Terug naar hoofdinhoud

Kroniek van het goede leven in Friesland

Zakelijk human interest magazine
Verschijnt tweemaandelijks – jaarabonnement € xxxx
Redactie: Albert van Keimpema
Abonnement: administratie@friesjournaal.nl

Andries Noppert wereldkeeper

JOURE – De carrière van Andries Noppert leest als een jongensboek. Ontdekt op de velden van SC Joure, een talent maar ook een Pietje Bell in de jeugd van Heerenveen, een vertrek naar Breda, vergeten bij het Italiaanse Foggia, verpieterd in de krochten van het betaald voetbal, een jaar geleden reserve bij Go Ahead, in de zomer getransfereerd naar Heerenveen en nu… op 28-jarige leeftijd een van de beste keepers ter wereld!

Dit had niemand kunnen bevroeden: Andries Noppert die in 2021 ten langen leste door keeperstrainer Harmen Kuperus (uit Idskenhuizen) bij FC Dordrecht vandaan werd geplukt om zijn provinciegenoot als tweede doelman naar Deventer te halen waar Kees van Wonderen de coach was. Toen Warner Hahn fouten maakte mocht Andries halverwege het seizoen onder de lat staan. Zijn debuut maakte Andries nota bene in de bekerwedstrijd in en tegen Heerenveen op 18 januari 2022 (0-1). Het resultaat werd voor Heerenveen als ondermaats gezien maar Andries hield gewoon alle ballen eruit.

‘Als je het goed doet word je eerste keeper,’ had Kees hem vooraf al ingefluisterd. Dus keepte hij de rest van het seizoen. 

Al gauw werd in de Adelaarshorst ‘Andries in Oranje’ gescandeerd. Op dat moment werd de interesse van bondscoach Louis van Gaal gewekt. Hij wist in de zomer al dat hij Andries zou selecteren. De Friese pers nam dat niet serieus, negeerde op influisteren van de vijfde colonne van Heerenveen alle signalen. Zelfs toen Andries al tot eerste keeper was gekozen, meldden de provinciale media dat hij alleen voor een strafschoppenserie meegenomen was naar het WK.

En zie, hoe dat verliep. Andries, met 2.03 de langste WK-speler, ontpopte zich als een topkeeper. Heel veel te doen had hij niet maar hij redde Oranje op cruciale momenten.

Nadat grote reputaties als Thibaut Courtois (België, Real Madrid) en Manuel Neuer (Duitsland, Bayern München) sneuvelden, is er een nieuwe lichting topkeepers. De beste vier van de wereld zijn nu Dominik Livakovic (Kroatië, Dinamo Zagreb),Yassine Bounou (Marokko, Sevilla), Emiliano Martinez (Argentinië, Aston Villa) en… Andries Noppert. Zijn marktwaarde moet worden geschat op zo’n € 25 miljoen.

Zilvermeeuw krijgt vorm

JIRNSUM – De Zilvermeeuw krijgt vorm. Het casco is nagenoeg klaar en in het nieuwe jaar kan er worden begonnen met het inbouwen van de motor en alle techniek. William Kuipers uit Heerenveen laat de majestueuze bakdekkruiser uit 1938 restaureren en vernieuwen. Het FJ volgt van tijd tot tijd dit ambitieuze project dat twee jaar duurt. Het casco is vernieuwd door Jachtbouw De Vries in Jirnsum. Het is verbluffend om te zien hoe vakbekwaam dat gebeurt. En op puur ambachtelijke wijze. Het oog van de meester – in dit geval Eddy de Vries – vormt de maat.

Pikmeerkruiser in The Crown met Queen Elizabeth aan boord

GROUW – Alle bootliefhebbers keken hun ogen uit toen ze de nieuwste afleveringen van de Netflix-hit The Crown zagen: daar voer een Pikmeerkruiser! Met Queen Elizabeth aan boord! Kijk, die Engelsen hebben gevoel voor stijl en klasse. Die dachten: dit schip leent zich voor de serie. Want dat de onlangs gestorven Queen ooit in een Pikmeerkruiser heeft gevaren, lijkt onaannemelijk. 

De Pikmeerkruiser herken je meteen aan de prachtige, strakke, elegante lijnen. Het viel pleziervaarders dus meteen op dat deze typisch Friese kruiser met geringe doorvaarhoogte voorbijvoer. 

Audio experience center Van Deynen: horen is zien

SINT NICOLAASGA – Alsof engeltjes in je oren piesen, zo ongelooflijk welluidend klinken de audio- en videosystemen van Van Deynen smart solutions, specialist in domotica, beeld, geluid en akoestiek. In het schitterende nieuwe audio experience center aan de Tsjûkemarwei in Sint Nicolaasga zijn belevingsruimtes ingericht en je weet niet wat je ziet en hoort, althans, je wíst het niet. Want bij Van Deynen openbaart zich een compleet nieuwe wereld. Alles daar overtreft namelijk de aardse werkelijkheid. Van Deynen staat dan ook aan de top op hun vakgebied. Beveiliging, lichtplan, op afstand bedienbare systemen en alles wat woon- en werkcomfort verhoogt kan worden geïntegreerd. Dat zijn de slimme, hoogwaardige audio-, video-, licht- en domotica-oplossingen van Van Deynen.

In het Experiencecenter klinkt alles anders, alles beter dan wat je voorheen hebt gehoord en bekeken. Om te ontdekken welk geluid je het prettigst vindt, zijn er meerdere belevingsruimtes met elk verschillende audiosystemen. 

‘Elk merk, elk apparaat heeft namelijk een eigen geluid dat net weer ietsje anders klinkt. Een ieder heeft z’n eigen muzieksmaak maar ook z’n favoriete sound,’ vertelt Jasper van Deynen, één van de vier broers achter dit prachtige familiebedrijf. De andere zijn JorritJeroen en Joep.

Er is ook een sfeervolle living ingericht om de combinatie van beeld en geluid met domotica te ervaren. Lichten en verwarming gaan aan, gordijnen gaan automatisch open en dicht, de tv schakelt naar het gekozen programma, en voor elke stemming hoor je de juiste muziek. Met een paar klikken breng je vervolgens de gewenste sfeer in huis. 

In aanstekelijke entourages, van mondain, trendy en retro tot bar en boulevard, laat Van Deynen je films, documentaires en concerten optimaal beleven. Het summum is de thuisbioscoop. Geluid voel je in de stoel en stroomt als het ware door je aderen. Het is alsof je je werkelijk bevindt in de actiescènes, prooi bent van een roofdier, de spits die wordt toegejuicht, de dader met de politie op je hielen. Je staat er letterlijk middenin.

Papageno Huis Fryslân in Lemmer haalt voor autisten de buitenwereld naar binnen

LEMMER – In Lemmer, in de voormalige gereformeerde kerk (1889-2019) en omliggende gebouwen, komt na Laren het tweede Papageno Huis van Nederland (Papageno Huis Fryslân). Stichting Papageno is een initiatief van de wereldberoemde dirigent Jaap van Zweden (chef-dirigent van de filharmonische orkesten van Hong Kong, New York en Seoel) en zijn vrouw Aaltje van Zweden-van Buuren

Zij hebben deze stichting opgericht om kinderen en jongeren met autisme te helpen in hun ontwikkeling. Aanleiding daartoe was hun zoon Benjamin die lijdt aan een vorm van autisme (Autistisch Spectrum Syndroom) en een verstandelijke beperking heeft. Hij zal altijd begeleiding nodig hebben. 

Aaltje, met een glimlach: ‘Door muziek raakte hij meer bezield. Als er niets met hem gedaan zou worden was hij blijven hangen in de basale prikkels van een rode auto, een blonde dame en bier drinken.’

Zij en Jaap begonnen in 1996 met muziektherapie en onderzoek naar vroegdiagnostiek. Er werden verbluffende resultaten behaald. Muziek opent en veraangenaamt de wereld van autisten. In 2015 opende Koningin Máxima het eerste Papageno Huis in Laren. De opzet is om een landelijke dekking te realiseren en in elke provincie zo’n huis neer te zetten.

Zelfstandige toekomst

Voor jongeren met autisme valt het vaak niet mee een plek te vinden in de maatschappij. 

Voorzitter Hans Loor van Papageno Huis Fryslân zegt: ‘In het Papageno Huis doen we er alles aan om jongeren met autisme op weg te helpen naar een zo zelfstandig mogelijke toekomst. Veel jongeren met autisme vinden dat spannend en ingewikkeld. Om de drempel te verlagen en ze langzaam te laten wennen aan contacten met anderen, werken we in het Papageno Huis vanuit één centrale gedachte: bij alles wat we doen proberen we de buitenwereld naar binnen te halen.  Daarbij spelen we in op hun talenten en bieden we veel mogelijkheden voor creatieve ontwikkeling. Bovendien leren ze zelfstandig te wonen.’

Het Lemster Papageno Huis telt 17 appartementen voor jongvolwassenen van 18 tot 31 jaar. Gemiddeld zullen ze er zo’n drie jaar verblijven, afhankelijk van hun ontwikkeling. Het begeleid wonen houdt in dat er een ruime mate van dagbesteding (60-80 werkplekken) wordt geboden. Er is een atelier voor creatieve bezigheden, een sportzaal om te bewegen, een multimediaruimte, een woon/eetkeuken om zelf te koken, een terras, rustruimtes om de bewoners die ongevoelig tot overgevoelig kunnen zijn te laten chillen en in de centrale hal, het kerkgedeelte, kunnen activiteiten, manifestaties en concerten worden gehouden. De akoestiek is perfect. Muziek is sowieso een rode draad in het wonen. Die zorgt ervoor dat bewoners zich op hun gemak voelen. Kleuren, verlichting, klimaatbehandeling, geluiddempende plafonds: over alles is nagedacht.

Lemster gemeenschap

Het Papageno Huis is er ook voor de Lemster gemeenschap want de kerkzaal is een openbaar multifunctioneel centrum voor iedereen.

Aaltje: ‘Zie een Papageno Huis als een soort studentenhuis, een minimaatschappij die een veilige plek is, waar sociale activiteiten plaatsvinden. Onze bewoners worden in de samenleving opgenomen door de buitenwereld naar binnen te halen. Daarom is de locatie belangrijk. Dit huis staat in hartje Lemmer, een bruisend centrum. We helpen ze ook aan begeleid werk. Bijvoorbeeld in een tuincentrum of een bakkerij.’ 

Dankzij een genereuze gift is Stichting Papageno in staat gesteld om een tweede huis te realiseren. Volgens oud-huisarts Hans, die in zijn praktijk veel te maken kreeg met autistische patiënten, is dat ‘een geschenk uit de hemel’. De renovatie borduurt voort op het zogenoemde CU Living initiatief van Amanda Boesjes(‘gezien worden en niemand uit het oog verliezen’). Zij was in 2020 medeoprichter van stichting Lemster Sjerke die bestaande en nieuwe initiatieven in Lemmer ruimte geeft. Het dubbeltje viel precies op z’n plek toen de Stichting Papageno Fonds er het Papageno Huis Fryslân wilde ontwikkelen. Daardoor konden de ambitieuze plannen worden verwezenlijkt. Belangrijk onderdeel van de herbestemming is het in ere herstellen en verduurzamen van de monumentale gebouwen en het openbaar toegankelijk houden ervan. 

Amanda: ‘Door de panden een nieuwe functie te geven blijven de monumenten voor de toekomst bewaard. Daarbij is het doel om mensen, jong en oud en echte Lemsters en nieuwkomers, met elkaar te verbinden en te inspireren.’ Voor haar moeder Hilda Boesjes-Beljon is de accommodatie heel welkom voor de havenplaats: ‘Mooi dat het centrum van Lemmer een culturele impuls kan worden geboden met een ruimte waar veel mogelijk is.’

De Veiligheidsregio Friesland, de GGD en de Stichting Lemster Sjerke maken als gebruikers onderdeel uit van de invulling. In de voormalige consistorie komt het consultatiebureau van de GGD. 

De grote renovatie en uitbreiding is in 2023 gereed. Streven is op 2 april, op Wereld Autisme Dag, het Papegeno Huis Fryslân officieel te opnenen. Op 11 november was in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam een benefietconcert onder leiding van Jaap met Youp van ’t HekFloor JansenHenk Poort en… het Lemster Mannenkoor, dat natuurlijk ook de opening opluistert.

Merktekens middeleeuws zwaard ontdekt bij restauratie

LEEUWARDEN – Bij de voorbereidingen voor de nieuwe tentoonstelling Vrijheid, Vetes, Vagevuur: de middeleeuwen in het Noorden (t/m 7 mei 2023) zijn niet eerder waargenomen inscripties ontdekt bij een zwaard uit ca. 1200-1400. De vondst werd gedaan door het restauratieatelier van Paulien Kaan in Oostwold. Vermoedelijk gaat het om merktekens van de heilige drie-eenheid “OOO”, een symbool voor de vader, de zoon en de heilige geest. Het zwaard wordt tentoongesteld in het Fries Museum.

De merktekens werden aangetroffen op een zogenaamd anderhalfhandig zwaard dat tijdens graafwerkzaamheden in het Koningsdiep bij de Poasbrug ten zuidoosten van Olterterp is gevonden. Het komt vaker voor dat de kling van dit soort zwaarden zijn gegraveerd. Dit soort religieuze tekens komen goed overeen met het toentertijd erg religieuze Tota Frisia. Restaurator Paulien Kaan reageert enthousiast: ‘Wat een leuke ontdekking hè! Dat is nou precies wat mijn vak zo leuk maakt.’ 

Statussymbool
Conservator Diana Spiekhout: ‘Een zwaard is voor de middeleeuwse krijger de koning van de wapens. Wie een goed zwaard wilde hebben, diende diep in de buidel te tasten, want alleen de beste smeden waren in staat een goede kling te smeden. Zwaarden zijn niet alleen wapens, ze zijn ook statussymbolen. Het zwaard van de Poasbrug is daarom zeer interessant. Wat betekenen de tekens op de kling? We denken bij de OOO-inscriptie, die mogelijk was ingelegd met goud, aan de heilige drie-eenheid. Om meer duidelijkheid te verkrijgen over het voorwerp zullen we verder onderzoek gaan doen. Dat onderzoek richt zich niet alleen op de fysieke kenmerken van het zwaard, maar ook op de betekenis van dergelijke wapens in de dertiende en veertiende-eeuwse samenleving van Noord-Nederland.’


Historische fietsencollectie ‘Jellema’ naar Museum Velorama

MENALDUM – De gemeente Waadhoeke heeft 8 historische rijwielen overgedragen aan Museum Velorama in Nijmegen. Ze stonden in opslag. 

De collectie is in 1928 aan een rechtsvoorganger van Waadhoeke, gemeente Franeker, geschonken door een kleurrijke inwoner van Franeker: Jan Nicolaas Jellema. De fietsen zijn vervolgens onderdeel geworden van de collectie van het gemeentelijk museum. Zonder permanente plek in de expositie werden de rijwielen her en der in bruikleen gegeven voor exposities, onder andere vanaf 1964 bij Batavus in Heerenveen en ten slotte op Vlieland. Fietsenhandelaar Marcus van der Woude in Franeker ontdekte dat de fietsen eigendom van de gemeente waren. Dat resulteerde in de terugkomst van de fietsen in Franeker. Ze stonden sinds 2016 in opslag omdat er geen ruimte was voor exposeren. 

Werkgroep

Een groep initiatiefnemers uit Franeker, waaronder Van der Woude, is in 2020 aan de slag gegaan om een passende bestemming voor de fietsen te vinden zodat ze weer aan het publiek getoond kunnen worden. Hun zoektocht kwam uit bij het Nationaal Fietsenmuseum Velorama in Nijmegen. Velorama stelt zo’n 250 fietsen tentoon en heeft eenzelfde aantal in depot. De fietsen uit Franeker zullen waar nodig gerestaureerd worden en worden daarna in Velorama geëxposeerd. Daarnaast werkt de werkgroep samen met Velorama aan een virtuele tentoonstelling van de fietsencollectie via www.mobiel-erfgoed.nl.   

De werkgroep en gemeente vinden dat de collectie in stand moet blijven. De collectie laat de ontwikkeling van de fiets zien in een tijdspad van zo’n 80 jaar (1820 – 1900). Daarnaast wordt verondersteld dat enkele van de fietsen wellicht van Fries fabricaat zijn wat de collectie nog meer een bijzonder regionaal karakter geeft.

Hemd van het lijf – Sven Kramer

AMSTELVEEN – Sven Kramer behoort samen met Jaap EdenKees VerkerkArd Schenk en Hilbert van der Duim tot de grote vijf van het Nederlandse schaatsen. Hij reeg de titels aaneen. In 2022 beëindigde hij zijn carrière om directeur business development te worden bij de sportploeg van Jumbo-Visma, het team waar hij de laatste jaren voor reed. Hij legt zich met name toe op de zakelijke ondersteuning van de schaatsploeg. Voorwaarden creëren om topsporters optimaal te laten presteren, zo ziet hij zijn nieuwe rol. Achttien jaar lag de nadruk op zijn loopbaan, ditmaal Sven privé. 

Geboren 23 april 1986 in Heerenveen als zoon van Yep en Elli Kramer, opgegroeid in Oudeschoot.

Woonplaats Amstelveen, dat ligt mooi tussen Den Haag, waar Naomi vandaan komt, en Friesland in. Bovendien dichtbij Schiphol. Ik had al een appartement in Amsterdam.

Partner Naomi van As, voormalig hockey-international. Twee kinderen: dochter Kae (2) en zoon Dexx, dit jaar geboren.

Opleiding CIOS. Voor het geval ik moest overschakelen op plan B, maar ik heb het niet nodig gehad. Het is trouwens voor je carrière niet goed om aan plan B te denken. Dat gaat ten koste van je focus. Net als relativeren. In topsport moet je egoïstisch zijn.

Werk/carrière Negen wereldtitels en tien keer Europees kampioen allround, vier keer olympisch goud waarvan één op de ploegenachtervolging, tien wereldrecords waarvan vier met de ploegenachtervolging, 21 maal wereldkampioen afstanden (5 km, 10 km, achtervolging).  

Geloof Heit is van huis uit katholiek. Ik ben niet gelovig opgevoed. Ik heb niks tegen het geloof maar ik heb er ook niks mee.

Politieke partij Niet interessant. Ze hebben het in Den Haag niet goed op de rit. Er zou meer daadkracht moeten zijn. De topsport zou hoger op de agenda moeten staan. Men vraagt zich af wat het kost, ik denk eerder aan wat het oplevert: gouden medailles. Die zijn van grote waarde als inspiratie in alles, en daar hangt een prijskaartje aan.  

Hoogtepunt Mijn eerste wereldtitel in 2007 in Thialf. Ik kom uit een lichting dat een wereldkampioenschap belangrijker was dan de Olympische Spelen.

Dieptepunt De foute wissel op de 10 km in Vancouver 2010 waardoor ik goud misliep. Op aanwijzing van coach Gerard Kemkers reed ik twee keer de binnenbocht waardoor ik gediskwalificeerd werd.

Voorbeeld Ik heb me nooit zo gespiegeld aan anderen. Als ik er toch eentje moet noemen: Johann Olav Koss. Verder vond ik de wijze waarop dopingwielrenner Lance Armstrong zijn sport beoefende indrukwekkend, ook marketingtechnisch. Twee andere sporters die mij aanspreken zijn Roger Federer en Rafael Nadal.

Leermeester Op m’n achttiende hebben ze me in het diepe gegooid. Het ging allemaal zo snel, dat heeft me gevormd. Het schaatsbloed heb ik van mijn ouders meegekregen. Daar moet je geluk mee hebben.

Beste advies

Inspiratie Mijn motivatie is intrinsiek. Ik heb alles voor mijn sport over gehad.

Eten Triedsjesfleis, fan mem.

Drinken Heel weinig alcohol, want dat helpt je niet in sport. Water klinkt wat oubollig, maar is natuurlijk heel gezond. Mannen als Ids Postma en Rintje Ritsmastonden wel bekend om het drinken van een biertje op zijn tijd. Aan Rintje hebben schaatsers veel te danken want hij maakte de eerste stappen richting sponsoring.

Muziek In de auto is 100%NL mijn favoriete radiozender. Mijn muzieksmaak is heel breed.

Concert Nog nooit tijd voor gehad. Ik ben geen man voor massa’s mensen. Als je veel in de publiciteit staat is dat geen pretje, iedereen wil jouw aandacht. Het beste is om geen BN’er te zijn. Ik vind de anonimiteit heerlijk. In de stad loop ik het liefst met m’n hoofd naar beneden. De druk op een sporter kan heel groot zijn. Ik ervoer het al op m’n 23ste op de Olympische Spelen in Vancouver dat in 2010 was omgedoopt tot Svencouver.

Artiest Ed Sheerhan. Hij maakt goede nummers.

Acteur/actrice Ben ik niet mee bezig, kijk heel weinig films. Netflix wel, maar dan weet ik niet wie er acteren.

TV Weinig tijd voor.

Film Soms via Netflix.

Krant/tijdschrift/medium Het nieuws volg ik op mijn mobiel. De krant die ik lees is het Financieel Dagblad. Dat is een goede informatiebron van alle financiële, zakelijke en economische ontwikkelingen nationaal en internationaal. Daar ben ik altijd geïnteresseerd in geweest. Die interesse sluit aan bij m’n nieuwe baan waarin de business van sportmarketing en contracten de boventoon voert.

Boek Als topsporter leef je in een flow en is er weinig tijd voor afleidingen als het lezen van boeken. Die tijd is er nu meer. De schrijvers die dicht bij me stonden waren sportverslaggevers zoals Mart Smeets en Telegraaf-journalist Frank Woestenburg.

Het was prettig om met zulke mensen een goede relatie te hebben. Bij hen kon ik mijn verhaal kwijt zonder dat elke letter op papier kwam. Zij konden je gevoelens goed verwoorden en namen je in bescherming op momenten dat het nodig was.

Auteur Om er eentje te noemen, Mart Smeets.

Sport De Formule I.

Sportman Max Verstappen. Hij heeft de Formule I weer interessant gemaakt. Hij owns die sport en gaat niet op z’n knieën voor wie dan ook, zelfs niet voor zijn eigen team als zijn belangen worden geschaad. Zonder hem hadden we nu geen Grand Prix op Zandvoort. 

Sportvrouw Ireen Wüst, de beste Nederlandse olympiër ooit.

Gadget Mijn telefoon. Maar vooral om te bellen. Iedereen is tegenwoordig aan het appen en snappen, maar ik ben gewoon een ouwerwetse beller. 

App Whatsapp is soms makkelijk als je geen tijd hebt om te bellen. 

Hobby’s Kitesurfen en golf. Kitesurfen doe ik nu bij surfschool Loopy op het IJsselmeer bij het Mirnser klif in Gaasterland, om het goed te leren. Dat is een heerlijke uitdaging.  

Vervoer Porsche Cayenne.

Vakantie Ik heb zoveel gereisd, daar heb ik nu even geen behoefte aan. Bovendien is dat niet comfortabel met twee kleine kinderen. Dus hoe dichterbij, hoe liever.

Hekel aan Bureaucratie en een negen-tot-vijf-mentaliteit. Ik ben een vrije Fries die zich niet graag belemmerd voelt. In mijn sport heb ik ook meermalen te maken gehad met overdreven regeltjes en gezochte problemen. Ik ben blij dat ik in mijn huidige functie veel vrijheid geniet en er zelf een invulling aan kan geven. Ze moeten me ook niet te dicht op de huid zitten, dat irriteert me. Graag vertoef ik in een kleine kring van mensen die ik graag mag.

Blij van Winters vriesweer en een heldere hemel. Ik heb gelukkig een mooi optrekje in de sneeuw.

Doen met een miljoen Ik heb een prima leven, dus naar een goed doel als Spieren voor Spieren.

Kan niet zonder Mijn mobiel, daar doe ik alles mee.

Wat moet anders De samenleving polariseert, de tolerantie verdwijnt. Dat zou moeten veranderen.

Over vijf jaar Doorgroeien met mijn eigen schaatsacademie. Maar het leven is onvoorspelbaar. In topsport zet je een stip op de horizon, nu laat je het leven meer op je afkomen. 

Bond van Friese IJsclubs Men zou mij benoemen tot erelid. Een half jaar geleden ben ik gebeld en ik zou een mailtje krijgen, maar die heb ik nooit gezien. Dus was ik er niet. Wel typisch Fries om daar ophef over te maken. Ik heb het trouwens nu ook wel gehad met al het uitzwaaien en onderscheiden. 

Toekomst van het schaatsen Populariteit en successen voltrekken zich in golfbewegingen. Je moet waken voor cynisme en accepteren dat anderen beter zijn. Nu heb je de Amerikaan Jordan Stolz die aan de deur klopt. 

Het Zwarte gat Daar ben ik nooit bang voor geweest omdat het voor mij niet bestaat. 

Elfstedentocht Ik vrees voor de veiligheid op het ijs en op de feesten. Het zal niet gemakkelijk zijn voor de organisatie. Als ‘ie komt doe ik mee. Dat zie ik als een ererondje door Friesland. 

‘Er wordt te weinig naar gewone mensen geluisterd’

DEN HAAG – De Universiteit van Pretoria heeft afgelopen zomer een eredoctoraat verleend aan emeritus-hoogleraar Sijbren Cnossen (86), geboren in het boerderijenbuurtschap Teroele aan het Koevordermeer. Het eredoctoraat is een erkenning voor zijn internationale autoriteit op het gebied van openbare financiën en belastingen. Cnossen bekleedde de functie van buitengewoon hoogleraar aan het African Tax Institute van de Faculteit Economische en Managementwetenschappen van de Universiteit van Pretoria.

‘Zijn uitzonderlijke bijdragen op het gebied van overheidsfinanciën en fiscaal beleid zijn wereldberoemd en onze medewerkers en studenten hebben enorm geprofiteerd van zijn inzichten. Zijn werk is belangrijk geweest voor de ontwikkeling van Afrika,’ sprak professor Margret Chitiga-Mabugu, decaan van de faculteit.

Tijdens de ceremoniële uitreiking sprak Cnossen zijn blijdschap uit over de eer die hem is toegekend: ‘Ik ben diep ontroerd en nederig door het eredoctoraat dat deze geweldige universiteit me zo genereus heeft verleend.’ Na de uitreiking van het eredoctoraat hield Cnossen een speciale lezing getiteld “Excise taxation to preserve health and to protect the environment”.

Cnossen is emeritus-hoogleraar belastingrecht aan de Erasmus School of Economics in Rotterdam en emeritus-hoogleraar economie aan de Universiteit Maastricht. Hij is nog steeds actief als Academic Partner van het Centraal Planbureau. In het verleden bekleedde hij aanstellingen aan de Law Schools van Harvard University, New York University en de University of Florida, het Europacollege te Brugge en het Netherlands Institute for Advanced Studies (NIAS). Hij is (co)auteur van vele boeken en talrijke artikelen over de vormgeving en economie van belastingen. Cnossen was tevens redacteur van International Tax and Public Finance en De Economist. Als adviseur van het IMF (1965-1977), de Wereldbank, South African Treasury, de OESO, de EU-commissie, USAID en HIID heeft hij meer dan 30 landen geadviseerd over het ontwerp en de hervorming van hun belastingstelsels, meest recentelijk in Zambia en Aruba. Zijn nieuwste boek is getiteld Modernizing VATs in Africa.

Cnossen begon zijn loopbaan in ons land als Inspecteur der Belastingen (1961-1965). Hij was net uit militaire dienst afgezwaaid als 1ste luitenant. Hij diende o.a. in Frankrijk en Duitsland. 

‘Ik ben met veel plezier in dienst geweest. Ik zat in het peloton zware mortieren. Het is als academicus de enige tijd in je leven dat je met de doorsnee Nederlander kennismaakt. Met veertig mensen op één zaal liggen, dat maak je later niet meer mee. Ik had acht loonwerkers in mijn peloton. Sterke kerels die hele zware kanonnen (4.2 inch) moesten tillen. Er zaten acht communisten tussen. Ik was gelegerd in Zuidlaren in de Johan Willem Friso Kazerne. Er zaten daar veel Friezen. Ik had altijd de grootste moeite om verlof voor hen te regelen voor het hooien enzovoorts. Met de kapitein kon ik namelijk niet goed opschieten. Ik heb in Berlijn gediend toen de muur gebouwd werd, in 1960.’ 

Heeft u dat later in uw leven gemist, het omgaan met het gewone volk, dat u dat ontgroeide? 

Cnossen: ‘Ik ben op de boerderij opgegroeid. Daar was veel gewoon volk. Dus dat raak je natuurlijk ook niet meer kwijt. En ja, in ontwikkelingslanden heb ik dat natuurlijk ook meegemaakt. Ik ben in heel veel ontwikkelingslanden geweest. Ik vind dat er te weinig naar geluisterd wordt, naar gewone mensen. Dat zie je nu ook weer bij de toeslagenaffaire. De regering en de Tweede Kamer hebben nooit beseft dat 2,5 miljoen mensen hier in Nederland laaggeletterd zijn. Die begrijpen dat helemaal niet, hoe ze dat allemaal voor elkaar moeten krijgen. In dat opzicht raak je het gevoel niet kwijt van gewone mensen. En heel veel van die gewone mensen zijn de ruggengraat van de samenleving. Daar draait de maatschappij op.’ 

Cnossen is al bijna 25 actief in Zuid-Afrika. Nelson Mandela, vrijgelaten in 1990, was sinds 1994 president. Er was dringend behoefte aan structuur, scholing en belastingwetgeving. Mandela zette deze uitgangspunten op de agenda. 

‘Onderwijs vind ik altijd het belangrijkste in elk land. Goed onderwijs is de voorwaarde voor economische ontwikkeling. En vooral dat ouders willen dat hun kinderen het beter krijgen dan dat ze het zelf hebben. Dan krijg je economische ontwikkeling. Dat zie je in China.’

Herkent u dat van huis uit? 

Cnossen: ‘Heit en mem waren geïnteresseerd. Daar begint het mee. Ze waren zeer bij de tijd, leefden politiek, sociaal en kerkelijk ontzettend betrokken. Tjonge, jonge wat hebben die veel gedaan. Ze waren boer en zijn toen ik één jaar was verhuisd naar Nijelamer, achter de Tjonger. Daar lag het land hoger dan aan de Troelstrawei in het natte Teroele. Het hoofd van de school, Tjalling Holwerda, herinner ik mij nog goed. Hij is later dominee geworden. Hij zei tegen mijn vader: “Cnossen, hij moet doorleren”. Nou, als meester dat zei, dan gebeurde dat natuurlijk. Toen ben ik naar het lyceum gegaan in Heerenveen. Daar was een vrouw van Engels, mevrouw Verhagen, een schat van een mens. Zij zei: “Sijbren, je moet een jaar naar Amerika toe”. Allemaal mensen die op een kruispunt in je leven staan en je de weg wijzen.’

Op kosten van een speciaal fonds kon de jonge Sijbren moederziel alleen een jaar studeren in Amerika. Heit en mem vonden het goed. Een hele onderneming voor een jongen van 17. Het was 1953. Je kon niet eens telefoneren.

‘Als je achter in de polder woont aan een zandpad zonder water, elektriciteit of gas, dan moet je wel meer dingen nemen zoals ze komen.’

Nu doelt u op Teroele, waar de onverharde weg doodliep.

‘Heit moest met de koeien in een praam de Koevorde over. Dat vond mem te gevaarlijk, dus toen zijn ze nog net voor de oorlog verhuisd. Want er moest elektriciteit komen en de weg zou verhard worden. Maar het was oorlog en dat gebeurde dan weer niet.’

Waar stond de boerderij in Nijelamer? 

‘In de Boelsterpolder. Dat was één, twee kilometer van de harde weg af. Wij hebben een fantastische jeugd gehad. We namen de polsstok mee en je kon een hele dag de rietkragen in.’ 

Hoe groot was het gezin? 

‘Zeven kinderen. Ik ben de tweede. De oudste was ook een jongen, Johan, die is leraar geweest en woont in Lemmer. Er zijn nogal wat boer geworden. Geert is boer geweest, Bauke is nog boer en Jan was bedrijfsleider op de Praktijkschool in Oenkerk. Ik wilde ook wel boer worden, maar als je kon leren, dan moest je maar wat anders doen.’ 

In elk geval doorzetten. 

‘Oh ja, dat leerde je op de boerderij. Je sores moest je maar voor je houden, je moest altijd doormodderen. Met alles was het altijd doormodderen. En dan moest je ook nog eens 18 km naar school en terugfietsen. Ik heb 60.000 km moeten fietsen om mijn HBS-diploma te halen. Dat vertel ik wel eens in ontwikkelingslanden. Ze denken altijd dat wij het voor niks krijgen, maar dat is natuurlijk niet zo.’

Van uw kinderen, drie dochters, hoefde u niet te verwachten dat ze het nog verder schopten dan u. 

‘Nee, maar dat is ook niet iets waar ik mee bezig ben. Maar ze doen het fantastisch. De oudste is hoofd van de hematologie van het Sophia kinderziekenhuis in Rotterdam, gepromoveerd. De tweede is hoofd van HR bij Atradius, een wereldwijde verzekeringsmaatschappij, en de jongste is rechter. Ik ben zo wijs met ze. Het had niet beter gekund. Ze hebben ook hele goede mannen. Het zijn net zonen van me. De kleinkinderen is ook een groot feest.’ 

U ging studeren. Waar? 

‘Aan de Rijksbelastingacademie in Rotterdam. Die bestaat niet meer. Het is nu een universitaire studie geworden aan het Erasmus. De zoon van de ontvanger waar wij goed mee overweg konden deed dat ook. Ik wilde wel wiskunde studeren, of naar Wageningen, verschillende dingen. Dit was betaalbaar, want na 2,5 jaar kreeg je salaris. Een beurs van het rijk. In het begin kreeg je al 90 gulden in de maand. Dus dat was toen niet niks. Toen ik op de belastingacademie zat heb ik wel eens gedacht van: wat doe ik hier, maar ik heb er nooit spijt van gehad. Ik ben vier jaar inspecteur geweest en toen waren er vacatures bij het IMF. Daar heb ik op gesolliciteerd. Ik heb er 11 jaar gewerkt. 

Even terug naar Amerika, want dat was een heel avontuur. Hoe plant een jongen van 17 zo’n reis? Bent u met het vliegtuig of de boot gegaan? 

‘Met het vliegtuig. De reis kostte driehonderdzestig gulden retour en dat hebben heit en mem betaald. Je kon hetzelfde bedrag meenemen, en dat was omgerekend 100 dollar toen. Ik kwam in een liefdevol gastgezin terecht in New York State. Mijn stiefbroer is twee jaar geleden overleden. Ik heb altijd contact onderhouden. Ik ben nog op de 90ste verjaardag van mom, mijn Amerikaanse moeder, geweest.’

Wat voor opleiding deed u daar? 

‘Highschool. In wiskunde konden ze me niks meer leren. Wij lagen twee jaar voor op iedereen. Maar in Engels wel. Twee cursussen Engels, twee cursussen Amerikaanse geschiedenis, Public Speaking, sporten. Ik heb daar typen geleerd. Ik ben ook met een typemachine teruggekomen. Dat zijn van die instrumenten waar je later veel voordeel aan had. Vooral Amerikaanse staatsinrichting was interessant.’

Vloeiend Engels geleerd? 

‘Ja, ja. ik kan dromen in het Engels. Dat is een groot voordeel, want vrijwel al mijn publicaties, 99 procent, zijn in het Engels. Een publicatie in het Nederlands is een weggegooide publicatie, want dat leest bijna niemand.’

Wat vindt u van de kritiek dat universiteiten te veel verengelsen? 

‘Dat is onvermijdelijk in veel vakken, zeker in economie. Niet in rechten, want dat is typisch Nederlands. Geneeskunde is heel internationaal. Je kan geen kennisnemen van onderzoek elders als je de taal niet beheerst. Ik vind het wel principieel dat elke student in zijn doctoraalpakket Nederlands en Engels moet hebben. Dat is mijn kritiek op het huidige onderwijsbeleid. Dat mensen niet verplicht college Nederlands en verplicht college Engels volgen. Of misschien een andere taal. Kan ik me iets bij voorstellen. Bij recht is Frans niet onbelangrijk en Duits is commercieel belangrijk. Talen zou ik verplicht maken in de maatschappij, zoals in Amerika. Degenen die vroeger naar de universiteit gingen kwamen uit een milieu waar veel talen werden gesproken. En dat is natuurlijk ontzettend veranderd. Dat is nog maar 10 procent van de studenten. Wij hebben 2,5 miljoen laaggeletterden in dit land die niet een kinderopvangtoeslagformulier kunnen invullen. En dan denkt zo’n Tweede Kamer dat het een staatsrechtelijk probleem is. Dat is flauwekul. Die mensen kunnen dat niet aan. Dan moeten ze naar een bureautje toe en die moeten daar weer geld voor hebben. En het komt er weer van dat er in de Tweede Kamer zogenaamde fractiespecialisten zitten die in de Kamer zelf omhooggeklommen zijn, in plaats van mensen die met beide voeten in de maatschappij hebben gestaan. Het ligt aan het systeem in die zin, dat de Kamer zulke wetsontwerpen niet moet aannemen en de minister of staatssecretaris moet zeggen: dit doen we niet.’

De Eerste Kamer heeft het niet tegengehouden. 

‘De uren moet je opgeven, je moet van alles opgeven waar je geen notie van hebt en drie of vier jaar later wordt het gecontroleerd en dan weet je het niet meer natuurlijk.’

En dus? Wat moet er gebeuren?  

‘Wat er moet gebeuren is dat kinderopvang voor iedereen toegankelijk is en vanaf 2 jaar verplicht. Dan leren kinderen Nederlands op de kinderopvang en dat is goed voor niet-westersen. Uit onderzoek wordt duidelijk dat de taalbeheersing van kinderen voor het 6e levensjaar bepalend is voor hun latere carrière en geluk. En dan heb je nog zorgtoeslag, huurtoeslag, kindpakket.’

Hebben ze u nooit gevraagd? Van: Cnossen hoe kunnen we dat nu een beetje… 

‘Jawel, in het buitenland, maar hier ook wel. De belastingcommissie zorgt ervoor dat elke politieke partij erin zit. Dus het compromis begint al in zo’n commissie. Dan is er geen lol meer aan.’

Deed u de opdrachten die u wereldwijd uitvoerde altijd naast uw hoogleraarschap en kon u daar tijd voor vrijmaken? 

‘Ja, dat zijn van die opdrachten dat bijvoorbeeld het IMF je voor 14 dagen ergens naartoe stuurt en aan het eind moet er een rapport liggen. Dus zoveel tijd kostte dat niet. Het IMF en ook de Wereldbank zijn er heel streng in dat je maar 18 uren van de dag (…) werkt als je op reis bent. En je wordt er goed voor betaald, dus dat was prima.’

U hebt heel veel landen geleerd hoe ze geld moeten verdienen? 

‘Nou ja verdienen, hoe ze geld moeten ophalen. Verdienen doet de overheid het niet, maar een goede overheid is wel nodig om een goede economie te creëren. Gezondheidszorg en onderwijs zijn de pijlers van elke gezonde economie. En een goede infrastructuur.’ 

Wat is nou een goed systeem? Al die belastingsystemen in al die landen verschillen. Welke landen hebben het nou op de rit? 

‘Principieel zijn alle systemen in beginsel hetzelfde. Ze hebben allemaal een inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting, accijnzen en milieuheffingen. En de principes om die te beoordelen, die verschillen ook niet. Het moet fair zijn. Het moet efficiënt zijn, neutraal vooral en het moet goed uitvoerbaar zijn. Dat zijn allemaal criteria die overal worden toegepast. Dat kan het IMF goed. Het IMF is niet politiek, dus die beoordeelt het goed. Wat een gezond belastingsysteem is hangt van het land af. Omstandigheden etc. Bij het IMF hebben we wel een goed idee wat een werkend belastingsysteem is. Dat zijn natuurlijk niet alle eieren in één mand doen, maar dat zijn verschillende belastingen en een grote voorkeur voor consumptiebelastingen. Geen invoerrechten natuurlijk, want die beschermen de lokale producent en dat moet de lokale consument betalen. Dus een goede omzetbelasting, een goede vennootschapsbelasting, goede inkomstenbelasting.’ 

Geen invoerrechten, zegt u? Zo’n handelsconflict tussen China en VS gaat toch ergens over? 

‘In principe niet als de wisselkoers natuurlijk de werkelijke waarde reflecteert, de kosten ook in evenwicht zijn. Als China voor niets kan produceren is het geen eerlijke concurrentie.’ 

Je mag je eigen economie toch wel beschermen? 

‘Eh, als het verstandig is, en dat is nog maar de vraag natuurlijk. Je kan op verschillende manieren je eigen economie beschermen. Dat kun je ook doen door research en development goed te ontwikkelen en goed onderwijs en goede gezondheidszorg te bieden. Landen die altijd export georiënteerd zijn geweest, die de wereldmarkt gezocht hebben, die hebben het altijd beter gedaan dan landen die import beschermend waren. Protectionisme is uit den boze. Dat betekent dat je altijd je eigen producenten beschermt, dus die kunnen monopoliewinsten maken. Dan draait de eigen consument voor de rekening op, want voordeliger producten kunnen niet uit het buitenland worden gehaald. Voor een open markteconomie hebben we niet voor niets een Europese Unie. Daar is ook de South East Asian Community voor opgericht.’ 

Wat zegt u van onze agrarische sector? 

‘Nederland is de tweede grootste exporteur in de wereld van agrarische producten maar onze dienstverlening is ook heel belangrijk. Er moet natuurlijk wel wat gebeuren. Er is een stikstofprobleem. We moeten het gebruik van fossiele brandstoffen echt terugdringen.’ 

Maar de elektrische auto heeft zijn footprint ook. 

‘Dat is ook zo, die wordt niet CO2-neutraal geproduceerd.’

Het gesprek gaat verder over de tientallen miljarden die aan coronabeleid zijn uitgegeven en nadien ook aan klimaatbeleid. Het regent geld, ook al door de ruimhartige compensaties voor jan en alleman in de huidige energiecrisis. Volgens Cnossen was het mogelijk.

‘Het is niet een groot probleem, want die rentestand was natuurlijk ontzettend laag en wij konden ons nog wel wat overheidsschuld permitteren. Maar het is beter dat het verdiend wordt natuurlijk. Er wordt gewoon krediet opgenomen. Daar komt de rekening een keer voor. En de rekening is dan dat de financiële markten je niet meer zo vertrouwen als vroeger. En dan moet je weer rente betalen. Italië moet bijvoorbeeld aanzienlijk meer rente betalen dan wij.’

Vindt u dat wij in Europa naar een éénvormig belastingstelsel moeten? 

‘Nee, niet noodzakelijkerwijs. Waar we over moeten praten is of de Europese Unie zelf belasting kan heffen of niet, wat de meerderheid doet natuurlijk. Of dat we naar een federatie moeten. Het grote verschil tussen een Confederatie, wat we eigenlijk nu zijn, en een federatie, is dat een federatie eigen belastingmiddelen heeft. Ik ben voor een federatie. Anders hebben we tussen Amerika, India, China en Rusland niks meer te vertellen.’ 

Moet het belastingstelsel hier dan op de schop? 

‘Hier niet, maar op Europees niveau moeten we ook belasting gaan betalen.’ 

Twee keer belasting betalen?

‘Dat heb je in Amerika ook. Je hebt een federale vennootschapsbelasting en een vennootschapsbelasting van de staten. Statelijke kleinhandelsbelastingen. Die heb je in Canada, Australië en India eveneens. Maar dat hoeft voor de belastingbetaler niet duurder uit te pakken.’ 

U vindt dat Europa één machtsblok moet zijn? 

‘Nou, één machtsblok, in elk geval beter geïntegreerd. Wij moeten nog hechter samenwerken.’ 

Even terug naar Nederland. De kloof tussen rijk en arm wordt groter.

‘Dat is in Nederland niet zo. De Gini-coëfficiënt is niet veranderd in de laatste 20, 30 jaar. Dat is ongeveer hetzelfde gebleven. Hier is hij wel een beetje veranderd omdat er meer mensen in het gezin aan het werk zijn gegaan en meer inkomen inbrengen. Dus dan krijg je een veranderd beeld als je welvaart meet op basis van huishoudingen. In Amerika zijn de verschillen tussen rijk en arm wel enorm toegenomen door de vermogensinflatie (asset inflation). Dus door de vermeerdering van waarde van vermogensbestanddelen en dat komt natuurlijk door die hele royale monetaire financiering etc., dat huizen, aandelen stijgen in waarde. Dan worden de verschillen groter.’ 

Kan daar een antwoord op gevonden worden? 

‘Ik denk dat wij vermogensinkomsten effectiever moeten belasten. Ik heb daar een artikel over geschreven: “De teloorgang van het gelijkheidsbeginsel”. Daar staan mijn ideeën in over belastingen, de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting.’ 

Zit de politiek niet achter u aan? Van: hè, die Cnossen die heeft heldere ideeën, die heeft er verstand van. Even kijken of wij daar leentjebuur kunnen spelen. 

‘Van mijn werk ligt 95 procent in het buitenland.’ 

Ze zien u hier over het hoofd? 

‘Wat ik doe is ontzettend interessant en in Nederland zijn zoveel mensen die het beter weten. Dus dat is geen probleem, haha. En dan moet jij zelf weten hoe je dat gaat interpreteren, haha.’ 

Heeft u zich weleens politiek gemanifesteerd? 

‘Nee. Ik heb wel eens op een lijst gestaan voor staatssecretaris, maar dat is ook alweer lang geleden.’ 

Bent u lid van een partij? 

‘Geweest, van het CDA.’ 

Waarom nu niet meer? 

‘Ik wil vrijer kunnen stemmen. Ik heb ook wel eens VVD gestemd en misschien stem ik de volgende keer wel ChristenUnie. Die is integer.’ 

Bent u christelijk? 

‘Jazeker. Ik ben gereformeerd. Maar ik vind het niet nodig dat er christelijke partijen zijn. Ik vind christelijke beginselen wel heel belangrijk. Met de belastinghervorming van 2000 ben ik bij alle partijen uitgenodigd geweest, want ik was fel op de hervorming tegen. Het voorstel van Willem Vermeend, die Box 3, vind ik waanzin, onzin. Dat is een vorm van fiscale onteigening. Als je geen 1.2 procent van je fiscale vermogen maakt, dan gaat je vermogen achteruit. Wij zijn het enige land in de wereld die het zo doet. Alle economen zijn voor om het af te schaffen, want vermogenswinsten worden niet belast. Dat is niet goed voor mensen die wat hebben gespaard en dat geld gewoon bij de bank hebben staan.’

Wij leven op de pof. Maximaal lenen, maximale hypotheken. 

‘Wij zijn bezig om leningen om te zetten in inkomen, net zoals in Griekenland, zonder dat daar productiviteit tegenover staat.’

Geen economie zoals u het vroeger hebt geleerd. 

‘Haha, zeker niet, haha.’

De compensatiecultuur kent geen grenzen. De satire van Koot & Bie in de personages Jacobse & Van Es van De Tegenpartij – geen gezeik, iedereen rijk – werkelijkheid zien worden. 

‘Ja, haha. Wij weten ook niet wat voor dislocaties er nog achterweg komen met bedrijven die tijdens corona kunstmatig in stand gehouden zijn. Ik ben een groot voorstander van de markt. Die weet het altijd beter dan de individuen en de overheid. Het is bijvoorbeeld de vraag of je KLM net zo terug kunt nemen als dat ze tot nu toe geopereerd hebben. Ik denk van niet. Die hele businessclasstravel gaat eruit door Zoom en Skype en daar verdienden ze juist hun geld mee. Ik heb er wel altijd het comfort van genoten. We kunnen wel wat minder vliegen en ik vind dat er echt een belasting moet komen op de kerosine van vliegtuigen en brandstoffen van schepen. En dat we het geld moeten gebruiken om milieumaatregelen te treffen in ontwikkelingslanden.’

Waar houdt u zich nu mee bezig?

‘Mijn werk is mijn hobby, dus ik heb nooit hoeven werken!’

U bent in wel 90 landen actief geweest. Geldt ook in uw vak het gezegde ’s lands wijs, ’s lands eer?

‘Economen kunnen altijd helder een land overzien. Wat voor industrie er is, invoer, uitvoer. Het IMF maakt van elk land elk jaar een economisch rapport op. Dat zijn dikke pakken papier en als je die doorleest ken je het land van haver tot gort. Ik wist altijd meer van een land dan de Nederlandse ambassadeur. Het wordt een soort habitus, een vaardigheid in hoe je dat moet aanpakken. Ik begin altijd met het lezen van alle fiscale wetten in een land.’ 

De belastingmoraal in Nederland schijnt goed te zijn. 

‘Redelijk denk ik. Wij halen alles op bij ondernemingen. Die moeten BTW betalen. Wij betalen dat als consument natuurlijk, maar zij moeten het ophalen. Loonbelasting wordt allemaal ingehouden. Van alle belastingen wordt 90 procent indirect geïnd, dus dan is het niet zo moeilijk om een belastingmoraal hoog te houden. En sociale zekerheidspremies worden allemaal indirect ingehouden. De grote verzorgingsstaat hebben we natuurlijk te danken aan al die indirecte manieren om belasting te heffen.’ 

In hoeverre voelt u zich nog Fries? Ik kreeg in verband met een afspraakverplaatsing een mailtje van u dat ‘de skjinmakster de moersleutel yn ’t wurk smiten hat’. Dan ben je wel een DiepFries. 

‘Nog helemaal, haha. Nou, daar ben ik heel eerlijk in, ik had het even via Google Translate opgezocht. Mijn broer Johan schrijft het heel makkelijk en heel mooi. Want hij beheerst nog dat oude Friese idioom en dat zijn prachtige uitdrukkingen. Oud-premier en minister van Financiën Jelle Zijlstra heb ik goed gekend en daar praatte ik altijd onmiddellijk Fries mee. En ook met zijn latere collega Wim Duisenberg natuurlijk. Met hem heb ik in de klas gezeten op het lyceum in Heerenveen. Friezen schamen zich nooit voor hun taal. Op het CPB zitten ook Friezen. Met hen ga ik direct in het Fries over. Jelle Zijlstra heb ik in Washington leren kennen toen ik voor het IMF werkte en hij president-directeur van De Nederlandsche Bank was en tevens gouverneur van het IMF. Hij was een intellectueel en een fijne man. Op recepties zocht hij altijd contact met de jonge economen. Dat deed hij heel informeel. Zijn broer Rinze (de vroegere landbouwvoorman en oud-burgemeester van Smallingerland, AvK) is nog eens bij me geweest om te vragen of ik de bond van coöperatieve zuivelfabrieken in Friesland wilde leiden. Dat heb ik niet gedaan, want dan moest je de kleine fabrieken in toom houden omwille van die grote fabrieken. Piet Lieftink, bekend van het tientje dat hij vlak na de oorlog aan elke Nederlander gaf, heb ik ook heel goed gekend. Hij en Jelle waren dikke vrienden. Ook zo’n man die zo gemakkelijk met iedereen omging.’ 

Daar houdt u van, hè?

‘Ja, geen pretenties. Geen flauwekul. Mensen serieus nemen. Goed luisteren. Dat konden ze allemaal. Uit de hoogte doen kennen we in Friesland toch ook niet? Helemaal de goede instelling. Ik heb altijd in platte organisaties gewerkt. Bij de Belastingdienst, het IMF is ook een platte organisatie. Daar wordt naar iedereen geluisterd als iemand wat te zeggen heeft. Bij de directeur kon je zo naar binnen lopen en dat is nog zo. Dergelijke organisaties doen het vaak goed, want goede ideeën komen dan bovendrijven. Bij het IMF ben ik gepromoveerd. Dat heb ik ook een beetje aan mijn vrouw te danken. In twee jaar heb ik de promotie gedaan en een boek geschreven. Dan nam ik ’s morgens mijn ontbijtje mee, om vijf uur ging ik squashen en daarna weer achter het bureau zitten tot elf uur. Ook op zaterdag. Niet op zondag. Niet principieel, maar die dag was voor de vrouw en de kinderen. Een fijn gezin is de basis, dat helpt ontzettend. En het IMF is de beste werkgever die ik gehad heb.’ 

U ging er in 1977 weg. 

‘Toen kon ik hoogleraar worden in Rotterdam. En ik had bij het IMF alles gedaan wat er gedaan kon worden. Dat was onderzoek, economische missies en stand by missions van leningen, technical assistance heb ik veel gedaan; technische bijstand aan landen. Dus ik had ongeveer alles gedaan. Toen had ik al bedacht dat ik wat anders wilde doen en ik realiseerde mij ook dat er nog een soort van leegte in mijn kennis zat en het beste wat je dan kunt doen is hoogleraar worden. Want dan kun je de vragen stellen, dan stellen ze geen vragen meer aan jou, haha.’ 

Komt u nog weleens in de provincie? 

‘Heel weinig. Vorige zomer heb ik al mijn broers op de fiets bezocht. De zomer daarvoor ben ik met de kleinkinderen naar Brugge gefietst en met kleinzoon Jochum naar Groningen. Na Brugge ben ik met een vriend nog naar Almen gefietst achter Zutphen. Twee dagen. Brugge was drie dagen. Dat fietsen moesten we natuurlijk als kind doen en dat is er niet uitgegaan. Elk weekend fiets ik naar Rotterdam, daar wonen twee kinderen. Gezellig even praten. Er woont een dochter in Heemstede en daar fiets ik ook nog wel eens naar toe. Dat is weer wat verder weg, 45 km.’ 

Nou Cnossen, nu hebben we al een heel verhaal gehad. 

‘Sijbren is het hè.’ 

Ik ben opgegroeid met u zeggen hoewel in mijn vak overwegend getutoyeerd wordt.

‘Heit en mem hadden een fantastisch huwelijk, helemaal geëmancipeerd. Maar heit zei “do” tegen mem en mem zei “jo” tegen heit. En dat is hetzelfde verschil als “du” en “Sie” in het Duits. Die gevoelswaarden zitten er ook in. Maar een gezagsverhouding was er helemaal niet. Heit vroeg altijd aan mem wat zij ervan vond en mem vroeg altijd aan heit wat hij ervan vond. Dus volledig geëmancipeerde mensen. Op de boerderij is dat van nature zo.’ 

Wordt er nog geboerd op de oude boerderij? 

‘Heit en mem zijn naar Wolvega gegaan. Twee broers zijn op de boerderij gebleven. Het lijkt lang geleden allemaal.’ 

Maar het zit allemaal nog wel in het hoofd. 

‘Ja, de kinderen willen graag dat ik alles eens een keer opschrijf, maar ik weet niet of ik daar aan begin.’ 

Had u boer willen worden met alle regeltjes die ze bedacht hebben en die tijdens het spel steeds worden veranderd?

‘Je krijgt er ook veel voor terug. Werken in en met de natuur is natuurlijk heel mooi. Ik had wel boer willen worden, of veearts. Maar om alleen koeien in te enten is natuurlijk ook niks. Ik hield heel veel van beesten en nog, dat zijn onze metgezellen.’ 

De boerensector staat onder druk. De boeren zijn niet echt populair meer. 

‘Zijn ze ook nooit geweest. Het zuchten onder regeldruk kan ik me goed voorstellen.’ 

Ik had ook boer kunnen worden maar ik moet er niet aan denken met al die regels. Al vrij vroeg ben ik verslaggever geworden. 

‘Je gaat nooit meer terug naar de boerderij als je er eenmaal uit bent.’ 

Boer zijn is een vak waar je in moet groeien of later hobbyboer worden als je de schaapjes op het droge hebt. 

‘Precies. Dat zou ik nu ook wel willen hebben, wat schapen, wat stierkalveren, wat mesten en een hond. Maar toe maar, daar kom ik niet meer aan toe. Ik ben nog altijd aan het werk. Ik heb er geen tijd voor, haha. Er ligt nog genoeg werk te doen.’ 

Albert van Keimpema

Het zwaard van het Kruis der Hollanders

FJ Feest 130

Wat Première speelfilm Grutte Pier

Waar Theater Sneek

Wanneer Vrijdag 28 oktober

Aantal gasten 350

Wie Cast, crew, vrienden, familie, filmwereld

Bijzonderheden Het zwaard van Grutte Pier hing gevaarlijk boven ieders hoofd. De reus Milan van Weelden, die Grutte Pier vertolkt, wist de mensen wel te raken, gevoelsmatig dan. Hij hief het zwaard en brulde. Een imponerende vertoning.

SNEEK – Steven de Jong heeft al heel wat films op zijn naam staan. Kameleon, Snuf de Hond, De Gouden Swipe, De Hel van ’63, De Fûke en Scheepsjongens van Bontekoe zijn er een paar. Eigenlijk heeft het een hele poos geduurd voordat hij leven en strijd van de grote Friese vrijheidsstrijder en krijgsheer Grutte Pierverfilmde. De volksheld, geboren ca. 1480 in Kimswerd en overleden op 28 oktober 1520, staat in het collectief Friese geheugen. Wie kent niet het beroemde wachtwoord Bûter Brea en Griene Tsiis, wa dat net sizze kin is gjin oprjochte Fries? Dit filmepos ging in Theater Sneek in première. In deze stad, in de vlakbij gelegen Martinikerk, ligt Pier Gerlofs Donia, de werkelijke naam van Grutte Pier, begraven. Wie houdt van Friese glorie, strijdlust en van vechtscènes moet de film zien. Pier was niet alleen een verdediger van de vrijheid (tegen de Saksen) maar ook een aanvaller (tegen de Hollanders). Tijdens zijn grootste zeeslag kaapte hij 28 Hollandse schepen en wierp hij de bemanningen zonder pardon overboord, wat hem de bijnaam ‘Kruis der Hollanders’ opleverde.

Winterlunch in Vis en Meer

Op de winterlunch van Vis en Meer werden 26 gasten getrakteerd op een uitgebalanceerd 8-gangen eetfestijn. De lunch was een vervolg op de winter-BBQ van vorig jaar. Het menu was als volgt samengesteld: gerookte paling met bietensalade en appelstroop; rundercarpaccio met gegrilde scampies en kimsi van pompoen; tartaar van Yellow Fin-tonijn met kruidencrèmefrêche en Furiaki-zeewier; kleintje bouillabaisse; coquilles met parelgort en gegrilde pompoen; schelvis met Hollandse groenten en spinaziejus; Beef de Tira; vanille-crème brûlée. Een toplunch dus, bereid door chef Sjouke SchilstraRudi de Vries en stagiair Huub Spoelstra en gastvrouw Maya Schilstra en Jet Reekers in de bediening. Rudi is anderhalf jaar souschef. Hij deed ervaring op bij AnderS Langweer en Zuiver Vlieland. 

Kaas proeven op de Nylander

Met de winnende oranjekoek van Roel Boonstra tijdens de streekproductverkiezing werd het mini-event van Fryslân Culinair op kaasboerderij de Nylander in It Heidenskip geopend. En met champagne van Laurent-Perrier werd een toast uitgebracht op de nieuwe kaasinrichting die voorheen was gevestigd aan de Lange Leane in Workum. Nu zijn boerderij en kaasmakerij onder één dak. Organisator Bea Ligthart omschreef het bedrijf als ‘de crème de la crème’. Daarmee is niets te veel gezegd. De Nylander maakt de lekkerste kaas van de rauwe romige melk van de 115 Jersey-koeien van de familie Bokma. Het plan is om jaarlijks 300.000 liter te verkazen. De andere helft van de 600.000 liter gaat naar kaasmaker Henri Willig in Heerenveen. 

‘Dit is altijd mijn droom geweest,’ zei Otto-Jan Bokma, wiens schoondochter Mariska (getrouwd met oudste zoon Arjen) de kaasmaakster is. Overigens is het een puur familiebedrijf want mem Marianne werkt mee, tweede zoon Gerbrand is boer op de Nylander, zijn vrouw Lianne maakt boter, jongste zoon Sander melkt en maakt kaas, zijn vrouw Petra doet de boekhouding en jongste dochter Anne-Wieke runt samen met personeel de winkel in de nieuwe versmarkt De 3 Ambachten in Workum die een groot succes is.

Het bedrijf ging in 1998 biologisch. Het was een ideetje van Klaas, zijn oudste broer. Je bent hartstikke gek, zei Otto-Jan, maar voortschrijdend inzicht deed zijn scepsis kantelen. 

‘Altijd meer, meer en meer zag ik niet zitten. Meerwaarde toevoegen, dat was wat ik wilde.’

Otto-Jan, die in die jaren een inkomen had als vertegenwoordiger in stiersperma, ging op cursus en zag biologische boeren op zandgrond. Als het daar kan, dan helemaal op de vruchtbare kleiveen van It Heidenskip, dacht hij. Hij koos voor Jersey-koeien. Een kleinere, sterke koe die makkelijk bevalt en minder melk geeft maar wel hoogwaardiger melk met hoog vet- en eiwitgehalte (6 en 4%) waardoor je minder melk nodig hebt voor kaas- en boterproductie. 

In 1998 haalde hij de eerste vijf Jersey’s uit Denemarken 

Otto-Jan: ‘Niemand snapte mijn keuze. Maar de Jersey’s waren echt de baas tussen de Holsteins en altijd goed gehumeurd. Ze liepen fluitend naar de melkstal. Het bleek een schot in de roos. De Jersey-koe is de kip met de gouden eieren, zeker in deze tijd.’

In 2008 kocht hij de kaasboerderij aan de Lange Leane. Wederom was er weerstand.

‘De boekhouder zei: doe het niet. Maar van mem had ik geleerd nooit achter de meute aan te lopen.’

Wederom legde die switch hem geen windeieren. Hij leerde Joop Braakhekke kennen en die was wild van zijn kaas. Joop introduceerde hem bij Betty Koster van L’Amuse in Amsterdam, dé kaasvrouw van Nederland.

Otto-Jan: ‘Eén mailtje en het was bingo. Op vleugeltjes vertrok ik uit Amsterdam. Joop werd het uithangbord van ons bedrijf. De kaas is sindsdien niet meer aan te slepen, zoveel vraag is ernaar. Zelfs uit het buitenland. Bussen overal vandaan rijden langs onze winkel.’

Dat zijn melk niet wordt gepasteuriseerd vraagt veel van de bedrijfsvoering maar Otto-Jan wil er niet aan: ‘Je gooit dan veel smaak weg.’

Twee jaar geleden is het bedrijf van de familie opgesplitst. Klaas en Bettie melken samen met hun zoons Siebe-Klaas en Wytze op de Gouden Boayum, hun andere zoon Harmen boert aan de Lange Leane en Otto-Jan melkt met Gerbrand en Sander in It Heidenskip. Zijn familie doet de kaas- en botertak van de Nylander in It Heidenskip en Workum.

De bijenkasten verhuisden mee naar It Heidenskip. Imker Guus Verhoef uit Amsterdam maakt honing die in de winkel wordt verkocht.  

Met hergebruikte oude balken en planken uit De Hinde en de burgemeesterswoning in Hindeloopen werd op de Nylander een ontvangstruimte vertimmerd waar de gasten van Fryslân Culinair bijeenkwamen en waar ze een lunch van Harmen Ligthart kregen voorgeschoteld die werkelijk subliem was: jonge Nylander nagelkaas en paté de campagne van preskop op brood van Christa Bruggenkamp van graanmolen Mevrouw de Molenaar in Witmarsum, met kaas gegratineerde mosselen, tomatensoep van tomaten uit de kas van Daan Trimpe in Koudum.

De deelnemers genoten van de verhalen en het gebodene. De mini-events van Fryslân Culinair vallen goed in de smaak.

Michael Roest wil nog één keer culinair vlammen

DOKKUM – Drie jaar heeft Michael Roest restaurant De Waard van Dokkum gerund. In die tijd heeft hij de keuken van hotel de ABDIJ van Dokkum op de kaart gezet. Fijnproevers uit het hele land kwamen naar de vestingstad van het Wad om van de pure gerechten van Michael en zijn team te genieten. Nu is het tijd voor een nieuwe uitdaging. Michael is 53 jaar en wil nog één keer culinair vlammen!

‘Nu kan dat nog, het aangaan van een nieuw avontuur. Dit is een belangrijk moment in mijn leven. Momenteel oriënteer ik mij waar ik een vervolg kan geven aan mijn loopbaan als chef-kok,’ zegt Michael, die voordat hij naar Dokkum kwam, in Ternaard succes boekte met zijn restaurant De Waard van Ternaard. 

Door zijn kwaliteiten heeft hij een impuls gegeven aan het Dokkumer hotel, dat nog steeds in ontwikkeling is. Hotel en restaurant willen uitgroeien tot een toplocatie van nationale allure. De naam en faam die Michael heeft opgebouwd wil hij nu elders etaleren. Het moet weer een zaak van hoog niveau worden met een intieme entourage. Deze ambitie wil hij waarmaken met gastheer/sommelier Salvatore Apuzzo (31). Door hem heeft Michael Italiaanse invloeden in zijn kookstijl gebracht. Zo traint hij zich momenteel in Napolitaans deeg maken. Zijn stiel is sober in de zin van dat hij geen grabbelton aan ingrediënten op het bod tovert, maar wel met een ruige touch zeer verfijnd en hoog op smaak. Van imitatie is hij wars: ‘Ik heb mijn eigen stijl.’

Groenten staan hoog in zijn vaandel. Michael haalt de beste en mooiste kwaliteit uit zijn eigen moestuin in De Westereen. 

Een hoed kleedt af

Een hoed kleedt af. Het is hét accessoire in de garderobe van de vrouw én de man. Hoedenmaker Koos van der Wal, die een atelier aan het Zaailand in Leeuwarden heeft, was om die reden twee zaterdagen bij Vandergang in Dokkum om zijn prachtige ambacht, dat hij ‘toegepaste kunst’ noemt, toe te lichten en te demonstreren, hoe hij vormen creëert en kleuren kiest. Een collectie van hem werd gedurende twee weken in de zaak gepresenteerd.

Je kunt een hoed kopen in een speciaalzaak, maar je kunt natuurlijk ook een hoed laten maken door Koos.

‘Ik kijk naar de persoon, de drager van de hoed. Een hoed is karakterversterkend. Mensen kunnen om diverse redenen bij mij komen. Bijvoorbeeld om advies in te winnen, om een hoed bij een outfit te kiezen of voor een gelegenheid te maken. Ik hoor de wensen aan, ik luister naar mensen en zo probeer ik een hoed te matchen met degene die hem draagt,’ zegt Koos over zijn vak.

Zonder hoed of hoofddeksel kun je je kaal voelen, of de kleding die je draagt mist de finishing touch. 

Koos: ‘Een hoed is de kers op de taart en moet vanzelfsprekend zijn. Het effect wat ik wil bereiken is niet dat iemand reageert met “wat een mooie hoed” maar met “wat zie je er goed uit!”. Dan is de hoed onderdeel van de outfit.’

Nederland is niet bepaald een hoedenland, hoewel de hoed aan populariteit wint. Het heeft volgens Koos met cultuur te maken. Wij zijn nogal calvinistisch (doe maar gewoon) en we zien de praktische voordelen van een hoed gauw over het hoofd. In Mediterrane landen zorgt een hoed voor een koel hoofd, in winterse kou zoals hier voor comfort.

Koos van der Wal 06-25293980 (alleen op afspraak) 

Biografie KP-leider Piet Oberman

Piet Oberman werd onder de rook van Dokkum geboren en bracht er het grootste deel van zijn leven door. Hij maakte deel uit van een welvarende, gereformeerde familie van houthandelaren, dominees en bestuurders. Familie en stad droegen flink bij aan zijn persoonlijke ontwikkeling. 

Hij was 36 jaar toen hij als knokploegleider op 8 december 1944 zijn mannen voorging bij de geslaagde inval in de Leeuwarder gevangenis. Zonder bloedvergieten weten ze 51 mensen te bevrijden. Als deze actie 18 jaar later verfilmd wordt en veel publiek trekt, stijgt zijn ster naar grote hoogte. De mythe begint te leven en ontneemt zo voor buitenstanders het zicht op de man.

Oberman is een man met vele gezichten. Hij is een dwarsligger, een avonturier, een eenling, een 'fuifnummer', populair bij de vrouwen, een snelheidsduivel op de motor en in zijn Amerikaanse sleeën, een bezonnen verzetsleider, geslaagd ondernemer, zeezeiler, echtgenoot en vader van vier zoons. Auteur Hessel de Walle, die in 2019 De mannen van de Overval publiceerde, laat in deze biografie al deze aspecten de revue passeren.

Hessel de Walle – Piet Oberman. De man en de mythe. Prijs € 35,00.

Dokkumer bijnamen geboekstaafd

Bijnamen, in elk dorp had bijna iedereen er wel een omdat iedereen ook iedereen kende. Een stad als Dokkum wordt al te groot voor ons kent ons en dus ook voor bijnamen. Vroeger schaamde men zich niet voor ‘bodyshaming’. Iemand ‘Dikke Doet’, ‘Skele Mary’ of ‘Speknekkie’ noemen was geen schelden, je wist gewoon niet beter. Vaak was men niet eens op de hoogte van de echte naam. Sommigen kregen een volzin als bijnaam, zoals boekhouder Cor Brink: ‘Ut hondsje mut poepe’. Of zoals de familie Glas werd genoemd: Famylje fan de Ferenugde Naties. Moeke kreeg een kind van een Duitser en de dochter een van een Canadees…

Al in de 17de eeuw werden bijnamen opgetekend door geschiedschrijver Simon Gabbes Abbema.

Nico Douma van Ut Genoatskap foar ut gebrúk fan ut Dokkumers (opgericht in 2018) heeft alle Dokkumer bijnamen in een bestand opgenomen. Er staan 1158 namen in! Hij hanteert een A-lijst (van mensen die niet meer leven en die je de naam niet meer kunt nadragen) en een B-lijst van mensen die je nu nog op straat kunt tegenkomt en die hun bijnaam niet vleiend vinden. Die wil je natuurlijk niet tegen het hoofd stoten.

De bijnamen zijn veelal in het Dokkumers, een stadsdialect zoals de meeste Friese steden die hebben (Leeuwarden, Franeker, Harlingen, Sneek, Hindeloopen). Deze stadstalen lijken op elkaar maar er zijn wel degelijk verschillen.

Nico: ‘Wij hebben contact met de Afûk gezocht om het Dokkumers te definiëren.’

Zijn project levert mooie anekdotes op. Zo werd schipper Spaanstra ‘de Watertreder’ genoemd omdat hij eens de kerk verliet waar hij dominee over een over water lopende Jezus had gehoord, en dacht dat hij dat ook wel kon op het Kleindiep waar zijn schip lag…

Hotelier Albertus Bos van Het Wapen van Amsterdamheette Barbarrosse, melkboer Renze Damsma Ben Hur omdat hij op zijn melkwagen stond in plaats van zat, fietsmaker Jan Buwalda Jan Plak en paardenhandelaar Klaas Damsma Klaas Klots omdat hij de haren van zijn oudere paarden zwart verfde met Oost-Indische inkt.

De auto van… Tjerk Kingma

Woonplaats: Schingen

Beroep: directeur/eigenaar King Metaal machinefabriek Franeker

Leeftijd: 60

Auto: Corvette C1

Bouwjaar: 1959 (op kenteken in 1960)

Motor: 4,8 liter 8 cilinder, 4-handbak benzine

PK: 270

Topsnelheid: 205 

Kilometerstand: 5.300 mijl

Verzekerde waarde: € 95.000 

In bezit sinds: 2018

Van wie gekocht: André Boer Corvette-specialist in Wezep

Andere auto: BMW X6 voor dagelijks gebruik

Een prachtauto die er niet om liegt

FRANEKER – Overal in het Noorden kun je Tjerk en Wiep Kingma uit Schingen tegenkomen, ergens op een bankje te picknicken. Niet dat zij nou zozeer opvallen, maar wel hun auto. Dat is namelijk een schitterende Corvette C1 van 1959. Een geweldig mooie, blitse klassieker in de ultieme roodwitte duotone kleurencombinatie. Rijden in deze Corvette is hun lust en hun leven. 

Tjerk is een drukke baas. Zijn machinefabriek King Metaal vraagt veel tijd en aandacht. Het is een mooi bedrijf dat alle disciplines in huis heeft voor het maken van de meest uiteenlopende machines. Het bedrijf garandeert vak- en maatwerk, engineert zelf complexe opdrachten en levert projecten turnkey op. Nijver, kwaliteit en oplossingsgericht denken hebben King Metaal een sterke marktpositie gebracht. En ja, dan wil je op z’n tijd de zinnen weleens verzetten. 

De Rover P50 die hij had voor de fun, bood niet het plezier meer waar Tjerk naar zocht. De hond had bovendien veel verscheurd: hemel, banken, dashboard. De youngtimer werd verkocht. Op de Harley-Davidson, een jubileummodel uit 2003, beleefde hij nog wel z’n kicks, doch Wiep wilde niet meer achterop. Dus werd het tijd voor weer eens een auto. Ditmaal Tjerks droomauto, een Corvette C1, een van de vroegste modellen. 

Tjerk: ‘Latere C-modellen vind ik lang zo mooi niet.’

De Corvette C-serie wordt vanaf 1956 geproduceerd. Alle modellen sindsdien van de Corvette C zijn verzameld door André Boer. Hij heeft zijn indrukwekkende collectie ondergebracht in zijn Corvette-walhalla in Wezep. 

Tjerk meldde zich bij hem en zag het type waar hij naar op zoek was: ‘Maar die bleek niet te koop, althans, niet zolang de restauratie van eenzelfde type nog niet klaar was. Boer gaat namelijk op zeker. Hij is heel zuinig op zijn Corvettes. Omdat ik niet wilde wachten, liet ik mijn oog op een andere Corvette C1 vallen, eentje in Amerika. Geen rode, maar een witte met donkergrijze zijvlakken.’

Dat was 2018.

Tjerk vroeg JK Cars in Roosendaal om de import, de administratie en de registratie op kenteken te regelen. 

‘Dat werd een hele toestand. De RDW (Rijksdienst voor het Wegverkeer) keurde tot drie keer toe de tenaamstelling af omdat men de nummering niet begreep. Dat had te maken met het feit dat de auto uit Canada was geïmporteerd. Een officieel document dat moest bewijzen dat de auto de grens was gepasseerd ontbrak, en gekopieerde afschriften werden niet geaccepteerd. Een hard copy kreeg ik niet. Enfin, ik was het spuugzat want ik had de helft van het aankoopbedrag al betaald. Ik wilde graag van de auto af. Dat lukte toen er belangstelling vanuit Italië was. Een stempel van een soort postkantoor daar was voldoende om de auto in te voeren.’

Tjerk kreeg zijn geld terug, maar was inmiddels weer bij nul.

‘Op een zaterdag trok ik de stoute schoenen aan en reed naar André Boer. Ik zei tegen hem: ik ben hier nu, ik verlaat het pand met een auto. Ik zag een mooi exemplaar, dat in de spionagefilm True Lies van 1994 met Arnold Schwarzenegger en Jamie Lee Curtis werd gebruikt. Vraagprijs en bieding lagen op dezelfde hoogte en de deal was gauw rond. Dat was dus deze Corvette, helemaal gerestaureerd; koetswerk, het leer, de mechanische kap, alles. Doordat de motor compleet gereviseerd is, staan er slechts 5.300 mijl op de teller. De auto heeft een sterke motor. De paardenkrachten kan ‘ie overigens beter kwijt bij optrekken dan bij hoge snelheid.’

Het verhaal liep dus goed af. Sterker, achteraf gezien kon dit verloop niet beter. Tjerk is heel wijs met zijn aanwinst. Die wil hij niet meer kwijt.

‘Met Boer maakte ik de afspraak dat als mij iets overkomt hij de auto voor minimaal het aankoopbedrag overneemt en de provisie van de marktprijs in rekening mag brengen.

De aankoop was trouwens mooi op tijd gedaan. Dergelijke exclusieve auto’s zijn in prijs gestegen en behouden op z’n minst hun waarde. 

Wat Tjerk zo aanspreekt aan deze Corvette?

‘Het design, de vleugels, de holtes in de belijning, het chroomwerk, de uitlaten die in de achterbumpers zijn verwerkt, de kleuren, de wieldoppen met slagmoeren, de emblemen op voor- en achterklep. Zoiets wordt niet meer gemaakt, veel te duur.’

Aparte kenmerken zijn het klepje onder de voorruit die open kan waardoor de rijwind de airco is. Een eigenaardigheid is, is dat bij laag toerental de ruitenwissers langzamer gaan, maar ja, wanneer rij je nou bij regen? Tjerk en Wiep niet. Zij maken van elke rit, uitgestippeld met een ANWB-wegenkaart, een korte vakantie. De zomerstoelen liggen standaard in de kofferbak.

Wiebren en Anke Bergsma volgen hun nieuwsgierigheid naar Mexico-Stad

OOSTERZEE-BUREN – Wiebren en Anke Bergsmazijn wereldburgers. Ze zijn overal thuis. Maar toch, in 2014 leken ze vanuit Kaapstad voorgoed neer te strijken in Friesland, waar de uit Colombia geadopteerde Wiebren opgroeide. Via een veiling kochten ze een boerderij in Oosterzee-Buren. De stulp werd weergaloos verbouwd en bood onderdak aan Galerie Nuweland waar volop ruimte was voor Zuid-Afrikaanse kunst, collectors art en fraai vormgegeven designmeubels. Echter, na vijf jaar is het paar een nieuwe weg ingeslagen. Ze vertrokken naar Mexico City.  

Daar slaan ze hun vleugels opnieuw uit. Opmerkelijk, want in Oosterzee is een plaatje gecreëerd. Superlatieven schieten te kort om dit paradijs te beschrijven. Woning, galerie, erf en tuin vormen in één woord een schitterend geheel. Het was ook binnen een dag verkocht, en voor een hele beste prijs. 

Wiebren beaamt dat het wel even moeite heeft gekost om deze beslissing te nemen: ‘Maar dat was in Kaapstad ook zo, waar we het heel erg naar onze zin hadden. We hebben de bruisende energie van deze stad naar Friesland meegenomen en dat doen we nu weer naar Mexico. Dat is volwassen worden.’

Niet internationaal genoeg

Een nuchtere, zakelijke instelling gaf de doorslag: ‘Hoezeer we ook gehecht zijn aan Friesland, deze omgeving is niet internationaal genoeg voor de wereld van de kunst waarin wij opereren. Zeker, de beurzen weten ons te vinden. Wij zijn aanwezig op de plekken en in de steden waar je moet zijn, stonden in oktober nog op de FIAC in Parijs, maar omgekeerd verloopt moeizaam. Hoewel de wereld klein is geworden door het internet loop je in Friesland nu eenmaal minder kunstenaars en handelaars tegen het lijf die belangrijk voor je kunnen zijn. Wij zijn er in Friesland niet helemaal in geslaagd ons publiek te bereiken.’

Scharnierpunt

De focus lag op Zuid- en Midden-Amerika: ‘Daar zijn interessante culturele hubs als Buenos Aires, Sao Paulo en Mexico-Stad. Onze keus viel op laatstgenoemde bestemming, een stad met 20 miljoen inwoners, omdat daar het scharnierpunt ligt tussen Zuid- en Noord-Amerika. Mexico is bovendien een land van oude beschavingen, dat telde ook mee.’ 

Ze beginnen er weer een galerie: ‘Wij wilden geen nieuw Nuweland maar een hotspot van crossverbanden. Je vindt er tal van musea, galeries, kunstacademies. Mexico-Stad is een heel levendige gemeenschap.’ 

Zijn ouders Wigle en Gerrie Bergsma uit Balk begrijpen hun zoon.

Wiebren: ‘Zij hebben mij de kans gegeven de 

wereld te zien en te ontdekken. Wij hadden het in Friesland makkelijk kunnen uitzingen, maar we volgen onze nieuwsgierigheid en willen nieuwe levensverhalen schrijven.’  

Hun beide jongens zijn 6 en 9. Net als Heit spreken ze Fries. Maar Anke, een dame van het Groninger land, niet.

‘Die verdomt het,’ lacht Wiebren. Op zijn beurt wil hij zijn kinderen wat van de wereld laten zien. Wiebren en Anke wilden niet wachten tot de jongens op de middelbare school zitten. Dit was het goede moment om te vertrekken.

Reflectie en vernieuwing

Het was tijd voor reflectie en vernieuwing, schreven ze in de uitnodiging voor hun afscheidstentoonstelling Art is a bridge van een groepje kunstenaars met wie ze de afgelopen jaren intensief hebben samengewerkt.  

Zware Jongens nog lang niet uitgejodeld

SNEEK – Zware Jongens Fokko Dam en Arie Kuipers zijn mannen van de meestampers. Dat doen ze goed want ze hebben de prijzenkast al vol. Hun liedje De Jodeljump

scoorde 8.6 miljoen streams! Ze verdienden er een Gouden Plaat mee. Ter afsluiting van de Sneeker Dweildag reikte cultuurwethouder Petra van den Akker van Súdwest-Fryslân hen die award uit. 

In het voorjaar van 2007 kwam deze single al uit. Datzelfde jaar wordt de plaat uitgeroepen tot feesthit van het jaar. Ondanks de bescheiden notering in de hitlijsten, is het een populaire plaat in kroegen, op feesten en in wintersportgebieden. Frappant is dat het Nederlandstalig nummer maandelijks zo’n 20.000 keer per maand gestreamd wordt in Noorwegen en Zweden.

Ster op het doek

HEERENVEEN – Beeldend kunstenaar Gabriëlle Westra (32) uit Heerenveen was te zien in het tv-programma ‘Sterren op het doek’. Zij was een van de drie kunstenaars die een portret maakten van journalist en documentairemaker Sinan Can.In Sterren op het doek laten bekende Nederlanders zich door drie schilders vereeuwigen terwijl ze worden geïnterviewd door presentator Özcan Akyol. Na afloop kiest de BN’er één schilderij uit om mee naar huis te nemen. De twee overgebleven werken worden online geveild voor een goed doel.Een bekende Nederlander in essentie weergeven is de opdracht waar Gabriëlle Westra voor stond. Het zal een betekenisvol portret worden van iemand, die tot voor kort voor haar nog een onbekende was. 
Gabriëlle past in haar ontwerp een 3D-techniek toe, want de diepzinnige Can met een prachtige ‘schilderkop’ verdient letterlijk diepte in zijn portret. 

‘Mijn missie is pas geslaagd als kijken naar het schilderij hem en anderen gelukkig maakt.’ Sinan Can liet tevoren weten dat hij erop ging letten op ‘of hij zijn ziel terug zou zien in het portret’. 

Gabriëlle Westra, partner van schilder Randolph Algera, behaalt haar Masteropleiding tot beeldend kunstenaar aan de Klassieke Academie Groningen (2015). Ze exposeert in binnen- en buitenland en in haar eigen Galerie Autrevue in Heerenveen.
Gabriëlles portret was 10 december te zien tijdens alweer het 15de seizoen van Sterren op het Doek.

SKS-skûtsjesilen immaterieel erfgoed

GROU – Het kampioenschap skûtsjesilen van de SKS is bijgeschreven in de inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland. Het bijhorend certificaat werd ondertekend door SKS-voorzitter René Nagelhout (rechts) en directeur Marco van Baalen van het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed in het bijzijn van burgemeester Sybrand van Haersma Buma van Leeuwarden namens de gemeenten waar de wedstrijden worden gehouden en gedeputeerde Friso Douwstra (beide links) namens provincie Fryslân.

Lagerwal, hoge golven en ondiepten voor de kust van Lemmer

LEMMER – Gevaar op het water hoeft niet alleen te schuilen in de diepte, maar nog meer in de ondiepte. Vroeger was de Zuiderzee berucht om de grondzeeën die er konden ontstaan, en later ook op het IJsselmeer. Wat ook meespeelt is dat de wind in ons land overwegend zuidwestelijk is, hetgeen betekent dat je in Lemmer dikwijls bij hoge golven aan lagerwal zit, wat het nog gevaarlijker maakt. Het was dus niet vreemd dat Lemmer in 1920 een reddingstation kreeg. Het begon met een roeireddingboot die in 1925 werd vervangen door een motorschip. Lemmer is een van de vier Friese KNRM-stations op de vaste wal die verder in Harlingen, Hindeloopen en Lauwersoog een basis hebben. Uiteraard zijn er ook stations op de Friese Waddeneilanden. 

Vrijwel de helft van alle acties vanuit Lemmer gaan richting Steile Bank en Vrouwezand waar boten, vooral huurders van schepen die niet erg bekend zijn met de omgeving, al gauw vastlopen. Heroïsche avonturen hebben zich er voorgedaan. Tegenwoordig wat minder door de betere vaartuigen waarover KNRM Lemmer kan beschikken maar reddingen verrichten blijft riskant op het vaargebied van Rotterdammerhoek (halverwege Lemmer-Urk) en Vrouwezand bij Stavoren. Het station beschikt over een oprichtende reddingsboot (Anna Dorothea) en een rib (Palace Noordwijk) die vooral dienstdoet op de zandplaten waar de 80 cm diepe Anna Dorothea niet kan komen. Dit schip wordt binnenkort vervangen door een nieuw exemplaar uit de zogeheten Van Wijk-klasse (vernoemd naar de naamgevers/schenkers van het 1ste schip Riet en Jan van Wijk), dat door Kuipers in Woudsend is gebouwd. Deze boot krijgt de naam Pauline, een samenstelling van de namen van de schenker Paul en Caroline Driessen.

Het eeuwfeest werd gevierd, door corona twee jaar later dan gepland. Hoofdgast op de receptie was commissaris Arno Brok. De oud-burgemeester van o.a. Dordrecht voelt zich verwant met de KNRM want deze oudste zeehaven van ons land (Dordrecht lag vroeger aan open zee), daterend uit de 12de eeuw, heeft twee reddingstations. ’s Middags had Brok de 40ste vaartocht van statenjacht Friso dit jaar nog veilig beleefd. Reddingswerk was in het verleden een overwegend Friese zaak, grapte Brok, verwijzend naar ‘it grutte Fryske imperium’ dat zich uitstrekte van Amsterdam tot Denemarken. Hij roemde de vrijwilligers (‘reddingswerk vraagt moed’) en prees hun sydsulver thuis, in dit verband door hem toepasselijk sydswurd genoemd.

KNRM-directeur Jacob Tas riep vrouwen op zich aan te melden als vrijwilliger. Lemmer heeft 18 vrijwilligers waarvan één vrouw. Voor zo’n grote watersporthaven als Lemmer is dat te weinig.

It Gesicht fan Fryslân

BURGUM – Vier jaar geleden werd fotograaf Arie Bruinsma uit Sint Nicolaasga getroffen door een herseninfarct. Hij moest van ver komen. Het revalidatieproces duurde lang. Stukje bij beetje kwam hij er bovenop en eindelijk, hij kon lange tijd niet autorijden, kon hij z’n stiel weer oppakken, samen met zijn Cynthia. Arie ging weer fotograferen. Hun eerste project sindsdien was It Gesicht fan Fryslân, een vervolg op de portrettenseries die zij eerder maakten (NaturalOp zijn KopIk ben 2018BaardmannenOverlevers en PuurPuber). 

Om het project van de grond te tillen werd Pieter Jan Heidstra door golfgoeroe Auke Hempenius bereid gevonden het boek voor te financieren en uit te geven. Auke had vorig jaar de Golfelfstedentocht georganiseerd ten bate van het Foppe Fonds. Omdat 11 voor hem een heilig getal is, richtte hij een club van 111 ondersteuners op om het boek in een oplage van 1.111 exemplaren te laten verschijnen. Als Pieter Jan uit de kosten is gaat 11% van de netto-opbrengst naar dat fonds en ook 11% naar KiKa, waarvoor Jan Willem Sietsma, die zijn 4-jarig neefje door kanker verloor, met marathonlopen veel geld inzamelde. 

De presentatie werd gehouden in De Pleats in Burgum waar Willem de Vries van Omrop Fryslân het programma aan elkaar praatte, auteur Flip van Doornvan De Friezen (hij schreef het voorwoord in het boek) een karakterschets van de Friezen optekende, Pieter Wilkens enkele evergreens uit zijn repertoire zong, de Greidhoek is voor hem het puurste Friesland, en sterke man Wout Zijlstra met een zware kruiwagen vol boeken aan kwam lopen. Eentje scheurde hij voor de grap doormidden, hij kan het nog steeds. De eerste twee exemplaren werden overhandigd aan de twee kinderen van Arie en Cynthia.

In het boek staan bekende en onbekende, markante Friezen. Van molenaar Tanja Kombrink uit Sloten, voetbaltrainer Henk de Jong tot vuilnisman Wouter de Jong. Cynthia schreef de persoonlijke profielen voor het zeer geslaagde project. 

Rode draad in het boek is geluk. Waarom zijn de Friezen het gelukkigste volk van Nederland, hetgeen zou blijken uit cijfers, zo vroeg Van Doorn zich af. Maar is dat wel zo? Friezen huilen van geluk maar ook gauw van verdriet, van weemoed, en ze kunnen bot, kortaf en erg in zichzelf gekeerd zijn, en soms de dagen zat, ze maken ruzie en familievetes slepen zich nergens langer voort dan hier. Echter, op zo’n avond in De Pleats, genoeglijk onder eigen volk onder elkaar, dan zijn Friezen gelukkig en op hun gelukkigst.

It Gesicht fan Fryslân is het ultieme kerstcadeau: www.itgesichtfanfryslan.frl.

Frysk Gala brengt Friesland in beweging

LEEUWARDEN – Friesland hongert naar feest, naar echte feesten met alles erop en eraan. Jan Gerard van der Wal en Wouter Brandsema van Fryslân Culinair-restaurant Bistro Aragosta cuisine régionale in Leeuwarden voorvoelden dat goed na de donkere coronaperiode waarin de lockdowns en avondklok overdreven te lijken zijn geweest. Samen met het Fries Journaal filosofeerden zij over opzet en locatie. 

Aanvankelijk leek koningsdag de kapstok te zijn, maar ja, dat duurde nog even. Zo lang konden JG en Wouter niet wachten. De 12e van de slachtmaand was het juiste moment. Als locatie passeerden enkele mogelijkheden de revue: Stadhouderlijk Hof, Kanselarij. Maar de ruimte moest ook groot genoeg zijn. Daarom werd het de Grote Kerk. De beste entourage voor het Frysk Gala, zoals het feest werd gedoopt. Deze kerk hoef je slechts goed uit te lichten, dan is de sfeer al optimaal. 

De uitnodiging was nauwelijks de deur uit of binnen twee etmalen was de avond vol gereserveerd. Bijna 300 gasten waren aanwezig. Ze kregen een uitstekend diner voorgeschoteld en voor de rest was het voetjes van de vloer. Na de opening met het Fries volkslied, gezongen door Anneke Douma, zorgden Ben Saunders (in 2011 winnaar van The Voice of Holland), Frizzle Sizzle en de band La Sooph verzorgden de muzikale omlijsting. Medleys van o.a. ABBA deden de kerk swingen.

Dit gala smaakt naar meer, zeggen JG en Wouter. Op hun kalender komen verder een champagnediner (in maart) en een rosé-event (in juni).

Frysk Boun om útens op naar de 100 jaar

REEUWIJK – Op de jaarlijkse ledenvergadering van It Frysk Boun om Útens in Reeuwijk werd vooruitgekeken naar 2023. Dan namelijk viert deze bond van uitgeweken Friezen het 100-jarig bestaan. Het is bijzonder dat het eeuwfeest wordt gehaald, want de bond met tal van afdelingen door het hele land vergrijst en de aanwas van jonge, nieuwe leden groeit nauwelijks. 

‘Mar wy stean war en lizze de holle net gau del,’ zegt voorzitter Hâns Dijk uit Bodegraven – Hâns dus, in de Friese variant, Dijk uitsprekend als Dyk. Want hoe lang een Fries ook ‘om útens’ verblijft, de band met It Heitelân blijft onverminderd sterk.

Vroeger vonden de naar elders verhuisde Friezen saamhorigheid bij de Fryske Kriten in den lande. Er werden lezingen en activiteiten georganiseerd, er werd gezongen, toneel gespeeld, Friese boeken besproken, reünies gehouden. Overal had je afdelingen. Ze waren heel actief. Dat zijn ze nog, zij het voor veel minder leden. De wereld is in sociale zin kleiner geworden, er is minder behoefte elkaar te zien en Fries te spreken. Zelfs in de eigen provincie moet gestreden worden de Friese identiteit rechtovereind te houden. 

De afdelingen in het land zijn gevestigd in plaatsen die allemaal een officiële Friese naam dragen; Grins (Groningen), Dimter (Deventer), Útert (Utrecht), Swol (Zwolle), De Haach (Den Haag). Schitterend, het toont de rijkdom van het Fries. De verenigingsnamen zijn natuurlijk ook Fries.

Wie de website van de bond bezoekt komt op de ‘hiemside’ terecht. Frieser kan het allemaal niet. De beste hoeders over het Fries en Friesland vind je juist buiten de provincie!

De recente ledenvergadering werd gehouden in de met pompeblêden versierde zalencentrum De Brug in Reeuwijk (Reeuwyk) waar de krite Bodegraven, Fier fan Hûs geheten, het 75-jarig jubileum tegelijkertijd met de vergadering vierde. De dag werd naar traditie geopend met het gezamenlijk zingen van het Friese volkslied. Nee, dat is niet een beetje mee neuriën maar uit volle borst zingen door geschraapte kelen. It Fryske Bloed stroomde zichtbaar harder door de aderen. De patriottische entourage doet Amerikaans aan, waar vlag en vaderland ook nog zeer verbindend zijn. ’s Middags gaf Lysbeth Jongbloed van de Fryske Akademy een lezing over het gebruik van het Fries op sociale media. Zij promoveerde op deze studie aan nota bene de universiteit van Maastricht. De ferdivedaasje (het vermaak) werd gebracht door het Leeuwarder selskip Acta Theater van cabaretier, zanger en toneelspeler Klaes Westra. Minder Fries was de afsluiting: een Chinees buffet. 

‘Friezen zijn de meest geïntegreerde allochtonen in Bodegraven,’ grapte Arie de Jong (93). Hij heeft recht van spreken want hij is 25 jaar gemeentesecretaris geweest. Er zijn meerdere Friezen die zich in de regio Bodegraven verdienstelijk hebben gemaakt. De huidige burgemeester Erik van Heijningen van Bodegraven-Reeuwijk ging daar in zijn feestrede op in. Juist die integratie lag daar volgens hem aan ten grondslag. Friezen passen zich aan, willen vooruit, gaan niet bij de pakken neerzitten en tonen initiatief. Friezen behoren tot de meest geslaagde emigranten in de wereld.

Een voorganger van Van Heijningen was een Fries: de in Leeuwarden geboren Jelle Croles (1908-1991). Hij diende de gemeente van 1946 tot 1973. Naar hem is de Burgemeester Crolesbrug genoemd. Zijn vader, geboren in IJlst, was rechtbankgriffier, rechter, raadsheer en later president van het Gerechtshof in Leeuwarden. Maar daarvoor had Jo de Mars, geboren in Oldeboorn, reeds naam gemaakt. In 1929 werd hij directeur van de kaasfabriek Oud-Holland. De Mars was naar Holland gekomen om provinciegenoot directeur Okkinga op te volgen bij de voormalige Full Cream Kaasbond, bekend om haar specialiteit in roomkaas. Dit in 1898 in Amsterdam opgerichte bedrijf was de stichter van Oud-Holland. Jo de Mars heeft een opmerkelijke loopbaan in Bodegraven doorgemaakt. Voor de Tweede Wereldoorlog was de liberaal acht jaar lid van de gemeenteraad. Hij werd als éénmansfractie (!) wethouder in de noodgemeenteraad en – na verkiezingen – nog eens wethouder van 1945-1949. 

Veel Friezen waren maatschappelijk geslaagd in het zuiveldorp in Het Groene Hart, zoals W.M. Westerhof, geboren in Wolvega, die directeur was van het gemeentelijk slachthuis en tevens directeur van de regionale vleeskeuring. En Wiebrand Boosman, geboren in Nieuwehorne, was de eerste voorzitter van Fier fan Hûs. Hij had een leidinggevende functie op het notariskantoor en de Nutspaarbank. Hij was ook erevoorzitter van de voetbalclub, voorzitter van de afdeling Gouda van de KNVB, voorzitter van de Rederijkerskamer en van Zanglust. Voordat Wiebrand 's ochtends naar zijn werk ging, zwom hij eerst enkele baantjes in de Oude Rijn. Zelfs als de Rijn 's winters bevroren was, hakte hij eerst een bijt en nam hij een bad. 

Joop Visser, geboren in Huizum, was keurmeester op de kaasmarkt. J. van der Walle was lid van de gemeenteraad, Paula van der Burg-Boersma, geboren in Sneek, was gemeenteraadslid en wethouder. Liesbeth de Jong, geboren in Ferwoude, was lerares aan de huishoudschool. Bertus Wierdsma, geboren in Lemmer, was keurmeester bij de vleesverwerking. Hans Dijk, geboren in Sijbrandahuis, was gemeenteraadslid en voorzitter van het dienstencentrum Rijngaarde.

De drijvende kracht achter de oprichting van Fier fan Hûs was Harmen Kooistra (1890-1984). In 1912 was hij op 22-jarige leeftijd vanuit het Friese Warga naar Bodegraven gekomen omdat hij een baan kon krijgen in de kaasfabriek. Hij heeft er 43 jaar gewerkt. In Friesland was in die tijd weinig perspectief en daarom trokken er heel veel mensen weg, vooral jongeren.       

In 2021 is er van de hand van Ruud Kooistra, een kleinzoon van Harmen, een biografie verschenen over het leven van zijn grootvader. Harmen trouwde met Klazine van Dam. Het paar kreeg 18 kinderen. 

De bestuursvergaderingen waren bij de bestuursleden thuis. Aan het begin van elke bijeenkomst zong men het Fries volkslied. 

Hectische tijd voor vastgoedmarkt

LEEUWARDEN – Al jaren staat de Friese Vastgoedborrel onder een bijzonder gesternte. Vlogen de huizenprijzen niet door het dak, dan was er wel een bijkans negatieve rente, of voordelige hypotheken, of een krappe woningmarkt waar kandidaat-kopers tegen elkaar opbieden. Altijd is er aan het einde van het jaar wel wat te melden. 

Ditmaal was het niet anders. Sterker, nog nooit was de tijd zo hectisch: een oorlog in Europa die de wereld op zijn kop zet, bovenop alle andere crises een energiecrisis en torenhoge gas- en stroomprijzen, een gierende inflatie, een spilzieke overheid, een kunstmatig gecreëerde stikstofcrisis die windhandel opent en het land en de bouw plat legt, een oplopende rente en de kosten van bouwmaterialen die de pan uitrijzen. Nog nooit stonden zoveel seinen op rood. En toch handhaaft de woningmarkt zich redelijk goed. Eens te meer is bewezen dat waarde gebakken zit in vastgoed en geen gebakken lucht is.

Dus liepen de gasten in restaurant Élevé van het WTC-complex monter rond op het 17de vastgoedfeest, onderwijl genietend van de smakelijkste gerechtjes die voorbijkwamen. De gastheren/vrouw waren Dirk en dochter Jeanette Hoekstra (Hoekstra Makelaardij|Bedrijfsmakelaar|Vastgoedbeheer), Mark Jonker Roelants (DeHaan Advocaten en Notarissen) en Biense Dijkstra (Bouwgroep Dijkstra Draisma).

Ze hadden niemand minder dan Francesco Veenstrauitgenodigd. Deze Rijksbouwmeester is in Leeuwarden geboren maar was te elfder ure verhinderd. Via een scherm sprak hij tot de aanwezigen.

Volgens Veenstra begint de 22ste eeuw nu: ‘Woningen die wij nu bouwen staan er namelijk tot ver in de komende eeuw nog.’ Die woningen wil hij bouwen in bestaande kernen want alle aandacht moet tevens uitgaan naar de vrije ruimte en meer biodiversiteit. Dat betekent dus ‘verdichten’, betere buurten maken en overgaan op ‘veranderbouw’ zoals Veenstra het noemt: de transitie in functie van gebouwen. Hij vindt dat meer gebruik moet worden gemaakt van de wegen, de parken en de infrastructuur die er nu al zijn. 

‘Industrieel bouwen is een deel van de oplossing van het schreeuwend woningtekort,’ aldus Veenstra die op dat gebied in zijn oude provincie trots mag zijn op spelers als Van Wijnen en Dijkstra Draisma. Veenstra roept architecten op tot meer samenwerking. Niet alleen met opdrachtgevers maar ook met andere gremia zoals de agrarische sector, de wegenbouwers, de aannemers, de corporaties.

Verder zal meer dan ooit tevoren omgekeken worden naar de energiesystemen, het (grond)water, het drinkwater en de bodem.

Wethouder Hein de Haan van Leeuwarden deelde verheugd mee dat volkshuisvesting weer op de nationale agenda staat en dat de door hem vermaledijde verhuurdersheffing vervalt. Hij noemde het schrappen ‘een stimulans voor woningcorporaties om te bouwen’. Zo is zo’n borrel niet alleen een feestje voor vermeende snelle vastgoedboys maar ook de sociale component wordt niet vergeten.

VHC Actifood richt met beurs de spotlights op de horeca

OOSTERWOLDE – De tweedaagse beurs van VHC Actifood in Oosterwolde is uitgegroeid tot hét treffen van de noordelijke horecawereld. Zo’n 140 leveranciers presenteren zich daar en laten hun topkwaliteit zien en proeven. Er is een ongekende variëteit aan producten en primeurs. De beurs lijkt op de fameuze beurs van Van der Velde en wordt net als in Bakkeveen destijds in eigen bedrijf gehouden. Elke vierkante meter wordt benut. 

De gelijkenis is niet zo vreemd want de oprichters van Actifood – Evert BlaauwJan VeenstraBert Geuze en Koenraad Winter – hebben een verleden bij Van der Velde, dat in 1997 werd overgenomen door Sligro van de familie Koen Slippens uit het Zuiden. De Friese bon vivants voelden zich er niet zo thuis en stapten uit de organisatie. Ze begonnen in 2000 voor zichzelf. Met dezelfde flair als voorheen bouwden ze in luttele jaren hun bedrijf uit tot een belangrijke speler in de markt. Service en een stapje extra zetten kenmerkt hun ondernemerschap. 

In 2014 en 2015 zijn Geuze en Veenstra overleden. De twee gezelligheidsdieren leefden hun leven alsof elke dag de laatste kon zijn. Thans zitten Evert en Koenraad met hun tweetjes op de bok. Zij hebben zich indertijd aangesloten bij de landelijke koepel VHC en bouwden alzo het bedrijf flink uit, mede door enkele overnames. Een ervan is vleesspecialist Vermaning in Oudehaske van Gerben Vermaning

Ynnatura op bezoek bij Vismigratierivier

KORNWERDERZAND – Ynnatura is een bedrijvennetwerk dat zich inzet voor het versterken en behoud van het Friese Landschap voor wonen, werken en beleven. Elk jaar organiseert de club een excursie die dit jaar de gasten naar de aanleg van de Vismigratierivier in de Afsluitdijk bracht. Een hoogstaand staaltje infrastructuur.

Met de aanleg van de Afsluitdijk werd het praktisch onmogelijk voor vissen om heen en weer te zwemmen tussen Waddenzee, IJsselmeer en de IJssel. Zeker, door het in- en uitwateren via de sluizen is dat kortstondig mogelijk, maar met de Vismigratierivier moeten de trekvisroutes worden verbeterd zodat de vissen die zoet en zout water nodig hebben de kans krijgen op te groeien en zich voort te planten. Ook dieren die vis eten profiteren ervan.

De Vismigratie is een vier kilometer lange meanderende doorgang dwars door de Afsluitdijk, die wordt vernieuwd. Bij hoge waterstanden of storm wordt de Vismigratierivier door het neerlaten van sluisdeuren afgesloten. De Afsluitdijk is natuurlijk een waterkering. Er is een nieuwe waterkering in gebouwd van 20 meter breed, 100 meter land en 8 meter diep. Dat er niet te veel zout water naar het zoetwaterbekken het IJsselmeer moet waar veel drinkwater wordt gewonnen, is evident, maar de Afsluitdijk is een soort membraan; zo lek als een mandje. De vermenging van zoet en zout zorgt voor een lokstroom voor vissen die in het IJsselmeer willen paaien. Per jaar zijn dat zo’n 300 miljoen vissen, waaronder de paling die opgroeit in zoet of brak (zoet/zout) water opgroeit en zich voortplant op grote diepte in de Sargossazee 6.000 km verderop! De larven trekken geholpen door de golfstroom terug naar Europa en ze zullen de Vismigratierivier een welkome entree vinden. Daarna gaan ze naar het IJsselmeer en de rivieren (Rijn, IJssel). Dat de geslachtsrijpe paling zo’n grote afstand kan afleggen heeft te maken met het wegdrijven van het Amerikaans continent van Europa over honderden miljoenen jaren. De paling past zijn uithoudingsvermogen aan. Thans wordt de paling vooral bedreigd door de aalscholver die hier vroeger niet voor kwam en nu op het IJsselmeer de buik volvreet.

Andere trekvissen voor wie de doorgang is bedoeld zijn onder meer zeeforel, fint, elft, Atlantische steur en. zalm, spiering, driedoornige stekelbaars, zeeprik, rivierprik, bot en houting.   

Het gezelschap voer op de Seestern naar de locatie om een bijzonder infrastructuurproject te aanschouwen. 

Wonen & Leven

Woning Voormalig kaaskoopmanshuis

Bouwjaar 1865

Adres Van Eysingaleane 5 Easterein

Bewoners Hille Meijer (48, timmerman) en Nynke Fokkens (43, jeugd- en gezinsprofessional)

Een huis waar je van geniet en van gaat houden

EASTEREIN – Ze vallen meteen in het oog, de regenboograampjes in de voorgevels van een paar klassieke, hogere huizen in Easterein. Het zijn zogeheten kaaskoopmanshuizen. Er zijn er in de 19deeeuw zes in dit dorp gebouwd, maar er staan nog vijf. In een ervan wonen Hille Meijer en Nynke Fokkens. Ze hebben het met gevoel voor ambacht en erfgoed schitterend gerenoveerd.

Easterein ligt in de Greidhoek. Daar waar de weilanden hoog, grazig en vruchtbaar zijn. Het is de regio waar Friese boeren best stamboekvee hebben en een hoge melkproductie halen. Kaas en boter werden er tot circa 1880, toen de eerste zuivelfabrieken werden opgericht, op de boerderijen gemaakt. In de molkenkelder. Er was behoefte aan opslag onder goede condities. Een kaaszolder was zo’n plek. Behalve de raampjes herinnert bij Hille en Nynke ook de vloer nog aan de rijping van kaas; de Amerikaans grenenplanken zijn verzadigd met paraffine. Donkere plekken en cirkelafdrukken van emmers laten ze graag zitten. Hille en Nynke houden van karakter en natuurlook. Op het terras staat een tafel van zulke planken en die houdt zich in het natte herfstweer prima.

Achter de voorhuizen waren grote schuren gebouwd waarin de koeien op stal stonden en werden gemolken. Zo’n schuur is op het erf van Hille en Nynke vroeger weggebroken. Een oude muur met koeienruitjes is nog een stille getuige.

Hoe de twee op deze stek terechtkwamen is een bijzonder verhaal. 

Hille: ‘De ouders van een maat van mij van vroeger, Jan Simon Jelsma, woonden hier. Ik ben in mijn jeugd hier dus vaak over de vloer geweest. Nynke en ik wilden graag in Easterein wonen. Aan de Wynserdyk kochten wij onze eerste woning in een rijtje van drie. Later voegden we er de naastgelegen woning aan toe, al bleef ons dit huis trekken. Zegt Jan Simon op een gegeven moment dat zijn heit en mem wilden vertrekken. Ik meteen aanbellen om te vragen of wij het konden kopen. De aankoop van het huis waar zij naar toe wilden ging echter niet door. Inmiddels een jaar later, we hadden net het derde huis gekocht en het rijtje tot één geheel verbouwd, kwam het onderwerp weer ter sprake en bleek mijn maat naar ons oude huis te willen, wij natuurlijk naar dit huis en de Jelsma’s naar een huis wat zij konden kopen. We hebben alle drie ons huizen laten taxeren en binnen een week was de deal rond. Als we een feestje hebben zijn wij in ons oude huis en Jan Simon in het huis waar hij opgroeide.’

Nynke wil niet meer terug: ‘Het is hier zó mooi. Dit is een huis waar je van geniet en van gaat houden.’

Het verveelt geen moment. Hille en zij kunnen te kust en te keur om ergens te zitten: in de fraaie woonkamer, op kantoor (Nynke werkt ook thuis), in de al even mooie keuken, in het barretje in de kapschuur, in de serre, op de terrassen buiten of aan het water, want je zou het niet verwachten, maar het erf grenst aan open vaarwater. Aan de steiger ligt hun boot die onder alle lage bruggen door kan. In tegenstelling tot vroeger kunnen de auto’s op het erf staan, ook de werkbus van Hille, en in de garage staan de stoere Harley Davidson van Nynke en Triumph van Hille.

Niet alleen privé maar ook in werk vormen ze een sterk koppel.

Nynke: ‘Wij kunnen heel goed samenwerken. Samen komen we tot ideeën. Hille kan alles en ik verf en behang. Er is geen vierkante centimeter die we niet onder handen hebben genomen.’

Hille: ‘We zijn meteen in dit huis getrokken en konden al wonend aan de slag waardoor je alle ruimte hebt om bij te sturen en te veranderen en te verbeteren. Boven is een badkamer gebouwd en we konden beneden blijven douchen, de keuken is helemaal vernieuwd terwijl we het oude aanrecht bleven gebruiken, de wc is verplaatst naar de gang en ga zo maar door. Tien jaar heeft het met elkaar geduurd. Alleen de tuinschuur moet ik nog doen.’

Als timmerman loopt hij geregeld tegen een gelukje aan. Zo wilden mensen die hun huis lieten verbouwen hun Turks stoombad graag aan Hille kwijt. Het werkt prima en staat nu in de schuur op het erf waar een jacuzzi in de vroegere gierkolk is verwerkt. Energie is geen kopzorg. Er zijn volgend jaar 25 zonnepanelen en een warmtepomp, voldoende voor de vloerverwarming en alle stroom.

Hun woning is geheel aangepast aan de eisen van deze tijd. Vloeren, wanden en dak zijn geïsoleerd. Saillant detail: in een dubbele wand was turf verwerkt voor vochtopname. 

Wat is het mooi als een man handig is. Nynke hoeft geen help te roepen omdat ze ‘een klusser’ in huis heeft. De keukentafel is van treinwagonplanken gemaakt (prachtig), een oude piano is omgetoverd in een wijnbar, in de vertimmerde landelijke showroomkeuken hangt een zelfgemaakt wildrek waar gerei aan hangt, aan de wand is een oude juffer bevestigd die dient als wijnrek. Praktisch alles is zelf bedacht, gemaakt of ingericht. Zo kom je volgens Nynke aan ‘dingen die niemand heeft’.

Aan interieurdecoraties van de kringloop en Marktplaats heeft het nog geen 200 euro gekost en het ziet er perfect uit. 

 Ze houden ook van wegwerken. Gordijnen hangen nergens, overal zijn op maat gemaakte luiken en zonder dat het opvalt zijn opbergkasten- en laden gecreëerd. De tv beneden gaat uit de vensterbank omhoog, die op de logeerzolder komt uit een oude koffer tevoorschijn!

Nynke, die creatief is en eveneens twee rechterhanden heeft: ‘Het is heerlijk om van niets iets te maken.’

Vorstelijke voorstellingen in nieuw theaterrestaurant De Hofleverancier

LEEUWARDEN – Met een heerlijke straatact opende Jan-Dirk van Ravesteijn zijn theaterrestaurant De Hofleverancier dat gevestigd is in het schitterende Baylings van Haroen Hashemi aan de Nieuwestad. 

Het was een luidruchtig tafereel: pommeranten uit de Friese historie vestigden de aandacht op zichzelf en sneerden waarom zij en niet een ander de opening zou moeten verrichten. Jan-Dirk sloeg het gekef in zijn rol van stadhouder Willem Lodewijk van Nassau (1560-1620), Ús Heit in de volksmond, glimlachend gade. 

Marijke Meu (Maria Louise van Hessen-Kassel, de stammoeder van onze monarchie), dubbelspionne Mata Hari (Margaretha Zelle), Rembrandt’s vrouw Saskia Uylenburgh, socialistisch voorman Piter Jelle Troelstra, dichter Jan Jacob Slauerhoff, New York-stichter Peter Stuyvesant, de eerste vrouw in Japan Titia Bergsma, graficus Maurits Escher, schrijfster Nynke van Hichtum, Willem Lodewijks echtgenote Anna van Oranje en architect Jacob van Aken van de mislukte Oldehove; ze passeerden allemaal de revue. 

Jubileum

Het is dit najaar 25 jaar geleden dat Jan-Dirk begon met zijn theateractiviteiten in Leeuwarden. In dat kader startte hij met De Hofleverancier waar de nieuwste productie draait en dat heel amusant is voor groepen en bedrijven, en waar de lekkerste gerechten worden voorgeschoteld. 

Jan-Dirk gaf in 1997 vorm aan zijn theaterbedrijf. Met zijn ondernemersplan won hij de derde plaats in de starterscompetitie Wurktiid
Inmiddels is zijn gezelschap honderden muzikale dinervoorstellingen en stadswandelingen verder.
‘De kinderen van toen, komen kijken naar wat hun ouders hebben beleefd. Dat had ik nooit kunnen bevroeden,’ aldus van Jan-Dirk. 
Bij de start 25 jaar geleden verbaasde het hem dat er zo weinig aandacht was voor de rijke geschiedenis van de stad. En zo ontstond de theaterwandeling met de Nassau’s en bracht hij Ús Heit tot leven. Hij was hierin pionier. De combi van historie en theater werd zijn handelsmerk. 

Betoveren
Regelmatig draaft het singuliere zondagskind op zijn Friese paard door de stad om inwoners en toeristen te betoveren met verhalen van de stad. 

‘Met humor beklijft het beter,’ aldus Jan-Dirk.
Bij zijn twintigjarig jubileum, ontving hij in 2017 de Oeuvreprijs van De Het.
Van 2013 tot 2018 beheerde hij aan de Tweebaksmarkt kleintheater De Vier Pelikanen en bracht hij daar een combi van theaterdiners en gastoptredens. 
Buurman Haroen Hashemi van restaurant Saray verzorgde de diners. Tot dit prachtige Jugendstil-pand werd verkocht. 

Abraham Beeling
Haroen benaderde hem in coronatijd met de vraag wederom een theaterrestaurant vorm te geven en bood een zaal aan in het immense en historische pand van Baylings waar vroeger de antiquair Abraham Beeling(1926-2021) een fameuze antiekhandel dreef. Koningin Wilhelmina was een klant voor het zilver van dit handelsgeslacht en voor haar werd een ingang gecreëerd om een ongeziene entree te bieden in het pand dat aan de achterzijde doorloopt tot de Weert.
 
Jan-Dirk had in zijn studententijd gesprekken gevoerd met Beeling: ‘Een markante man die niet ophield met vertellen als hij eenmaal begon.’ Na jaren resulteert dit in een nieuw theaterrestaurant en de nieuwe dinervoorstelling De Antiquair met Hofleverancier Beeling als inspirator… 

Verhalen op de Friese klok

HEERENVEEN – Voor de tentoonstelling ‘Verhalen op de Friese klok’ heeft Museum Heerenveen ruim 60 unieke klokken geselecteerd op het verhaal dat op de wijzerplaat en via versiering van de kast wordt uitgebeeld. Deze klokken zijn voor het merendeel afkomstig van particulieren en zijn nooit openbaar te zien zijn geweest. De klokken vertellen met hun bijzondere wijzerplaten het verhaal van meer dan 150 jaar Friesland over een periode van begin 1700 tot en met het derde kwartaal van de 19e eeuw.

Het einde van de 18e en het begin van de 19e eeuw zijn de hoogtijdagen van de beschilderde wijzerplaten. We zien ze veel in Engeland, Amerika en Duitsland, maar ook in Friesland. Daarover gaat het in deze tentoonstelling. In het begin, iets voor 1700, zijn de beschilderingen vaak neutraal met veel brave symboliek van liefde en godsvrucht. De koper heeft weinig te zeggen over het uiterlijk van de klok. Met de toename van de welvaart in Fryslân worden de afbeeldingen op de wijzerplaten persoonlijker. Wie een persoonlijke of unieke voorstelling wil moet daarvoor flink in de buidel tasten en een beschilderde klok wordt in deze periode een statussymbool. Behalve persoonlijke afbeeldingen zijn ook historische en actuele gebeurtenissen te zien. Deze wijzerplaten vertellen een stuk geschiedenis van vooral Friesland als economische motor van de Nederlanden.  

Exportproduct

Vanaf 1820 wordt de Friese klok een belangrijk exportproduct, wat grote invloed heeft op de afbeeldingen. Het uiterlijk van de klok wordt weer neutraler en op de wijzerplaten verschijnen idyllische taferelen. Water, zwanen, mooie luchtpartijen en zelfs berglandschappen sieren voortaan de klokken. In deze tijd worden gigantische aantallen klokken in Fryslân geproduceerd, maar daaraan komt een einde door de opkomst van goedkope Duitse klokken. Rond 1900 verdwijnt het ambachtelijk maken van Friese staart- en stoelklokken vrijwel helemaal.

De waarde en beleving van tijd verandert, net als de instrumenten om de tijd te meten. Moest een Friese klok soms meermalen per dag worden opgewonden (opgehaald), na 1900 kunnen de staartklokken wel acht dagen lopen op één winding. Tegenwoordig lopen de klokken jaren op één batterij. De meeste moderne klokken gaan echter slechts enkele jaren mee. Dat was vroeger wel anders bewijst Museum Heerenveen met de tentoonstelling. Deze bijzondere klokken hebben niet alleen de tijd overleefd, ze werken nog altijd.

Vastgoedondernemers met vet op de botten liggen in de stellingen

HEERENVEEN – Uitgerekend op de dag van de MoVa-borrel kwam de Nederlandse Vereniging van Makelaars met de jongste cijfers. De energiecrisis en de stijgende rentes laten zich ook op de woningmarkt gelden: de gemiddelde huizenprijs is in dit Europees oorlogsjaar met een dikke 6 procent gedaald. Voor kantoren en bedrijfspanden lag het niet veel anders. De vastgoedmensen zitten in hun schuttersputjes verscholen in afwachting van de eerste klappen. 

‘Er kan geld worden gemaakt,’ zei beursman Geert Schaaij verlekkerd.

‘Dit kan niet zonder brokken aflopen,’ stelde Johan de Leeuw.

Voor vastgoedhandelaren- en beleggers is een neergaande markt vaak goed. Zeker voor degenen die zich de laatste tijd rustig hebben gehouden en een oorlogskas hebben opgebouwd. De kapers liggen op de kust en hebben zich in de stellingen verstopt. De markt corrigeert zich. Een koopperiode dient zich nu aan.

Er viel daarom heel wat te bespreken op de MoVa-borrel van het zakenkoppel Siep Jan Riedstra (MOM Beheer) en Eddie de Leeuw (VAMOS Vastgoed). Ze hadden een mooi en breed gezelschap uit de vastgoedsector uitgenodigd. De twee voorgaande jaren kon het evenement vanwege corona niet doorgaan en iedereen was eraan toe om bij te praten. Binnen vastgoedkringen betekent dat behalve de laatste stand van zaken doornemen ook gekheid op een stokje. De noordelijke vastgoedwereld wordt gedomineerd door mannen van de gestampte pot. Zakendoen moet vooral vreugde scheppen.

Veelbesproken was Wim Bulten, de Groninger vastgoedondernemer die zichzelf van het leven beroofde. Drie dagen voor de borrel werd hij begraven. Hoe was dat nou mogelijk? De amicale Bulten, getrouwd met Trees Spijkerman uit de Kollumer visfamilie, verkocht dertig jaar geleden zijn boerderij en begon in het onroerend goed. Sindsdien bouwde hij een indrukwekkende portefeuille op van zeker 1.200 panden. De bomen leken tot in de hemel te groeien, Bulten werd de verpersoonlijking van zakelijk succes. Op zondagavond 25 september feestte hij nog op de Roder markt, maandagmorgen hing hij aan een touw in een woning aan de Prinsesseweg in de stad, zijn eerste object in een groot vastgoedavontuur. Alsof hij een statement wilde maken. Insiders melden dat hij woningen en studentenkamers inclusief energieverbruik verhuurde (dat scheelt een hoop administratief gedoe). De omhooggeschoten energieprijzen plus stijgende rentes moeten hem niet in de koude kleren zijn gaan zitten. Bovendien was hij toch al wat neerslachtig dit jaar. Hoe dan ook, het is een drama. En het toont hoe hard het kan gaan in de vastgoedwereld, zowel naar boven als naar beneden. 

UNIS nu al langer hoofdsponsor van de Flyers dan Feenstra

GROUW – Het is ontzettend knap wat de Friese ijshockeytrots UNIS Flyers presteert, zowel op het ijs als achter de boarding. De tegenslagen waren namelijk niet te overzien: corona, een instabiele constructie door de verbouwing van Thialf, wedstrijden die in Leeuwarden moesten worden gespeeld, een onzekere financiële toekomst, de sores die er altijd in de ijshockeybond is, de huurverhoging vanwege de energieproblemen. Ga er maar aan staan. 

Toch veert de club altijd op. Er is door de gemeente Heerenveen anderhalf miljoen geïnvesteerd in een nieuw betonvloer en een nieuwe flexibele boarding, de enige in Nederland, die al even veerkrachtig is als de club zelf. Klaar is men nog niet. Eigenlijk moet de hal worden vernieuwd, verhoogd en geïsoleerd en de tribunes aangepast voor meer zitcomfort. 

Thialf-interimdirecteur Minne Dolstra is druk bezig met overheden en energiebedrijven om de schaatstempel niet door het ijs te laten zakken. Liander had de gedachte om de accommodatie in de zomer open te houden en ’s winters te sluiten. Immers, dan benut je de zoncapaciteit het best. Een idioot plan, vond Sven Kramer in antwoord op die suggestie.

Heerenveen ademt nog steeds ijshockey. Teren op oude roem hoeft niet. De UNIS Flyers waren afgelopen seizoen bekerfinalist en in een bloedstollende best of three om het kampioenschap in de BeNe League greep het team van coach Mike Nason in overtime de titel in het hol van de leeuw. Bulldogs werd in Luik met 1-2 verslagen.

‘De rillingen gaan me nog over de rug,’ zei voorzitter Henk Hoekstra tijdens de seizoenpresentatie in de brouwerij van Bjuster in Grouw. Niet toevallig want hoofdsponsor Peter de Vries van UNIS is eigenaar van de brouwerij die het beste bier van de wereld brouwt. Brouwmeester Auke van der Veen verzorgde een rondleiding. In het prachtige etablissement in het centrum van Grouw genoot men van een bierproeverij. Bjuster maakt 18 speciaalbieren. 

UNIS is nu tien jaar hoofdsponsor. Dat is al langer dan Feenstra was! Maar Feenstra is terug. Het bedrijf is een hele sterke cosponsor.

Het budget dit jaar is vijf ton. Voor topsportbegrippen bescheiden, maar de club komt er mee rond.

‘Omdat heel veel werk door vrijwilligers wordt gedaan en omdat onze spelers karaktervolle liefhebbers zijn,’ zegt bestuurslid Pieter Balstra, de onvermoeibare, commerciële drijvende kracht achter de Flyers. Het IJTC (ijshockeytrainingscenter) moet de kweekvijver vullen.

Hoekstra blijft voorzitter maar ‘het geneuzel’ (het oeverloos vergaderen in nationaal verband) wordt nu gedaan door bestuurslid Gerrit Huisman.

 

Steef wil een begrip worden

In 2021 begonnen Stefan (29) en Elka Visser (28) hun restaurant Steef aan de Tweebaksmarkt in Leeuwarden. Een jaar later stond hun zaak al zo sterk op de kaart dat ze een zeer welkome uitbreiding vormen voor Fryslân Culinair. Nu heeft Stefan zijn sporen in de gastronomie wel verdiend. Het kwartje viel bij hem toen hij 20 was tijdens het EK koken. 

Stefan: ‘Dit is mijn wereld, dacht ik.’

Al op zijn 14de zette hij zijn eerste schreden in het vak en bekwaamde hij zich zes jaar op het Friesland College. Hij deed ervaring op in gerenommeerde zaken: drie jaar in De Hinde, een jaar in ’t Plein, daarna in restaurant Rijks van Joris Bijdendijk in Amsterdam en vervolgens in Leeuwarden bij Willem Schaafsma in Proefverlof en Eindeloos. 

Elka heeft de horeca in haar genen. Opa en oma runden Bellevue in Leeuwarden en haar moeder Spinoza aan de Eewal. Zelf ging ze de mode in. Gevoel voor stijl en presentatie werden goed ontwikkeld en dat komt haar goed van pas in de gastvrijheid (ontvangst, jas aannemen, begeleiding naar de tafel). Verder is ze ook achter de schermen actief in bedrijfsvoering en financiën. 

Het restaurant telt 50 stoelen. De keuken biedt een 4- tot 5-gangenmenu plus vier amuses. Deze royaliteit is kenmerkend voor Steef en hoort ook bij de fine dining. 

Over de stijl van koken zegt Stefan: ‘Dat kan meerdere kanten op. Wat in mijn hoofd zit komt er vaak ook uit en is van diverse factoren afhankelijk, zoals seizoen, beschikbaarheid, herkomst, kwaliteit. Mijn oriëntatie is internationaal met regionale accenten.’

Frans klassiek en Indonesisch zijn de speciale tonen.

‘Wij laten ons graag inspireren en hebben passie voor ons vak,’ laat Elka weten.

De omgang met gasten is heel persoonlijk. Er worden geen kunstjes opgevoerd en showtjes gegeven.

Elka: ‘Wij zeggen tegen onze bediening: wees je zelf. Doe je niet anders voor. Daar prikken gasten doorheen. Gasten waarderen dat en zeggen dikwijls dat ze niet in de gaten hebben dat ze een hele avond bij ons zitten.’

Steef kent de etiquette en men is daar best eigenwijs in. Dat heeft geleid tot een eigen stempel dat op de zaak is gedrukt. 

Waarom ze zijn toegetreden tot Fryslân Culinair verklaart Stefan als volgt: ‘Wij zijn bekend bij een selecte groep liefhebbers maar we willen die uitbreiden met meer fijnproevers. Verder willen we ons binden aan een kwaliteitslabel en een beetje sparren met collega’s, feedback ontvangen en kennis delen met bedrijven die al wat langer ontstaan. Dat lijkt ons inspirerend en aangenaam. We willen een begrip worden.’

Sophias in nationale terrastoptien

LEEUWARDEN – Friesland is goed vertegenwoordigd in de Terras Top 100 van Missethoreca. Acht zaken staan erin genoteerd. De hoogste is het nieuwe Sophias in Leeuwarden op een 7de plaats; de hoogste binnenkomer ooit! Dit hippe stadstuinterras profileert zich als urban allseason hotspot. Want een beetje terras is het hele jaar door open.

Ondernemer Jogchum van der Schoot, eigenaar van Sophias, kijkt niet op van de hoge notering: ‘Sophias heeft grootstedelijke allure. Deze zaak zou in New York en Berlijn niet misstaan.’

Het terras op het binnenterrein van Markt 058 is heel compleet: een stand alone buitenbar, open buitenkeuken, parasols, verwarming, loungesets, dekens. Het getraind personeel gaat representatief gekleed en vormt het visitekaartje van het bedrijf. Aan uitstraling wordt aandacht besteed. Dat geldt ook voor de entourage, die 

‘De bediening kan onze gasten vanaf het terras geheel verzorgen. Men hoeft niet naar binnen,’ aldus Jogchum, die een telg is uit de bekende ondernemersfamilie Van der Schoot want moeder Elske is een dochter van industrieel Marten van der Schoot en zus van o.a. Cees, de Harlinger havenbaron die in 2021 overleed. Jogchum nam de naam van moeders aan. 

Hij is op meerdere fronten actief. Onder meer in de reclamewereld (oprichter van webbureau Friks en later Junction, dat nu geleid wordt door eigenaar Herwig Smits en Sander Renkema).

Sophias, met 350 zitplaatsen de grootste horecazaak van Leeuwarden, draait op het terras dat ruimte biedt aan 120 zitplaatsen dagelijks klokje rond lunches, diners en bites voor bij de borrel. Men kan er ook grote groepen ontvangen, de inrichting is zo aangepast.

De kwaliteit van eten en drinken is bovengemiddeld goed. Sophias werkt met proefpanels die vooraf keuren voordat gerechten en cocktails op de kaart komen. Om de kwaliteit te borgen nemen mistery guests regelmatig de proef op de som; Sophias, de naam wijst op de locatie aan de Sophialaan, laat niets aan het toeval over.

Het restaurant is aantrekkelijk voor een breed publiek van jong tot oud, voor zakenmensen, de creatieveling, de toerist en de stedenhopper. Het palet van de open keuken is al even divers; van laagdrempelige menu’s tot fine dining en bistro. Verse oesters en levende kreeften zijn er standaard. Er zijn niet zoveel restaurants in Friesland die dat kunnen bieden.

Verder is Sophias the place to be voor de passant, de stamgast en de vrijdagmiddagborrel.

Over de 7de plaats zegt Jogchum: ‘Het is een mooie waardering. Natuurlijk hebben we campagne gevoerd, maar we maken het ook waar.’ 

Aan de Gracht

De Friese top 100-rij wordt gesloten door Aan de Gracht in Sneek op de 56ste plek. Deze zaak is een schoolvoorbeeld van een fijn en gezellig binnenstadterras. Aan de Gracht, aan een grachtje in het centrum van Sneek, biedt een gevelterras en een terras wat deels aan de gracht en deels op een soort bruggetje ligt. Aan beide terrassen is aandacht gegeven. Op elke tafel staat een bloemetje, peper en zout, een menukaart en een kaarsje. Ook staan op de terrassen meerdere sierhaardjes en terrasheaters. De verschillende grote planten die zijn neergezet, geven het terras een knusse uitstraling.

Het personeel is attent. Op amicale wijze wordt bieradvies gegeven, waarbij een lokale brouwer wordt aanbevolen. Deze medewerker komt later nog informeren of het bier beviel en geeft meteen aan dat Aan de Gracht nog meer bieren van deze brouwerij heeft. Los van de vriendelijke benadering stralen de medewerkers uit plezier te hebben in hun werk.

Opvallend is de prestatie van De Walrus in Leeuwarden en Sneek. Beide terrassen worden hooglijk gewaardeerd. 

Friese terrassen in de Top 100

7 – Sophias Leeuwarden

23 – Levels Harlingen

28 – Brasserie Spiegelaar Leeuwarden

31 – Markt 23 Sneek

48 – Nobel Ameland

49 – De Walrus Leeuwarden

51 – De Walrus Sneek

56 – Aan de Gracht Sneek

Skarneklappers slaan voor best op

SNEEK – De Skarneklappers vormen een mooi zooitje ongeregeld. Vroeger volleybalden ze, maar toen de sprongkracht afnam tot een centimeter of twee besloten ze het spelletje te staken en als herensoos verder te gaan. Zes keer per jaar beleven ze een uitje. Deze winter staat een damsimultaan op het programma want de heren willen weten wat de conditie van hun hersencellen is. 

De Skarneklappers zijn, de naam zegt het al, ontstaan in Rinke’s Koffiebar van de onvergetelijke uitbater Rinke van der Meulen aan de Scharnestraat in Sneek. Dat was de bar van sporters en schoolspijbelaars. Sneek is een volleybalstad en dus was deze bar hun stamplaats. Daar stond Animo-speler/coach Paul van Sliedrecht te oreren en langzamerhand werd de ouder wordende garde met spelers als Toon GerbrandsAnno RegelingBert JansmaJaap ZittemaDominicus Bouma en Anton de Vries vervangen door een nieuwe lichting grote talenten onder wie Jan PosthumaOlof van der Meulen (inderdaad, de zoon van) en Ronald Zoodsma. Zij stonden aan de basis van grote successen. De eerste twee wonnen olympisch goud in 1996 in Atlanta. Zoodsma was erbij toen Nederland vier jaar eerder in Barcelona zilver won (finale verloren van Brazilië). Hij haakte af door de zeurpiet Ron Zwerver, een eikel aan wie we liever niet terugdenken. De drie ex-internationals leken in de jaren tachtig elke week en bij elke smash een kop langer te worden. Het braniemannetje Zoodsma was nog maar 14 toen Van Sliedrecht hem al een stek in het eerste van Animo (in 1997 met Olympus gefuseerd tot VC Sneek) beloofde. 

De Skarneklappers waren een recreatieteam van voetballers (Sneek was de voetbalstad van Friesland, nee niet Heerenveen en ook niet Leeuwarden), die voor hun lol een balletje wilden slaan in plaats van trappen. Eerst heette dit clubje Tadamm (het dubbelgeluid van een geblokkeerde smash en de stuit op de vloer). In 1979 ging men verder onder de naam Scharneklappers, een verzameling voetballende volleyballers, aangevuld met oude glorie. Vanuit Rinke’s Koffiebar pakten Lieuwe van der Zee en Thijs Pasma de draad op. Inmiddels was Animo landelijk toonaangevend aan het worden.

Hans Bijlsma: ‘Ons toptrio werd later erelid gemaakt onder de voorwaarde dat ze na hun carrière bij ons zouden komen.’

De grootste van allemaal is letterlijk en figuurlijk Jan Posthuma (2.07 m). Hij is getrouwd met Jellien Smit, via haar aangetrouwde vader en voormalige directeur Anton een telg uit de Poiesz-familie en directielid van het supermarktconcern. Als een winkel wordt overgenomen komt Jan langs om de bovenste schappen leeg te halen of te vullen!     

Rintje Ritsma bondscoach langebaanteams

LEMMER – De KNSB heeft Rintje Ritsma (52) aangesteld als nieuwe bondscoach voor de teamonderdelen bij het langebaanschaatsen. De viervoudig wereldkampioen allround gaat per direct leidinggeven aan het proces dat in 2026 moet leiden naar olympisch succes op de ploegachtervolging en mass start.
 
‘We zijn blij en trots dat we Rintje Ritsma hebben kunnen aantrekken. Wij zijn ervan overtuigd dat hij de juiste man op de juiste plek is,’ zegt Remy de Wit, technisch directeur van de KNSB. ‘Rintje beschikt over een schat aan schaatskennis. Hij kan ervoor zorgen dat betrokken schaatsers en coaches samen de schouders onder de teamonderdelen zullen zetten.’
 
‘Dit is een mooie kans om weer actief iets te doen met mijn grootste passie: schaatsen,’ aldus Rintje. ‘Dit is een functie die mij ligt. Ik zie het als een uitdaging om samen toe te werken naar olympisch succes, waarbij het belangrijk is dat je vertrouwen hebt in elkaar. Het is duidelijk dat mensen er anders in moeten staan, wil je over vier jaar resultaat halen. De trein gaat nu rijden. Wie mee wil, stapt in en toont commitment.’ 
 
Rintje is de opvolger van Jan Coopmans. Na de Spelen heeft de KNSB een grondige evaluatie gehouden over het proces van de teamonderdelen waarin Nederland tegenvallende prestaties neerzette. Voor de komende olympische periode is een nieuw plan van aanpak opgesteld, waarin commitment van alle betrokken rijders van coaches het sleutelwoord is.  
‘Alleen via serieuze samenwerking slaag je erin om de internationale concurrentie voor te blijven. Dat is een belangrijke les van Beijing,’ zegt De Wit. ‘Bij rijders en coaches staat de individuele route naar olympisch succes voorop. Maar wil je ook op de teamonderdelen goud halen, dan moet je meer en beter gaan samenwerken. Daarvoor is het nodig om goede afspraken met elkaar te maken én die ook na te komen. De kaders daarvoor hebben wij opgesteld, het is nu aan de bondscoach om dat proces te leiden.’
 
Oud-wereldkampioen Rintje Ritsma is aangetrokken om tot en met de Winterspelen van 2026 (Milaan/Cortina d’Ampezzo) leiding te geven aan dit proces. Ritsma schaatste van 1990 tot 2008 op het allerhoogste niveau. Hij werd vier keer wereld- en zes keer Europees kampioen allround. Ritsma nam deel aan vijf Olympische Spelen en vergaarde daarbij zes medailles: twee keer zilver en vier keer brons. 
 
Na zijn actieve loopbaan was Ritsma onder meer schaatsanalist voor de NOS-televisie. Met dat werk zal hij stoppen.

‘Mooi om te doen maar je treedt maar een keer of zes per jaar op. Nu ben ik fulltime met schaatsen bezig.’

Oan Tafel beste volgens Tripadvisor

WERGEA – Oan Tafel is door Tripadvisor erkend met de Travelers' Choice Best of the Best award in de categorie finedining. 

Geert Jan Vaartjes: ‘We zijn hier ontzettend blij mee, want de Travellers’ Choice Best of the Best Award is een prijs die we rechtstreeks krijgen van de mensen die er voor ons het meeste toe doen: onze gasten. Dankzij alle uitstekende recensies en beoordelingen van hen in het afgelopen jaar krijgen we deze fantastische erkenning.’

Tripadvisor is 's werelds grootste platform voor reisbegeleiding en helpt elke maand honderden miljoenen mensen met het plannen, boeken en maken van een reis. Op Tripadvisor staan meer dan 988 miljoen beoordelingen en meningen over bijna 8 miljoen bedrijven. 

Noorderpier Harlingen klaar

HARLINGEN – De Noorderpier ter bescherming van de havenmond, de veerbootterminal, de keermuur en het sluiscomplex van Harlingen, is klaar. Wetterskip Fryslân versterkte een deel van de pier door er over 350 meter breuksteen tegenaan te storten (in totaal 40.000 ton). Het werk kostte in totaal 2,7 miljoen euro.

Het waterschap ontdekte bij metingen in najaar 2021 dat de geul in het Kimstergat zich over een lengte van 350 meter sneller dan verwacht verplaatste richting de pier. Dit bracht de stabiliteit van de pier in gevaar. Bij extreem lage zeewaterstanden en oostenwind zou de druk van het water op de Noorderpier kunnen wegvallen, waardoor een klein gedeelte van de pier kon inzakken of wegglijden. De stabiliteit van de pier is hersteld en de dam is voor de start van het stormseizoen weer veilig.

Aan de buitenkant van de pier aan de Waddenzeekant zijn twee getijdenpoeltjes aangelegd. In deze poeltjes, gemaakt van stortsteen en gietasfalt, blijft het water na vloed staan. Deze poeltjes vergroten de biodiversiteit en bieden onderdak aan allerlei organismen. Ook zijn ze een voedselbron voor vogels.

NOM investeert in internationale expansie Hydraloop

 

LEEUWARDEN – De Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (NOM) investeert € 2 miljoen in Hydraloop, dat slimme waterrecyclingproducten ontwerpt en produceert. De opgehaalde financiering wordt gebruikt om in verschillende landen productielocaties op te zetten.

Hydraloop, opgericht in 2016 en gevestigd op de WaterCampus in Leeuwarden, heeft een innovatief waterrecyclingsysteem ontwikkeld. Het systeem kan 85% van al het water in huis opvangen uit douches, baden, wasmachines en airconditionings en verwerken tot schoon, helder en veilig water dat voor verschillende doeleinden bruikbaar is zoals toiletspoeling, schoonmaak, tuinbesproeiing en het vullen van zwembaden.

Drinkwatervoorziening onder druk 

We hebben recent kunnen vernemen dat de drinkwatervoorziening in ons land door droogteperiodes, verzilting en vervuiling (medicijnen) onder druk komt te staan. Drinkwater zou weleens de volgende crisis in Nederland kunnen worden. Hydraloop is dan ook een heel belangrijke speler. Het bedrijf groeit snel. Zo snel dat het aan de vooravond staat van een grote internationale uitrol.

Arthur Valkieser 

Oprichter van Hydraloop is ceo Arthur Valkieser (68). Deze multimiljonair is een voormalig mediamagnaat die in 1982 zijn eigen film- en montagebedrijf startte. Het heet tegenwoordig United Broadcast Facilities dat onder meer de eredivisiewedstrijden en de Tour de France filmt en monteert. Zijn bedrijf groeide nog voor de eeuwwisseling naar 400 medewerkers. In 2001 werd hij Omroepman van het Jaar en schaart hij zich in een rijtje met John de MolEva Jinek en Matthijs van Nieuwkerk. Daarna verkoopt hij zijn bedrijf. Hij geniet in de Provence, haalt zijn vliegbrevet en begint te zeilen. Maar bovenal gaat zijn interesse uit naar een bedrijfje dat dat thuiswaterzuiveringssystemen ontwikkelt. Hij investeert erin en laat de prototypen in zijn huis plaatsen.

‘Daardoor werd ik ervaringsdeskundige en leerde ik wat er allemaal fout kon gaan, zoals de stank,’ zei Valkieser in een interview met de Volkskrant. Na een paar jaar trok hij de stekker eruit omdat er geen urgentie was. Tot 2015, wanneer Valkieser rapporten van de Verenigde Naties en de EU onder ogen krijgt. In zijn garage begint hij te sleutelen aan een compact, onderhoudsarm systeem zonder filters. Grote installaties van twee bij twee bestonden al maar die passen niet bij mensen thuis. In 2017 is er eindelijk een werkbaar prototype dat voldoet aan de Amerikaanse standaarden. Het werd gegoten in een designomhulsel. Valkiesers vrouw Sabine Stuiver (55) doet mee, is medeoprichter en medebestuurder. Samen bezoeken ze tal van beurzen over de hele wereld, de Hydraloop bij hun. Komt het vliegbrevet toch nog van pas.

Waterschaarste

Het is natuurlijk vreemd dat In tijden van toenemende waterschaarste onze toiletten nog altijd worden doorgespoeld met schoon drinkwater. Vanuit die gedachte richtte Valkieser zijn bedrijf op. De Hydraloop is een soort koelkast, dat het water van douches, wasbakken, wasmachines en airconditioninginstallaties verzamelt, reinigt en desinfecteert. Het gerecyclede water kan vervolgens worden gebruikt voor tal van toepassingen waarvoor een minder hoogwaardige kwaliteit leidingwater nodig is, zoals het doen van de was, het doorspoelen van het toilet of het sproeien van de tuin. Hydraloop focust zich voornamelijk op nieuwbouwprojecten voor zowel de particuliere als de zakelijke markt.

Internationale uitrol

Het concept slaat aan. Sterker nog, het bedrijf staat aan de vooravond van een grote internationale uitrol. Aan waardering en aandacht heeft het Hydraloop nooit ontbroken. 

‘De eerste versie van ons waterrecyclesysteem was nog maar net gereed toen we eind 2017 op de Aquatech-beurs in de Amsterdamse Rai stonden’, vertelt Valkieser. ‘Als relatieve buitenstaanders deden we daar onze intrede in de wereld van de watertechnologie. Ook nog eens met een product dat qua uitstraling en vormgeving vrij ongewoon was in de sector. We vielen dus op en werden genomineerd voor de Innovation Award. Dat zorgde voor veel interesse, waardoor we meteen moesten gaan produceren. Via ons netwerk in het Noorden zijn we bij Technologies Added in Emmen terechtgekomen. Sindsdien is de eerste Smart Factory in Nederland onze productiepartner.’

Doorbraak

De echte doorbraak kwam in januari 2020 nadat Hydraloop op de CES in Las Vegas, de grootste techbeurs ter wereld, maar liefst vier awards in de wacht sleepte, waaronder die van het allerbeste product van de beurs. ‘Dat was een kantelpunt voor ons bedrijf,’ zegt Sabine Stuiver. ‘Wereldwijd stroomden de aanvragen binnen en zijn we enorm gaan groeien. Inmiddels hebben we 45 fte’s in dienst, verdeeld over ons hoofdkantoor in Leeuwarden en kantoren in de Verenigde Staten en het Midden-Oosten. Tegelijkertijd wordt de Hydraloop in meer dan vijftig landen verkocht door ruim 125 lokale partners.’

Maar succes brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Het vinden van groeifinanciering bijvoorbeeld, om snel te kunnen opschalen. Die zoektocht bracht Hydraloop onder andere bij de NOM. 

Het vertrouwen bleek wederzijds, benadrukt Investment Manager Allard van der Horst van de NOM: ‘De Hydraloop is een uitontwikkeld product met bewezen internationale potentie. De technologie biedt een oplossing voor een urgent maatschappelijk probleem en sluit naadloos aan op de transitiethema’s duurzamer en slimmer waar de NOM zich op richt. Bovendien heeft de onderneming alles in zich om de watertechnologie in Noord-Nederland wereldwijd prominent op de kaart te zetten.’

De financiering wordt met name gebruikt voor het uitbreiden van het productportfolio, het versterken van het partnernetwerk en het in meerdere landen opzetten van decentrale assemblagelijnen. ‘Een decentraal waterrecyclesysteem moet een standaard item worden in elk gebouw,’ onderstreept Stuiver de missie van Hydraloop. ‘Simpelweg omdat je op die manier tot 45% leidingwater en afvalwater bespaart. Daarom pleiten we ervoor dat waterbesparing, met het oog op klimaatverandering en bevolkingsgroei, in bouwbesluiten worden opgenomen. Op verschillende plekken zie je dat ook al gebeuren. Het mooie is: met de Hydraloop stellen wij mensen in de gelegenheid om zelf actie te ondernemen. Van eigenaren van woningen en commercieel vastgoed tot hotels, lodges en sportscholen. Voor projecten van elke omvang is er, kortom, een oplossing. Waar ter wereld je je ook bevindt.’

 

Huizennamen terug in straatbeeld

DOKKUM – Heel vroeger hadden huizen geen straatnaamnummer omdat straatnamen pas in 1805 werden ingevoerd in Dokkum. De meer voorname panden in binnensteden hadden een eigen naam. Iedereen kende ze, iedereen wist de bewoners aan te wijzen. Het leek de Dokkumer amateurhistoricus Piet de Haan leuk om de eeuwenoude namen in het straatbeeld terug te laten keren. Tijdens onderzoeken voor de Historische Vereniging Noordoost-Friesland kwam hij de mooiste, exotische namen tegen, zoals ‘De Drie Gekroonde Roosen’, ‘De Wildeman’, ‘De Fallom’, ‘De Krimpe’, ‘De Gloeiende Oven’, ‘Het Gulden Hart’, ‘Het Beerenhol’ en ‘De Groene Wanne’. Bijna nergens stonden ze nog op de gevels maar daar is verandering in gekomen. Samen met Jan Buwaldavan de stichting Oud Dockum, fotograaf Hein Joustraen sierschilder Onno Loonstra haalde De Haan de gemeente over de namen toe te staan. Dat gebeurt met financiële steun van de vorig jaar opgerichte SOM (Stadsontwikkelingsmaatschappij) die anderhalf miljoen in stadsherstel steekt. Van bewoners ondervinden ze geen weerstand.

‘Die vinden het juist leuk,’ aldus De Haan.

Henk giet oan

LEEUWARDEN – De doeltreffendste manier om geld in te zamelen voor een goed doel is te fietsen. In allerlei ritten stoempen fietsgekken geld bijeen, zoals Elfstedenlegende Henk Angenent dat deed met zijn vrienden Joop Atsma en Thom van der Heide. Bijna 25.000 euro leverde hun Elfstedentocht onder het motto Henk giet oan op voor Spieren voor Spieren. Klasse gedaan kerels! 

Hemd van het lijf – Trienke Elshof, voorzitter LTO Noord

‘We moeten zorgen dat we niet het kind van de rekening worden’

OLDETRIJNE – Voor Trienke Elshof-Witteveen is 2022 een bijzonder jaar. De voorzitter van LTO Noord is druk met de landbouwpolitiek en de stikstofproblematiek en ze volop in de aandacht van de media. Ze is een vergaderboerin die veel dingen tegelijk kan doen door efficiënt met de tijd om te gaan. En dan loopt ze tussendoor ook nog gerust een halve marathon.

Geboren Op 9 december 1967 in Mirns Gaasterland. Ik ben een boerendochter. Na zes maanden verhuisde ons gezin naar een boerderij in Munnekeburen. Ik weet niet beter dan dat ik een Stellingwerver ben. Wij praten Fries onderling, maar ook Nederlands en Stellingwerfs als het gezelschap daarom vraagt.

Woonplaats Oldetrijne.

Echtgenoot: Henk Elshof. Wij hebben drie kinderen: Marianne van 29, Wim van 26 en Henry van 21. Henk komt uit Tjerkgaast en was 16 toen zijn ouders naar Oldetrijne verhuisden. Wij hebben elkaar leren kennen in cafés en danstenten in Wolvega en Kuinre.

Opleiding Inservice A-verpleegkundige en MBA food en finance aan de Nyenrode Universiteit. De laatste opleiding volgde ik toen ik achter in de dertig was. Ik was bestuurlijk al actief in het waterschap en wilde de financiële business leren kennen.

Werk/carrière Ik ben begonnen als verpleegkundige. Toen ik trouwde werd ik meewerkend boerin. In 2004 kwam ik in het bestuur van Wetterskip Fryslân en daarna ook in de ledenraad van FrieslandCampina en het bestuur van de LTO-afdeling. Na 2013 deed ik projectontwikkeling en risicomanagement en voerde als interim-manager opdrachten uit voor NCR en Agriterra. In 2016 werd ik 2016 voorzitter van LTO Regio Noord. Twee jaar later werd ik portefeuillehouder gezonde omgeving LTO Nederland. Verder zit ik in de raad van commissarissen van Rabobank Heerenveen-ZuidoostFriesland en in de ledenraad van Agrifirm.  

Geloof Rooms-Katholiek. Ik ben geen trouw kerkganger maar geloof wel.

Politieke partij CDA. Bij deze partij voel ik me het meest thuis vanwege de landbouwvisie, het rentmeesterschap en het omzien naar elkaar. Ik heb meegeschreven aan het programma en ik heb het programma voor de komende waterschapsverkiezingen geschreven.  

Hoogtepunt Mijn hele leven, veel lief en weinig leed. Dat stond ook op de kaart toen wij 25 jaar getrouwd waren. Drie gezonde kinderen is rijkdom.

Dieptepunt Dierbaren die te vroeg zijn overleden, zoals mijn vader. Hij werd 64. Hij stond vol in het leven toen hij de spierziekte ALS kreeg.

Voorbeeld Cees Veerman, de vroegere landbouwminister, is inspirerend. Niet om wat hij doet, maar om wat hij zegt.

Leermeester Van iedereen kun je leren. Vaak mensen met wie ik samenwerk. Ik leer elke dag, ook van jonge mensen, omdat ik er open in sta. Ik heb niks met hiërarchie en ben voor platte organisaties. 

Beste advies Dat geef ik mezelf: denk in oplossingen, niet in problemen. Mijn schoonvader zei: stel beslissingen die je nu kunt nemen niet uit, wacht niet tot het te laat is.

Inspiratie Sport en muziek.

Eten Alles wat met zorg is bereid. Dat mag zowel Hollands als buitenlands zijn. Zonder sausjes en poeha, smakelijk en eerlijk, weinig bewerkingen.

Drinken Bier en wijn.

Muziek Dance, rock en ritmische muziek om op te dansen, ik hou van een feestje.

Concert Armin van Buuren, Zwarte Cross, Woodstock, Normaal, Within Temptation en vele anderen. De Zwarte Cross is favoriet. Ik hou van de mentaliteit van de Achterhoek.

Artiest Hessel van der Kooi van Terschelling. Hij is een kunstenaar. Wij zijn in oktober naar een afscheidsconcert geweest. Jammer dat hij stopt. 

Acteur Geen, ik kijk weinig films.

Actrice Dus ook niet.

TV Ik kijk niet of nauwelijks tv, alleen nieuws via de sites. Ik verdoe geen tijd, word kriegel van op de bank hangen en slaap slecht van tv.

Film Alleen verhalende films met veel landschap en op waarheid berust.

Krant/tijdschrift/medium Leeuwarder Courant en andere kranten via sites.

Boek Boeken over geschiedenis, de Tweede Wereldoorlog en waargebeurde verhalen.

Auteur Ik heb geen voorkeur.

Sport (Hard)lopen, fietsen, bootcamp, schaatsen. Ik heb onlangs de halve marathon van Amsterdam gelopen. Ik hou van duursporten, heb drie keer de Elfstedentocht geschaatst, waarvan twee officieel. Ik ben geen opgever en ik wil me, ook al ben ik 55, nog steeds verbeteren.

Sportman Henk. Hij kan heel hard fietsen, is beresterk. Ja, wij hebben veel gemeenschappelijks.

Sportvrouw Ik spiegel me niet gauw aan anderen. Dochter Marianne heeft de hele marathon gelopen, dat was heel knap. 

Gadget Ik geef niet om gadgets. Mooie kleren en schoenen dragen is wel een liefhebberij. Ik ga twee keer per jaar shoppen en koop in één keer alles voor het seizoen.

App Vele. De meest gebruikte is whatsapp. 

Hobby’s Muziek, sport, gezelligheid, groentetuin, hond en kippen.

Vervoer Volvo V40 elektrisch.

Vakantie De hele wereld rond en in een tentje in Nederland, maar niet op één plek.

Hekel aan Hetzelfde doen.

Blij van Reuring en niet weten wat de dag gaat brengen.

Doen met een miljoen Aan de kinderen geven. Wij hebben het goed.

Kan niet zonder Henk. Ons huwelijk is goed, we vormen een team. Samen oud worden als het ons gegund is.

Wat moet anders Meer tijd.

Over vijf jaar Nog steeds werken. Dat kan ook vrijwilligerswerk zijn. In elk geval betekenisvol werk doen.

Boeren zouden door één organisatie vertegenwoordigd moeten zijn LTO wordt gezien als verlengstuk van de overheid. We hebben signalen gemist, daardoor zijn meer radicale groepen ontstaan. We overleggen wel met elkaar en stemmen met elkaar af over de inzet. Dat doet iedere partij met zijn eigen kleur en geluid.

De stikstofsoep wordt niet zo heet gegeten als opgediend Klopt, de wal keert het schip, door voortschrijdend inzicht. Maar we zullen wel een deel moeten opeten. Je moet realistisch zijn, het hele bord gaat niet van tafel.

 

Hoeveel boeren blijven over in Nederland? Tot dusver ging het aantal in elke generatie door de helft zonder dat het aantal koeien verminderde. Een halvering van de veestapel is natuurlijk veel te veel. Dan krijgen de verwerkende industrie en de Friese economie een enorme klap. Daar zal iedereen grote spijt van krijgen.

Bestaat er een kloof tussen stad en platteland? Ja. In meerdere opzichten. Ik wil waarschuwen dat het platteland niet afhankelijk wordt van de stad net als vroeger toen we turf, hout, mest en voedsel aan de stedelingen moesten leveren terwijl we zelf in armoede leefden en in plaggenhutten woonden. Mansholt heeft ook goede dingen gedaan. We moeten zorgen dat we niet het kind van de rekening worden.

Secretaris Eddy de Boer, projectleider Henk de Jong, penningmeester Douwe de Boer, voorzitter Rendert Algra, bestuurslid Marco Hoekstra van ANF en Murk Nijdam.

Gruttoland Murk Nijdam naar ANF

WOMMELS – In het bezoekerscentrum van het project Gruttoland aan de Slachte is de overeenkomst getekend tussen melkveehouder en weidevogelboer Murk Nijdam en Agrarisch Natuurfonds Fryslân (ANF). Murk, hij melkt 30 koeien, heeft 36 hectare weiland overgedragen aan de stichting waardoor weidevogelbeheer verzekerd is omdat de grond extensief beboerd blijft. Van dit areaal was twee jaar geleden al ruim twee hectare aan plasdras, vogelkijkhutten en toegangspaden aangekocht. Al is er een transactiesom mee gemoeid, het is bijzonder genereus van Murk wiens levenswerk tot in jaren voortgezet kan worden, deelde een verheugde ANF-voorzitter Rendert Algra mee. 

De stichting ANF is in 2017 opgericht om weilanden in eigendom te verwerven en om in onze provincie populaties weidevogels ruimte te geven. Een heel goed initiatief. Er moet in Friesland ook nog renderend geboerd worden voor voedselwinning, verwerkende industrie en export. Lang niet alle weilanden kun je inrichten voor weidevogels, maar wel meer dan nu het geval is. 

Het ANF krijgt financiële steun van meer dan 5.000 particulieren, vogelwachten, organisaties en bedrijven. Eeuwigdurende, niet aflosbare obligatieleningen (120 stuks) van € 500, schenkingen, nalatenschappen en adopties van vierkante meters zijn een paar voorbeelden van steun. Projectleider Henk de Jong wil niet spreken van sponsors (‘Die tijd ligt achter ons’), maar doet een beroep op de maatschappelijke betrokkenheid.

‘Wij noemen de bedrijven die ons financieel steunen Mei Mooglik Makkers,’ aldus Henk. Hij hoopt dat het project velen zal aanspreken.

Schuitje varen, theetje(…) drinken

Wat Stamtafeltocht 2022

Waar Op rondvaartboot Frisian Queen door De Oude Venen

Wanneer Donderdag 6 oktober

Aantal gasten 80

Wie Iedereen die € 200 ex btw betaalde voor deelname (all inclusive)

Bijzonderheden Het evenement droeg als thema Qatar, met een knipoog naar het wereldkampioenschap voetbal dat in november begint. Behalve vier sjeiks wees verder weinig op het veel bekritiseerde WK dat door slechte arbeidsomstandigheden nogal wat slachtoffers onder bouwvakkers eiste. Om alvast in de stemming te komen droegen de opvarenden oranje sjaals om de hals.

GROUW – Een van de klassiekers op de netwerkagenda is de Stamtafeltocht die begin deze eeuw voor het eerst werd gehouden door het bureau Wiis-Sulis van Jan Heida. Het was alweer de 22steeditie. Zo gek als vroeger verloopt het tegenwoordig niet meer, maar nog altijd is gezelligheid troef. Vertrekplaats was ditmaal de steiger van hotel Oostergoo in Grouw, dat in andere handen is gekomen. Hopelijk blijft de uitstraling van de oude herberg behouden en tovert men het niet om in een modern jasje. Oostergoo was tevens de eerste stamtafel die men aandeed. Het zou mooi zijn dat op de lelijk wit gesausde wanden een warm Engels behang komt. De volgende (en enige halte) was brasserie Westersail in Earnewâld van Renske Wester. Op het terras op deze mooie zonnige dag voerde Danny Panadero zijn show op.

Fierljeppende Friezen

LEEUWARDEN – Friese krijgers in de middeleeuwen maakten gebruik van zogenaamde polsstoksperen, in het Oudfries ook wel bekend als kletsie. Eén van de beroemdste activiteiten uit Friesland, het fierljeppen, is dus al eeuwen oud. In de middeleeuwen was een polsstok niet alleen een middel om over een sloot te springen, maar ook een wapen.Junior-conservator Casper J. van Dijk is gespecialiseerd in middeleeuws wapentuig en deed voor het Fries Museum onderzoek naar de collectie middeleeuwse wapens en het wapengebruik. Van Dijk vond in het depot van het Fries Museum fysieke resten van polsstoksperen. De eigenaardige voorwerpen, voorheen gedetermineerd als ‘reiskandelaars’, blijken de voetjes te zijn van polsstoksperen, ofwel kletsie.
Het museum liet aan de hand van deze vondsten een replica maken van zo’n kletsie voor de tentoonstelling Vrijheid, Vetes, Vagevuur: de middeleeuwen in het Noorden. Fierljepkampioen Ysbrand Galama nam de proef op de som en probeerde de replica uit. De geteste, door Galama goedgekeurde polsstokspeer is samen met de vondsten te zien in de nieuwe expositie van het Fries Museum.

Kletsievoetjes
Het gebruik van polsstoksperen door Friese krijgers kennen we niet alleen uit historische bronnen, maar ook van diverse middeleeuwse afbeeldingen, zoals zegels, muurschilderingen en tekeningen in boeken. Tot voor kort ontbrak het echter aan fysieke resten. Daar is nu verandering in gekomen, want het Fries Museum blijkt vier van deze kletsievoetjes in de collectie te hebben en het Noordelijk Archeologisch Depot in Nuis nog eens twee. Twee zijn gevonden tijdens de kanalisatie van de rivier de Tjonger of Kuinder tussen 1886 en 1888, de andere werden gevonden tijdens de afgraving van verschillende kerkterpen, waaronder Britsum en Cornjum en een aantal onbekende terpen. De kletsievoetjes zullen te zien zijn in het Fries Museum in de nieuwe tentoonstelling Vrijheid, Vetes, Vagevuur: de middeleeuwen in het Noorden

Een echte Fries knielt niet

LEEUWARDEN – Het Fries Museum maakte wat van de opening van de schitterende middeleeuwse tentoonstelling Vrijheid Vetes Vagevuur. Geen party of een pommerantenshow, maar een happening in stijl. Gastvrouwen in middeleeuwse dracht, balen stro, vuurkorven, boerenwagens, wapentuig en allerlei attributen om de genodigden in een passende entourage te ontvangen en in de juiste sfeer te brengen. Voor de entree pareerden de paarden van het re-enactmentgezelschap Riders of the North op hun Friezen, IJslanders, Schwarzwalders en Hamlingers.

Vrijheid Vetes Vagevuur is een vervolg op de succesvolle tentoonstelling Wij Vikingen in 2019. Toen werden de jaren 700-1000 belicht en nu de periode 1000-1500. Het was een ruige tijd van bebaarde wildemannen die elkaar de tent uitvochten. Niet alleen de Vikingen konden er wat van, ook de Friezen. Ze gebruikten toen al polsstokken om zich snel door de landerijen te verplaatsen. Die polsstokken dienden tevens als slagwapen, als speer met ook wel een haak eraan om de opponenten letterlijk in de kraag te vatten, of nog erger: te doden met deze bajonetachtige polsstok. Kletsie werden ze genoemd en hij krijgt ruim aandacht.

Katapult

Voor Wij Vikingen bouwden leerlingen van ROC Friese Poort in Sneek een heus Vikingschip, ditmaal vervaardigen ze een blijde, oftewel een katapult waarmee zware stenen werden afgeschoten. Voor de test werden trouwens meloenen gebruikt.

Het Friese grondgebied was destijds veel groter dan tegenwoordig en strekte zich uit van Amsterdam tot Scandinavië. Zo ontstond een boreaal netwerk waarvan de sporen qua erfcultuur, identiteit (platteland) en vrijheidsdrang nog steeds voelbaar zijn. 

‘We’ hebben volgens curator Diana Spiekhout altijd ons territorium moeten verdedigen: ‘Daarom waren hier relatief veel kloosters, kastelen, stinsen en kerken.’ 

Pronken met zilver, gewaden en juwelen hoorde bij het machtsvertoon, dreigen met het vagevuur van de hel eveneens.   

Cabaretier

De opening werd opgeluisterd door Herman Pleij, emeritus-hoogleraar historische Nederlandse letterkunde gespecialiseerd in middeleeuwse literatuur. Hij nam de Friezen op de hak, altijd leuk. Pleij hing vooral de cabaretier uit.

‘Ik verbleef hier eens in een hotel en wordt mij gevraagd: heeft u goed geslapen? Ik antwoordde van ja. Zegt zij broodnuchter: ik ook. Ik was stomverbaasd, had zoiets nog nooit meegemaakt. Ik vroeg aan haar: zeg je dat vaker? Alleen als het waar is, luidde haar antwoord!’

Er is geen regio waar men volgens Pleij zoveel aan beeld- en zelfbeeldvorming doet. En dat moet niet als een compliment worden opgevat. Hij vroeg zich af waarom de mens hier überhaupt is gaan wonen met al dat water. Welja, maar Friezen hebben terpen opgeworpen en die blijven ook bij een stijgende zeespiegel droog. 

Friezen zijn volgens hem vindingrijk, flexibel en pragmatisch.’ Ze erkennen geen gezag van buiten, weet Pleij.

‘Ze knielen niet, alleen voor God zoals een tegeltableau van de inauguratie van de Spanjaard Filip II in de Statenzaal suggereert.’

Dokkumer skûtsjes in lesprogramma

DOKKUM – Ruim vierhonderd basisschoolkinderen uit Dokkum maakten in het lesprogramma ‘Pake syn skûtsje’ kennis met de twee Dokkumer skûtsjes Ebenhaëzer en de Noarderling. Skûtsjes varen al meer dan 200 jaar over de wateren van Friesland en het is belangrijk dat kinderen kennismaken met de geschiedenis van deze prachtige vrachtschepen. Skûtsjekenners vertellen over de bouw van een skûtsje, over het vervoer over water, het leven aan boord en natuurlijk het hedendaagse skûtsjesilen.

Bijzonder is dat Dokkum tegenwoordig twee skûtsjes heeft: ‘De Noarderling’ en de ‘Ebenhaëzer’. Laatstgenoemd schip is een wedstrijdskûtsje, De Noarderling is een nog grotendeels origineel museumskûtsje. De skûtsjes liggen aan de steiger bij het Hellinghûs aan het Grootdiep in Dokkum tegenover Museum Dokkum. 

De Slotpleats Bakkeveen

BAKKEVEEN – Het verhaal van Jouke Piet Drijfhout en Mieke Rijnbeek, beide 40 jaar, lijkt wel bedacht voor All you need is love. Ruim drie jaar geleden troffen ze elkaar op een cursus in Drachten en tijdens het uurtje ‘gelukskunde’ kwam op het tot een magisch moment tussen de twee. Er volgde een afspraakje in de monumentale Slotpleats, de eerste date, en de rest is geschiedenis. Jouke en Mieke werden een stel en in 2021 begonnen ze een eigen zaak…, op landgoed De Slotpleats! 

Jouke had zijn zinnen erop gezet. Er was zo’n chemie, als ik ooit wat wil, dan hier, dacht hij. Wel, het kwam zover.

‘Het mooie is dat dit echt een broeiplek voor verbinding is. Iedereen komt hier: wandelaars, fietsers, toeristen, mensen uit de regio, terrasbezoekers en eters voor lunch en diner. En dan hebben we nog de winkel waar allerlei lokale producten te koop zijn; van natuurvoeding tot leefstijlartikelen, zeepjes, aardewerk, wol, Fries bier, noem maar op,’ zegt Jouke.

Voor de lunch willen Jouke en Mieke de drempel zo laag mogelijk houden:

‘Dat is best lastig omdat De Slotpleats veel allure heeft. Mensen denken al gauw: dat zal wel heel chique zijn. Maar we zijn er echt voor iedereen. De lunch is heel toegankelijk. We zijn er met ons terras in dit toeristisch dorp natuurlijk ook voor de koffiedrinkers, maar dan wel op een beetje niveau. We hebben een eigen patissier in dienst en die maakt zelf het gebak. Op een mooie zondag ontploft het hier. Dan zijn er zomaar 500 terrasgasten op een dag. Maar goed, we hebben ook 30 mensen op de loonlijst staan.’

’s Avonds legt de zaak zich toe op fine dining. Daarin onderscheidt het bedrijf zich en dat is de reden om lid te worden van Fryslân Culinair. Menu’s van 3 tot en met 9 gangen worden met zorg samengesteld en daarin volgt Jouke de seizoenen.

Jouke: ‘Om de vier weken wisselen wij de kaart. Laatst hadden we hier het afscheid van de burgemeester. Toen heb ik bramen geplukt. Daarna was het tijd voor de rozenbottels. Lokaal spreekt ons aan. Er is zoveel goeds uit de omgeving te halen. In het restaurant hebben we een levend herbarium waar we de fijnste kruiden uit halen.’

Zijn verhaal leest zich als een jongensboek. Hij moest van heel ver komen. Tot zijn 30ste was hij verslaafd aan verdovende middelen, daarna zag hij het licht. Een imposante lijst van ervaringen en referenties volgde. En toen was het 2021. Tijd voor de grote stap. De Slotpleats werd volgens het ‘no waste-concept’ ingericht met meubilair dat uit de kringloop werd gehaald, maar het klopt allemaal.

De man moet rijden

JOURE – Er zijn metiers waar de emancipatie wel nooit zal slagen. Neem de ouderwetse Boerebrulloft in Joure. Op de 66ste editie van deze nagespeelde boerentrouwerij van vroeger werden Anwar Hilverts en Tina Praamstra uit Zevenhuizen in het echt in de echt verbonden. Tina is de paardenvrouw, Anwar wist alleen hoe een paard eruitziet. Voor het ringsteken met Friese sjezen ’s middags door de Midstraat moest hij dan ook flink oefenen in het mennen.

‘Want de man hoort te rijden,’ aldus bestuurslid Jan van der Weide van de Stichting Boerebrulloft. 

Het ging Anwar trouwens goed af. Wat wil je, hij wilde wel de paarden laten lopen maar niet zijn kersverse eega. Erg moeilijk maakte het Friese paard het hem trouwens niet; het was de eigen merrie van Tina die voor de sjees was gespannen.

In Park Heremastate was de dag begonnen met een heuse trouwerij compleet in oude stijl met het loslaten van duiven, het aansteken van de bruidegomspijp, het bruiloftsmaal met brandewijn en boerenjongens in een zilveren terrine en alle gasten in Friese klederdracht aan de lange tafels. Zo was het in de periode 1800-1850 en zo zal het op de Boerebrulloft altijd blijven. Het publiek genoot met volle teugen.

Er was naast het ringsteken nog meer paardenvertier. Volgens traditie was er voorafgaand aan het ringsteken een harddraverij zonder zadel. Met zo’n wedstrijd werd de bruidegom vroeger uitgedaagd door zijn kameraden. Het Friese bloed bruiste bij iedereen door de aderen!

De chirurg van Piter

SNEEK – Friesland is het land van de beerenburg, maar er is maar één Kening fan it lân en dat is de geheime kruidendrank van de firma Wed. S. Joustra & Zn. in Sneek, in de volksmond ‘De Weduwe’ genoemd. Zanger Piter Wilkens zweert erbij. Eindelijk heeft hij zijn beerenburgboek, dat in de monumentale slijterij/distilleerderij aan het Kleinzand ten doop werd gehouden, in een van de oudste panden van Sneek (1484).

Piter heeft de beerenburg al heel vroeg in zijn carrière, destijds nog geen 20 jaar, bezongen (Beerenburg Blues, 1977) en later schreef de singer/songwriter de klassieker in de Friese rockmuziek De Bearenburch is Myn Sjirurch, een ode aan de Weduwe. De laatste titel is ontleend aan zijn heit.

Piter: ‘Ik dacht toen hij dat zei, die moet ik onthouden.’ 

De melodie is op het Ierse folk-nummer Old Black Rumen is door Piter ‘verbouwd’ om het wat meer passend te maken bij feest en schaatsplezier.

Het lied wordt vaak aangevraagd en wordt ook dikwijls gespeeld op crematies. Beerenburg is onderdeel van de Friese identiteit geworden. 

Over hoe gezond beerenburg is lacht Piter: ‘Ik denk zeker dat de beerenburg van de Weduwe een heilzame werking heeft maar je wordt er niet onsterfelijk van.’

Rock-‘n-roll

Hij heeft behoorlijk verstand van beerenburg en kruiden. Dat blijkt uit het lied Blau as de gentiaan dat hij schreef over deze bergbloem. Voor het boek maakte hij trouwens nog enkele beerenburgnummers.

‘Beerenburg is ook rock-’n-roll,’ aldus Piter.

Het boek, Het Beerenburg Evangelie getiteld, is uitgegeven door Eddy van der Noord van uitgeverij Louise, geschreven door oud-journalist en muziekkenner Harry de Jong (hij interviewde alle grote popsterren) en Niels Westra zorgde voor de prachtige fotografie. Hij is een vriend van Piter en zou zanger worden in een van de eerste Friese rockbands, Okke Hel. Fotograferen ging hem echter beter af. Nu hebben de mannen dan toch samen een nummer gedaan in de vorm van een boek dat fraai is vormgegeven door Monique Vogelsang.

Opregte maag-kruiden

De drank beerenburg is qua naam afgeleid van Hendrik Beerenburg die in 1724 begon met het op jenever trekken van geneeskrachtige kruiden. Hij noemde ze ‘opregte maag-kruiden’. Via scheepsbemanningen die door het Kleinzand voeren kwam Anjenette Joustra-Reinders in 1864 in contact met de Amsterdamse distilleerderij. Haar man, wijnhandelaar Steven Joustra, was net overleden en Anjenette ging de zaak voortzetten met een jeneverstokerij. 

Schoonzoon Jan Huges nam het bedrijf over, daarna werd de zaak overgenomen door zijn zoon Uko Hendrik Huges en vervolgens door diens schoonzoon Jacob Sonnenberg. Hij is de vader van Jaap Sonnenberg. Toen de erfgenamen van Hendrik Beerenburg wilden stoppen moest hij hemel en aarde bewegen om het recept van het kruidenmengsel te verkrijgen, maar dat lukte. Met een uitstekend gevoel voor pr wist Jaap de naam en faam van Weduwe Joustra wijd te verbreiden. Zelfs leden van de koninklijke familie, onder wie Prins Bernhard, kwamen meermalen op bezoek.

Jenever stoken werd echter door de regeltjes in regeltjesland bijkans onbegonnen werk en Sonnenberg besloot Weduwe Joustra te verkopen aan distilleerder Dirkzwager in Schiedam, welk concern in 2016 failliet ging. Voor dochter/opvolgster Heleen Sonnenberg, die vol enthousiasme al evenzeer aan de weg timmerde, was dat een grote dreun. 

Boomsma

Gelukkig kwam de weduwe weer in Friese handen want de Leeuwarder distilleerder Boomsma van broer en zus Chantoine en Saskia Boomsma brachten het bedrijf onder in hun onderneming. De Weduwe werd weer springlevend en is nog steeds een chirurg met hart en ziel voor lijf en leden.

www.louise.nl

De auto van… Sibo Riewald

Een presidentiële slee

DRONRIJP – Na de oorlog emigreerde de broer van de pake van Sibo Riewald naar Amerika. Hij werd daar boer. Toen de Riewalds begin jaren 80 op familiebezoek gingen, werden ze op het vliegveld opgehaald door de oom en tante van Sibo. In een witte Lincoln Town Car.

‘Dat maakte grote indruk op mij. Ik dacht: ooit moet ik ook zo’n auto hebben, en wit,’ zegt Sibo. Wel, hij staat bij hem in de loods!

In 2015 begon zijn zoektocht. Aan een handelaar legde Sibo zijn verhaal uit. De auto moest exacte dezelfde zijn als die van de oom. Zelfde uitvoering, zelfde kleur. Twee jaar later vond hij er via internet eindelijk een, in Italië nog wel. Sibo schakelde een bedrijf in voor een inspectie. Die was positief. Sibo kocht de auto en importeerde hem.

De Lincoln bleek in goede staat te verkeren. In Amerika kan dat nog wel eens verkeerd uitpakken.

Sibo: ‘Je hebt daar natte en droge regio’s. Waar het nat is kan zo’n auto nog wel eens verrotten. Bij verkoop plakken eigenaren wel eens een Californië-sticker erop om hem makkelijker te verkopen. 

‘Dan kon het gebeuren dat je er met een schroevendraaier zo door het plaatwerk stak.’

In zijn geval volstond een lichte restauratie. De grootste ingreep was een nieuwe bekleding met zwart skai.

‘De vorige eigenaar had die met een spuitbus bijgewerkt. Dat zag er slordig uit,’ aldus Sibo, die in vijf jaar alleen een nieuwe handremkabel heeft moeten monteren.

Opvallend: er zitten kussentjes op de stoelen, die zo breed zijn dat ze eigenlijk een voorbank vormen.

Toen wij in Nederland nog aan van alles en nog wat zwengelden, hoefden Amerikanen slechts op knopjes te drukken. Alles ging elektrisch en automatisch: airco, ruiten, antenne, stoelen, stuurbekrachtiging, schakelen. Deze Lincoln heeft het ook allemaal.

Je komt in zo’n auto wel met wat voor rijden. Het is een enorme slee, 2340 kilo zwaar, bijna zes meter lang! Sibo moet voorzichtig en handig manoeuvreren om niet klem te raken en hij moet anticiperen op waar hij rijdt.

‘Je moet een beetje als een vrachtwagenchauffeur sturen. Zolang je uit de buurt blijft van smalle straten, kleine rotondes, verkeersdrempels en parkeervakken is het te doen. Gelukkig is Friesland geschikt voor zo’n auto,’ zegt Sibo, die graag tochten maakt met de Klassiekerclub Friesland.

Zoiets als een Lincoln wordt niet meer gemaakt, weet hij. Te groot, te veel staal. Zelfs voor Amerika. Lincoln bestaat nog steeds maar niet meer in dit formaat.

En dan het brandstofverbruik: per drie, vier kilometer gaat er een liter benzine doorheen. Een dagtochtje van tachtig kilometer kost vijftig euro.

‘Maar aan de andere kant: hij gaat nooit meer stuk en je zweeft over de weg,’ zegt Sibo, die de auto origineel wil houden en er daarom geen gastank in wil plaatsen. De auto heeft een prima stalling in een verwarmde loods waar zijn vader vroeger een garage had. Sibo kon goed leren en is hem niet opgevolgd, maar hij woont wel in het ouderlijk huis.

Lincoln was het luxe merk van Ford. Het merk met schitterende, kenmerkende wings werd vernoemd naar oud-president Abraham Lincoln (1809-1865). Veel presidenten lieten zich erin vervoeren, onder wie John F. Kennedy, die in een strechted limo cabrio zat toen hij in 1963 in Dallas werd vermoord. 

Sibo’s 4-deurs Lincoln (er zijn ook 2-deurs versies) heeft een witleren dak om de auto extra cachet te geven. Niettemin betekent de typering Town Car zoveel als een ‘dorpsauto’. Voor Lincoln-begrippen…   

Bjusterbaarlike ballon

JOURE – Op de Friese Ballonfeesten in Joure ging een opvallende nieuwkomer de lucht in. Dat was de ballon van bierbrouwerij Bjuster. Het Noordelijk Ballonvaartcentrum in Joure, eigendom van de zeer ervaren internationale ballonvaarder Pieter Kooistra(brevet sinds 1990), verzorgt de vaarten voor Bjuster. Eén ervan tijdens de feesten was met Bjuster-eigenaar Peter de Vries (UNIS Group), diens vriendin Ramona Bannink, zoon Wiro (ook werkzaam bij UNIS), diens vrouw Margriet de Vries-van der Pal en het Fries Journaal aan boord. Het was windstil en langzaam zag het gezelschap vanuit de lucht de prachtige Friese lappendeken en de scherp contrasterende meren en waterwegen. Een belevenis. Om niet anderhalf uur boven het Tjeukemeer te blijven hangen besloot pilote Trees Edens vroegtijdig te landen op het strandje van de Ûlesprong aan de A6. Na afloop werd er een Bjusterbier op gedronken.

Benefietdiner Oan Tafel levert € 12.000 op

WERGEA – Omdat Proeflokaal Oan Tafel in Wergea in 2022 bestond, organiseerde het toprestaurant een speciaal benefietdiner inclusief veiling. Verschillende prominenten, waaronder Foppe de Haan, waren aanwezig. Dankzij gasten en sponsoren heeft deze veiling meer dan 12.000 euro opgeleverd. En daar zijn ze in Wergea uiteraard ontzettend blij mee. De opbrengst van deze veiling gaat naar het Foppe Fonds (sporten mogelijk maken voor jongeren met een lichamelijke of verstandelijke handicap) en The Kianh Foundation voor kansarme kinderen in Vietnam. Beide fondsen draagt Oan Tafel een warm hart toe.

Aprillis appelcider uit Gaasterland

HEMELUM – Friesland is rijk aan streekproducten. Eentje die eruit springt is de Aprillis-appelcider van Hâld Moed Cidery in Hemelum. Een onderneming/liefhebberij van Yde Yntema, die de cider maakt op de boerderij van zijn moeder. Hij was voorbestemd om de melkveehouderij over te nemen maar hij vond het boeren al gauw te intensief. Hij kreeg verkering met een Franse vrouw en kwam in Engeland als data-analist terecht. Thans werkt Yde voor British Telecom. Cider maken is een midlifehobby, lacht Yde, maar het is wel serieuze business voor hem.

Engeland kent een cidercultuur, net als de Baltische staten, Noord-Spanje, Bretagne, Normandië en Duitsland, waar de cider ‘Apfelwein’ wordt genoemd. In Nederland is cider vrij onbekend en dus ook vrij onbemind. Maar appels groeien hier goed, dus ja, waarom geen cider? Dat dacht Yde ook. Toen hij een reportage over Nederland las besloot hij in overleg met zijn vrouw de stoute schoenen aan te trekken. Dat was in 2015. In dat jaar plantte hij naast de boerderij zijn eerste bomen van verschillende rassen, daardoor smaakt de cider beter.  Zo is de Dabinett als handappel niet te eten maar wel heel geschikt voor cider. De ciderappel bij uitstek is de Kingston Black, de enige waarvan je een single variety (cider van één appelsoort) kunt maken. En anders kom je in de blends en dan kun je aan de smaak gaan werken. Na lang cultiveren maakt hij nu uitstekende cider van Friese grond.

Het proces begint bij appelbomen op goede grond. Niet dat de boom kieskeurig is. Maar een tikje lemig, kleiig en venig en zanderig is prima. De Gaasterlandse bodem leent zich er dus voor. Yde maakte een voorzichtig begin met wat provisorische apparatuur. Met een keukenmachine begon hij te experimenteren. Nadat de appels op de boomgaard zijn geplukt, verdwijnen ze in een vat. De pulp wordt verwarmd tot 15 graden en dan begint het te fermenteren. De suikers worden omgezet in alcohol en na twee weken is er cider. Yde komt zo’n vijf keer per jaar over uit Engeland om de bedrijvigheid in goede banen te leiden. Hij wordt geholpen door Gerrit Harmen Rypmaen Ties Gerbrands, twee jongemannen uit Folsgare die cider onder eigen label maken (Middelsee Folsgeare, de naam van hun bierbrouwerij).

Eén van de afnemers van Aprillis is Harmen Ligthartvan restaurant De Hinde in Hindeloopen. Hij is het levende uithangbord van het Friese streekproduct. Deze non-conformist onder de top-chefs doet geen concessies aan kwaliteit en eerlijkheid en hij zet graag wat origineels en natuurlijks op tafel.

‘Van zo’n product van Hâld Moed zou iedereen moed moeten krijgen,’ aldus Harmen.