Helft Nederlandse oliebollen gebakken met Friese machines
LEEUWARDEN – Bij suikerbrood en berenburg denken we al snel aan Friesland. Maar dat het grootste deel van de oliebollen die we de kopen bij de bakker, gebakkraam of supermarkt ook uit onze provincie komt, dat is minder bekend.
Naar schatting worden jaarlijks 60 à 70 miljoen oliebollen gebakken. Bijna de helft daarvan is ‘afkomstig’ uit Fryslân. 'Afkomstig in die zin dat ze worden gemaakt met oliebollenmachines van het Friese bedrijf V-Technology in Sneek,’ zei een enthousiaste gedeputeerde Hans Konst tijdens een werkbezoek aan het bedrijf V-Technology, dat is gespecialiseerd in het maken van bakmachines voor zowel de industriële bakker als de ambachtelijke brood- en banketbakker. ‘Die machines hebben een capaciteit die kan oplopen tot 20.000 oliebollen per uur!,’ aldus Konst.
De machines zorgen niet alleen voor veel oliebollen, maar ook voor een kwalitatief goede oliebol. ‘Dat blijkt uit de jaarlijkse oliebollentest van het Algemeen Dagblad waarin de hoogst genoteerden in veel gevallen werken met onze machines,’ aldus een trotse Stephan Venema van V-Technology.
Bio+ introduceert Salami droge worst
DOKKUM – Nieuw in het schap van de supermarkt is de salami droge worst onder het merk Bio+ welke geproduceerd wordt door Weidenaar in Dokkum. De heerlijke ambachtelijke droge worst voor bij de borrel is vanaf nu verkrijgbaar bij o.a. Jumbo Supermarkten en Coop Supermarkten.
Weidenaar is dé worstmaker van Friesland. Dat bewijst het Friese familiebedrijf door de vele prijzen die bij vakwedstrijden worden gewonnen. Zo won Weidenaar recent tijdens de Slagers Vak Wedstrijden 8 keer goud. Kortom: een droge worst van slagerskwaliteit verkrijgbaar in de supermarkt, dat is waar Weidenaar voor staat.
Onder het merk Bio+ worden inmiddels meer dan 300 biologische producten verkocht. Deze zijn verkrijgbaar bij zo’n 2500 supermarkten. Bio+ won onlangs de FNLI Award onder de noemer “Merk met grootste maatschappelijke bijdrage”. Weidenaar is dan ook trots dat zij, als relatief kleine speler, samenwerkt met Bio+.
Culinaire wintervaarten in Grouw
Grouw – Varen in Friesland heeft ook ’s winters zijn bekoring. Geen drukte op het water, een horizon die door de kale oevers breder is en typische winterluchten die een lust voor het oog zijn. Dat bracht Melle en Hanny Bakker van restaurant De Vrijheid in Grouw op het idee om juist in de wintermaanden, wanneer er in Friesland veel te weinig is te doen, culinaire wintervaarten te organiseren. Koud hoeven de gasten het niet te hebben. Ze varen namelijk op de fraaie, nostalgische ‘Gaasterland’ van Arnold Hylkema en Marjolein van Tienhoven. De gerieflijke salon van dit ruim 100 jaar geleden gebouwde schip biedt warmte en knusheid.
‘Hoe klassiek onze rondvaartboot er uit mag zien, we hebben wel dubbele beglazing in de salon!,’ sprak Marjolein tot de gasten. Het bijzondere toeval wil dat haar overgrootvader Gijsbert van Tienhoven (1841-1914, o.a. burgemeester van Amsterdam, minister van Buitenlandse Zaken en Commissaris van de Koningin in Noord-Holland) het vaartuig in 1909 heeft gedoopt. Het schip is gebouwd door de Koninklijke Grofsmederij in Leiden en voer tot de jaren dertig als passagiersboot tussen Amsterdam Centraal en Schellingwoude.
Arnold: ‘Ik trof het in 2005 in Franeker als zwaar verwaarloosd casco aan. Ik was onder de indruk van de schoonheid van dit schip, dat ik kocht e in drie jaar tijd restaureerde. In 2008 hebben wij het als rondvaartboot in de vaart genomen.’ ‘Het waterrijke gebied rond Grouw is zo mooi. Je kan er het hele jaar van genieten. Dat doen wij ook want ons restaurant staat aan het Pikmeer, maar we willen gasten ook buiten het zomerseizoen de gelegenheid bieden om varen en lekker eten te combineren,’ zei Melle bij de presentatie van zijn arrangement.
Qua verzorging wil hij wat winterse extra’s aan de culinaire kaart toevoegen, zoals een fondue van Friese kazen, zoals de Wartenster, de Tynjetaler en de Bleu de Wolvega. Hij wil thema’s aan de vaarten koppelen en bij toerbeurt gastsprekers laten vertellen over de natuur, de monumenten, de landschapskunst, de scheepvaart en de visserij.
Aantrekkelijk Friesland De frêle Friese gedeputeerde Jannewietske de Vries stapte aan boord om het startsein van de wintervaarten te geven. ‘Dit is mijn thuiswater en ik weet dus hoe aantrekkelijk Friesland in alle seizoenen is. Zeker op het water, hoewel ik het jammer vind dat er nog geen ijs ligt. Ik mag graag schaatsen en dan is onze provincie helemaal een ontdekking. Het mooie van deze vaarten is ook dat de gasten kennisnemen van Friese streekproducten. Het is een prachtig initiatief en ik hoop dat het een succes wordt,’ zo besloot Jannewietske met een toast.
Ome Ko weer naar Ome Riemer
DE COCKSDORP (TEXEL) – Op de golfbaan De Krim op Texel hield het eminent golfgezelschap Ambuliance de jaarlijkse strijd om de Ome Ko-trofee (sinds 1993). Twee dagen werd er op het scherp van de snede gestreden. Winnaar werd Riemer van der Velde. Dat was al voor de zesde keer!
‘Hij slaat alle balletjes keurig netjes vooruit. De baan was droog en ja, dan is het net knikkeren voor hem,’ grapte Leo Nieuwe Weme over Riemer (handicap 30), die als wedstrijdleider fungeerde. In flights van drie ging de club over de baan. De samenstelling van de flights was als altijd even puzzelen, want de heren geven elkaar geen duimbreed toe en dan kunnen de karakters botsen. Ambuliance is aan het verjongen. Nieuwe leden zijn zeilschoolhouder Cor Zandstra, aannemer Co Haspels, Hans Vonk (oud-keeper sc Heerenveen) en de 63-jarige Bertus Hemmer, een voormalige betonboer, zwager van Leo en net als hem een man die een kind blijft.
Jean-Marc Ndjofang wint 56ste Sibbele Reekers Damtoernooi
WOUDSEND – Vicewereldkampioen Jean-Marc Ndjofang heeft zaterdag 7 januari het 56ste damtoernooi van Eensgezindheid Woudsend gewonnen. In de groep A1 was hij te sterk voor Leopold Sekongo uit Ivoorkust, Sjoerd Huitema en Nico Lugthart. Vervolgens versloeg de internationaal grootmeester uit Kameroen in de finale sneldammen Tjalling van den Bosch, Fedde Piet Huitema en Berend Weistra die in die volgorde de nummers twee, drie en vier werden.
De toernooiopzet was ditmaal iets anders dan voorgaande jaren. De deelnemers werden naar sterkte ingedeeld en na de groepsfase moesten barrages sneldammen de beslissing brengen onder de groepswinnaars. De finales in de groepen B, C en D werden gewonnen door respectievelijk Harwin Reuvekamp, Sybrand de Groes en Abe Reitsma.
De aanwezigheid van Ndjofang gaf een toegevoegde waarde aan het prima georganiseerde toernooi. Zijn spectaculaire partijen trokken veel aandacht. Een puike prestatie leverde Sjoerd Huitema. Hij versloeg in een zinderende partij in hevige tijdnood, met beide vlaggen op vallen, Leopold Sekongo uit Ivoorkust. Huitema eindigde in de A1-groep als tweede. Alleen voor Ndjofang moest hij het hoofd moest buigen. De toernooiwinst leverde Ndjofang een cheque op van € 200 die hij in ontvangst mocht nemen van Albert van Keimpema, de nieuwe voorzitter van Eensgezindheid.
De 60 deelnemers waren positief over dit in De Driuwpôlle gehouden toernooi, dat onder leiding stond van Berend Weistra, Nico van der Werf, Max Faber en Hylke Osinga. Als een van de weinige plaatsen in het noorden weet Woudsend de damsport in de vorm van een dagtoernooi levend te houden. Sponsors waren Rabobank Sneek/ZuidwestFriesland, Mentis Media, Portena Logistiek en TTS specialistisch onderhoud.
Het toernooi is op deze damdag vernoemd naar de vorig jaar overleden Sibbele Reekers. Echtgenote Riek Reekers onthulde een doek met de nieuwe naam. Reekers was zeer actief voor de tachtigjarige damclub Eensgezindheid en een eminente persoon in het Friese damleven. Meer dan zestig jaar was hij speler van het eerste team, bestuurslid, propagandist en organisator.
Camataru en Andone terug op oude nest
HEERENVEEN – Rodion Camataru (foto rechts) en Ioan Andone vielen met de neus in de boter. De twee Roemeense sterren van weleer waren door Klaas Oenema uitgenodigd voor een weekendje Friesland en een bezoek aan de wedstrijd van sc Heerenveen tegen koploper AZ. Wel, het werd een weerzien om nooit te vergeten: de Alkmaarders werden met 5-1 van de mat gespeeld!
Natuurlijk troffen Camataru en Andone hun voormalige teamgenoot Gertjan Verbeek, de coach van AZ. Na de wedstrijd hebben de drie bijgepraat en haalden ze enkele herinneringen op. De twee ex-profs van Heerenveen, die van 1991 tot 1993 voor de club uitkwamen, arriveerden vrijdag 9 december bij het Abe Lenstra stadion. Ze werden vergezeld door Rudy Doorgeest, een voormalige sponsor die naar Roemenië is geëmigreerd. Klaas had alles voor het drietal geregeld: reis, verblijf in Tjaarda, een lunch op zondagmiddag en het bezoek aan de wedstrijd. De mannen informeerden naar de huidige stand van zaken bij Heerenveen, de club die zij nog altijd volgen. Ze kregen te horen dat er een talentvolle nieuwe lichting bij Heerenveen zijn opwachting maakt. Wat de ploeg vervolgens liet zien overtrof hun stoutste verwachting. ‘A wonderful performance,’ aldus Camataru, die in Heerenveen liefkozend ‘Cammie’ werd genoemd. Camataru en Andone zijn in hun vaderland grote sterren. Ze speelden respectievelijk 75 en 54 interlands voor Roemenië. Camataru heeft de status die Cruijff in Nederland heeft. In 1987 werd hij met 44 goals Europees topscorer. Aan het eind van zijn carrière speelde hij voor Heerenveen (77 competitiewedstrijden, 22 doelpunten). Zijn laatste voetbalminuten speelde hij als invaller tijdens de bekerfinale in 1993 tegen Ajax (6-2). De tweede treffer werd vlak voor tijd door hem gescoord. Camataru, een beer van een kerel, werd razend populair in het Friese Haagje.
Sportman van het Jaar Epke naar de spelen
Lucas 60
Klaas en Sippy stappen uit het bootje
LEEUWARDEN – Sippy Tigchelaar en Klaas Jansma doen dit jaar voor het laatst samen verslag van het skûtsjesilen. Al 35 jaar zijn de twee onlosmakelijk verbonden aan de SKS- en de IFKS-verslaggeving op Omrop Fryslân Radio. Na deze kampioenschappen stappen zij uit het bootje van waaruit zij elk jaar drie weken lang de wedstrijden volgen.
Sippy Tigchelaar volgt het skûtsjesilen sinds 1977 voor Omrop Fryslân. Zij begon op de regiewagen van de radio en stapte al snel over op de boot om de wedstrijden te verslaan. Door de jaren heen groeide het skûtsjeprogramma uit van een uur radio-uitzending tot een compleet verslag van de wedstrijddag. Sippy: ‘Ik heb generaties skûtsjeschippers en bemanningen zien opgroeien. Na 35 jaar verslaggeving vind ik dit een heel mooi moment om te stoppen. Het is nog steeds heel leuk om verslag te doen van het skûtsjesilen maar je moet stoppen op het moment dat je het nog leuk vindt.’ Sippy blijft ook na 2012 actief voor Omrop Fryslân, onder andere voor de radioprogramma’s Buro de Vries en Omnium.
Klaas Jansma doet al vanaf 1973 verslag van het skûtsjesilen. De eerste jaren alleen voor het Friescha Dagblad en regionale kranten en sinds 1976 ook voor Omrop Fryslân. Hij had al eerder aangekondigd dat hij wilde stoppen. Nu Sippy na deze zomer ophoudt bij het skûtsjesilen stapt ook Klaas uit het bootje. Klaas: ‘Het is een drama om met zulk werk te stoppen. Maar het vergt in dat bootje zoveel scherpte en concentratie, en ook zo’n lichamelijke lenigheid, dat je niet moet wachten tot het minder wordt. Maar o wat zal ik Sippy en die raceboot missen. Dat wordt afkicken.’
Omrop Fryslân is niet op zoek naar een nieuwe Klaas en Sippy. Eindredacteur Jacqueline Spendel: ‘Klaas en Sippy zijn als duo onvervangbaar (?!...). Hoe het radioverslag van het skûtsjesilen er in 2013 uit zal zien, is nog niet duidelijk. Wij werken aan een nieuw concept en kijken daarbij ook naar een andere rol voor Klaas.’
Spoorzicht haalt de slagboom op
HEERENVEEN – Spoorzicht is na drie jaar eindelijk weer open. Het café werd van de ondergang gered door een groep verontruste stappers die mensen verzamelde om geld neer te leggen voor een grootscheepse verbouwing. Het resultaat klinkt als een stationsklok en op 23 november opende het herrezen Spoorzicht haar deuren toen kastelein Hans Weitenberg al fluitend een wisselbord omhoog hield. Voor Heerenveen-Noord betekent deze wederopbouw een opwaardering van het oude Heerenveen.
Reeds in de negentiende eeuw stond op de hoek van de Parallelweg en de Dubbele Regel in Heerenveen-Noord een fraaie uitspanning waar dorstige en hongerige gasten zich laafden aan dranken en voedzame spijzen. Bovendien konden zij er overnachten. In de loop der jaren raakte Spoorzicht enigszins in verval en voldeed de zaak niet meer aan de strengere regelgeving in de horeca. Uitbater Fred gaf er de brui aan en op initiatief van Robert van der Werf (op de foto rechts) werd de overname beklonken. Spoorzicht is een zaak voor iedereen. Voor wandelaars, stappers, kroegtijgers, lunchgasten, zakenmensen, bohemiens, bestuurders, netwerkers, niet-werkers, avonturiers, minnaars van de muze, sportlui, vrienden, buren, vrouwen en jongens. Het café heeft geen bepaalde stijlkenmerken. De inrichting is aangepast aan de sociale functie. Dus niet hangen aan de bar, maar zitten aan kleine of grote tafels met Perzische kleedjes. Opvallend is de geheel koperen toog in het hart van de zaak.
Arrianne Aukes
Arrianne Aukes uit Wolvega reist de hele wereld over voor de beste golfen om haar freestyle kunsten op een surfboard te vertonen. Dit jaar behaalde ze een vijfde plaats in de PWA World Tour Freestyle.
Geboortedatum en plaats 1 oktober 1986 in Wolvega
Woonplaats Amsterdam
Opleiding Bachelor behaald in Bestuur en Organisatie aan de Vrije Universiteit. Nu bezig met een minor Organisatie Psychologie aan de Open Universiteit.
Gezin Ik heb een oudere broer en jonger zusje, en iedereen in ons gezin windsurft. Ik heb een hele hechte band met mijn familie en ze staan volledig achter me met mijn keuze om voor het windsurfen te gaan.
Hobby’s Windsurfen, snowboarden, wakeboarden, lezen, dansen, sporten.
Inspiratie Ik krijg inspiratie van zoveel! Van hele goede windsurfers, van beginnende windsurfers die heel enthousiast zijn, van filmpjes, van een mooie dag met zon en wind, van andere sporten die ik doe, en van iedereen om me heen.
Voorbeeld Ik heb niet echt een voorbeeld. Mensen die doen waar ze gelukkig van worden, hun dromen waar willen maken en gaan voor hun passie zijn allemaal voorbeelden voor me.
Ambitie In de top drie van het WK Freestyle eindigen.
Favoriete surfwater Workum, Brazilië en Bonaire
Favoriete move Funnel en Forward
Hoogtepunt Nederlands Kampioen Freestyle 2011, 4e op het WK in Bonaire in 2011.
Hekel aan Ruzie, zuurkool, windstilte, oneerlijkheid en regen als ik me buiten moet omkleden na het surfen.
Blij van Familie, vrienden, warmte en zon, een goede windsurfsessie en het landen van een nieuwe move na honderd keer proberen.
Beste advies ooit gekregen Go for it! Je studie afmaken kun je altijd nog doen over vijf jaar, windsurfen in de wereldtop kan je niet over vijf jaar nog gaan doen.
Levensmotto Geniet van het leven! (is dat een motto? Ik heb niet echt een motto haha)
‘Door mijn calvinistische inslag hou ik me gemakkelijke staande in de financiële wereld’
AMSTERDAM – Aandeelhouders willen transparantie bij beursgenoteerde ondernemingen om beter inzicht te krijgen in de risico’s van hun beleggingen. Een bron van informatie die niet in een jaarverslag wordt opgenomen, is de zogenaamde management letter van de externe accountant. In deze management letter worden kwesties aan de orde gesteld waar de accountant mee werd geconfronteerd tijdens de controle van de jaarrekening. ‘Goede bewaker’ Eumedion stelt voor dat de hoofdpunten van de management letter door de ondernemingsleiding openbaar worden gemaakt. De Friese boerenzoon Rients Abma is sinds vijf jaar directeur van Eumedion.
Wat is de aanleiding tot jouw voorstel? In het huidige tijdperk kijken aandeelhouders steeds kritischer naar de risico’s van hun beleggingen. We hebben in het recente verleden een aantal malen gezien dat een bedrijf een aantal maanden na de goedkeurende accountantsverklaring failliet ging. Dat is schokkend. De accountant moet de financiële cijfers per einde van het voorbije boekjaar goedkeuren, maar beleggers willen vooruit kijken. In een management letter worden verbeterpunten voor de verslaggeving aangedragen, het heeft een signaleringsfunctie ten aanzien van bijvoorbeeld continuïteitsrisico’s. Vroegtijdige openbaarmaking van deze punten draagt bij aan de transparantie van een onderneming.
Wat gebeurt er nu precies met het voorstel? Het voorstel is onderdeel van onze speerpuntenbrief die wij naar de beursgenoteerde ondernemingen hebben gestuurd. Wij tornen niet aan de geheimhoudingsplicht van accountants en het verzoek is dan ook neergelegd bij de raden van bestuur en commissarissen om uit eigen beweging deze informatie op te nemen in het bestuursverslag.
Wat zijn de reacties? De accountants ondersteunen ons voorstel. De politiek vindt het ook belangrijk. In deze tijden van crisis wil men een realistischer beeld van de risico’s. Wat de bedrijven vinden zullen we de komende maanden weten. Met diverse ondernemingen zullen wij in gesprek gaan om ons voorstel toe te lichten en het aan de orde stellen op aandeelhoudersvergaderingen. Wij zoeken nadrukkelijk de dialoog en willen vooralsnog niet aankloppen bij de wetgever. Draagvlak is essentieel. Bedrijven willen liever niet dat de concurrentie in de keuken kan kijken. Het voorstel heeft daarom alleen kans van slagen als alle bedrijven meedoen.
Bedrijven zullen toch niet staan te springen om hun bedrijfsgeheimen bloot te geven? Het is zeker ook in hun belang. Alles draait om vertrouwen en het vertrouwen van beleggers is groter in een doorzichtige markt. Achteraf geconfronteerd worden met bedrijfsproblemen heeft meer schadelijke gevolgen voor de vertrouwensrelatie dan inzicht hebben in de actuele stand van zaken.
Heeft jouw organisatie, Eumedion, wat in de melk te brokkelen? Wij vertegenwoordigen zeventig grote institutionele beleggers die gezamenlijk meer dan duizend miljard euro beheren en ongeveer 20% van de Nederlandse aandelen in handen hebben. Er wordt naar ons geluisterd.
Wat is het doel van Eumedion? Wij willen het governance en duurzaamheidsbeleid van de beursgenoteerde ondernemingen verbeteren. Op de langere termijn leidt dit tot betere prestaties bij die ondernemingen.
Kun je nog een paar speerpunten van de organisatie noemen? Een belangrijk punt is het inzicht in risico’s en risicomanagement van de onderneming door middel van een duidelijke risicoparagraaf en een continuïteitsanalyse. Een tweede punt is het voordragen en benoemen van externe accountants waar de aandeelhoudersvergadering haar goedkeuring aan moet geven. Wij willen inzicht in de overwegingen van een onderneming waarom een accountant wordt voorgedragen of waarom van accountant wordt gewisseld. Dit zijn enkele punten van onze najaarsbrief die nu op de bestuurs-tafels ligt.
Hebben aandeelhouders niet teveel macht? Ongeveer tien jaar geleden was er een grote roep om meer rechten voor aandeelhouders om de machtige positie van besturen enigszins in te perken. Sinds een aantal jaren, vooral na de overname van ABN Amro, is dat gevoel weer omgeslagen. De discussie draait nu om de vraag of aandeelhouders niet teveel macht hebben en wordt hen verweten alleen naar de korte termijn te kijken. Wij streven naar een evenwicht. Er mag niet getornd worden aan de rechten van aandeelhouders, maar tegelijkertijd moeten we ons realiseren dat aan rechten ook plichten zijn verbonden. En die plicht is verantwoord omgaan met je rechten: oprechte betrokkenheid en interesse tonen in de onderneming waarin je belegt om zo dat belangrijke wederzijdse vertrouwen op gang te brengen.
Hoe komt een Friese boerenzoon in de wereld van corporate governance? Ik ben econoom en in 2000 kwam ik in dienst van het Ministerie van Financiën. De tijd van boekhoudschandalen en de vraag naar meer transparantie in de beloningsstructuur van bestuurders. Op verzoek van toenmalig minster Hoogervorst werd ik secretaris van de commissie Tabaksblat die de code voor goed bestuur heeft opgesteld. Een hele interessante periode waar ik veel heb geleerd. Eumedion is mede ontstaan om de uitvoering van de code Tabaksblat te bewaken.
En kun jij je staande houden in de hectiek van de financiële wereld? Dat kost me geen moeite. Mijn Friese eigenschappen als nuchterheid, relativeringsvermogen en de calvinistische inslag om altijd je best te doen en hard te werken dragen daar zeker aan bij.
Ada van der Meer: ‘Neurofeedback helpt tegen veel hersenklachten’
SINT NICOLAASGA – Biometrisch Centrum (BMC) is een praktijk voor neurofeedback in Sint Nicolaasga. Sinds begin 2010 kunnen volwassenen en kinderen terecht bij Ada van der Meer.
Ada: ‘Ik ben A-verpleegkundige en omdat één van mijn kinderen symptomen heeft van ADHD en PDDNOS ben ik in contact gekomen met neurofeedback. Door een krantenartikel kwam ik in contact met het Biometrisch Centrum (BMC) in Gulpen. Toen ik vernam dat er bij het BMC een mogelijkheid bestond om een gedegen opleiding neurofeedback te volgen, en zelfstandig praktijkhouder te worden, heb ik in 2008 deze opleiding gevolgd en afgerond. Verder volg ik met veel enthousiasme de bij- en nascholingsactiviteiten van het BMC. Door de permanente educatie trajecten van het BMC blijf ik goed op de hoogte van de nieuwste methoden en ontwikkelingen.’
Steeds meer ziektebeelden zoals concentratiestoornissen, geheugenproblemen, klachten na een beroerte of door de ziekte van Parkinson, angststoornissen, de gevolgen van whiplash en dementie blijken behandelbaar. Bijzonder is de training voor sporters om op de juiste momenten te pieken en zich beter te concentreren. Bij ADHD, zowel bij kinderen als bij volwassenen, depressie en epilepsie zijn positieve effecten aangetoond. Maar ook autisme, tics, burn-out, slaapstoornissen en het beginstadium van Alzheimer worden volgens Ada met succes behandeld.
Ada: ‘Wij boeken steeds meer resultaten op diverse vlakken. In Duitsland, Australië, Engeland en Amerika is neurofeedback gangbaar. Er komt steeds meer literatuur en onderzoeksmateriaal beschikbaar. Zo’n 80% van de cliënten heeft baat bij onze behandelingen. Dit is overigens een hoge score, wetende dat in Nederland veel mensen medicatie gebruiken zoals antidepressiva en medicijnen tegen ADHD. Over de effecten en de risico’s van deze middelen is veel discussie. Neurofeedback is echter zonder risico en heeft geen nare bijwerkingen.’
Afwijkingen Neurofeedback is een behandelmethode voor bepaalde klachten en ziektebeelden waarbij de cliënt de eigen hersenactiviteit traint door middel van feedback van deze activiteit. De methode is in de jaren zestig ontstaan in de Verenigde Staten. Basis is het alom bekende (Q)EEG, waarmee via elektrodes op het hoofd hersenactiviteit zichtbaar gemaakt wordt. De computer berekent het aandeel van de verschillende hersengolven in het EEG, vandaar de naam Quantitative EEG (QEEG). Uit steeds meer wetenschappelijke studies blijkt dat mensen met bepaalde klachten, bijvoorbeeld stress, vermoeidheid en migraine, ook afwijkende golven in het EEG hebben. Die afwijkingen worden zichtbaar tijdens een animatie op de computer.
Ada: ‘Neurofeedback is gericht op de verbetering van die afwijkende golven. Na verloop van tijd is deze verbeterde activiteit vastgelegd in de hersenen en verminderen of verdwijnen de klachten. Een technisch verhaal, maar het komt er op neer dat de mensen zelf hun hersengolven kunnen beïnvloeden. Voor veel mensen is het een openbaring dat er iets aan de klachten te doen is, zonder dat daar direct medicatie, met mogelijke bijwerkingen, bij nodig is. Omdat de hersenen leren hun toestand te verbeteren, zijn de veranderingen door neurofeedback in principe blijvend.’
Vierde generatie Han en Titus Mulder wordt klaargestoomd voor opvolging
BOLSWARD – Het waswater kruipt waar het niet gaan kan, en dus ook door de aderen van de familie Mulder, waarvan de vierde generatie in de personen van Han en Titus zich aandient. Toch enigszins verrassend omdat ze 39 en 38 jaar oud zijn en inmiddels hele andere carrières en ervaringen achter de rug hebben. Als de wasserij in 2013 het eeuwfeest viert staan zij, als het goed gaat, aan het roer. Met hun komst krijgt het aloude familiebedrijf een nieuwe dimensie.
Hoe anders verging het hun grootvader Johan die door ziekte van zijn vader van de ULO werd gehaald om het bedrijf te runnen, en hun vader Tom (64). Hij wist niet anders, en ook niet beter, dan dat hij in de door zijn grootvader Thomas opgerichte wasserij ‘Florence’ aan de slag zou gaan.
Zijn vader Johan was in 1966 in actieve zin uit de wasserij gegaan omdat de rasbestuurder in dat jaar burgemeester van Bolsward was geworden. Iets wat, helaas, nu niet meer voor te stellen is.
Eerder dan gedacht stond Tom voor de troepen: ‘Het was 1969. Ik liep stage in het Duitse Neumünster toen mijn vader belde met de mededeling dat het volgens de accountant niet florissant ging, dat zijn directeur wilde stoppen en dat hij van plan was om het bedrijf van de hand te doen. Ik ben meteen in de auto gestapt, naar Bolsward gereden en aan de slag gegaan. Ik was toen 22 jaar. Vier maanden later nam ik de zaak over voor ƒ 75.000 plus de schulden erbij.’
‘Snotneus’ Plotseling stond Tom als ‘snotneus’ voor een enorme verantwoordelijkheid en moest hij aan alle touwtjes trekken: hij was directeur, boekhouder, verkoper, inkoper en onderhoudsmonteur tegelijk. Er stond weer een Mulder aan het front, dat wel, maar dat was nog geen garantie voor een gezonde toekomst. Er moest worden geïnvesteerd in het verouderde bedrijf. Kapitaal was er niet en daarom stapte hij naar de rijkste man van Bolsward, Ynte Heeres, die net zijn Van der Plaats Koffiefabrieken had verkocht aan Niemeijer. Tom, zo groen als gras, legde de doorgewinterde ondernemer (voortlevend in de Koopman Heeresweg) uit wat zijn plannen waren. Het antwoord van Heeres was dwingend en historisch.
Tom: ‘Hij wilde me helpen onder vier voorwaarden. Eén: hij en mijn vader moesten commissaris worden. ‘Jouw vader heeft verstand van wassen en ik wel een beetje van zakendoen,’ zei hij. Twee: hij wilde een derde van de aandelen. Drie: ik moest naar zijn accountant. Vier: ik moest hem de ruimte geven om mij als ondernemer op te voeden.’
Dat was even slikken, maar aan alle voorwaarden werd voldaan. Tom kreeg de lessen van zijn leven. Aanvankelijk hield Heeres hem kort. In 1976 wilde Tom zijn BMW 2002 inruilen voor een BMW 520 en daar stak de RVC een stokje voor: te duur. Een Ford kon wel toe. Een halfjaar later vroeg Heeres van wie de Ford op het parkeerterrein was. Tom zei: ‘van mij, dat moest toch?’ Wel, had Heeres geantwoord, de zaken lopen goed, die BMW mag er komen.
Tom: ‘De moraal van het verhaal was dat Heeres een goede ondernemer vergeleek met een accordeonist. Hij moet weten wanneer uit zijn bedrijf muziek komt. Niet alleen met uittrekken, maar ook door indrukken. Deze les is me nadien vaak van pas gekomen en vormde de basis voor mijn ondernemersleven.’
Jongensdroom waargemaakt In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw bouwde Tom de onderneming uit tot een landelijk en zelfs internationaal opererend concern en maakte hij zijn jongensdroom waar. In 1970 waren er in ons land 1.000 wasserijen. Tom nam een groot aantal lokale wasserijen over zoals Ozon en Sinneme in Sneek en Van Raan in Harlingen en Leeuwarden.
Tom: ‘Het mooie is dat de directies van deze bedrijven nog altijd voor ons bedrijf werken. Van hen kunnen mijn zoon veel leren.’
Drie grote spelers zijn overgebleven: een beursgenoteerde onderneming, een bedrijf dat met private equity wordt gefinancierd en het familiebedrijf Floronet, waaronder Rentex Floron (450 medewerkers) ressorteert dat een markt ten noorden van de lijn Haarlem-Utrecht-Enschede bestrijkt. Verder heeft Floronet een joint venture met De Blinde (horeca en rolhanddoeken, 180 medewerkers) en joint ventures met Micronclean in Zuid-Afrika, Taiwan, Thailand, Singapore en Maleisië. De groei was zo stormachtig, sneller dan het eigen vermogen, dat de NOM in 1985 voor een derde participeerde. Net als bij Heeres indertijd kocht Tom de aandelen later terug, wat ook gaat gebeuren met het 23%-belang van Joop Akkerman, die de onderneming op termijn gaat verlaten en die tot die tijd de beide Mulders klaarstoomt voor het grote werk.
Dat het bedrijf in Bolsward is gebleven heeft maar met één factor te maken: de kwaliteit en de motivatie van de medewerkers. Om die reden werd in samenwerking met Vitens een grote waterfabriek gebouwd en in 2000 een grote uitbreiding gerealiseerd. Met geld dat werd vrijgemaakt door Micronclean Nederland te verkopen. De buitenlandse Microclean-vestigingen bleven onder de koepel van Floronet.
De verschillen tussen beursconcerns en familiebedrijven zijn volgens Tom groot: ‘De graai- en bonusmentaliteit komt voort uit egoïstisch denken. Daar groei je binnen een familieonderneming niet mee op. Het bedrijf komt op de eerste plaats, het gezin op de tweede. Zo gaat dat. Mijn moeder bracht acht kinderen groot en werkte ook nog eens zo’n dertig uur per week in de wasserij! Hard werken en onderaan beginnen. Han en Titus zijn begonnen met vuile was sorteren en handdoeken vouwen. Prachtig om te zien. Dat schept een band met de medewerkers. Heb je ooit een bankdirecteur achter een balie gezien? In een ondernemersgezin gelden normen en waarden. Vakantiewerk doen, weekends bijspringen, dat soort dingen. De spanningen voelen tussen je ouders als het even minder gaat. Vakantie naar de Kuilart met een caravan, want dan kon ik snel naar de zaak als het moest. Een ondernemersgezin is de beste kweekvijver als je later een bedrijf wil runnen. Kenmerkend voor een familiebedrijf is dat winst geen doel op zich is, maar een gevolg van gemotiveerd en plezierig werken, van goede acties. Compleet anders dus dan door derden gefinancierde bedrijven die puur winst georiënteerd zijn en die op korte termijn denken. Een familiebedrijf zal altijd blijven besturen op de lange termijn.’
De grotere betrokkenheid binnen een familiebedrijf vertaalt zich volgens Tom ook in de relatie met een klant: ‘Onze klantbenadering gaat een dimensie verder. Niet de directeur van het ziekenhuis is onze klant, maar de verpleegkundigen en patiënten die dagelijks schoon was goed nodig zijn.’
Het was de wens van Tom dat zijn zonen in zijn voetsporen zouden treden. In 2002 toen hij de algehele leiding in handen van Joop Akkerman legde was de tijd er nog niet rijp voor. Tom vond het belangrijk dat Han en Titus zouden ontdekken wat er in de wereld te koop is en elders ervaring op te doen. Tom: ‘Ze hebben eigen bedrijfjes gehad. Met wisselend succes. Dus ze weten ook hoe het niet moet.’
Hoe reageerden zijn broers en zussen? Tom: ‘Heel enthousiast. Ze voelen nog steeds een band met de zaak. Ook vanuit de onderneming en in onze kleine stad waren de reacties hartverwarmend.’
In 2010 trok Tom met zijn zonen door Nederland en rond de wereld om in alle windstreken familieondernemingen te bezoeken. Een geweldige, indrukwekkende ervaring. Alsof ze zelf familie van die bedrijven waren, zo hartelijk werden ze ontvangen. ‘Dan merk je hoezeer je alleen al door de structuur van je bedrijf een band met elkaar voelt,’ aldus Tom.
Zwaar beproefd Natuurlijk kon hij Han en Titus niet zomaar voor de leeuwen gooien. De twee mogen dan een goede opleiding hebben genoten, maar dat maakt een mens nog niet geschikt om een bedrijf te runnen. Ze hebben zware assessments ondergaan en de potentie is aanwezig.
Tom: ‘Maar ik weet zeker dat ze hun eerste slapeloze nachten al hebben gehad. Het mooie is dat ze complementair aan elkaar zijn. Han is meer R&D en internationaal gericht en Titus meer financieel en technisch. Ze moeten een team vormen, dat beseffen ze terdege.’
Tom treedt terug als commissaris: ‘Ik ben niet weg want het zijn mijn zoons en ik heb een diepe band met de onderneming en de klanten, maar het is niet goed om in een formele functie toezicht te houden op je kinderen. Aan de keukentafel blijven de zaken wel besproken. In Teunis Jensma hebben we een prima voorzitter van de RVC en de jongens volgen leertrajecten. Het is opvallend hoe open ze staan voor informatie.’
Een gespreid bedje is een bedrijf nooit. Floronet staat voor verdere innovaties. Tom: ‘Toen ik het bedrijf verliet was de gemiddelde ziekenhuisopnametijd tien dagen. Dat is nu drieënhalve dag. Dat geeft meer dynamiek aan onze dienstverlening. Daar komt bij dat de gezondheidszorg nagenoeg onbetaalbaar wordt. Wij moeten meehelpen aan kostenbesparingen. Bijvoorbeeld door het doorontwikkelen van stofvrije afdeksystemen waardoor er minder bacteriële infecties zullen zijn en de verblijfsduur in het ziekenhuis nog korter wordt.’
Han Mulder Na de heao commerciële economie volgde hij meerdere studies en stages in het buitenland. Vanaf 1996 werkte hij enkele jaren bij werkkledingproducent Alsico in België. Teruggekeerd in Bolsward zette hij in 1999 als onderdeel van Rentex Floron Mudotex op, een bedrijf in gebruikt en afgekeurd textiel. Mudotex werd in 2004 verkocht aan BOSO voor welk bedrijf Han ging werken als internationaal accountmanager. In 2007 werd hij benaderd door een grote Duitse wasserij om een vestiging in Nederland op te zetten. Op het moment dat de opvolging ter sprake kwam zette hij Mutex op en werkte hij parttime voor De Blinde op de afdeling Caretex.
Titus Mulder Titus volgde opleidingen werktuigbouwkunde en bedrijfskunde (Nyenrode) en tussen deze twee studies door werkte hij twee jaar voor Pantex, een fabriek in stomerijmachines. In 2003 kreeg hij de kans een kleine jachtwerf over te nemen waar onder de naam ‘Geuzenboats’ polyester zeilboten werden gebouwd. Toen de marktvooruitzichten voor zijn bedrijf slechter werden besloot Titus zich in 2010 aan te sluiten bij zijn broer en vader om verder te gaan in de familieonderneming.
Club Diplomatique Fan Fryslân maakt vuist voor provincie
APPELSCHA – In Appelscha is de Club Diplomatique heropgericht. Gezien de intensieve samenwerking met Fan Fryslân wordt de naam gewijzigd in Club Diplomatique Fan Fryslân. ‘Het bundelen van de krachten van leidende personen – met een Fries hart - uit het bedrijfsleven, bestuur, cultuur, onderwijs en sport in Friesland, is een bijzonder initiatief in Nederland,’ zeiden voorzitter Anne Jan Zwart en Commissaris van de Koningin John Jorritsma op de openingsbijeenkomst.
‘De Club Diplomatique Fan Fryslân heeft drie doelen,’ aldus Zwart, in het dagelijks leven directeur van ECOstyle. ‘We willen helpen bij structurele verbeteringen in de Friese economie, we willen nieuwe, innovatieve ontwikkelingen in de provincie stimuleren en als ambassadeurs onze provincie promoten in onze dagelijkse werkzaamheden.’
De Club Diplomatique wil niet zomaar weer een extra netwerk zijn. ‘We zijn een club en geen commercieel netwerk,’ vervolgt Zwart. ‘Mensen worden niet lid om een persoonlijk belang, maar om samen vorm te geven aan de Friese toekomst. Want als het met Friesland goed gaat, gaat het met iedereen goed.’
Samenwerking Fan Fryslân Zoals de naam al zegt gaat de Club Diplomatique Fan Fryslân samenwerken met Fan Fryslân. Onder deze noemer is de provincie gestart met een bredere regiomarketing. ‘Fan Fryslân heeft als doel het imago van Friesland te verbreden. Zodat we niet alleen meer bezoekers maar ook meer bedrijven, studenten, hoger opgeleiden en bewoners interesseren, aantrekken en behouden. En dat kun je alleen samen succesvol doen. Daarom zijn we ook verheugd over deze samenwerking,’ zegt John Jorritsma.
De samenwerking houdt onder andere in dat de Club Diplomatique Fan Fryslân jaarlijks een financiële bijdrage levert aan de campagnes van Fan Fryslân. Ondernemers liften mee op de activiteiten en uitingen van Fan Fryslân. ‘Een prachtige win/winsituatie,’ besluiten Jorritsma en Zwart.
Friesland grootaandeelhouder in Vitens
LEEUWARDEN – Friesland is grootaandeelhouder geworden in het drinkwaterbedrijf Vitens door 754.843 aandelen te kopen voor bijna € 53 miljoen. De deal werd ondertekend op de watercampus van het kennisinstituut Wetsus waarin Vitens participeert.
Commissaris der Koningin John Jorritsma zei namens de provincie dat het niet vaak meer gebeurt dat een overheid aandelen koopt. Dat het nu wel is geschied heeft met diverse factoren te maken. Geld heeft Friesland zeker voor een dergelijke transactie na de verkoop van het belang in Nuon (waarin het oude Provinciaal Elektriciteit Bedrijf PEB is opgegaan), wat de provincie zo’n € 1,3 miljard heeft opgeleverd.
Rijk moet Friesland zich niet rekenen, hield Jorritsma voor. Nu er gecasht is vallen dividenden namelijk weg. Wel mag de provincie zich vermogend noemen. Met het geld moeten ‘goede dingen’ worden gedaan. Dat is het grootaandeelhouderschap in Vitens, vindt de commissaris. ‘Hierdoor wordt onze positie van watertechnologie versterkt. Er ligt een nauwe relatie tussen Friesland, Leeuwarden, Vitens, Wetsus en watertechnologiebedrijven. Wij willen een duurzaamheidsprovincie zijn en in dat kader moeten we als waterprovincie vol inzetten op de nieuwe watercampus van Wetsus,’ aldus Jorritsma.
Riskant is de aandelenaankoop allerminst en wellicht zit er een beter rendement in dan de kleine drie procent die de provincie nu opstrijkt. Nederland speelt als waterautoriteit in de wereld een belangrijke rol in het nastreven van de VN-doelstellingen. Friesland op haart beurt kan een substantiële bijdrage leveren. ‘Zonder megalomaan over te komen wil ik erop wijzen dat Leeuwarden naast Houston en Sjanghai dé waterhub van Europa wordt,’ voorspelde Jorritsma.
Provinciaal bestuur zetelt na 5 jaar in vernieuwd provinciehuis
LEEUWARDEN – Na vijf jaar kantoor te hebben gehouden aan de Snekertrekweg is het provinciaal bestuursapparaat terug in het vernieuwde Provinsjehûs aan de Leeuwarder Tweebaksmarkt. Met paarden en boerenwagens werden gedeputeerden, statenleden en ambtenaren op maandag 7 november naar hun nieuwe werkplek gereden.
’s Middags werden mediavertegenwoordigers rondgeleid in zalen en in vergaderkamers, langs burelen en door wandelgangen. Het provinciehuis ziet er fantastisch uit: een heel vriendelijk ogende kantoorkolos in hartje stad. Architect Sjoerd Soeters heeft er goed aan gedaan het 45 meter hoge gebouw te voorzien van een indrukwekkend roodpannen dak met twee uitkijktorens die lijken op schoorstenen. Als een oude Friese state torent het gebouw boven de omgeving uit. De Leeuwarder skyline is een prachtige markering rijker.
Tijdens de persborrel liet commissaris der Koningin John Jorritsma weten dat hij een plattegrond nodig heeft om zijn weg te vinden in het immense gebouw waarin je afwisselend door nieuwe en oude ruimtes loopt. Niet vreemd, want Jorritsma heeft niet in de vorige behuizing gewerkt. Dat geldt trouwens ook voor tweederde van de statenleden en voor veel van de ruim 800 ambtenaren. Zij werken in het nieuwe provinciehuis volgens het concept van flexibele werkplekken. Vrijwel iedereen kan en mag in het hele gebouw werken. Dat schijnt goed voor de ambtenarenmens te zijn.
De persborrel werd gehouden in de ‘Loft’ op de achtste verdieping, oftewel de zolderkamer van het provinciehuis. Gedeputeerde Tineke Schokker blikte daar terug op de bouw, een discipline die zij tot haar schrik in haar portefeuille kreeg.
‘Een politieke bananenschil,’ zo werd haar voorgehouden, wat ze trouwens zelf ook besefte. ‘Vaak vroeg ik mij af hoe lang ik gedeputeerde zou blijven,’ aldus de gedeputeerde, die echter koersvast bleef op de woelige baren. Het nieuwbouwplan beleefde een valse start met een eerste, mislukte aanbesteding. Daarna ging het vlekkeloos, of werd althans die schijn opgehouden, glimlachte Tineke Schokker. Jorritsma was er trots op dat men op zo’n grote investering van zo’n € 80 miljoen binnen het budget is gebleven. Volgend voorjaar wordt het provinciehuis officieel ingewijd.
‘Negen keer ben ik in mijn leven verhuisd en zo zoetjesaan weet ik dat je eerst een adempauze moet nemen voordat je begint met inrichten,’ sprak hij uit ervaring.
Uniek Wouda-stoomgemaal moet toeristische trekpleister worden
TACOZIJL – Ruim negentig jaar nadat haar grootmoeder Koningin Wilhelmina in 1920 het majestueuze ir. D.F. Wouda-Gemaal in gebruik stelde, opende Prinses Margriet het nieuwe bezoekerscentrum bij dit grootste nog werkende stoomgemaal ter wereld, dat een magistrale beleving van stoom, machines, architectuur en water combineert. Het staat niet voor niets sinds 1998 op de werelderfgoedlijst van de Unesco. Met dit nieuwe bezoekerscentrum verwacht men jaarlijks 25.000 mensen naar Tacozijl te trekken. Het zouden er wel eens veel meer kunnen worden.
‘Zo, nu heeft mijn vrouw twee gemalen,’ verzuchtte Prins Hendrik toen Wilhelmina de vier enorme stoommachines in werking stelde. Destijds was het Woudagemaal al een staaltje van techniek en capaciteit. Hoe degelijk het is gebouwd blijkt vandaag de dag. Nog steeds zet Wetterskip Fryslân het gemaal bij hoge waterstanden in werking om de moderne gemalen en spuisluizen bij te staan. En dat helpt. In één minuut maalt de ‘kathedraal van stoom’ maar liefst vier miljoen liter water uit de Friese boezem naar het IJsselmeer. In één etmaal 6 miljoen m³, ofwel tweemaal een heel Sneekermeer!
Het interieur en exterieur van het Woudagemaal is zo indrukwekkend, dat er altijd al belangstelling is geweest om dit waterbouwkundig monument te bezoeken. Door de bouw van het bezoekerscentrum kan het bezichtigen nu op een goede en professionele wijze worden georganiseerd, laat directeur Hilda Boesjes-Beljon weten. Het bezoekerscentrum, ontworpen door de Lemster architect Jelle de Jong, staat (letterlijk op poten in een waterbassin) op een afstandje van het gemaal. Daardoor wordt het volledig in zijn waarde gelaten. Via een loopbrug is het centrum met de locatie van het gemaal verbonden. Het eerste wat dan in het oog springt is de uitwatering aan de IJsselmeerzijde. In het bezoekerscentrum wordt men geïnformeerd over de werking van het gemaal, maar ook over de waterhuishouding en het waterbeheer. Door het vertonen van een 3D-film en speciale animaties gaat het malen leven voor de bezoekers.
Het bezoekerscentrum was nodig om meer mensen te trekken dan het huidig jaarlijks aantal van 10.000. ‘De meeste tijd staat het gemaal immers stil,’ sprak Arie Kranendonk (voorzitter van de Stichting Ir. Woudagemaal). De stichting bestaat tien jaar en zo lang is er ook voor de bouw van het bezoekerscentrum geijverd. Alleen met vereende krachten was dat mogelijk. Er kwam behoorlijk wat sponsorgelden op het kleed voor de € 3 miljoen vergende investering. Partners van het gemaal zijn: Van Heck, Landustrie, Desah, Hubert, Okkinga Communicatie, Paques, Rabobank Sneek-ZuidwestFriesland, Wetterskip Fryslân, Zorggroep Hof en Hiem en Tauw. Geld kwam er ook uit de potjes van VSB Fonds, de Stichting Woudsend anno 1816 en de Nederlandse Waterschapsbank. Verder kunnen bedrijven en particulieren vriend worden van het gemaal. Zij betalen respectievelijk € 500 en € 30 per jaar.
Kranendonk wees er op dat vooral het rekruteren van 90 vrijwilligers een onmisbaar element in de exploitatie is. ‘Dat krijg je behalve in Friesland nergens meer in Nederland voor elkaar. Vandaar dat het zo treffend is dat Prinses Margriet hier de openingshandeling heeft verricht. Zij staat altijd op de bres voor de vrijwilliger,’ zei hij.
Dijkgraaf Paul Erkelens sprak van ‘een levend gemaal dat we nog steeds niet kunnen missen’. Het bezoekerscentrum noemde hij een schitterend gebouw dat opvalt in zijn hoedanigheid maar niet in zijn aanwezigheid. De publieksfunctie en de educatieve functie komen volgens hem goed tot hun recht. ‘Droge voeten houden in dit land is bij de jeugd wat minder vanzelfsprekend geworden. Het kan geen kwaad de jongeren daar wat meer over te leren,’ aldus Erkelens.
Hoogtepunten op deze bijzondere dag waren de optredens van Syb van der Ploeg die met het Lemster shantykoor een monumentaal lied van Stoffel Zandstra zong, en het Lemster Mannenkoor dat in het gemaal ‘Sé, sé, do wyde sé’ liet galmen.
Zeiljacht Cobra 33 goed beoordeeld door zeilexperts
MAKKUM – De Cobra 33, een zeilcruiser voor sport en familie, is getest door een team van de Waterkampioen. De originaliteit, zeileigenschappen en prijs/kwaliteitverhouding worden als belangrijkste pluspunten genoemd.
[banner]
De Cobra 33 is in twee uitvoeringen getest: met een vaste kiel (diepgang 1,65 meter) en een met midzwaarduitvoering. De boot met de vaste kiel en doorgelat grootzeil loopt aan de wind bij 13 knopen ongeveer 6 knopen. En door de geringe golfslag kan deze boot tot 35 graden aan de ware wind varen, de midzwaardboot een paar graden lager. “Uitstekend”, aldus de testers van het watersportblad. De ruime kuip is heerlijk voor de ware zeilers en het interieur is doeltreffend ingericht, eerlijk ingetimmerd met licht mahonie en biedt het nodige comfort. De Waterkampioen geeft aan dat er met de Cobra “iets eigenwijs komt aanzeilen op de markt”.
De Cobra wordt gemaakt en ontworpen in Polen. In 2005 is de werf begonnen met de bouw van deze schepen, die eigenlijk speciaal zijn ontwikkeld voor de verhuur. Maar doordat huurders zo enthousiast waren over het gebruik, is de boot in productie genomen voor verkoop. Abele de Jong, de nieuwe eigenaar van importeur Tornado Sailing uit Makkum hierover: “de Poolse werf Rufi reageert heel positief op aanwijzingen en opmerkingen van onze klanten en passen dit graag aan in het ontwerp”.
Drie paradepaardjes van Aquatech
WOUDSEND – Aquatech in Woudsend, producent van de drie gerenommeerde bootmerken Maril, Makma en Antaris, brengt drie nieuwe, opvallende modellen op de markt. Het gaat om de Maril 7.95 Tender, de Makma Tendervlet en Antaris Connery 20.
Maril 7.95 Tender Maril heeft onlangs de nieuwe Maril 7.95 Tender geïntroduceerd. Dit nieuwe model springt in het oog door haar elegant en dynamisch design. Bij de ontwikkeling van deze tendersloep heeft Maril goed geluisterd naar de wensen uit de markt. Comfort, degelijke kwaliteit, scherpe prijs, uitstekende vaareigenschappen, luxe en design komen samen in de nieuwste Maril. De Maril 7.95 tender heeft een eigen gezicht maar blijft zeer herkenbaar als een echte Maril. De Maril 7.95 is uitgerust met een afsluitbare toiletruimte, kookunit, een geïntegreerd zwemplateau en een nieuw interieur. Lengte: 7.95 m Breedte: 2.75 m Diepgang: 0.65 m Doorvaarthoogte: 1.15 m Gewicht (circa): 2.000 kg CE Categorie C Materiaal: Polyester Comfort: Toilet, kookfaciliteit, wasbakje + kraan Motorisering: 21/125 pk Prijs: € 54.000,00
Makma TenderVlet De Makma TenderVlet is het nieuwste model van Makma. Anders dan anderen, maar van verre onmiskenbaar een echte Makma. Duidelijk onderscheidend van alle tendersloepen die de Nederlandse wateren inmiddels bevaren. Deze chique Makma Tendervlet beschikt over een snel onderwaterschip, kookunit (optie), toilet en een geïntegreerd zwemplateau dat makkelijk bereikbaar is. Uiteraard kan de Makma Tendervlet geheel naar eigen wens worden aangepast met vele luxe accessoires. Lengte: 7.00 m Breedte: 2.75 m Diepgang (circa): 0.65 m Doorvaarthoogte: 1.15 m Gewicht (circa): 1.800 kg CE Categorie C Materiaal: Polyester Comfort: Toilet, kookfaciliteit, wasbakje + kraan Motorisering: 21/125 pk Prijs: € 49.995,00
Antaris Connery 20 Als pionier van de tendersloep, komt Antaris na de succesvolle introductie van de Connery 22 en 25, nu ook met een compacte uitvoering: de Connery 20. Deze echte Antaris Connery heeft een geweldige uitstraling, ideale maten en de mooiste vorm. Dit uiteraard zonder afbreuk te doen aan het comfort en de prima vaareigenschappen. De Antaris Connery is een allround sloep voor iedereen. Standaard wordt de Antaris Connery heel compleet uitgerust met onder andere hoge rugleuningen, een geïntegreerd zwemplateau, veel ruimte en een snel onderwaterschip. Lengte: 6.10 m Breedte: 2.60 m Diepgang (circa): 0.55 m Doorvaarthoogte: 1.05 m Gewicht (circa): 1.300 kg CE Categorie C Materiaal: Polyester Motorisering: 28/52 pk Prijs: € 37.500,00
Nieuwe Targa 32 moderner en ruimer
LELYSTAD – De nieuwe Targa 32 is langer en breder dan zijn voorganger de 31. Dit vertaalt zich vooral in een grotere eigenaarshut en een royalere badkamer. Bovendien heeft de 32 een moderner uiterlijk gekregen met als meest in het oog springende voorbeeld de negatieve spiegel. De Targa 32 wordt in ons land geïmporteerd door SkipsYachting in Lelystad.
De grotere voorhut in de Targa 32 biedt plaats aan een V-bed met een lengte van 2,10 meter. Verder in deze hut opbergmogelijkheden waaronder kasten. De tweede hut bevindt zich midscheeps en heeft een tweepersoonsbed en een zeekooi. Ook hier kasten. In dit deel ook de badkamer met toilet, douche en wastafel. Met twee treden wordt het stuurhuis bereikt. Aan bakboord een U-bank en een tafel met zicht op het water. De rugleuning van het voorste deel van de bank is klapbaar waardoor een meevaardersplaats voor twee personen ontstaat. Tegenover de bank de stuurstand met daarnaast de kombuis. Het interieur is standaard met geolied teak betimmerd, maar andere houtsoorten zijn mogelijk. Het stuurhuis heeft aan beide zijden een deur die toegang biedt tot het gangboord met hoge verschansing. Hierdoor is het mogelijk zonder obstakels rondom de opbouw te lopen.
In de nieuwe Targa 32 is de trap naar de flybridge geïntegreerd in de opbouw. De kuip heeft standaard twee banken die tevens dienst doen als bakskist. Deze vormen ook de beluchting van de machinekamer. Via een dubbele doorgang wordt het zwemplatform bereikt. Hier een inspectieluik voor de sterndrives. Naast langer en breder is ook ruimtewinst gehaald uit de negatieve spiegel. Deze werd tot nog toe alleen toegepast op de grotere Targa’s die voorzien zijn van het Volvo Penta IPS-systeem. Standaard wordt de Targa 32 aangedreven door een Volvo Penta D6 van 370 pk (33 knopen). Wie nog meer op wil schieten kan kiezen voor een dubbele motorisering met de nieuwe Volvo Penta D6 2 x 400 pk (44 knopen).
Prijs standaarduitvoering: € 235.620. Technische gegevens Targa 32: Lengte over alles: 10,78 m Lengte romp: 9,82 m Breedte: 3,37 m Gewicht: 6.300 kg Inhoud brandstoftank: 800 l Inhoud watertank: 120 l
Wereldprimeur op Hanseboot 2011: Boarncruiser 42 Retro Line – Aft Cabin
IRNSUM – Tijdens de Hanseboot 2011 presenteert De Boarnstream haar nieuwste model van de Retro Line: de Boarncruiser 42 Retro Line – Aft Cabin. Deze nieuwe 42 Aft Cabin sluit naadloos aan op de Retro Line. Een deftig en chic schip met een majestueuze waaiersteven. De afmetingen zijn 12.85 x 4.30 x 1.15 m en leverbaar in zowel enkel- als dubbelschroef uitvoering. CE-classificatie: B (zee). Vooral de indeling valt op: een ruime eigenaarcabine in de achterhut, een gastencabine in de voorhut en een kombuis en salon midscheeps en toch gelijkvloers. Een echt familieschip dus.
Het interieur-design is stijlvol. De indeling is praktisch, waarbij alle comfortelementen midscheeps zijn gesitueerd. Het nu standaard aangebrachte Yachtfloor heating system in combinatie met dubbele beglazing, tillen het verblijf aan boord naar een zeer aangenaam niveau. Ook de manoeuvreerbaarheid heeft een extra dimensie gekregen door de zwaar uitgevoerde hydraulische boeg- en hekschroef. Tevens is het stabilisatiesysteem voorbereid.
De Retro Line is volledig naar wens in te richten en is ook in aluminium leverbaar, hetgeen in combinatie met zwaardere motoren garant staat voor hogere snelheden.
Gelauwerd slagerstalent Sjouke Bouma: ‘Ik werd verliefd op vlees’
BALK – Het jaar 2011 gaat voor Sjouke Bouma de boeken in als een topjaar. De getalenteerde slager uit Idskenhuizen won de prestigieuze International Young Butcher Competition, een Europese slagerswedstrijd tot en met 24 jaar en werd tevens derde in het BNN programma ‘De beste slager van 2011’. Bovendien haalde Sjouke de top drie van de verkiezing MBO uitblinker van het jaar. ‘Ik heb altijd gezegd dat ik iets wil betekenen in het vak dat ik ga uitoefenen.’
Zijn talent voor het slagersvak ontdekte Sjouke bij C1000 Altenburg in St. Nicolaasga. Na zijn VMBO volgde Sjouke de opleiding tot verkoopmedewerker in de supermarkt. ‘Voor mij was dat ideaal, vier dagen werken bij Altenburg en een dag naar school,’ aldus Sjouke. Hij raakte geïnteresseerd in de slagerij van de supermarkt en de oplettende chef bood de gedreven scholier een kans om het vak te leren. ‘Alles viel op zijn plaats en ik werd gewoon verliefd op vlees,’ vertelt Sjouke enthousiast.
Zijn talent bleef niet onopgemerkt en Sjouke werd door het SVO (slagersschool) voorgedragen om Nederland te vertegenwoordigen in de International Young Butcher Competition.
Wat is het geheim van zijn succes? ‘Passie en een intensieve voorbereiding. Vijftien weken lang reisde ik op donderdag naar Wageningen om te trainen. De opdrachten zijn vooraf bekend en je kunt je dus heel gericht voorbereiden op de wedstrijd.’ Daarnaast ging het werk gewoon door, een hectische tijd, maar voor Sjouke geen probleem. ‘Je moet gewoon zwaar je best doen als je iets wilt bereiken.’
Ook in de toekomst wil Sjouke aan nationale en internationale wedstrijden blijven deelnemen.
Zijn eigen favoriete vlees? ‘Een lekker stoofpotje, en een ribeye sla ik ook niet over.’
Begin 2011 verruilde Sjouke de C1000 voor een baan bij Keurslager Murk van Dijk in Balk. ‘Het was met pijn in het hart, maar een noodzakelijke stap om mijzelf verder te ontwikkelen in het slagersvak. Dit is een ambachtelijke slagerij waar de meeste producten zelf worden gemaakt. Ik kan hier heel veel leren.’
Uiteindelijk moet al dat leren leiden tot een eigen zaak. ‘Op de gevel Keurslager Bouma, dat is het streven,’ zegt hij.
Arjen Zeevenhooven doceert in hotel Sankt Meinolf
SANKT MEINOLF – Arjen Zeevenhooven is van alle culinaire markten thuis. Hij maakt deel uit van het ‘trendteam’ van Albert Heijn en adviseert deze grootgrutter over voedingsontwikkelingen, over de samenstelling en smaken van maaltijden, hij helpt restaurants die een nieuwe koers willen varen, hij werkt voor Philips om nieuwe huishoudelijke apparatuur te testen en dan nog houdt hij iedere werkdag voor Radio 10 Gold een praatje over koken. Maar hij zwaait zelf ook nog met de pollepel als het hem wordt gevraagd en dan pakt hij zijn oude stiel op. Een van de mooiste ervaringen was de driedaagse training in het sprookjesachtige hotel Sankt Meinolf, het voormalige jachtslot van de familie Opel aan de Möhnesee in het bosrijke Sauerland, op slechts drie uurtjes rijden van Nederland. Hij in de rol van ‘Feldwebel’ om die steile Duitsers wat te leren! Hoe dat ging? Arjen: ‘Met Duitsers kun je prima werken. Ze erkennen namelijk je autoriteit. Herrie in de keuken is er helemaal niet nodig om wat te bereiken. En van mijn opdrachtgever kreeg ik carte blanche.’
Arjen kwam terecht in een wildparadijs waar ze bij De Hoefslag en Klein Paardenburg waar hij heeft gewerkt jaloers op zouden zijn. Toch werd er veel te weinig met de lokale rijkdom gedaan. Daarom begon Arjen bij de basis: fonds maken van wild (reeën, fazanten, wilde zwijnen) en kalfsbotten. Verder introduceerde hij in het land van de Schweinebraten Wagyu, het kwaliteitsvlees bij uitstek, dat volgens Arjen niet superduur hoeft te zijn als je vlees van de billen en de schouders haalt. De Wagyu was al een cultuurshock, net als met het niet doorbakken van vlees, zoals onze oosterburen gewend zijn. Rosé braden was voor de keukenbrigade een nieuwe ervaring.
Het bed werd dus flink opgeschud in het slot waarin ooit Seelensorg werd gegeven (de kookketel was al jaren niet meer gebruikt). Hoe waren de reacties? Arjen: ‘We hadden een groep bobo’s uitgenodigd en ze vielen van hun stoel! Andere sauzen, andere garnituren, andere bereidingswijze, maar ook een andere organisatie en andere bestelmethodieken. Alle keukenmedewerkers hebben een brainwash ondergaan waar ze heel blij mee zijn. Ze waren vastgeroest en ze hadden geen inspiratie. Het was niet eenvoudig om alles duidelijk te maken in de Duitse taal, maar ik ben in mijn missie geslaagd, hoewel de keuken haar identiteit moet behouden. De Schweinebraten blijven heus op de kaart staan. Het is echter allemaal wat verfijnder. Dat is gelukt in drie dagen omdat je nooit sneller leert dan op je eigen werkplek, in je eigen omgeving, met je eigen apparatuur en collega’s.’
Likkebaardend Lilly’s van Romke de Jong verovert de markt
GORREDIJK – De Nederlander eet steeds meer ijs. De Jong’s IJsbedrijven in Gorredijk vaart daar wel bij. In 2010 werd een compleet nieuwe ijsfabriek gebouwd waar 500 liter ijs per uur kan worden gedraaid. En dat terwijl slechts zeven jaar daarvoor ook al nieuwbouw was gepleegd. Deze stormachtige ontwikkeling is mede te danken aan de nieuwe generatie: Romke de Jong (26) heeft het entrepreneurschap in de genen. In 2008 ontwikkelde hij een marketingstrategie en in 2009 werd een pilotstore in Hoogezand gestart. Onder de naam Lilly’s IJs & Chocolade verovert het bedrijf via een franchiseconcept een belangrijk marktaandeel en zijn er inmiddels elf ijssalons geopend, waarvan één op Bonaire.
[banner]
Oprichter Harke de Jong zag als banketbakker brood in ijs. Hij maakte het als bakker al, maar in 1947 ging hij zich specialiseren en verkocht hij zijn dagverse ijs in de winkel in Lippenhuizen en via bakfietsen, die nog steeds rondrijden. Zijn zoon Eeuwe zette de zaak voort en in diens voetsporen is Romke getreden. Samen geven ze leiding aan het bedrijf dat ook onder private labels ijs maakt. Kwaliteit is een vanzelfsprekend begrip. Romke: ‘Dat kan ook niet anders met zo’n strenge Pake en Heit. Pake is 97 en komt nog regelmatig even langs. Het oog van de meester maakt de paarden vet, zeggen ze toch?’
Waarom eet de Nederlander meer ijs? Romke: ‘Eenvoudigweg omdat wij Nederlanders achterliepen in ijsconsumptie. Dat komt misschien vreemd over, maar het is zo. Een tweede reden is dat de mensen kwaliteitsijs steeds beter waarderen en daar voor willen betalen. Verder is het zo dat het seizoen langer duurt door mooi voorjaarsweer en zacht najaarsweer, wat we steeds vaker beleven.’
Waarin verschilt jullie ijs van ander ijs? Romke: ‘Wij gebruiken volle melk, uit de eigen streek, en echte suikers direct uit de Groninger bietencampagne. Dat ten eerste. Wij maken ijs op ambachtelijke, eerlijke wijze en voegen de beste ingrediënten toe. En dat proef je. Het belangrijkst is nog wel dat ons ijs supervers is. In onze fabriek ligt het ijs na het shockvriezen bij min veertig slechts korte tijd in de vriescellen. Dagelijks leveren wij de salons vers ijs dat ’s nachts is gemaakt. IJs is op zijn lekkerst als het vers is. Je hoeft dan ook amper conserveringsmiddelen te gebruiken.’
Van de ijskarren hebben jullie nooit afscheid genomen. Romke: ‘Venten is nog altijd een uitstekende manier om ijs te verkopen. Je bent daar waar de mensen zijn. En dus regelen we nog steeds staanplaatsen en ventvergunningen. Het meeste ijs zetten we af bij grote concerten en evenementen. Wij hebben contracten met veel grote evenementenorganisatoren.’
Lilly’s is een hippe formule. Je geeft een gezicht aan ijs. Romke: ‘IJs eten is een klein feestje. Je eet niet zomaar een ijsje, maar je trakteert je zelf. Wie ooit Lilly’s ijs heeft gegeten weet dat je dan lekker ijs eet. Zo kom je sterker in de markt te staan. Steeds meer mensen die Lilly’s kennen kiezen bewust voor dit ijs. We zorgen ervoor dat de mensen er niet op uitgekeken raken. Er worden 110 soorten gemaakt. Maandelijks brengen we nieuwe smaken en een trendy kaart, en worden er acties georganiseerd. De franchiseketen is gestoeld op drie pijlers: verrassen, verwennen en vernieuwen.’
Is ijs gezond? Romke: ‘Er zijn vele tussendoortjes die ongezonder zijn. Maar zoals met alles geldt dat je er niet teveel van moet eten.’
Waar staat Lilly’s over 10 jaar? Romke: ‘Dat is lastig te zeggen. Tot nu toe is elke groeistrategie door de realiteit ingehaald. Vijf zaken per jaar erbij is het doel en 40 is het maximum. Dan hebben we een landelijke dekking bereikt. Over tien jaar hebben we onze focus dus gericht op het buitenland.’
‘Een goede gastvrijheid blijft het belangrijkst’
Naam Frans Bonnema | Leeftijd 67 | Woonplaats Harlingen | Burgerlijke staat Gehuwd met Houkje Tjallema, drie kinderen: Hylke, Wytse en Bjefke | Functie Gepensioneerd horecaondernemer, vastgoedondernemer en wijnverkoper. Vroeger ondermeer eigenaar/directeur van het Oranje Hotel in Leeuwarden en De Nederlanden in Vreeland | Locatie Het Armhuis Vlieland | Gastvrouw Clara Spannenburg | Chef-kok Guido Schuring | Bediening Richard
Speelt geld verdienen een rol in jouw leven? Natuurlijk, als je niks hebt kun je niks doen. Maar ik laat me niet leiden door geld.
Wat doe je voor de kost? Weinig. Ik ben met pensioen. Alleen hobbymatig doe ik nog wel eens wat. Zo heb ik nog wat vastgoed, verkoop ik wijn aan particulieren, heb ik een samenwerkingsverband met Andreas van den Berg van UNIK Wijnhuis en ben ik min of meer ambassadeur van het Chileense wijnlabel Casa Silva. Verder help ik mijn zoon Wytse wel eens met zijn vastgoedbedrijf in Amsterdam, waar hij twee panden in short stay heeft en hij een suitehotel bouwt met 25 suites variërend in grootte van 70 tot 125 m².
Bevalt het gepensioneerd zijn? Heel goed. Dit is de mooiste fase in mijn leven. De druk is van de ketel af. Ik moet er niet aan denken nu nog een hotel te runnen, wat ik tientallen jaren met Houkje heb gedaan. Het was keihard werken en gaf veel stress. En hoewel ik het een prachtig vak vind heb ik er wel het gesodemieter met mijn hart van gekregen. Gelukkig voel ik me nu na dotteren en een operatie prima.
Jij bent opgegroeid in het hotelmetier omdat jouw illustere vader Gerben samen met jouw moeder het Oranje Hotel bestierde. Lag het voor de hand dat jij de zaak zou overnemen? Helemaal niet. Tegen wil en dank, mag ik wel zeggen. Heit kreeg in 1969 een auto-ongeluk en lag een halfjaar in het ziekenhuis. Ik moest toen, net in de twintig, de verantwoordelijkheid dragen. Heit vroeg mij of ik in de zaak wilde komen. Ik zei tegen hem: als jij wil dat ik blijf wil ik een functie hebben en dat jij je niet meer bemoeit met de dagelijkse leiding. Dat klinkt misschien hard, maar je kunt nu eenmaal geen twee kapiteins op een schip hebben. Trouwens, Heit bleef gastheer en was in die rol heel belangrijk. Hij was het gezicht van het Oranje Hotel.
En jij moest knokken. Het hotel was verouderd. Er moest flink worden geïnvesteerd. We bleven verbouwen en uitbreiden, tot we in 1986 een compleet nieuw hotel lieten bouwen. In de hotelsector moet je blijven vernieuwen. Elke gemeente wil uit prestige een groot hotel met een draaiend restaurant op het dak. Dat betekent dat er steeds kansen zijn voor nieuwkomers. Je moet wel voorop blijven lopen wil je het hoofd boven water houden. Ik kan je verzekeren dat het geen pretje is om voor de zoveelste keer naar de bank te moeten om geld en dat er iemand over je schouders staat mee te gluren. In totaal hebben we in Leeuwarden ƒ 20 miljoen geïnvesteerd. Na de verkoop van het Oranje Hotel in 1990 viel er een last van onze schouders. Eindelijk waren we eens liquide. Vrijheid hadden we nog niet omdat er brood op de plank moest komen, maar het ondernemen in de Vechtstreek ging ons heel wat gemakkelijker af.
In de periferie een hotel exploiteren is nog steeds geen sinecure. In Amsterdam haal je zomaar een bezettingsgraad van 80, 90 %. Maar kijk naar Friesland. Lauswolt is het paradepaardje van de Bilderberg Groep. Een schitterende zaak en topkwaliteit, maar er is nog nooit echt geld verdiend.
Ga je met Houkje nog wel eens een vorkje prikken in een restaurant? Heel graag zelfs. Wij blijven horecamensen. We gaan regelmatig uit eten. Nu je mij deze vraag stelt schiet mij in gedachten dat we binnenkort naar De Librije gaan en daarna naar De Fuik in Aalst, de zaak van Marco Poldervaart.
Moet het top zijn? Laat ik het zo zeggen: ik ga voor kwaliteit, maar als het een heel gezellige zaak is mag het eten ietsje minder zijn. Een goede gastvrijheid blijft in mijn ogen het belangrijkst.
MENU Voorgerecht – Rundercarpaccio, geserveerd met een crème van truffel, geschaafde parmasan en zomertruffel | Tussengerecht – Zeebaars van de grill, quinoa en schuimsaus van strandkrabben | Hoofdgerecht – Schotse rib-eye, stoofpeertjes, rode kool, jus van port en laurier | Nagerecht – Gepocheerde vijg, makaron van kaneel, parfait van honing, lavendel en vanille
LOFT: het hoogste restaurant van Friesland
LEEUWARDEN – Over de naam van de zaak is wat te doen geweest omdat een bureau dezelfde naam draagt, maar goed. In het Nederlands en Engels betekent ‘loft’ een vliering of bovenste verdieping van een groot gebouw en in de Friese taal heeft loft de betekenis van lucht. Een treffende naam dus voor een restaurant op dit ‘niveau’.
LOFT is niet alleen het hoogste restaurant van Friesland maar is ook uniek met het restaurantconcept. Het introduceert namelijk het trolleyconcept. Gasten kunnen een keuze maken uit meerdere voor- en nagerechten die op een trolley naar de tafel worden gereden. Er worden zoveel mogelijk regionale, duurzame en veelal biologische producten gebruikt.
De inrichting is fraai en uitgekiend. Vanuit de lift loop je in de richting van de vorstelijke bar en daarna langs de lounge. Je bent niet verplicht aan tafel te gaan en deze laagdrempeligheid is belangrijk in het hedendaagse impulsieve uitgaan. Laat de gast maar warmdraaien voor het eten. Ook wanneer je in je eentje bent bezoek je zo’n zaak gemakkelijk.
In de hoek richting stad bevindt zich het restaurant. Langs de hoge glaswanden zit je lager dan in het verhoogde midden, vanwaar je over de andere gasten heen kijkt. Want het uitzicht mag nergens worden ontnomen. Het niveauverschil is geen belemmering voor rolstoelers want er is een rijpad gecreëerd met zijdelings restanten van een oude zeewering, wat cachet geeft aan de zaak, die veel allure uitstraalt.
Tafelen volgens etiquette met Confrérie de la Chaine des Rotisseurs
HEERENVEEN – De Confrérie de la Chaine des Rotisseurs waarvan de leden een rijk gedecoreerde sjerpketting om hun hals dragen, heeft wat weg van een heimelijke broederschap. Maar schijn bedriegt. In wezen is de confrérie een open club met een open mind die groter wil worden en meer leden zoekt. Hun missie? Het beleven, genieten en promoten van de gastronomie.
Op de vraag of er wordt geballoteerd lijkt Jan van Os, de voorzitter van het hele noorden en oosten, het antwoord te ontwijken, om vervolgens op bedaarde toon duidelijkheid te verschaffen: ‘Laat ik het zo zeggen, je moet de kunst van het tafelen kunnen uitdragen.’ Zo hoog is de drempel dus niet en dat geldt evenzeer voor de contributie, want die bedraagt slechts € 25 per jaar. Het eten, de club dineert zo’n acht keer per jaar, is uiteraard rekening man.
De historie van de Chaine des Rotisseurs gaat terug tot 1245 toen het in Frankrijk als een soort koksgilde werd opgericht. Na eeuwen verdween deze oeroude club van de kaart. In 1950 werd er nieuw leven ingeblazen en sindsdien is de confrérie wereldwijd gevestigd. In Nederland zijn er zo’n 130 leden en dat is aan de lage kant. Friesland telt vier leden. Behalve Jan van Os, in het dagelijks leven cardioloog, en zijn Richtje, zijn dat de professionele leden Jan Gaastra (Koriander in Drachten) en Reitse Spanninga (’t Plein in Joure). Deze twee patrons krijgen gezelschap van Thom van der Heide van Frouckje State in Rijperkerk.
Het was bijzonder dat de confrérie Friesland aandeed en in restaurant Twee in Heerenveen dineerde. Er werden zeker dertig tot veertig mensen verwacht, maar helaas voor patron-cuisinier Willem van der Hout was er een concurrerend evenement in het buitenland en kreeg men te maken met nogal wat afzeggingen. Aan tafel zaten twaalf gasten. Omdat het een klein gezelschap betrof was de dresscode beperkt tot tenue de ville. Normaliter zit men in avondkleding aan tafel: de dames in het lang en de heren in smoking.
Dineren met de confrérie is vooral een ontmoeting met de etiquette: zoals het heurt, zou Jort Kelder zeggen. Enkele van de gedragscodes zijn, zoals landelijk penningmeester Tineke Bezemer liet weten: geen water mengen met wijn (een doodzonde!), geen rood en wit in één glas, niet speechen voor de koffie, niet roken aan tafel en gekleed aan de dis. Op tafel staan vaandels met daarop het clubembleem. Echt deftig gaat het er niet aan toe, maar men valt elkaar niet in de rede. Een ouderwetse opvoeding vormt de basis voor het leven, zoveel is duidelijk.
Voor de brigade van Twee was het diner een test. Met het serveren van eerst de dames en daarna de heren maakt men meteen een goede beurt. Dat gaat namelijk nog heel vaak fout. Tussen de gebruikelijke vijf gangen door vertelt Tineke enthousiast over de Chaine des Rotisseurs. Over een chapitre (vrijdag en zaterdag) en een grand chapitre (vrijdag t/m zondagmiddag, tweemaal diner en tweemaal lunch). Over eten in confrérieverband in het buitenland (via de website). Over de sjerpen die de status duiden: hoe lang men lid is, welke functie men bekleedt etc.
Met name voor singles is de club heel interessant, vindt Tineke. ‘Wie gaat er nou in zijn eentje dineren? Maar als alleenstaande aanschuiven bij de rotisseurs doe je heel gemakkelijk,’ aldus Tineke. Ze spreekt uit eigen ervaring, maar sinds kort niet meer. Tineke heeft de euvele moed om te gaan samenwonen met Joost Ditmars uit Idskenhuizen, die als chevalier (korter lid dan vijf jaar) aan tafel zit.
Een diner wordt altijd besloten met een beoordeling van de zaak. Daarin is men niet mals. Zonder aanzien des persoons kunnen zelfs sterrenkoks het op hun bord krijgen. Op deze avond wordt er niet eens over gesproken of Twee wel of niet de oorkonde krijgt. Het menu was werkelijk subliem, tot in de finesses. Een Fryslân Culinair-restaurant meer dan waardig.
Jan van Os roemde, na de koffie, Willem van der Hout: ‘De een na de ander belde af en wie dacht dat Willem een gezicht als een oorwurm zou hebben heeft het mis. Hij was de monterheid zelve en hij zei tegen mij: het gaat er in ons vak om wie er wél zijn. Kijk, dan ben je uit het goede hout gesneden. Klasse!’
Diner: gemarineerde Schotse zalm met aardappelsalade en ras el hanout mayona; schuimige soep van knolselderij en wintertruffel met Fries gerookt spek; kabeljauwhaas met jus van Terschellinger garnaaltjes; herterugfilet met stamppot hete bliksem geserveerd met wildjus en gekonfijte paddestoeltjes; bavarois van kaneel met karamel, krokante amandel en geslagen room.
Friese Anjer voor Elske DeWall
LEEUWARDEN – Zangeres Elske DeWall (25) uit Leeuwarden krijgt dit jaar de Friese Anjer van het Prins Bernhard Cultuurfonds. Ze krijgt de prijs als stimulans voor haar muzikale carrière. Als energieke zangeres met een ambitie om internationaal door te breken, staat zij symbool voor vele talenten.
‘Ze draagt op een eigentijdse manier en met geweldig veel enthousiasme bij aan de cultuur in Friesland’, aldus commissaris van de Koningin John Jorritsma, die haar op 2 december de prijs uitreikt. Jorritsma is voorzitter van het Prins Bernhard Cultuurfonds Fryslân.
Het Prins Bernhard Cultuurfonds eert jaarlijks een persoon, vereniging of instelling die zich verdienstelijk heeft gemaakt voor de Friese cultuur. De prijs bestaat uit een speld en een bedrag van 2.500 euro.
In Elske DeWall (Veenwouden, 11 november 1985) wil het Prins Bernhard Cultuurfonds jonge podiumkunstenaars belonen en stimuleren. De zangeres en tevens liedjesschrijfster hield aan haar allereerste demo een platencontract over.
Waardige afsluiting jubileumexpositie in de pure Jopie Huisman-sfeer
Visclub Jopie Huisman Museum gooit hengel uit
WORKUM – Met de oprichting van een ‘Fiskklup’ (visclub), een mix van ambassadeurs en ondernemers, gooit het Jopie Huisman Museum een hengeltje uit. In de verwachting dat er zo nu en dan een sponsor aan de haak wordt geslagen. Sponsors staan jaarlijks elk voor € 5.000 garant voor een sluitende exploitatie. ‘Wij moeten het namelijk zonder subsidies stellen en we kampen met licht dalende bezoekersaantallen, hoewel we met 50.000 kijkers nog wel het best bezochte museum van Friesland zijn. We willen de dingen blijven doen die wij van belang achten, maar ook de zekerheid hebben dat we met droge voeten de overkant van de sloot halen,’ aldus museumvoorzitter Riemer van der Velde, die het initiatief nam. Gevist wordt er niet. De naam is puur associatief en verwijst tevens naar Jopie, die een verwoed visser was. Alhoewel, meer stroper dan visser want Jopie peurde ‘s nachts illegaal op paling. Riemer is trouwens ook een fervent visser.
In plaats van zelf te vissen zijn de leden het aas voor potentiële sponsors. Riemer heeft al een mooie groep ambassadeurs weten te strikken. Als erevoorzitter van sc Heerenveen hengelde hij vooral in de vijver van het voetbal: Guus Hiddink, Foppe de Haan, Ron Jans en Frits Barend. Maar ook Rients Gratama, Syb van der Ploeg, Hans Wiegel, Lense Koopmans en Freek de Jonge traden toe tot dit illuster gezelschap.
Zij zorgen voor een kruisbestuiving met sponsors, onder wie bekende ondernemers als Romke Kooyenga (detacheringen bij overheden). Wiegel is pas als adviseur aangetreden), Jan Smit (deurwaarder), Hans van den Brug (VW, Audi, Skoda, Seat), Joop Akkerman (Rentex Floron), Jan Lucas Oldenburger (recycling), Jelco van der Wiel (Huisman Transport), Bert Peters (Link IT), Egon Diekstra (Hamilton Bright), Hubertha Buitenhuis (zij ontlast mensen van onnodige ballast) en Bert Roman (Rabobank Sneek/ZuidwestFriesland). Ook de drieduizend leden tellende Vriendenkring van het museum, onder voorzitterschap van Betske Salverda, is lid.
Op de oprichtingsavond werd Freek de Jonge uitgeroepen tot eerste voorzitter. Hij kreeg van Pepy Huisman, de oudste zoon van Jopie, een oude ratel uit de snuisterijennalatenschap van zijn vader. Een toepasselijk relikwie waarmee Freek, die met doorratelen de kost kan verdienen, de leden tot de orde kan roepen. Op zijn beurt kreeg de jarige Pepy, volgens Freek de stille kracht van het museum, de biografie van Freek – een enorme pil – cadeau. Het museum kreeg gratis tien exemplaren van hem, wat een kleine 700 euro oplevert.
Over zijn vader zei Pepy treffend in visserslatijn: ‘Hij had een ‘fin mear as in bears’ – een vin meer dan een baars –, wat vrij vertaald betekent dat hij wat meer kon dan een ander.’
Vertellen is, zo sprak Pepy, etymologisch afgeleid van vertalen: ‘Wat hij zag beleefde hij en vertaalde hij door het te schilderen. Hij was een filosofische, charismatische man die wat oude rommel bij elkaar zocht en dat kon transformeren tot een prachtig beeld. Jopie zag waarde in spullen waar geen mens om gaf. Neem deze ratel. Die is ooit van een vuilnisman geweest. Omdat het ding kapot was nam hij hem mee naar huis en zo is hij eens in handen van mijn vader gekomen. Doordat het stuk was werd het bewaard. Veelzeggend.’
Het Jopie Huisman Museum werd 25 jaar geleden opgericht naar aanleiding van Jopie’s hartproblemen en de nooit opgehelderde diefstal van drie schilderijen. De collectie van de furore makende lompenboer en oud ijzerkoopman, die vanaf de jaren zestig geen werk verkocht, moest voor de toekomst en het publiek worden bewaard. In 1986 was het zover: het museum in het Sleeswijckhuys (aan de overkant van de huidige locatie) werd geopend door Freek de Jonge. Pepy: ‘Het was een heksenketel destijds. Meer dan 160.000 bezoekers liepen in het eerste jaar de deur plat.’
Freek luidde zijn maidenspeech in met het herdenken van de recent overleden Harry ‘Cuby’ Muskee, die als een van de leden de start van de visclub dus niet haalde: ‘Harry was een man in wie wij Jopie herkennen. Jopie hield van de blues en hij kon met zijn mondharmonica de blues ook spelen.’
Daarna liet Freek de aanwezige leden de revue passeren. Aan Lense Koopmans (president-commissaris Rabobank) vroeg hij: ‘Wie is de bestuursvoorzitter van de bank?’, waarop een verbouwereerde Lense antwoordde: ‘Piet Moerland.’ ‘Wel, stelde Freek, dat weet echt niet elke commissaris, hoor. Ik weet van Ajax…’ Een lachsalvo volgde. Syb van der Ploeg heeft Rembrandt geschilderd. Hij liet Freek weten nog steeds beter te kunnen behangen dan te schilderen. Van Jopie is Syb een fan: ‘Jopie was een anarchist en ik voel me verwant aan hem.’ Rients Gratama, door Freek aangekondigd als ‘de grand old man van het Friese cabaret’, antwoordde op de vraag wat hij met Jopie heeft: ‘Elke Fries heeft wat met elke andere Fries. Als Orlando Yntema, zoon van een Leeuwarder vader en een Dominicaanse moeder het Nederlands honkbalteam naar de wereldtitel werpt, is een halve Fries meteen een hele Fries.’
Riemer van der Velde genoot van de eerste bijeenkomst: ‘Wij wilden leven in de brouwerij brengen. Nou, dat is gelukt. Dit was een mooie aftrap. In het kielzog van de visclub groeit ons ondernemersatelier, dat al ruim 120 leden telt. Ons museum heeft een steviger basis gekregen.’
Werk van jonge, veelbelovende kunstenaars in Gorredijk
GORREDIJK – Publicist en recensent Anne Berk opende 30 oktober een expositie van werk van Alet Pilon, Jissel Kerksta en Marinke van Zandwijk bij Galerie Smarius/Steven Sterk in Gorredijk. De recente sculpturen van Alet Pilon, die in de museale ruimte op een ingetogen wijze tot hun recht komen, worden omgeven door het werk van haar mede-exposanten Jissel Kerkstra, met tekeningen op papier, en Marinke van Zandwijk met glassculpturen.
In het werk van Alet Pilon (1949), voormalig hoofddocent modeafdeling Gerrit Rietveld Academie te Amsterdam, staat de machtsverhouding tussen mens en dier centraal. Door combinaties van dierlijk materiaal, imitatiebond en menselijke figuren brengt Pilon de relatie van mens tot dier in beeld. Macht is kenmerkend voor deze relatie. De mens bepaalt het moment van sterven bij veel diersoorten, uit angst of om consumptie. Aan de andere kant is de mens gefascineerd door de dierenwereld: haar schoonheid, haar kracht en haar kunnen. Deze complexe verhouding maakt Pilon beeldend door van een mens een dier te maken en van een dier een mens.
Jissel Kerkstra: werk op papier Recensent Gijsbert van der Wal: ‘Jissel Kerkstra (1973) tekent merkwaardige groeisels, die herkenbaar zijn zonder dat je precies zou kunnen zeggen waar je naar kijkt. De vormen ogen ruimtelijk en organisch, met hun vliezen, wortelachtige uitstulpingen en schimmelachtige vachtjes. Misschien hebben ze met ingewanden of rottend vlees te maken, misschien ook met weekdieren of chemicalieën. Het kunnen microscopische vergrotingen zijn of brokstukken van een buitenaards landschap. Het science fiction-achtige effect wordt nog versterkt door de diepzwarte achtergrond waartegen Kerkstra de groeisels tekent – alsof ze door het heelal zweven.’ Jissel Kerkstra voltooide haar opleiding in 1996 aan de Hogeschool voor de Kunsten Arnhem, Vrije Kunst.
Marinke van Zandwijk: glassculpturen ‘Glas heeft erg specifieke eigenschappen,’ licht Marinke van Zandwijk (1987) haar fascinatie toe. ‘Tijdens het verwerken is het glas heet en vloeibaar, heel eigenzinnig en voortdurend veranderend van vorm en kleur. Als het eenmaal is afgekoeld, wordt het hard en kan ik het niet meer veranderen.’
Ze houd ervan om fysiek aan een sculptuur te werken. In de zomer van 2001 ging ze glasblazen in de Glasblazerij in Leerdam, onderdeel van het Nationaal Glasmuseum. Het stimuleerde haar om naar de Willem de Kooning Academie in Rotterdam te gaan.
Het gaat Van Zandwijk om haar glassculpturen in relatie tot de omgeving en context. Marinke: ‘Ik probeer het een inhoud een eigen karakter te geven, zodat het glas uitgroeit tot een zelf staand beeld. Als het in een omgeving komt waar het glas op zijn plaats is , tot zijn recht komt. Zoals het transparante, lichte en fragiele vorm geplooid over dik, stevig massief touw.
De expositie is tot en met zondag 18 december 2011 te zien bij Galerie Smarius en Steven Sterk. De galerie is open van donderdag tot en met zondag van 13.00 – 17.30 uur en op afspraak.
Benefietavond NNO voor 5 mei Concert
GRONINGEN – Je mag je afvragen of het Frysk Orkest zelfstandig het niveau van het huidige Noord Nederlands Orkest (NNO), waarin het eind jaren tachtig is opgegaan, zou hebben gehaald. Zeker is dat het FO vandaag de dag onvoldoende draagvlak zou hebben. Helemaal in deze tijd van bezuinigingen in de cultuursector. En weinig draagvlak betekent weinig slagkracht. We mogen in het noorden blij zijn dat we een NNO hebben, hoewel het orkest alle zeilen moet bijzetten om de sterkte te handhaven, en dus ook de kwaliteit.
[banner]
In ieder geval is een concert een ideaal medium voor het bedrijfsleven. Dat bleek tijdens het benefietconcert dat het NNO in de Groninger Oosterpoort gaf. De opbrengst wordt aangewend voor het prestigieuze 5 mei Concert in Amsterdam waarvoor het NNO volgend jaar is uitgenodigd. Om dat eervolle optreden te realiseren moet het NNO zelf investeren, want het honorarium is lang niet toereikend om de kosten te dekken.
Voor € 2.500 konden bedrijven een tafel voor tien gasten reserveren. Marketingmanager Roelof Voorintholt van het NNO was tevreden over de animo en over het niveau van de avond. ‘We hadden hele interessante bedrijven en organisaties. Ze hadden gasten uitgenodigd die zich nadrukkelijk manifesteren in het bedrijfsleven, maar ook in het maatschappelijk leven. Dit benefietconcert is voor herhaling vatbaar. In Friesland lijkt me dat ook mooi om eens te doen. Weten jullie een geschikte plaats en locatie?,’ zei hij tegen het Fries Journaal.
Na aperitief, opening, diner en muziek van La Primavera volgde het galaconcert onder leiding van dirigent Richard Bonynge, een van de beste operadirigenten ter wereld. Soliste was de sopraan Nelly Miricioiù, die een stem als een nachtegaal heeft. Ze wordt door de vakpers vergeleken met Maria Callas in haar beste jaren. Een uur lang zong ze vol passie aria’s van Bizet, Verdi en Bellini. Wat een muziek, wat een klasse! Het was in één woord geweldig.
Wat erop volgde was een informele finale in een Italiaans aangeklede foyer met heerlijke dolci en bijzondere koffiespecialiteiten. De Groninger stadsdichter Stefan Nieuwenhuis trad op als deejay. Hij bezit een nostalgische muziekcollectie en daaruit had hij een repertoire met Italiaanse accenten geselecteerd. Een prima afsluiting van een lange, mooie avond.
Ster couturier Moniek Miedema straalt
LEEUWARDEN – Met een flitsend High Fashion Event op de NHL campus in Leeuwarden bevestigde Moniek Miedema van het modemerk byOni wat insiders al voorspelden: deze Friese couturier gaat als een speer! Ze heeft een heel eigen ‘touch’ die onmiskenbaar is en die wordt herkend en erkend. Na jaren van aanmodderen in de wereld van de mode lijkt nu eindelijk het vliegwiel op gang te zijn gekomen.
[banner]
Moniek haalde op haar modeshow alle registers open. De wintercollectie prêt-à-porter werd getoond, de 400 gasten werd een preview gegund van de mode in de zomer van 2012 en tot slot was er haute couture optima forma. Letterlijk en figuurlijk liep de stijl van Moniek als een rode draad door het hele programma, dat werd gepresenteerd door ladyspeaker Manon Thomas.
Heel aardig was de inleiding van styliste Nelleke Mulder uit Sneek die beoordeelt wat een vrouw wel of niet kan dragen. Want kleding kan nog zo mooi of modieus zijn, wat je aantrekt moet wel bij je passen. Nelleke kwam met een eye-opener: twintig procent van wat een vrouw in haar garderobe heeft hangen wordt tachtig procent van haar tijd gedragen! Maar ja, het gaat de vrouw altijd om die twintig procent, wanneer ze op haar best wil zijn.
Het succes dat Moniek nu boekt heeft een lange aanloop gehad. Haar modeactiviteiten volgden lange tijd haar liefdesavonturen. Achttien jaar geleden had ze een breifabriekje in Roemenië, later runde ze een atelier in Griekenland. Eenmaal terug in Nederland wist ze niet over welke boeg ze het moest gooien. Vijf jaar geleden startte ze hier. Pas toen Bart van der Meer twee jaar geleden met PMH Investments een aandeel verwierf in het modelabel is er door de toenemende slagkracht schot in het bedrijf gekomen. byOni heeft al 60 verkooppunten. Niet alleen in ons land, maar ook in Duitsland en Engeland, waar haar mode een hit is. ‘Ja, het gaat nu lekker snel. Precies zoals ik het wil hebben,’ zei een opgetogen Moniek na de show.
Moniek gaat alleen voor het beste. Ze haalt haar garens uit Italië en ze laat in Griekenland haar kleding maken door vakkundige ambachtslieden.
Het High Fashion Event was zeer geslaagd. Mede door het randprogramma. Er was een hippe MINI-show van De Beier, een wijnproeverij van Fokke van der Meer van De Wijnimporteurs, terwijl het team van Doubble U van Wietske Kerkstra de prosecco serveerde. De muzikale omlijsting werd verzorgd door Hind en door de Big Band Sisters onder aanvoering van Elly May.
Sportredactie Omrop Fryslân redt jonge draver van dood
LEEUWARDEN – De sportredactie van Omrop Fryslân heeft een paard gekocht. Het paard, een draver van nog geen anderhalf jaar oud met de naam Derek Buitenzorg, werd voor niet meer dan € 100 verkocht op de jaarlijkse veiling van de drafbaan in Wolvega. De prijs was een absoluut diepterecord. Via de nieuwe eigenaar, een handelaar, zou het beest zo goed als zeker naar de slachterij gaan. Toen veilingmeester en speaker van de drafbaan, Hans Sinnige, dit schrijnende verhaal in het sportprogramma van Omrop Fryslân Radio vertelde, kwam de redactie in actie. Voor het slachtersbedrag van € 250 is het paard nu eigendom van de sportreporters.
Maar dat is nog maar het begin van het traject. De jonge draver moet getraind en opgeleid worden voor de baan. Via Hans Sinnige is een trainer gevonden en een stal waar de draver ondergebracht kan worden. Die stal is van Eelke Kruis, bekend als eigenaar van de eerder dit jaar gestorven prijsdraver Action Skoatter. Derek leeft nog, maar nu begint het pas. De redactie kan het niet alleen, zegt eindredacteur sport Gerrit de Boer.
‘Help ons paard en help Derek Buitenzorg bij de opleiding tot draver. Dit traject duurt nog één tot twee jaar. Word donateur van het ‘Boppeslachpaard’. De redactie zal er voor zorgen dat donateurs regelmatig via de diverse media van de Omrop (internet, radio, tv en twitter) op de hoogte worden gehouden van het welzijn van het paard en hoe het met zijn opleiding gaat. En als het tot een debuut komt, zijn alle donateurs natuurlijk van harte welkom op de baan van Wolvega! Mocht de opleiding uiteindelijk niet slagen, dan wordt er een goed plekje voor Derek gezocht,’ aldus Gerrit.
Mensen die willen helpen, kunnen hun donatie overmaken naar bankrekening 116565713, onder vermelding van ‘Boppeslach hynder’. Alle kleine beetjes helpen. Al het geld gaat naar de training van het paard. Mocht er geld overblijven, dan gaat dat naar een goed doel.
Roel Falkena herdacht zijn laatste slag
Piet Boelens loopt met marathon New York € 25.000 voor KiKa
NEW YORK – Met een tijd van 3 uur, 34 minuten en 50 seconden liep de 59-jarige Piet Boelens uit Kollumerzwaag zijn beste marathon ooit. In New York, de meest prestigieuze marathon ter wereld. Maar nog veel belangrijker dan dot persoonlijk record was de winst die hij boekte voor KiKa kinderen kankervrij. De teller is de € 25.000 al gepasseerd!
Met allerlei acties heeft Piet dit bedrag bijeengebracht, maar vooral dankzij zijn loopprestaties die alom respect afdwingen. Piet is pas in 2007 met deze sport begonnen nadat hij een jaar eerder werd getroffen door twee herseninfarcten. In 2007 kwam daar nog een uitval bij en in 2008 was het wederom raak met een beroerte.
Hij besefte dat het leven zomaar afgelopen kan zijn. Omdat men het nog veel slechter dan hem kan treffen, zoals kinderen met kanker, besloot Piet de benen uit zijn lijf te rennen voor KiKa.
‘Het lopen zelf is natuurlijk al heel goed voor mij, voor zowel lichaam als geest, maar dat je niet alleen voor jezelf loopt maar ook voor een ander, geeft een voldoening die ik bijna niet onder woorden kan brengen,’ aldus Piet tijdens het benefietdiner dat in Frouckje State werd gehouden en waar zo’n zestig gasten aanwezig waren. Ze kregen voor € 129 niet alleen een parade van culinaire ‘mondvermaakjes’ en aansluitend een geweldig diner voorgeschoteld, maar ook een muzikale geste van Friese topartiesten zoals Piter Wilkens, Elske DeWall, Gerrit Breteler met pianobegeleiding van Peter van der Zwaag en celliste Dana de Vries met pianobegeleiding van Elena Malinova.
In New York beleefde Piet een opmerkelijke ervaring toen hij niemand minder dan recordinternational Edwin van der Sar op 5th Avenue voorbijliep. En dat terwijl de pas gestopte keeper eerder was gestart dan hij! Een bewijs dat Piet in slechts luttele jaren een prima conditie heeft opgebouwd. ‘Op een schaal van 100 ben ik als 14e geëindigd. Oftewel ik heb 81% achter me gelaten,’ vertelt Piet. Een prestatie om trots op te zijn. ‘Dat vond ook een mij onbekende man die mij belde toen ik op Schiphol was teruggekeerd. De man bleek net zijn 50-jarig huwelijk te hebben gevierd. Hij kwam bij mij thuis langs en doneerde vlot € 1.250. Ik had de tranen in mijn ogen. Kennelijk heb ik mensen geïnspireerd,’ aldus Piet.
Ulbe 50
Afscheid van een boer, een boef en een charmeur
Peptalk van Dirk Hoekstra op Friese Vastgoedborrel
Architect Gelt Glas viert comeback
LEEUWARDEN – De architectuur heeft het zwaar te verduren. ‘Het aantal opdrachten in 2011 is nog slechts 40 procent van het werk dat architecten in 2007 gezamenlijk onderhanden hadden,’ schreef De Volkskrant. Gelt Glas (voorheen Abel Eisma Glas) ondervond de klad als een van de eerste. In afgeslankte vorm en vol nieuwe energie gaat hij verder onder de naam Gelt Glas, de Architecten.
Hij heeft zich gesetteld in de onttakelde molen aan het Vliet in Leeuwarden. Volgens Glas loopt het bloed er niet langs de muren, zoals Het Parool de rampspoed in de wereld van de architecten schilderde. De herbouw toont aan dat hij aan creativiteit nog niets heeft ingeboet, vindt Glas. ‘Kom gerust een kijkje nemen in ons nieuwe kantoor, want daar tref je het tegendeel aan,’ aldus Gelt, die brood ziet in de toekomst. ‘De vraag naar nieuwe gebouwen mag dan zijn afgenomen, het belang van herbestemming neemt daarentegen toe. Er is nog volop werk aan de winkel.’
Glas heeft een flinke tik te incasseren gekregen, maar hij is weer opgestaan: ‘Met het elan en de passie die bij een bevlogen architect horen ga ik door met nieuwe, functionele en oogstrelende ontwerpen. Binnenstedelijk bouwen blijft nieuwe kansen bieden en die zal ik grijpen.’
DijkstraDraisma in de top
Trijntje Wiel eerste waterlandgoed in Nederland
BROEK – De schop is in de grond gegaan op Trijntje Wiel in Broek, het eerste waterlandgoed in Nederland. Nu het licht op groen is gegaan voor dit ambitieuze project is een voortvarende start gemaakt. Er is echter nog geen aanvang genomen met de bouw van de door architect Eerde Schippers (Inbo) ontworpen drie villa’s (€ 2,5 miljoen per stuk) omdat kopers zich nog niet hebben gemeld, hoewel de belangstelling op gang komt. Het zou trouwens ook maar zo kunnen zijn dat zich één gegadigde aandient.
Commissaris van de Koningin John Jorritsma was in hoogsteigen persoon naar de boerderij van de initiatiefnemers Klaas en Jacqueline Kloosterman gekomen om de realisatie op te luisteren. Hij liet weten dat het niet veel had gescheeld of hij was een Broekster geworden. Wijlen gedeputeerde Anita Andriesen, zelf een ‘klaeiklút’, had hem op dit waterdorpje gewezen. Er werd geroezemoesd welke woning hij op het oog zou hebben gehad. Wel, dat was de nieuwe neoclassicistische woning van Henk Jan de Jong. De woning stond toen, nog in aanbouw, te koop. De commissaris krijgt een nieuwe kans op Trijntje Wiel, maar dan zal er flink in de portemonnee moeten worden getast.
Verzet Klaas Kloosterman is blij dat alle hobbels zijn genomen. Afgelopen voorjaar verklaarde de Raad van State alle nog lopende bezwaren ongegrond. Er is veel verzet geweest vanuit het dorpje tegen dit plan. Dat is legitiem, maar de strijd heeft sporen nagelaten in de kleine Broekster gemeenschap. Aan de andere kant moet worden gezegd dat het protest niet zonder resultaat is gebleven want het plan is op onderdelen in positieve zin aangepast, zoals minder hoge gevels en meer inbedding in de natuurlijke omgeving.
Al maaiend vatte bij Klaas het idee post om iets te doen met de landerijen (35 ha.) achter zijn boerderij, die in vroeger tijden moerassig waren en poelen hadden. Toen uitbreiding van zijn bedrijf er niet in zat gooide Klaas het over een andere boeg. Hij is in een maatschap gaan werken met zijn broer in Hellendoorn, waar de Kloostermannen vandaan komen. In wezen had hij vanaf dat moment de ruimte om zijn plannen te verwezenlijken. Tegen ambtelijke windmolens is het lastig strijden en vandaar dat Klaas het hogerop zocht. Hij vroeg Anita Andriesen om steun en zette haar zelfs onder druk: of je schrapt het landgoedwonen uit het streekplan, of je helpt me. Anita deed het laatste. Immers, het streekplan schrijft voor dat initiatieven en ontwikkelingen van onderop moeten komen. ‘Hoe hoger de zeeën, hoe meer steun,’ ervoeren Klaas en Jacqueline. Van Skarsterlân genoten ze voldoende support. De gemeente stelde zich vanaf het begin constructief op. Uiteindelijk besloot de raad met een overgrote meerderheid van 19 tegen 2 voor het plan te stemmen.
Open voor publiek In het ontwikkelen van landgoederen wordt woningbouw gekoppeld aan natuurgebied dat opengesteld moet zijn voor publiek. Wandelaars en fietsers kunnen in de toekomst vanaf de Plústerdyk in Broek een rondje maken richting Jouster sluis. Het landgoed, geboren op de tekentafels van NoordPeil in Sneek (Els van der Laan) grenst aan de Noorder Oudeweg. De villa’s zijn gelegen aan de Zijlroede.
Nico Minnema, vroeger werkzaam bij It Fryske Gea, is verantwoordelijk voor de natuurzaken.
‘Het wordt weer zoals het was. Dit landschap is door de jaren heen als gevolg van de landbouw uitgekleed. De seizoenen zullen hier herleven en merkbaar zijn. Hooi-, gras- en rietlanden worden gecreëerd, en plassen en poelen worden gegraven,’ zei hij tijdens de presentatie. Het beheer wordt gedaan door Klaas zelf.
DVC met vlag en wimpel 75 jaar
DOKKUM/LEEUWARDEN – Bij de verloving van Prinses Juliana en Prins Bernhard in 1936 wakkerde de Oranjekoorts flink aan. In de donkere crisisjaren tegen de achtergrond van het Naziregime in Duitsland was de kwetsbare monarchie, met Juliana als enig kind van Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik, een bindend element in de samenleving, waarop velen hoop voor de toekomst koesterden. Het besluit van textielhandelaar Johan Demes uit Dokkum om oranje en rood-wit-blauwe zwaaivlaggetjes te maken werd dan ook een doorslaand succes. Binnen vier maanden waren er bijna één miljoen verkocht! Omzet: ƒ 35.000 (€ 16.000). Een jaar later, in 1937 toen het Koninklijk huwelijk werd gesloten, was de Dokkumer Vlaggen Centrale (DVC) geboren. Grote gebeurtenissen kunnen historische gevolgen hebben.
In 2012 bestaat DVC dus 75 jaar. Dit jubileum werd in de Leeuwarder stadsschouwburg De Harmonie ingeluid met de documentaire De Vlag van regisseur Michiel van Erp. De première was tijdens het Noordelijk Film Festival waarvan De Vlag een onderdeel vormt en waarop het meedingt om de prijzen.
Directeur Robert-Jan Hageman van DVC had een Bert Haanstra-achtige film in gedachten: het filmen van de technieken en het ambacht om vlaggen te ontwerpen en te produceren, en te laten zien hoe, waar en wanneer Nederland vlagt. Zeg maar een sociaal portret met de vlag als middelpunt. ‘Maar ik gaf Michiel de vrije hand. Ik vond dat ik hem als creatieveling niet moest opzadelen met een opdracht,’ aldus Robert-Jan.
Het werd een andere film. Na afloop waren de gasten enthousiast over het resultaat. Michiel, een van de beste documentairemakers in ons land, had DVC helemaal buiten beschouwing gelaten. Zijn opzet was een extra dimensie aan de vlag te geven door enkele opmerkelijke verhaallijnen te volgen: een optreden van een Chinese theatergroep tijdens Oerol op Terschelling, de viering van de Slag bij Warns (van 1345, toen de Friezen de Hollandse aanvallers in de pan hakten), de vrolijke Griekse immigrant Lefteris Tsagarakis die na vele jaren en ondanks de crisis nog steeds een patriot is en die op hoogtijdagen een aan elkaar genaaide vlag van Nederland en Griekenland op zijn erf in Sneek in top hijst, de vroegere skûtsjekampioen Teake van der Meulen van Woudsend en kamerheer Rienk Wegener Sleeswijk, die alles weet over de vlagetiquette.
Dat de vlag bij zonsondergang moet worden gestreken is van oudsher geen voorschrift, laat hij weten. ‘Het was zonde de vlag te laten hangen. Ten eerste omdat je de vlag toch niet zag en ten tweede omdat een vlag vroeger duur was en men er zo lang mogelijk mee wilde doen. Van goed gebruik is het overdag vlaggen tot etiquette gegroeid,’ zei Rienk Wegener Sleeswijk, die zijn Groninger collega-kamerheer Jaap Wolters (oprichter van Hanzevast) meenam naar de première.
Teake van der Meulen showde in de film de SKS-wimpel die jaarlijks aan de kampioen wordt uitgereikt. Na de prijsuitreiking staan de 14 schippers in klassementsvolgorde achter de wimpel. De nummer laatst bij het puntje. ‘Daar wil je dus niet staan,’ sprak tweevoudig titelhouder Teake veelbetekenend.
Zo werd op bijzondere wijze afgetrapt naar het jubileumjaar, hoewel het familiebedrijf in wezen veel langer bestaat. Eind achttiende eeuw trokken veel ‘lapkepoepen’ (lompenhandelaren) uit het Duitse Westfalen naar ons land, denk aan de Brenninkmeijers van C&A. Zo vestigde Joannes Demes zich in 1798 als weversknecht in Dokkum. In 1833 begon zijn zoon Hermanus Demes een eigen weverij annex blauwververij, welk bedrijf in 1855 door de derde generatie Joannes G. Demes werd overgenomen. Hij legde zich later toe op de textielhandel, die vanaf 1897 werd gerund door Herman Demes, die aan de Grote Breedstraat een manufacturenzaak opende. Onder de vijfde generatie Johan Demes groeide de winkel uit tot een grote detailzaak. In de oorlog lag de vlaggenproductie stil, maar na de bevrijding trok de handel aan.
Vanaf de jaren vijftig, onder leiding van de zesde generatie Joop en Gerhard, werden op de vestiging aan de Kloostersingel uitsluitend (genaaide) vlaggen gemaakt. Het bedrukken werd uitbesteed, tot DVC een eigen textieldrukkerij opende. In 1981 kwam alles onder één dak en groeide DVC uit tot een internationaal gerenommeerde vlaggenproducent. Anno 2011 zijn de aandelen in handen van Ineke Demes-Ossel, de weduwe van de in 1990 overleden Gerhard. Haar dochter Anne-Marie, de zevende generatie, coördineert IT-projecten in de familieonderneming. Momenteel is DVC intensief bezig met de productie en verkoop van de officiële Sinterklaasvlag, die past in een rijke traditie opvallende vlaggen.
Peter Bekkema Register Valuator
WOLVEGA – Peter Bekkema (48) uit Wolvega is geslaagd voor het examen van de Stichting Waarderingsonderzoek Bedrijf en Onderneming (SWBO). Hij had zijn studie Business Valuation aan de Erasmus Universiteit reeds afgerond. Bekkema mag zich behalve registeraccountant nu ook Register Valuator noemen.
Een Register Valuator is een financieel specialist met een grondige kennis en expertise op het gebied van waardepaling. De meest voorkomende waardebepaling heeft betrekking op eigendomsoverdracht van aandelen in een onderneming. Daarbij zijn verschillende varianten te onderscheiden: een strategische overname, een management buy-out, uitkoop van een minderheidsaandeelhouder, bedrijfsopvolging, boedelscheiding of vererving. Verder spelen waardebepalingen een rol bij het bepalen van economische schade, bij fiscale kwesties en gerechtelijke procedures en bij het invoeren van aandelen- en optieregelingen.
Naast de transactiegerichte activiteiten is de Register Valuator ook veelvuldig actief op het gebied van bedrijfsfinanciering, waardebepaald management, (des)investeringsvraagstukken en andere aspecten van corporate finance. Een Register Valuator kan optreden als vertegenwoordiger van een cliënt, als onpartijdig adviseur voor meerdere partijen of als arbiter.
Keurnorm voor Micronclean
BOLSWARD – Als enige in de markt is de wasserij Micronclean gecertificeerd volgens de Medical Device normering; een internationaal erkende norm voor kwaliteitsmanagement in de wereld van de medische hulpmiddelen. Zowel het product als het proces is gecertificeerd.
Op de foto één van de cleanrooms waarin men alle artikelen (cleanroomkleding, schoonmaakmoppen en klompen) gaat wassen, drogen en vouwen. Via de lopende band verlaten deze artikelen de cleanroom waarna men de artikelen in kisten verpakt en wegstuurt naar de klant.
Indexus Vermogensbeheer genomineerd voor Gouden Stier
HEERENVEEN – Indexus, onderdeel van Nyenburgh Vermogensbeheer, is genomineerd voor een Gouden Stier in de categorie beste vermogensbeheerder. Het concept van beleggen in zogenaamde trackers wordt steeds populairder bij beleggers en groeit momenteel snel in Nederland.
Volgens Gosse Akkerman en Peter Bulte van de vestiging in Heerenveen toont de nominatie aan dat Nyenburgh zich ook in mindere economische tijden kan onderscheiden en relaties goed kan bedienen.
‘Onze kracht ligt met name op het bieden van persoonlijke aandacht in combinatie met het geven van eerlijke, onafhankelijke adviezen. Alle adviseurs binnen Nyenburgh hebben een zeer lange ervaring op beleggingsgebied en laten zich niet leiden door de waan van de dag,’ aldus Gosse.
Naast vermogensbeheer biedt Nyenburgh tevens beleggingsadvies.
Prinses Margriet blaast stoom af
Syb en Adriana gaan trouwen
Friesland ondersteunt bouw zeilend vrachtschip in Harlingen
HARLINGEN – Harlingen, de enige Friese zeehaven, is de ideale plaats om te starten met de bouw van zeilende zeevrachtschepen (Ecoliners). Dergelijke vrachtvaarders kunnen de helft aan brandstof besparen. Gedeputeerde Staten trekken 150.000 euro voor uit om de bouw van het eerste schip op weg te helpen. Dat zei commissaris van de Koningin John Jorritsma bij de opening van de Noordzeedagen in Leeuwarden.
Vrachtschepen zijn nog slechter voor het milieu dan gedacht. Dat blijkt uit onderzoek van de Internationale Maritieme Organisatie. Een gemiddelde vrachtvaarder gebruikt 10.000 liter brandstof per dag. Het gebruik van zeilen of zonnecellen helpt het milieu en beperkt de brandstofkosten.
De beoogde vrachtvaarder krijgt een lengte van 130 meter en heeft een capaciteit van 8.000 ton vracht. Het bedrijf Fairtransport BV uit Den Helder is al langer bezig met de plannen voor zo’n Ecoliner. Friese partijen in dit project zijn de gemeente Harlingen, de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (Kenniscentrum Jachtbouw), het Technologie Centrum Noord Nederland en het bedrijf Ameland Shipping BV. Met dit pact is in Harlingen voldoende kennis aanwezig om het schip te bouwen. Friesland heeft een aanvraag ingediend voor Europees geld voor het project. Als dat rond is, vergroot dit de mogelijkheden om internationale partijen aan de bouw te binden. De bouw van een Ecoliner kost tussen de 15 miljoen en 17 miljoen euro.
FibreMax maakt superkabels voor grootste hijsklus ter wereld
JOURE – Rinze van der Schuit van FibreMax stond er eigenlijk zelf versteld van: binnen twee maanden hadden hij en zijn team de kabel ontwikkeld die gebruikt gaat worden voor een van de grootste hijsklussen ter wereld. Hij komt superlatieven te kort: ‘Ons bedrijf heeft werkelijk een heel bijzondere topprestatie geleverd om in zo’n korte periode het hele traject van engineering, testen en de certificering door Lloyd’s af te ronden. Dag en nacht is er gewerkt. Onze opdrachtgever die ik niet kan noemen was aangenaam verrast. Uit dit succes zullen grote vervolgopdrachten voortvloeien.’
De kabel heeft een trekkracht van bijna duizend ton en is zeer licht, wat veel voordelen geeft bij het hijsen. Om de sterkte te illustreren: één zo’n kabel met een diameter van slechts tien centimeter tilt duizend auto’s of drie volgeladen Jumbo’s. Een extra moeilijkheidsgraad was dat de kabel gevorkt moest zijn, oftewel een fitting met twee ogen op de uiteinden. Het was heel lastig om de verdeling van de spanningsopvang zo exact te maken dat de krachten tot op 100 kg gelijk zijn over de kabel en de vork.
De kabel is gemaakt van aramidevezels (Twaron). Rek zit er in tegenstelling tot touw, kunststof of staal niet in deze speciale kabel, wat een belangrijke factor vormt in bijvoorbeeld de verankering van reusachtige boorplatforms. Aramidevezels laten zich niet eenvoudig bewerken, maar met de ingenieuze wikkelmachine van de computergestuurde lijnbaan van FibreMax in Joure slaagt men er in dit materiaal zo te bewerken dat de trekkracht van de supersterke vezel geoptimaliseerd wordt.
Eindeloos wikkelen Rinze van der Schuit is de bedenker van endless winding. Met andere woorden: eindeloos wikkelen. Dat lijkt simpeler dan het is omdat je geen ongelijke lengtes mag hebben want dan gaat het principe van de zwakste schakel in werking treden. Door dit wikkelsysteem heeft de kabel geen begin en/of eindpunt. Zeven jaar geleden paste Van der Schuit dit principe met PBO (een kunststof even duur als goud) toe in verstagingen op zeiljachten. SmartRigging (slim verstagen), noemde hij dit nieuwe product. Omdat PBO veel lichter en sterker is dan staal, waarbij eindverbindingen nodig zijn, snijdt het mes aan twee kanten: minder gewicht aan boord en sterkere c.q. stijvere stagen. Zeilen met SmartRigging gaat dus sneller. Je moet dan wel een sportieve zeiler zijn.
‘Voor wie met een kratje bier van Stavoren naar Enkhuizen wil zeilen heeft het geen zin, of je moet een paar flesjes minder willen drinken,’ lacht Van der Schuit. Rinze van der Schuit is zelf een verwoed zeiler.
‘Het was mijn ultieme droom om dit te bereiken,’ zegt hij. Zijn product maakte furore en de onderneming die hij er in begon werd opgestoten in de vaart der volkeren. SmartRigging werd net als FibreMax een begrip. Het hoeft geen betoog dat er natuurlijk veel meer toepassingen zijn voor kabels van speciale kunststoffen: in de offshore, in het kranen, de verankering van boorplatforms en antennetorens (kunststof stoort minder dan staal), en de mijnindustrie (denk aan draglines).
Kunststof vormt letterlijk en figuurlijk de rode draad in het ondernemersleven van Rinze van der Schuit, die de voordelen nog maar eens opsomt: geen staalmoeheid, veel minder gewicht dan staal (verhouding gemiddeld één tegen negen), minder onderhoud, slijtvast, geen roest, geen rek en dus duurzamer en besparend. Staal is gevoelig voor weersinvloeden en veroudert sneller.
Niet alle kunststofmaterialen zijn gelijk en even geschikt voor bepaalde toepassingen. Aramidevezels zouden stagen te dik maken voor de zeilsport. Van der Schuit: ‘Waar het om draait is hoeveel trekkracht je uit de vezel haalt.’
Denktank De recente opdracht uit de olie- en aardgasindustrie was om zo snel mogelijk kabels tot duizend ton te kunnen opschalen zodat men nog aan het einde van dit jaar het product kan gebruiken. Met een selecte denktank ging Van der Schuit aan de slag. Een project met een hoog afbreukrisico. Immers, FibreMax heeft een naam hoog te houden.
‘Het leek alsof de wet van Murphy roet in het eten zou gooien. We kregen te maken met tegenslag op tegenslag. Viermaal brak de kabel op de testbank. Vijftigduizend euro per breuk naar zijn grootje. Op een gegeven moment wisten we dat het niet aan ons product kon liggen. Bleek de trekbank, een gigantische installatie in een grote fabriekshal waarvan de vloeren speciaal gefundeerd zijn, niet goed genoeg te zijn afgesteld. Toen het de vijfde maal wel lukte en de kabel sterk genoeg bleek, hadden we de tranen in de ogen,’ vertelt Van der Schuit gloedvol deze bijzondere ervaring in zijn leven.
Eventueel had de kabel ook nog van polyester gemaakt kunnen zijn om dezelfde trekkracht te bereiken, maar dan zou de kabel veel dikker en driemaal zo zwaar worden, waardoor deze niet meer zou zijn te manoeuvreren bij het takelen.
Patent heeft Van der Schuit niet op zijn vinding aangevraagd. Hij zou er alleen maar apen mee leren klimmen. Je moet dan namelijk publiceren en daarmee worden geheimen blootgelegd.
‘We zouden er dus niks mee opschieten. Onze technologische voorsprong, en die te behouden, is voldoende om de concurrentie op afstand te houden. We zijn al jaren bezig en de kennis die wij hebben, heeft niemand. Eigenlijk schuilt het speciale van onze producten in de machines. Die moeten eerst worden ontwikkeld willen we überhaupt kunnen produceren. Zes jaar geleden tekende ik het principe van eindeloos wikkelen op een overheadsheet bij een touwfabrikant. Ik werd er om uitgelachen, nu zijn wij hun grootste concurrent in de offshore. Ik bedoel maar…’
Snelheid Rinze van der Schuit is altijd een uitvinder geweest en een liefhebber van snelheid. Hij bouwde eigenhandig een sportauto (Rush) waarmee hij Donkervoort versloeg. Op het water manifesteerde hij zich met de bouw van een powerboot. Maar daarna is het bezit van de zaak al snel het eind van het vermaak en wachten er nieuwe uitdagingen. De zeven bedrijven in filters, spuitcabines, airconditioning en automotives die hij bezat verkocht hij in 2000. De man die op de LTS begon en die zijn dyslexie gebruikte als brandstof voor nog meer energie, was altijd al de studiebollen de baas. ’s Nachts borrelen de ideeën op: ‘Ik ga naar bed met een probleem en ik word wakker met een oplossing.’
Om de tijd als rustend ondernemer te doden werd hij de rechterhand van jachtbouwer Jan Jongert, die hij in Monaco leerde kennen: ‘Ik raakte met hem aan de praat. Driekwart jaar heb ik met hem gewerkt. Juist in die periode sloegen wereldwijd 27 jachten om doordat de verstagingen braken. Ik zag er meteen handel in. Wil je meedoen?, vroeg ik hem. Daar had hij geen zin in. Later is Jongert failliet gegaan.’
Jongensboek Het levensverhaal van Rinze van der Schuit lijkt op dat van een jongensboek: visioenen, hooggespannen verwachtingen en toekomstdromen. Maar hij maakt ze waar. Iedereen wil zijn verhaal aanhoren. Voor lezingen wordt hij regelmatig gevraagd. Echter, er liggen klemmen op de weg.
Tientallen miljoenen moet Van der Schuit investeren om de producten in de markt te kunnen zetten. Hij wil een fabricagehal bouwen van anderhalve kilometer lengte, de grootste in Europa. Hij is van mening dat hij zich bezighoudt met nieuwe bedrijvigheid en dat hij, mede gelet op zijn plannen, recht heeft op SNN-geld. De beheerders van deze noordelijke geldpot willen evenwel niet over de brug komen. Rinze van der Schuit: ‘Ze zeggen doodleuk: een kabel is een kabel. Ongelooflijk! Iedereen staat achter me, ook de provincie, iedereen doet zijn uiterste best, maar tot nu toe krijg ik nul op rekest.’
Hij weet niet zeker of hij wel in dit land moet blijven. In het buitenland zijn de vestigingsfactoren veelal gunstiger want Nederland is klein voor een fabriek van anderhalve kilometer. De overwegingen van een vertrek klinken als een dreigement, zo is het echter niet bedoeld.
‘Maar ik word niet vrolijk van een stelletje mensen uit Groningen dat geen kennis van zaken heeft en die ook niet willen doordenken.’
Boek Jopie Huisman voor Bert van Marwijk
MUIDEN – Tijdens de jaarlijkse KNVB Meet & Greet geven Jacob en Joop Huisman twee exemplaren van de door Albert van Keimpema geschreven biografie over Jopie Huisman aan bondscoach Bert van Marwijk en persfunctionaris Kees Jansma. Ze toonden zich verguld met het boek ‘Jopie Huisman – De Andere Kant’. Beide mannen zijn geïnteresseerd in kunst en cultuur.
Het Nederlands elftal was in de voorbereidingsperiode van de twee gewonnen EK-kwalificatieduels tegen San Marino en Finland te gast aan boord van vijftien IFKS-skûtsjes, die een wedstrijd zeilden bij Muiden. Na afloop was er een buffet in het clubhuis van de Koninklijke Nederlandsche Zeil- & Roeivereeniging, waar ook de prijsuitreiking werd gehouden.
De expositie in het Sleeswijckhuys in Workum duurt tot 6 november. www.jopiehuisman-deanderekant.nl
Sjoerd haalt Sietske op
MAKKUM – In een snelle maar geruisloze Tesla – een elektrische auto die een acceleratie heeft van nul tot honderd km in vier seconden – haalt de vertrekkende gedeputeerde Sjoerd Galema zijn opvolgster Sietske Poepjes van huis voor haar installatie op het provinciehuis. Sietske Poepjes, nog single, is met haar 32 jaar de jongste gedeputeerde in de Friese geschiedenis en thans ook de jongste van Nederland. Ze is geboren en getogen in Makkum, waar ze in de Bleekstraat in een eeuwenoud gerieflijk huis woont. Sietske zegt heel veel zin in haar nieuwe functie te hebben. Ze zat vanaf 2007 namens het CDA in de Statenfractie en in het dagelijks leven was ze juriste bij de gemeente Lemsterland. Haar portefeuille als gedeputeerde is verkeer vervoer, provinciale waterstaat, milieubeleid en internationale contacten. Over haar familienaam Poepjes (velen met die naam hebben die in de loop der jaren laten veranderen) zegt ze dat die wellicht ‘onelegant’ is, maar dat ze niet beter weet en eraan gewend is.
‘Voor mensen buiten Friesland kan de naam een voordeel zijn omdat ze die niet snel vergeten,’ aldus de nuchtere Sietske, die in provinciale staten wordt opgevolgd door Fenny Reitsma-Hazelhoff (56) uit Ferwerd.
De Centrale As moet er komen
LEEUWARDEN – De provincie is vol vertrouwen over de voorgenomen aanleg van De Centrale As in Noordoost-Friesland, waartegen protesten uit de samenleving zijn gerezen. Het gevecht voor de zo gewenste realisatie van dit project moet tot aan de Hoge Raad worden gestreden.
Na de zittingsdag voor de Raad van State had de inmiddels vertrokken gedeputeerde Sjoerd Galema een goed gevoel over de kans van slagen. ‘Deze dag geeft vertrouwen. Ik denk dat we goed hebben kunnen uitleggen waarom deze weg er moet komen: een grotere verkeersveiligheid, betere bereikbaarheid, ontsluiting van gebieden in de periferie, het versterken van de economie, milieuvoordelen en natuurlijk meer leefbaarheid in de dorpen die nu nog doorsneden worden door een drukke weg waar het verkeer vaak langzaam rijdt of stilstaat. Dat zijn evidente argumenten waar het om draait. Het gaat niet over de weg alleen. Het is de weg die Noordoost- Fryslân verdient. De regio gaf het zelf ook aan tijdens de zitting,’ aldus Galema.
Ook het Maatschappelijk Initiatief De Centrale As heeft van zich laten horen in de zaal van de Raad van State. Ze waren met meer dan 50 personen aanwezig. Het Maatschappelijk Initiatief bestaat o.a. uit vertegenwoordigers uit de zorgsector, het onderwijs, het bedrijfsleven en dorpsbelangen uit Noordoost-Fryslân. Namens hen sprak Albert van der Ploeg: ‘Het is mooi dat we als regio hebben kunnen laten zien dat we achter de weg staan. Een brede maatschappelijke groep is voorstander van de weg. De Centrale As is belangrijk voor de toekomst van onze regio.’
De Raad van State hield medio september zitting in de bodemprocedure over De Centrale As. De uitspraak volgt op zijn vroegst eind oktober.

