Terug naar hoofdinhoud

Kroniek van het goede leven in Friesland

Zakelijk human interest magazine
Verschijnt tweemaandelijks – jaarabonnement € xxxx
Redactie: Albert van Keimpema
Abonnement: administratie@friesjournaal.nl

Oeuvre-album 25 jaar troubadour Piter Wilkens

MARSSUM – Piter Wilkens is 25 jaar troubadour. Vandaar de release ‘Bêst Genôch’: een verzamel cd met een kwart eeuw Wilkens-hoogtepunten. Op de tracklist de jubileum-cd staan hitnummers als ‘It paad werom’, ‘Bêst genôch’, ‘Knoopkes’, ‘Dykskiep’, ‘Greideroas’ en een gloednieuw nummer dat in april in de ether is te horen.

Het jaar 2012 kan worden bestempeld als een ‘jubeljaar Wilkens’. Na een rijk bandverleden (o.a. met het roemruchte Okke Hel) werd in 1987 de basis gelegd voor een lange en succesvolle carrière als troubadour. In 1993 verscheen de eerste cd van Piter, ‘Sjongersbloed’, en in 2010 de voorlopig laatste studioplaat ‘De Fleanende Hollânner’. Recent werd hiervan een dvd uitgebracht.

In het kader van het jubileum organiseert het radioprogramma Noardewyn (Omrop Fryslân) samen met Piter Wilkens in april de radiocontest ‘Wa is Bêst Genôch?’. Welke zanger/zangeres/duo zingt op z’n mooist een Piter Wilkens-cover en brengt deze samen met hem live op de radio en het bevrijdingsfestival in Leeuwarden? Jong en oud, vrouw, man of duo, veteraan of beginnend, iedereen mag meedoen. Gewoon een filmpje of geluidsopname opsturen. De drie beste of meest originele versies worden geselecteerd. De amateurartiesten worden uitgenodigd de cover live te komen spelen in Noardewyn en de winnaar treedt dan samen met Piter op in Noardewyn en op het Bevrijdingsfestival in Leeuwarden. Het jubileumjaar heeft nog meer in petto: in oktober 2012 treedt Piter met zijn band op in o.a. De Lawei in Drachten, Het Posthuis in Heerenveen en De Harmonie in Leeuwarden.

Advocaat Justus Werle zingt op nieuw album met Liesbeth List en Jenny Arean

LEEUWARDEN – Wat drijft een 56-jarige succesvolle advocaat met een drukke praktijk in Leeuwarden tot het maken en op de markt brengen van een (dubbel) album? ‘Die vraag is/wordt mij vaak gesteld,’ zegt Justus Werle. ‘Het antwoord is simpel: het waarmaken van een jongensdroom!’

‘Sinds een jaar of vijftien zing ik, als laatbloeier, in mijn vrije tijd in poprockbandjes en sinds kort ook bij een bigband. Het toeval wilde dat ik vier jaar geleden met mijn band Frilly Fish speelde tijdens een Kerstgala, waar ook Liesbeth List optrad. Na een korte soundcheck/auditie was zij bereid om daar met mij De Pastorale te zingen!,’ vertelt Justus enthousiast.

Niet lang daarna werd hij door een kenner geadviseerd om zich wat meer toe te leggen op ballads: ‘Toen rijpte het plan om een aantal professionele muzikanten in te huren en de studio in te duiken voor een uitgesproken live/akoestisch album. Mijn repertoirekeus viel in eerste instantie op twaalf, later uitgebreid tot vierentwintig nummers van artiesten en groepen uit zowel binnen- als buitenland die voor mij persoonlijk een belangrijk stempel hebben gedrukt op de topperiode 1965-1975.’

Justus doelt op The Beatles, Elton John, Ramses Shaffy/Liesbeth List, Rolling Stones, Herman van Veen, Tim Hardin, Frans Halsema/Jenny Arean, Bob Dylan, Boudewijn de Groot, Neil Young, John Lennon, Gordon Lightfoot en The Motions als representanten van de Nederbeat. ‘Het was een geweldige uitdaging om al deze juweeltjes van de popgeschiedenis zodanig te vertolken, dat het geen slaafse nabootsing van het origineel en van andere reeds bestaande bewerkingen zou worden, maar met een eigen ‘handtekening’, zoals mijn producer Sietze Haarsma – een betere is er niet – dat zo mooi verwoordt,’ aldus Justus.

Opnamen, eindmix en mastering moesten vooral in de avonduren en weekends gebeuren, maar er was geen haast. Justus: ‘Het was al met al een buitengewoon leuke, inspirerende en ook intensieve periode. Maar ook een bijzondere ervaring door de uitstekende en vriendschappelijke samenwerking met alle betrokken muzikanten en vocalisten. Wat deze cd voor mij extra bijzonder maakt zijn de drie duetten die ik zong met Liesbeth List (‘Pastorale’ en ‘Laat me’) en Jenny Arean (‘Vluchten kan niet meer’).

Sieraden, juwelen en kunst nog beter uitgestald in De Slag en Galerie Lauswolt

OLTERTERP – Juwelier De Slag en Galerie Lauswolt van goudsmid/juwelier Hilde Ferbeek in Olterterp zijn belangrijk trefpunten voor mensen met interesse voor juwelen en kunst. De bedrijven zijn pas verbouwd en de heropening is verricht door wethouder Klaas de Boer van Opsterland.

Door de verbouwing is de juweliersruimte efficiënter ingedeeld en mooi, overzichtelijk en gezellig geworden. Aan de presentatie en belichting van de uitgestalde gouden en zilveren sieraden, trouwringen, juwelen, horloges en kristallen voorwerpen en  is veel zorg besteed. De Slag is een begrip in Noord-Nederland. De bezoekers komen uit het hele land en maken er een dagje uit van. Na deze metamorfose behoort De Slag tot één van de grootste juwelierszaken.

In hetzelfde pand is Galerie Lauswolt gevestigd. Werk van toonaangevende kunstenaars wordt hier geëxposeerd. De combinatie van kunst en sieraden plus de locatie is bijzonder.

Tijdens de openingsdagen (8 t/m 10 maart) toonden mannequins een deel van de collectie. Leveranciers gaven samen met het team onder leiding van Hilde Ferbeek voorlichting aan de bezoekers.

Naast De Slag bevindt zich op hetzelfde terrein Galerie Lauswolt die in de loop der jaren naam heeft gemaakt op het gebied van moderne, landelijke en 19e en begin 20ste eeuwse Noord-Nederlandse schilderkunst. Van de hedendaagse (moderne) kunstenaars tootn Galerie Lauswolt realistisch figuratief en abstract werk. De nadruk ligt daarbij op kleur en licht. Zeven maal per jaar organiseert Lauswolt een expositie met schilderijen, grafisch werk, keramiek en beelden.

De logeerpartijen van Tom Spooney

DRACHTEN – Spooney’s zijn kleine kunstwerken van keukengerei en de geestelijke vader is Botas, die samen met zijn vrouw Renske Bot deze hele aparte creaties op de markt brengt. Het zijn hele aardige give aways. Om de wereld van de Spooney’s te beleven is in Galerij De Lawei in Drachten een overzichtstentoonstelling ingericht die tot 26 mei duurt. De figuurtjes, prijs vanaf € 69, zijn te koop via de webshop (spooneyworld.com), in enkele designwinkels en in de vestigingen van het gerenommeerde keukenmerk Bulthaup. Centraal in de expositie staat de creatie Tom Spooney, die omwille de publiciteit logeerde bij enkele vooraanstaande Friezen: directeur Marc van Gulick van Lauswolt, directievoorzitter Robert Veenstra van sc Heerenveen en Heleen Sonnenberg van Weduwe Joustra beerenburg. Na de expositie gaat hij ook nog langs bij Jant van Dijk van Congres Bureau Friesland. Zijn avonturen waren via Twitter (@SpooneyWorld) te volgen. De reislustige Tom trad als het ware uit de Spooney World en ging op ontdekkingsreis door Friesland. Soms was dat spannend. Zo werd hem gevraagd of hij bij Heleen lepeltje lepeltje had gelegen! In hoeverre de Spooney’s de wereld veroveren en een kunstcultus worden moeten we afwachten, hoewel Botas zichzelf geen kunstenaar noemt, maar ‘creator’ of ‘schepper’. Waar de Spooney’s in reclames opduiken, daar zijn ze ook echt geweest. Renske: ‘Bijvoorbeeld op Abbey Road en Stonehenge.’ De rechten van de Spooney’s zijn wereldwijd gepatenteerd.

Luxe en Lifestyle Fair bij Bakker Postma

LEEUWARDEN – Dat er veel te bieden is op het gebied van lifestyle werd getoond op de Luxe & Lifestyle Fair bij Bakker Postma in Leeuwarden. Op 22 april kwamen maar liefst 1.500 bezoekers af op dit event van de specialist in keukens, badkamers en tegels, die gehuisvest is in Plaza Domestica. Er waren 37 deelnemende bedrijven en duidelijk werd dat Friesland kwaliteit in huis heeft. Een wereld ging voor de gasten open. Alles was er te zien en te beleven: mode, schoenmode, sieraden, horloges, design, interieurs, audio/video, automobielen, fietsen, pleziervaart, exclusief wonen, tuinen, zwembaden, dineren, wijnen etc.

[banner]

Kesk-Art maakt van Workum kunststad

WORKUM – De beroemde volksschilder Jopie Huisman (1922-2000) heeft in Workum, waar hij is geboren en getogen en waar hij de laatste twintig jaar van zijn leven heeft gewoond, voor een vruchtbare voedingsbodem gezorgd. In het Friese stadje is een levendige kunstcultus ontstaan. Er zijn naast het Jopie Huisman Museum inmiddels zes galerieën. De laatste die is geopend is niet de eerste de beste: Galerie Kesk-Art van Klaas (67) en Sophie Elzinga (64).

De galerie is ondergebracht in het Sleeswijckhuys. Dit monumentale patriciërshuis is een bijzondere locatie, wist Sophie te vertellen. ‘Hier is in 1986 het Jopie Huisman Museum begonnen. In de eerste jaren kwamen hier per seizoen meer dan honderdduizend mensen over de vloer. Het was zo druk dat een nieuw museum nodig was. Dat is gebouwd hier aan de overkant van Noard,’ zegt Sophie, wijzend op het karaktervolle pand waarin een deel van de schitterende collectie van de ‘schilder van het mededogen’, zoals Jopie werd betiteld, is ondergebracht.

Het Sleeswijckhuys is eigendom van Vereniging Hendrick de Keyser (sinds 1918), die vanuit Amsterdam wordt bestuurd en ervoor zorgt dat architectonisch belangrijke gebouwen in luister worden behouden. Klaas: ‘We hebben het pand twee jaar gehuurd met een optie voor nog een jaar. Het mes snijdt aan twee kanten. Op deze manier kan Hendrick de Keyser het bezit laten renderen en heeft Workum geen leegstaand pand. Daar komt bij dat wij in een heel representatieve en inspirerende ambiance schitterende kunst kunnen laten zien.’

Klaas (consulent van de KNJV en adviseur faunabeheereenheden in Friesland, Groningen en Drenthe) en Sophie zijn kunstliefhebbers/verzamelaars en voor het eerst professioneel actief. Het is een hele onderneming om dit zakelijk avontuur aan te gaan. Wat hen bezielt? Sophie: ‘Ik wil niet zitten niksen.’

Vroeger dreef ze in Leende (Noord-Brabant) een antiekzaak. Toen ze tien jaar geleden Klaas leerde kennen en de twee verkering kregen kwam ze naar Friesland. ‘Ik liep al langer rond met het plan een galerie te openen, maar ik kon geen geschikt pand vinden. Het Sleeswijckhuys is een prima onderdak voor een galerie omdat het meerdere vertrekken heeft en je dus ook werk van meerders schilder kunt exposeren.’

Hans Wiegel (‘Ik heb nog nooit een galerie geopend’) werd bereid gevonden de galerie en de openingsexpositie in te wijden. Hij bevond zich op vertrouwd terrein: ‘Ik ben hier en in het museum meermalen bij speciale gelegenheden geweest. Onder andere bij de opening van het nieuwe Jopie Huisman Museum in 1992. Het was een feest om bij Jopie te zijn. Tijdens de opening zei hij tegen mij en oud-premier Jelle Zijlstra: “kom, het is hier zo druk, we gaan naar mijn huis en daar lekker paling eten”. Hij was bloedserieus!’

Vorig jaar werd in het Sleeswijckhuys nog de jubileumexpositie ‘De Andere Kant’ gehouden met 150 Jopie’s die in particulier bezit zijn. De organisatoren Jacob Huisman, de jongste zoon, en Joop Huisman (oomzegger van Jopie) waren bij de opening van Kesk-Art aanwezig.

‘Wij hadden hier mooi werk hangen, maar deze kunst doet er niet voor onder,’ zeiden de beide mannen vol bewondering. Joop kocht meteen twee schilderijen.

Sophie glom van trots. Met reden. Ze zei: ‘De openingsexpositie gaat van start met twaalf kunstenaars, en niet de minsten. Enkelen onder hen hebben internationale faam verworven. Pieter Verstappen heeft de prestigieuze Amerikaanse Birds in Art-prijs gewonnen, Cornelis Le Mair is de grootste ambachtelijke schilder van deze tijd, Toos van Holstein is over de hele wereld te zien en de Bulgaar Tjavdar Iliev, lid van de Puchri Studio, is een zeer vooraanstaand beeldhouwer die is uitverkoren om een bronzen buste met valk te maken van de overleden Sjeik van Dubai, in opdracht van diens 22 kinderen.’

Hoe ze deze klinkende namen wist te strikken? Sophie: ‘Het werk en de kunstenaars kennen, aardig zijn en blijven benaderen!’

De andere kunstenaars van wie momenteel werkt hangt zijn: Martin Hogeweg, Herman Vos, Gijs Wouters, Antje van der Werf, Ahmad Haraji, Annemiek Punt, Noud Adams en Hiske Wiersma.

Kesk-Art maakte een vliegende start. In de eerste week werden vijf doeken verkocht. Klaas en Sophie vinden dat niet vreemd in deze tijd: ‘Kunst was en is een van de beste beleggingen en waardevaste die je kunt doen.’

Rijk trouwen bracht je op een buitenplaats

OENKERK – Van de 600 buitenplaatsen (staten en stinzen) die Friesland ooit telde zijn er nog een kleine 60 over. Wat is er dus een rijkdom verloren gegaan. Om de aandacht op deze bijzondere monumenten te vestigen is 2012 uitgeroepen tot het ‘Jaar van de Historische Buitenplaats’, waarvoor het startsein werd gegeven met een feestelijke bijeenkomst in Stania State in Oenkerk, waar ook het eerste exemplaar van het magazine ‘In Alle Staten’ ten doop werd gehouden en werd aangeboden aan Commissaris van de Koningin John Jorritsma.

[banner]

Praktisch elk dorp had vroeger wel een state; een stevig gefundeerde, robuuste en fraaie behuizing in een park met gracht en/of vijvers en kleurrijke stinzenflora, waar door de eeuwen heen voorname families woonden of dat door hun panden werden. Vandaar, dat de meeste bewoners hun state naar zichzelf vernoemden. Dat gebeurde vrijwel alleen in onze provincie, liet historica, schrijfster en etiquettekenner Reinildis van Ditzhuyzen in haar interessante inleiding weten. Door uitsterving of geldgebrek verdwenen ze langzaam uit hun oude domicilies die in de meeste gevallen op den duur werden gesloopt.

Hier en daar herinnert de omgeving nog aan waar ooit zo’n voornaam buiten heeft gestaan, zoals in Rauwerd (Jongemastate), waar net als op Unia State in Beers het poortgebouw is blijven staan. In Beers is een stalen skelet gebouwd om het silhouet van Unia State weer te geven en om als uitkijktoren te dienen.

Bearn Bilker, voorzitter van de Stichting Saten en Stinzen in Fryslân, vertelde dat de oude grandeur en mystiek blijft hangen op zo’n plek, zoals hij in zijn jeugd ervoer op de nabijgelegen Liauckema State in Sexbierum en de schitterende, ‘on-Fries’ Hottinga State in Pietersburum. ‘Daar spelen had iets spannends,’ aldus Bearn.

De kracht van een buitenplaats is de uitstraling. Het gaf een familie allure. Wie zo’n state wilde bewonen moest geld hebben, maar vaker nog was er volgens Reinildis een veel effectievere tactiek: gewoon trouwen met een rijke dame of heer. Zo drongen Friese boeren door tot de elite, hoewel ze lang niet altijd de volmaakte edellieden werden, want dan waren tennis, fietsen, paardrijden, schermen of croquet je sporten en jagen en dansen je hobby’s.

Reinildis verhaalde over het leven op de staten, de bediening aan tafel door het personeel, het tegelijkertijd serveren van alle gangen (met de hors d’oeuvre op de hoek van de tafel), de volgorde die men zelf koos, de met zink afgewerkte en half in de grond gebouwde ijskelders die ’s winters werden gevuld met ijsblokken uit de vijvers, de kleding die men droeg, het na-aapgedrag van de echelons onder de elite, de chique van koffiedrinken (het oudste koffiekannetje is van begin 17e eeuw) en het rijke leven met veel privacy.

Vandaar dat Reinildis Willem-Alexander en Máxima opriep een buitenplaats in Friesland te kopen, net als de vroegere Oranje-Nassau’s. Ze heeft er één op het oog die nu te koop staat: Rinsma State in Driezum, dat door Dirk en Baukje Scheringa in oude luister is hersteld (kosten: 7 miljoen euro) en dat na het faillissement van hun bank DSB is geveild voor 1,7 miljoen euro.

Reinildis: ‘Na het mislukte avontuur in Mozambique is ons Koninklijk paar toe aan een nieuw pièd a terre. Ik denk aan Friesland. Onze kroonprins heeft Fries bloed in de aderen en Friesland is een mooie en praktische plek voor hem en zijn vrouw en zeker voor hun kinderen, die in de terminologie van vandaag de dag er heerlijk kunnen chillen. Een naam voor de satte is zo bedacht; Willemsrust, Amalialust of Oranje State. Het zou een glorieuze rentree zijn en er past een Fries gezegde bij: Stjurre winsken wurde ranend wekker.’ (Gestolde wensen worden smeltend wakker).

Oliemolen van Ulbe Twijnstra vormde de start van Europas grootste mengvoederproducent

AKKRUM - Na het opgaan van Hendrix UTD in het internationale concern ForFarmers raakt het aloude veevoederbedrijf van Ulbe Twijnstra (in Akkrum gesticht) nog meer in de vergetelheid, want in Nederland gaat de nieuwe onderneming ForFarmers-Hendrix heten. ForFarmers is in luttele jaren uitgegroeid tot de grootste producent van veevoeders in Europa. Het concern heeft zijn hoofdzetel in Lochem (Achterhoek), het telt 2.500 werknemers, het produceert jaarlijks 6,5 miljoen ton mengvoeders en het heeft een omzet van 6,6 miljard euro.

Na tal van overnames sinds 2000 bestrijkt het marktgebied van ForFarmers thans heel Nederland, België en Groot-Brittannië (waar men onder de oude naam BOCM Pauls doorgaat) en tweederde van Duitsland. Net als in de zuivelsector kent de veevoederindustrie een lange traditie van fusies, overnames en schaalvergrotingen.

De oudste historie van ForFarmers gaat terug tot 14 juli 1887 toen Ulbe Twijnstra in Akkrum de stoom- en windoliemolen ‘De Eendragt’ kocht. Hij perst er olie uit lijnzaad, grondnoten en koolzaad. Deze olie wordt gebruikt voor de productie van verf, slaolie en margarine. De overblijvende koek gaat in de winter als krachtvoer naar de koeien. Veevoer is in het begin slechts bijzaak. In de loop der jaren is het product steeds belangrijker geworden.

Hoezeer Ulbe Twijnstra zijn tijd vooruit was blijkt uit zijn transparantie. Zo garandeerde hij de zuiverheid van zijn voer en de gehalten aan eiwit, vet en vocht door klanten het product ‘op zijn kosten’ te laten controleren door het landbouwproefstation in Maastricht!

In 1930 worden de eerste contacten gelegd met Unilever waaraan U. Twijnstraís Oliefabrieken NV grondstoffen begon te leveren. In 1963 leidde dat tot de vorming van UT-Delfia (later UTD) door een fusie met de mengvoederafdeling van Calvé-Delft (onderdeel van Unilever). In 1986 maakte UTD zich los van Unilever. In 1998 fuseert het bedrijf met het in 1928 opgerichte Hendrixí Voeders tot Hendrix UTD en wordt de combinatie

opgenomen Nutreco. Als onderdeel van dit beursgenoteerde concern wordt Henrix UTD in 2012 voor Ä 92,5 miljoen opgekocht door ForFarmers (sinds 2006 een fusieonderneming van ABC en CTA).

Accountant Van der Veen & Kromhout neemt Bureau De Vries over

Accountantskantoor Bureau De Vries uit Drachten (7 werknemers) is overgenomen door branchegenoot Van der Veen & Kromhout Registeraccountants & Belastingsadviseurs. Eigenaar van Bureau De Vries Accountants, André de Vries, heeft dit voorjaar besloten, na ruim 10 jaar als zelfstandig ondernemer te hebben geopereerd, aansluiting te zoeken bij deze regionaal grotere organisatie. Voortdurende aanscherping van wet- en regelgeving, specialismen als  overname-/waarderingsdeskundigen alsmede toenemende investeringsvereisten in automatisering (online toepassingen) nopen tot schaalvergroting in deze branche.

André de Vries zal mede leiding gaan geven aan de MKB samenstelpraktijk van de vestiging Gorredijk en zich daarnaast specifiek  gaan toeleggen op relatiebeheer. Naast de vestiging in Gorredijk is Van der Veen & Kromhout werkzaam vanuit Joure en Drachten, waar in totaal ruim 140 medewerkers werkzaam zijn.

Veerboot Rottum weer als nieuw

FARMSUM – De familie Wagenborg, een van de meest vermogende in ons land, gooit het geld niet in het water. Waarom een gedateerde veerboot als de Rottum afdanken als je zo’n schip ook kunt renoveren en oppimpen? Voor de rederij was die keus niet zo moeilijk. Zeker gezien het feit dat het concern twee jaar geleden Koninklijke Niestern Sander in Farmsum overnam, waar de Rottum een zeven maanden durende, totale refit onderging. Een mooie opdracht voor de eigen werf, waar tegelijkertijd twee enorme ijsbrekers te water werden gelaten die worden ingezet op de Kaspische Zee.

Koninklijke Wagenborg (3.000 medewerkers) is sowieso geen onderneming die anderen volgt of zich door de markt laat opjutten. Het bedrijf sluit geen contracten met ladingbelanghebbenden en wordt daardoor niet kwetsbaar. Containerschepen in de vaart brengen in de vorm van commanditaire vennootschappen, zoals veel rederijen deden/doen, was aan Wagenborg bovendien niet besteed. Van de laatste duizend die er de afgelopen twee jaar van de helling rolden liggen er 900 werkloos aan de wal!

Nu de in 1985 gebouwde Rottum weer up to date is beschikt Friesland over een uitstekende veerdienst tussen Lauwersoog en Schiermonnikoog die zeker voor de komende 15 jaar op niveau kan worden uitgevoerd. Even lang als de verlengde concessie duurt. Die is op 25 april 2011 getekend tussen Wagenborg en minister Melanie Schultz van Haegen. Jarenlang waren juristen namens Wagenborg in de weer om dit akkoord te bereiken.

De renovatie vergde een investering van € 6 miljoen. Het schip (capaciteit: 1.000 passagiers) is volledig vernieuwd en voorzien van een nieuwe brug en een nieuwe machinekamer.

De geschiedenis van Wagenborg – actief in logistiek, scheepvaart, projecten, offshore, kranen (Nedlift), transport en warehousing (Reining) en passagiersdiensten – gaat terug tot 1888. Egbert Wagenborg (1866), wiens vader overleed toen hij vijf jaar was, begon vracht te varen met een houten tjalk die hij met geleend geld van twee oudere broers bestelde bij Berend Niestern in Martenshoek (toen al was er een link tussen Wagenborg en Niestern!). Het varen en navigeren had hij geleerd toen hij als 10-jarige aan boord stapte bij zijn 16 jaar oudere broer.

Binnen tien voer hij het schip vrij, dat thans in authentieke staat ligt te pronken in het voormalig arsenaal van Delfzijl (hoofdkwartier van Wagenborg). Egbert startte in 1899 een eenmanszaak in vrachtovernames van hout uit Scandinavische bulkschepen, het doortransporteren, het in- en uitklaren voor de douane en het bevrachten van binnenschepen.

Tevens begon hij met een oude sleepboot, waarin een passagiersaccommodatie was gebouwd, veerdiensten vanuit Delfzijl op Emden en Borkum. Later voer hij vanuit Groningen via Zoutkamp ook op Schiermonnikoog. Doordat in WO I de dieselolie op was werd Wagenborg de aangewezen reder om met de op kolen gestookte stoomschepen die men had de veerdienst te onderhouden.

De tweede generatie die Wagenborg leidde bestond uit Geert Wagenborg, diens zwager Lourens Vuursteen (getrouwd met Annie) en neef Peet Wagenborg. De derde generatie bestuurders werd gevormd door Bert Wagenborg (de eerste die studeerde), Egbert en Wim Vuursteen (zonen van Lourens) en Koop Wagenborg. Thans staan aan het roer als aandeelhouders de leden van de hoofddirectie Rob Wagenborg (zoon van Bert) en Egbert Vuursteen (zoon van Wim). Divisiedirecteur Eric Wagenborg (zoon van Koop) is eveneens aandeelhouder.

Het succes dankt Wagenborg volgens Bert (83) aan het niet laten verwateren van de aandelen: ‘Wij hebben altijd alle aandelen binnen de besturende familieleden weten te houden, zodat je het verdiende geld altijd in de zaak kan investeren en geen dividend hoeft uit te betalen aan familie die niets met het bedrijf heeft. Ik heb al te veel zaken daardoor kapot zien gaan.’

AB Fryslân & Noord-Holland goed 2011

SNEEK – AB Fryslân & Noord-Holland, één van de grootste dienstverleners in flexibele arbeid van Noord Nederland, heeft in 2011 een bovengemiddeld goed resultaat geboekt. Ondanks de onzekere marktomstandigheden wist AB ten opzichte van 2010 een omzetstijging te realiseren van 11%. Branchevereniging ABU liet over dezelfde periode een omzetstijging zien van 6%.

Lammert Fopma, algemeen directeur: ‘Met dit resultaat zijn we uiteraard erg content. In deze economisch onzekere tijd is het heel mooi dat we een toegevoegde waarde kunnen leveren aan onze leden en klanten. Die toegevoegde waarde zit in het bedrijfsleven voor een groot deel in de behoefte aan maximale flexibiliteit. Dat kunnen wij met ons full service dienstenpallet optimaal invullen.  Maar, wij gaan nu niet achterover leunen en wachten tot de opdrachten binnenstromen. Komend jaar – en misschien wel de komende jaren – wordt spannend. Wij blijven alert en moeten de taal van onze leden, klanten en medewerkers blijven spreken.’

Grootste groeiers binnen de activiteiten van AB Fryslân & Noord-Holland zijn de payroll-dienstverlening (+ 49%), de uitzend- (+12%) en detacheringorganisatie(+14%). Fopma: ‘Vooral onze Payroll-dienstverlening sluit door de grote volumes en lagere marges prima aan bij de huidige marktomstandigheden.’

Bij Payroll is de ondernemer zelf verantwoordelijk voor werving en selectie, maar de werkgeversrisico’s en administratieve rompslomp laat hij aan AB over. ‘Wij merken dat veel bedrijven een deel van de personeelsplanning invullen met Payroll-krachten en verwachten dat dit aantal de komende jaren nog flink zal stijgen,’ aldus Fopma.

Nieuw pand Telecom Service Groep

LEEK – Met doffe dreunen sloeg Richard Pastoor, zoon van mededirecteur André en kleinzoon van de oprichters Willem en Henny Pastoor, de eerste van 177 palen (18 meter lang) van het nieuwe pand van Telecom Service Groep in de grond. De bouw op het bedrijvenpark Leeksterveld aan De Hoogte in Leek illustreert het fraaie toekomstperspectief van dit succesvolle bedrijf.

Het bedrijfspand is ontworpen door Architectenburo Zijlstra en het bouwkundig advies is gegeven door Ingenieursbureau Wassenaar. De bouw wordt uitgevoerd door BAM Utiliteitsbouw in samenwerking met BAM Techniek. Het nieuwe pand met in totaal drie verdiepingen en een totale oppervlakte van 4.000 m² biedt Telecom Service Groep de mogelijkheid om een verdere groei te realiseren. Medio april 2013 neemt het bedrijf zijn intrek in het pand.

Vijfentwintig jaar geleden gaf Willem Pastoor zijn ambtenarenstatus op en startte hij samen met zijn vrouw een onderneming in alles wat met telecommunicatie heeft te maken. Al gauw was de zolderkamer in De Wilp te klein en verhuisde het bedrijf naar Leek (Valkenburg, Euroweg en Industriepark). Na vele verbouwingen en een blijvende groei van activiteiten werd de tijd rijp gevonden een compleet nieuw pand te bouwen op een prachtige zichtlocatie aan de A7.

Muntjes In zijn welkomstwoord gaf Willem zijn Henny een pluim: ‘Als zij niet zo goed op de muntjes had gepast hadden we nu niet kunnen bouwen. Zakendoen en een adequaat debiteuren/crediteurenbeheer zijn moeilijk te combineren. Gelukkig heb ik daar nooit zorgen over gehad.’

Titus Zwart van BAM Techniek bedankte Henny eveneens: ‘Trouwens, mooi dat de muntjes worden geïnvesteerd!’ Waarop Henny uit gekheid snedig antwoordde: ‘Ik heb er wel een beetje moeite mee.’ Titus onderstreepte voorts de kracht van een familiebedrijf: ‘Tegenwoordig zijn er grote concerns die hun tafelzilver moeten verkopen, daar waar bedrijven als Telecom Service Groep anticyclisch investeren.’

Zijn collega van BAM Utiliteit, Maarten Volbeda, sprak van een ‘duurzaam, functioneel en goed doordacht gebouw’ dat geheel in de stijl en visie van Willem Pastoor van de grond zal komen. Bouwen is één, toezicht houden is twee, aldus Maarten. Wat dat betreft zit het wel goed, meende hij, want Willem (‘een kritische opdrachtgever’) houdt het proces zelf in de gaten. Natuurlijk zal er veel functionele techniek door Telecom Service Groep in het gebouw worden ‘gestopt’. Tegenwoordig staat techniek op de eerste plaats. Daarom repte Maarten van ‘een gouden business’ waarin het bedrijf van Willem opereert.

Totaaladvies Telecom Service Groep is dé partner voor een totaaladvies op het gebied van zowel vaste als mobiele telecommunicatie, ICT-dienstverlening, netwerkbekabeling en beveiliging. De corebusiness is het leveren en installeren van professionele oplossingen, speciaal aangepast aan de wensen van de klant. Als toppartner van gerenommeerde merken wordt dagelijks voorzien in de behoefte van zakelijke klanten. Vanuit de vestigingen Leek (hoofdkantoor), Heerhugowaard en Zwolle worden zakelijke klanten dagelijks door in totaal zo’n 130 medewerkers op landelijk niveau bediend. Hierdoor wordt optimaal gebruikersgemak geboden.

Investeerder PMH neemt Fries kabelbedrijf over

DRACHTEN – Het failliete kabel- en telecombedrijf Verkley in Drachten is overgenomen door PMH Investments uit Heerenveen. Met de overname worden de lopende opdrachten, 160 medewerkers en de contracten met toeleveranciers overgenomen.

Verkley kwam in de problemen door een begrotingstekort van 5 miljoen euro, een oude schuldenlast en het stilvallen van grondwerk in de winter. Daardoor kon het bedrijf niet meer aan de verplichtingen voldoen. Voor enkele bv’s werd uitstel van betaling aangevraagd. De orderportefeuille was goed gevuld en bij curator Wouter Cnossen meldden zich tien partijen die geïnteresseerd waren in overname. Dat de keus viel op de Friese investeerder PMH had te maken dat dit bedrijf van Bart en Durk van der Meer (vader en zoon) de werkgelegenheid kon garanderen.

Bart van der Meer ziet toekomst in Verkley: ‘Er moet in ons land veel kabelwerk worden vernieuwd. Verkley kan daarin een grote rol spelen.’ PMH gaat het bedrijf niet leiden. Naar alle waarschijnlijkheid zullen zich mutaties voordoen in de directie van Verkley.

Omrin en Caparis kiezen voor duurzame samenwerking

DRACHTEN – John Vernooij, algemeen directeur van afvalverwerker Omrin en Wilko de Vreeze, algemeen directeur van sociale werkvoorziening Caparis, tekenden een langdurige samenwerkingsovereenkomst waarmee beide partijen uitdrukkelijk kiezen voor een duurzame samenwerking. Omrin verzorgt voortaan de totale afvalverwerking voor Caparis en detacheert medewerkers van Caparis bij haar activiteiten. De medewerkers kunnen aan de slag in o.a. de onkruidbestrijding, chauffeurswerkzaamheden en reinigingswerkzaamheden.

De samenwerking ligt voor beide partijen voor de hand. Omrin wil onderstrepen dat ze het als organisatie belangrijk vindt om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werk te bieden. Voor Caparis is het van belang dat Omrin de grootste biogasproducent van Nederland is en afval op duurzame wijze inzamelt en verwerkt. Door de inzet van zijn medewerkers, investeert Caparis indirect in duurzame energie.

Portena rijdt proef met hybride vrachtwagen

HEERENVEEN – De enige hybride vrachtwagen die in het noorden rondrijdt is van Portena Logistiek in Heerenveen. Onlangs heeft het bedrijf deze truck met gesloten laadbak opgenomen in de vloot. Heel toepasselijk is er reclame voor Koga op aangebracht. Deze fietsenfabrikant is onderdeel van de Accell Group, waarvoor Portena de complete warehousing (in-, op- en uitslag) en fietsendistributie door de Benelux verzorgt. En CO2-neutraler dan fietsen is niet mogelijk.

De hybride vrachtwagen is bijzonder. Tijdens het remmen komt energie vrij waardoor accu’s worden bijgeladen. Voldoende om in stedelijke gebieden op de elektromotor te rijden. Dat is veel schoner en stiller dan op de dieselmotor, de aandrijving voor de lange afstanden. Vooralsnog gaat het om een testperiode. Volvo heeft deze FE Hybrids gebouwd.

Om de CO2-uitstoot te reduceren wordt volop ingezet om vrachtwagens te voorzien van een dieselmotor in combinatie met een elektromotor. ‘Steeds meer gemeenten zullen bepalingen stellen aan het vrachtvervoer in binnensteden. Ik verwacht dat in de toekomst alleen nog hybride wagens worden toegelaten. Wij willen hierin vooroplopen. Dat past in ons strategisch beleid en in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen,’ aldus algemeen directeur René Visser van Portena.

Volvo heeft hoge verwachtingen van deze nieuwe generatie wagens. Accountmanager special products Jorrit-Jan van Gestel van Volvo Truck Nederland zegt daarover: ‘De techniek is veelbelovend om voertuigen van dit kaliber op een milieuvriendelijke manier aan te drijven.’

De overheid heeft via Agentschap NL subsidie verleend. Programma-adviseur Evert van de Laar: ‘De overheid wil de invoering van voertuigen die minder milieubelastend zijn versnellen. Wij vragen van de deelnemende bedrijven om verslag te doen van de bevindingen.’

Verwacht wordt dat een besparing aan brandstof van tussen de 15 en 25% wordt bereikt en evenredig een reductiepercentage van de CO2-uitstoot.

Lankhorst maakt nu ook spoorbielsen

SNEEK – De nieuwe productiehal van Lankhorst Engineered Products in Sneek betekent een verrijking van de circulaire industrie in Friesland. Deze divisie, onderdeel van de Royal Lankhorst Euronete Group, is namelijk een paradepaardje in de Nederlandse recycling. Als een van de eerste bedrijven in ons land ging het sinds 1803 bestaande Lankhorst daartoe over. Staatssecretaris Joop Atsma van Infrastructuur en Milieu verrichtte de officiële opening door de naam van de hal te onthullen: Gosse Dijkstra Hal, genoemd naar het directielid dat vorig jaar met pensioen ging.

Lankhorst kent een lange geschiedenis. Het bedrijf begon als touwslagerij en daaruit is een productenpakket voor de offshore industrie voortgevloeid. In de jaren zeventig werd olie als grondstof voor de synthetische producten te duur en zocht de onderneming naar alternatieven. De focus werd gericht op recycling. Voor Lankhorst werd hergebruik van kunststofafval een nieuwe toekomst. Thans heeft de groep 25 vestigingen wereldwijd en werken er 1.100 mensen. Lankhorst Engineered Products is een van de snelst groeiende divisies binnen het mondiaal concern, dat in handen is van de Portugees familie Gramaxo, waarvan José Luis Gramaxo en zijn zuster Lurdes en Eef Bosin de raad van bestuur zit.Steeds meer nieuwe producten worden door Lankhorst in Sneek ontwikkeld, zoals funderingen voor rioleringen en buizen, steigers, walbeschoeiingen en, heel verrassend, dwarsliggers voor het spoor! Investeren in een nieuwe, enorme spuitgietmachine werd derhalve noodzakelijk. Een machine van 2.500 ton sluitkracht die de productie van grote, dikwandige kunststof producten mogelijk maakt.De nieuwe hal is over de vooroorlogse bedrijfspanden heen gebouwd. De productiehal is voorzien van de nieuwste snufjes op de terreinen van klimaatbeheersing, energiebesparing en efficiency. Een warmte terugwininstallatie zorgt ervoor dat de warmte die vrijkomt bij het energierijke extrusieproces niet verloren gaat. Verder wordt er in het nieuwe gebouw aanzienlijk op energie bespaard door de inzet van gasontladingslampen met spanningsregelaren (22% stroomreductie) en lampen met schemerschakelaars die bij voldoende daglicht automatisch uitschakelen. En er is geïnvesteerd in een energievriendelijke koelinstallatie.Burgemeester Hayo Apothekervan Súdwest-Fryslân roemde de innovatieve kracht en het inevsteren in duurzaamheid van Lankhorst. Hij wees er fijntjes op dat de gemeente meer te bieden heeft dan water, toerisme en landbouw. Dat juist geen bewindspersoon van Economische Zaken maar een staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu de hal kwam inwijden noemde Apotheker veelzeggend.Joop Atsmazei dat Lankhorst allang met duurzaamheid bezig was voordat het begrip werd uitgevonden: ‘Het is in Brussel een jong thema op de politieke agenda, niet in ons land waar jaarlijks 450 kiloton kunststofafval op de markt komt, waarvan 50% wordt hergebruikt. Dat is een geweldige prestatie maar het kan nog beter. In Europa zitten we op nog slechts 20%. We moeten niet meer spreken van afvalstoffen, maar over grondstoffen.Mijn ambitie is om meer dan 80% van alles wat wordt aangeboden wordt omgezet in nieuwe producten. Eigenlijk zou er nul procent van over moeten blijven. Recycling heeft de toekomst en Friesland mag zich gelukkig prijzen dat Lankhorst daarin een frontrunner is.’

Tussen de Nederlandse en Portugese wortels van het concern legde Joop een aardige link: de dichter/scheepsarts Jan Jacob Slauerhoff lag meermalen aan de rede bij Lissabon. Zijn werk is in het Portugees vertaald en daar heel populair, en wiens gedichten door Christina Branco als fado’s op cd gezet. Omgekeerd zingt onze Nynke Laverman fado’s in het Fries. ‘De wereld is groot maar ook close,’ aldus Joop.

Directeur Sjouke Tjalsma van Lankhorst Engineered Products wees op de vier seizoenen die symbolisch zijn voor een bedrijf als Lankhorst, waar alles een nieuw leven krijgt: op dit moment de verwerking van 12.000 ton afval per jaar tot hoogwaardige producten.

SMST Friese Onderneming 2012

OUDEHASKE – SMST uit Drachten is gekozen tot Friese Onderneming van het Jaar 2012. Op Ecopark De Wierde in Oudehaske vond de finale plaats. Voor deze editie waren naast SMST Barkmeijer Shipyards uit Stroobos en OrangeGas uit Heerenveen genomineerd. De jury was unaniem in haar beoordeling. SMST werd omschreven als een bedrijf met skills & brains. Een speler op wereldniveau in een bijzondere maakindustrie met uitmuntende kennis op hoog niveau. SMST is gespecialiseerd in levering van klantspecifieke hijs-, transport-, boor- en pijplegsystemen voor met name de offshore, de maritieme industrie, de energiesector (olie- en gaswinning) en de marine. Het bedrijf is opgericht in 1990 en telt 120 medewerkers.

De jury bestond uit voorzitter Hans Konst (gedeputeerde Economische Zaken), Diana Monissen (voorzitter raad van bestuur De Friesland Zorgverzekeraar), Hans Snijder (hoofdredacteur Leeuwarder Courant) en Piet Smit (algemeen directeur Poiesz Supermarkten). Het vijfde jurylid was het publiek. Founders van de verkiezing zijn: Caparis, Deloitte, Friesland Bank, Friesland Lease, De Friesland Zorgverzekeraar, Fritom, Kamer van Koophandel Noord-Nederland, Nauta Evenementencommunicatie, Leeuwarder Courant, Randstad, Stenden University en de Provinsje Fryslân.

Op de foto algemeen Erik Hessels (met prijs, een vaas van Makkumer aardewerk gemaakt door Koninklijke Tichelaar) te midden van zijn team.

Zon motor van de Friese economie

SURHUISTERVEEN/HEERENVEEN – Gedeputeerde Hans Konst heeft zijn plannen voor zonnestroom gepresenteerd: uitbreiding met 50 MegaWatt vóór 2015. Een capaciteit van 50 MW is ruim 1% van de totale elektriciteitsvraag in Friesland. Dat is voldoende voor ongeveer 12.500 Friese huishoudens. Op dit moment ligt er ongeveer 5 MW in de provincie.

De prijs van een zonnepaneel is de afgelopen jaren sterk gedaald. Daarmee is zonne-energie een betaalbaar en groen alternatief. Vooral voor kleinverbruikers, zoals burgers en het MKB, maar ook voor agrariërs. ‘Dit is het begin van een heel zonnige periode. We willen tien keer zoveel zonnepanelen. Zon moet de motor worden van de Friese economie. De sector levert bij de geambieerde capaciteit ook nog eens 75 banen op,’ aldus Konst.

Directeur van Awizon Johan Bakker, bij wie Konst op bezoek was, is tevreden over de plannen van de provincie: ‘Zonnepanelen zijn een goede investering. Helaas is er vaak nog een verkeerd beeld van zonnepanelen. Dat het bijvoorbeeld niet aantrekkelijk zou zijn zonder subsidie. Maar ze geven meer rendement dan de rente op je spaarrekening. Daarom is het goed dat de overheid de Friese burger goed gaat informeren.’

Een doorbraak is tevens het toepassen van flexibele zonnefolie. Het bedrijf SRC Dakmanschap in Heerenveen is gespecialiseerd in duurzame dakbedekkingssystemen en oplossingen. Daar waar constructies niet sterk of geschikt genoeg zijn voor zware traditionele panelen, is de flexibele bedekking met zonnefolie een uitstekend prijsvoordelig en renderend alternatief, laat directeur Arice Kuijpers weten. Speciaal voor de snel groeiende vraag is een nieuw bedrijf in het leven geroepen: Zonel Energy Systems.

‘Rechtsgelijkheid voor beroepsvisser en recreatievisser’

Er moet maar eens een einde komen aan de bescherming van een handjevol beroepsvissers en meer rekening worden gehouden met de belangen van ruim een miljoen recreatievissers. Dat is de mening van Hans Wiersma uit Dronryp. Uit onvrede over het beleid van de Sportvisserijbond heeft Hans een eigen vissersbond opgericht, kortweg De Visbond genoemd. Met deze alternatieve vereniging wil Hans Wiersma de strijd aanbinden met wetgevers en organisaties die alleen de belangen van de beroepsvisserij voor ogen hebben. Onlangs publiceerde Hans een ingezonden artikel over deze ongelijkheid in De Volkskrant.

Wat is het probleem? ‘De beroepsvissers vissen alle binnenwateren, zoals het IJsselmeer, leeg. Dit is al jaren aan de gang en inmiddels is het punt bereikt dat de visstand dramatisch laag is en er dus voor de recreatievisser ook niets meer valt te halen. Beroepsvissers hebben een grote bijvangst aan witvissen. Deze worden gezout en gerookt en vervolgens aan Oost-Europa verkocht. Dan hebben we het bijvoorbeeld over voorns, brasems en windes. De beroepsvisserij is verantwoordelijk voor de slechte visstand. En het gevolg daarvan is een achteruitgang in de populatie vissende vogels zoals aalscholvers en futen. En er is niemand die daar iets aan doet.’

Maar de meeste sportvissers in Nederland zijn toch aangesloten bij Sportvisserij Nederland. Die kan met zoveel leden toch een vuist maken? ‘Ik weet niet wat voor mensen daar in het bestuur zitten, maar de leden worden vrijwel nooit geïnformeerd of geconsulteerd. In plaats van het behartigen van de belangen van de leden, wordt zelfs een beleid gevoerd dat gericht is tegen de leden. Denk maar aan de belachelijk hoge boetes die worden uitgedeeld als een recreatievisser ondermaatse of beschermde vis in bezit heeft. En die boetes gelden niet voor de beroepsvissers.’

Wat wil De Visbond bereiken? ‘Wij willen dat recreatievissers dezelfde rechten hebben als beroepsvissers, of andersom, dat de beroepsvissers dezelfde plichten hebben als sportvissers. Er zijn in Nederland nog maar 170 beroepsvissers. Het is van de gekke dat die blijkbaar koste wat het kost worden beschermd, terwijl ze zelf verantwoordelijk zijn voor de ondergang van hun beroepsgroep. Dat beroepsvissers zelfs worden uitgekocht is ten hemel schreiend. Gewoon de zaak sluiten en iets anders beginnen. Mijnwerkers en keuterboeren werden in het verleden toch ook niet gecompenseerd? Ik ben van mening dat als de beroepsvisserij niet meer bestaat, de meren binnen vijf jaar weer vol zitten met vis. ‘

Op welke wijze wil De Visbond de strijd aangaan? ‘Veel publiciteit vragen voor het onderwerp zodat het verhaal bekend wordt. Het stuk in De Volkskrant was mooi, maar heeft niet het aantal reacties opgeleverd waar ik op had gehoopt. Hoe groter het ledenaantal van De Visbond, hoe beter. We bestaan een jaar en hebben bijna twintig leden, dat aantal moet nog wel even flink groeien. We zijn bezig juridische mogelijkheden te onderzoeken om de rechtsongelijkheid aan te pakken. Maar het kost veel tijd en we hebben te maken met tegenwerking. Als ik bij visafslag Urk vangstgegevens opvraag, krijg ik nul op het rekest. Ook de gemeenten die de vergunningen verstrekken voor het leegtrekken van de IJsselmeerhavens zijn niet welwillend in het geven van informatie.’

U strijdt ook voor duurzame visserij. Wat is uw aanpak? ‘Een ander doel van onze visbond is een certificaat van duurzame vis voor met de hengel gevangen vis. In Duitsland staat met de hengel gevangen vis als duurzame vis op de menukaart in restaurants, dat is een mooi initiatief. Beroepsvissers maken gebruik van netten waardoor er veel bijvangst is en veel vis kapot gaat, dat is niet duurzaam. Het moet dan ook mogelijk zijn voor sportvissers om duurzaam gevangen vis te koop aan te bieden als ze dat willen. Dit heeft weer te maken met die rechtsgelijkheid. Ik denk dat beroepsvissers en recreatievissers prima naast elkaar kunnen bestaan zodra beide gelijk worden behandeld. Als beroepsvissers niet meer met netten vangen, maar op een duurzame manier, dan zijn er ook geen grote investeringen meer nodig. Ik denk dat vissers op deze manier best een boterham kunnen verdienen en het komt ten goede aan de visstand.’

BMW 3 Serie doet autofans jubelen

HEERENVEEN – Zoals altijd maakte Sybren van der Goot van De Beier wat speciaals van een introductie. Ditmaal was dat bij de lancering van de nieuwe BMW 3 Serie. Een schitterende auto die alle verwachtingen overtreft en die dankzij de groene labels voordelig geprijsd is, hoewel BMW de auto ook scherp in de markt heeft gezet om met name Audi af te troeven.

[banner]

De 3 Serie is het kernmodel van BMW, zeg maar de gangmaker. Van de 3 worden de meeste BMW’s verkocht. Het model is het verkoopfundament. Maar dat niet alleen. De 3 is het DNA van BMW en slaat een brug tussen de overige modellen. Het is zowel een zakenauto, een sportauto als een familieauto. Vind dat maar eens bij een ander merk.

Verkoopadviseur Jaco Zoer is lovend over de nieuwe 3: ‘Dit is een hele mooie en dynamische auto met een luxe uitstraling. Tot in detail prachtig afgewerkt. Dit model lijkt groter dan de vorige, maar is het niet, ofschoon de wielbasis iets verlengd is.’ Bijzonder is het dat BMW zeer sportieve auto’s met hele schone motoren weet uit te rusten. De Beierse autofabrikant is het meest innovatie automerk ter wereld. In de entree van de ‘luchtkusseniglo’ waarin de 3 Serie werd gepresenteerd, had De Beier de evolutie van de 3 mooi op een rijtje gezet: de E21 (1975), de E30 (1983), de E36 (1991), de E46 (1998) en de E90 (2005). Deze 3 Serie is voort-gevloeid uit de beroemde 1600 Serie, die BMW eind jaren zestig van de ondergang redde en de basis vormde voor een opmars die is uitgemond in de status van het mondiaal meest succesvolle automerk.

De presentatie werd afgesloten met een intieme afterparty.

Champagne en kaviaar op de Holwerder pier

HOLWERD – Met kaviaar en champagne op weg naar Ameland, of weer terug naar huis. Het kan allemaal op de nieuwe veerterminal die Wagenborg Passagiersdiensten heeft geopend. Deze nieuwe voorziening – met comfortabele bovenlounge van waaruit een weids panorama op het Wad wordt geboden – is een geweldige opwaardering van het tussenstation aan het eind van de Holwerder pier.

[banner]

Directeur Ger van Langen glom van trots tijdens de officiële opening, die werd verricht door gedeputeerde Tineke Schokker. Ze vond het een mooie ontwikkeling: ‘Je eilandvakantie begint namelijk al op de vaste wal, nog voordat je op de veerboot stapt. Niemand die de boot wil missen en mensen zorgen dat ze op tijd op de veerkade zijn. Nog vroeger gaan is aan te bevelen, want je kunt hier nu geweldig shoppen. Holwerd en Ameland hebben er een attractie bij. Dit helpt mee in het aantrekken van toeristen. Een provincie als Friesland moet het daar van hebben.’

Over shoppen gesproken: een keur aan topproducten wordt geboden in de winkelboetieks die door Wagenborg zelf worden geëxploiteerd. Delicatessen van Jacobus Toet, de mooiste hammen en kazen, veel lekkernijen uit de Méditerranée, kwaliteitswijnen, verrassende cadeauartikelen, speciale bloemen, sieraden en juwelen van Dineke Helsloot, exclusieve bad- en recreatiemode, kaviaar en natuurlijk Laurent-Perrier van Martijn Kwast, die bij de opening aanwezig was. ‘Zo begint je vakantie pas echt goed,’ lachte hij.

Er zijn avonturiers die twee keer shoppen. Op weg naar Ameland om het liefje te verrassen en terug naar huis om de eigen partner te verwennen! Voor de exploitatie is dat niet nodig, liet Ger weten. ‘Hier passeren jaarlijks 1,2 miljoen mensen. Als één op de honderd hier wat koopt zitten we goed,’ zei hij over de investering, die gedurfd lijkt maar dus een goed vooruitzicht biedt.

Mensen zullen richting Ameland nog meer de tijd nemen en zeker krijgen. Wagenborg heeft het reserveringssysteem geautomatiseerd. Thuis een veerkaartje regelen en betalen en bij de kassa meteen door lopen. Ger: ‘We bieden ook nog een app zodat je niet eens achter je laptop hoeft te zitten.’

Burgemeester Albert de Hoop van Ameland vindt de luxe niet te mondain: ‘Ameland blijft gewoon een familie-eiland voor iedereen. Ik vind het vooral goed voor Holwerd wat hier is gebeurd. Maak Holwerd aan Zee van deze pier! Spuit een strandje op, creëer een speelparadijsje en zorg voor meubilair. Er zijn genoeg mensen die hier een dagje willen doorbrengen zonder naar Ameland te hoeven. De toeristenstromen maken het dynamisch. Ik zou het wel weten als ik ondernemer was en jaarlijks zeshonderdduizend gasten aan mij voorbij zag trekken, dan begon ik een eethuisje of iets dergelijks. Holwerd is wat ingedut en heeft impulsen nodig.’

Bouwgroep DijkstraDraisma leverde weer eens een huzarenstukje. In drie maanden werd deze mooie klus geklaard. Biense Dijkstra vertelde hoe zijn bedrijf dat flikt: ‘Wij doen alle voorbereiding al zonder dat er een formele opdracht ligt. Dat kan omdat wij op basis van vertrouwen werken. Voorkeursklanten betalen wij binnen acht dagen en wat er dan omgekeerd gebeurt is dat wij weer een preferred supplier van bijvoorbeeld Wagenborg worden. In andere projecten is de aanloop hetzelfde, zoals de bouw van het Antoniusziekenhuis in Sneek. Op voorhand, bij de laagste offerte maar nog zonder go, werd door ons geïnvesteerd en voorgefinancierd in voorbereiding. Die zijn er niet veel in ons land!’ Dit hebben we nog nooit beleefd, zei het projectteam in Sneek. Maar wij waren wél op tijd klaar. Je moet de tijdwinst op de heenreis pakken.’

Ger van Langen hoorde het tevreden aan: ‘Deze accommodatie betekent een meerwaarde waar iedereen baat bij heeft: ‘Holwerd, Ameland, Friesland en wij!’

‘Als jonge ondernemer ben je een underdog, dat kan een voordelige positie zijn’

Naam Jan Michiel van der Gang | Leeftijd 37 | Woonplaats Dokkum | Burgerlijke staat Samenwonend met Janneke Dijkstra | Functie Eigenaar VanderGang Herenkleding en VanderGang Kleermakers (sinds 1873) | Locatie Herberg De Waard van Ternaard | Gastheer/chef-kok Michael Roest | Bediening Danny Cramer

Was het een uitgemaakte zaak dat je het bedrijf van je ouders overnam? ‘Als je net als ik toen ik een jongetje was over de winkelvloer kruipt om de hangers op te ruimen, dan word je in die richting geduwd. Zelf had ik niet een vastomlijnd idee daarover.’

Wat wilde je worden? ‘Architectuur trok mij, en nog steeds. Ik vind het mooi om een gebouw te ontwerpen of in te richten. Zo nu en dan kan ik mijn ei kwijt als de zaak wordt verbouwd, een nieuwe styling krijgt of wanneer ik nieuwe woonruimte heb. Toen ik boven de zaak woonde heb ik de oude kleermakerij verbouwd en aan de woonruimte toegevoegd. Vorig jaar heb ik een voormalige schelpenloods gekocht. Het is een karaktervol pand. Een uitdagend project om wat moois van te maken. Janneke en ik zijn er nog mee bezig. Deze zomer is het klaar.’

Wanneer besloot je de familietraditie voort te zetten? ‘Dat was in 1997. Mijn vader werd ziek en was niet in staat door te gaan. Ik werd voor de keus gesteld. Het was ja of nee. Wel, het werd het eerste. Op 1 januari 1998 heb ik de zaak overgenomen. Een hele overgang voor mij. Ik zat op de Textiel Management Opleiding in Doorn. Vrije keus hoor, dus het bloed kroop toch waar het niet kon gaan. Dan weet je: die kant zal het wel opgaan. Ik was zeventien toen ik zaterdags begon mee te helpen. Mijn eerste klant was een Groninger. Dat ging me gemakkelijk af.’

Je was nog jong toen je er in je uppie voor stond. ‘Ik was 23. Het heeft voor- en nadelen als je zo jong een eigen zaak hebt. Ik stond op het punt naar Amerika te gaan en daar rond te reizen. Daar kwam dus niks van terecht. Het voordeel van jong beginnen is dat je, als het goed gaat, langer aan vermogen kan werken en misschien wat eerder toe komt aan privéplannen. Zo’n reis naar Amerika moet ik later maar inhalen. Verder ben je als jonge ondernemer een underdog en dat kan een voordelige positie zijn. Ik heb er gebruik van gemaakt.’

Hoe? ‘Door tegelijk bescheiden en doortastend te zijn. Ik heb dikwijls gemerkt dat mij de handel werd gegund.’

Vroeg jij je af, toen je jong was, hoe je de kost zou verdienen? ‘Nee. Ik kreeg er eigenlijk ook niet de kans voor. Het is vanzelf gegaan. Ik kan goed leven. Maar ik heb geen hoge eisen en evenmin de drang om elk jaar in een nieuwe auto te rijden. Ik heb een prachtig vak en daarnaast wil ik vrij en zonder zorgen leven waarbij ik mij op zijn tijd trakteer op een vakantie. Ik mag graag onderweg zijn omdat ik nieuwsgierig ben naar mensen, nieuwe omgevingen en andere culturen. Dat hoeft niet ver van huis te zijn, hoor. Een oversteek naar Schier en dan op het terras van Van der Werff vind ik al een prachtig uitstapje.’

Wat is een mooie uitgave in je bestedingspatroon? ‘Samen met tien andere aandeelhouders heb ik geld gestoken in Investion. Dat is een participatiebedrijf met veertien deelnemingen in diverse sectoren, zoals leasing, ict, televisies enzovoorts. Bedrijven van jonge ondernemers die in de tweede groeifase zitten. Die zich dus al hebben bewezen maar een extra duw nodig hebben om te investeren. Dit is leuker dan geld op de bank te zetten. Bovendien is het rendement niet onaardig. Het leuke is om je te verdiepen in bedrijven, markten en kansen. Daar komt bij dat ook hier mijn nieuwsgierigheid wordt bevredigd. Dit fonds brengt mij in contact met bijzondere mensen, interessante activiteiten en nieuwe oorden.’

Menu | Amuse – Aardappelgratin met bieslookmayo/kroket van zoete ui met saus van tijm/gekaramelliseerd tomaatje | Voorgerecht – Salade van zoete aardappel met radijs, hangop, lavas en piccalilly | Hoofdgerecht – Wilde ree met reductie van boerenkool, schorseneren en aardpeer | Dessert amuse – Sorbet Açai met schuim van pepermunt | Nagerecht – Mousse van limoen met sponscake van kokos en ijs van witte chocolade

Italiaanse taferelen op Lauswolt

BEETSTERZWAAG – De Elfstedentocht mocht dan afgeblazen zijn, wat in Friesland wel gewoon doorging was een groot Italiaans feestdiner van Pasta e Basta op Bilderberg Landgoed Lauswolt.

[banner]

‘Aan de ene kant was het jammer dat de Tocht der Tochten niet kon worden gehouden want we hadden reserveringen uit de hele wereld, maar van een Elfstedensfeer waren we al zeker omdat we het geweldige team van Hans Duijf drie dagen lang op bezoek hadden,’ zei een opgetogen directeur Marc van Gulick.

Hans en Marc vonden elkaar in dit concept: alle deuren en registers op Lauswolt gingen open. Het gebeurt niet vaak dat Pasta e Basta de vertrouwde basis in Amsterdam verlaat en op locatie acte de presence geeft. Hans: ‘We zijn één keer eerder in Friesland te gast geweest en dat was bij het afscheidsfeest van Ed Nijpels als commissaris van de Koningin, dat werd gehouden in zijn woonboerderij in Dijken. Dat was een prachtige happening.’

Het evenement op Lauswolt deed er niet voor onder. Er waren zo’n 350 gasten in totaal en iedereen was laaiend enthousiast. De zingende bedieningsbrigade van het fameuze Italiaanse restaurant luisterde de diners op met schitterende popsongs, ballads, duetten, aria’s, evergreens en jazznummers.

Otto Lenselink en zijn Marian genoten met volle teugen. ‘Dit is het nieuwe eten: Bourgondisch tafelen. Je ziet hier aan de ambiance hoe geweldig dat is. Restaurants zouden meer kunnen doen dan alleen koken. Breng entertainment!’ aldus Otto. Bilderberg-directeur Dries van der Vossen was al even enthousiast: ‘Dit past heel goed op Lauswolt.’

Dat vond ook Luc Dahlhaus, de vroegere voorzitter van de raad van bestuur van Friesland Foods (nu FrieslandCampina), die vlak om de hoek van Lauwolt woont: ‘Mijn vrouw Stance en ik zeiden meteen: daar moeten we naar toe.’

Een ander opvallend gezicht was Tanja Beljon van het nieuwe Hotel Van der Valk in Sneek. ‘Dit is niet alleen eten, maar ook uitgaan. Een prachtige avond, en heel inspirerend voor ons,’ zei zij.

Chef-kok Geert Jan Vaartjes leverde met zijn team een prestatie alsof hiju nooit anders dan Italiaans heeft gekookt: ‘We hebben alles zelf gedaan. Wel ben ik in Amsterdam geweest om daar in de keuken te kijken.’

Hans Duijf vindt Lauswolt en Pasta e Basta een prima combinatie: ‘Dit is de mooiste tent, de mooiste keuken en de mooiste locatie en wij hebben de mooiste talenten.’ Marc van Gulick tenslotte: ‘Dit gaan we elk jaar doen!’

Langweer ontpopt zich als restaurantdorp

LANGWEER – ‘Nóg een eetgelegenheid?,’ zie je Langweerders zich afvragend en de wenkbrauwen fronsend. Inderdaad, het watersportdorp heeft er een restaurant bij. Brasserie AnderS aan de Buorren opende de deuren. Het is de achtste zaak in de dorpsstraat waar je kunt eten. Eetcafé Huub, Noflik, Het Wapen van Langweer, De Drie Zwaantjes, cafetaria ’t Hoekje, het Italiaans restaurant La Buona Cucina en ’t Jagertje waren er al. Algemeen wordt verondersteld dat er zaken zullen omvallen, want in Langweer is ’s winters niks te doen en van het eigen dorp met zijn 900 inwoners heeft de horeca het al nooit moeten hebben.

Maar de mensen die denken dat de potentie onvoldoende is, hebben het mis. Het ligt namelijk aan de uitbaters zelf of ze het zullen redden. Biedt iedereen kwaliteit, dan zullen ze de restauranthouders elkaars positie alleen maar versterken. Want dan wordt eten in Langweer thematisch. Mensen zullen dan juist in zo’n plaats bij voorkeur willen eten ‘vanwege al die leuke en goede restaurants’. De ligging van het dorp, middenin het merengebied, en de prachtige dorpskom met de fraaie lindebomen doen de rest. Mensen trekken mensen en dus kan er een vliegwieleffect ontstaan: volle terrassen en goed bezette restaurants. Kijk naar dat restaurantdorp bij uitstek: Beetsterzwaag.

De scepsis in Langweer is niettemin op zijn plaats. Er heerst nu eenmaal afgunst en kinnesinne in het dorp. Het is de ondernemers moeilijk aan het verstand te brengen dat je met een breed gedragen campagne meer bereikt dan met navelstaarderij en een overlevingsstrategie op leven en dood. Juist nu moeten ze laten zien dat ze het dorp dat extra’s kunnen geven. Een groot aantal horecazaken en een bruisend uitgaansleven hoort bij Langweer. Vanaf de jaren zestig kreeg het dorp die status. Halverwege de jaren negentig trad het verval in, maar langzaam maar zeker krijgt het dorp weer wat van zijn oude grandeur terug. Inwoners moeten niet zeuren. Wie het te druk of te lawaaiig vindt gaat maar aan de rand van het dorp wonen, of de beschutting zoeken van een bejaardentehuis in Joure.

Alles staat of valt nu met het ondernemerschap. Lange tijd waren er avonturiers in Langweer actief, maar het niveau is omhoog gegaan. ’t Jagertje, aangesloten bij Fryslân Culinair, is een topzaak met chef Fred Wielinga achter het fornuis. Cees Jan Koek van La Buona Cucina is uit het goede hout gesneden want vader Wim was een van de beste gastheren in het hele noorden. De hoogaangeschreven familie Bergsma, bekend van het karakteristieke café in Easterein, geeft een nieuwe (Friese) impuls met Noflik. Dan zijn er nog Huub, Het Wapen en De Drie Zwaantjes. Alle drie volkszaken waar het goed toeven is.

De nieuwe loot aan de stam is het strak vormgegeven AnderS (eten, drinken, anders). En het is ook echt heel anders. Een verrijking voor het dorp. De man die de moed had om in het voormalig casino, eigendom van William Kuipers, een brasserie te beginnen is de zeer vakbekwame Auke Sonsma (vandaar die hoofdletters A en S in de naam). Niet de eerste de beste. Auke, wiens pake Auke en heit Johannes een slagerij in Langweer runden, deed ervaring op in meerdere restaurants in binnen- en buitenland. De laatste twee zaken waar hij als chef-kok de scepter zwaaide waren het niet meer bestaande De Connoisseur in Lemmer en Hampshire Landhotel Legemeer. Auke vroeg zijn eerste patroon Anne Alkema van De Wilgenhoeve in Drachten om de brasserie te dopen door een fles champagne tegen de gevel stuk te slaan, wat na drie pogingen lukte. Alkema: ‘Ik had meteen door dat ik een hele goeie aan Auke zou hebben. Een jongen die stil zijn eigen gang gaat. Iemand met wie je geen ruzie kunt krijgen, ofschoon hij een binnenvetter is die in de acht jaar dat hij bij mij werkte twee keer kwaad is geworden.’

AnderS gaat voorlopig vijf dagen per week open (van woensdag tot en met zondag) van tien tot tien. Dat zijn tijden die opvallen in Langweer. De vroege vogel vangt de worm, moet Auke hebben gedacht.

Wat de gast kan verwachten? Auke: ‘Warme gastvrijheid en een prettige ambiance. Men kan bij ons terecht voor een kop koffie, speciale broodjes en veel meer, een zakenlunch, diner en goede wijn. Dus voor alle momenten van de dag. Verder gaan we speciale dingen doen als kookworkshops. Anders dan men hier gewend is dus.’

Boot Holland in teken van elektrisch varen

LEEUWARDEN – Het ijs lag nog in de vaarten, maar in Leeuwarden was er al het watersportgevoel, hoewel iedereen de adem inhield of de Elfstedentocht zou doorgaan. Want dat zou de aandacht voor Boot Holland tot een minimum beperken. Toen de tocht op woensdag 8 februari werd afgeblazen waren er in WTC Expo, waar het Elfsteden-presidium met de complete landelijke pers bijeenzat, niet louter teleurgestelde gezichten. Pieter Fokkema bijvoorbeeld, projectmanager van Boot Holland, sprong een gat in de lucht!

In aanwezigheid van Hugo Snoekc, voorzitter van het Koninklijk Nederlands Watersport Verbond, werd de 22ste editie van Boot Holland geopend. Op de beurs waren 300 exposanten present en vielen er 70 primeurs te noteren. Boot Holland, ondersteund door de 100-jarige hoofdsponsor Yanmar, stond in het teken van elektrisch varen. Friesland was de afgelopen twee jaar proeftuin voor elektrisch varen en dat heeft geresulteerd tot een vloot van inmiddels 450 schepen die elektrisch worden aangedreven. De CO2-reductie bedraagt thans 61 ton per jaar. Verder vertelde gedeputeerde Jannewietske de Vries over het Friese Merenproject dat centraal stond in de Friezenhal.

Dit watersportseizoen hebben de provincie en politie Fryslân extra aandacht voor jonge watersporters. ’s Zomers komen veel klachten binnen over jongeren in rubberbootjes die overlast veroorzaken. Met de campagne Handle je pk’s willen de provincie en politie jongeren de reglementen leren en ze bewust maken van de gevaren van snelvaren. Tweede Kamerlid Sander de Rouwe gaf op Boot Holland de aftrap voor de campagne. Met een speciale vaarsimulator kunnen bezoekers hun vaarkunsten testen. Sander nam als eerste plaats en had de grootste moeite om met zijn snelle rubberboot binnen de betonning te blijven.

Wat opviel op de beurs was de lelijkheid van de nieuwe modellen motorboten. Het lijkt wel of de obesitas ook op het water heeft toegeslagen. Om allerlei voorzieningen in een schip te prutsen (wc, douche, kooktoestel, magnetron, koelkast, vaatwasser, stroom, techniek, tv, zitjes, tafeltjes, kledingkasten, slaapplekken) worden boten dikbuikig gemaakt, waardoor de lijn van het schip afzichtelijk wordt. Wie ruimte en voorzieningen aan boord wil creëren moet gewoon voldoende lengte tekenen. Maar ja, lengte kost geld en dus maken we er maar een log monster van. Het wordt er op het water niet mooier op met al die varende caravans.

Nieuwe aandeelhouder Paques Balk

BALK – Susanne Klatten is via haar investeringsfonds SKion GmbH medeaandeelhouder (20%) geworden van het watertechnologiebedrijf Paques in Balk.

Algemeen directeur Rob Heim van Paques is blij met de nieuwe aandeelhouder: ‘Voor Paques is het waardevol om twee familiebedrijven die beide een lange termijnvisie voorstaan als aandeelhouder van deze onderneming te hebben.

De toetreding van SKion helpt Paques met het versnellen van investeringen in innovatie en verhoogt het de snelheid van implementatie en valorisatie van nieuwe technologiën. Naast productontwikkeling zal Paques ook haar martktpositie versterken.’

Provinciehuis genomineerd voor Gebouw van het Jaar

Het provinciehuis van Friesland is in de race om Gebouw van het Jaar 2012 te worden. De Bond van Nederlandse Architecten (BNA) nomineerde in de Noord-Nederlandse voorronde het Provinsjehûs samen met het Laboratorium voor Infectieziekten in Groningen. Op donderdag 12 april wordt bekend welk van deze twee gebouwen meedingt naar de landelijke prijs. Dat gebeurt in het Drents Museum te Assen. Die nationale prijsuitreiking vindt plaats op woensdag 16 mei in Amsterdam.

Eind vorig jaar nam de provincie haar nieuwe provinciehuis in gebruik. Het gebouw, naar ontwerp van Soeters Van Eldonk Architecten, bestaat uit een deel nieuwbouw en een deel restauratie van monumentale panden.

Tineke Schokker, tijdens de bouw verantwoordelijk gedeputeerde, is blij met de nominatie: ‘We hebben een prachtig gebouw neergezet aan de Tweebaksmarkt. Daarmee geven we de straat en Leeuwarden weer nieuw cachet. Ik vind het een geweldige opsteker dat ons Provinsjehûs nu genomineerd is voor deze architectuurprijs,’ aldus de gedeputeerde.

In totaal zijn 309 gebouwen in de race voor de titel. Elke regio kiest eerst welk gebouw meedoet in de landelijke strijd om Gebouw van het Jaar 2012 te worden. Alle 309 gebouwen dingen mee naar de publieksprijs. Het gebouw met de meeste publieksstemmen wint. Stemmen kan tot en met 30 april 2012 via www.bnagebouwvanhetjaar.nl

De prijs Gebouw van het Jaar is een initiatief van de Bond van Nederlandse Architecten met als doel de culturele en maatschappelijke positie van architect en architectuur te versterken. De prijs is bedoeld om potentiële opdrachtgevers, media en publiek een breed overzicht te bieden van de kwaliteit van de Nederlandse architectuur.

Hypodomus gaat verder als Kamminga Makelaars

LEEUWARDEN – Hypodomus Leeuwarden  Kamminga Makelaars (opgericht in 2004) hun krachten. Samen gaan ze verder onder de naam Kamminga Makelaars. Naast aan- en verkoopdiensten, biedt het makelaarskantoor nu ook hypotheekadvies aan haar klanten onder de naam Kamminga Hypotheken.

De samenwerking is een logisch gevolg van de ontwikkelingen in de markt. Lieuwe Jan Kamminga: ‘Wij zijn actief op de markt en hebben altijd onze werkwijze afgestemd op de specifieke wensen, eisen en financiële positie van onze klant. Dit noemen wij deskundigheid op maat.’ Peter Dijkstra van Hypodomus Leeuwarden vult aan: ‘Door nu ook hypotheken aan te bieden, vormt Kamminga Makelaars een onestopshop voor iedere huizenzoeker- en koper. Zo zijn wij vanaf het begin betrokken en begeleiden wij het hele proces van zoektocht tot aankoop en financiering van de woning.’

Portena Logistiek neemt transport Spooren over

HEERENVEEN – Portena Logistiek heeft een deel van de logistieke activiteiten van Spooren BV in Waardenburg overgenomen. De overname behelst het distributiepakket van levensmiddelen inclusief zes vrachtwagencombinaties en vijf chauffeurs. Spooren is gespecialiseerd in distributie, opslag en voorraadbeheer van zoetwaren en chocoladeproducten. ‘We hebben het volledige transport- en distributienetwerk overgenomen,’ stelt René Visser, algemeen directeur van Portena.

Deze nieuwe acquisitie draagt bij aan een sterkere positie van de logistieke onderneming uit Heerenveen, die veel voedingsmiddelen distribueert en daarin een fijnmazig landelijk netwerk heeft. Portena beschikt in Heerenveen over een warehousecomplex dat 60.000 m² bestrijkt. Visser: ‘Het pakket van Spooren sluit naadloos aan op ons pakket en is gemakkelijk te integreren in onze distributiestromen, die op onze routes richting zuiden en België geïntensiveerd worden. Wij maken hierin een mooie efficiencyslag.’

Er is in strategisch opzicht nog een voordeel aan de uitbreiding. Visser: ‘Wij wilden al een poos een steunpunt in centraal Nederland en dus biedt de gebruikmaking van het warehouse van Spooren in Waardenburg ons meer mogelijkheden. De capaciteit van dit warehouse, 13.000 m² groot waarin ruimte voor 12.000 palletplaatsen, is toegesneden op de omvang van onze activiteiten. Wij kunnen vanuit dit cross-dock magazijn onze goederenstromen nog efficiënter beheersen. Onze ambitie om landelijk meer opdrachtgevers aan ons te binden en door te groeien, ligt in de nieuwe situatie beter binnen ons bereik.’

Door de overname is Concorp International indirect een belangrijke opdrachtgever van Portena geworden omdat Spooren ondermeer de distributie en orderpicking voor dit zoetwarenconcern verzorgt. Bekende merken van Concorp zijn Autodrop, Fisherman’s Friend, Skittles en Ricola. De hoofdvestiging van Concorp zetelt in Oisterwijk. Productievestigingen staan in Jirnsum (voorheen Van Slooten) en Waddinxveen (voorheen Schuttelaar).

Aandacht voor vrijwilligers bij Dalstra Reizen

SURHUISTERVEEN – Hoe stimuleer je vrijwilligers? Dat was het thema van een bezoek dat verenigingsbestuurders aan Dalstra Reizen in Surhuisterveen brachten. Deze touroperator verzorgt ondermeer het vervoer van veel (sport)verenigingen en daar lag dus een link. Verenigingen kunnen niet zonder vrijwilligers. Dat heeft Dalstra Reizen maar al te goed in de gaten.

Als gastspreker was erevoorzitter Riemer van der Velde van sc Heerenveen uitgenodigd. Dat mag dan een topclub zijn, ook Heerenveen steunt op een groot korps van mensen dat zich al dan niet tegen een kleine vergoeding vrijwillig inzet. Van Riemer is een treffende uitspraak bekend: als je als bestuurder geen vrijwilligers weet te vinden, moet je stoppen.

Tegen deze achtergrond werd hij ooit voorzitter van vv Bakkeveen, waar een gebrek aan motivatie was. Riemer beloofde binnen een dag tien vrijwilligers voor de kantine te hebben en die waren er de volgende dag.

Iemand die door niemand uit het dorp erbij werd gehaald, die sociaal een beetje alleen stond, kreeg weer zelfvertrouwen en zelfrespect toen Riemer bij hem aanklopte: ‘Die man zag alleen al het verzoek als een vorm van waardering. Hij was net als veel anderen nog nooit voor iets gevraagd.’

Om vrijwilligers aan je te binden moet je volgens Riemer drie dingen doen: verantwoordelijkheid geven, waardering tonen en helder communiceren. Het zijn kernzaken die aan de basis liggen van de kracht van het vrijwilligerskorps van Heerenveen. Maar gemakkelijk gaat vrijwilligers werven niet altijd, bleek uit reacties van aanwezigen. Met name penningmeesters zijn moeilijk te vinden. Velen durven een dergelijke functie niet aan omdat men hoofdelijk aansprakelijk voor de gang van zaken kan worden gesteld.

Riemer van der Velde was om nog een andere reden geïnviteerd, namelijk in zijn rol van voorzitter van het Jopie Huisman Museum. Dalstra Reizen is lid van het ondernemersatelier van het museum, dat eveneens draait op een groot team van loyale vrijwilligers. Ze zijn de kurk waar het museum op drijft. Ze hebben bovendien een meerwaarde, liet Riemer weten, refererend aan een bezoek dat hij bracht aan het Fries Museum, dat in tegenstelling tot het Jopie Huisman Museum wel wordt gesubsidieerd en waar louter betaalde krachten in dienst zijn.

Riemer: ‘Ik kwam daar en ik werd niet welkom geheten. De medewerker achter de balie had een ongeïnteresseerde houding en er kon nog geen asjeblieft van af. Een plezierige rondgang werd me niet gewenst en er werd me geen gids meegegeven. De ontvangst stond in schril contrast tot wat de bezoekers in het Jopie Huisman Museum gewend zijn. Vrijwilligers geven warmte en ze zijn gemotiveerd.’ Bij Dalstra Reizen hangen litho’s van schilderijen van Jopie. Dat is een manier het museum onder de aandacht te brengen om het jaarlijks aantal bezoekers van 53.000, waarmee het Jopie Huisman Museum nummer één is in Friesland, op peil te houden.

Vervolgens werd een rondleiding gegeven door het bedrijf, dat over 30 touringcars beschikt, door heel Europa rijdt en wereldwijd reizen aanbiedt naar een groot scala aan bestemmingen. Een knappe prestatie om vanuit Surhuisterveen zo’n positie te hebben opgebouwd.

Wat is Leeuwarden zonder veemarkt?

LEEUWARDEN – Geen veemarkt meer in Leeuwarden, dat was een reëel doemscenario. Gelukkig kwam er redding. Uit de markt zelf. Tien jaar geleden werd de Stichting Veehandelcentrum Noord-Nederland (SVNN) – in de volksmond Veemarkt Leeuwarden – opgericht. Sindsdien zijn er één miljoen dieren verhandeld. Beide mijlpalen werden gevierd met een marktontbijt.

Aanleiding tot de oprichting was de MKZ-crisis in 2001 waarvan het gevolg was dat de regelgeving werd aangescherpt. Het werd verboden om dieren ‘voor het leven’ te verzamelen. Afvoer van vee naar melkveehouderij- en weidebedrijven werd eveneens verboden. Dit betekende dat alleen voor de slacht bestemde dieren mochten worden aangevoerd. De handel werd enorm beperkt.

Veemarkten stonden voor grote investeringen en de meesten (Leeuwarden, Groningen, Doetinchem, Leiden, Den Bosch en Zwolle) gingen dicht. Alleen Utrecht en Purmerend besloten door te gaan. De 20 particuliere verzamelcentra, veelal geëxploiteerd door veehandelaren, konden vanwege hun kleinere omvang met geringe investeringen wel aan de nieuwe regelgeving voldoen. Het aantal groeide dan ook tot ca. 60 op dit moment. Op deze centra is er maar één koper en de vrije handel dreigde dus te verdwijnen.

De veehandel werd gedwongen meer rechtstreeks te leveren aan slachterijen waarbij de kleinere de strijd in de economische disbalans dreigden te verliezen, terwijl juist die bereid waren een hogere prijs voor de gewenste kwaliteit te betalen. Hoe kreeg je bovendien de dieren op de juiste bestemming? Er ontstonden lange wachtrijen voor vleesveehouderijen en slachterijen, zonder selectie op soort, kwaliteit en gewicht. Importkalveren brachten daardoor veel meer geld op.

De veehandel was de kluts kwijt door het ontbreken van een referentiekader voor de waardebepaling van de dieren. De afdeling Friesland van de Nederlandse Bond van Handelaren in Vee (NBHV) vond de situatie onwerkbaar en onderzocht, tegen de stroom in, de mogelijkheden om de exploitatie van de veemarkt, toen in handen van het FEC, over te nemen. Dat werd met hulp van verschillende partijen (o.a. de provincie, gemeente Leeuwarden, NBHV) een feit. Door de aanpassingen kreeg de veemarkt een exporterkenning en dat was de redding. Ondernemende veehandelaren zochten afzetkanalen in Duitsland en België. Zo ontstond er samen met de kleinere slachterijen handel en groeide de aanvoer. Dit trok de grotere slachterijen, die aanvankelijk dieren van de veemarkt weigerden. Toen in 2003 de mogelijkheid werd geboden om ook weer weidevee te verhandelen was dit een extra stimulans.

In 2011 is de regelgeving wéér aangescherpt zodat het verhandelen van weidevee praktisch onmogelijk is geworden. Weidebedrijven wijken uit naar naar het buitenland omdat import van deze dieren gek genoeg nauwelijks aan regels is gebonden. De veehandel hoopt dat de regels worden aangepast om, mede door het mogelijk maken van het verhandelen van weideschapen, de veemarkten optimaal kunnen functioneren.

Tien jaar na dato concludeert de SVNN dat het in standhouden van de veemarkten (Leeuwarden, Purmerend en Bunnik) een goede zaak is geweest. En zeg nou zelf: wat is Leeuwarden zonder veemarkt?

Statige Friese staten en stinzen

OENKERK – 2012 is het Themajaar van de Historische Buitenplaats. Vooruitlopend op de landelijke opening werd in de brasserie van Stania State in Oenkerk een startbijeenkomst gehouden van een feestelijk en actief jaar op de vele staten en stinzen in Friesland. In onze provincie zijn veel historische buitenplaatsen opgericht. Er zijn er veel verdwenen, maar nog altijd mag Friesland bogen op tientallen bijzondere gebouwen. Het publiek kan dankzij Steunpunt Monumentenzorg Fryslân kennismaken met de stinzencultuur op open dagen. Tijdens de bijeenkomst werd het eerste exemplaar van het magazine ‘In Alle Staten’ overhandigd aan Commissaris der Koningin John Jorritsma. Historica, schrijfster en etiquettekenner Reinildis van Ditshuyzen, niet onbekend met onze provincie, gaf een lezing over de betekenis van de staten en stinzen in Friesland.

Shoot off met Marco van Basten

LEEUWARDEN – Marco van Basten, op de foto geflankeerd door Rick Reiding (links) en directievoorzitter Robert Veenstra van sc Heerenveen, staat klaar om af te schieten. Niet met een bal, maar met de puck. De nieuwe hoofdcoach van Heerenveen was uitgenodigd om in de Leeuwarder ijshal mee te doen in een trainingspotje van de Chiefs, de zaterdagochtendploeg waarin Rick en Robert hun strijdlust kwijt kunnen.

‘Marco was heel geïnteresseerd in deze sport die ik al vanaf mijn jeugd beoefen. Om die reden nodigde ik hem uit eens mee te doen en daar ging hij graag op in,’ aldus Robert. Voor zijn ploeggenoten kwam de entree van Van Basten als een volslagen verrassing. De Chiefs zijn een gelegenheidsteam van liefhebbers, oud-ijshockeyers en mannen die nog steeds competitie spelen.

Volgens Rick toonde Van Basten zich een snelle leerling: ‘Hij heeft een goed spelinzicht. Als hij zijn schaatstechniek zou ontwikkelen kan hij nog een verdienstelijk ijshockeyer worden.’ Robert laat weten dat iedereen genoot van deze surprise. ‘Bovendien is het leuk om een positief tintje te geven aan een sport die het in Friesland toch al niet gemakkelijk heeft.’

Van Basten gaat op 1 juli aan de slag bij Heerenveen.

Fryslân House New York zelfstandig

NEW YORK – Het Fryslân House New York gaat dit najaar zelfstandig verder. In de Verenigde Staten is genoeg werk voor Friese bedrijven om de uitvalsbasis na de eerste drie jaar voort te zetten. Dat is de ervaring van de dertien bedrijven die gebruik maken van het kantoor in New York.

Commissaris van de Koningin John Jorritsma is opgetogen:  ‘Het is prachtig dat na Amsterdam en Riga ook dit Fryslân House aanslaat. Daar hebben we graag een steentje aan bijgedragen.’ De vestiging in New York is in 2009 geopend tijdens de festiviteiten rond 400 jaar Nederlandse relaties met de Amerikaanse stad. Toen bezocht een Friese delegatie New York om onder meer Friese bedrijven onder de aandacht te brengen. Die opzet is volgens initiatiefnemer van het Fryslân House Ate van der Meer geslaagd: ‘Er is een goede basis gelegd. We kunnen na dit jaar verder met nog steeds dertien bedrijven.’ De provincie Friesland heeft het Fryslân House drie jaar lang voor in totaal 105.000 euro ondersteund. Al eerder zijn met succes Fryslân House-vestigingen opgezet in Riga en Amsterdam. Volgens Jorritsma bewijzen de drie vestigingen hun nut: ‘Ze leveren per saldo extra werk op voor Friese bedrijven. Daar doen we het voor.’

De dertien bedrijven die actief zijn in New York zijn: Business Development Friesland, Snakeware, Hawar IT, Vripack, DHV, Parkingware, Ziuz, Marketing Leeuwarden, Fryslân Marketing, Axtra, Campuslan, Parc Estate en Agro Alliantie. Friesland Bank is sponsor.

Lemsteraak De Walrus duurste gadget en blikvanger op de Miljonair Fair

AMSTERDAM – ‘Het duurste gadget op de beurs,’ lachte Dirk Blom op de tiende Miljonair Fair in de Amsterdamse RAI. Hij doelde op de ruim 16 meter lange Lemsteraak De Walrus die op de beursvloer werd geshowd. Een schip waar ruim een miljoen euro voor werd gevraagd. Een gadget? ‘Jazeker,’ bevestigde Dirk heel nuchter. ‘Voor mensen die hier komen om iets moois te kopen blijft zo’n boot, naast alle luxe die zij zich kunnen permitteren, een gadget.’

[banner]
Zijn bedrijf was de enige Friese onderneming die zich presenteerde op deze prestigieuze glamourbeurs waarop de hele ‘scene’ afkomt. Voor het eerst lag er een Lemsteraak. Tot nu toe bleef de presentie van scheepsmerken op de Miljonair Fair beperkt tot dure, chique sportboten als een Riva. Maar de Lemsteraak viel niet uit de toon. Integendeel. De organisatie was zo blij met dit hoogwaardige, typisch Friese product dat Dirk Blom gratis meeliftte in de campagne van de Miljonair Fair. Blom kreeg een mooie plek op de beurs. De buurman was Porsche. Een prachtige match.De belangstelling voor het schip was groot. Veel van de 55.000 bezoekers wilden even aan boord stappen en wonnen informatie in bij de directeur/eigenaar zelf. Op kuiptafel lagen geen brochures, maar luxe vormgegeven fotoboeken. Al gauw na de opening meldde zich een liefhebber. Maar niet voor het beursexemplaar. ‘Dat vond hij te klein. Nog in hetzelfde weekend is hij bij ons bedrijf in Workum langs geweest voor een groter schip,’ aldus Dirk.
Ander publiek Hij merkte dat zijn ‘stand’ op de Miljonair Fair een ander publiek trok dan op reguliere watersportbeurzen. Dirk: ‘Dat was mijn inschatting en dus ook de reden om dit eens te proberen. Andere mensen, een andere entourage. Nieuwe doelgroepen opzoeken. Met mensen in aanraking komen die misschien in eerste instantie voor de klokjes, de kunst of de auto’s komen en dan plotseling met een platbodem worden geconfronteerd. Het is me goed bevallen. Volgend jaar staan we hier weer. Op de watersportbeurzen komen de bezoekers vaak af op de primeurs. Hier heb ik meer afspraken in het boek kunnen noteren dan gewoonlijk en daar gaat het tenslotte om. Verder is de gastvrijheid, de service, het entertainment en de kwaliteit hier uitstekend. Ze doen echt hun best voor je.’

De Lemsteraak is in steeds meer verre oorden te zien. Zo vaart er eentje in New York. Iemand heeft al geopperd een aak naar St. Tropez te laten brengen. Vreemd?, Dirk Blom haalt zijn schouders op. ‘Moet zo’n schip dan in een hal blijven liggen?,’ vraagt hij zich af. ‘Ik ken aakeigenaren die zomerdag nauwelijks buitengaats gaan. Zij laten hun schip aan de steiger liggen. Dan is de aak een heel luxe vakantieverblijf en moet je de haven als een watercamping zien. Ik vind het prima. Je moet wel commercieel blijven. Ik snap die mensen best. Wie het vreemd vindt zou eens een kijkje moeten nemen aan boord. Dan begrijp je ze wel.’

Nieuwe vaargebieden Wat meehelpt aan het verleggen van grenzen zijn de nieuwe vaargebieden die op de kaart komen te staan. Zeker als diepgang een rol speelt, zeilen een voorwaarde is en de boot een echt leefschip moet zijn met veel luxe en comfort, dan ligt een aak al gauw in de markt.

Zover is Dirk Blom zelf nog niet. Er moeten zaken worden gedaan en een bedrijf worden geleid. Zomerdag, als de kinderen schoolvakantie hebben, vaart hij wel eens met een demo. Voor hem zelf liggen er andere uitdagingen op het water: wedstrijdzeilen, zo hard mogelijk. Hightech bouwen is een specialiteit die Blom en zijn mensen onder de knie hebben, wat de ‘Blom aak’, zoals het schip in de volksmond wordt genoemd, zulke goede vaar- en zeileigenschappen oplevert. Maar bijvoorbeeld ook een nieuwgebouwde regenboog wordt door Blom ‘zomaar’ 16% sneller gemaakt dan andere. Aan de gemanicuurde nagels van Dirk te zien laat hij het handwerk over aan anderen.

Rients zit nog niet achter de geraniums

DRACHTEN – Je moet wel een groot vakman zijn als je zelfs op je tachtigste de mensen nog zo weet te boeien. Rients Gratama vierde zijn verjaardag (24 januari) met de première van zijn nieuwe theaterprogramma ‘Geraniums of Gladioalen’ in De Lawei in Drachten. Een traktatie voor zijn grote schare fans die een Rients in topvorm zagen, met aan zijn zijde de begeleiders Peter van der Zwaag en Clara Rullmann.

Al tientallen jaren behoort Rients tot de top in ons land. Je mag je afvragen wie in Nederland zo’n veelzijdig, rijk talent bezit als hij. Maar je kunt wel talentvol zijn, in alles wat je doet is het gewoon een kwestie van keihard werken om de gaven in succes te laten ontkiemen. Rients kan alles. Zijn jongste programma is er het bewijs van. Rients is causeur, conferencier, cabaretier, typetjesmaker, zanger, schrijver en dichter tegelijk. Zijn liedteksten zijn ongeëvenaard. Geraniums of Gladioalen is sterk qua opbouw en het stuk is onderhoudend, geestig, prikkelend en houdt de mensen en maatschappij zo nu en dan een confronterende spiegel voor, maar de knipoog verdwijnt nooit. Dat is sterk aan Rients: hij is in al zijn mildheid komisch en kritisch zonder dat het overdreven of aanmatigend wordt.

In Geraniums of Gladioalen kijkt Rients terug op zijn leven en zijn werk. Nooit wordt de toon sentimenteel, maar de mensen in de zaal moeten soms een brokje wegslikken. Rients weet heel subtiel de geest van de tijd te tekenen. Er is toch wel heel veel veranderd in de periode dat hij op deze aardkloot rondwandelt. De kapstok waarmee hij zijn programma begint is de voltooiing van de Afsluitdijk in het jaar van zijn geboorte: 1932. Hij kent de dijk van jongs af, want hij groeide op in Pingjum. Friesland kreeg, door nieuwsgierige Hollanders, niet eerder zoveel mensen spontaan op eigen erf. Daar moesten we even aan wennen. Rients, snedig: ‘Ik ben een product van de ontsluiting.’

Rients blikt met verwondering terug maar blijft nooit lang in het verleden hangen. Hier en daar stoft hij een van zijn klassiekers af en grijpt hij terug op enkele hoogtepunten, bijvoorbeeld op het begin van zijn carrière met het gezelschap Tetman de Vries en op de legendarische revue ‘De tiid hâldt gjin skoft’. Soms kruipt hij even in de huid van een van zijn typetjes zoals ‘Sjeik Sjoerd fan Arum’ (1963). Verder is het programma zo nieuw als vers gemaaid gras. Heel inspirerend ook. Knap hoe iemand van zijn leeftijd midden in het leven blijft staan.

Bijna drie uren staat hij op de planken. Het programma is één grote aaneenschakeling van conferences, liedjes, mijmeringen, vertellingen en sketches. Geen moment hapert de oude meester. Op het toneel lijkt de man van de eeuwige jeugd nóg fitter. Het theater is zijn leven. Dat houdt de geest jong. Het lichaam volgt wat moeizamer, maar daar is niets van te zien als hij optreedt. Geraniums of Gladioalen, de eerste drie voorstellingen waren uitverkocht, is een must voor iedere theaterliefhebber.

Expositie Christiaan Kuitwaard in Gorredijk

GORREDIJK – Galerie Smarius/Steven Sterk in Gorredijk exposeert tot 5 maart sferische schilderijen van Christiaan Kuitwaard (1965, Sneek) die in de museale ruimte op een ingetogen wijze tot hun recht komen, versterkt door de tekeningen en sculpturen van zijn mede-exposant Terry Thompson (1949, Texas).

‘Kuitwaard maroufleert (verlijmt) de op linnen geschilderde werken op paneeltjes van bescheiden formaten, die in de museale omgeving van de maagdelijke kunstruimte niets aan kracht inboeten. Sterker: juist de bescheidenheid van werk en omvang onderstreept hier de perfectie. Kuitwaard’s panelen zijn teer met suggesties van geel en blauw, maar vooral grijzen en wit. In enkele kiest hij voor lichte verfstreken die het horizontale of juist verticale aangeven, zonder dat dit het evenwicht teniet doet,’ schreef recensent André Keikes voorjaar 2010 in de Leeuwarder Courant.

Kuitwaard is gevormd tijdens zijn studiejaren aan Academie Minerva te Groningen en aan de Hogeschool van de Kunsten in Kampen waar hij in 1991 afstudeerde. Vanaf 1991 exposeerde Kuitwaard regelmatig zijn werk in binnen en buitenland.

Wat aan zijn werk opvalt is de stilte, de rust en de eenvoud die het uitstraalt. Niet het geschilderde voorwerp, maar de schaduw daarvan, dat is wat Kuitwaard wil verbeelden. Belangrijker dan de aanleiding om te schilderen vindt hij het schilderij zelf: het doek, de verf, de actie van het schilderen. De beeldend kunstenaar geeft de voorkeur aan kleine formaten. Hij weet desondanks een zekere monumentaliteit aan zijn werk mee te geven. Kuitwaards werk ademt een poëtische, natuurlijke sfeer. Tijdloos en gedreven werk.

Kerstconcert Rabobank met Nationaal Jeugdkoor

BOLSWARD – Kunst en cultuur zijn bindende factoren in Friesland. Rabobank Sneek/ZuidwestFriesland ondersteunt dat. Een traditional is elk jaar in december een kerstconcert in de Bolswarder Martinikerk. Deze keer was het Nationaal Jeugdkoor te gast. Dit koor is in 1996 opgericht en bestaat uit jonge vrouwelijke talenten tussen de 16 en 29 jaar. Ze komen uit heel Nederland maar ook uit het buitenland. Het Nationaal Jeugdkoor heeft in veel landen concerten gegeven: ondermeer in Japan, Finland, Zwitserland, Duitsland, Frankrijk en Spanje. Het koor staat onder leiding van dirigent Wilma ten Wolde. Zij is artistiek leider van de stichting Vocaal Talent Nederland die het management voert over het koor. Na een welkomstwoord door directievoorzitter Bert Roman zong het koor kerstliederen uit de landen waar de leden vandaan komen. Na de pauze werden klassieke Engelse Christmas Carols ten gehore gebracht. Ter afsluiting was er een informeel samenzijn voor de 500 gasten.

Waterborg Active wintersportspecialist

GRONINGEN – Skiën vanaf Waterborg Active naar je wintersportadres. Dat kan! Waterborg heeft vanaf nu ook ski’s in het assortiment. De winkel had al een groot assortiment snowboards, maar kreeg ook veel vraag naar ski’s. Vandaar de uitbreiding van het assortiment met ski’s van de merken Head en Atomic. In de komende weken komen er nog meer merken bij.

Waterborg is een echte wintersportspecialist. Je vindt er het complete aanbod voor de wintersporter. Ook het waxen, slijpen, repareren van ski’s en snowboards verzorgt Waterborg. Daarbij komt nu ook het afstellen van de bindingen op de ski’s. Waterborg heeft de afgelopen maanden fors geïnvesteerd in een wax-, slijp- en afstelmachine. De wintersporter kan nu het complete onderhoudspakket afnemen bij Waterborg. Zij doen dit helemaal zelf en besteden dit niet uit aan een derde partij. Hierdoor hoeft de klant niet lang te wachten totdat zijn ski’s of snowboard weer klaar zijn.

Zowel ski’s als snowboards hebben regelmatig onderhoud nodig. De kanten moeten worden geslepen en de onderzijde(n) tijdig gewaxt, zodat een goede grip en het glijvermogen gegarandeerd blijven. Ook treden er tijdens het sporten regelmatig beschadigingen op die de levensduur van de ski’s of snowboard kan verkorten. Door regelmatig onderhoud heeft men langer plezier van het materiaal.

Spectaculaire hoedenshow Gon Hoogvliet

EELDE – In het verlengde van de prachtige tentoonstelling van Théodore Strawinsky (1907-1989) in Museum De Buitenplaats in Eelde (t/m 5 februari) werd een flitsende hoedenshow van Gon Hoogvliet gehouden. Zij liet zich inspireren door de joyeuze societyportretten van de schilder, van wie voor het eerst in ons land een solotentoonstelling is georganiseerd. De schilderijen worden gelardeerd met zeldzaam vertoonde foto’s en privécorrespondentie. Een andere link die met de hoedenshow kon worden gelegd is de spanningsvolle relatie tussen de wereldvermaarde componist Igor Strawinsky (1882-1971), vader van Théodore, en de al even beroemde Coco Chanel (1883-1971), bekend als modeontwerpster en van haar parfum, maar ooit begonnen als hoedenmaakster. De spectaculaire hoedenparade van Gon, muzikaal begeleid door de mystieke orkestklanken van Strawinsky, was een significante expressie van de creatieve erupties van zowel Théodore, Igor als Coco. De fotocollage bewijst dat.

[banner]

Niet lang na de show ontving Gon het eervolle bericht dat ze een van de geselecteerden is die mag deelnemen aan de tentoonstelling ‘Dutch Design’ (26 april-30 september) in Paleis Oranienbaum, dat onder bescherming van Koningin Beatrix en de Duitse Bundespresident wordt gerestaureerd. Deze prestigieuze tentoonstelling wordt in opdracht van de Kulturstiftung DessauWörlitz georganiseerd in samenwerking met de Nederlandse ambassade in Berlijn en het Koninklijk Huisarchief. Gon: ‘Ik sta er versteld van dat ik hiervoor gevraagd ben. Natuurlijk ben ik heel blij met deze eer.’

Krijgsmacht basis van de dresscode

DOKKUM – The Dutch Regimental is een actuele lifestyle collectie, waarin het rijke verleden van de Koninklijke Marine, Koninklijke Landmacht en Koninklijke Luchtmacht de boventoon voert. De authenticiteit van de collectie, ontworpen en gemaakt onder auspiciën van het Ministerie van Defensie, wordt gekenmerkt door het gebruik van originele decoraties. De exclusiviteit wordt gewaarborgd door de strenge selectie van verkooppunten, waarvan VanderGang in Dokkum er één is.

[banner]

Eind 2011 heeft, in aanwezigheid van inspecteur-generaal der krijgsmacht luitenant-generaal Lex Oostendorp, de officiële benoeming plaatsgevonden van de eerste vier depots waar de maatwerkblazers van The Dutch Regimental verkrijgbaar zijn. Deze genieten het exclusieve recht om de originele krijgsmachtblazer, het icoon van de collectie, in het maatwerkprogramma op te nemen.

Dresscode De krijgsmacht vormt de basis van onze hedendaagse dresscode. Traditiegetrouw is er voor elke gelegenheid een andere wijze van kleden, waarbij elk detail een bijzondere betekenis heeft. Dat laatste geldt precies zo voor The Dutch Regimental Collection blazers. Het unieke karakter van de blazer wordt ontleend aan het specifieke gebruik van originele details in decoraties en het gebruik van badges en knopen voorzien van de officiële emblemen van de Koninklijke Marine, de Koninklijke landmacht en de Koninklijke Luchtmacht.

De modelopties bieden een double breasted en een single breasted variant en een stoffenkeuze in meerdere variaties blauw. In de afwerking bestaat de mogelijkheid te kiezen voor verschillende kraagvilten en kleuren stitching. Als ultimate finishing touch kan een monogram of naam in de blazer geborduurd worden.

Strenge selectie Aan de benoeming van de depots waar de maatwerk krijgsmachtblazer wordt aangeboden, is een strenge selectie voorafgegaan. De eerste vier geselecteerde winkels onderscheiden zich door het hoge niveau en de vernieuwende aanpak waarmee de (jonge) ondernemers zich profileren. En de wijze waarop over maatwerk wordt nagedacht en ten uitvoer wordt gebracht. De vier depots zijn zeer gerenommeerde zaken in herenkleding. Behalve VanderGang in Dokkum (officieel bestaand sinds 1873 en vandaag de dag nog steeds de kleermaker van het ambtskostuum van de Commissaris van de Koningin van Friesland) zijn dat: Town & Country in Arnhem, Edgar N in Driebergen-Rijsenburg en Oger in Amsterdam (met vestigingen in Den Haag, Rotterdam en Enschede).

Lense Koopmans: begrotingstekort naar nul

SONDEL – In het eindejaarsinterview dat Het Financieele Dagblad met Lense Koopmans (68) uit Sondel had, hield de president-commissaris van Rabobank ons land, en specifiek de financiële wereld, een spiegel voor. De Friese boerenzoon die in Oosterwolde opgroeide, waar zijn broer de ouderlijke boerderij runt, legde de vinger op zere plekken.

Het oplossen van de crisis kent volgens hem maar één uitweg: terug naar nul met het begrotingstekort. Desnoods moet dat wettelijk worden vastgelegd, dan kan iedereen naar de rechter stappen om het af te dwingen. Koopmans: ‘Ik ben opgevoed met het structurele begrotingsbeleid van Jelle Zijlstra (de Friese oud-premier en ex-president van De Nederlandsche Bank, red.). Dat komt erop neer dat het spaaroverschot in de particuliere sector het tekort op de begroting dicteert. Het spaaroverschot moet worden uitgeleend om onderbesteding te voorkomen.’

Hij ergert zich aan banken die op de spaarmarkt onder dekking van het garantiestelsel te hoge rentevergoedingen betalen: ‘De Rabobank heeft 150 miljard aan spaargeld. Als we een tiende procent meer bieden dan kost dat de bank € 150 miljoen. We zouden er met twee benen gestrekt in kunnen gaan, maar dan vernielen we andere banken.’

Dat depositogarantiestelsel dat het spaargeld van consumenten tot € 100.000 beschermt is hem een doorn in het oog omdat de bankensector voor het grootste deel van de schade opdraait als er een bank ten onder gaat: ‘Het is een politiek ding. Als de overheid dat zo belangrijk vindt, moet zij de kosten ook zelf betalen en niet afwentelen op de bancaire sector.

Banken hoeven echter nooit in problemen te komen als ze dicht bij zichzelf blijven en niet naar de pijpen van aandeelhouders dansen. ‘Bij ABN Amro en ING is het fout gegaan door de aandeelhouders. Zij denken alleen aan winstmaximalisatie op korte termijn,’ aldus Koopmans, die een coöperatieve structuur zoals van Rabobank een ‘superieur ondernemingsvorm’ noemt. Zeker voor een financiële instelling. Banken horen volgens hem niet op de beurs. Dat heeft de kredietcrisis aangetoond.

‘De beursgang van ABN Amro gaat nooit werken. Laat de grote Nederlandse pensioenfondsen de aandelen kopen en een stabiel aandeelhoudersbestand vormen. Het ABP had de verplichting om Nederlands staatspapier te kopen. In 1986 is het fundament onder dat verhaal weggetrokken toen de kapitaalmarkten werden geliberaliseerd. Het ABP is daarna overal ter wereld gaan beleggen, maar politici zijn vrolijk doorgegaan met tekorten op de begroting toe te staan. Daar is het begonnen te wringen,’ zegt Koopmans (ex-bestuurslid ABP), bij wie het coöperatieve gedachtegoed in de genen zit. Zijn grootvader was voorzitter van de toenmalige Coöperatieve Boerenleenbank in Oosterwolde. Zijn vader zat in diverse coöperatieve besturen, waaronder de boerenhulp. Voor Koopmans, die tevens voorzitter is van de centrale kringvergadering (het hoogste orgaan van de leden en daarmee van de coöperatie), is de kern van de coöperatie dat de directie zich laat disciplineren door de leden: ‘De bereidheid je de oren te laten wassen door de leden.’

De kerktoren blijven zien is iets wat voor hem in symbolische zin persoonlijk geldt, maar wat ook banken zouden moeten doen; bij jezelf blijven. Iets wat Rabobank door zelfdisciplinering gewend is, maar wat de bank door de lokale zelfstandige banken ook in praktijk weet te brengen en wat de bank kracht geeft. Rabobank had geen staatssteun nodig en kwam zonder kleerscheuren door de crisis.

Een gezonde toekomst voor banken ligt in de ogen van Koopmans niet in groot, groter, grootst. De Nederlandsche Bank daarentegen gelooft nog steeds in groei, maar dat vindt Koopmans gevaarlijk. ‘Het aantrekken van kapitaal en financiering heeft zijn grenzen. Onze banken hoeven geen rol op het wereldtoneel te spelen. Een groet broek aantrekken is niet nodig. Dat gedoe met Holland Financial Centre vind ik onzin.’

 

Lense Koopmans, altijd goed gesoigneerd, werd vroeger omschreven als de ‘golden wonderboy’: de Ard Schenk in ondernemend Nederland. Hij studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Groningen. In 1965 deed hij zijn doctoraal en in 1968 promoveerde hij bij Jan Pen op een proefschrift over de rijksbegroting en openbare financiën. Daarna was hij topambtenaar op het Ministerie van Financiën. Koopmans was, op zijn 28ste, de jongste hoogleraar ooit in Nederland (Openbare Financiën aan de Erasmus Universiteit). In 1975 keerde hij terug naar het departement waar hij plaatsvervangend directeur van de Rijksbegroting werd. Drie jaar later maakte hij zijn entree in het bedrijfsleven. Hij werd benoemd tot financieel directeur van het bedrijvenconglomeraat Ogem (20.000 werknemers), een van de grootste Nederlandse concerns toentertijd, dat wegens wanbeleid in het brandpunt van de belangstelling stond. Ogem ging in 1982 ten onder. Koopmans bedacht een ‘sterfhuisconstructie’ en met kunst en vliegwerk redde hij bedrijven en banen. Uit Ogem vloeide TBI Holdings voort waarvan Koopmans jarenlang topman was. Koopmans vervulde tal van toezichthoudende functies op het snijvlak van overheid en bedrijfsleven.

 

Zijn huidige functies zijn: Voorzitter van de raad van bestuur van Stichting TBI Voorzitter rvc Siers Groep (bouw) Voorzitter rvc Arriva Voorzitter rvc TSS (ict) Vicevoorzitter KIWA Vicevoorzitter rvc Universitair Medisch Centrum Groningen Voorzitter rvc Fries Museum en Princessehof Commissaris NOM Hoogleraar economie van de gezondheidszorg aan de Rijksuniversiteit Groningen Verder is Koopmans medeaandeelhouder van Hampshire Landhotel Legemeer.

Geavanceerde Zwitserse snijmachine voor Metaalzetterij Heerenveen

HEERENVEEN – In tijden van economische tegenwind, wanneer iedereen met de kop voorovergebogen zich de rimram fietst, is het een ideaal moment voor een beslissende demarrage. Directeur/eigenaar Egbert Bleijenburg van Metaalzetterij Heerenveen is zo’n man die uit het peloton is ontsnapt. Hij investeerde fors in een zeer geavanceerde snijmachine die hij niet alleen voor zijn eigen producten inzet, maar ook voor derden.

De machine is een Bystronic ByJet Classic 6030. Daarvan staan er slechts 22 in de Benelux. In het noorden heeft Metaalzetterij Heerenveen de primeur. Begin december zijn de onderdelen vanuit Zwitserland aangevoerd en tot het einde van het jaar was men bezig met de installatie. Na een testperiode is de machine vanaf januari 2012 operationeel. De machine is de beste in zijn soort.

Egbert Bleijenburg: ‘Van Zwitserse makelij houdt in dat Bystronic hooggekwalificeerd is en supernauwkeurig is. Kwaliteit zoals men ook van de uurwerken uit dat land gewend is.’ Met de investering is een bedrag gemoeid van € 450.000. Om er ruimte voor te creëren heeft het bedrijf aan de overkant van de Kimslede een pand aangekocht en ingericht. In totaal investeert Metaalzetterij Heeerenveen bijna € 1 miljoen.

De computergestuurde machine snijdt doormiddel van water en zand. Het water wordt onder een zeer hoge druk van 3.600 bar door een oogje van 0,28 millimeter gespoten. Er wordt automatisch speciaal zand aan toegevoegd. Dit zand – GMA Garnet – komt uit West-Australië. Het is de enige plek ter wereld waar dit zeer fijnkorrelige zand van een grote hardheid is te vinden. Alle materialen zijn met deze machine snijden. Van tientallen centimeters dik staal tot graniet en hout toe. Klanten hoeven niet alleen uit de aannemerij te komen of bedrijven in dak- en gevelplating zijn, maar derden kunnen ook machinebouwers en scheepswerven zijn, of bedrijven in natuursteen.

‘Met deze machine kunnen we onze markt verbreden. Bovendien vergroten we de veelzijdigheid van onze onderneming. We kunnen nu snijden, zetten en lassen en in de nabije toekomst ook poedercoaten. We leveren straks een kant en klaar product af,’ aldus Egbert.

Metaalzetterij Heerenveen koos voor een machine met twee spuitkoppen. Directeur Jan Stremmelaar, die een speciale cursus heeft gevolgd om met de machine te kunnen werken, verklaart die keus als volgt: ‘Daardoor zijn we in staat simultaan te snijden, maar we kunnen ook met twee koppen één product bewerken, wat tijd bespaart.’

Op de machine kan een inlegblad van maximaal zes bij drie meter worden gelegd. De installatie kwam heel precies. De machine staat op 35 poten en de belasting is per poot 2.000 kg. Qua waterpas moet de tolerantie nul zijn. Bleijenburg overweegt de verdere ruimte van het pand in de toekomst te benutten voor de verlijming van isolatiepanelen.

BMW 5-Serie Zakenauto van het Jaar 2012

HEERENVEEN – BMW, het meest innovatieve en succesvolle automerk ter wereld, is de eerste autofabrikant die de titel ‘Zakenauto van het Jaar’ vijf maal heeft gewonnen. Het is voor de derde keer in het 25-jarig bestaan van de verkiezing dat een 5-Serie die eer te beurt valt. De jury roemt het comfort, de representatieve uitstraling en de dynamiek van de auto. Daarnaast wordt het dealernetwerk, waaronder De Beier in Heerenveen, als kwalitatief hoogwaardig omschreven en wordt de hoge restwaarde van de auto als positief ervaren.

[banner]

Het brandstofbesparende systeem Efficient Dynamics waarmee de auto is uitgerust draagt nadrukkelijk bij aan het imago van BMW, dat onlangs in de Dow Jones Sustainability Indexes voor de zevende keer op rijs is uitgeroepen tot meest duurzame autofabrikant ter wereld.

BMW gaat het jaar 2012 in met het jongste en meest innovatieve modellenprogramma ooit: nieuwe motoren voor de 1 Serie 5-deurs en een uitbreiding van het motorenprogramma van de nieuwe 3 Serie Sedan. Een achttraps automaat is tijdelijk standaard voor de 1, 3 en 5 Serie viercilinders. En op de NAIAS in Detroit is de eerste Gran Coupé van BMW onthuld. Een schitterende wagen!

Ed Nijpels met groengas vooruit

JOURE – Groengas verovert Nederland en ook Europa. Er komen steeds meer aardgastankstations in ons land. De teller staat op 85 waarvan er 34 groengas leveren. Het laatste pompstation dat geopend is staat in Joure. Ed Nijpels, voorzitter van de voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal, was de eerste klant. Hij kreeg een speciale Audi A6 op proef en vanuit zijn woonplaats Dijken, gelegen in de gemeente Skarsterlân waarvan Joure de hoofdplaats is, kwam hij aanrijden voor een tankbeurt.

De groenste politicus/bestuurder die Nederland ooit heeft gekend, nota bene van VVD-huize welke partij het milieu pragmatisch benadert en serieuzer neemt dan welke andere partij ook, bereed er zijn stokpaardje. Dat ons land massaal overschakelt op zuinige en milieuvriendelijke auto’s is volgens Nizjpels een kwestie van tijd. Maar er moeten naar zijn mening nog wel de nodige prikkels worden gegeven door de regering, liet hij weten. ‘Groen gas moet voor de zakelijke rijders worden gestimuleerd door de bijtelling te verlagen,’ aldus Nijpels, die refereerde aan de katalysator die pas standaard werd toen auto’s zonder of met zo’n filter even duur waren geworden.

Marcel Vos van Pon Holding, de grootste auto-importeur van ons land (o.a. VW, Audi), was dat met Nijpels eens: ‘Het discomfort wat nog bestaat moet fiscaal worden gecompenseerd.’ Dat Nijpels zelf geen auto op groengas heeft ligt in het feit dat auto’s op groen gas vooralsnog overwegend kleine auto’s zijn en dus niet geschikt voor de mobiliteit van de voormalige CdK, die jaarlijks meer dan 100.000 km aflegt.

Hij was trots op de A6 die hij ter beschikking kreeg: ‘Op onze buurtborrel liet ik deze auto zien en omdat er nogal wat boeren onder de 64 inwoners zijn vertelde ik hen dat de auto op koeiemest rijdt. Ze stonden versteld. Groen gas is de ultieme milieuvriendelijke brandstof, die het mes aan twee kanten doet snijden. Enerzijds wordt het vrijkomen van methaangas, dat vijfentwintig keer zo schadelijk voor het milieu is dan de uitlaatgassen van auto’s, gereduceerd en anderzijds wordt het volstrekt schoon als brandstof gerecycled.’

Toen Nijpels net in de Tweede Kamer was verkozen was hij al heel milieubewust en ging hij rijden op LPG. Dat was destijds, begin jaren tachtig, nog vragen om probleempjes en wat minder rijcomfort. De ervaringen met de A6 waren uitstekend: ‘Starten gebeurt op benzine en is sowieso geen probleem, terwijl je verder niks merkt van deze alternatieve brandstof. Op een tank haal je 400 km en dan ben je ongeveer € 20 kwijt. Heel voordelig dus.’

Sauneren op hoog niveau

JOURE – Doeke Brouwer van sauna/wellness De Woudfennen en hotel Country Rose in Joure kreeg van de gemeente Skarsterlân geen toestemming om een reclamezuil te plaatsen. Alleen als je McDonald’s heet of Van der Valk, beide vlakbij gelegen, dan ben je groot genoeg voor een zuil. Een uitleg over de afwijzing kreeg Doeke niet. Maar hij is geen man die zich met een kluitje in het riet laat sturen. Doeke liet een hefinstallatie ontwikkelen en bouwen en plaatste daarop een grote sauna waarin twintig mensen kunnen zitten. Deze voorziening valt buiten de criteria en de gemeente heeft het nakijken. Twaalf meter torent de sauna boven de zonneweide uit en is duidelijk zichtbaar voor de automobilisten op de A7. Betere reclame kun je niet maken. De saunagasten zijn lovend over deze attractie. Ze vinden het een ‘hoogtepunt’. Doeke: ‘Nergens in Nederland heb je vanuit een sauna zo’n uitzicht als bij ons. De mensen vinden het geweldig.’ Op de foto Doeke en zijn echtgenote Heleen met op de achtergrond de omhoog gerezen saunacabine.

Friese glorie met Marit en Pieter

PERTH – Friesland, de zeil- en watersportprovincie bij uitstek, heeft er twee grote ambassadeurs bij: Marit Bouwmeester en Pieter Jan Postma, die goud en zilver wonnen op het WK in Perth (Australië) waar haaien tussen de boten zwommen. De hoogblonde, goed ogende Marit Bouwmeester uit Wartena won de wereldtitel in de Olympische Laser Radialklasse. De 23-jarige Marit was in 2011 bijzonder succesvol. Ze won eerder wereldbekerwedstrijden in Medemblik en in Weymouth, waar deze zomer het Olympisch zeiltoernooi plaatsvindt. Voor de tweede maal op rij won Marit de prestigieuze Conny van Rietschoten Trofee, de prijs voor de beste zeiler van het jaar. Marit is de grootste Nederlandse kanshebber voor Olympisch goud. Pieter Jan moest in de Finn de hoogste eer laten aan Giles Scott. De man die superieur is in deze klasse, Ben Ainslie (vriend van Marit!), werd gediskwalificeerd omdat hij een cameraman neersloeg.

Friesland donkerste provincie

LEEUWARDEN – Friesland is met afstand de donkerste provincie van Nederland. Het donkerste gebied, rond de Waddenzee gelegen, kan zich in sterrenpracht meten met de beste locaties van Europa. Ook gebieden ten zuiden van Franeker en de Friese Wouden zijn zeer donkere gebieden.

‘Het is prachtig om de sterren en de maan goed te kunnen zien. Het is voor de dieren en planten ook goed dat ze zo min mogelijk last hebben van onnatuurlijk licht. We wisten al dat Friesland de mooiste provincie was, en nu ook nog de donkerste,’ zei gedeputeerde Sietske Poepjes opgetogen bij de presentatie van de Friese hemelhelderheidkaart.

De provincie doet er veel aan om het hier donker te houden. Bij provinciale wegen wordt het licht zoveel mogelijk gedimd of Led gebruikt. Ook kijkt de provincie hoe het licht van melkveestallen kan worden verminderd. Daarnaast stimuleert de provincie innovatieve lichtideeën. Zoals de wedstrijd naar nieuwe vormen van openbare verlichting, genaamd de Light Challenge.

De provincie heeft vanuit het programma ruimtelijke kwaliteit onderzoek laten uitvoeren naar de donkertesituatie van Friesland. De uitkomsten daarvan zijn, behalve in een onderzoeksrapport, uitgedrukt in de hemelhelderheidkaart, waarmee in één beeld is te zien hoe donker Friesland is.

‘Bouwe is libje’

Een hoogtepunt in zijn leven was het, de uitreiking van een eredoctoraat door de TU Delft aan Jos Paques (63). De grootaandeelhouder van het gerenommeerde watertechnologiebedrijf in Balk ontving op 10 januari deze eer voor zijn verdiensten in het industrieel toepassen van wetenschappelijk onderzoek. Paques BV ontwikkelt duurzame technologieën op het gebied van waterzuivering, energieproductie en het terugwinnen van waardevolle grondstoffen met behulp van bacteriën. Het bedrijf is wereldwijd actief en plaatste al 850 waterzuiveringsinstallaties. Onlangs werd bekend dat de Duitse investeerder en één van de rijkste vrouwen van Europa, Susanne Klatten (wier vermogen door Forbes wordt geschat op € 14 miljard), een belang van 20% heeft genomen in Paques.

Hoe kijkt u terug op de feestelijkheden? ‘Een onvergetelijke dag vol ceremoniële rituelen. Traditiegetrouw worden eredoctoraten van de TU Delft uitgereikt op de verjaardag van deze universiteit, de 170e dit jaar. Veertig hoogleraren in toga, speeches van de rector magnificus en mijn promotor, 800 gasten, een receptie en een diner. Het was geweldig. Extra bijzonder was dat ik, gestoken in rokkostuum, werd begeleid door twee paranimfen in de personen van mijn zoon en dochter, beide afgestudeerd aan een Technische Universiteit, Delft en Twente. Ik ben zeer trots op deze onderscheiding, een waardering voor mijn carrière en het bedrijf.’

Bent u zelf een Delftenaar? ‘Ik heb alleen een diploma van de mulo op mijn cv staan. In de loop der jaren heb ik mijzelf de technologische kennis eigen gemaakt.’

Hoe bent u dan op dit gebied terecht gekomen? ‘Ik ben begonnen in silobouw en ging later door in mestvergisting, maar dat was begin jaren ’80 een moeilijke markt. In het programma Tros Aktua zag ik een interview met de Friese hoogleraar Gatze Lettinga. Hij had een technologie ontwikkeld om industrieel afvalwater te zuiveren en om te zetten in biogas. Ik heb hem gebeld en vervolgens die technologie in de markt gezet. Dat is de basis van Paques en die markt groeit nog steeds. We hebben vestigingen in Brazilië en China. Negentig procent van onze omzet wordt in het buitenland gerealiseerd en daarvan meer dan de helft buiten Europa. Naast het zuiveren van afvalwater is het ontzwavelen van gas ook een belangrijke activiteit waarvoor wij een joint venture zijn aangegaan met Shell. De aarde is één grote recycling machine. Paques ontwikkelt technologieën die simpelweg natuurlijke processen uitvoert, maar dan sneller.’

Wat is uw drijfveer? ‘Mijn levensmotto is: Bouwe is libje. Bouwen aan een onderneming en dan bij voorkeur in een groeiende markt. Maar even belangrijk is dat je onderneemt in een markt waar je persoonlijke betrokkenheid voelt. Ik vind het zeer bevredigend dat wij in een markt zitten die maatschappelijk nut heeft.’

U heeft zich in 2003 teruggetrokken uit de dagelijkse leiding van Paques. Waarom? ‘Als algemeen directeur ben je de kapitein op het schip. Maar het schip werd groter en groter. Inmiddels zijn er ruim 400 mensen werkzaam bij Paques. Ik ben meer een man van strategie en niet voor de operationele leiding. Er zijn anderen die dat beter kunnen en dan moet je in het belang van het bedrijf die rol overdragen. Ik ben als aandeelhouder en adviseur nog steeds nauw betrokken bij de onderneming. En dat blijf ik ook.’

Onlangs werd in Heerenveen een conferentie gehouden over de kansen en perspectieven van een biobased economy in Noord-Nederland. Wat is uw visie? ‘Ik ben zeer positief over de kansen van een biobased economy die met name in Noord-Nederland mogelijkheden biedt. De basis van een biobased economy is de koppeling van natuur en landbouw aan technologische innovaties om biomassa te creëren. Ik ben ervan overtuigd dat die groene economie realiteit wordt.’

Wat is uw advies aan bedrijven die zich op deze markt begeven? ‘Alles draait om het vertalen van kennis in toepassingen. We hebben in Nederland veel kennis bij instituten als Wageningen University & Research en de TU Delft. Aan de bedrijven de taak oplossingen te bieden voor het toepassen van deze kennis. Dat kost tijd en geld en dat wordt altijd onderschat. Wil je succesvol zijn dan moet je een lange adem hebben. Persoonlijk denk ik dat familiebedrijven het meest geschikt zijn. Die denken meer op lange termijn en gaan niet voor het snelle gewin. Bovendien heerst daar meer een mentaliteit van doorpakken en aanpakken. Gewoon doen.’

U bent inmiddels de zestig gepasseerd. Tijd voor pensioen? ‘Geen denken aan. Ik blijf doorgaan en zal bij leven en welzijn nooit helemaal stoppen. Er is nog zoveel te doen. Ik zeg altijd: Als je werk je hobby is, ben je altijd vrij. De Britten hebben een mooi spreekwoord dat wat mij betreft veelzeggend is: Old soldiers never die, they just fade away.’

Ilse Kraaijeveld (zwemster)

Zwemster Ilse Kraaijeveld wil naar de Olympische Spelen in Londen. De specialiste op de 50 en 100 meter vrije slag traint in Eindhoven onder leiding van zwemcoach Jacco Verhaeren. In maart en april moet Ilse knallen tijdens de kwalificatiewedstrijden in Amsterdam en Eindhoven. De geboren en getogen Dokkumse zet alles opzij om haar doel te verwezenlijken.

Volledige naam Ilse Kraaijeveld

Geboortedatum en plaats 22-12-1990 te Dokkum

Woonplaats Eindhoven

Opleiding Afgestudeerd MBO binnenhuisstylist. Op het moment geen studie. Ik richt me momenteel alleen op het zwemmen.

Hobby’s Natuurlijk zwemmen, maar ook heel veel andere sporten. Zolang ik maar in beweging ben! Illustreren/schilderen, en lezen.

Inspiratie Ik haal inspiratie voornamelijk uit trainingen. Veel mensen zullen van mening zijn dat een zwemtraining alleen maar saai heen en weer zwemmen is, en dat vier uren per dag! Toch wisselen wij dit heen en weer zwemmen af met techniek, sprint, duur, kracht, land- en onderwaterfase trainingen. Zolang ik mezelf op al deze aspecten kan blijven verbazen en verbeteren hou ik het plezier erin.

Voorbeeld Ik heb vroeger eigenlijk nooit een voorbeeld gehad. Velen hadden bijvoorbeeld Inge de Bruijn als idool. Ik was me er op dat moment niet van bewust dat de Olympische spelen ooit een haalbaar doel voor mij zou zijn.

Ambitie Deelname aan de Olympische spelen in Londen. En vier jaar later zeker nog een poging wagen om me te kwalificeren voor de Olympische spelen in Rio de Janeiro.

Hoogtepunt Ik ga er vanuit dat mijn hoogtepunt nog moet komen. Toch heb ik in de afgelopen jaren wel prestaties neergezet waar ik trots op ben. Zoals de deelname aan verschillende EK’s in Istanbul, Budapest, Polen en Nederland, en de wereldkampioenschappen in Shanghai afgelopen zomer. Ook zie ik ieder persoonlijk record als een klein hoogtepunt in mijn carrière

Hekel aan Smoesjes vóór en na een race.

Blij van Een gezellig weekendje bij mijn ouders in Dokkum.

Beste advies ooit gekregen Coach voor de race: veel plezier, en geniet er van!

Levensmotto What you give is what you get!

Trijntje Pieters: de eerste schaatskampioene ter wereld

POPPINGAWIER – Het Gouden Oorijzer dat was uitgeloofd voor de winnares van de vrouwenrijderij van 1 en 2 februari 1805 in Leeuwarden, werd gewonnen door Trijntje Pieters uit Poppingawier, een dorpje op bijna twintig kilometer van de Friese hoofdstad in de grieternij Rauwerderhem. Wie was Trijntje Pieters, de eerste schaatskampioene ter wereld? Want zo mag de vrouw die 129 hardrijdsters de baas bleef en in die twee bewogen dagen op de Stadgracht minstens veertien ritten won, toch wel genoemd worden. Het leverde haar eeuwige roem op en een kostbaar gouden oorijzer, het traditionele hoofdsieraad van de Friese vrouwen.

In de doop-, trouw- en begrafenisregisters van de Hervormde Gemeente van Sijbrandaburen en Terzool, waaronder het dorp van Trijntje ook viel, komt over de jaren 1671 - 1811 maar één Trijntje Pieters uit Poppingawier voor. In het dorp woonden toen nauwelijks honderd mensen, vermoedelijk zelfs minder. De aantekening dateert van 23 maart 1806 toen zij trouwde met IJsbrand Thomas Boersma uit Terzool. Volgens de deelnemerslijst van de hardrijderij was Trijntje op 1 februari 1805 twintig jaar, maar dat was onjuist. Trijntje werd op 7 december 1783 in Gauw geboren als dochter van veldwachter Pieter Reinderts Westra en Maaike Pieters Koopman, die hun vijfde kind ruim een maand later op 25 januari in het kerkje van Goënga lieten dopen. Trijntje was dus bij de wedstrijd in Leeuwarden net eenentwintig jaar. De familienaam Westra dook trouwens pas op toen Trijntje haar derde kind baarde. Dat gebeurde op 13 januari 1812. Het zoontje werd Kerst genoemd.

Trijntje Pieters kwam uit een doodgewoon Fries gezin. Haar vader was in 1748 geboren. Moeder Maaike een jaar later. Zij trouwden op 27 mei 1770 in Sijbrandaburen en gingen in Gauw wonen, waar een jaar later op 9 juni hun eerste kind werd geboren. Het dochtertje werd Maria genoemd. Daarna volgden er nog negen kinderen, van wie Trijntje de zevende was en Aafke, die een jaar eerder geboren was, vermoedelijk al vroeg overleed. Dat gebeurde ook met het tweede kind dat Pieter was genoemd. Maar in 1779 werd er weer een Pieter geboren. Hij werd taxateur van slachtvee in Sneek. Jan (1787) was boerenknecht, zijn tweelingzuster Tietje, die met Jan Murks Jellema trouwde, werd koemelkster. Dan was er nog Reinder, die turfschipper werd. Zus Marijke (1781) trouwde met Willem Freerks Wieringa, een arbeider uit Terzool en Elbrig (1774) werd de echtgenote van Jillert Willems Westra. De eerste drie kinderen werden in Sjibrandaburen geboren. De anderen allemaal in Gauw en dat dorp lag maar zeven kilometer van Poppingawier, waar Trijntje in 1806 met IJsbrand Boersma trouwde. Hij kwam uit Terzool en was daar boer.

Trijntje gaf in 1805 bij de inschrijving voor de wedstrijd in Leeuwarden op dat zij in Poppingawier woonde. Dat moet maar heel kort geweest zijn, want haar vader en moeder woonden in elk geval vanaf 1779 in Gauw en toen in 1807 Thomas, haar eerste zoontje, werd geboren woonden Trijntje en haar man in Terzool.

De Lege Geaën Het was geen wonder dat Trijntje met hardrijden op de schaats opgroeide en ook grote snelheden wist te ontwikkelen. Poppingawier lag in het hart van wat toen het schaatsenrijdersland bij uitstek was, de Lege Geaën. De legendarische Adam Ruurds, de Hurdrider, die in 1800 overleed, had een boerderij in Deersum. Atse Geerts Atsma, in de eerste decennia van de negentiende eeuw de beste hardrijder en drie jaar jonger dan Trijntje, woonde in Terzool. Hantje Jans Speerstra, net zo’n kampioen als Atsma, kwam uit Gauw en was ongetwijfeld een vriend van de familie Westra, want zowel het overlijden van moeder Maaike in 1826 als dat van veldwachter Westra in 1833 gaf hij aan bij de ambtenaar van de burgerlijke stand. En dan waren er nog de broers Anske en Oepke Bouwes van Dijk, zonen van de kastelein van Poppingawier en timmerman Laurens Feddes Reidsma uit Gauw en zijn broer Gerben, die tuinman was. Ze waren allemaal in de jaren tachtig van de achttiende eeuw geboren, net als Trijntje, en kwamen voor op de deelnemerslijst van de stadsrijderij van Sneek die op 18 en 19 januari 1809 volledig beheerst werd door de hardrijders uit Poppingawier en de aanpalende dorpen. Er stonden liefst honderd rijders aan de start. Atse Geerts Atsma won voor Sybren Hyltjes Wiarda uit Deersum en Oepke Bouwes. Vermoedelijk stond Trijntje langs de touwen toen haar dorpsgenoten huis hielden op het hardrijdersijs van Sneek, want wie schaatsen kon was die dag in de stad van de Waterpoort. Hardrijden was in de dorpen rond Poppingawier een doodnormale gewoonte en de beroemdste rijders uit het eerste decennium van de negentiende eeuw kwamen er vandaan. Dat inspireerde Trijntje Pieters ongetwijfeld, want zij moet de mannen in de kleine, geïsoleerde gemeenschap waarin zij leefde, goed hebben gekend.

Trijntje was niet alleen een sterke vrouw qua lichaamskracht, maar ongetwijfeld ook van karakter. Na haar overwinning in Leeuwarden kwam zij niet meer aan de start van belangrijke wedstrijden. Hardrijderijen voor vrouwen bleven een unicum en toen er in 1809 in Leeuwarden weer een vrouwenrijderij werd uitgeschreven, mochten daar uitsluitend ongehuwde vrouwen aan deelnemen. Bovendien was Trijntje toen moeder van een zoontje van nog geen twee jaar.

Samen met haar man had zij een boerderij bij Terzool waar al haar kinderen werden geboren en dat waren er tot 1825 liefst tien: vijf zoons en vijf dochters, waarvan Ytje en Janke (1823) een tweeling was. Het was al de tweede Ytje, die Trijntje ter wereld bracht, want op 15 augustus 1820 had zij een dochtertje van die naam verloren. Van de tweeling overleefde Janke de wieg niet, maar toen Trijntje op 12 maart 1825 nog een dochtertje baarde werd dat weer Janke genoemd. Dit keer was het een oersterke meid. Zij zou liefst 89 jaar oud worden en in 1914 overlijden.

Ramp Een jaar na de geboorte van Janke werd de familie getroffen door een ramp. Maandag 26 september 1826 overleed moeder Maaike en nauwelijks een maand later stierf IJsbrand Boersma, de echtgenoot van Trijntje, op zondag 22 oktober. Hij werd maar 45 jaar oud. Dat was natuurlijk een enorm drama in een tijd, waarin nog geen sprake was van welke sociale voorzieningen dan ook. Trijntje moest maar zien hoe zij het hoofd boven water hield. Zij bleef met acht kinderen achter van wie Thomas met zijn 19 jaar de oudste was en Janke een baby van anderhalf. Thomas was koemelker en zal ongetwijfeld flink bij gesprongen zijn op de boerderij, maar zelf werd hij nooit als boer vermeld.

Zijn moeder werd wel altijd als boerin in de stukken genoemd. Zij huurde de boerderij met het bijbehorende land voor 625 gulden per jaar van Theodora Aurelia gravin van Limburg Stirum, de weduwe van Adrianus Gilles Camper. En dat deed ze op 24 december 1847 nog steeds toen een nieuwe huurperiode van vijf jaar werd vastgelegd. Al die tijd had Trijntje er dus voor gezorgd dat het boerenbedrijf van haar man in stand bleef en ook nog haar acht kinderen opgevoed. Dat was een bijzondere prestatie. De kordate vrouw zou 78 jaar oud worden en nooit hertrouwen. Ook dat was opmerkelijk, want weduwes bleven toen over het algemeen niet lang alleen. De eerste schaatskampioene van ons land overleed op 3 september 1861.

Klinkend resultaat Haar eigen kinderen traden niet als winnaars in haar voetsporen op de hardrijdersbaan,  maar op 21 januari 1829 zorgde haar oudste zoon Thomas toch voor een klinkend resultaat. Hij bereikte die dag de laatste drie op de stadsrijderij van Sneek. Er stonden 82 rijders aan de start en met Thomas Boersma bereikten Halbe Huitema uit Hommerts en Hantje Speerstra uit Gauw de laatste drie, waar Halbe zich over de prijs en Hantje zich over de premie ontfermden. Thomas IJsbrands Boersma uit Terzool, de zoon van Trijntje Pieters Westra, ontving voor zijn prima rijden een gratificatie. Hij zou daarna niet meer op de startlijsten verschijnen. Zijn jongere broer Reinder probeerde het op 15 januari 1838 zonder succes in Leeuwarden. Hij was toen 23 jaar oud, hoewel hij op de startlijst als 28-jarige werd vermeld, maar dat was een foutje van de zetter, die de druk van de startlijst voorbereidde. Reinder werd op 8 september 1814 geboren. Zijn twee jaar jongere broer Hendrik stond die dag ook aan de start en op de 29ste januari waren ze er die winter in Harlingen ook bij. Reinder zou ook in 1840 nog in Leeuwarden starten.

Neef Murk Jans Jellema, de zoon van zus Tietje Westra, stond op de 21ste januari 1826 ook aan de start van de stadsrijderij in Sneek, waar voor ook neef Jan Pieters Westra had ingeschreven. Dat was een zoon van broer Pieter die net als zijn grootvader veldwachter in Gauw werd. Ook de kinderen van Marijke Westra verschenen aan de start van hardrijderijen. Wabe en Pieter Willems Wieringa schreven op 17 januari 1838 in voor de wedstrijd in Sneek. Wabe was militair en was als lansier in Venlo gelegerd. Pieter woonde net als zijn ouders in Offringawier, waar hij als boerenknecht de kost verdiende. Maar zo succesvol als tante Trijntje in 1805 in Leeuwarden waren ze niet. Ze werden allemaal voortijdig van de lijst gereden.

Jonkheer Germain Sandberg van Oudshoorn was altijd plooibaar in het protocol

LEEUWARDEN – Jonkheer Germain Sandberg van Oudshoorn (62) verstond de kunst dat hij als hoofd protocol van de provincie Friesland de zaken bij officiële gelegenheid gladjes en zonder protocollaire poespas wist te laten verlopen. Als geen ander kon hij goed regelen, maar ook goed improviseren. Na 32 jaar provinciale dienst nam hij afscheid tijdens een grootse receptie waarop bijna 500 gasten waren afgekomen.

In zijn functie diende hij vijf commissarissen: wijlen Hedzer Rijpstra (1970-1982), Hans Wiegel (1982-1994), Loek Hermans (1994-1998), Ed Nijpels (1999-2008) en John Jorritsma (2008-). Ed Nijpels was verhinderd. De drie anderen, net als Nijpels allemaal van VVD-huize, waren present om Germain uit te luiden.

De receptie had veel weg van een reünie. Tal van ex-ambtenaren en vroegere gedeputeerden stonden in de rij om Germain en zijn echtgenote Muike de hand te schudden. De twee kunnen tot 2016 thuis een flesje opentrekken, zoveel wijn namen ze in ontvangst. Met name de hartelijkheid viel op. Germain is een mensenmens die zich in alle lagen van de bevolking gemakkelijk beweegt en bij wie iemand zich snel vertrouwd voelt. Een natuurlijke gave.

In de buurt Overal waar de CdK ten tonele verscheen was Germain in de buurt. Hij behartigde de representatieve zaken en belangen. Hij bereidde alle officiële gelegenheden, werkbezoeken, evenementen en recepties voor. Verder was hij betrokken bij meer dan honderd Koninklijke bezoeken en begeleidde hij honderden vaartrips met het statenjacht Friso. Hoogtepunten waren natuurlijk de drie Elfstedentochten van 1985, 1986 en 1997.

Germain mocht er dan altijd bij zijn, hij bleef immer op de achtergrond. Er zijn maar weinig foto’s waarop hij is te zien. Voor de media was hij een gouden man. Hij wist de vaak ongeduldige en brutale fotografen en verslaggevers altijd mild te stemmen en ze deden nooit een vergeefs beroep op hem.Qua pr scoorde Friesland van alle provincies de afgelopen decennia veruit het best en dat is voor een groot deel te danken aan de slimme en tactische Germain, die bovendien gezegend is met onderkoelde humor. Hij is de man van het understatement en de steek onder water. Zo wist hij alle hoogdravendheid en grandeur in zijn metier tot volkse proporties terug te brengen. Van zijn adellijke komaf, zijn academische geschooldheid en zijn toch eminente functie merkte je in zijn dagelijkse en werkzame leven niks. Germain stond zich nergens op voor. Hij weet natuurlijk wel hoe het moet. Weinigen in de provincie zijn zo goed op de hoogte van etiquette en presentatie als Germain, die uiteraard in stijl – met het wapen van Friesland in goud – inviteerde. Dat weer wel.

Icoon John Jorritsma noemde Germain een icoon. Hij was blij dat het Provinciehuis op tijd klaar was en dat het feestje voor Germain niet te hoefde worden gehouden in het ‘postverdeelcentrum’, zoals de commissaris de vijf jaar durende tijdelijke huisvesting aan de Snekertrekweg noemde.

Als anekdote over het adequaat handelen van Germain noemde John Jorritsma een voorval in 2009 op de Friezendag op Governors Island in New York. Er kwam een peloton bloedmooie dames aanlopen en de commissaris raakte lichtjes in paniek wie de als hoofdgast uitgenodigde Doutzen Kroes zou zijn, zo niet Germain, die altijd een scherp oog heeft gehad voor vrouwelijk schoon en die later het topmodel elegant begeleidde bij een bezoek aan een bouwvakkerstoilet. Maaike van Gils, hoofd communicatie, gaf een voorbeeld van de subtiliteit van Germain ten aanzien van vrouwen. ‘Als hij een outfit niet zo kon waarderen zei hij: “Wat had je gister toch een mooie combinatie aan”,’ aldus Maaike.

De aan tradities gehechte Germain (na afloop van de Nieuwjaarsreceptie bleef de boerenkool op het menu), die werkte aan een antiek bureautje, ontkwam niet aan een dankwoord dat hij als volgt aanving: ‘Er is mij veel lof toegezwaaid en wie ben ik om u tegen te spreken?’, de lachers op zijn hand krijgend. Hij noemde expliciet de aanwezigheid van de afvaardiging van Koningin Beatrix in de personen van stalmeester/kolonel Bert Wassenaar en Sybilla Ligthart, die secretaresse van de algemeen secretaris van de vorstin was, een belangrijke ‘fluisterfunctie’. Germain: ‘Zij heeft Fries bloed in de aderen en toen ze me eens vertelde van een voorgenomen familiereünie zorgde ik ervoor dat ze in onze provincie een onvergetelijk programma beleefde.’ Voor Germain hoefde een receptie niet, maar achteraf was hij blij dat hij niet met stille trom was vertrokken: ‘Dan had ik al die goede mensen die ik heb leren kennen nu niet ontmoet.’ Zijn werk noemde hij een ‘aaneenschakeling van feesten’, doch niet ononderbroken. Hij noemde de gedeputeerden Douwe van der Til en Anita Andriesen die in het harnas zijn gestorven. ‘Hun dood heeft mij zeer aangegrepen.’

Idioot De start in Friesland kon de in Middelburg geboren en in Amstelveen zijn loopbaan begonnen Germain zich helder voor de geest halen. Rijpstra had de gewoonte om voor dag en dauw te bellen. Toen hij dat eens in het weekend deed, nam Germain de telefoon op met de woorden: ‘Zeg het eens, commissaris.’ Op de vraag ‘Hoe weet u dat ik het ben?’, antwoordde de uit zijn rol vallende Germain: ‘Ik ken geen andere idioot die op dit tijdstip belt.’

Rijpstra nam geen blad voor de mond en beoordeelde een door Germain geschreven toespraak ooit met ‘Gelul!’ Niettemin kon Germain uitstekend overweg met het echtpaar Hedzer en Erna Rijpstra, dat hij in hun woonplaats Delden jaarlijks een visite bracht. Maar ook met Rijpstra’s opvolgers kon hij lezen en schrijven, zoals de verhoudingen met iedereen op het Provinciehuis uitstekend waren.

Als hoogtepunten noemde Germain het kennismakingsbezoek van Koningin Beatrix in 1980, de Koninklijke bezoeken, de staatbezoeken van de groothertog van Luxemburg en de Koning van Jordanië, de Elfstedentochten, het bezoek aan Cutchuan in China, de Hofijver-stunt met het statenjacht in 1992 toen de nieuwe Tweede Kamer werd geopend, Friesland Vaart en memorabele trips met de Friso.

Zijn dienstbaarheid, loyaliteit en verdiensten aan en voor de provincie, alsmede allerlei sociaal-maatschappelijke functies (medeoprichter stichting Leergeld, Poptaslot in Marsum, Rode Kruis, Nut van het Algemeen, Eigen Brood Bovenal) werden gehonoreerd met het ridderschap in de Orde van Oranje-Nassau.

Bijzonder is de afscheidslunch op Paleis Noordeinde die Germain en Muike kregen aangeboden en die binnenkort plaatsvindt. Zes mensen mocht hij uitnodigen en hij liet de keus vallen op het kabinet van de commissaris incluis zijn opvolger. Een prachtig gebaar, passend bij de stijl van jonkheer Germain Sandberg van Oudshoorn.

Johan Postma: een ondernemer met competitiegeest

SINT NICOLAASGA – Holiday Ice in Sint Nicolaasga mag tot de familiebedrijven worden gerekend. Nog wel, want in de persoon van Johan Postma (52) staat waarschijnlijk de laatste generatie aan het roer. Vader Age is overleden, Johan heeft de aandelen van zijn broers Age en Frans overgenomen en hij heeft geen directe opvolger. Hoewel Johan succesvol is als ondernemer, is de recente bedrijfsgeschiedenis niet rimpelloos verlopen. Er zijn pijnpunten, ook bij Johan, van wie de bloedband er niet onder mag lijden.

Vol geestdrift geeft Johan Postma, tevens voorzitter van de Ondernemers Vereniging Skarsterlân, leiding aan zijn onderneming waar op jaarbasis 250 miljoen ijsjes (stokjes, bekers en hoorntjes) worden gemaakt bij een omzet van ca. € 22 miljoen en waar 150 mensen werken (50 in vaste dienst en 100 uitzendkrachten). Er is fors geïnvesteerd in de modern geoutilleerde fabriek en daar is nog geen einde aan gekomen. Dit jaar zal een nieuwe automatiseringsronde zijn beslag krijgen.

Johan: ‘Er zijn op basis van ons volume en omzet te veel mensen in de productie. De acht nieuwe, volautomatische productielijnen maken in totaal zo’n vijfentwintig arbeidsplaatsen overbodig. In enkele jaren verdienen we de investering terug die nodig is om te overleven.’

Zijn prestaties zijn niet onopgemerkt gebleven. In 2009 werd Holiday Ice gekroond tot Friese Onderneming van het Jaar. Vooral de feiten dat het hier een productiebedrijf betreft, er hoogtechnologisch en duurzaam wordt geproduceerd en de onderneming in een concurrerende markt opereert waarin de rendementsmarges smal zijn, spraken tot de verbeelding. Dan moet de directeur als een bok op de haverkist zitten. Wel, dat kun je Johan toevertrouwen. Hij is scherp als een adelaar, strijdbaar als een havik. Vorig jaar werd hij genomineerd voor de prestigieuze titel Ernst & Young Entrepreneur of the Year 2011. Hij bereikte van de zestig gegadigden samen met vier anderen de finale.

De hele show om deze verkiezing heen maakte indruk op Johan. Dat begon al op Nyenrode waar de halve finale voor de laatste tien werd gehouden. De genomineerden moesten een elevator speech houden die gevolgd werd door een indringend interview en daarna een ronde tafelgesprek. De jury beoordeelde de performances en had in een eerder stadium de bedrijven al doorgelicht. Vijf ondernemers gingen door naar de finale in de Beurs van Berlage in Amsterdam. Onder wie Johan, die de kwaliteiten van zijn bedrijf fijntjes onder de neuzen van de juryleden wreef: meten is weten, de heldere communicatie, de motivatietrainingen die zijn personeel herhaaldelijk krijgt, de kwaliteitsbewaking, de strakke organisatie. Of hij een ondernemingsraad had? Nee, maar dat is volgens hem ook niet nodig als je goed met je medewerkers communiceert.

De ontvangst, het voorstellen van de finalisten aan het publiek, het verblijf in het luxueuze vijfsterrenhotel The Grand, het vervoer in limo’s, het feest in black tie, de presentatie door Humberto Tan, de prijzen die werden uitgereikt door minister Maxime Verhagen van economische zaken en innovatie  – de grandeur spatte er van af. Dit was andere koek dan de Friese ondernemersverkiezing met finalisten die Johan, volgens Gerrit Lettinga van De Zakenspiegel, rauw lustte. Het moet ook echt een wedstrijd voor hem zijn. Zonder commerciële verplichtingen. Controversieel als hij is bestemde hij de winnende bedragen anders dan de organisaties hadden bedoeld. Van de € 7.500 die hij met de Friese verkiezing won ging hij twee stoelen bij sc Heerenveen bestellen. Die bestemming viel niet binnen de gestelde criteria, maar Johan liet zich niet ompraten. Hij maakt graag zelf uit welke investeringen zijn bedrijf impulsen geeft. De cheque van € 5.000 die hij kreeg van Ernst & Young wil hij omwisselen voor een trip naar Zuid-Afrika waar de wereldfinale van de Ernst & Young Masters (in Nederland gewonnen door Frans van Seumeren) plaatsvindt. Deze besteding valt buiten de criteria. Hou de prijs dan maar, luidde het antwoord van Johan, die waarschijnlijk zijn zin wel zal krijgen. Hij mocht dan de kleinste entrepreneur van de finalisten zijn, hij was zeker ook de brutaalste. Aan de andere kant: hij zal toch wel wat opsteken van het bijwonen van die finale?

‘Als ik ergens aan meedoe, dan geef ik vol gas. Ik doe iets honderd procent, of niet. Nooit half. Zo’n verkiezing doet mij de adrenaline door het bloed stromen. Ik wil kijken hoe ver ik kom, hoeveel conditie en spirit ik tot het eind heb. In de zakenwereld weet je gewoonlijk niet waar je staat ten opzichte van anderen. In sport wel. Als je de snelste of de beste bent, dan ben je nummer één. In een verkiezing kun je je meten met anderen. Dat vind ik het mooie ervan. Ik zie het als een keurmerk. En het geeft free publicity. Aan adverteren doe ik niet, dus dat komt goed uit. Bovendien kost deelname niks, alleen tijd. Verder is een verkiezing een gelegenheid om je kwaliteit onder de aandacht te brengen. Wij hebben het certificaat BRC-IFS, wat een hoge kwaliteitsstandaard is die garandeert dat ons productieproces optimaal hygiënisch is en dat wij binnen twee uren één enkel ijsje kunnen traceren en kunnen nagaan wat er in zit,’ zo verklaart Johan zijn motivering.

De geschiedenis van het bedrijf gaat terug tot 1928 toen Age Postma sr. in Sint Nicolaasga een banketbakkerij begon. In de letterlijke zin van het woord. Dus geen brood, maar lekkernijen voor de zoetekauwen zoals marsepein en taaipoppen. Rond Sinterklaas, Kerst en Pasen lagen de verkooppieken en probeerde Postma het tot de volgende feestdagen uit te zingen. Net als veel andere banketbakkers kwam hij de zomer door met het maken en verkopen van ijs. De volgende Age ging ook snacks maken, die niet alleen voor de eigen winkel (een van de eerste snackbars in Friesland) maar ook voor de horeca waren bestemd: kroketten, patat, halve kippen, bami- en nasiballen, slaatjes. Andere artikelen (snoep, sauzen) maakten het assortiment completer. Postma leverde niet alleen aan horeca, maar ook aan sportkantines en dergelijke. Deze tak van sport groeide uit tot een volwaardige horecagroothandel inclusief drankenhandel.

Topproduct IJs bleef niettemin het topproduct. Postma maakte er naam mee door in sommige roomijsstokjes de naam Postma te graveren. De gelukkigen kregen dan nog een ijsje. Dat was een effectieve marketing. De verkoop van ijs nam een grote vlucht. Eerst met bakfietsen en later met VW-busjes, waarmee de handel lucratiever werd gemaakt in de vorm van retourvrachten: ijs naar afnemers en snacks mee terug. Weer later reed Postma met vrieswagens langs particulieren. Deze homeservice werd populair. Postma overleefde in een tijd dat veel merken sneuvelden: Friesche Koe, Caraco, Davino, Verkade, Campina.

IJspaleis heette het concept waarmee drie ondernemingen, waaronder Postma, de hele landelijke homeservice markt bedienden. Toen Postma IJspaleis Almere had overgenomen bestreek het bedrijf het hele gebied boven de grote rivieren. De overname van de vestiging Almere leidde tot nieuwbouw in Lelystad. Het bedrijf had 80 wagens op de weg. Het leek echter mooier dan het was. Met het Almeerse bedrijf kwam ook de cultuur van de westerlingen binnen de onderneming.

Stress Johan kreeg voor het eerst te maken met stress, tot bijna een burn-out toe: ‘Tachtig mensen onderweg en velen op wie ik geen grip kon krijgen, die ik niet kon sturen. Altijd was er wat. Dan was er weer iemand ziek, dan weer was er verkeerd afgeleverd of klopte de administratie niet. Ik kon ze niet kneden en dat stoorde me mateloos. De oplossing was verkopen. Het pand in Lelystad verhuurden wij in eerste instantie en we hebben het later verkocht. Nieuwbouw in guldens tegen verkoop in euro’s. Dat was, nog voor de financiële crisis uitbrak, een mooie klapper. Vandaag de dag zouden we nog niet eens de helft hebben gebeurd.’

Johan kon zich vervolgens focussen op de ijsfabriek (‘Dat was het leukste om te doen’). Eerder was de horecatak (Holiday Horeca) al overgedaan aan Jan van der Horst van Hanos, die in het vroegere Schuitema-pand in Heerenveen een vestiging wilde beginnen. Hij had omzet nodig en moest dus markt kopen. Johan vroeg Age, die verantwoordelijk was voor de horeca, of hij voelde voor een verkoop en dat bleek het geval. Via Riemer van der Velde (raadgever van Johan en een relatie van Van der Horst) werd contact gelegd. Het werden snoeiharde onderhandelingen die moeizaam verliepen. ‘Je vraagt te veel. Als je je bedenkt bel je maar,’ had Van der Horst gezegd. ‘Dat is wederzijds,’ antwoordde Johan, die de langste adem had. De prijs was goed en doordat alleen de werkmaatschappij was verkocht kreeg Johan (financiële) ruimte om verder te investeren in de ijsfabriek.

Verschillende karakters en ambities Door de jaren heen kwamen de verschillende karakters en ambities van de drie broers steeds duidelijker naar voren. Johan zat met hen bovendien niet altijd op één lijn. En ook niet met Heit, die dacht dat zijn zoon zich zou vertillen aan het avontuur in Lelystad en hem dreigde ‘alles in de brand te steken’ als hij zijn plannen in Duitsland zou voortzetten. Een jaar lang spraken ze niet met elkaar.

‘Heit dacht dat de zaak klaar was voor de toekomst, terwijl ik vond dat we juist aan het begin stonden,’ zegt Johan. De nieuwbouw in Lelystad bijvoorbeeld, deed hij helemaal alleen. Heit en zijn broers bemoeiden zich er niet mee. Op dat moment besefte hij dat hij voor de troepen uitliep. ‘Ik dacht: hoe kan dat nou? Vanaf toen introduceerde ik managementvergaderingen om meer duidelijkheid te creëren.’

De benjamin die zich altijd wilde bewijzen was niet meer af te stoppen. Door de transacties was Johan in staat de aandelen van zijn broers over te nemen. Met hulp van de intermediairs Riemer van der Velde en Sjoerd Feenstra die hij op de golfbaan leerde kennen en die als commissarissen/adviseurs een goede inbreng hebben. Age en Frans bleven in de zaak actief, zij het niet meer in een directiefunctie. Gedrieën zaten ze nog wel in het vastgoedbeheer, maar dat was met het oog op de expansie niet functioneel. En dus nam Johan ook het vastgoed in één hand. De deal was een winsituatie voor alle drie.

Niet langer hoeft Johan met zijn familie te handelen, maar wandelen hoopt hij zijn leven lang te doen met hen. Met Heit heeft hij nooit meer helemaal in het reine kunnen komen. ‘Toen ik zover was om het met hem uit te praten was hij al dementerend. Dat betreur ik nog steeds. Mijn ouders zijn week op week geboren en in 2005 week op week gestorven. Je bent dan in één klap wees. Vanaf dat moment ben je echt op je zelf aangewezen.’

Hij ontkent niet dat zijn soloacties sporen hebben nagelaten. Maar het contact met zijn broers is blijven bestaan, er is nog familie werkzaam in de zaak, ze komen op elkaars verjaardagen en ze gaan gezamenlijk op wintersport. Het bedrijf, dat van maandag tot en met vrijdag volcontinu draait, is thans een luis in de pels van multinationals als Unilever. Holiday Ice exporteert naar 22 landen.

Ruimte voor private labels Johan: ‘Dat wij nooit een A-merk zouden worden had ik al lang in de gaten. Geen nood. Er is op de markt nog veel ruimte voor ons want private labels hebben een aandeel van 25 %. Blinde proeven wijzen uit dat ons ijs qua smaak en kwaliteit niets onderdoen voor A-merken. Sterker, we zijn misschien wel beter. Wij liften mee met supermarkten als Albert Heijn die hun huismerken sterk in de markt zetten. Er is bij de consument steeds meer acceptatie ten aanzien van huismerken. Vroeger waren wij trendvolgers omdat we ijs maakten dat al qua vorm en smaak bestond. Nu maken we ook veel specials, die 30 % van onze productie vormen. We zijn dus met ons impulsijs niet alleen meer trendvolger, maar ook trendsetter.’

Na een grote saneringsgolf staan productiebedrijven als Holiday Ice er goed voor en vertegenwoordigen ze marktwaarde. Er wordt steeds meer private equity gestoken in dit soort ondernemingen.

De energie die hij uitstraalt, de gezwinde pas, de klaarwakkere oogopslag, de staccatozinnen die hij er uit ratelt, het zijn kenmerken die zijn karakter verraden: ‘Ja, soms denk ik wel eens dat ik ADHD heb. Maar ik geef mijn beste krachten aan deze fabriek. Ik zie veel mensen die alles uit hun bedrijf plukken. Ik niet. Ik laat alles erin zitten en ik zie het op het eind van de rit wel.’

‘Blijven lenen en schulden stapelen heeft nooit gekund’

Naam Klaas de Leeuw | Leeftijd 69 | Woonplaats Oranjewoud | Burgerlijke staat Gehuwd met Japke Mast, twee zoons: Eddie (46) en Johan (44) | Functie Ondernemer, investeerder en commissaris Van Wijnen Groep NV, commissaris bij meerdere ondernemingen en instanties | Locatie Golden Tulip Hotel Tjaarda Oranjewoud | Gastheer Tjitte de Wolff | Chef-kok Joram van der Staaij | Bediening Edwin Vlietstra

In hoeverre speelt geld een rol in uw leven? Ik had vroeger één ding in mijn kop: onafhankelijk zijn. Dat was mijn drive. En dat is gelukt. Voor de rest is geld voor mij altijd een middel geweest, nooit een doel. Privé heb ik weinig eisen. Knap wonen en een knappe auto, dat is het wel. Hobby’s heb ik niet, alleen een beetje golfen en lezen. Toen ik eens mijn huis in Tijnje verkocht voor omgerekend € 125.000 gebruikte ik dat geld voor de zaak en ging ik in een huurhuis in een blokje van zes wonen. Geen probleem voor ons. Ik heb altijd gewerkt aan een sterk eigen vermogen van de zaak. Privé, vrouw en kinderen, is heilig voor me. De zekerheid om dat veilig te stellen bouwde ik in door defensief te begroten. In zaken moet je minder angst voor schuld hebben. Ik heb altijd op de rand gelopen, maar financieel heb ik nooit problemen gekend. Wij zijn altijd blijven aflossen. Hoe kom ik zo snel mogelijk weer van een schuld af, stelde ik mij ten doel. De wereld van nu is anders, hoewel men langzaam ontwaakt uit de dromerijen.

Uw vader was aannemer in Tijnje en u bent zijn voetsporen getreden. Lag dat voor de hand? Mijn broer Freerk en ik hebben alles in de praktijk geleerd. Wij waren entrepreneurs. In zekere zijn was het logisch dat wij hem ging helpen in wat toen nog een dorpsaannemerij was. Henjo Hielkema, al sinds mijn jeugd een vriend van mij, ging wel leren. Hij heeft Nyenrode gedaan. Later is hij trouwens president-commissaris bij Van Wijnen.

Waar dankt u uw succes aan? Bij de les blijven, pragmatisch denken en doorzetten. Verder is het succes van mijn ondernemersleven ondermeer te danken aan mijn broer Freerk, die in zijn functie van directeur productie als een bok op de haverkist zat, en aan de geweldige mensen om mij heen, zowel zakelijk als privé. Je kunt niks in je eentje. De tijd was ons trouwens goed gezind. Een interval begin jaren tachtig uitgezonderd, hebben wij alleen maar economische groei meegemaakt.

Nooit in de put gezeten? Toch wel. Wij hadden nog maar kort de zaak van mijn vader overgenomen toen we met de personeelsvereniging, tien man sterk, gingen karten in Zwolle. Het kon natuurlijk niet zo zijn dat de baas zou verliezen. Het ging hard tegen hard. Op een gegeven moment werd ik in de zij geramd en bleek in het ziekenhuis dat mijn bekken op verschillende plaatsen was gebroken. Toen dacht ik op dat moment: ik ga failliet. Ik heb een jaar op krukken gelopen. In het ziekenhuis hielden we bouwvergaderingen in een ontruimde medicijnkamer omdat daar een telefoon was. Zo kwam ik er weer bovenop. We hebben heel hard gewerkt. Bijna nooit thuis. Achteraf denk ik vaak: wat hebben onze vrouwen veel moeten incasseren.

Wat bent u voor een man? Ik ben een generalist. Iemand die altijd de grote lijnen in de gaten probeert te houden. Tegenwoordig zie je praktisch alleen maar specialisten. Die heb je op alle terreinen nodig, maar we, de maatschappij bedoel ik, zijn in de bezetting van de kaders daarin doorgeschoten.

Wat voor slag mensen trok u aan? In het begin in de uitvoering bij voorkeur boerenzonen met een MTS-opleiding. Jongens die met vroeg opstaan en hard werken waren opgegroeid, die nuchter konden denken én die verantwoordelijkheid durfden dragen. Vooral dat laatste vonden wij belangrijk. Helaas is dat veranderd. Vroeger deed je bijvoorbeeld rechtstreeks zaken met de directeur gemeentewerken. Tegenwoordig wordt, met name door de politiek, dure advisering ingehuurd omdat men zelf zo weinig mogelijk verantwoordelijk wil nemen.

Waardoor meer regelgeving ontstaat? Vreselijk! Een voorbeeld. Ongeveer 40 jaar geleden bouwden wij een complete woning met alles erop en eraan voor ƒ 19.000 voor de heer Koelstra in Gorredijk. Het contract bestond uit een A4’tje met één tekening waar alles op stond. Dezelfde opdrachtgever kocht onlangs een penthouse waarvoor een contract van ca. 20 bladzijden en zo’n vijf tot tien tekeningen nodig zijn. Dit is één van de huidige problemen in de bouw. Het onderling vertrouwen in deze samenleving is afgenomen en men laat zich wijsmaken dat alles vanuit een puur juridisch formele houding op papier moet. We hebben met zijn alleen een claimcultuur gecreëerd, wat alleen maar leidt tot meer bureaucratie en minder eigen initiatief en verantwoordelijkheid. Wij hebben teveel politiek, regelgeving, ambtenarij, teveel managers en praters, en te weinig doeners.

Hoe kijkt u aan tegen de financiële crisis? West-Europa heeft een ongekend hoog welvaartspeil bereikt dat absoluut geen stand houdt als er niet snel drastische maatregelen worden getroffen. Blijven lenen en schulden stapelen heeft nooit gekund. De euro heeft in de minder economisch ontwikkelde landen van de EU de gewone man weinig of niks positiefs gebracht. Een klein voorbeeld. Wij hebben een tweede woning in Portugal. Daar zie je de kleine boeren, die voorheen sinaasappelen verkochten aan de plaatselijke supermarkt, dit niet meer doen omdat alleen Spaanse sinaasappelen zijn gekwalificeerd en derhalve verkocht mogen worden. Deze kleine Portugese boeren laten hun oogst nu op het land verrotten. Met dank aan Europese regelgeving. Nog een voorbeeld. Spanje heeft maximaal gebruik gemaakt van de Europese subsidies. Met als gevolg dat het wegennet gigantisch is uitgebreid. Zelfs zodanig dat je in sommige delen van het land op prachtige snelwegen bijna geen auto tegenkomt. Een grote fout is gemaakt bij de te snelle uitbreiding van de EU en het invoeren van de euro. Als we met de oorspronkelijke twaalf lidstaten voldoende tijd hadden genomen aan de samenwerking en het invoeren van de euro, was er misschien een werkbare situatie ontstaan. De uitbreiding met landen met ondoorzichtige economieën, sociale achterstanden en grote cultuurverschillen, plus daarbij nog het loslaten van de 3%  BNP-norm zal naar mijn mening leiden tot grote financieel-economische problemen en vooral en tot sociale onrust, een nog groter gevaar.

U bent ook betrokken bij Tjaarda. Wat heeft u met de restaurantsector? Tjaarda is voor Heerenveen en omgeving een belangrijke pleisterplaats die bekendheid geniet door het hele land en bovendien een grote werkgever in de horecasector is. Mijn hele leven heb ik doordeweeks vaak buiten de deur gegeten. Dikwijls koppelde ik afspraken aan een lunch of diner. Dat zijn andere gesprekken dan op kantoor. Wat minder formeel, maar wel indringender, en aangenaam. Ik hou van goed eten, zonder overbodige liflafjes. Zoals men nu bij Tjaarda kookt.

MENU Voorgerechten  - Tartaar van gerookte zalm net een crumel van zuurdesem, zoetzure biet en limoenmayonaise - Kabeljauwstaartfilet met hutspotgroente, aardappelmousseline en zilverui | Hoofdgerecht USA Black Angus: gebraden runderlende met osseworst, polenta, bosui, bundelzwammen en aceto boterjus | Dessert  Mocca - Wijn: Vina Ardeanza Reserva Especial 2001 Rioja: La Rioja Alta , S.H.

Trippel Fries in het hart van Friesland

GROUW – Friesland en wijn, niet direct de meest voor de hand liggende combinatie. Toch is er wel wat te melden op dit gebied vanuit deze provincie. Zo presenteerde De Wijnimporteurs uit Sint Nicolaasga namelijk twee wijnen uit hun Frison-serie, een Spaanse en een Franse wijn ontwikkeld door Friezen.

Daarnaast presenteerde tijdens dezelfde bijeenkomst het Friese wijndomein De Heidepleats haar nieuwe rode regentwijn van het oogstjaar 2010. En om dit Friese wijnverhaal compleet te maken, introduceerde De Wijnimporteurs ook nog de wijnen van Quinta de Religaes, gemaakt door Sjerp Martin, een Fries om útens. Deze voormalige directeur van de BNG is neergestreken in het noorden van Portugal om zich in zijn tweede leven toe te leggen op de productie van heerlijke frisse Portugese wijnen, onder andere een bijzonder exclusieve

Vinho Verde De presentatie van al dit Friese ‘wijngeweld’ vond plaats in het hart van Friesland, in café ‘De Oude Oost’, onderdeel van het fameuze Hotel Restaurant Oostergoo in Grouw. Als onderdeel van het wildseizoen serveerde Marcel Oost, eigenaar van Oostergoo, een keur aan wildhapjes.