen beheersen. De bouwer is tegenwoordig veel minder de centrale partij dan voorheen. Het is teamwork. Door de technische vooruitgang, verduurzaming, energietransitie en klimaatbeheersing is de installateur tegenwoordig ontzettend belangrijk. Dikwijls is de aanneemsom van de installateur hoger dan van de bouwer. Mijn vak is altijd in beweging en gaat met de tijd mee.’      

Volle wind in de zeilen

LANGWEER – Aeolus was de Heerenveen Regatta dit jaar goed gezind, maar toch stonden de praamschippers niet te springen om te wedstrijdvaren want er stond een stevige bries op de Langweerder Wielen. Maar het kon. Zeker met dubbel gereefde zeilen. Met wat aansporingen lukte het een manche te zeilen en een uitslag op papier te krijgen. Vervolgens werd er nog even van windkracht vijf genoten om daarna de veilige haven op te zoeken waar Siep van der Meer van Ida Visservice met oesters, paling en haring op de zeilerswal klaarstond.

Winnaar van deze dertiende editie werd Rabobank Heerenveen met captain Mark Dijksma op de praam van schipper Klaas Jan Koopmans. De winnaar van 2017, Kuiper Verzekeringen, was wederom de favoriet toen het team de praam van Klaas Boersma lootte. Maar winnen deden de mannen van captain Bert Zwier niet voor de tweede maal in successie en voor de derde maal in totaal. Bert had al gevraagd of hij de prachtige Louis de Boer-trofee, genoemd naar wijlen de interieurarchitect die het initiatief voor het zeilevenement nam, in dat geval mocht houden. Zover kwam het dus niet. Vier pramen startten te vroeg en waren dus vooraf al uitgeschakeld. Speciale vermeld mag worden dat Proplan Ontwikkeling de eerste onder de geklonken pramen was.

Lunch, palaver, maaltijd en afterparty werd gehouden in brasserie AnderS van Auke Sonsma. De vloot kon terugkijken op een mooie dag.

De uitslag:

1 Rabobank Heerenveen (Mark Dijksma); 2 Kuiper Verzekeringen (Bert Zwier); 3 Beenen industriële automatisering Zwolle (Gert Vastenhouw); 4 Groenewegen advocaten & notarissen (Pieter de Boer); 5 De Beier BMW (Nynke van der Goot); 6 Proplan Ontwikkeling (Gurbe van der Schaaf); 7 PMH Investments (Durk van der Meer); 8 Beenen industriële automatisering Heerenveen (Harry van Wieren); 9 Wassenaar Vastgoedadviseurs (Radmer Kuipers); 10 Kuip Amusement (William Kuipers); 11 Van der Werff Logistics (Arjen Tulner); 12 Sportstad Heerenveen (Rinse Bleeker); 13 Noord Negentig accountants & belastingadviseurs (Johan Heuker); 14 Hoekstra Installaties (Romke van der Spoel); 15 FibreMax (Rinze van der Schuit); 16 Jeugdfonds Sport Friesland (Herma van Keulen); 17 Verkley (Erik Blauw).

Op de foto het team van Rabobank Heerenveen.

Mariëlle Gebben

Aan de lijn met… Mariëlle Gebben

Fotografe/kunstenares en zelfstandig ondernemer

‘In mijn eigen werkelijkheid kan ik wegvluchten uit de echte wereld’

GRONINGEN – Vanaf 31 maart exposeert de in IJlst geboren en in Groningen woonachtige Mariëlle Gebben (38) solo in het Groninger Museum. Dat is een prachtige erkenning voor haar kunstenaarschap. Vorig jaar maakte ze naam op het Fotofestival Naarden waar ze deel uitmaakte van de expositie ‘Aanstormend Talent’ die werd samengesteld door de Fotoacademie Amsterdam waar Gebben afstudeerde. De expositie had zij met haar cum laude afgeronde studie verdiend. Gebben onderscheidt zich als fotograaf door beelden te maken van een door haar zelf gecreëerde imaginaire werkelijkheid.

Wat is dat voor werkelijkheid?

‘Een oneindige wereld die ik op mijn eigen manier tot leven wek. Het is een ongerepte wereld die niet is verpest.’

Dat klinkt mooi maar ook deprimerend.

‘Ik vind de wereld hard, grijs en kleurloos. Maar ik ben niet verbitterd. Ik zie naast de harde lijnen ook de positieve kanten, de zachte wereld en de mooie dingen. Ik ben positief ingesteld en kan heel geïnspireerd raken door films over de natuur, de diepzee en theorieën over de kosmos. Daar fantaseer ik over. Als kind al trok ik mij vaak terug en stelde mij van alles voor, maar ik kon mijn gevoelens niet goed uiten. In mijn eigen werkelijkheid kan ik wegvluchten uit de echte wereld. In mijn wereld is geen verstoring door lelijkheid, vervuiling, ongenoegen en dingen die niet nodig zijn.’

Zijn we de dromerigheid kwijtgeraakt?

‘Ja. Volwassenen kunnen door schade en schande de speelsheid en fantasie in hun leven kwijtraken.’

Hoe creëer jij een fantasiewereld?

‘Door die te bouwen van allerhande materialen, zoals hout, glas, plastic, papier, karton, verf. In Naarden bouwde ik een landschap waar ik doorheen kon kruipen en waar ik water doorheen liet stromen. Het leek een canyon.’

En daar maak je dan foto’s van?

‘Dat is mijn manier van werken: eerst een gefantaseerde wereld scheppen en dan de beelden er van maken. De voorbereiding van mijn foto’s duurt veel langer dan de belichting en de opnames zelf. Daarna worden de bouwsels weer afgebroken, maar de beelden blijven.’

Ziet iemand die bouwwerken?

‘Nee, want anders is de magie weg. Dan zie je verkreukeld papier. Op de foto’s zie je wat ik wil laten zien.’

Hoe doe je dat in The Wall House, het onderdeel van het Groninger Museum waar jouw expositie is?

‘Ik heb vanaf 1 januari de hele ruimte tot mijn beschikking gekregen en mocht die helemaal inrichten. Dat is best bijzonder en heel spannend. Curator Gea Schenk heeft me voor de seizoensopening gevraagd. Ik kon dus naar hartelust aan de slag gaan.’

Hoe heet de expositie?

‘Op dit moment heb ik nog geen naam. Ik denk aan I bring you The Flux, zo heette mijn afstudeerproject ook.’

Wat is kenmerkend aan jouw werk?

‘Dat je nooit een horizon ziet. Ik laat de oneindigheid zien en daarin past geen horizon. Managers willen een stip op de horizon zien, ik niet.’

Je bent pas laat met fotografie begonnen.

‘Klopt, ik was al 33 toen ik naar de fotoacademie ging. Ik had kunst en kunstbeleid in Groningen gestudeerd en was vervolgens werkzaam in diverse managementfuncties. Maar ik had het al een poos niet naar mijn zin. Ik kon mijn creativiteit niet kwijt. Toen wist ik: het roer moet om. En ben ik naar de fotoacademie gegaan.’

Wat intrigeert jou in fotografie?

‘Fotografie is een prachtige vorm van expressie. Het is net als schilderkunst niet eendimensionaal. De verbeelding vangen in één beeld, dat is het mooie eraan.’

Kun je leven van de kunst?

‘Ik ben in mijn levensonderhoud niet afhankelijk van mijn kunst omdat ik een bureau heb dat in het maatschappelijk werk actief is, MRLL. Ik ontwerp processen.’  

Theunis Bakker directeur Mannen van Staal

Theunis Bakker 'Later kwam het licht'

LEEUWARDEN – Theunis Bakker (57) leidt in Leeuwarden zijn bedrijf Mannen van Staal. Een stoere naam die klinkt als een klok, bedacht door een medewerker. Het gerenommeerde bedrijf werkt onder andere voor grote kunstenaars en designers. Een van de blikvangers is de Spyre van de befaamde industrieel ontwerper Ron Arad uit Israël, een ‘naald’ die op het binnenplein van de prestigieuze Royal Academy of Arts in Londen staat. Voor dezelfde ontwerper maakte Mannen van Staal een wokkel op Piccadilly Circus. Made yn Ljouwert, de Kulturele Haadstêd.

Wat waren uw plannen toen u 18 was?

‘Ik had nog geen plannen. Ik was nogal rebels. Het kon me allemaal weinig schelen, was klaar met school. LTS heb ik gedaan. Ik ben een man van de techniek, en van de praktijk. Niet dat er niks in me zat, maar ik vond het bêst genôch. Heit was smid in Winsum. Ik wilde ook smid worden. Heit vond het beter dat ik eerst elders aan de slag ging. Ik kon terecht bij Romke Veenstra in Welsryp. Maar ik wilde ook nog wel even om me heen kijken. Ging op mijn zeventiende vervroegd in dienst. Iedereen kreeg daar uitbetaald als twintigjarige. Ik ging er dus flink op vooruit. Maar maandags was alles op, kon ik geen pakje shag meer kopen. Het was een leven van drank en vrouwen. In Utrecht volgde ik de opleiding van kleinwapenmonteur en daarna zat ik op de wapenkamers in de kazernes van Assen en Zuidlaren. Vooral Zuidlaren was gezellig. Na het leger ging ik terug naar Veenstra. Later kwam het licht. Kreeg ik verkering en zo. Lang duurde mijn dienstverband bij Veenstra niet. Het waren de jaren tachtig. Economisch ging het minder. Veenstra heeft toen geregeld dat ik bij Sjoerd Meijer op Oudebildtdijk terecht kon. Tijdens mijn sollicitatiegesprek op een avond hebben we het over van alles gehad, behalve over het werk. En ook niet over de sinteraasje. De volgende ochtend kon ik beginnen. Ik ging wonen bij mijn vriendin Lize in Ried, m’n latere vrouw. Ik heb veel bij Meijer geleerd, kon en mocht me uitleven.’

Wat is er van terechtgekomen?

‘Heit was gestopt als smid en buiten werktijd voerde ik in de lege smederij opdrachten voor anderen uit. Het ging snel. Iedereen kwam met werk. In 1985 startte ik samen met mijn vrouw in een loods van honderd vierkante meter ons bedrijf. Lize heeft altijd een belangrijke rol gespeeld. Zij had het middenstandsdiploma. Ik ben chaotisch en rommelig, terwijl Lize er structuur in brengt. Wij vormen een tandem. Bij ons is één plus één drie. Na verloop van jaren groeiden wij uit ons jasje. De loods stond blauw van de rook. Enkele malen hebben we uitgebreid tot we tenslotte een productiehal van tweeduizend vierkante meter hadden. Maar ook die werd te krap. De provincie wilde echter niet meewerken aan nieuwbouw. De schaal van het dorp was te klein voor ons, we moesten het verlaten. Dat was een cultuuromslag voor de medewerkers, die allemaal jongens van het dorp waren. Eerst keken we in Franeker, maar door de economische crisis hebben we de plannen in de ijskast gezet. Alsof het zo heeft moeten zijn, want achteraf deden we daar goed aan. In 2011 ging de betonfabriek Burggraaff failliet en kwam dit pand in Leeuwarden vrij. Hier had ik van gedroomd. Een ideaal pand: hoogte, ruimte, kranen. Ik heb meteen toegehapt. Het complex beslaat vijf hectare. In 2012 zijn we verhuisd. Winsum vond het jammer, maar emoties mogen op zo’n moment niet tellen. Daar kon de schoorsteen niet meer roken en ik ben niet iemand die alleen maar op de winkel wil passen. De afgelopen jaren hebben we meegelift met de oplevende economie. Onze producten gaan de hele wereld. Wij doen veel in kunstwerken. Het is niet het gemakkelijkste werk, maar wij zien daar juist de uitdaging in. Voor de tv hangen en ww opstrijken, dat is makkelijk. Wij denken mee met onze opdrachtgevers en we denken altijd in oplossingen, niet in problemen. Met Unia State in Beers maakten we in 1997 onze entree in de kunstwereld. Het is een mooi lijnenspel dat een silhouet van de vroegere state vormt. Wij zijn een creatief bedrijf. Om duidelijk te maken wat we doen hebben we het ABCD-profiel bedacht: Art, Bending, Construction, Design. Deze vlag dekt de hele lading. Onze lijst van kunstwerken is best indrukwekkend. Dicht bij huis zijn de walvis in de Leeuwarder Lombardsteeg en de loopbrug Slachtetille over de A31 bekend, maar we hebben ook een fontein gemaakt die in het kader van het Jeroen Bosch-jaar in het centrum van Den Bosch is komen te staan. Wij werken ook met Claudy Jongstra. Voor haar reizend Woolskin-project hebben we een demontabel frame gemaakt. Nog steeds heb ik een drive. Als ik die niet meer voel, stop ik. Of ik een opvolger heb weet ik niet. Wij hebben drie kinderen van 29, 27 en 25. De jongste dochter heeft nog de meeste affiniteit met het bedrijf. Voorlopig werk ik met ons team van 27 vakmensen met het grootste plezier. Wij hebben een gezonde onderneming, hebben onze centen er altijd in laten zitten. We zitten in de nazomer van ons leven en hadden vooruitlopend op een andere bedrijfshuisvesting al een huis gekocht in Franeker, een stad met alle voorzieningen waar ik een fijn sociaal bestaan heb.’

Spelershemd voor Damcombinatie Fryslân

Spelershemd voor Damcombinatie Fryslân

OENTSJERK – Voor een dammersregio als Friesland kan het eigenlijk niet dat onze provincie geen team op het allerhoogste niveau heeft. Wel is Friesland met drie teams (Damcombinatie Fryslân, Huizum en Heerenveen) goed vertegenwoordigd in de Hoofdklas A, het een na hoogste platform. De sterkste club van deze drie, Damcombinatie Fryslân, heeft de ambitie te promoveren naar de Ereklas en moet daar ook toe in staat worden geacht. Het team staat in de top geklasseerd. De club is na de fusie in 2017 met Oldehove in Leeuwarden volop in ontwikkeling. Door Van der Gang herenkleding in Dokkum werd het eerste team in nieuwe overhemden gestoken. Subsponsor is het Fries Journaal.

,,Daardoor stralen we professionele eenheid uit,’’ zegt speler/leider Teake Kooistra. De presentatie was in Kafee It Wapen fan Fryslân in Oentsjerk, dat een van de twee speelzalen is. De andere locatie is dorpshuis Eldorado in Wânswert.

De club is op zoek naar een hoofdsponsor waardoor twee tot drie topdammers kunnen worden aangetrokken.

,,Dan zijn we sterk genoeg om in de Ereklas een rol van betekenis te spelen,’’ aldus Kooistra. De club treurt om het overlijden van Sijtze Terpstra, de grondlegger en motor van de club.

Foto: Het eerste team van Damcombinatie Fryslân. Staand vlnr: Gerlof Kolk, Willem Leijenaar, sponsor Jan Michiel van der Gang, Jan Algra, Sjoerd Huitema, Wytze Sytsma, Piet Tuik en Hans Zondervan. Zittend vlnr: Erwin Heslinga, Jappie de Vries, Albert van Keimpema (PFDB-speler/Fries Journaal), Bastiaan Hollander, Teake Kooistra en Oege Dijkstra. (Foto Vincent Schiphorst).

Gezondmaking van bedrijven

Gezondmaking van bedrijven

HEERENVEEN – Bedrijven kun je gezond maken. Is het niet financieel, dan wel fysiek. Je kunt dan aan gebouwen denken, maar ook aan de mensen die er werken. Zij zijn het belangrijkste kapitaal van een bedrijf. Om de fitheid van de medewerkers te stimuleren organiseerde VNO-NCW Noord samen met De Friesland Zorgverzekeraar een vitaliteitsstrijd tussen vier noordelijke bedrijven die in het tweede halfjaar van 2017 de competitie met elkaar aan gingen: UCC Coffee in Bolsward, waterlab WLN in Glimmen, La Hacienda (begeleid wonen) in Groningen en het Friese Bentacera (accountancy en managementrapportages). In Thialf werd tijdens het seminar ‘Vitaal en in Beweging’ de winnaar bekendgemaakt en dat werd Bentacera. Jury en publiek waren unaniem in hun keuze. Eigenlijk waren ze alle vier winnaar want er is hard getraind en gezond gegeten. Ze kregen een bedrag van € 2.500. Bentacera kreeg daar nog eens hetzelfde bedrag bovenop om te besteden aan vitale acties in 2018.

Foto: Goska Sixma (vitaliteitscoach), Wim Koerts (La Hacienda), Bert van der Hoek (directievoorzitter De Friesland), Sander Kersloot (Bentacera), Lambert Zwiers (VNO-NCW Noord), Han Meij (UCC Coffee) en Hilde Prummel (WLN).

Alie bakt de beste appeltaart

Alie bakt de beste appeltaart

BEETSTERZWAAG – Alie Jonker-Postma uit Noardburgum bakt de beste appeltaart van Friesland. Ze won de titel op het jaarlijks oogstfeest van Fryske Frucht, dat plaatsvond op Landgoed Lauswolt in Beetsterzwaag.

,,Ronduit zoals een appeltaart moet zijn. Zonder twijfel de beste,’’ zei juryvoorzitter SVH-meesterkok Albert Kooy. Het duo Fleur en Aleida Spaak uit Drachten werd tweede. In Drachten weten ze hoe ze een appeltaart moeten bakken want nummer drie Roy Kramer komt daar ook vandaan.

Fryske Frucht presenteerde met trots de Appelsap 2017. Daar brachten Marc van Gulick van Lauswolt en zelfstandig kok Henk Markus een toast op uit. Alle donateurs, de plukkers en de particulieren die hun appels aan Fryske Frucht hebben gegeven, ontvingen een fles. De oogst bedroeg in 2017 tienduizend kilo appels.

Foto: Alie Jonker-Postma.

Mooi bedrag uit de hoge hoed

Mooi bedrag uit de hoge hoed

LEEUWARDEN – Georganiseerd door Wietske en Marleen Kerkstra van Doubble U hospitality specialisten, hebben de bezoekers van het tweejaarlijkse Ronald McDonald gala weer een genoeglijke avond beleefd en een schitterend bedrag voor de Friese Ronald McDonald Huizen in Leeuwarden en Beetsterzwaag uit de hoge hoed getoverd: € 50.000! Het was in het WTC Expo een feest met allerlei hoogstandjes op een magische avond met muzikale, culinaire en theatrale elementen. De Friezenhal was omgetoverd in een feestzaal met podium en gedekte tafels voor de feestelijk chique geklede gasten en dat waren er zo’n 200. Het thema was ‘circus’. Vandaar dat artiesten van jeugdcircus Saranti uit Leeuwarden voor variété zorgden. Aangemoedigd door de onvolprezen veilingmeester en ambassadeur Reitse Spanninga, daarin bijgestaan door zanger Syb van der Ploeg, gingen de ingebrachte kavels op ludieke wijze en met soms onverwacht oplopende biedingen van de hand. Het entertainment bestond voorts uit muzikale optredens van Syb met zijn Jorwerter dorpsgenoot Wiebe Kaspers achter het keyboard en goocheltrucs die Peter Vogel op onnavolgbare wijze ten beste gaf. En, om het niemand aan iets te laten ontbreken, schotelde chef-kok Henk Markus de gasten een drie gangenmenu voor.

Foto: Syb van der Ploeg en Reitse Spanninga toverden wat moois uit hun hoge hoed.

 

50 jaar ijshockey in Heerenveen

50 jaar ijshockey in Heerenveen

HEERENVEEN – Het ijshockey leeft weer. Na jaren wanbeleid van de ijshockeybond is er weer structuur én competitie. De UNIS Flyers staan aan de top en zijn dat aan hun stand verplicht, want Heerenveen is altijd een ijshockeymekka geweest. Dit seizoen bestaat de club vijftig jaar. Ze is meteen opgericht na de bouw van het overdekte Thialf in 1967. Het duurde nog geen decennium dat ons land door de Feenstra Flyers ijshockeygek werd. De hal was altijd afgeladen vol en bij Europa Cupwedstrijden zaten er zevenduizend opeengepakt. Zelfs wist de club door te dringen tot de top en kwamen topclubs uit de Sovjet-Unie, Tsjecho-Slowakije en Scandinavië op bezoek.

Dit seizoen kwam er opvallend bezoek in het kader van het jubileum: de broers Freek (84) en Frans Bijlsma (81). Zij waren puck-pioniers in Heerenveen. Zij waren niet alleen spelers van het eerste uur, ze stoomden ook de jeugd klaar, zoals de eveneens aanwezige Sake de Boer (67) en Gerard Boltjes (65). De Bijlsma’s waren sportmannen in hart en nieren. Bloedfanatiek. Beiden waren destijds gymnastiekleraar; Freek op de LTS in Wolvega en Frans op de LTS in Sneek. Ze werden geboren in Den Haag, maar zochten door hun Friesland-gekke vader hier werk. Hun pake was in Kûbaard geboren, vandaar. Al in Den Haag werden ze met het ijshockeyvirus besmet want de plaatselijke club HIJS Hokij was in de jaren vijftig een van de beste in Europa.

,,In Friesland kregen we last van afkickverschijnselen. Die verdwenen toen in 1964 bekend werd dat Heerenveen een ijsstadion zou krijgen,’’ aldus Freek, die net als zijn broer op school de talenten rekruteerde.

Foto: Sake de Boer, Frans Bijlsma, Freek Bijlsma en Gerard Boltjes. (foto Henk Jan Dijks).

Dokkum blijft in de boeken

Dokkum blijft in de boeken

DOKKUM – In Dokkum krijgen ze altijd veel voor elkaar. Ad Peek van boekhandel Van der Velde was verrast door zoveel spirit.

,,Het is echt bijzonder hoeveel medewerking wij hebben gekregen. Dat zie je nergens. De gemeente heeft zich hard voor ons gemaakt. Het is net alsof we hier een prijs hebben gewonnen. Wij voelen ons zeer welkom en heel thuis in Dokkum,’’ zei hij bij de opening van zijn zaak op de hoek van de Grote Breedstraat en de Waagstraat. Voorheen was daar boekhandel Schaaf gevestigd. Op de hoek was het kantoor ingericht en daarnaast was de boekwinkel. Er is één ruimte van gemaakt. De ingrijpende verbouwing onder architectuur van Silvester Adema heeft de oude balken en muren in het zicht gebracht. Mede door de boekenwanden en de kabinetten is een karaktervol interieur ontstaan.

Het pand dreigde leeg te komen toen Anita Schaaf aangaf te willen stoppen en een potentiële koper afhaakte. Makelaar Remco van Dijk van Makelaardij Roos tipte de ondernemers Jan-Michiel van der Gang en Eric Kooistra. Zij kochten het pand en traden in contact met Van der Velde want een beetje stad heeft een boekwinkel. Die heeft een heel belangrijke functie in het winkelaanbod. Maar ook namen ze contact op met de gemeente. De regio Dokkum heeft namelijk niet voldoende potentie voor een professionele boekhandel, terwijl een binnenstad aantrekkelijk moet zijn als winkelcentrum.

Foto: Anita Schaaf tussen Rutger van der Velde (l.) en Ad Peek.

Prachtkunst van Jeltina Wierda in Bella Vista

Prachtkunst van Jeltina Wierda in Bella Vista

LEEUWARDEN – Jeltina Wierda is een kunstzinnige dame. Schilderen is bij haar geen fröbelwerk en het is ook geen tijdverdrijf uit verveling. Het is een drive van haar. Ze maakt werk dat van een hoog niveau is. Alleen een signatuur ontbreekt. Aan de ene kant is het knap dat zij meerdere stijlen beheerst, aan de andere kant kun je zeggen dat haar oeuvre daardoor minder herkenbaar is.

,,Ik zeg wel eens tegen haar: focus je meer op een richting,’’ zei zoon Siep Jan Riedstra tijdens de introductie van haar galerie en de opening van een verkooptentoonstelling. Maar aan Jeltina zijn die woorden niet besteed: ,,Ik hou juist van de afwisseling. Wat ik maak hangt af van mijn gemoed en van mijn inspiratie.’’

Jeltina schildert magisch realistisch, maar ook klassiek en impressionistisch, portretten, stillevens en bloementaferelen. De rode lijn is dat al haar werk prachtig is. Je kunt de bezieldheid aan de schilderijen aflezen. Ze heeft een diepe innerlijkheid, altijd gehad. In de tijd dat zij getrouwd was met de flamboyante vastgoedondernemer wijlen Jan Riedstra (overleden in 2009) en met hem woonde op Vijverzathe in Jelsum, verzamelde ze poppen. Enkele zijn door Jeltina geschilderd. Haar schitterende, Willink-achtige doeken zijn demonstraties van voortreffelijke fijnschilderkunst.

Aan het Zuiderplein heeft Jeltina in haar grachtenpand Bella Vista een perfecte plek voor haar atelier en galerie. Ze woont boven met een mooi uitzicht op de Beurs en de Wirdumerdijk.

 

Foto: Jeltina Wierda geflankeerd door zoon Siep Jan en dochter Janna.

De schaatscarrière van Abe Lenstra

De schaatscarrière van Abe Lenstra

HINDELOOPEN – Abe Lenstra kon alles. Voetballen natuurlijk, maar ook tennissen, biljarten, hardlopen en verspringen kon hij als de beste. Zelfs achter het dambord was hij een strateeg. Wat hij ook goed kon was schaatsen. Aan veel wedstrijden nam hij van 1938 tot 1954 niet deel – zo’n 50 in totaal – maar toch is zijn carrière op de kortebaan een expositie waard.

,,Abe heeft alle kampioenen in zijn tijd minstens één keer in een rechtstreeks duel verslagen,’’ zei schaatskenner Ron Couwenhoven bij de opening in het Eerste Friese Schaatsmuseum in Hindeloopen. Ron schreef ter gelegenheid een mooi boekje: Abe en het ijs waarvan hij het eerste exemplaar overhandigde aan de ‘oer-Fries’ Jan Kooistra, de nummer 53 van de Elfstedentocht van 1963. De tentoonstelling is deze winterperiode te zien.

Een van Abe’s tegenstrevers was zijn teamgenoot Germ Hofma, de enige van de Heerenveense wonderploeg die ook het Nederlands elftal haalde. Andere kortebaancracks tegen wie Abe het opnam waren Jacob Slof, Sjoerd Zeldenthuis, Doekele Hielkema, Berend Hof en later Kees van Eikeren.

Ron heeft berekend dat Abe 19 van de 50 wedstrijden won en dat hij aan premies voor meer dan 1.600 gulden bij elkaar schaatste. Een bedrag dat nu zou overeenkomen met 8.000 euro.

Foto: Ron Couwenhoven, Gauke Bootsma van het museum en Jan Kooistra.

Henk en Ids Kuiper, Riekie en Dini Holtrop en Bert Kuiper.

Bloemen houden van mensen, en omgekeerd

OUDESCHOOT – Bert Kuiper en Dini Holtrop hebben de bloemen flink buiten gezet met de opening van hun zaak aan de Marktweg in Oudeschoot. Een lange stoet genodigden trok voorbij. Velen wilden niet met lege handen komen.

Het nieuwe He-As, een boutique garden, is schitterend geworden. Wat opvalt is dat er behalve bloemen en planten ook heel veel interieurdecoratie, geschenkartikelen en sfeermakers worden geboden.

Bert en Dini waren al een poosje op zoek naar een nieuw onderkomen omdat hun oude zaak even verderop aan de

Smartlappen van Lutz en Anneke

Smartlappen van Lutz en Anneke

LEEUWARDEN – Lutz Jacobi en Anneke Douma zijn wel van de vrolijke noot. Zij presenteerden hun carnavalskraker in popcentrum Neushoorn. Dezelfde avond was er de verkiezing van Het Beste Levenslied van Leeuwarden.

Anneke en Lutz zongen al eerder samen levensliederen en dat smaakte naar meer. En dus gingen de Friese dames de studio in om een heerlijke kraker op te nemen.

Inwoners van de gemeente Leeuwarden mochten zelf ook schitteren op het podium. Zij zongen hun favoriete levenslied. Een jury, bestaande uit Anneke Douma, Tet Rozendal en Ritsko van Vliet, koos de drie Beste Leeuwarder Levensliederen.

De Avond van het Levenslied was een initiatief van de PvdA Leeuwarden. Maar, zo benadrukte Lutz Jacobi, het was beslist geen partijaangelegenheid. Lutz is trouwens een echt campagnedier dat haar partij op sterkte wist te houden.

De troonrede van Dirk

De troonrede van Dirk

LEEUWARDEN – Eens in het jaar krijgt de Friese vastgoedwereld een update van de markt, verteld door makelaar Dirk Hoekstra. Zijn verhaal wordt ook wel ‘De troonrede van Dirk’ genoemd. Net als premier Mark Rutte schetste Dirk op de Friese Vastgoedborrel in restaurant Élevé (voor de derde keer daar te gast) een positief beeld van economie en markt maar hij plaatste wel enkele kanttekeningen. Waarschuwend liet hij horen dat de rente maar even hoeft te stijgen of iedereen ontwaakt in de euforie over de aantrekkende woningmarkt en de economische groei.

,,Laten we niet blind worden,’’ zei hij.

,,Het is een vreemde wereld. Overal zijn problemen en bedreigingen zoals de Brexit, Noord-Korea, het Midden-Oosten, het terrorisme en de onrust op de arbeidsmarkt, maar de markt lijkt er ongevoelig voor te zijn. Met dank aan de lage rente, een tovermiddel. Maar o wee, er hoeft maar anderhalf procent bovenop te komen met een verplichte aflossing van drie procent en het staat er heel anders voor. Het is een wankel evenwicht, laten we voorzichtig blijven. De prijzen kunnen niet blijven stijgen, dat weten de mensen die al wat langer meelopen bliksems goed.’’

De laatste keer dat het beeld zo rooskleurig was, was in 2005. In 2006, zei Dirk, hadden we nog niet door welk gevaar op de loer lag. In 2008 brak de financiële crisis uit. Jaren bleven we er in steken.

Dirk: ,,Het jaar 2012 was nog slecht, in 2013 tekende zich het prille begin van herstel af en in 2015 lag de crisis echt achter ons. Vanaf 2017 is er groei op alle fronten en zijn de verliezen uit het verleden door de meesten goedgemaakt. Dat hadden we een paar jaar geleden niet voor mogelijk gehouden.’’

Foto: Dirk Hoekstra (m.) geeft aanwijzingen, ook op de Friese Vastgoedborrel. Links Ruud Glas van De Haan advocaten & notarissen (samen met Makelaardij Hoekstra en Dijkstra Draisma gastheer van het netwerkevent), rechts Erik Schot, partner bij Interra.

Arriva 3e hoofdsponsor LF2018

Arriva 3e hoofdsponsor LF2018

LEEUWARDEN – Arriva verbindt zich als hoofdsponsor aan Leeuwarden-Fryslân Culturele Hoofdstad van Europa 2018.
,,Arriva is een partij die als vervoerder een grote verbindende rol speelt,’’ sprak LF2018-directeur Tjeerd van Bekkum verheugd. Arriva treedt als laatste toe tot de selecte groep van drie hoofdsponsors. ING en het Leeuwarder Ondernemers Fonds gingen het bedrijf voor.
Anne Hettinga, voorzitter van de raad van bestuur van Arriva Nederland, spreekt van een bijzonder partnerschap: ,,Leeuwarden-Fryslân 2018 wordt een uniek cultureel jaar. Arriva verbindt Friesland aan Nederland en aan de rest van Europa. Aan hele mooie evenementen gaan wij met onze dienstverlening een grote bijdrage leveren.”

Foto vlnr: Jan van Erve (sponsorintermediair), Maaike van Gils (provincie Fryslân), John Bonnema (financieel directeur LF2018), Sjoerd Feitsma (wethouder Leeuwarden), Wiebe Wieling (voorzitter LF2018), Anne Hettinga (algemeen directeur Arriva), Tjeerd van Bekkum (directeur LF2018), Milfred Hart (regiodirecteur Arriva Noord), Sietske Poepjes (gedeputeerde) en Ferd Crone (burgemeester Leeuwarden).
(Foto Wietze Landman)

Sjoerd Galema, voorzitter VNO NCW Noord, met zijn partner Irene de Groot en de blitse zangeres Ellen ten Damme.

Waterstof toverwoord op ondernemersgala

GRONINGEN – Waterstof was het toverwoord op het ondernemersgala van VNO-NCW Noord. Gestoken in hun mooiste galakleding hoorden de duizend gasten in Martiniplaza een presentatie van professor Ad van Wijk aan. Daarbij werd zelfs de eerste, op waterstofgas rijdende raceauto ten tonele gevoerd.
,,Nu de next step,” sprak Van Wijk, doelend op een grootschalige introductie van het goedkoop en overal ter wereld te produceren groene goud.
,,In groot verband denk ik daarbij onder meer aan winning in de Eemsmondcentrale. En als we thuis straks een bepaalde soort verf op de dakpannen smeren, kan de regen ook in waterstof worden omgezet.” Zon en wind zijn volgens hem in de toekomst met één dollarcent per kilowattuur de goedkoopste energie-opwekkers.
,,Laten we die gebruiken om er op grote schaal waterstofgas mee te winnen en dat via het bestaande aardgasnet aanleveren.”

Foto: Sjoerd Galema, voorzitter VNO NCW Noord, met zijn partner Irene de Groot en de blitse zangeres Ellen ten Damme.

Marijke van der Spek (r.) overhandigt de schaatsen aan Grietje Koldewijn-Bootsma van het Fries Schaatsmuseum.

Wilhelmina-doorlopers in Hindeloopen

HINDELOOPEN – Een bijzondere aanwinst voor het Eerste Friese Schaatsmuseum in Hindeloopen: de houten doorlopers van Koningin Wilhelmina! Het museum wordt steeds koninklijker want de ijzers waarop Willem-Alexander de Elfstedentocht van 1986 reed staan er ook uitgestald. De schaatsen van Wilhelmina zijn voorzien van een plaatje. Daarin staan haar wapen en het jaartal 1893 gegraveerd. Wilhelmina was toen 13 jaar. De schaatsen zijn geschonken door Marijke van der Spek uit Baarn, de plaats waarin paleis Soestdijk is gelegen.
De familie Bootsma zocht uit wie de maker van deze schaatsen was. Het bleek Gerrit Jan Visser (1832-1910) uit Deventer te zijn. Hij stamde uit een geslacht van makers van geweren, gereedschappen, klompen en schaatsen.

Foto: Marijke van der Spek (r.) overhandigt de schaatsen aan Grietje Koldewijn-Bootsma van het museum.

Jan-Michiel van der Gang en Ger van Langen (l.) bij de Sier van Wagenborg

Wagenborg-schaalmodellen bij Van der Gang

DOKKUM – Voordat de Admiraliteitsdagen losbarstten organiseerden Jan-Michiel van der Gang en directeur Ger van Langen van Wagenborg Passagiersdiensten een aardige opwarmer in de kledingzaak aan de Grote Breedstraat, die de uniformen van de Wagenborg-kapiteins levert. Diverse schaalmodellen van historische Wagenborg-schepen stonden tentoongesteld tussen de rekken. Ze gaven cachet aan de winkel en droegen bij aan de maritieme sfeer in de stad. Een van de miniaturen was de Vooruitgang II, een voormalige postboot uit Alkmaar waarop Egbert Wagenborg in Delfzijl, die in 1888 het concern stichtte, zijn veerdiensten begon. Het schip heette toen nog ‘Kampioen’ en onderhield vanaf 1912 de veerverbinding op Schiermonnikoog. Zeven jaar later volgde Ameland.

Foto: Jan-Michiel van der Gang en Ger van Langen (l.) bij de Sier.

Hielke Sybesma, burgemeester Marga Waanders, commissaris Arno Brok, voorzitter Jan-Michiel van der Gang van de Dokkumer Admiraliteitsdagen en Symen Jansma van TravelBird.

Dokkum is niet van suiker

DOKKUM – Dokkum is een van de tien oude admiraliteitssteden van ons land en dat wil de stad weten ook. De Admiraliteitsdagen aldaar zijn een festijn zonder weerga. Ongelooflijk dat deze kleine stad aan de rand van Nederland zo’n gigantische, vijfdaagse happening op poten kan zetten.
,,Dit is een feest dat écht van, voor en vooral door de mienskip,’’ zei burgemeester Marga Waanders. Mienskip is het Friese woord voor gemeenschap. Het was het thema waarmee Leeuwarden en Friesland de status van Culturele Hoofdstad 2018 binnenhaalde. Wel, Dokkum laat zien dat de samenleving er leeft.
Voorzitter Jan-Michiel van der Gang: ,,Dankzij een groot leger van vrijwilligers en de spirit van de ondernemers zijn wij hiertoe in staat.’’

Foto: Opeengepakt in de knusse roef van de Dokkumer trekschuit: Hielke Sybesma, burgemeester Marga Waanders, commissaris Arno Brok, voorzitter Jan-Michiel van der Gang van de Dokkumer Admiraliteitsdagen en Symen Jansma van TravelBird.

Wytze Visser (r.) vvan BeQuick krijgt de cheque van Gerke Teitsma.

Be Quick scoort dubbel

DOKKUM – Voetbalclub Be Quick in Dokkum scoort aan de lopende band en niet alleen op het veld. Elke speler van het 35+2 team van de club legde elk half seizoen een bedrag in naar mate van de gescoorde doelpunten en de behaalde punten. Aangezien het team driemaal op rij kampioen werd liep de teller behoorlijk op, ook al door het organiseren van loterijen en een rad van avontuur. Ruim duizend euro werd verdiend en dat mooie bedrag ging naar het Jeugdsportfonds Friesland dat ouders in staat stelt hun kinderen te laten sporten, want dat is van essentieel belang voor de fysieke en sociale ontwikkeling van opgroeiende kinderen. Gerke Teitsma van het team overhandigde tijdens het 80-jarig jubileum van de club de cheque aan JSF-bestuurslid Wytze Visser.

Foto: Wytze Visser (r.) krijgt de cheque van Gerke Teitsma.

Tjalling met zijn twee prachtige dochters. Links Berber die net als haar vader de sportcoaching is ingegaan en rechts Brecht, die advocaat is.

Het gevecht van een vechter

HEERENVEEN – Tjalling van den Berg werd op zijn afscheidsreceptie verrast door burgemeester Tjeerd van der Zwan, die de 69-jarige ‘ECO-coach’ ridderde. Tjalling nam afscheid van zijn werkgever, het Friesland College waaronder de CIOS-opleiding waar hij zijn beste krachten aan heeft gegeven valt. Zijn visie heeft hij samen met dochter Berber, de vroegere turnster, uiteengezet in de sportbijbel Eco-Coach: A way of life.
,,Het fysiek-mentale aspect is doorslaggevend geworden in het voetbal,’’ zegt Tjalling, die de jeugdvoetballers van sc Heerenveen weerbaar maakt in de turnhal.
,,Techniek en dribbelen is aardig, maar je wint er geen wedstrijden door. Op karakter is meer te winnen. Zelfs per positie stellen wij een karakterprofiel vast. Er is een revolutie in gang gezet en de eerste vruchten beginnen we daar van te plukken.’’

Foto: Tjalling met zijn twee prachtige dochters. Links Berber die net als haar vader de sportcoaching is ingegaan en rechts Brecht, die advocaat is.

Topmodel Sanne Vloet (22) uit Donkerbroek

Spannende Sanne

DONKERBROEK – Topmodel Sanne Vloet (22) uit Donkerbroek is in de voetsporen getreden van haar illustere provinciegenote Doutzen Kroes. Voor de derde keer werd ze gecast voor de jaarlijkse fashionshow van lingerielabel Victoria’s Secret. Deze show in New York, waar Sanne woont, trekt wereldwijd altijd tientallen miljoenen kijkers. Het is een van de meest prestigieuze catwalks. Dat Friezinnen de toon zetten in de mondiale modellenwereld is niet nieuw. Paarden, koeien en vrouwen, als het van Friese bodem komt stelen ze de show! Sanne werd op haar veertiende ontdekt toen ze op tv een acrobatiekact deed

Wietske Kerkstra was met haar Doubble U-hostessteam met praam- en skûtsjesiler Klaas Boersma.

Emotionele regatta

SNEEK – De 24 bedrijventeams die op het Sneekermeer deelnamen aan de regatta van het Ronald McDonaldhuis Leeuwarden en de hoeve in Beetsterzwaag zijn bij de prijsuitreiking geconfronteerd met emotionele momenten. In de zaal van het Foarûnder op het Starteiland vertelden twee ouderparen over het verblijf in het huis tijdens de opname van hun ernstig zieke kind in het MCL. RMcD-manager Chris Kalsbeek was uiteraard heel blij met de opbrengst (ruim € 40.000) van de zesde regatta in successie.
Foto: Wietske Kerkstra was met haar Doubble U-hostessteam met praam- en skûtsjesiler Klaas Boersma.

Dirk en Baukje Scheeringa op Ascot-day in Wolvega

Dirk en Baukje op Ascot-day in Wolvega

WOLVEGA – Op de negende Frisian Ascot Day op Victoria Park in Wolvega was het zoals altijd zien en gezien worden. In de eerste plaats ging de aandacht natuurlijk uit naar de dames: wie was het mooist getooid? Ze hadden in ieder geval hun best gedaan. Een Ascot-day zonder hoedjes kan natuurlijk niet, maar de allure van het Britse equivalent heeft Wolvega (nog) niet. Het leeuwendeel van de gasten werd gevormd door de aanwezige sociëteit De Heeren van Sminia onder wie het echtpaar Dirk en Baukje Scheringa. De vroegere topman van de failliet gegane DSB Bank is weer volop in de running, onder meer in factoring.

Foto: Dirk en Baukje Scheringa.

Toasten op Specsavers door Henny Holwerda, Martin Moeton, Hetty Boonstra-Beers en Akke Marije Marinus.

Focus op topmodel Akke Marije

DOKKUM – Topmodel Akke Marije Marinus wist in haar eigen regio de aandacht op zich gericht toen zij de nieuwe winkel van Specsavers in Dokkum opende. De boerendochter uit Bornwird heeft namelijk naam en faam gemaakt. Na de winst vorig in de modellenwedstrijd Holland’s Next Top Model van RTL5 heeft haar carrière een vlucht genomen en heeft ze mooie commerciële klussen gekregen. Bovendien lanceerde zij kortgeleden in het Moco Museum in Amsterdam haar parfumlijn It’s me, Akke Marije. Een geurtje dat volgens de blauwogige blondine ‘in bytsje swietich en wat blommich’ ruikt. De presentatie was glamourous: Akke Marije maakte haar entree op een Fries paard, begeleid door drie macho’s.

Foto: Toasten op Specsavers door Henny Holwerda, Martin Moeton, Hetty Boonstra-Beers en Akke Marije Marinus.

Dirk en Pauline van der Meulen.

Entourage om in weg te dromen…

OUDKERK – De mooiste toonzaal van Friesland staat in Oudkerk, waar De Klinze na jarenlang een luxueus hotel te zijn geweest sinds 2016 als showroom dient voor de beddenzaak Meulen & Baarsma van Dirk en Pauline van der Meulen, die er trouwens ook wonen. Een entourage om in weg te dromen… Als hotel is De Klinze niet langer geschikt; klein, onderhoudsgevoelig en niet up to date. Maar nog altijd straalt de vroegere state van de familie Van Sminia allure uit en is het een verademing om er rond te lopen.
Dertig jaar geleden kwam Paul Christiaan Bos ‘De Wachter’ afleveren bij Feije van der Meulen en Saakje van der Meulen-Baarsma, de ouders van Dirk. Van de oudste boom van Friesland, die in het park van De Klinze staat, had Paul een ets gemaakt. Er ontstond een band tussen kunstenaar en familie. Tijd om weer eens wat samen te doen, vonden Dirk en Pauline. Boom, bedden en kunst kwamen samen. Schitterende werken van Paul, met name die van zijn beroemde uilenproject, werden er geëxposeerd.

Foto: Dirk en Pauline van der Meulen.

Kor Bolhuis (manager particulieren Rabobank Drachten-FrieslandOost) is penningmeester van Ynnatura. Rechts naast hem Ynnatura-voorzitter Gerard van Klaveren.

Op stap met Ynnatura

MARNEWAARD – Natuur kun je niet in een hoekje stoppen. Natuur moet je zien, ruiken, horen en proeven. En dus moet natuur toegankelijk zijn. Natuurbeheer is trouwens heel goed te combineren met bedrijfsmatige activiteiten. Bijvoorbeeld met landbouw en agrarisch beheer. Zelfs met militaire operaties, zoals duidelijk werd op de jaarlijkse excursie van Ynnatura, de ‘sponsorclub’ achter It Fryske Gea, in de Marnewaard direct gelegen naast Nationaal Park Lauwersmeer. De Marnewaard bestaat uit eerdere zandplaten en is na de afsluiting van de Lauwerszee in 1969 ingericht als militair oefenterrein. Met een omvang van 1.600 ha is dit het grootste oefenterrein van Nederland. Zo’n 100 ha is natuurgebied. In de Marnewaard bevindt zich een schietbaan voor pantservoertuigen en het militair oefendorp Marnehuizen. Dit oefendorp met gebouwen die woonhuizen, kerk, bakkerij, school of winkel voorstellen is het grootste in zijn soort in Europa.

Foto: Kor Bolhuis (manager particulieren Rabobank Drachten-FrieslandOost) is penningmeester van Ynnatura. Rechts naast hem Ynnatura-voorzitter Gerard van Klaveren.