Terug naar hoofdinhoud

Kroniek van het goede leven in Friesland

Zakelijk human interest magazine
Verschijnt tweemaandelijks – jaarabonnement € xxxx
Redactie: Albert van Keimpema
Abonnement: administratie@friesjournaal.nl

Algemeen directeur Saskia Bak en haar zakelijke collega Roel Woering.

Eerste kijkje

De vrienden van het Fries Museum hebben medio oktober voor het eerst een kijkje in het nieuwe gebouw aan het Wilhelminaplein kunnen nemen. Met een aanwas van 60 leden enige dagen eerder bij de opening van het plein, is het aantal gestegen tot bijna 400. Een 150 tal daarvan, ditmaal nog in gezelschap van hun partners, ging onder leiding van museummedewerkers door het opvallend ruime gebouw met drie etages. Er zal een deel van de collectie uit het oude museum in worden ondergebracht, aangevuld met hedendaagse kunst.

‘Het is pand is nu nog kaal, maar op technische voorzieningen na klaar. En het moet nog uitdampen,’ aldus algemeen directeur Saskia Bak. Haar zakelijke collega Roel Woering liet weten dat men straks alleen op persoonlijke titel en dus exclusief vriend kan zijn.

Onder de vrienden bevonden zich Syb Osinga, Foppe Huismans, Siebold Hartkamp, Fokke Martini en Frans Steijvers.

Het nieuwe museum, zo bepaalde architect Abe Bonnema – hij liet een legaat van 18 miljoen euro na – moest op of aan het Wilhelminaplein verrijzen. En ook dat Hubert Jan Rinket de architectuur moest doen.

Een bouwtechnische misser zijn de pilaren in de trap op/afgangen. En planmatig, waarop Rinket geen invloed had, is de niet meer te herstellen miskleun dat het Paleis van Justitie, vanuit het museum gezien, rechts schuilgaat achter een winkelgalerij.

‘Goeije maten’: Syb van der Ploeg en Thom van der Heide.

Droomvlucht

 

‘Wy binne goeije maten.’ Daarmee verklaart Thom van der Heide van Frouckje State in Ryptsjerk waarom Syb van der Ploeg met De Kast in dat restaurant het premièreweekend van de nieuwe cd Dreamflecht yn de tiid afsloot. In persoonlijke sfeer kreeg het een tintje met Make a Wish promotie. De aan een hersentumor lijdende Hanneke Vulperhorst (15) uit Leeuwarden mocht tijdens het concert vertellen over haar wens – een vliegreis naar Amerika – waarbij ze zelfs in de cockpit had mogen zitten. Haar gezonde leeftijdsgenote Lotte Broersma zong daarna met Syb in een duet de sterren van de hemel.

‘Geweldig,’ aldus staatssecretaris Joop Atsma, die meteen een tweet liet uitgaan naar zijn 11.000 volgers. Hij en vrouwlief Tea praatten onder meer bij met Jouke Oostenbrug van A.J. Catering en Meer uit Harkema. Dat ‘Meer’ heeft betrekking op zijn vrouw Annemarie van der Meer, met wie Oostenbrug onder meer de catering tijdens de laatstgehouden wielerronde op de Merk in Surhuisterveen verzorgde.

Met volle teugen genoot ook Annie van der Velde – ‘de vrouw van Riemer’ – van het concert. ‘Een mooie cd als Sinterklaascadeau of om weg te geven bij het skûtsjesilen,’ zo reageerde zij spontaan.

Menigeen greep ook de gelegenheid aan voor een babbeltje met Henk Angenent en zijn vrouw Sannah uit Woubrugge.

‘Het winnen van de Elfstedentocht blijft mij tot na mijn dood achtervolgen. Een van de leuke kanten er van is dat ik hier ben uitgenodigd,’ zegt hij. En om zijn bijnaam van toen, ‘Spruitjeskoning’, de wereld uit te helpen: hij is al jaren paarden- en schapenfokker. Henk is daarvoor veel in Friesland. Zijn merries laat hij namelijk dekken bij Wiepke van de Langeweg in Bears, met wie hij ook handel doet.

Klaas Jansma als kunstpresentator en exposante Janneke Hengst.

Klaas over Janneke

Kunstenaars die bij de opening van een expositie over hun werk vertellen, hoor je niet vaak. In de Leeuwarder galerie Kleine Hoogstraat was dat wel het geval. Van het trio exposerende kunstenaars Petra Nirdosh van Heesbeen, de Leeuwarder Arjen Beintema, die ook een vioolsolo ten gehore bracht, en Janneke Hengst, was het laatstgenoemde die de presentatie overliet aan Klaas Jansma.

‘Een relaas uit onverwachte hoek,’ zo typeerde galeriehoudster Giny Zandstra de introductie van de inmiddels als skûtsjesylreporter gestopte Jansma.

‘En it kaam der ek noch flot út,’ vond Klaas.

Janneke Hengst schaart zich met haar werk in de rij van Friese landschapsschilders getuige de geabstraheerde schilderijen. Afkomstig uit Gaast, waar de vroegere muze van Jopie Huisman aan de IJsselmeerkust de onderwerpen voor het grijpen had, besloot zij te verhuizen naar het villadorp Mantgum.

‘Mijn schilderproductie leed er niet onder,’ zegt zij, wijzend naar de wanden in de galerie die gedeeld worden met de kleinere tableautjes van Arjen Beintema. Dat hij betrekkelijk klein schildert is terug te voeren tot de beginperiode van de door Picasso en Rembrandt gefascineerde Beintema.

‘Ik begon ooit op de achterkant van lucifersdoosjes,’ zo verwoordt hij zijn passie die hem als twaalfjarige al een prijs bezorgde.

Van Petra van Heesbeen is porselein te zien dat zij stookt in gas- of zoutovens.

Het is een van de laatste exposities die Giny en haar man Syb Zandstra hebben samengesteld. ‘Het pand wordt verkocht omdat wij graag op de begane grond willen wonen,’ verklaart Syb. Met ‘we gaan het anders aanpakken’ bedoelt hij dat de galerieruimte voorlopig nog beschikbaar blijft voor creatieve cursussen, workshops en exposities.

Van l.n.r. Geeske Visser, Henk Veenstra, Jannewietske de Vries en Maarten Offinga op de djembé’s, waarmee bij gunstig weer het heien van de eerste paal begeleid zou worden.

Stavers succes

Raakte ik in een oefenlokaal met op djembé’s trommelende kinderen verzeild, en vroeg mij af of ik wel op mijn plaats was. De werkelijkheid gebood echter dat daar, in het Staverse multifuntioneel centrum De Kaap, wegens slecht weer het startsein zou plaatsvinden van de uitbreiding van de Johan Frisosluis. Echt werd het pas toen de Friese gedeputeerde Jannewietske de Vries, voorzitter Geeske de Vries van Stavers Belang, wethouder Maarten Offinga van Súd-West Fryslân en districtsmanager Henk Veenstra van Ballast Nedam, allen gehuld in witte jassen met de tekst ‘Stavoren, poort van Fryslân’ de zaal binnenstapten.

‘Ons stadje zal veel profijt van de sluisverdubbeling krijgen,’ stelt Geeske Visser bijna op jubeltoon; er aan toevoegend ‘heel lang aan dat project getrokken te hebben’. Henk Veenstra viel haar daarin bij, mij later het ontwerp tonend van een groene, milieuvriendelijke en energieneutrale sluis. Desgevraagd liet hij weten dat de volgende klus toen ‘gelukkig’ al weer wachtte: een aquaduct in de westelijke invalsweg van Leeuwarden.

De aanwezigheid van Ulbe Zwaga (zoon van Jeen), telg uit de bekende skûtsjefamilie en getrouwd met Tjitske, een dochter van skûtsjeschipper Cor Salverda, was verklaarbaar. Ulbe werkt namelijk bij Rijkswaterstaat. Verrassender voor mij was dat hij in gezelschap verkeerde van Rijk de Jongh, voorheen directeur van de FBTO en later bij Centraal Beheer.

‘Als inwoners bij Stavers Belang klagen over last van de sluisbouw, bemiddelen wij daarover met de uitvoerders,’ verklaren de beide in Stavoren wonende ‘mediators’.

Bert en Geri van der Werf lieten mij hun voldoening blijken over de bouw van een nieuwe, nu met procesfood aangevulde Coöp supermarkt in het plaatselijke uitbreidingsplan Middenmeer.

‘Eindelijk,’ zo verzuchten zij, nadat er hier en daar wel enig trek- en duwwerk op het verhuisplan moest worden uitgeoefend. Het voorgaande resumerend dus twee plannen, waarmee Stavoren aan de weg timmert. Reden te meer om in De Kaap een feestje te bouwen. De via het Cultureel Kwartier Sneek ingehuurde Michael Agbodo, afkomstig uit Togo, wist er, ook voor eigen glorie, een mooie roffelshow van te maken.

Boerenliefde

Boerenliefde

De ene film met meer succes dan de andere, of dat hij – zoals bij de Hel van ’63 – in een rechtszaak verwikkeld raakte, maar Steven de Jong is inmiddels wel weer aan een nieuwe productie begonnen. ‘De tiende bioscoopfilm en dus een jubileum,’ zegt de in Hartwerd wonende Steven. Mede daarom vonden de eerste opnamen voor ‘Leve Boerenliefde’ plaats in Bolsward. Hij zegt het niet met zoveel woorden, maar ook de tv-serie Boer Zoekt Vrouw was van invloed op zijn beslissing om ‘alles uit de kast, maar dan met een ‘c’ geschreven, te halen. De regen en het daarmee gepaard gaande ‘filmen in de drek’, zoals hij dat noemt, speelde hem parten.

Het filmverhaal draait om boer Jelle (Cas Jansen) die na het verlies van zijn vrouw weinig zin heeft in een nieuw romantisch avontuur. En al helemaal niet met iemand die het boerenleven niet begrijpt. Uiteindelijk springt de vonk wel over als Wenda (Tatum Dagelet, de vriendin van Heerenveen-voetballer Daniel de Ridder) in beeld komt als de populaire presentatrice van kijkcijferkanon Boerenliefde. Slot van het verhaal is dat er tussen het jonge groen een bijzondere liefde opbloeit. ‘Leve Boerenliefde’ gaat volgend jaar juni zo goed als zeker in Friesland in première en wordt daarna in alle bioscopen vertoond.

Zanger Gerard Joling, oud-schaatser Erben Wennemars en de bekende Friese acteur Rense Westra vervullen de grotere rollen.

Met enige voldoening stapte Henk Buijth, eerder directeur P&O bij de Friesland Bank, rond op de filmlocaties bij de Broerekerk en het voormalige Bolswarder stadhuis. ‘Wij fungeren als co-financier,’ laat hij weten. Die ‘wij’ is de stichting Fries Cultuur en Sport Fonds, dat volgens Buijt met het verstrekken van risicodragend kapitaal best wat meer aan de weg mag timmeren.

‘Maar er moet wel een terugverdiencapaciteit zijn,’ zo voegt hij er meteen aan toe. Het in Buitenpost zetelende fonds, met Foppe de Haan als een van de leden van de Raad van Advies, steunt momenteel ook de Leeuwarder basketbalclub Aris en het Friestalige beroepstoneelgezelschap Tryater.

Vastgoedmarkt Noord-Nederland uit balans

ASSEN – Jaarlijks loopt de vastgoedbranche in Noord-Nederland uit voor het Vastgoedsymposium Regio Groningen-Assen. Hoewel Friesland niet wordt meegenomen in de vastgoedrapportage waren ook dit jaar weer vele Friese ondernemers en managers present waaronder Eddie de Leeuw (VAMOS Vastgoed), Siep Jan Riedstra (MOM Beheer), Luite Berkenbosch (RBMT Makelaars) en Jan Wassenaar (FGH Bank). Het symposium trok dit jaar ruim 350 bezoekers.

 

In het gloednieuwe theater ‘De Nieuwe Kolk’ in Assen werd voor de achtste maal het vastgoedrapport gepresenteerd. Het onderzoek wordt uitgevoerd door studenten van de studierichting Vastgoed en Makelaardij aan de Hanzehogeschool in Groningen. De terugblik op het jaar 2011 bevestigde het beeld dat de noordelijke vastgoedmarkt in zwaar weer verkeert. De verschillen tussen vraag en aanbod worden steeds groter en er zijn vele knelpunten. Toch heerst er ook optimisme. Marktpartijen die oog hebben voor de rol van de eindgebruiker zijn succesvol.

Het rapport concentreert zich op de infrastructuur, de woningmarkt, winkelmarkt, kantorenmarkt, bedrijfsruimte en beleggersmarkt. Overheden investeren in economische bereikbaarheid van de geweststeden zoals de Haak om Leeuwarden, de aanpak van de Ring in Groningen en de aanleg van de Florijnas in Assen. De woningmarkt stagneert en het aantal nieuwe opgeleverde huurwoningen steeg sterker dan nieuwe koopwoningen. Ook de winkelmarkt geeft weinig reden tot optimisme, hoewel er nog steeds vraag is naar A-locaties, maar deze zijn beperkt beschikbaar.

In de kantorenmarkt wordt de komende jaren gevreesd voor nog meer leegstand. De vraag naar kantoorruimte is veranderd. Het Nieuwe Weken vraagt om flexibele werkplekken en duurzaamheid wordt een steeds belangrijker thema. Voor de bedrijfsruimtemarkt is het al niet veel anders. Zowel op korte als middellange termijn is het beeld niet rooskleurig. Het verschil tussen vraag en aanbod is aanzienlijk. Een lichtpuntje is de beleggersmarkt in Noord-Nederland. Het beleggingsvolume in Groningen-Assen steeg in 2011 met 17% naar € 136 miljoen. Voor 2012 wordt dat lager ingeschat door strengere financieringsregels. Wel zullen gedwongen verkopen kansen creëren.

De onzekere toekomst in de vastgoedmarkt was verder nauwelijks merkbaar op het symposium. Geen bedrukte gezichten tijdens de netwerkborrel dat ongetwijfeld het hoogtepunt was van deze middag.

 

Jeroen van Balen

Duurzaam verdienen met Friese bouwers

HEERENVEEN - Dat Noord-Nederland beschikt over gedreven en innovatieve ondernemers bleek weer eens tijdens de Noordelijke Conferentie Duurzaam Verdienen in het Abe Lenstra stadion in Heerenveen. Duurzaam innoveren loont was het centrale thema van de middag voor de sectoren Bouw, Kantoor & Inrichting en Maakindustrie. De conferentie, met ongeveer160 deelnemers, stond onder leiding van Eric Jansen, directeur van KvK Noord-Nederland. Cradlekring Noord nam het initiatief in samenwerking met Bouwend Nederland Regio Noord en de conferentie werd ondersteund door Provincie Fryslân, Projectbureau A7Westergo en NOM. Dirk van den Berg, voorzitter van Duurzaamheidsplatform Heerenveen, was de drijvende kracht achter deze conferentie waarin duurzaam ontwerpen, nieuwe businessmodellen en samenwerken centraal stonden.

 

Cradle to cradle is een eco-effectief productiesysteem waarbij producten volledig recyclebaar zijn in een oneindige kringloop. Hoofdspreker Thomas Rau, architect, gaat nog een stap verder met zijn Turntoo principe, een model waarbij consumenten alleen voor de prestatie betalen en niet meer voor de grondstoffen in een product. Het product gaat na een aantal jaren terug naar de producent die het weer volledig recyclet voor een nieuwe prestatie.

Diverse ondernemers presenteerden tijdens de workshops de innovatieve ontwikkelingen van hun bedrijf. Zo hebben vijf Friese bouwbedrijven (De Jong/Oosterwolde, Leenstra/Gaastmeer, Allema/Niawier, Bootsma/Tirns en Van den Bosch/Gauw) het eerste gecertificeerde vrijstaande passiefhuis gebouwd in Noord-Nederland. Passief bouwen is een bouwmethode waarbij een perfecte schilisolatie, optimale ventilatie en een bij voorkeur zuidelijke ligging van het gebouw zorgen voor een duurzame woning. Comfortabel wonen en tegelijkertijd flink besparen op energieverbruik. Ten opzichte van een standaard traditionele woning loopt dit verschil op tot wel tachtig procent.

Een van de grotere bouwers van Noord-Nederland, Van Wijnen Noord, gaf ook een presentatie in de persoon van Jeroen van Balen, over de noodzakelijke wisselwerking en samenwerking tussen duurzame opdrachtgever en opdrachtnemer. Dit werd toegelicht aan de hand van de bouw van het UPC Center in Leeuwarden. Daarnaast presenteerde Van Balen de voorgenomen bouw van een woning in opdracht van een woningcorporatie waarbij deze woning na 25 jaar door Van Wijnen wordt teruggenomen volgens het Turntoo-principe.

Piet de Meer van Van Gansewinkel in Drachten ontvouwde hun aanpak gericht op het hergebruik van afvalmaterialen. Als voorbeeld diende het project Cradle to Cradle office paper. Schilders De Vries, met ondermeer een vestiging in Drachten, zette in een presentatie de duidelijke voordelen uiteen van (keten)samenwerking bij duurzaam onderhoud en renovatie. Ook uit de andere noordelijke provincies werden interessante presentaties verzorgd over duurzaam ontwerpen, bouwen en productontwikkeling. De conferentie over Duurzaam Verdienen bood dan ook voldoende inspiratie, motivatie en aanknopingspunten voor de deelnemende bedrijven en organisaties om duurzame innovatie en bedrijfsvoering verder te ontwikkelen.

 

Kunstzinnige zonnepanelen op Afsluitdijk

Kunstzinnige zonnepanelen op Afsluitdijk

HARLINGEN – Vier leerlingen van RSG Simon Vestdijk in Harlingen ontvingen een beloning voor hun ontwerp van zonnepanelen. De beloning werd overhandigd door gedeputeerde Tineke Schokker. In opdracht van de provincie maakten de leerlingen een kunstzinnig ontwerp voor zonnepanelen op de Afsluitdijk om zo de aandacht te vestigen op schone energie.

 

De opdracht sluit aan bij de pilot Blue Energy. Dit is een onderdeel van de Ambitie Agenda Afsluitdijk. Blue Energy zou een duurzame manier van energiewinning zijn, hetgeen overigens wordt betwist. Hierbij wordt gebruik gemaakt van zoet en zout water. Op Breezanddijk komt in de loop van 2012 een proefinstallatie te staan om het systeem te testen. Dit is midden op de Afsluitdijk. Hier is in de eerste fase ook elektriciteit voor nodig.

Drie werkgroepen presenteerden hun ontwerp aan de jury. De jury bestond uit Patrick Gofre (beeldend kunstenaar), Piet Lijstra (Red Stack), Piet Gosse Hoekstra (Hoekstra Suwald) en Tineke Schokker. Zij beoordeelden de ontwerpen op uiterlijk en toepasbaarheid in de praktijk.

 

Friesland wil naar top duurzaamheid

LEEUWARDEN – Friesland streeft naar een duurzame provincie. Iedere Fries kan helpen om Friesland duurzamer te maken. Met verschillende projecten willen de provincie en de Friese Milieu Federatie laten zien hoe. In de afgelopen jaren voerden zij daarvoor onder andere projecten uit op het gebied van voedsel, kleding en afval.

Dat de projecten tot resultaten leiden, blijkt uit de zogenaamde ecologische voetafdruk. De ecologische voetafdruk geeft aan hoeveel ieder individu van onze aarde vraagt, weergegeven in ruimtebeslag. Het consumptiepatroon beïnvloedt de voetafdruk. Niet alleen het verbouwen van voedsel vraagt ruimtebeslag, maar ook het transport van goederen of het gebruik van papier. Hoe minder ruimte iemand gebruikt, hoe duurzamer hij leeft. De gemiddelde Noord-Europeaan verbruikt 4,7 hectare. Friezen leggen minder beslag op de aarde. In 2011 was hun ecologische voetafdruk 4,06 hectare. In 2009 was dat nog 4,41.

Foto van het werkbezoek van Waterschap ARA-Sul uit Mozambique aan Wetterskip Fryslân.

Sanitatieproject Mozambique uitgebreid met vijf steden

LEEUWARDEN – Het project Schoon Water voor Mozambique krijgt vanuit de fondsen voor Ontwikkelingssamenwerking voor de periode 2012 tot 2015 een extra bijdrage van € 3 miljoen. Wetterskip Fryslân, Vitens, Vereniging Friese Gemeenten en provincie Friesland hebben namelijk onlangs besloten het sanitatieproject uit te breiden naar vijf steden in het midden van het Afrikaanse land. Met de uitbreiding van het project krijgen één miljoen mensen in het Afrikaanse land te maken met dit Friese initiatief.

 

Het project Schoon Water voor Mozambique is in 2010 in vier steden in het zuiden van Mozambique van start gegaan. Vanaf de start zijn de partners positief over het project. Voor hen reden het vervolgtraject financieel te gaan ondersteunen met ongeveer € 0,5 miljoen. Daarnaast is tijdens de uitvoering van de eerste fase al contact gelegd met een aantal kleine bedrijven in Mozambique, Zuid Afrika en Nederland. Ook zij hebben het belang van het project onderkend en zien kansen om mee te gaan doen als partners en dragen eveneens ongeveer € 0,5 miljoen bij.

Het doel van het sanitatieproject is het beheer en onderhoud van water- en sanitatie voorzieningen in gemeenten te versterken. De meeste aandacht gaat hierbij uit naar het beheer van toiletten, zowel publieke als individuele. Ook wordt er gewerkt aan inzameling en verwerking van vuilnis. Deze moet veilig zijn voor gezondheid en milieu. Zo mag het grondwater niet vervuild raken, omdat dit wordt opgepompt voor drinkwater. De resultaten tot nu toe zijn ook bezocht en gewaardeerd door de Nederlandse ambassade ter plaatse en het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

 

Vlnr.: Humberto Tan, Reitse Spanninga, Frits Barend en Epke Zonderland.

Heldenontvangst voor Epke

JOURE - Aan tafel! Frits Barend (staand, rechts) interviewde voor zijn sportmagazine Helden, dat eind november verschijnt, Olympisch rekstokkampioen Epke Zonderland in restaurant ‘t Plein in Joure. De nu al legendarische Epke is de grootste sportheld van ons land. Bij het diner was ook aanwezig presentator Humberto Tan (zittend, links), die de huldiging in de Ridderzaal begeleidde. Epke werd daar koninklijk onderscheiden. Een moment waarop hij even volschoot. Reitse Spanninga was als gastheer blij dat hij Epke mocht ontvangen. In het kielzog van de turnkampioen waren ook diens manager Johan Boesjes en trainer Daniël Knibbeler meegekomen.

Marloes Horst

Ster Marloes Horst straalt

NEW YORK - Topmodel Marloes Horst uit Terhorne, woonachtig in New York, is als een komeet omhooggeschoten. Ze siert wereldwijd covers van het internationale magazine Vogue. Haar ster is bijna even hoog gerezen als die van haar Friese evenknie Doutzen Kroes. Beide jongedames zijn exponenten van het lingerielabel Victoria’s Secret.  In hun spoor maken meer Friezinnen kans op een grote carrière. Vrouwen uit onze provincie staan aan de top omdat ze volgens kenners rijzig zijn, struis, natuurlijk, sensueel, nuchter en intelligent. Onze provincie kan geen betere reclame krijgen.

Provincie koopt terp

BERLIKUM – De provincie Friesland heeft haar eerste terp gekocht. De terp, die vlakbij Berlikum ligt, is archeologisch gezien zeer waardevol. De aankoop is onderdeel van het Terpenproject Fryslân. De provincie wil de aantasting van terpen die onder een akker liggen tegengaan. Ploegen is namelijk gewoon toegestaan, maar leidt wel tot schade aan de terp. Een van de mogelijkheden binnen het project is het aankopen van de terp, om die vervolgens met gras in te zaaien.

Met het terpenproject willen Rijk en provincie uitzoeken of de belangrijkste terpen zo beter beschermd kunnen worden. De aankoop van deze terp is hierin een belangrijke stap. De koop was mogelijk omdat de eigenaar aangaf de terp te willen overdragen.

In Noord-Fryslân liggen nog meer archeologisch waardevolle terpen. Als eigenaren daarvoor voelen, wil de provincie die in de loop van de jaren ook aankopen. Een agrariër die een terp als akker in gebruik heeft kan er ook op eigen initiatief voor kiezen zijn akker in weiland om te zetten. Hij komt dan in aanmerking voor een vergoeding.

Overigens blijft de schadelijke werking van de ploeg niet beperkt tot de Friese terpen: ook archeologisch waardevolle terreinen in de rest van Nederland hebben hiermee te maken. Vandaar dat het Rijk samen met de provincie optrekt in dit project.

Vlnr.: bediening Rizky Sinuraya, Egbert van Hes (directeur Eisma Mediagroep), gastheer Sicco Gerlsma, chef-kok Esther Gerlsma

‘Ik heb mijn positie zelf verworven’

Naam Egbert van Hes | Leeftijd 51 | Woonplaats Oranjewoud | Burgerlijke staat Gehuwd met Esther Peperman, 4 kinderen: Ferris (26), Just (23), Mirthe (22) en Esmeé (18) | Functie algemeen directeur Eisma Mediagroep in Leeuwarden | Locatie Tandjong Priok Arum | Chef-kok Esther Gerlsma | Gastheer Sicco Gerlsma | Bediening Rizky Sinuraya

 Jij bent in de voetsporen van jouw vader getreden. Jouw kostje was gekocht? Zeker niet! Ik ben ook niet via mijn vader, die namens de Handelsdrukkerij van 1874 in 1976 drukkerij/uitgeverij Eisma overnam, in het bedrijf gekomen. Ik kreeg zelfs het advies om niet in het bedrijf te treden. Dat is per toeval gebeurd. Ik was leraar economie. Toenmalig directeur Jan Roberti van dochterbedrijf Eisma had een uitgeefproject en hij vroeg me om hem in de zomervakantie drie weken te helpen. Hij was kennelijk tevreden over me want in 1986 zocht hij een rechterhand en hij had zijn keus op mij laten vallen. Omdat ik altijd wist dat ik ooit nog eens in het bedrijfsleven wilde ging ik akkoord. Zo werd ik op mijn 26ste adjunct-uitgever. In 1993 werd ik directeur/uitgever en in 2000 algemeen directeur van de holding en werkmaatschappijen. De twee drukkerijen, behalve de Handelsdrukkerij van 1874 ook Roco in Bleiswijk, hadden we toen al, in 1997, verkocht aan de Giethoorn Groep. Ik heb mezelf dus een positie verworven.

Omschrijf de Eisma Media Groep eens. Wij verzorgen informatieve uitgaven en communicatieproducten- en diensten (o.a. vaktijdschriften, websites, email nieuwsbrieven, events/awards en leermiddelen). Wij hebben 45 business to business titels/merken. De sectoren die we bedienen zijn business to business (agri & food, paarden, beeld & communicatie, sport, bouw, retail, luchtvaart, industrie, mobiliteit, logistiek) en educatie (gespecialiseerd in methoden voor klassieke en moderne talen). Bij Eisma werken ca. 150 mensen in vaste dienst en zo’n 600 professionele freelancers die op hun vakterrein autoriteit genieten.

Het aantal vakmensen neemt af. Dat maakte me bezorgd. We leven helaas in een wereld van managers. Het verschil tussen een manager en een leider is dat processen worden gemanaged en mensen worden geleid. Je zal maar een manager als nummer één in je organisatie hebben, dan heb je een probleem. Een ander probleem is dat er geen schilder of elektricien van school komt. Organisaties bestaan al gauw voor een derde uit managers. Wie moet het werk nog doen? Trouwens, mensen komen te snel op een leidinggevende post. Autoriteit, een combinatie van vakmanschap en leiderschap, moet je verdienen. De horeca is een van de weinige sectoren waar mensen nog volgens het principe meester-gezel doorgroeien naar een leidinggevende functie.

Dat iemand uit een ondernemersgezin voor een onderwijsbaan kiest lag niet voor de hand, toch? Uit een beroepentest bleek dat ik voor een beroep moest kiezen waarin je zelfstandig kan opereren, zoals advocaat, journalist of leraar. Na de vrij pittige, driejarige meao werd mij gek genoeg aangeraden om naar de pedagogische academie te gaan in plaats van naar de heao. Dat was niet nodig, vond mijn decaan. Rekenen kun je wel, zei hij. Er was toentertijd een tekort aan leraren economie waardoor ik dispensatie kreeg om les te geven in het beroepsonderwijs. In de avonduren heb ik mijn akte gehaald.

Vond je niet dat je zekerheid inleverde? Het tegendeel is waar. Ik zag meer zekerheid in het bedrijfsleven dan in het onderwijs. Juist omdat je in het bedrijfsleven meer invloed op je functioneren en positie kunt uitoefenen. Bovendien bood het mij meer promotiekansen, hoewel ik het onderwijs wel heel leuk vond om in te werken.

Je werd niet gedreven door geld verdienen? Dat heb ik nog nooit gehad. Geld is een middel, geen doel. Rijkdom is gezond en gelukkig zijn.

Wat heb jij in het leven nodig? Ik heb alles wat ik me wens: een prachtig gezin, een mooi huis en een luxe auto, eentje van de bevrijder, een Jaguar, en niet van de bezetter! En wat ik belangrijk vind is een goed pensioen. Een ondernemer die niet voor zichzelf zorgt, zorgt ook niet goed voor z’n mensen. Als je daar niet in slaagt, moet je wat anders gaan doen. Een hobby mag geld kosten, werk moet geld opleveren.

Heb je hobby’s? Lezen, muziek beoefenen en sport kijken.

Die kosten weinig geld! Daarom zijn het zulke leuke hobby’s, ha, ha!

Tot slot: lunch of diner? Beide! Ik ben een Bourgondiër. Zeker drie keer per week heb ik een zakelijke lunch of diner. Niks is fijner dan het nuttige met het aangename te verenigen.

Menu Aperitief: Hongaarse bubbels | Soto Medan (gevulde kippensoep uit Noord-Sumatra) met Nyakas Budai Muller Thurgau | Saté kambing mudah (jonge Makkumer geitenbokjes) | Saté Ambal (kipsaté met heel oud sausrecept) | Saté kijang (reebokje uit Woudsend en satés met Grof Buttler Cabernet Sauvignon | Coba-Coba (proeverij) van ayam penyet, sambal goreng buncis, tongseng, urap en ikan masam pangek.

Harry Westers: 'Prachtige aanvulling op onze portefeuille.'

HARLINGEN / ROTTERDAM – Het stoomschip Rotterdam blijft in Rotterdam. Woonbron heeft exclusief overeenstemming bereikt over de verkoop van het schip met WestCord Hotels van Harry Westers voor een bedrag van € 29,9 miljoen.

Harry Westers, directeur van WestCord Hotels: 'We zijn zeer enthousiast over deze kans. Het schip, dat uniek is op de wereld, is een prachtige aanvulling op onze portefeuille.' De nieuwe eigenaar benadrukt dat alle boekingen gewoon doorgaan: 'Gasten kunnen blijven boeken. En ook bestaande boekingen nemen wij gewoon over. Ik verheug me erop om gasten te mogen ontvangen op dit bijzondere schip.'

Bert Wijbenga, bestuursvoorzitter van Woonbron: 'Ik ben blij dat het schip behouden blijft voor Rotterdam. Er was interesse van meer dan honderd partijen en uiteindelijk is overeenstemming bereikt met WestCord. Het is een solide en geschikte partij met veel expertise op het gebied van horeca. Daarnaast heeft WestCord de intentie om de leer-werkplekken op het schip door te zetten.'

WestCord Hotels is een hotelgroep met 14 hotels (o.a. Art Hotels, Fashion en City Centre in Amsterdam; Hotel Delft; WTC Hotel in Leeuwarden; Hotel Noordzee op Ameland; Residentie Boschrijck en Hotel Schylge op Terschelling; Residentie Vlierijck, Hotel de Wadden en Strandhotel Seeduyn op Vlieland en hotel New York in Rotterdam).

Koningin opent Cultureel Kwartier Sneek

SNEEK - De realisering van het plan voor een cultureel kwartier in Sneek is bekroond met de opening door koningin Beatrix. Voor een bedrag van € 15,8 miljoen kreeg de Friese Waterpoortstad de beschikking over een nieuw theater met 600 stoelen. Voor bijna eenzelfde investering (€ 14,1 miljoen) verrees aan de overzijde van de Westersingel het Kunstencentrum Atrium. Onderdelen daarvan zijn een dans- en muziekschool, een klein theater in de bestaande kerk en poppodium Het Bolwerk. Op het met veel ceremonieel gepaard gaande bezoek van de koningin volgde de dag er op een door ‘tout Sneek’ bezochte galavoorstelling. Hoogtepunt daarvan was een optreden van Corpus Acrobatics, gemixt met geprojecteerde beelden. Een verslag hierover volgt in de januari/februari editie van het Fries Journaal.

‘Tijd voor volgende stap in carrière Lammert Fopma’

SNEEK – Lammert Fopma heeft besloten om per direct zijn functie neer te leggen als algemeen directeur van AB Vakwerk. Na ruim dertien jaar, waarvan zeven jaar als algemeen directeur, werkzaam te zijn geweest bij AB Vakwerk vindt hij het tijd voor een volgende stap in zijn carrière. Voorlopig zal financieel directeur Aebe Aalberts zijn taken waarnemen.

Jorrit Jorritsma, voorzitter van de raad van commissarissen: ‘Lammert heeft een grote bijdrage geleverd aan de professionalisering, uitbreiding en groei van de organisatie. Hij is een visionair en ik ben ervan overtuigd dat hij een mooie toekomst voor zich heeft buiten onze organisatie. Iedereen bij AB Vakwerk kent hem als een echte aanpakker, een zeer pragmatische man die snel schakelt en lef toont als het nodig is.’

Vier nieuwe restaurants bij Fryslân Culinair

LANGWEER - Fryslân Culinair, het samenwerkingsverband van de betere restaurants in Friesland, heeft er vier nieuwe leden bij. Het zijn De Vrijheid in Grou (Melle en Hanny Bakker), Lyf’s in Beetsterzwaag (Theun en Ineke Rooks), de Jouster Toer in Joure (Johan Schotanus en Diana Thijsseling) en Tandjong Priok in Arum (Sicco en Esther Gerlsma). Met de toetreding van deze zaken is het aantal leden op veertien gekomen. De nieuwe leden werden tijdens een bijeenkomst in ’t Jagertje in Langweer gepresenteerd.

Fryslân Culinair is in 2000 opgericht en viert op 8 november het 12½-jarig bestaan met een groot gala in Lokaal 55 in Sneek. In de achterliggende jaren heeft het genootschap de provincie culinair op de kaart gezet. De Friese keuken wordt alom gewaardeerd en is ook door veel niet-Friezen ontdekt.

Het heeft een poosje geduurd eer Fryslân Culinair is uitgebreid met nieuwe zaken. Dat had volgens oprichter/voorzitter Reitse Spanninga te maken met het neerzetten van de organisatie. ‘Onze club is altijd dynamisch. Voordat je tot uitbreiding overgaat moet je zeker weten dat het fundament stevig is,’ aldus Spanninga.

De nieuwe leden zijn volgens hem stuk voor stuk aanwinsten: ‘Door hun gastvrijheid en vakmanschap zijn deze ondernemers automatisch ambassadeurs van Fryslân Culinair en dragen ze het culinaire product in onze provincie op voortreffelijke wijze uit. We zijn heel blij met deze nieuwe loten aan de stam.’

Door de uitbreiding is er meer geografische spreiding wat betreft de vestigingsplaatsen. Fryslân Culinair telt verder restaurants op Vlieland (Het Armhuis), Ameland (Nobel), Ternaard (De Waard van Ternaard), Ryptsjerk (Frouckje State), Weidum (De Vijf Sinnen), Makkinga (De Smaeck van Spa), Hindeloopen (De Hinde), Joure (’t Plein), Langweer (’t Jagertje) en Oranjewoud (De Oranjetuin Tjaarda).

Het palet is rijk geschakeerd. Elke zaak heeft een eigen karakter en ambiance. De gemeenschappelijke deler is de ambachtelijke keuken die gebruik maakt van wat de regio aan streekproducten heeft te bieden.

Fries Journaal neemt Zakenspiegel over

Per heden is de ZakenSpiegel voor Friesland overgenomen door Mentis Media en wordt het blad als bedrijfseconomisch katern in het Fries Journaal geïntegreerd.

Het Fries Journaal (sinds 2003) is een belangwekkende en interessante netwerkkrant die tweemaandelijks in een oplage van 6.400 exemplaren verschijnt. De attentiewaarde is groot door het hoge human interest-gehalte.

Door de overname van de ZakenSpiegel creëert het Fries Journaal een steviger en breder draagvlak. Daardoor wordt het blad lijviger (minimaal 24 pagina’s) en nog interessanter voor zowel lezer als adverteerder.

Door de overname denkt Albert van Keimpema een sterker en breder draagvlak te creëren: ‘Er zijn door deze samenvoeging synergievoordelen te behalen.’

Een aantal rubrieken blijft bestaan, waaronder de kroniek ‘Hoe gaat het’ van Jan de Kroon. ‘De inhoud zal naar de stijl van het Fries Journaal wel wat puntiger worden,’ aldus Van Keimpema, die blijft geloven in het medium print. ‘De krant, in welke vorm dan ook, zal niet verdwijnen. Naarmate mensen zich ontwikkelen en maatschappelijk manifesteren zullen zij meer informatie putten uit gedrukte media. Papier is nu eenmaal geduldig,’ meent hij.

Het Zakenspiegel-katern wordt in een eigen, herkenbare lay-out gegoten. De naam Zakenspiegel blijft gehandhaafd. Qua inhoud zal de Zakenspiegel een verfrissing ondergaan. Het Fries Journaal is een puur journalistiek en prikkelend product zonder advertentiepagina’s, themanummers en ‘gekochte’ redactionele artikelen (advertorials).

Een aantal rubrieken van de Zakenspiegel blijft bestaan, zoals Komen & Gaan, Kort Zakelijk, Hoe gaat het?, Zij vielen in de prijzen en Bouwberichten, of worden opnieuw in de kolommen opgenomen (Vijf jaar na dato). Nieuwe rubrieken worden toegevoegd, waaronder Het Familiebedrijf en De Starter.

Breuker TeleMarketing blijft als commerciële partner verbonden aan de Zakenspiegel. ‘Wij zien in dit vernieuwde magazine een mooi product voor bedrijven die zich willen afficheren aan een gedurfde presentatie,’ aldus Els Breuker.

Alle Jong.

‘Je wordt als jonge kunstenaar niet serieus genomen in eigen land’

GRONINGEN – Kunstenaar Alle Jong studeerde dit jaar af aan kunstacademie Minerva in Groningen. Hij exposeerde in 2011 in het Fries Museum. De werken die Jong maakt zijn voor hem verhalende documenten. Jong zegt op reis te zijn door een wereld die alleen voor hem toegankelijk is, zoals een kind onder de tafel kruipt. Het is een reis door zijn bewogen leven waarin realiteit en fantasie met elkaar zijn versmolten. Vanaf 15 september heeft Alle een solo-expositie ‘Verstilde Dwalingen’ in de ZIC ZERP Galerie in Rotterdam. Tevens is zijn werk eind september te aanschouwen tijdens de Amsterdamse kunstbeurs Club A.Projects @ LOODS 6 (KNSM eiland) en op dezelfde locatie tijdens de Art Olive Young Talent van 29 oktober tot 5 november. Op de kunstbeurs PAN Amsterdam (18-25 november) exposeert Alle met zijn tekenwerk.

 

Volledige naam Alle Jong

Geboortedatum en - plaats 29 augustus 1988 in Hemrik

Woonplaats Groningen

Opleiding Kunstacademie Minerva Groningen

Hobby’s Geen vaste hobby’s, wel lees ik veel geschiedenis. Zo heb ik mij onlangs verdiept in Helene Kröller Müller, die ons één van de meest waardevolle kunstschenkingen ooit heeft gegeven. Ik zoek daarin de romantiek. Dat zo’n bewogen leven, dat al zo lang geleden plaatsvond, een wijsheid in zich lijkt te dragen, veilig in het verleden verpakt. Uiteindelijk geen hobby, maar mijn vakgebied waarin zo’n verdieping een basis kan zijn voor de ontwikkeling van een schilderij.

Inspiratie Veelal uit de geschiedenis via oude boeken en artefacten, de sfeer die oude foto’s uitstralen en tevens de stilte die in het niets van vroeger huist. Hoe sterk verlang jij naar het kind zijn wat nooit meer zal komen?

Voorbeeld Mijn leven is mijn voorbeeld.

Ambitie Mijn werk doorontwikkelen, een kunstenaar mag nooit tevreden zijn, deze moet hetgeen hij maakt veraf-schuwen en het daarnaast verdedigen tegen de buitenwereld. Alleen hierin kan de zichtbare schoonheid zich ontplooien. In het duister het licht zien te vinden. Daarnaast binnen korte tijd een tentoonstelling hebben in het Stedelijk Museum te Amsterdam. Nederland mag wat trotser zijn op zijn jonge generatie kunstenaars en deze kansen bieden wat te weinig tot niet gebeurd. Je wordt als jonge kunstenaar niet serieus genomen in eigen land.

Hoogtepunt In de kunst is de horizon onbeperkt. Het hoogtepunt is de vrijheid die hierin schuilgaat.

Hekel aan Kunst wordt door alleman als een hobby gezien. Mensen weten niet waar ze het over hebben. Laat ze zelf een kunstacademie afronden. De academie produceert niet veel echte kunstenaars meer. Je leert echter op de academie wel jezelf goed kennen, en je bewustmaken van hoe de wereld werkt. Je gaat reflecteren op heel veel dingen.

Blij van Na een schildersessie weten dat iets zinvols tot stand is gekomen. Kijkend naar het schilderij met de hand bij de lichtknop, het is dan ‘s nachts drie uur en het licht kan uit. Een voltooid werk, dat geeft hoop. En hoop is vrijheid en voldoening voor het leven.

Beste advies ooit gekregen Een beste advies bestaat niet. Wel onlangs nog ‘Neem het Niet’ van Stephane Hessel gelezen. De laatste woorden in dit pamflet waren: ‘Scheppen is weerstand bieden. Weerstand bieden is scheppen.’ Meer hoef ik niet te zeggen...

Levensmotto Leef het kleine, werk aan het grote. Om er één te noemen.

 

Ed Nijpels

‘Wet staat invoering digitaal onderwijs in de weg’

DIJKEN – Volgens Ed Nijpels, voorzitter van de vereniging van educatieve boekverkopers KBb Educatief, is het niet de vraag of digitaal onderwijs in Nederland wordt ingevoerd, maar wanneer. De Volkskrant publiceerde onlangs zijn opinie waarin Nijpels stelt dat politici vluchten voor digitaal onderwijs, dat in zijn ogen op termijn realiteit wordt. En dus is actie geboden om digitaal onderwijs in te voeren. Maar daarvoor dient het huidige systeem van gratis schoolboeken te worden aangepast.

Wat is de kern van uw voorstel? ‘Het digitale onderwijs komt eraan. Dat staat als een paal boven water. In het huidige systeem krijgen scholen echter geen ruimte om onderwijs met tablets en digitale leerstof in te voeren. De wet gratis schoolboeken verbiedt scholen een eigen bijdrage te vragen voor leermiddelen. Dit verbod moet worden opgeheven, of nog beter, de wet kan vervallen. Het is een onnodig subsidiecircuit dat de schatkist jaarlijks 300 miljoen euro kost. Bovendien moeten directies zich ineens verdiepen in Europese aanbestedingsregels die van toepassing zijn op deze wet. Energie die beter in goed onderwijs kan worden gestopt. Het oude systeem waarbij ouders naar vermogen bijdroegen aan de leermiddelen werkte prima. Voor digitaal onderwijs kan dit systeem weer worden ingevoerd.’

Zijn onderwijsinstellingen wel klaar voor digitaal onderwijs? ‘Sommige scholen hebben spaarpotjes geleegd om het nieuwe onderwijs aan te bieden. De ervaringen zijn zeer positief en vele scholen staan te springen om hiermee aan de slag te gaan.’

Wat is de waarde van digitaal onderwijs voor de kwaliteit van het onderwijs? ‘Leerlingen kunnen op een eenvoudiger manier onderwijs op maat krijgen via een tablet, op alle niveaus. Bovendien wordt onderwijs veel aantrekkelijker voor onze jeugd. Het is toch veel leuker om ter ondersteuning van de tekst een filmpje te zien als bijvoorbeeld de Tweede Wereldoorlog het onderwerp is, dan een plaatje in een boek. De leerstof wordt verrijkt.’

Maar dat betekent dat alle leerstof digitaal moet zijn. Is dat wel beschikbaar? ‘De uitgevers zijn er helemaal klaar voor. Het is geen kip of het ei verhaal.’

Stuit de invoering niet op praktische bezwaren die weer extra kosten met zich meebrengen, zoals de benodigde digitale infrastructuur? ‘Het invoeren van een draadloos Wifi netwerk en aansluitpunten voor het opladen van tablets kan prima betaald worden uit de 300 miljoen die bespaard wordt met het afschaffen van de wet voor gratis schoolboeken. Er blijft zelfs geld over. Het aanschaffen van de middelen, de infrastructuur en de compensatie van lagere inkomens kost ongeveer 100 miljoen. Dan blijft er 200 miljoen over die geïnvesteerd kan worden in kwaliteit van onderwijs en docenten. Maar een nieuw kabinet kan het bedrag ook als een bezuinigingsmaatregel invoeren of investeren in andere sectoren. Dat is aan de nieuwe regering. Mijn oproep aan politici is om zich over dit onderwerp te buigen en actie te ondernemen. Digitaal onderwijs is onvermijdelijk en noodzakelijk als Nederland zich wil blijven profileren als innovatieve kenniseconomie.’

Aucke van der Werff, burgemeester Noordoostpolder

‘A6 levensader Noordoostpolder’

EMMELOORD – Menig inwoner van Friesland zal meerder malen in de file staan voor de Ketelbrug, de gateway naar de Randstad. In de drukke zomermaanden opent de brug tweemaal per uur voor de pleziervaart. Naast het fileprobleem zijn er de afgelopen jaren vanwege technische problemen diverse incidenten geweest in de verkeerssituatie rondom de brug. Recent begon de wedstrijd Heerenveen-Ajax later omdat de Amsterdamse spelersbus een uur vaststond bij de Ketelbrug. De problemen zijn burgemeester Aucke van der Werff van Noordoostpolder een doorn in het oog. Hij pleit voor beperkte opening van de brug.

 

U hebt een steen in de vijver gegooid door te stellen dat de Ketelbrug alleen tussen 7 en 8 uur ’s avonds geopend wordt voor de pleziervaart. Wat zijn de reacties? ‘Naar aanleiding van mijn oproep heeft Omroep Flevoland een peiling gehouden onder kijkers en luisteraars. Ruim 80% van de bevolking is het eens met mijn voorstel, dat is verheugend. Mijn collega in Dronten was minder blij. Hij is van mening dat beperkte opening economische belangen schaadt. Rijkswaterstaat, eigenaar van de brug, heeft ook van zich laten horen. Zij hebben mij overtuigd dat de ingrijpende renovatie deze winter in ieder geval de veiligheid en werking van de brug zal vergroten, zodat er zich vrijwel geen incidenten en mankementen meer voor zullen doen.’

Maar het fileprobleem wordt niet opgelost. ‘Nee, daarom wil ik de discussie aanzwengelen over het doorlaten van zeilschepen door bruggen op vierbaanswegen. Gemiddeld staan er per opening van de Ketelbrug tweehonderd voertuigen stil. Dat duurt gemiddeld vijf minuten, en dat tweemaal per uur. Rekent u maar uit wat de kosten zijn. Dat zijn astronomische bedragen. Bovendien vormen stilstaande auto’s met draaiende motor een vervuilingsprobleem. Ik zou graag zien dat er eens serieus gekeken wordt naar de maatschappelijke kosten en eventuele oplossingen. De zeilvaart is een zeer geavanceerde industrie. Zij moet eens nadenken over het probleem van bruggen over snelwegen. Schepen met een mast langer dan 12,5 meter kunnen niet onder de Ketelbrug door varen. Misschien kan de branche een mast ontwikkelen die telescopisch is, om maar eens iets te noemen.’

Kunt u als burgemeester niet beslissen over de openingstijden van de brug? ‘Nee, daar heb ik niets over te zeggen. Rijkswaterstaat bepaalt de openingstijden. We moeten Rijkswaterstaat dus overtuigen, maar deze dienst wordt min of meer vermorzeld door de belangen van gemeenten, scheepvaart en ondernemers.’

Is beperkte opening geen aanslag op de toeristische sector in het IJsselmeergebied? ‘Dat weet ik niet. Dat moet allemaal worden onderzocht. Beperkte opening zie ik meer als een middel om de sector te dwingen na te denken over deze problematiek’

Hoe nu verder? ‘Ik zal proberen betrokken partijen eens rond de tafel te krijgen zoals Rijkswaterstaat en de scheepvaart, maar ook een organisatie als Logistiek Nederland en andere branches die schade ondervinden van de files. Want nu de knuppel in het hoenderhok ligt moet de discussie zeker een vervolg krijgen. De Noordoostpolder is als het ware een schiereiland. Wij moeten altijd over water, onze economie is grotendeels afhankelijk van de Ketelbrug. De A6 is de levensader van de gemeente. En voor een groot deel van Friesland de kortste en snelste route naar de Randstad. Ook de Friezen zijn gebaat bij een goede verkeersdoorstroming in de polder.’

 

Joop Atsma, op de regenwaterbak de bezoekers begroetend.

Cavendish op oranjekoek van Joop en Tea naar triomf

SURHUISTERVEEN – Zou de oranjekoek van bakker Willem Dietens (De Korenaar) van invloed zijn geweest op de overwinning van wereldkampioen Mark Cavendish in de wielerronde van Surhuisterveen? Feit was dat hij zich in de tuin van Joop en Gea Atsma tegoed deed aan die calorierijke koek en kort daarna zowel de Friese favoriet Pieter Weening als de Slowaakse rivaal Peter Sagan in de allerlaatste meters versloeg.

Echte wielerliefhebbers, die vooraf weer gastvrij werden onthaald in de tuin van demissionair staatssecretaris Joop, ontging die close finish niet. Maar de meesten hadden het te druk met netwerken op de tot een VIP-dorp omgetoverde Merk. Minister Ivo Opstelten loste met zanger Syb van der Ploeg het startschot.

‘Je beschikt hier slechts over één veldwachter,’ grapte Joop tot de voor Veiligheidszaken verantwoordelijke Opstelten. Hij verkeerde in goed gezelschap, getuige de aanwezigheid van de CDA’ers Jaap de Hoop Scheffer en vrijgezel Camiel Eurlings.

Toeval of niet, maar als huidig directeur Vrachtvervoer bij de KLM kon Eurlings even bijpraten met Jos Nijhuis, president-directeur van de Schiphol Group.

‘Leuk om dit hier voor het eerst mee te maken,’ aldus de inmiddels vier jaar als luchthavenbaas functionerende Nijhuis. Hij greep de gelegenheid aan om bij te praten met de in zijn ogen grote Friese voorman Wiebe Wieling, voorzitter van de Elfstedentocht.

Andere aanwezige Friese pommeranten waren Hans Wiegel en Ed Nijpels, met in hun nabijheid CdK John Jorritsma en oud-BOVAG voorzitter Jan Ploeg. Belangrijke gasten, volgens Joop Atsma, waren ook de burgemeesters Piet Adema (Achtkarspelen)  en zijn voorganger Tjeerd van der Zwan (nu Heerenveen), Hayo Apotheker (Súdwest Fryslân), Kor Dijkstra (Grootegast) en Sjon Stellinga (Schiermonnikoog).

Verpakt in een ‘súterich’ stukje papier bracht Romke Kooyenga een nieuw wielershirt mee voor niet alleen in de politiek, maar ook in de wielrennerij bekende gastheer Joop. Politiek commentator Frits Wester, toch al met eigen boot bij de start van het skûtsjesilen, knoopte ook hier en daar een gesprekje aan, evenals de aan zijn lichtgrijze haardos herkenbare omroep MAX-directeur Jan Slagter. Joop heeft hem hoog zitten.

Kortom, voor menigeen weer een genoegen om in Surhuisterveen het nuttige met het aangename te combineren. Dat zijn Joop en Gea Atsma wel toevertrouwd, gehoord de loftuiting van Jacques d’Ancona die zich, staande op de regenwaterbak, boven de menigte kon verheffen.

Demissionair minister van Financiën Jan Kees de Jager in het boemmeltje It Dokkumer Lokaaltsje.

De Jager snuffelt in Dokkum aan nieuwe toekomst

DOKKUM – Veel hielp het niet dat demissionair minister van Financiën Jan Kees de Jager prominent te gast was in Dokkum, waar hij een ontmoeting had met zakenlieden en een bezoek bracht aan de Dokkumer Vlaggen Centrale (DVC), VanderGang Herenkleding en Bouwgroep DijkstraDraisma. Zijn partij, het CDA, won slechts één zetel bij de Tweede Kamerverkiezingen en zit met 13 Kamerleden op een historisch dieptepunt. In het locomotiefje It Dokkumer Lokaaltsje werd de bewindsman naar de diverse bestemmingen gereden. Zijn gastheer was de Friese CDA-voorzitter Douwe Tamminga. Verder secondeerden Sander de Rouwe (nr. 3) en Harry van der Molen (nr. 21) hem. Bij DVC nam hij de eerste CDA-vlag in ontvangst, bij Jan Michiel van der Gang werd hij bijgepraat over het kostuum en bestelde hij er en passant ook een pak en in de loods van DijkstraDraisma vond een verkiezingsbijeenkomst plaats. De Jager zou eventueel aanblijven als minister als het CDA in de regering komt, maar de grootste kans is dat hij het bedrijfsleven ingaat.

AB Vakwerk-directeur Lammert Fopma met Jort Kelder. © Robert Vinkenborg

‘Onbegrijpelijk dat een liter Spa meer kost dan een liter melk’

FRANEKER – In de Martinikerk van Franeker werd het seminar Kleurrijk Ondernemen gehouden in het kader van de Agrarische Dagen. Marijke Roskam, bekend van haar radioprogramma’s bij BNR, leidde een boeiende paneldiscussie met ‘kleurrijke’ agrarische ondernemers. Centrale vraag was: hoe kunnen agrariërs overleven in deze moeilijke tijd? Dat lukt sommige agrariërs door een zogenoemde ‘tweede tak’ naast hun eigen bedrijf te beginnen. Er werden sprankelende en inspirerende voorbeelden besproken van renderende ondernemingen als zorgboerderijen, evenementen als ‘koe knuffelen’ en geslaagde vormen van samenwerking met landschapsbeheerders.

 

Een van de sprekers op het seminar was Jort Kelder. Jort was per Maserati naar Franeker gevlogen waar hij een met humor en ironie doorspekte presentatie hield. ‘Wij gaan 10% minder rijk worden,’ luidde zijn keiharde boodschap.

Hij betuigde zijn spijt over de ondergang van de Friesland Bank, waar hij tevergeefs reclame voor had gemaakt. En passant fileerde hij “maffiamaatje” Bram Moszkowicz en legde hij uit waarom Unox ‘met z’n poten van de Elfstedentocht moet afblijven’. Zijn visie op de decadente samenleving en de oorzaken van de crisis onderstreepte hij met pittige uitspraken: ‘Als CEO’s met hun vrouwen mee gaan naar modeshows, dan weet je: het einde is nabij.’

En: ‘Dirk Scheringa ging onderuit omdat hij geen sterke financiële man tegen- over zich had die hem tegen durfde te spreken.’

Jort Kelder stak de boeren een hart onder de riem: ‘Ik vind het onbegrijpelijk dat een liter Spa meer opbrengt dan een liter melk. Jullie moeten je prijzen beschermen en daar mag de overheid echt een handje bij helpen. Er is markt voor kwaliteit en ik ben de eerste die meer voor betere producten wil betalen.’

Deelnemer aan het forum was directeur Lammert Fopma van AB Vakwerk, een van de sponsors: ‘Ik zie in samenwerking mogelijkheden om het rendement te verbeteren. Een melkmachine is een grote investering. De machine staat 20 uur per dag stil. Dat moet toch beter kunnen.’

Veronica Aukes runt een zorgboerderij. Zij benadrukte niet alleen het belang van rendement in geld: ‘Denk ook in duurzaamheid en misschien nog belangrijker, welbevinden is ook inkomen.’

AB Vakwerk presenteerde de nieuwe huisstijl op de Agrarische Dagen. Vanaf 17 september 2012 is AB Fryslân & Noord-Holland verdergegaan als AB Vakwerk.

Aebe Aalberts, manager bedrijfsvoering AB Vakwerk, zegt hierover: ‘Onze ambitie gaat duidelijk verder dan de provinciegrenzen, zeker online. Dat willen we benadrukken. Daarnaast willen we aangeven dat AB Fryslân & Noord-Holland echt één bedrijf is. De term AB is sterk en blijft bestaan. Vakwerk is de meest logische toevoeging. Wij leveren vakmanschap in uiteenlopende sectoren.’

 

Doppio Espresso wint Publieksprijs

HILVERSUM / JOURE - Doppio Espresso Hilversum heeft de Publieksprijs in de Koffie Top 100 gewonnen. Ook de vestigingen van de espressobarketen in Joure en Zwolle hebben een notering in de Koffie Top 100 behaald. Doppio Espresso Joure behaalde de 8e plek en is daarmee de beste Doppio Espresso vestiging volgens de vakjury.

[banner]

De Koffie Top 100, een ranglijst van de honderd beste koffie-adressen van Nederland, vindt met ingang van 2012 jaarlijks plaats op initiatief van het vakblad Misset Horeca en Friesche Vlag. Kandidaten werden aangedragen door koffiebranders en –leveranciers. Doppio Espresso ontvangt de prijzen ruim vijf jaar nadat de eerste Doppio Espresso in Groningen werd geopend. Vrijwel meteen na de opening kwam Doppio Espresso als schenker van de beste koffie uit een test van het Algemeen Dagblad (oktober 2008). Sindsdien heeft het bedrijf een sterke groei doorgemaakt.

Het publiek koos Doppio Espresso Hilversum als meest favoriete espressobar. Het winnen van de Publieksprijs heeft de snelgroeiende espressobarketen dus te danken aan haar fans. Op de Koffie Top 100 Facebookpagina kon gestemd worden voor de Publieksprijs. Hier is massaal gehoor aan gegeven, duizenden stemmen zijn uitgebracht door de gasten van de genomineerde koffiezaken. Doppio Espresso kreeg in totaal ruim 500 stemmen in de verkiezing en is daarmee uitgeroepen tot publieksfavoriet. Doppio Espresso is enorm blij met deze prijs. Passie en beleving zijn uitgangspunten bij Doppio Espresso. Geen saai kopje koffie in een stijlloze zaak maar een zinnenprikkelende ervaring die van gasten fans maakt. Het winnen van de Publieksprijs laat zien dat de espressobar al vele harten heeft veroverd met hun uitstekende koffie. De eerste vestiging opende in 2007 haar deuren in Groningen en via een franchiseformule heeft men onderhand een behoorlijk netwerk aan winkels weten op te bouwen; inmiddels zijn er 17 vestigingen van de succesvolle espressobarketen.

Oprichters van Doppio Espresso zijn de Friese ondernemers Peter van Eijl en Jonathan Teoh. In 2010 winnaar van de Jonge Ondernemersprijs. De jury sprak toen lovend over Doppio Espresso vanwege hun visie, durf en doorzettingsvermogen.

Doppio Espresso legt de focus op kwaliteit en innovatie. Mensen blij maken en de beste zijn, dat is waar Doppio Espresso naar streeft. De franchisenemers en baristi worden opgeleid in de vestiging in Joure. Deze vestiging is de pilot, trainings- en flagshiplocatie van de espressobarketen. Daarnaast werken ze vanuit dit opleidingscentrum aan de ontwikkeling van het concept, zodat ze gasten blijvend kunnen verrassen met superieure koffie-innovaties en buitengewone momenten.

Een gezonde toekomst in groente en fruit

Sybo Smeding.

SINT ANNAPAROCHIE – De kracht van het familiebedrijf wordt treffend gesymboliseerd door Smeding Aardappelen Groenten Fruit. Beppe Sjoukje begon middenin de crisisjaren, in 1933, in Wommels een groentewinkeltje, dat uitgroeide tot een toonaangevende groentegroothandel in ons land (met een enorm palet aan producten, deels onder het eigen label Mijnboer), en een van de grootste werkgevers in Friesland. Vorig jaar werd een flinke uitbreiding gerealiseerd: het complex werd met 8.850 m² (6.000 m² en 2.850 m² kantoor) uitgebreid naar ruim 20.000 m². Mocht nieuwbouw nog een keer nodig zijn, dan is dat niet meer mogelijk in Sint Annaparochie.
‘Maar ons bedrijf is helemaal klaar voor de toekomst,’ stelt commercieel directeur Sybo Smeding (52) de regio gerust.

De ontwikkeling van Smeding laat zien hoe een bedrijf hoort te groeien: autonoom, volgens een natuurlijk proces, op basis van een weloverwogen strategie, het aannemen van gemotiveerde vakmensen en tijdig partners zoeken en allianties sluiten. In enkele decennia is er heel wat gebeurd. Wie nu door de geconditioneerde, tot 4ºC gekoelde hallen loopt raakt geïmponeerd door de ver doorgevoerde automatisering en de uitgekiende logistiek. Een wereld van verschil met 1934, toen voor pake Rients geen werk meer was bij de plaatselijke zuivelfabriek en hij met de ventkar langs de deuren ging. Eind jaren vijftig ging zoon Oepie in de zaak. Hij opende een winkel in Oosterend (Easterein) en in 1960 begon hij een grotere winkel in Harlingen. Vanaf dat moment begon hij tevens groenten voor supermarkten in te kopen en werd in feite de basis gelegd voor de huidige onderneming.

Derde generatie

In 1978 ging de derde generatie – de broers Rieny en Sybo – van school. Aan leren hadden ze een broertje dood. Zakendoen, dat was het. Ze wilden een groothandel beginnen. ‘Jullie zijn hartstikke gek,’ zei heit. Er waren immers alleen al in Friesland 16 groentegroothandels. Wie waagde zich nou in dat geweld? Maar de broers Smeding waren niet benauwd en hun ondernemingslust sprak heit Oepie aan. Ze gingen de concurrentie aan, met zijn drieën. Het bedrijf verhuisden ze naar Berlikum, waar ze over een terrein van 300 m² beschikten. In 1982 konden ze op het veilingterrein die oppervlakte verdubbelen. Toen in 1988 de veiling van Berlikum ophield te bestaan namen de Smedings het hele complex over.

Het was tijd om de vleugels uit te slaan, want de maximale rijafstand met verse producten als groenten en fruit was 80 kilometer. Verdere groei zat er niet in. Ze oriënteerden zich internationaal. De Berlijnse Muur viel in 1989 en Sybo zocht zijn heil in die stad en het achterland, tot in Rusland en de Baltische staten toe.
‘Een wildwest markt. Je moest bliksems goed weten wat je deed, maar we boerden in de eerste jaren goed. Toen de roebelcrisis kwam was het echter gedaan,’ aldus Sybo.

Sligro

De aandacht werd weer volledig op Nederland gevestigd. In 1997 kreeg de onderneming een nieuwe impuls toen Smeding aan Aldi in Drachten en Best begon te leveren en de grootste werd binnen het supermarktconcern. Een positie die zekerheid verschafte, maar die ook wrong en niet geheel bevredigde.

Sybo: ‘Ik zei tegen mijn broer dat ik niet mijn hele leven afhankelijk van Aldi wilde zijn. Hij was het met mij eens. We zochten nieuwe distributiekanalen. Groter worden was noodzakelijk om te overleven. Of we gingen bij de verliezers horen, of bij de winnaars. Dat was toen al duidelijk. Wijtze van der Velde, die zijn horecagroothandel net had verkocht aan Sligro, tipte mij over deze horecagroothandel met veel versfilialen en de supermarktketen EMTÉ. Ik bellen. Kreeg ik meteen directeur/eigenaar Abel Slippens aan de lijn. Dat sprak me aan. We kwamen snel tot zaken. Sligro nam in 2001 een aandeel van 49% in ons bedrijf. Deze deal was cruciaal voor de toekomst. Wij kregen een stevig fundament en we konden verder groeien.’

Smeding kreeg slagkracht om te investeren, wat van het grootste belang was. Fluctuaties in afzet zijn bij de flinterdunne marges in groenten en fruit heel gevaarlijk voor te kleine groothandels. Er werd steeds geïnvesteerd in huisvesting, automatisering en mensen. Op de commerciële afdeling zijn er juist in deze tijd zes mensen bijgekomen.
‘Je moet willen, durven en kunnen,’ aldus Sybo over zijn bedrijf dat in totaal – inclusief de groenteketen Hessing en huisvervoerder Peter Appel – werk biedt aan 500 gezinnen.

Groei

Op het moment dat Smeding en Sligro elkaar vonden bedroeg de jaaromzet van de Veghelse beursgenoteerde onderneming € 700 miljoen en die is thans € 2,2 miljard. Smeding groeide mee: van € 30 miljoen in 2001 naar € 155 miljoen anno 2012. Dagelijks worden alle Sligro-vestigingen, meer dan 300 supermarkten en 7.000 horecazaken beleverd en de verhouding tussen Foodservice en Foodretail is fiftyfifty.
‘Zonder Sligro waren we daar nooit aan toe gekomen,’ weet Sybo stellig.
Qua achtergrond passen de Friese en Brabantse families bij elkaar: hardwerkend, no-nonsense, doelgericht, kwaliteit bieden en oog voor de mensen en de omgeving. Één keer in de veertien dagen rijdt Sybo 230 kilometer om in Veghel bij te praten met Slippens.
‘Met ons beleid bemoeit hij zich niet. Daar voelen ze zich niet toe geroepen, want zij profiteren op hun beurt mee van ons succes,’ glimlacht Sybo.
Van de afnemers van Smeding is Spar met 350 buurtsupers er sinds 2011 één en dat heeft een speciale achtergrond omdat wijlen Sape Smeding, een broer van Oepie, onder het Spar-label jarenlang de familiewinkel in Wommels dreef, terwijl Oepie (drie jaar geleden overleden) commissionair bij Spar was. De cirkel is rond, kun je zeggen.

Ja, ze hebben overwogen hun onderneming te verhuizen, elke verbouwing weer. Maar het kwam er niet van. In 1995 kon men voordelig de oude vestiging van HZPC overnemen, in 2008 wachtte men in verband met de crisis de bouwprijzen af en altijd houdt de motivatie en deskundigheid van het personeel Smeding in Sint Annaparochie: ‘Alle intelligentie zit hier.’ Almere was vanuit logistiek oogpunt een logische locatie geweest, want 65% van de omzet vindt plaats beneden de grote rivieren. Bovendien: het woont mooi, daar op de Friese klei.

Hoe blijf je samen in pais en vree op de bok van zo’n toko?
Sybo verklaart de goede samenwerking als volgt: ‘We zijn beide praktisch ingesteld, terwijl onze werkterreinen afgebakend zijn. Rieny kan niet verkopen en ik kan niet inkopen. Verder is er totaal geen onderscheid. Vanaf dag één hebben we hetzelfde salaris en dezelfde auto. En onze vrouwen zitten niet in de zaak.’

Genieten

Sybo voelt dat het van belang is dat hij zo nu en dan wat gas terugneemt en zich terugtrekt in zijn vakantiehuis in Spanje, om er vervolgens vol energie weer tegenaan te gaan.
‘Loslaten is geen probleem. Gelukkig kan ik mijn taak zonder zorgen overdragen aan mijn rechterhand Sietze Jonker, die verantwoordelijk is voor commerciële zaken.’

Genieten van het ondernemen doet hij nog elke dag. En zeker als zijn bedrijf wat kan betekenen voor de medemens. Bijvoorbeeld de tomatenkas die wordt gerund door mensen van het SW-bedrijf Empatec, of de kas in Amsterdam waar daklozen hun handen uit de mouwen steken. Althans, zodra hun verdiende centjes weer op zijn.
Sybo: ‘Geweldig om hun arbeidsplezier mee te maken. Investeren in mensen, dat staat bij ons voorop. We hebben al acht jaar een certificaat; Investors in People. Er zijn maar een dikke honderd bedrijven in ons land die dat predicaat dragen.’

Opvolging

Aan een gezonde toekomst twijfelt Sybo niet: ‘Eten moeten we en groente wint aan populariteit. Mensen willen bewuster en gezonder eten en leven.’
Een opvolger vanuit de familie is er nog niet, maar inbreng en potentie zijn aanwezig. Rieny heeft twee dochters (Susanne en Liesbeth) die beide in het familiebedrijf werken als respectievelijk hoofd marketing/communicatie en secretaresse. Sybo heeft een zoon – Maarten (25) – die bedrijfskunde studeert.
‘Ik heb niet de emotie dat het moet, maar ik zou het mooi vinden als hij op termijn hier zijn toekomst ziet. Hij is wel geïnteresseerd in het bedrijf, maar eerst maar eens afstuderen. Met een opleiding zoals wij, Rieny meao en ik alleen mavo, het bedrijf instappen als directeur, dat wordt niks.’

Skûtsjefeesten in Grouw en Langweer

GROUW/LANGWEER – Zoals gewoonlijk waren de grootste skûtsjefeesten in Grouw en Langweer. In beide watersportplaatsen was het bomvol. Grouw beet het spits af. Speciaal op deze dag organiseerde hotel Oostergoo een pontonlunch, met als visleverancier Ida Visservice, op de Wijde Ee, vanwaar een prachtig uitzicht op de wedstrijd werd geboden. Tal van gasten waren aanwezig.

In Langweer waren meer party’s. Elsbeth Janmaat had weer het loungeskûtsje van Jacob Huisman ingezet om vrienden een prachtige dag te bezorgen, traditioneel afgesloten met een Italiaans eetfestijn bij La Buona Cucina van Cees-Jan Koek. Riemer en Annie van der Velde hadden hun tuinfeest waarvoor ze geen uitnodigingen sturen. Iedereen is welkom. De gemeente Skarsterlân benutte zoals elk jaar de vrije dag van de pont over de Langweerder Vaart en ontving daar gasten van met name andere gemeenten. Dan was er nog het prachtige paviljoen van sponsorclub Freon fan De Swan, waar de gasten loungend in banken en onder prieeltjes het skûtsjesilen volgden en hun eigen favoriet zag omslaan. Ze lieten zich wijsmaken dat Langweer nog in de strijd was omdat de L over het water voer… Ruth Jacott gaf een optreden ten beste, geregeld en betaald door de Groninger kamerverhuurder Wim Bulten. Beijk Catering verzorgde dit feest tot in de puntjes.

Jan Arendz en Marijke Geertsma.

‘Onze Griekse salade is lekkerder dan in Griekenland’

Naam Jan Arendz en Marijke Geertsma | Leeftijd Beide 60 | Woonplaats Wytgaard | Burgerlijke staat Gehuwd met elkaar, een zoon (Jeen, 30) en een dochter (Gearte, 29) | Functie Acteur bij Tryater en zelfstandig theaterproducent (Stichting J & M Teaterwurk) | Locatie Frouckje State Ryptsjerk | Chef-kok Gilbert van der Heide | Gastheer Thom van der Heide | Bediening Steven Pietersma

Jullie vormen als acteursechtpaar een economische eenheid. Jan: Bij Tryater zijn we in loondienst. Dat is ons hoofdinkomen. Verder doen we eigen producties, en in opdracht, we nemen schnabbels aan en we doen af en toe film- en televisiewerk.

Een niet al te zeker bestaan.  Marijke: We namen vroeger een toch wel grote gok. We zaten beiden in het onderwijs en die vastigheid zegden we op om onze passie te volgen, het toneelvak. Creatieve mensen maken het zichzelf vaak moeilijk, omdat de artistieke uitdaging altijd boven het zakelijk aspect gaat. Het blijft voortdurend een worsteling tussen artisticiteit en een beetje vooruitboeren.

Wie doet van jullie het zakelijk gedeelte? Jan: Ik ben niet zakelijk, Marijke wel. Zij komt uit een middenstandsgezin. Als we een nieuw project aangaan heeft Marijke een dubbelrol. Het creatief proces doen we gezamenlijk, maar Marijke doet daarbij ook alle zakelijke aangelegenheden, zoals subsidieaanvragen, locatieonderzoek, de casting, het opstellen van contracten, de honoreringen, enzovoorts. Maar wel altijd in goed overleg met mij. Marijke: Op geld over de balk gooien ben ik heel erg tegen. We gaan deels met belastinggeld om. Bij ons moet alles tot achter de komma kloppen. In die zin zijn we heel zakelijk, want we willen wel met droge voeten over de sloot.

Samen zakelijk optrekken is één, maar samen werken is twee. Jan: Marijke en ik zijn met elkaar vergroeid, privé en in ons werk. Wij zijn verhalenmensen. We schrijven ook samen, waarbij we afstemmen wie wat voor zijn rekening neemt. Vorm is altijd ondergeschikt aan inhoud. Ja, faalangst is inherent aan dit vak. In wezen zijn mensen met een scheppend vak nooit tevreden, want het kan in hun kritische ogen altijd beter. Dat is nu eenmaal de gesel die je voelt.

Wat is jullie meest recente project? Marijke: Het dramatische, intrigerende oorlogsverhaal Oorlochstriennen waarin door een samenloop van omstandigheden de levens van de verzetsstrijdsters Esmée van Eeghen, Antoinette Jaakke en Joop van der Helm-Logtenberg, de vrouw van belastingman en Knokploeg-leider Krijn van der Helm, elkaar kruisten. De mondaine Amsterdamse Esmée, bevriend met Krijn, deed gevaarlijk werk in het verzet. Toen ze gezien werd met een Duitse officier werd ze niet meer vertrouwd en werd ze verraden. Op 8 september 1944 werd Esmée gefusilleerd. Over haar rol wordt tot op de dag van vandaag gespeculeerd. Door sommigen wordt de aantrekkelijke en wereldse Esmée gezien als een Mata Hari. In april 2013 gaat Oarlochstriennen in het Kazemattenmuseum te Kornwerderzand in première. In mei speelt Oarlochstriennen in Tresoar en in het verlengde van de voorstelling staat de expositie Liefde in Oorlogstijd van mei tot en met augustus ook in Tresoar en in oktober nog vijf keer in het nieuwe museum. Bovendien wordt het stuk met een speciaal educatief programma gespeeld voor het voortgezet onderwijs.

Wat staat voorop in jullie werk?  Marijke: Wij moeten een goed gevoel hebben bij wat wij doen. Behalve gezondheid is ook plezier in je werk veel belangrijker dan geld verdienen. Jan: Er zijn mensen in ons vak die van het conflictmodel houden. Dat is de grootste flauwekul die er bestaat. Wij houden juist van een goede sfeer en van goed overleg. Ik heb een keer een regisseur gehad die de repetitie altijd afsloot met: Wie heeft er nog wat te vragen of op te merken en heb je nog last van iemand gehad? Daardoor kropt niemand iets op en voorkom je uitbarstingen.

Een zwaar vak, lijkt me. Marijke: Lappen tekst kun je leren, daarin zit in tegenstelling tot wat veel mensen denken niet de moeilijkheid, maar over het neerzetten van een personage moet je inderdaad niet te licht denken. Jan: Elke keer weer denk je: wat moet ik hier van maken? De gedachte dat je in de huid van je personage moet kruipen is fout. Je moet juist jezelf blijven, nooit bij jezelf weglopen. Anders kun je niet een personage verbeelden. Het vak is niet voor niks acteren. Wel moet je de wereld van degene die je speelt leren kennen en aanvoelen.

Jullie wonen op een boerderij. Bewust? Jan: Ja. Ik ben een boerenzoon en in alle vrijheid opgegroeid. Ongegeneerd kunnen pissen op je eigen erf is ook een vorm van vrijheid. We hebben veel zelf gedaan in het verbouwingsproces. In overwaardes en daar weer een hypotheek opnemen hebben we nooit geloofd. Toen wij deze boerderij in de jaren zeventig kochten kon je nooit meer financieren dan de executiewaarde. De rest moest je zelf meenemen. Wij zijn aflossers, wat nu de oplossing van veel ellende schijnt te zijn. We zijn opgegroeid met het adagium: in lyk man is een ryk man.

Wat mag wat geld kosten? Marijke: Reizen! Wij beiden zijn daar niet mee opgegroeid. Het is echter prachtig om andere werelden, andere volken en andere culturen te ontdekken. Zo om de twee tot drie jaar maken we een flinke trip, zoals twee jaar geleden door Zuid-Amerika. Speciale vakanties hebben onze voorkeur. Bijvoorbeeld de treinreis met de Transmongolië Express.

Lunch of diner? Jan: Beide, want we zijn voor ons werk dikwijls onderweg, maar niks gaat boven zelf eten koken met groente uit eigen tuin. Marijke kookt geweldig. Haar Griekse salade is lekkerder dan in Griekenland. En dan haar macaroni en de gebakken aardappelen, héérlijk! Maar uit eten zoals nu bij Frouckje State is natuurlijk een speciale verwennerij.

Menu Kalfsstaart Filet Americain van kalfsstaartstuk, pannacotta van kropsla, lardo di Colonnata,kwarteleitjes en bio groenten en kruiderij | Verdejo 2010 Italië (wit) | Heilbot Heilbot met kokkels, gazpacho van bleekselderij, boerenyoghurt en amaranth | Ongefilterde witte Le Grand Cléré 2010 Frankrijk | Lam Lamsrugfilet met rillette van lam, flan van morilles, gemarineerde jonge primeur groentes, cantharellen, limoen en eigen jus met morilles | Rode Garnacha en Monastrell 2010 Spanje | Aardbeien van eigen grond Diverse structuren van Hollandse aardbeien met bloesems en bloemen | Rode, iets mousserende Birbet Gallino Italië

De makers. Vlnr.: uitgever Eddy van den Noord, fotograaf Jacob de Winkel en de schrijvers Bonne Stienstra en Anne Roel van der Meer.

Skûtsjebloed: 14 portretten

GROUW – Aan de vooravond van het SKS-skûtsjesilen werd in Hotel Oostergoo in Grouw het boek ‘Skûtsjebloed’ gepresenteerd. Aan de hand van veertien schippersportretten krijgt de lezer een goed beeld van het skûtsjesilen in vroeger tijden en van vandaag de dag, want er is gesproken met zeven oud-schippers en zeven huidige schippers. Eigenlijk zijn er vijftien schippers geïnterviewd want het verhaal over vader Joop en zoon Berend Mink is een dubbelportret. De verhalen zijn geschreven door Bonne Stienstra en Anne Roel van der Meer, beide sportredacteur van de Leeuwarder Courant, hoewel Bonne inmiddels is afgezwaaid. De foto’s zijn gemaakt door Jacob de Winkel. Het boek is uitgegeven door Eddy van der Noord. Hij gaf het eerste exemplaar eerder al aan de 104-jarige Rintje Ritsma, die fysiek niet in de gelegenheid was om bij de presentatie aanwezig te zijn. Behalve hem en de Minken zijn ook gesprekken gevoerd met Tjitte Brouwer Szn., Meindert de Groot, Wiemer Hoekstra, Lodewijk Meeter Ezn., Pieter Meeter, Teake van der Meulen, Gerhard Pietersma, Dirk Jan Reijenga, Anne Tjerkstra, Douwe Visser Jzn., Ulbe Zwaga Rzn. en Jacob Zwerver. Het boek is een verzameling van stukken die als krantenverhalen zijn geschreven, maar voegt zeker wat toe aan de bibliotheek van het skûtsjesilen.

Sippy wordt gelauwerd door Gerard van Klaveren, rechts Jan Koster, in het midden Geartsje de Vries.

Sippy en Klaas feestelijk van het water

LEMMER – Radioverslaggever Sippy Tigchelaar is op de laatste dag van de IFKS benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau. De Koninklijke onderscheiding werd, geheel in stijl op het water, uitgereikt door burgemeester Gerard van Klaveren van Weststellingwerf waar Sippy woonachtig is. Na haar laatste interview aan boord van een van de skûtsjes werd Sippy in het verslagbootje aangehouden door een politieboot. Die had geen boete, maar een onderscheiding voor haar in petto.

Sippy Tigchelaar nam na 35 jaar samen met collega Klaas Jansma afscheid als skûtsjesylverslaggever.

Zij werd volledig verrast door de actie van de politie: ‘De regisseur riep “opschieten”, dus ik zei tegen de schipper: “gas!”. En toen kwam de politieboot eraan. Toen de politie mij aan boord haalde, dacht ik eerst even “dit lijkt Bananasplit wel”, maar het ging om iets heel anders. Dit had ik nooit verwacht, ik vind het geweldig! Heel bijzonder om een lintje te krijgen op het water.’

Nog maar net bijgekomen van de ontvangst van het lintje, werd Sippy samen met Klaas Jansma ook nog eens in het zonnetje gezet door de directeur van Omrop Fryslân, Jan Koster. Hij bood een aantal cadeaus aan van de Omrop en van de Feriening Freonen fan Omrop Fryslân. De verslaggevers werden daarbij benoemd tot lid van verdienste van de Freonen fan Omrop Fryslân.

Jan Koster: ‘Sippy en Klaas hebben het skûtsjesilen mede groot gemaakt. Van sommige mensen heb je alleen de voornaam nodig. Als je het over Abe en Epke hebt, dan weet iedereen wie je bedoelt en dat heb je ook met Klaas en Sippy.’

Ook het bestuur van het Skûtsjemuseum reikte een cadeau uit als waardering voor de betekenis die Sippy en Klaas hebben gehad voor het skûtsjesilen en voor alles dat zij hebben gedaan voor het Skûtsjemuseum en voor het houten skûtsje, de Aebelina. Zo werd de laatste dag dat Sippy en Klaas samen verslag deden van het skûtsjesilen een dag vol verrassingen. Voor Klaas begon het ’s morgens al met een stunt van zijn collega’s van Penn Communicatie. Hij werd opgehaald in een rode Ferrari, die “heel snel” kon rijden. Een lintje kreeg Klaas al eerder (2002).

 

Pieter Jan Postma laat zien dat hij ambassadeur van het Jeugd Sport Fonds Friesland is. Links Yanna van Tol (Sport Fryslân, secretariaat), bestuurslid Thijs Spijkervet en rechts voorzitter Cor Greben.

Pieter Jan Postma ambassadeur van Jeugd Sport Fonds Friesland

TERKAPLE/HEERENVEEN – Finn-zeiler Pieter Jan Postma, die op de Olympische Spelen in Londen net naast de medailles greep, is benoemd tot ambassadeur van het Jeugd Sport Fonds Friesland. ‘Een hele eer. Dit ambassadeurschap past precies bij me,’ zegt de afgestudeerde maritiem officier over deze benoeming. Hij was zich al aan het oriënteren op een ambassadeurschap en het was zijn moeder die hem over het Jeugd Sport fonds tipte. En dat bleek een schot in de roos te zijn.

‘Ik wilde graag wat terugdoen voor de samenleving. Kinderen de gelegenheid bieden om te sporten vind ik heel belangrijk. Ik heb zelf altijd heel veel plezier aan sport beleefd. Veel gezinnen kunnen sport financieel niet opbrengen. Sport is goed voor je gezondheid maar ook sociaal van belang. Je moet voorkomen dat kinderen in een negatieve spiraal terechtkomen,’ aldus Pieter Jan voordat hij een T-shirt aantrok.

Het Jeugd Sport Fonds helpt kinderen lid te worden van een sportclub. Dat wordt per regio georganiseerd. In onze provincie is het Jeugd Sport Fonds Friesland actief. Pieter Jan richt zich na Peking (2008) en Londen (2012) op de Olympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro. Eind dit jaar neemt het IOC een besluit welke klassen Olympisch zijn en daarna maakt Pieter Jan de keus in welke boot hij stapt. Dat zal een tweemansboot zijn want hij heeft lang genoeg solo gevaren: ‘Ik heb nu zin om een team te vormen en samen te werken. Je hebt dan wat meer afleiding en je kunt je aan elkaar optrekken.’ Een mogelijke klasse zou de Star kunnen zijn.

Het land aan imitatie en eentonigheid

OOSTERWIERUM – Beeldend kunstenaar Ids Willemsma zit de ochtend waarop ik hem bezoek niet helemaal lekker in het vel. De drukte rond het boek dat over hem wordt gemaakt in het kader van de overzichtstentoonstelling, die in oktober in de koepel van de Friesland Bank wordt geopend, staat hem tegen. Hij is zogezegd ‘uit zijn doen’. Stond hij op dit moment maar op schaatsen, mijmert het 63-jarige natuurmens. Of zat hij maar op de fiets. Heerlijk in weer en wind, beulend tegen de straffe noordenwind die een dag tevoren een pruimenboom op het ruig begroeide erf velde. Dat was al geen best voorteken voor deze dag.

Eenzaamheid bekruipt hem als hij, al is het voor even, wordt geleefd. Alleen is hij niet. Bijna dagelijks komt er bezoek, dat steevast koffie drinkt in de opening van een gigantische werkplaats die volgestouwd is met materialen, ijzer en objecten. Rob de Wilde uit Gorredijk belde of hij even langs kon komen. Prima, zei Ids. Aeltsje, de hond die hij naar zijn moeder heeft vernoemd, is jarig. Elf jaar geworden. Kom haar feliciteren, gezellig. Buurman Joost Stoelinga schuift met zijn hond aan. Met hem deelt Ids de liefde voor de natuur en de ongezouten kritiek op het omgaan met Moeder Aarde in Friesland.

Prestige spreekt de mannen niet aan. Neem het provinciehuis, voor € 80 miljoen verbouwd. Het ongeloof straalt uit hun ogen.

‘Was die uitbreiding noodzakelijk? Overal is minder kantoorruimte nodig. Ik herinner me nog de vorige uitbreiding toen Hans Wiegel een kunstwerk onthulde. Met mijn manchesterbroek van destijds heb ik langer kunnen doen,’ schampert Ids.

Het gezelschap luimt Ids beter. Enthousiast leest hij op wat hij tijdens de Nacht van de Architectuur heeft voorgedragen. Hij gruwelt van de voorgenomen poespas bij de Afsluitdijk, van het plan om van Doutzen een 50 meter hoge Barbie te maken (‘een symbolische aanranding’), van het schijnheilige gedoe om van de koe, die je nauwelijks meer in het weidelandschap ziet, een icoon te maken, en van de natuurvernieling: ‘Wat doet een intensieve boer nou aan natuurbeheer? Niets. Er bloeit geen kruidje, geen bloempje in de weilanden. Insecten worden niet gelokt en dus is er geen weidevogel meer te bekennen. Bodemleven is er niet meer en de mol heeft geen toekomst in onze kontreien. Sloten worden gedempt, drainage voert het water af, diepteontwatering verhardt en verdroogt de gronden, het raaigras staat hol. Er is een industrielandschap ontstaan dat van een stuitende eentonigheid is. Ik noem de graslanden Lippe Lap-weiden.’

Immense tractoren intimideren deze bewogen, fietsende ziel: ‘Ze kennen maar twee standen: 60 km of vol gas.’

Onlangs tijdens een fietstrip door Zwitserland, Oostenrijk en Italië ondervond hij meer liefde voor de leefomgeving. Boeren met dertig stuks koeien en wat jongvee. Ons kleine land, laat Ids weten, kan zoveel agrarische intensiteit niet aan.

‘De balans tussen de agrarische activiteiten en de natuur is verstoord. De boerderij hoort een onderdeel van de natuur te zijn. De verkaveling moet kleinschaliger en de biodiversiteit is onvoldoende. Onvoorstelbaar in een provincie met zoveel en zo gevarieerde landschappen. Onze maatschappij is te zeer gericht op productie en consumptie. Ik wil meer besef, meer oog voor de wereld om ons heen. Bakkers gooien hun broden weg terwijl de halve wereld verhongert. Waarom niet wat van de prijs af en de volgende dag weer op de toonbank? Daar moet toch markt voor zijn.’

Of dit engagement aan zijn werk is af te lezen? Zeker, vindt Ids.

‘Als je er oog voor hebt, want ik abstraheer enorm, zie je mijn visie in mijn werk terug, hoewel ik geen schoolmeester of dominee wil zijn. De sport zie je ook in mijn kunst; schaatsen, fietsen, varen. Ik heb het praamzeilen geïnitieerd. Er zijn er nu wel honderd. Zelf heb ik geen praam meer, maar nog wel een zeilschip; een Fries jacht van staal waar je geweldig mee kunt zeilen op onze ondiepe waters.’

Ids is met smeden opgegroeid. Zijn vader was de laatste eigenaar van de ooit befaamde schaatsenfabriek Ruiter in Akkrum. Het smidswerk leerde hij van senior, maar het voortzetten van de zaak was niet aan Ids besteed. Hij ging op zijn achttiende naar de kunstacademie.

De fascinatie voor schaatsen bleef evenwel: ‘Ik heb nog een houten klapschaats ontwikkeld en ook een kinderschaats, maar met dat concept is gek genoeg nog steeds niks gedaan door de fabrikant.’

Hij heeft naam gemaakt met robuuste, beeldbepalende ijzeren kunstwerken in de buitenlucht waarvan de ‘tempel’ met daarop vruchtbare zeeklei, geplaatst op de Friese Waddendijk, het meest tot de verbeelding spreekt. Maar Ids heeft meer op zijn conto staan, zoals kunstobjecten met koeienstront, houtcreaties en ijs- en sneeuwprojecten in Finland. Ambachtelijkheid vormt de rode draad. Hij wil zijn handen gebruiken. Die maken wat het brein bedenkt.

Ida: ‘Ik moet mijn energie kwijt. Daarom maak ik alles zelf en dat onderscheidt mij van mijn collega’s. Dan hou je er trouwens ook meer aan over. Mensen uit de techniek vragen wel hoe ik het in mijn eentje allemaal voor elkaar krijg, maar als je hier rondkijkt zie je dat deze loods een constructiebedrijf lijkt. Er staan drie portaalkranen over een lengte van dertig meter, ik heb plasmasnijders, draaibanken, freesmachines en boorapparaten.’

Tekenen en architectuur doet Ids eveneens. Bij alles wat hij creëert geldt het uitgangspunt dat het werk in de schaal en maat van de omgeving moet passen. Het ideale Friesland is in zijn gedachten van een overzichtelijke, kleinschalige en gevarieerde ruimtelijke ordening. Hij gaat daarin verder dan de meesten. Het maakt hem soms tot een outcast. Joost en hij waren bestuurslid van de lokale vogelwacht, tot ze geen lid meer wilden zijn van de Friese bond van vogelwachten.

Ids: ‘Altijd dat gezeur over het kievitseieren zoeken en het geleuter over nazorg, daar hadden Joost en ik genoeg van. De weidevogelstand is zo dramatisch gedaald dat nazorg een dubieus begrip is geworden. Voorzorg is nodig! Predators weten precies dat bij een nestmarkering voedsel is te vinden. Heeft dus geen zin. De BVFW is een soort jagersclub geworden, ofschoon ik niks tegen jagen heb. Laatst moest ik lachen toen ex-voorzitter Anne Osinga een zelf geschoten gans op zijn kop kreeg. Ik mag hopen dat de boter ook van zijn hoofd is verdwenen, maar het zal wel niet.’

De imitatie rondom, zoals Ids het noemt, ziet hij ook in de samenleving sterk optreden: mensen letten op elkaar, willen op elkaar lijken, durven geen persoonlijkheid te zijn. Dorpsgekken, waar vind je ze nog? Niemand wil of durft uit de pas te lopen. Karakters zoals skûtsjeschipper Ulbe Zwaga Rzn., die als stinkend aas uit een klein wereldje wordt gehouden, Ids ziet het vol afgrijzen aan.

Mislukt er wel eens iets?, vroeg iemand op een Rabobank-bijeenkomst waar Ids een inleiding hield. Het antwoord was ja, de liefde. Ids is getrouwd geweest met Gelske Bergsma, de dochter van Roel. Toen ze vijfentwintig jaar gescheiden waren, vierden ze dat met een intiem dineetje in De Zwarte Haan, want ze kunnen goed met elkaar overweg en Gelske doet eens in de zoveel weken de boekhouding. Schaatscoach Jillert Anema zat er toevallig ook.

‘En volhouden, hè?’’ grapte hij. Door de lach van Ids schiet melancholie. Een nieuwe vrouw blijft vooralsnog op zich wachten. Dat knaagt wel eens bij de gezelligheidsmens die Ids is. Internet, is dat een optie?, probeer ik. Voor velen dé oplossing. ‘Ik ben niet van internet, maar misschien heb je gelijk. Ik zal er eens over nadenken.’

Samen lezen we een potloodgeschreven tekst van Ids op een bordje aan de muur, die duidt op een toekomst die dagelijks een nieuwe wending kan nemen: It skaad is gjin dei gelyk En tenei sil de wynstream in oar paad sykje

 

Stichting Twee jaar geleden werd de Stichting Ids Willemsma opgericht om het erfgoed van de kunstenaar te documenteren en voor het nageslacht te bewaren. Het bestuur wordt gevormd door Geert-Jan Douma (voorzitter), architect Pieter Wester en landschapsarchitect Els van der Laan. Deze stichting geeft ook het boek uit waarvoor Rudy Hodel en Piter de Groot de tekst schrijven.

Reve herdacht tijdens Maria ten Hemelopneming

GREONTERP – Wat was het een vibrerende periode in Friesland toen de nationaal verguisde en bewierookte Gerard Reve zich settelde in het gehucht Greonterp, waar hij van 1964 tot 1971 woonde, samen met zijn toenmalige levenspartners Teigetje (Willem Bruno van Albada) en Woelrat (Henk van Manen). De laatste voegde zich in 1969 bij de twee anderen. In 1974 vertrok Reve naar Frankrijk. Willem Bruno en Henk bleven in Nederland en begonnen samen een modelabel onder hun bijnamen.

Reve koos in Greonterp, aan het voeteneind van Blauwhuis, domicilie in een woning die hij ‘Huize Het Gras’ noemde. Een zandloper en een ganzenveer liet hij in een gevelsteen graveren als symbolen van de vliedende tijd en zijn schrijverschap. Een roze tapkast bepaalde het interieur van de woonkamer. De kast stond vol flessen. Reve vluchtte in die tijd dikwijls in drankgelagen. De rode wijn vloeide rijkelijk. Hij dronk thuis, maar ook in het plaatselijk café van kastelein Witteveen. Zijn dochter Hester maakte toen kennis met de grote schrijver.

Zij was onlangs gastvrouw tijdens de vijfde Maria ten Hemelopneming die bij het kerkje in Greonterp werd gehouden om ook Gerard Reve te herdenken. Pastor Germa Kamsma vertelde over de opneming van Maria’s lichaam en ziel in de hemel omdat er verschil moet blijven tussen moeder en zoon. Er is zelfs ooit overwogen om de goddelijke drie-eenheid De Vader, De Zoon en De Heilige Geest aan te vullen met Maria als een vierde godsbeeld. Het zou de tot het katholicisme bekeerde Reve, een groot Mariavereerder, goed hebben gedaan.

De 70 herdenkers kwamen uit alle windstreken. Ze zaten op stoelen of lagen in het gras rond het kerkje. De religieuze, mystieke bijeenkomst werd ingeluid door Hans Galama, waarna de Blauwhuister fanfare koralen speelde, gevolgd door de Blaenwern, een oeroude christelijke hymne uit Wales, de Passion Chorale uit de Matthäus Passion en de hymne Nearer my God to thee. Julius Wijffels en Gryt van Duinen lazen gedichten van Reve voor. De nazit was in café De Trije Doarpen in Oudega. Er moest natuurlijk eentje op gedronken worden.

Spanga decor van tragische wellust

WOLVEGA – Stichting Opera Spanga bracht dit jaar twee voorstellingen: de opera Stuyvesant Zero op twee locaties en de operafilm Donna Giovanna in een drive-in bioscoop. Burgemeester Gerard van Klaveren van Weststellingwerf was gastheer tijdens de première van de film in het weiland van raadslid Jacob de Wolff.  Auto’s waren in theateropstelling geparkeerd voor het enorme filmdoek dat in een paar minuten werd opgeblazen. Met de autoradio op de juiste frequentie afgesteld werd het publiek getrakteerd op een bijzonder spektakel.

In 2008 werd de opera Donna Giovanna in Spanga opgevoerd en dit jaar werd het verhaal over het vrouwelijke equivalent van Mozart’s rokkenjager door regisseuse Corina van Eijk op het witte doek vastgelegd. Giovanna, indrukwekkend vertolkt door Klara Uleman, heeft een magnetische aantrekkingskracht waarmee zij harten verwondt en zielen vertrapt. Begeren en begeerd worden is het enige dat haar drijft, leidend tot een onvermijdelijk tragisch einde. Want wie een liederlijk leven leidt zal sterven zoals het leven geleefd is. De broeierige sfeer van de operafilm, met zweepjes op blote billen, een flinke dosis lust en sterke homoseksuele accenten, zal tot menig auto zijn doorgedrongen. Sommige auto’s moesten na de voorstelling met startkabels worden opgestart, omdat de radio teveel had gevergd van de accu. En dus kon Jan Henk Veenhouwer, wethouder van Ooststellingwerf, zijn expertise van auto’s weer eens inzetten.

 

Gerard van Klaveren had vele collega’s uit het openbaar bestuur uitgenodigd voor Spanga, ook wel het Verona van Weststellingwerf genoemd. Gedeputeerden Johannes Kramer en Hans Konst waren present, evenals burgemeester Peter den Oudsten van Enschede en diverse bestuurders uit omliggende gemeenten. Een nachtburgemeester mocht niet ontbreken in de persoon van Rients Gratama, die langzaam weer uit een zomerslaap ontwaakt.

Opera Spanga is een pareltje in de traditie van Fries openluchttheater. Dat de stichting het de komende jaren zonder een bijdrage van het Fonds Podiumkunsten moet stellen is een bittere pil voor de artistieke leiding. Maar Corina van Eijk heeft eerder zonder subsidie gewerkt en zal andere bronnen aanboren om de traditie van Opera Spanga voort te zetten.

 

Gasten van het Congres Bureau Friesland op de bordestrap van Lauswolt, een van de topuitspanningen voor zakelijk toerisme.

Zakelijk toerisme promoten

LEEUWARDEN – Vanzelf komen ze niet naar Friesland, de zakelijke toeristen. Daarom organiseerde Jant van Dijk van Congres Bureau Friesland een tweedaagse ‘site visit’ voor organisatoren van congressen, vergaderingen, personeelstrips en excursies om nader kennis te maken met onze provincie. De veertig deelnemers werden in de watten gelegd. Ze sliepen in de beste hotels van Leeuwarden, ze genoten in Grand Hotel Post-Plaza van een copieus vijfgangen diner en ze werden muzikaal verrast door Voice of Holland-winnares Iris Kroes. Op de tweede dag werd het gezelschap door de provincie getoerd en beleefden ze Friesland puur. Zoals bij Grouw waar ze arriveerden op het terras van Ooostergoo, waarna men vanuit een praam geboeid toekeek hoe visser Ale de Jager zijn fuiken lichtte en de palingvangst toonde, onderwijl verhalend over zijn bestaan. De deelnemers waren lovend over het programma en roemden de gastvrijheid in Friesland. Volgens Jant van Dijk verdient zo’n programma zich snel terug: ‘Zakelijke toeristen geven tijdens een bezoek vier keer zo veel uit als vakantiegangers.’ De animo om Friesland aan te doen blijkt toe te nemen. Het Nederlands Huisartsen Genootschap beslist binnenkort of ze in 2015 hun jaarcongres met 2.500 man hier houden. Vorig jaar na eenzelfde kennismakingstour boekte Spong Advocaten drie maanden later al een brainstormsessie op Vlieland.

De old soldiers Riemer van der Velde en Klaas Oenema brengen een toast uit op de wedstrijd.

Molde: het Heerenveen van Noorwegen

MOLDE – Met een privécharter reisde sc Heerenveen na twee seizoenen zonder Europees voetbal met een klein gezelschap van 84 mensen, incluis staf en selectie, vanaf Eelde af naar Molde in Noorwegen, waar de strijd moest worden aangebonden met de plaatselijke FK. Een vlucht van twee uur. Het werd een bijzondere ervaring, maar in sportief opzicht liep de tweestrijd uit op een teleurstelling. Na de onnodige 2-0 nederlaag in Noorwegen volgde een 1-2 in eigen huis. Na twee ronden lag Heerenveen er dus al uit.

Eenmaal in de stad vallen in het verkeer stadsbussen op met portretten van de landskampioenen. Met die van een oude bekende prominent in beeld: de vroegere Heerenveen-speler Daniel Berg Hestad. De 37-jarige aanvoerder oogt als een stoere Viking die onverzettelijkheid verpersoonlijkt. Inmiddels heeft hij meer dan 400 keer het shirt van Molde gedragen. ’s Avonds is er 400 meter hoger in de bergen een gezamenlijk diner. Op de wedstrijddag staat een tour gepland die deels over de Atlantic Roadway voert. Een zes jaar durend project (1983-1989) dat acht eilandjes doormiddel van zeven bruggen verbindt. Deze fascinerende route ontsluit de voorheen door fjorden geïsoleerde provincie More og Romsdal. Net als Nederland heeft Noorwegen de beperkingen door het water moeten overwinnen.

 

De thuisbasis van de club – het fraaie, ultramoderne Aker Stadion (capaciteit 12.000 zitplaatsen) – ligt pal aan een fjord en is vanuit het vliegtuig prachtig te zien. Zo dicht bij zee staat geen ander stadion ter wereld. Ook bijzonder: het hotel waar de Heerenveen-selectie verblijft staat naast het stadion. Er ligt alleen een parkeerterrein tussen. De afstand is in een luttel minuutje wandelen te overbruggen. Zo gemakkelijk gaat ‘de reis’ naar de wedstrijd echter niet. De UEFA-regels schrijven in verband met veiligheid en verzekering voor dat staf en spelers in een bus naar het stadion moeten worden vervoerd. Een hoop gesteggel volgt. Zelfs het meetlint wordt erbij gehaald. Tenslotte geeft de UEFA-vertegenwoordiger groen licht dat Van Basten en co te voet mogen gaan!

De totale accommodatie van stadion, hotel met conferentieoord en een aanpalend wellness- en fitnesscentrum is een concept vergelijkbaar met Sportstad Heerenveen. Er zijn meer overeenkomsten tussen beide plaatsen, die elk zo’n 25.000 inwoners tellen. Het zijn keurig aangeharkte provinciestadjes met een voor hun omvang dynamisch bedrijfsleven. In Molde worden ondermeer scheepsschroeven gemaakt. Een industriële uitstraling heeft Molde daarentegen niet. Waar je ook bent, overal bloeien de rozen en zijn er kleurige perken aangelegd. Molde wordt ook wel de ‘rozenstad’ genoemd. Keizer Wilhelm II van Duitsland betitelde de stad als het ‘Nice van het Noorden’.

Al even bloeiend is Molde, de plaatselijke trots. Qua historie, betekenis, prestaties en achterban lijken ook de clubs op elkaar. Beide zijn het runners up in hun land. Ze bouwden vrijwel tegelijkertijd een nieuw, even groot stadion zonder hekken en de clubs hebben een trouwe aanhang die geen trammelant maakt. Blauwwit zijn beider clubkleuren en zowel Molde als Heerenveen is toonaangevend in de regio. Hun hoogtepunten beleefden ze kort na elkaar. Molde kwam in 1999 uit in de Champions League en Heerenveen een jaar later. Heerenveen pakte in 2009 de beker en Molde vierde in 2011 het eerste landskampioenschap. Nota bene op de dag van oprichting 100 jaar geleden (19 juni 1911) kwam Molde vorig jaar aan kop van de ranglijst om later dat jaar de titel in de wacht te slepen…

Beide clubs worden thans getraind door topmidvoors van weleer: Marco van Basten en Ole Gunnar Solskjaer, de vroegere goaltjesdief van Manchester United (1996-2007, 366 duels en 126 doelpunten). Met dit verschil dat Van Basten het idool was van de zes jaar jongere Solskjaer.

Het grootste verschil tussen beide clubs is de ‘private equity’, oftewel het privégeld van een suikeroom/supporter dat wel in Molde wordt gestopt en dat Heerenveen ontbeert. De begroting van Molde wordt sluitend gemaakt dankzij de steun van twee vismiljardairs die rijk zijn geworden met hun activiteiten in Alaska, van wie er één (Kjell Inge Roekke) voorzitter is. Hij heeft ook het stadion gebouwd.

 

Eerste Wâldgieltsjes voor Henk Markus (op de foto links) van restaurant Het Ambacht in Heerenveen.

Eerste Wâldgieltsjes voor Henk Markus

HEERENVEEN – Notaris Jaap Wilman, ‘peetvader’ van de eerste Wâldgieltsjes, dolde dit seizoen de eerste piepers uit de tuin van restaurant Het Ambacht in Heerenveen. Vervolgens werd de echtheid door een notarisklerk vastgesteld, hetgeen geen al te lastige klus was aangezien de gieltsjes in Heerenveen al kant en klaar in de verpakking bleken te groeien. Na het vaststellen van de echtheid, die ook wordt gegarandeerd door het streekmerk Wâldpyk, overhandigde Wilman de eerste Wâldgieltsjes aan chef-kok Henk Markus van Het Ambacht.

Markus was zeer ingenomen met deze geste en presenteerde daarna samen met zijn assistenten een aantal verrassende culinaire creaties van de Wâldgieltsjes. Het traditionele aardappeltje uit de Friese wouden blijkt zich heel goed te lenen voor culinaire avonturen en is, zoals de echte liefhebbers weten, ook puur natuur een ware delicatesse.

Willem Olov Louridtz van Bokma overhandigt een fles Bokma aan de Leeuwarder burgemeester Ferd Crone.

Bokma berenburg terug in Friesland

LEMMER – Bokma Friesche Beerenburg (eigendom van Bols) is na meer dan 30 jaar afwezigheid weer terug in Friesland. Tijdens het SKS skûtsjesilen in Lemmer op de Frisian Queen vond de symbolische overdracht plaats van de eerste flessen Bokma Beerenburg aan schipper van het Ljouwerter Skûtsje, Jappie Meeter. Klaas Bokma begon in 1894 zijn distilleerderij aan de Tuinen in Leeuwarden. Met de sponsoring van het Ljouwerter Skûtsje geeft Bokma, vooral bekend door de jenever, symbolisch het Friese drankje naar oud familierecept weer terug aan Friesland, in het bijzonder aan Leeuwarden, waar alles begon. ‘Skûtsjesilen is een oeroude Friese sport vol traditie. Met gepassioneerde schippers aan het roer; eigenwijs en recht door zee. Na de wedstrijd past daar een berenburg bij,’ aldus de voorzitter van het Leeuwarder Skûtsje Marco Quak.

Tessa (Tjitske Reidinga), Rogier (Mark Rietman) en Maugosha (Nanette Drazic) in gesprek. foto © Nyklyn

Tjitske Reidinga floreert

AMSTERDAM – Actrice Tjitske Reidinga, in Leeuwarden geboren en dit jaar 40 geworden, is uitgegroeid tot de grand lady van de Nederlandse film- en toneelwereld. In haar eentje redde zij de ietwat tegenvallende film ‘De Verbouwing’ die momenteel in de bioscopen draait. Tjitske speelt in deze door Will Koopman geregisseerde film de rol van plastisch chirurg Tessa van Asselt. Zij verliest de greep op haar succesvolle leven door een volledig uit de hand lopende verbouwing. Een thriller naar de gelijknamige roman van Saskia Noort. Tjitske Reidinga, met name bekend als Claire van Kampen in ‘Gooische Vrouwen’, zit 20 jaar in het vak.

Grutte Pier strijdt in St. Nyk

SINT NICOLAASGA – Het is wellicht de grootste attractie van Friesland: de jaarlijkse allegorische optocht van Sint Nicolaasga. Met 26 nummers niet alleen een grote optocht, maar tevens kwalitatief van hoog niveau. Sommige wagens zijn ware toneel- en kunststukjes, waarbij de figuratie door buurtbewoners en amateurs indrukwekkend is. Je leest de kracht van de pure liefhebberij er aan af. Dit alles zonder één cent subsidie. Maar liefst 25.000 bezoekers genoten ’s ochtends en ’s avonds van dit bijzondere spektakel. De juryprijs was voor de Gaestdyk met The Swimming Thirties en de publieksprijs ging naar de KPJ (Katholieke Plattelands Jongeren)  met ‘Leaver dea as slaef’. Een bloedig tafereel rond Grutte Pier, aangevoerd door de bende van de Arumer ‘Zwarte Hoop’ die strijdend en vechtend een spoor van dood en verderf trekt, in de rug gedekt door hoog te paard zittende Friese ruiters onder wie Grutte Pier zelf (zie foto).

Gras als biobrandstof

LEEUWARDEN – Gemaaid gras kan dienen als bron voor biobrandstof. In het project ‘Gras als Energiebron’ onderzoeken een aantal partners de toepasbaarheid van het gras. Het college van Gedeputeerde Staten trekt een ton uit voor dit project.

Om vanuit gras en ander snoeiafval (zoals snoeihout) biobrandstof te winnen, worden daar eerst pellets van. Dit lijkt op paardenbiks en wordt in een speciale verbrandingsketel gestopt. De graspellets bevatten gemaaid gras dat afkomstig is van natuurterreinen. De speciale verbrandingstechniek levert duurzame en voordelige warmte op. Voor de leveranciers van het gras (zoals gemeenten, de provincie en terreinbeheerders) is de afvoer van het gras doorgaans een grote kostenpost. Door gras te gebruiken als biobrandstof dalen deze afvoerkosten. Als pilot installeert Sport- en Ontspanningscentrum Kortezwaag een speciale ketel die stookt op deze biobrandstof. Hiermee wordt een kostenbesparing gerealiseerd ten opzichte van het gebruik van fossiele brandstoffen. In het project werken Bio Energie Friesland, Fa. Jonker, D-tec-T, Sport- en Ontspanningscentrum Kortezwaag en DAM Advies samen. De gemeente Opsterland, Staatsbosbeheer en Van Hall Larenstein ondersteunen de MKB-bedrijven. Naast de provincie dragen ook de Europese Unie, het ministerie van EL&I en Samenwerkingsverband Noord-Nederland bij aan het project.

Onbekend portret opgedoken van Rembrandts vrouw Saskia Uylenburgh

LEEUWARDEN - Er is onverwachts een onbekend portret opgedoken van Rembrandts vrouw Saskia Uylenburgh. Dit was voor de Stichting Culturele Herdenkingen in Fryslân, die dit jaar haar 400ste geboortejaar viert - www.saskia400.nl - niets minder dan een sensationele ontdekking.

Een kunstverzamelaar bezit namelijk een portret van Saskia dat volgens hem tot nu toe onbekend is gebleven. Alleen een enkele Rembrandtexpert heeft er weet van. 'Wij waren zeer verrast door door het portret want we hadden ons uitvoerig verdiept in het leven van Rembrandt en met name Saskia en daarbij ook alle van haar bekende portretten de revue laten passeren. Zo is ons bekend dat wereldwijd in 20 verschillende steden portretten hangen van Saskia. En wat schetste onze verbazing, wij waren Saskia’s portret van deze kunstverzamelaar tot nu toe nergens tegen gekomen!'

Ook Froukje de Jong-Krap, auteur van het dit jaar gepubliceerde boek Saskia Uylenburgh Uit de schaduw van Rembrandt, reageerde heel verrast: zij was tijdens al haar naspeuringen dit portret evenmin ergens tegengekomen. Haar boek is rijk geïllustreerd met vele bekende portretten van Saskia maar dit portret is daarin dus niet opgenomen.

Het portret is enige jaren geleden op een veiling in Zweden aangekocht. De kunstverzamelaar is zeer geïnteresseerd in het werk van Rembrandt en wat uit diens atelier afkomstig is. Hij verklaarde: ‘als kunstverzamelaar zeg ik: dit portret is de vondst van mijn leven’. Hij heeft het werk op bedoelde veiling voor een redelijke prijs op de kop kunnen tikken omdat het aanvankelijk voor een kopie werd aangezien. Uit röntgenopnames is echter onomstotelijk vast komen te staan dat het gaat om een origineel werk. Hij heeft daartoe ook mensen van het Rembrandt Research Project benaderd, onder wie Martin Bijl (voormalig hoofd restauratie Rijksmuseum). Ook is vast komen te staan dat het gaat om Saskia Uylenburgh. Professor Van de Wetering heeft over de schilder nog geen definitief standpunt bepaald. Volgens expert Bijl is het schilderij afkomstig uit de directe omgeving van Rembrandt, zijnde Rembrandt of Govert Flinck. Professor Sumowski, de Duitse Rembrandt-kenner, schrijft  het schilderij toe aan Govert Flinck. In het British Museum is een tekening van dit schilderij aanwezig. Niet bekend is of het hier om een voorstudie gaat of om een schets van het schilderij.

Of Rembrandt zelf of Govert Flinck het schilderij heeft gemaakt, het toeval wil dat beiden een connectie met Leeuwarden hebben gehad. Rembrandt natuurlijk via zijn vrouw, de Leeuwarder burgemeestersdochter Saskia Uylenburgh, en Govert Flinck omdat hij rond 1630 enige jaren, samen met Jacob Backer, in de leer was bij schilder / doopsgezind preker Lambert Jacobsz. Deze overtuigde Flincks ouders in Kleef tegen hun aanvankelijke opvatting in dat hun zoon best schilder kon worden (‘gelyk zij ook met hem over een kwamen dat hy haren Zoon met hem mede naar Leeuwarden zou nemen, in zyn huis en onder zyn opzicht, de Konst zoude leeren’). Rond 1633 vertrok Flinck naar Amsterdam en ging daar in de leer bij Rembrandt, die zoals bekend het atelier van Saskia’s neef Hendrick Uylenburg bestierde. Deze Hendrick Uylenburgh heeft voor de ontwikkeling van beide beroemd geworden kunstenaars een cruciale rol vervuld, al was het maar in faciliterende en stimulerende zin en qua opdrachtgevers.

Houbraken vermeldt dat Flinck toen hij Rembrandts atelier verliet (1636) op dat moment Rembrandt's werk zo nabij kwam dat verschillende werken van Flinck als Rembrandt zijn verkocht  Zelfs Flincks Zelfportret op 24-jarige leeftijd (nu in de Londense National Gallery) werd tot voor kort gezien als gemaakt door zijn leraar!

Voor de organisatie van Saskia400 maakt het antwoord op de vraag Rembrandt of Flinck feitelijk niets uit. 'De essentie is dat we heel blij zijn met dit tot nu toe onbekende, originele portret van Saskia.'

‘Voetballers zijn watjes’

UTRECHT – Het zijn drukke tijden voor Nynke de Jong, columniste bij NRC Next en de Leeuwarder Courant en schrijfster van de boeken ‘Vrouw en fiets’ en ‘Vrouw kijkt sport’. Diverse optredens in de media, iedere dag een paar deadlines en dan ook nog alle sportevenementen zoveel mogelijk live volgen. De in Goënga geboren Neerlandica woont in Utrecht en haar laatste boek is toe aan de tweede druk. In ‘Vrouw kijkt sport’ geeft Nynke in een vlot geschreven en humoristische stijl handige tips voor het kijken naar sport, zodat je er meer plezier aan beleeft.

We zijn halverwege de sportzomer. Wat zijn volgens jou de memorabele momenten tot nu toe? ‘Het dieptepunt is vrijdag de zesde. De dag waarop de Nederlandse wielertoppers de kans op een goede klassering in de Tour de France zien vervliegen door de massale valpartij. Ik vind dat echt hartverscheurend, vooral voor Wout Poels. Onlangs hoorde ik van een kennis een verklaring voor de vele valpartijen deze Tour. Voorheen waren er een paar sprinttreintjes die met hun sprinttoppers voorin de koers fietsten. Maar nu schijnen veel meer ploegen dat te doen waardoor je meer van die groepen hebt en dat levert dan weer meer risico op valpartijen.’

En wat is je favoriete moment? ‘Zonder twijfel de Panenka van Pirlo in de halve finale van het EK voetbal. Wat een held, wat een voetballer. Ik kreeg er ‘pikefel’ van.’

Wat kijk je zelf het liefst? ‘Dat is toch wel wielrennen, een sport die ik ook graag zelf doe. Het zijn de wielrenners die mij zo aanspreken. Wat een heroïek en wat een karakters. Zij fietsen met geperforeerde longen en gebroken heupen. Bikkelhard, dat vind ik mooi. Dan zijn voetballers toch watjes.’

De Olympische Spelen zijn in aantocht. Waar verheug jij je op? ‘Op judo, zwemmen, roeien en natuurlijk alle wielrendisciplines. Maar ook op onverwachte sportmomenten die je alleen tijdens een Olympische Spelen op de buis ziet. Dat je de tv aanzet en dan middenin de schermfinale valt. Dat zijn mooie momenten. Er is gelukkig geen tijdsverschil, dus ik kan heel veel volgen.’

Ook Friesland staat bol van de sportevenementen. Krijg je daar nog wat van mee? ‘Ik heb in mijn jeugd gekaatst en ik vind het dan ook bijzonder dat ik dit jaar door de Permanente Commissie ben uitgenodigd voor de mooiste kaatsdag van het jaar. Daar kijk ik echt naar uit. Het is vooral ook gezelligheid, een reünie waar ik vele oude bekenden tegen het lijf hoop te lopen. Skûtsjesilen volg ik mijn hele leven op enige afstand, dus via de krant en nu internet. Ik weet hoe het klassement ervoor staat en dan heb ik vooral belangstelling voor de prestaties van De Sneeker Pan, want Sneek is mijn stad.’

Met je boek ‘Vrouw kijkt sport’ ben je veel in de publiciteit geweest. Ben je niet bang voor een ‘sportetiket’? ‘Ik vind het natuurlijk prachtig dat mijn boek veel aandacht heeft getrokken. Maar dat is vrij logisch als je bedenkt dat de kaartenbak met vrouwen die een passie voor sport hebben vrij leeg is. Ik ben niet bang voor een etiket, vind het juist wel bijzonder. Ik ben freelancer, het is goed dat ik word gekoppeld aan sport. Dat is een leuk etiket! Maar in mijn columns schrijf ik helemaal niet over sport. Dan schrijf ik over het leven van alledag en wat ik meemaak en zie.’

Hoe zien de komende jaren eruit voor jou? ‘Ik wil me verder ontwikkelen als journaliste en me vooral verder bekwamen in het schrijven van reportages over uiteenlopende onderwerpen.’

En het volgende boek? ‘Ik heb nu twee boeken in twee jaar geschreven, dus dat is wel even genoeg. Aan boeken verdien je weinig en het kost heel veel energie.’

Waarom doe je het dan? ‘Het is goed voor je naamsbekendheid en voor je carrière, vooral als je zoals ik zelfstandig bent. Maar toch vooral omdat ik geen gelukkiger moment ken dan het binnenlopen van een boekhandel en mijn boek daar zien liggen. Dat is zo geweldig. Daarom zullen er echt wel meerdere boeken volgen.’

Slotvraag, de tip van Nynke aan de Friese vrouw die sport gaat kijken. ‘Tijdens de Olympische Spelen zeker naar het roeien kijken, daar zitten de knapste mannen!’

Jorrit Visser (student)

HEERENVEEN – Juni was weer de diplomamaand. Veel scholieren konden de vlag in top hijsen. Hoewel ieder diploma een prestatie is om trots op te zijn, zijn er altijd een paar hoogvliegers, ook in Friesland. Zoals Jorrit Visser die een tien scoorde op zijn examen Grieks, een prestatie die zelden wordt geleverd. Ook niet door zijn docent aan het Bornego College in Heerenveen. Daarom aandacht in deze rubriek voor ‘slimmerik’ Jorrit Visser.

Volledige naam Jorrit Sytse Visser

Geboortedatum en plaats Ik ben geboren op 5 mei in 1994 te Heerenveen.

Woonplaats De Knipe. Een geweldig en gezellig dorp.

Opleiding Ik heb dit jaar het gymnasium afgerond aan het Bornego College in Heerenveen.

Gezin Thuis woon ik samen met heit Andries en mem Sjoukje. En natuurlijk broertje Jelmer.

Hobby’s Eigenlijk alle sport. Voetbal en wielrennen zijn mijn favorieten. Best wel verslaafd misschien. Van vrienden hoor ik wel eens dat het te ver gaat, haha. Ook auto’s vind ik prachtig, en dan met name de Citroëns.

Inspiratie Sporters die tot het gaatje gaan en iets extra’s kunnen brengen door hun doorzettingsvermogen. Bijvoorbeeld wielrenners die gebutst en gehavend met gebroken benen het toch voor elkaar weten te boksen om de finish te bereiken. Je kunt veel, als je maar doorzet.

Voorbeeld Lance Armstrong. Hoe hij kanker heeft overwonnen en vervolgens in totaal zeven keer de Tour de France heeft gewonnen is ongelooflijk. De laatste tijd wordt hij vaak beschuldigd van dopinggebruik, maar voor mij is hij nog onschuldig tot het tegendeel bewezen is.

Ambitie Verplaats ik steeds weer. Eerst was mijn ambitie om de examens te halen. Het volgende doel is om mijn vervolgopleiding Econometrie tot een goed einde te brengen. Een goede strategie al zeg ik het zelf.

Hoogtepunt Toch wel de 2e plaats die ik behaalde bij het Certamen Septentrionale (noordelijke vertaalwedstrijd) door mijn Latijnse vertaling.

Hekel aan Ego’s.

Blij van Mooi weer en gezelligheid.

Dromen Ooit hoop ik na mijn opleiding in de sportsector terecht te komen. Het lijkt me geweldig om bij zoiets betrokken te zijn.

Levensmotto Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd. De eerste die in mij op kwam.

‘Sinds mijn achtste heeft geen enkel kabinet de rit uitgezeten’

AMSTERDAM – Er waait een frisse wind door politiek Nederland. De jongeren van G500 doen de komende verkiezingsmaanden van zich spreken met de roep om noodzakelijke hervormingen in Nederland. De ruim duizend leden van G500 zijn gezamenlijk lid van de drie traditionele partijen CDA, VVD en PvdA. Via dat lidmaatschap wil de G500 het aloude politieke driestromenland herstellen en deze partijen in de juiste richting duwen, hoewel hun maatschappelijk engagement op het PvdA-congres op een onthutsende ervaring uitliep, want daar werden ze voor fascisten uitgemaakt! Dat zegt alles over deze partij. De uit Heerenveen afkomstige Eline Bötger (22), student politicologie in Amsterdam, is één van de drijvende krachten achter G500. Indien de missie slaagt, kan de G500 na september weer worden opgeheven volgens Eline die haar studie verder zal vervolgen aan de universiteit van Oxford.

Je hebt net je scriptie afgerond. Welke hervormingen heb je daarin aan de orde gesteld? ‘Mijn scriptie gaat niet over politieke hervormingen, maar over visschaarste en de effectiviteit van het beleid van de Europese Unie op dit gebied. En het beleid heeft nog niet het beoogde effect. Het zal nog wel even duren voordat visstanden weer op peil zijn. Er moet meer rust worden genomen om het probleem van visschaarste op te lossen.’

Vanwaar dit onderwerp? ‘Ik wil me verder verdiepen in natuurlijke grondstoffen en schaarste problematiek. Daarom ga ik in Oxford Water Science, Policy & Management studeren.’

En wat moet er dan gebeuren met de G500? ‘Als alles goed verloopt, kan iedereen na september zijn eigen weg weer vervolgen. Wij zouden het liefst zien dat we na de vorming van een nieuw kabinet overbodig worden.’

En wat hebben jullie dan bereikt? ‘Onze belangrijkste actiepunten zijn meer geld voor onderwijs en minder studieschulden, sparen voor zorg op je oude dag, arbeidscontracten voor drie tot vijf jaar, hervormen van de woningmarkt en hypotheekrenteaftrek, sociale zekerheid voor zzp’ers, duurzame energie, staatsleningen binnen tien jaar afbetalen, aardgasbaten aanwenden voor investeringen en spreiding van welvaart over generaties.’

Dat is nogal wat. Wat zijn jouw drijfveren? ‘Ik ben 22 jaar en sinds mijn achtste jaar heeft geen enkel kabinet de rit uitgezeten. Er zijn in al die jaren geen krachtige maatregelen genomen op het gebied van vergrijzing, duurzaamheid en economie. En dat is frustrerend voor onze generatie. De politiek blijkt niet in staat de problemen aan te pakken. En de tijd dringt, het is nu of nooit.’

Hoe gaan jullie de missie volbrengen? ‘Wij laten van ons horen bij de grote partijcongressen. Het eerste congres, van de VVD, is goed verlopen. Ruim 41% van de VVD leden heeft aangegeven dat versobering van de hypotheekrenteaftrek ter discussie moet worden gesteld. Dat is een grote stap voor deze partij. We zijn ook aanwezig bij de congressen van het CDA en de PvdA waar we via lokale afdelingen amendementen indienen. Je moet namelijk enige tijd lid zijn voordat je stemrecht hebt. Maar het gaat ons om het aanzwengelen van het debat en dat onze actiepunten worden opgenomen in de verschillende verkiezingsprogramma’s en oplossingen worden geboden.’

Wat is jouw rol binnen G500? ‘Ik ben onderdeel van het kernteam dat de strategie en algemene lijnen bepaalt. Daarnaast ben ik HR manager. Ik stuur de actieve leden aan in de activiteiten die wij ontplooien. Onlangs hebben we de opwarmdag gehad in voorbereiding op de congressen. Daarin hebben we de leden geïnformeerd over procedures en hen getraind in het voeren van debatten op congressen. Zo zorgen we dat onze leden goed beslagen ten ijs komen.’

Waarom heb je geen politieke aspiraties? ‘Mijn professionele interesses liggen ergens anders. Maar ik zal de politieke ontwikkelingen nauwlettend volgen. Ik wil een actieve burger zijn.’

En dat zou iedereen moeten zijn? ‘Nee hoor, mensen moeten zelf bepalen wat ze willen op basis van wat zij belangrijk vinden. Maar ik vind dit belangrijk en uit het succes van G500 blijkt dat ik niet de enige ben.’

Laatste jaar Ype van der Meulen

WOUDSEND – Al een kwart eeuw wist Ype van der Meulen dat hij ooit, in het millenniumjaar 2000, skûtsjeschipper zou worden, en bijna 40 jaar wist hij wanneer aan dat schipperschap een einde zou komen. Dat einde nadert, want op de slotdag in Sneek 2012 zeilt hij zijn laatste race. Nota bene in het seizoen dat het familieskûtsje ‘Klaas van der Meulen’ 100 jaar bestaat.

Deze samenloop van omstandigheden heeft een dramatische achtergrond. In 1973, op zaterdag 7 juli, stierf Ype’s heit Klaas van der Meulen in het harnas. Tijdens de race in een dikke storm op de woelige baren van het schuimende IJsselmeer bij Stavoren wordt hij getroffen door een hartaanval en valt hij achterover overboord. Zoon Teake springt hem na en houdt het hoofd van zijn vader boven water. In de dikke golven kan het skûtsje niet snel naderbij komen. Door een snel toe gevaren sleepboot wordt de 66-jarige matjedor uit het water gevist en aan boord gehesen. Hulp mocht niet meer baten. De SKS verloor een van de aartsvaders.

Wie hem moest opvolgen, was nu de vraag. Klaas had drie zonen: Keimpe (overleden in 2008), Teake en Ype. In zijn geest moesten ze alle drie de gelegenheid krijgen. Er werd gerekend met de leeftijden. Keimpe was zestien jaar ouder dan Teake, die op zijn beurt vijf jaar ouder is dan Ype. Er werd bepaald dat de broers elk dertien jaar schipper zouden zijn. De volgende generatie zou dan ervaren genoeg zijn om het roer over te nemen. Zo geschiedde. We zijn nu 39 jaar verder.

Bijzondere positie

De familie Van der Meulen neemt een bijzondere positie in bij de SKS. Men is eigenaar van het skûtsje maar zeilt ermee voor Woudsend. De Woudsenders voelen het ook als ‘hun’ skûtsje. Wint Van der Meulen, dan wint Woudsend.
‘Wij een commissie boven ons? Dat werd niks! Binnen de kortste keren zouden we ruzie hebben,’ zegt Ype, de meest extraverte van de drie, over deze ‘luxe positie’.
‘Siete Meeter had hetzelfde. Die wilde ook eigen baas blijven. Oude Ulbe Zwaga had het ook graag gewild. Hij was best wat jaloers op heit dat hij in 1964 een skûtsje voor zichzelf kocht en onder eigen licentie meedeed aan de kampioenschappen,’ vervolgt Ype.

Tussen schippers en eigenwijze eigenarencommissies heeft het lang niet altijd geboterd in skûtsjeskringen. Schippers waren gewend hun eigen boontjes te doppen en zeker niet naar de pijpen van anderen te dansen.
Schippers waren toen anders dan tegenwoordig. Het waren oplopende karakters: balsturig, fanatiek en elkaar ongezouten de waarheid opzeggend. De kost verdienen was ook een wedstrijd. Ze groeiden op met competitiegeest. Zonodig werd er wel eens een klap uitgedeeld of er sneefde meubilair in oplaaiende vetes. Ype heeft het als jongen allemaal nog meegemaakt.
‘Maar toch was er onderling respect. Het was ook een hechte wereld waarin iedereen elkaar kende en waarin door trouwerijen vele familiaire kruisverbanden bestonden en nóg bestaan,’ aldus Ype, die duidelijk de genen van zijn heit heeft.
‘Als ik onrecht zie kan ik duivels worden,’ zegt hij veelbetekenend.
In zijn hoedanigheid van bestuurslid van de SKS lijkt een snelle zelfontbranding een lastige eigenschap, beseft ook Ype.
‘Hou het er maar op dat ik vijftig weken van het jaar bestuurslid ben. Op die twee weken zeilen na,’ lacht Ype, hoewel hij dit jaar door het uitvallen van de met gezondheidsklachten kampende voorzitter Peter de Jong tijdens het kampioenschap wat nadrukkelijker betrokken is dan voorgaande jaren.

Keimpe werd eenmaal kampioen (in 1985) en Teake tweemaal (in 1989 en 1991). Steekt het Ype dat hij zonder kampioenswimpel lijkt te eindigen?
Ype: ‘Je moet realistisch zijn. In de periode 1982-1991 hadden we altijd een goed tuig en zeilden we steevast in de top. Je moest weten hoe je met katoenen doek moest zeilen. We hadden één grootzeil en daar waren we heel zuinig op. Het was geschikt voor een briesje van twee tot vier. Later hebben we jarenlang gepruts gehad met de tuigage en we moesten wennen aan dacron, maar het spijt me niet dat de SKS voor dit materiaal gekozen heeft. Katoen was financieel niet op te brengen.’

Klein budget

Ype zag de afgelopen jaren de professionalisering in het skûtsjesilen toenemen. De Van der Meulens kunnen wat dat betreft nauwelijks meegaan. Door de zakelijke beslommeringen, de familie bestiert een bagger- en kraanbedrijf, hebben ze niet de tijd die veel anderen wel hebben, zoals Douwe Visser van Sneek en Gerhard Pietersma van Earnewâld. Bovendien werkt men met een klein budget van € 7.000 per jaar.

‘Verder rooien we het door zelfwerkzaamheid. Het verlengen van het schip deden we zelf en dat geldt ook voor het onderhoud en het werk aan het onderwaterschip,’ verklaart Ype, die net als heit op jonge leeftijd voor de leeuwen werd gegooid. Oerpake Keimpe bond zoon Klaas vast op het skûtsje zodat hij niet overboord kon slaan. Zo ver ging Klaas niet met Ype, maar het scheelde niet alles.
‘Heit was geen docerende man. Hij dacht dat wij het wel konden, dat we natuurtalenten waren. Eén ding, en dat is essentieel, heb ik van hem geleerd: als je iets doet, moet je het in je gedachten al hebben gedaan,’ vertelt Ype.
Veel tijd was Ype niet gegund om lessen van zijn vader te leren. Teake en hij waren nakomertjes.
‘Laat ik zeggen dat heit en mem een poosje gepauzeerd hebben. Daardoor groeide ik op bij mijn zus Immie en haar man Jotje Zwaan. Immie, die in juni overleed, heeft mij opgevoed. Hun kinderen, die maar enkele jaren jonger zijn dan ik, stonden later dichter bij mij dan Keimpe en Immie.’

Teake stopt 

Broer Teake is op het Salverda-skûtsje geboren, het schip waarmee heit Klaas namens Stavoren vier titels behaalde (in 1945, 1947, 1951 en 1954) en dat hij na de oorlog met een opdrukkertje voortstuwde. Het eerste wat hij en Ype leerden was varen, hoe je met een schip omgaat. Ze kunnen het als de beste. Van de huidige generatie schippers zijn er niet veel meer die de natuurlijke gave van het varen hebben. Zeilen wel, maar varen is toch wat anders.

Teake, deze zomer 65 jaar geworden, is onlangs met pensioen gegaan en dit jaar is zijn laatste op het skûtsje. Zijn kraan is inmiddels ontmanteld. Niemand die er mee kan en wil werken. Je moest hem namelijk met handen en voeten bedienen. Een kunstje dat alleen hij verstond.

‘We zijn de laatste der Mohikanen. Het is tijd voor een nieuwe generatie,’ concludeert Ype over de familie waarover dit jaar een boek is verschenen.
‘Om alles wat we hebben meegemaakt, hoe we in het leven stonden en hoe we over zaken denken gedocumenteerd te hebben en te bewaren voor het nageslacht.’

Vier kandidaten

Vier kandidaten staan klaar voor een nieuwe toekomst: Klaas (35) en Mark (33) van Ype, Teake Klaas (33) van Teake en Auke de Groot (32), kleinkind van Immie. Want het hoeft niet beslist een Van der Meulen te zijn om aan het helmhout te staan, als het maar een telg uit de familie is. Wie het wordt en hoe de koek wordt verdeeld, het is vooralsnog onbekend. Ype glimlacht. In de loop van dit jaar zal er witte rook boven Woudsend opstijgen. Over het beraad worden geen mededelingen gedaan. De familieband mag er niet onder lijden, dat staat voorop. Het hele achterdek wordt door de potentiële opvolgers bemand.
‘Dat levert een mooi plaatje op,’ zegt Ype.

———-

100 jaar Klaas van der Meulen

Klaas van der Meulen, geboren in 1907 en getrouwd met Willemke Salverda, zeilde vanaf de oprichting van de SKS in 1945 tot 1956 met het Salverda-skûtsje in de wedstrijden. Dit skûtsje was eigendom van zijn schoonvader Teake en vanaf 1946 van zijn zwager Cor Salverda, die het in 1955 verkocht. In 1956 en 1957 zeilt Klaas op ‘het boltsje’ (in Groningen gebouwd en niet een authentiek skûtsje) van Sneek. Een jaar later, in 1958, wordt in de Zuidwesthoek van Friesland een commissie opgericht om een skûtsje in de SKS-vloot te brengen. De keus valt op het Salverda-skûtsje en Klaas van der Meulen wordt schipper. In 1961 wordt de band verbroken en zit Klaas zonder wedstrijdskûtsje. In 1962 is hij bemanningslid bij Ulbe Zwaga. Een jaar later vraagt Lemmer hem en Klaas koopt voor de stichting het huidige Lemster skûtsje. De relatie met de commissie is broos en wordt al na twee kampioenschappen in 1963 en 1964 beëindigd. In Woudsend, waar Klaas inmiddels was komen te wonen, willen ze ook graag meedoen in de SKS en zo valt alles op zijn plaats. Klaas gaat naarstig op zoek naar een geschikt skûtsje. De zoektocht eindigt met een schip (Soli deo Gloria) dat op 31 januari 1912 bij Roorda (de Piip) in Drachten van de helling rolde en voor ƒ 2.975 was gebouwd voor Sjoerd Visser uit Langweer. Vandaar de eeuwviering van het Woudsender skûtsje. Van 1920 tot 1952 was het in eigendom van diens oomzegger Pieter Visser. Diens jongste zoon Jetze kon het voor ƒ 3.000 overnemen, maar hij had de centen niet. Het skûtsje werd verkocht aan baggerwerker Jelte Haringsma. Hij liet het schip ombouwen tot woonark. Klaas vindt het skûtsje in Kiesterzijl. Pas nadat hij voor eigenaar Hooimeijer een andere goed bevonden woonark op de kop weet te tikken kan de deal gesloten worden. Onderweg van Kiesterzijl naar Woudsend hebben de jongens Teake en Ype het woonschip gesloopt. Op 17 juli 1965 zeilt Klaas van der Meulen weer mee in de SKS, nog zonder W in het zeil maar hij weet dan al dat dit het zeilteken gaat worden. De W van Woudsend, niet van Willemke…

‘Je moet geen concurrent van jezelf worden’

BAKHUIZEN – Een middelgroot architectenbureau dat in deze tijden van economische recessie vele projecten op jaarbasis ontwerpt is uitzonderlijk. Toch geldt dat voor Zijlstra Architecten uit Bakhuizen. Oprichter Lieuwe Zijlstra (68) weet waarom. ‘Wij hebben ons in de bouwhausse altijd bij onze kerntaak, het architectenvak, gehouden. Zo voorkom je dat andere verplichtingen als een molensteen om je nek krijgt te hangen.’ Vijf jaar geleden droeg Zijlstra senior het bedrijf over aan zijn zoon Rudolf (44), die nog steeds gebruik maakt van de kennis en ervaring van zijn vader.

Lieuwe Zijlstra groeide op in Sneek als zoon van een garagehouder in een gezin van vier jongens. Twee broers gingen in de zaak. ‘Dat was voldoende, dus ik zocht een andere weg. Ik wilde timmerman worden en ging naar de ambachtsschool. Ik kon aardig tekenen en leren ging me ook goed af. Uiteindelijk heb ik mijn HTS-diploma gehaald.’ In militaire dienst verzorgde Lieuwe veel tekenwerk en bleef zijn talent niet onopgemerkt in Friesland. In Rijs werd gewerkt aan Hotel Gaasterland, maar de opdrachtgever was niet geheel tevreden over zijn architect. Hij vroeg Lieuwe de klus af te maken: ‘Mijn eerste en nog steeds één van mijn meest bijzondere projecten. In militaire dienst aan het plan werken en dan in het weekend overleg voeren met de aannemer.’

 

Leermoment

De voormalige architect van Hotel Gaasterland was nieuwsgierig naar de jonge architect die zijn werk afmaakte. Het bureau was gevestigd in Maastricht en Lieuwe ging een dependance van het bedrijf in Friesland bemannen om te voldoen aan de regionale vraag. De samenwerking was niet van lange duur.

‘De afstand werkte niet. De architect was een creatieve duizendpoot, maar zakelijk minder sterk. Een geweldige man, we hebben nog steeds contact. Het was het eerste leermoment voor mij. Ik zag dat alleen creatief talent niet voldoende is. Je bent ook ondernemer en je moet het bedrijf goed organiseren.’

Bakhuizen werd de standplaats van het architectenbureau, eind jaren ’60 een regio waar weinig industrie aanwezig was. Lokale ondernemers wilden de regio ontwikkelen en hadden behoefte aan meer bedrijvigheid. Dit bood voldoende kansen voor een startend architectenbureau.

Dat zoon Rudolf dezelfde richting als zijn vader koos is nimmer een gespreksonderwerp geweest in huize Zijlstra. ‘Het ging pas spelen na mijn eindexamen. Toen heb ik heel serieus nagedacht welke richting ik op wilde. Uiteindelijk viel de keus op Bouwkunde aan de TU Delft. Een mooie combinatie van praktijk en theorie,’ vertelt Rudolf. ‘Dat Rudolf nu het bedrijf voortzet is geheel zijn eigen keuze geweest. Dat is ook de beste basis. Hij kwam eerst in dienst bij mij, en sinds vijf jaar ben ik in dienst bij hem,’ glimlacht Lieuwe.

Het verschil tussen vader en zoon? ‘Rudolf is wat strakker dan ik. Dat heb ik een beetje van hem overgenomen en hij is wat soepeler geworden,’ verwoordt Lieuwe de uitstekende samenwerking.

Op advies van Rudolf stapte het bedrijf midden jaren negentig over op nieuwe automatisering, een belangrijke stap in de ontwikkeling van het bedrijf. Rudolf: ‘Wij beschikken over uitstekende systemen en hebben onze eigen reprofaciliteit. Presentatie is belangrijk in ons vak en wij kunnen de klanten ook daarin optimaal bedienen.’ Uit nostalgie heeft senior nog een tekentafel op zijn kantoor staan.

Creatieve probleemoplossers

De kracht van het architectenbureau is volgens de heren Zijlstra dat het bij het ontwikkelen van de ontwerpen erg oplossingsgericht werkt. Opdrachtgevers die tegen praktische problemen aanlopen vinden bij Zijlstra Architecten een luisterend oor en een inventieve aanpak. Rudolf: ‘Wij zien onszelf ook wel een beetje als pioniers, dat vinden we prachtig om te doen.’ Dorpshuizen in o.a. Boksum en Westergeest beschikken over beweegbare tonelen die dorpshuizen omtoveren tot ware theaters of extra ruimte creëren. In Westergeest kan het toneel aan de buitengevel worden geopend en zo ook worden ingezet voor openlucht voorstellingen. In IJlst is in het mfc een beweegbaar plafond bedacht, terwijl in Heeg en Oppenhuizen de biljarttafels in de kelder verdwijnen.

Lieuwe Zijlstra: ‘Wij zijn een kleermaker en maken een jas rond de activiteiten van de opdrachtgever. En die jas moet als gegoten zitten. Wij ontwerpen niet ter meerdere eer en glorie van onszelf. Een pand moet vooral qua gebruik slim in elkaar zitten en een uitstekende werkomgeving voor werknemers bieden. Soms kom ik bij bedrijven die een grootse entree hebben, maar de mensen zitten op elkaar in kleine ruimtes. Dan zijn er naar mijn mening verkeerde keuzes gemaakt.’

 

Oplossingen

Projecten kennen meestal een lange voorbereiding waarin vele hindernissen moeten worden overwonnen. Vergunningen, regels en voorschriften van overheden zorgen voor vaak lange procedures. Langdurige inspraaktrajecten vertragen regelmatig de ontwikkeling van een project.

Rudolf: ‘Lokale overheden hanteren de wetgeving nauwgezet. Men vindt het lastig om ook wel eens naar de geest van de regelgeving te handelen. Wij zijn veel in overleg waarbij procedures zorgvuldig worden gevolgd. Bezwaren van burgers zijn aan de orde van de dag. De uitbreiding van bedrijven stuit regelmatig op protest van omwonenden, terwijl de bedrijven er vaak al eerder waren dan de woningen. Maar zo is de praktijk. Ook in die gevallen denken we in oplossingen die voor alle betrokkenen acceptabel zijn. Wij zijn dan bijvoorbeeld ook blij met het huidige voorstel voor de mogelijkheid tot typering van een plattelandswoning in de omgeving van een bedrijf. De bewoner van een plattelandswoning moet zijn woonomgeving accepteren en kan daar geen veranderingen in eisen. Dit biedt weer nieuwe kansen voor mogelijke ontwikkelingen.’

Rudolf is positief gestemd over de toekomst van zijn bureau dat tien medewerkers telt. ‘We hebben een brede portefeuille met ondermeer de bouw van scholen, dorpshuizen, bedrijfspanden, winkels, woningen en boerderijen. We hebben zelfs nog een watersportcentrum in Berlijn in portefeuille. Die brede basis zorgt voor risicospreiding en wij zullen nooit zelf projecten ontwikkelen, dan word je een concurrent van jezelf. We hebben veel vaste relaties die steeds weer terugkomen. Architecten zijn vaak eigenzinnige mensen, maar wij luisteren ook altijd goed naar de wensen van de klant.’

Haring en wijn op het mooiste pleintje van Friesland

OOSTERLITTENS – Haring en wijn, is dat een combinatie die wel kan? Siep van der Meer van Ida Visservice en Fedde Benedictus van De Wijnimporteurs vinden van wel. Vorig jaar organiseerden zij voor het eerst een haring/wijnproeverij en die kreeg dit jaar een vervolg bij het prachtige, authentieke dorpscafé Het Wapen van Friesland in Oosterlittens, waar Jasper Buddelmeijer en Karin Hofma de scepter zwaaien. Hun zaak staat aan het mooiste pleintje in onze provincie.

Een vakjury proefde de haring en de wijn blind. De jury bestond uit Albert van Keimpema (publicist, voorzitter), Riemer van der Velde (erevoorzitter sc Heerenveen), Joop Braakhekke (gastronoom), Daniëlle Buijs (wijnkenner, De Vijf Sinnen) en Doede Bleeker (haringspecialist). Men koos de beste haring en de best bijpassende wijn. Als haringsnijders traden Sipke Bootsma en Jos Abbink op.

Siep had negen vaatjes haringen ingebracht. De kwaliteit en smaak van haring kan afhangen van vangstgebied, visser (Deens/Noors/Nederlands), het tijdstip van de vangst, de behandeling (wel/niet kaken aan boord), het pekelen, de leverancier en de consistentie van de haring. De haring werd beoordeeld op uiterlijk, geur, smaak en ziltheid. Twee kwamen ex aequo als beste uit de bus: een Ouwehand en een Haasnoot. Omdat over de laatste – een Deense 318 walgekaakt – meer unanimiteit was, werd de Haasnoot als winnaar aangewezen. De nummer drie was een van Den Dulk, waaruit blijkt dat alle leveranciers een topper hadden ingezonden.

Wouter Haasnoot vertelde daarna waar de haring was gevangen. Dat bleek voor de kust van Denemarken te zijn boven Skagen, de uiterste noordpunt van het land waar twee zeeën bij elkaar komen: de Oostzee en de Noordzee. Je ziet daar in zee een opvallende waterscheiding als in een haardos. Heel apart. De haring was aan wal gekaakt. Aan boord kaken is niet praktisch, aldus Wouter.

‘De omvang van de vangst is daarvoor te groot. Bovendien hebben we in Denemarken een nieuwe fabriek geopend die de capaciteit aan kan. Grote vissersschepen kunnen wel 300 tot 700 ton haring aan boord brengen.’ Het is trouwens een lastig haringjaar, zei hij.

Wouter: ‘Niet alle haring, maar slechts 40 procent  is geschikt voor maatjesharing, de benaming voor de eerste haring die in het voorjaar door het eten van plankton begint te groeien en vet wordt, ook Hollandse Nieuwe genoemd. Een zoute haring moet een vetpercentage van 16 hebben, maar dat percentage kan oplopen tot een kwart.’

Vervolgens werd de wijn geproefd. Fedde had er drie geselecteerd: een El Potro Frison Vino de la Tierra de Castilla Verdejo-Airen 2011, een O Potro Frison Vinho Verde D.O.C. Loureiro 2010 en een Quinta de Religaes Vinho Regional Minho Chardonnay 2010. De eerste werd beoordeeld als beste combinatie met haring.

De presentatie van dit bijzonder evenement lag in handen bij voorzitter Reitse Spanninga van Fryslân Culinair, het samenwerkingsverband van de betere restaurants in Friesland.

FJ Feest 67 | Corporate Match

WAT Borrel ter gelegenheid van 10 jaar Corporate Match. | WAAR Tent achter Oud Herema State in Heerenveen. | WANNEER Vrijdag 15 juni. | WIE Gastheren Berend Westra, Bernard Stornebrink, Emile Vrieswijk en gastvrouw Liesbeth Schievink. Allen namens Corporate Match. Liesbeth is het ‘broekje’. Ze is in 2011 partner geworden. Daarvoor was ze klant. Verder zo’n 40 gasten. | BIJZONDERHEID Sjoukje Visser masseert gasten die plaatsnemen in een lig/zitstoel. Ze noemt dit ‘stoelmassage’, ook wel shiatsu. Deze vorm van massage geeft volgens Sjoukje nieuwe energie en het ontspant. Heel goed voor gestreste zakenlieden. Ze doet dit bij mensen thuis.

Berend Westra, wat doet Corporate Match? Wij zijn een intermediair in de aan- en verkoop van bedrijven, wij kunnen bedrijven op de juiste waarde schatten, wij adviseren in financieringsvormen en financieringsstructuren en we begeleiden management buy ins en outs. We zitten nu nog op drie locaties in Heerenveen, Amsterdam en Nijmegen. Per oktober zitten we ook in Zwolle.

Bernard zei dat goede ondernemers beperkt denken. In wat kan en niet in wat niet kan. Wij breken een lans voor beperkt denken. Sterker nog, we blijken het al een jaar of 10 te doen en het blijkt telkens een motor voor een mooi resultaat.

Verklaar je nader. Beperkt denken gaat over niet alles, maar het nodige willen weten. Over een mooie balans tussen denken en aanvoelen. Over willen, maar niet tegen elke prijs. Over vertrouwen en samenwerken, maar wel signalen kunnen oppikken.

En onbeperkt denken? Onbeperkte denkers blijven denken. Het zijn vaak emotiedenkers, en dat is heel iets anders dan op je gevoel afgaan, die besluiten uitstellen of afstellen. Ombeperkt denken is ook denken dat jouw mogelijkheden altijd onbeperkt zijn, dat je best kunt spelen met kosten die niets met de baat te maken hebben.

Leerzaam allemaal. Daar vonden wij dit moment wel geschikt voor.

Lucas Wijnwinkel doet meer met wijn

HEERENVEEN – Lucas Wijnwinkel in Heerenveen geeft inspiratie aan wijnbeleving. Deze nieuwe zaak aan de Lindegracht, die recent werd geopend, biedt de mooiste wijnen van gerenommeerde wijnhuizen op alle continenten (Zuid- en Noord-Amerika, Zuid-Afrika, Europa, Australië en Nieuw-Zeeland). Onder andere liggen wijnen van Boschendal en De Rothschild en de beste champagnes in de rekken bij Lucas Wijnwinkel.

Mark Lucas (23) heeft als sommelier in diverse toprestaurants in het westen, in Amsterdam en in Friesland gewerkt. Na acht jaar ervaring te hebben opgedaan vond hij het tijd worden om voor zichzelf te beginnen. De wijnen verkoopt hij behalve in de winkel ook via een webshop en hij levert aan huis.

De horeca wordt dagelijks beleverd. Een extra service (gratis) van Lucas Wijnwinkel aan horecazaken is het samenstellen van een uitgebalanceerde wijnkaart.

Een andere doelgroep is het bedrijfsleven. Lucas Wijnwinkel is in staat de mooie, gevarieerde wijnpakketten aan te bieden in de vorm van relatiegeschenk, cadeauartikel of kerstgratificatie. Deze pakketten kunnen worden aangevuld met kazen, gadgets en accessoires.

In de wijnwinkel heeft Mark Lucas een ambiance gecreëerd die aansluit bij een restaurantsfeer en die geënt is op gastvrijheid. De uitstraling is trendy chique. Het interieur heeft fraaie houtaccenten en wordt met LED warm uitgelicht. Er is gekozen voor duurzame materialen met ecolabels. Achter het royale pand is een intieme binnentuin.

Het assortiment van de winkel bestaat voor 90% uit wijnen. De overige 10% betreft exclusieve wijnglazen, serviezen met geglazuurd porselein, koffie (Buscaglione) en thee (Taylors).
‘Wij zijn met dit concept de enige wijnwinkel in Noord-Nederland,’ aldus Mark Lucas.

Sydo Schikker wint Harlingen Open Golf

LEGEMEER – Sydo Schikker heeft de sportgenen niet van een vreemde. De winnaar van het Harlingen Open Golf 2012 is namelijk de zoon van Johan Schikker, een van de mede-initiators van dit mooie evenement. Als tweede en derde eindigden respectievelijk Rinus Weima en Henk Jumelet.

Het was niet de enige prijs voor Sydo, want hij won ook de 3 ball neary. De 2 ball neary was voor Chris Oosterhuis. Winnaar van de puttwedstrijd werd Coos Wierda.

Er werd ook een clinic georganiseerd en als winnaars kwamen daaruit naar voren Ronald Vonk en Liesbeth Arlman. Zij kregen twee golflessen cadeau. De tweede prijs (één golfles) ging naar Menno Mensonides en Tymen Hein Corporaal.

De prijzen van de grabbelton waren bij de heren voor Frans van der Sluis, Henk Jan Hettema en Broer van Dijk en bij de dames voor Catrien Niermeijer, Tho Braaksma en Astrid Boomsma.

De wind in de zeilen

SNEEK – Beter konden de Captains of Industry het niet treffen tijdens de Friso Bokaal, want er stond een prachtige bries op een woelig Sneekermeer. Winnaar werd Harry Hendriks, directievoorzitter van Philips Benelux. Hij stond aan het roer met Gerhard Pietersma, de schipper van Eernewoude, welk dorp een link heeft met de multinational. Immers, Frits Philips recreëerde vroeger in deze watersportplaats en had op het ‘Philips-eilandje’ een vakantiewoning. Eernewoude won de eerste manche en eindigde in de middagwedstrijd als vijfde. Daardoor bleven Pietersma en Hendriks Joure een tiende punt voor. Als derde eindigde Grouw met 6,9 punten. Aan boord op dit skûtsje zat KPN-directeur Bob Toetenel, die menig vakantie in dit dorp doorbrengt.

Natuurlijk was Friesland goed vertegenwoordigd met mensen uit het openbaar bestuur en het bedrijfsleven. De gedeputeerde Jannewietske de Vries en Tineke Schokker waren er, net als Lammert Fopma (AB Fryslân), Marc van Gulick (Lauswolt), Paul van Gessel (Fryslân Marketing), Paul Visschedijk (CSK) en nog vele anderen. Onder de captains bevond zich Michiel Herkemij van Douwe Egberts.

‘Dit voelt inderdaad als thuiskomen,’ lachte Michiel namens het net verzelfstandigde en beursgenoteerde bedrijf dat jarenlang hoofdsponsor van de SKS was. De topman van DE zat aan boord bij Pieter Meeter van Bolsward. Cor van Zadelhoff, te gast bij Ype van der Meulen van Woudsend, was de enige die alle tien edities van de Friso Bokaal heeft meegemaakt. Met een gloedvol betoog inspireerde hij de bemanning. ‘Ome Cor’ wist namelijk nog nooit te winnen, vandaar. Hij moest echter met een vijfde plaats genoegen nemen, wat voor Woudsend een goed resultaat was. In 1985 werd de eerste Friso Bokaal gezeild. Het was een vondst van toenmalig CdK Hans Wiegel. Hij liet zijn secretaresse Thea Dellepoort de hoofdmaten van de vaderlandse topmanagers inwinnen om vervolgens met het sturen van een schipperspet hen uit te nodigen. Het was meteen een groot succes met mannen als Alfred Heineken, en dat is het nog.

Carbitches in de Carbage Run

HEERENVEEN – De Carbage Run voor auto’s ouder dan 15 jaar en goedkoper dan € 500 telde een opvallend Fries koppel: Hermanna Kuiper en Frieda Deden. Ze deden mee in het ‘oude barrel’ van Jack Kuiper, de schoonvader van Hermanna. Maar de Mercedes 240D doet het nog best en ziet er ook nog pico bello uit. Om de auto wat af te waarderen was er een roestpimp aangebracht. De rally ging op maandag 9 juli in Hardenberg van start en de volgende etappeplaatsen waren Dresden, Krakow, Boedapest, Rijeka en Salzburg, waar vrijdag de dertiende werd gefinisht. Hermanna hadden er toen 3.000 km op zitten. De reden om deel te nemen was volgens Hermanna ‘lol in het leven scheppen’, maar hun optreden had ook een serieuze achtergrond: geld inzamelen voor Samen Onderweg, een stichting die in Heerenveen sport mogelijk maakt voor mensen met een verstandelijke handicap. Dankzij Wensink, Promotex, Yme Kuiper BV, De Heeren, Van der Werf Administraties, De Jong Nes BV, UNIS Group, Bles Diaries, B&B ’t Mar, damesclub Van Haer, damesmode Andersz, café It Houtsje, Women on Ice, Flirting Academy, HSConsulting en Jubo Investments werd de rally mogelijk en bleef er nog een mooi bedrag over voor de stichting. Veel kosten werden namelijk niet gemaakt. De dames deden heel basic door te kamperen. Stuurvrouw Hermanna en navigator Frieda moesten onderweg opdrachten uitvoeren. Vooral daarmee vielen punten te verdienen.

Voordat ze vertrokken kregen ze van Wensink een kluscursus. In prima staat kreeg Jack zijn auto terug.

Elektrisch varen door Sneek

SNEEK – Binnenstad Bootverhuur gaat deze zomer weer elektrische boten verhuren in het centrum van Sneek. Nu vanaf het Hoogend, bij de Waterpoort. Vorig jaar is dit initiatief genomen door Recreatiecentrum Sneek  en is men begonnen met verhuur vanaf de Prins Hendrikkade. Daar bleek echter dat de boten niet in het oog sprongen. Vandaar de verhuizing naar de Waterpoort.

Ook voor inwoners van Sneek en omgeving is het verassend en ontdekkend om door de stadsgrachten te varen. Sneek volgt daarmee veel andere steden, waar elektrisch en fluisterstil door de grachten kan worden gevaren. Onder bijna alle bruggen kan me door.

De boten kunnen al voor de duur van één uur worden gehuurd. De accu´s, welke tot acht uur stroom kunnen leveren, worden bij het oplaadpunt aan de Waterpoortsgracht opgeladen.