Terug naar hoofdinhoud

Kroniek van het goede leven in Friesland

Zakelijk human interest magazine
Verschijnt tweemaandelijks – jaarabonnement € xxxx
Redactie: Albert van Keimpema
Abonnement: administratie@friesjournaal.nl

Hoedenontwerper Koos van der Wal werkt samen met befaamd couturier

AMSTERDAM – Voor de presentatie van de haute couture-collectie van internationaal bekend couturier Paul Schulten in het Okura Hotel in Amsterdam, ontwierp Koos van der Wal de hoeden. In het najaar van 2022 werd Koos, die zijn atelier in Leeuwarden heeft, door Paul benaderd. Eind maart was het zover: op de catwalk in de Grand Ballroom van het Okura werd de show gegeven. Onder het aanwezige publiek waren vele prominenten en bekende Nederlanders.

Koos van der Wal won in 2020 de eerste prijs van een hoedenontwerpwedstrijd tijdens het Prinsjesfestival in Den Haag. In datzelfde jaar won hij ook een derde prijs met een van zijn ontwerpen. In 2021 won hij de publieksprijs met een van zijn hoeden die in het CODA Museum werd tentoongesteld. In 2022 was één van zijn hoeden te bewonderen in Londen tijdens The London Hatweek waar hij samen met negen andere professionele ontwerpers Nederland mocht vertegenwoordigen. Koos maakt hoeden voor klanten in binnen- en buitenland. Een hoogtijdag voor hem is Prinsjesdag.

Evert Wilstra (1950-2023) Hoogvlieger in fierljeppen

BURGUM – Evert Wilstra (72). Fierljepper die in de periode 1973-1977 drie keer Fries kampioen en tweemaal nationaal kampioen werd. Wilstra nam de hegemonie van Roel Bokke Span over. Die was acht keer Fries kampioen geweest. Door kastelein Sake Woudstra van het café in Oudkerk, tevens busondernemer en fierljeppromotor, raakte Wilstra met het fierljepvirus besmet. Hij bleek een groot talent te zijn. Wilstra was de eerste Fries die over de 17 meter sprong (17.29 in 1977). Zijn carrière duurde kort. In 1978 werd hij benaderd door de Franse tv om op te treden in een quiz waarin hij op een provisorische schans bij de Eiffeltoren steeds een halve meter veder moest springen om de deelnemers bij een fout antwoord in de race te houden. Tot in november ljepte hij, ijskoud geworden door foutsprongen in het water. Op de Champs-Élysées werd hij zelfs herkend. Wilstra zou geld krijgen voor zijn deelname. Omdat hij niet in de missie slaagde dreigde hij dat mis te lopen, maar de Franse zender was zo coulant om toch 5.000 francs uit te keren. De FLB (Frysk Ljeppers Boun) vond echter dat de bond recht had op dat geld. Een diepgaand conflict was het gevolg. Beide partijen hielden de poot stijf en Wilstra, die geroyeerd werd, stopte met zijn sport. De bond was bovendien bang dat het gedoe verkeerd zou uitpakken bij het aantrekken van een kandidaat-hoofdsponsor. Veel steun had hij niet. De concurrentie zag zijn kans schoon. De sport kwam vooral door Wilstra mondiaal in de belangstelling te staan. Hij maakte als pionier het fierljeppen professioneler. Zo introduceerde hij de aluminium pols. De houten pols werd door de verdere sprongen steeds langer en dus zwaarder. Wilstra was van meerdere markten thuis. Hij was medewerker op de sportredactie van Omrop Fryslân en raadslid voor de FNP in Tietjerksteradeel. Creatief was hij ook. In zijn tijd als badmeester in Hallum kwam hij met het idee om het asfaltparkeerterrein bij vorst onder water te laten lopen en op de ijsvloer te schaatsen. Hij was verder de bedenker van de Fryske Olympiade: een combinatieklassement van kaatsen, skûtsjesilen en fierljeppen. Dit festijn, het enige idee in het kader van Fryske Fiersichten dat doorging, is in 2013 en 2014 gehouden maar bleek geen toekomst te hebben. 

Op 13 maart kreeg Wilstra op zijn scooter een ongeluk toen een afgeknapte tak door harde wind hem trof op zijn scooter. Ruim twee weken later, op 1 april, overleed hij als gevolg van complicaties in het UMCG in Groningen.

Johannes Brandsma (1957-2023) Topkaatser leefde met alles aan de hang

ACHLUM – De beste sporter hoeft niet altijd de meeste prijzen te winnen. Zo was het met Johannes Brandsma die op 31 maart op 65-jarige leeftijd overleed. Hij was een even flamboyante als legendarische topkaatser die iedereen betoverde: de jeugd, de kenners, de feestvierders en de vrouwen. Brandsma, bekend als De Brand (een geuzennaam die past bij onaangepaste exoten in een metier), won viermaal de PC zonder tot koning te zijn verkozen. Een karige oogst in relatie tot zijn talent. Dat hij de koningstitel nooit won mag bijna een schande worden genoemd. In 1988 sloeg de voorinse alle ballen boven. De Voorstraat lag bij wijze van spreken bezaaid. Maar van het partuur waar ook Peter Rinia deel van uitmaakte, kreeg achterinse Tunno Schurer van de commissie, waarin diens vader Bart zat, de meeste koningspunten omdat hij zo ‘tactisch en collectief’ had gespeeld. Tegen zijn natuur in deed De Brand zijn beklag. Hij vermoedde dat hij was gestraft voor zijn grote bek en uitbundige levensstijl, maar slechts weinigen zagen het kleine hartje en de zorgelijke inborst. Achteraf speet het hem niet omdat het ‘een verhaal’ was geworden zoals Gerben Okkinga zijn bekendheid dankt aan het feit dat hij ondanks zijn grote kwaliteiten nooit een PC won. 

‘Een koning zonder kroon, dat zei men,’ aldus Johannes in een interview in 1997.

Hij maakte in 1976 zijn debuut op het hoogste niveau. Al een jaar later brak hij door. Het partuur met Brandsma, Jarich van der Veen en Reinder Triemstra won dat seizoen alles, behalve de PC. Niettemin zat Triemstra maar te kankeren op zijn jongere teamgenoot, die een jaar later overstapte naar een nieuw onverslaanbaar partuur met Sake Saakstra(6 PC-titels) en Piet Jetze Faber (8 PC-titels). Het allround toptrio bracht totaalkaatsen op de mat. 

Brandsma kaatste in een periode dat het kaatsen minstens twintig toppers telde; van Klaas en Wiebren van WierenDurk Talsma en Tamme Velstra tot Coos VeltmanRinse BleekerErik Seerden en Joop Bierma, om er maar een paar te noemen. In zijn tijd werd het kaatsen professioneler en een hoger niveau is er nooit meer geweest, hoewel sommigen zich in de feesttent ook danig manifesteerden. De Brand stookte er een paar pakjes zware shag per week doorheen en het bier vloeide rijkelijk. In alle dorpen was hij de gevierde man.

Hij won zes keer het jaarklassement (1980, 1981, 1982 – in dit jaar won hij ook de Friese Sportprijs – 1983, 1987 en 1989. In 1982 behaalde hij 98 punten, een record dat nooit meer gebroken zal worden. Als hij niet vijf jaar verdeeld over twee periodes in België in het jeu de pelote was uitgekomen, was niet Faber aanvoerder van het klassement aller tijden, maar ongetwijfeld Brandsma.  De beste ooit, gaf ook Faber toe.

Rimpelloos verliep zijn sportleven niet. Brandsma had twee aanvaringen met de bond. De eerste keer in 1980 toen hij als achterinse van positie wilde verwisselen voor een plek voor in het perk. De technische commissie legde het verzoek naast zich neer. Een spelersstaking dreigde zelfs. De tweede botsing tussen het enfant terrible en de KNKB gebeurde in 1990. Drie kwesties speelden toen: Brandsma had zich ongeoorloofd laten sponsoren, hij zou voorzitter Johannes Westra hebben beledigd en hij weigerde zijn kaatswant af te staan voor controle. De bond schorste hem voor vijftien wedstrijden. Een straf die werd omgezet naar vier. Was dat niet gebeurd, dan had Brandsma de brief die hij in zijn broekzak had aan het bestuur overhandigd: een opzegging van zijn lidmaatschap. Gek genoeg stond hij later als wantenmaker parttime op de loonlijst van de KNKB en was hij een poosje bondscoach.

Opzienbarend waren zijn jaren in Franstalig België. In Wallonië, waar ze de Bourgondiër in hem ontdekten, was hij als een grootvorst onthaald. Hij speelde er in de periodes 1985-1986 en van 1991 tot 1994. Het geld beurde hij op de hand, soms uitbetaald in een wc naast een frietkot. Het geld was goed. Naar eigen zeggen hield hij er een huis aan over. Maar het ging er weer doorheen. De Brand stierf in een bejaardenwoninkje in Achlum, nog niet eens aan de AOW toekomend. 

Drie Janny’s

De Brand lag goed bij de vrouwen en trouwde met een mooie donkere (Janny) met wie hij dochter Bianca en zoon Ivan kreeg. Na vijfentwintig jaar liep het huwelijk stuk. Zonder dat hij het in de gaten had waren ze uit elkaar gegroeid. De scheiding ging hem niet in de kouwe kleren zitten. Hij raakte in een zware depressie, stond een paar keer voor de spoorwegovergang maar de gedachte aan zijn kinderen weerhield hem van de laatste stap. 

Hij kwam erachter dat een depressie ernstig is: ‘Ik dacht dat het aanstellerij was, maar het is niet best. Ik vond mensen die zichzelf tekortdeden laf, maar wat moeten zulken een lef hebben. Laf, lef, het is maar een lettertje verschil,’ zei De Brand in een afscheidsinterview.

Nadien kwam een nieuwe Janny.

‘Maar we leefden alsof we achttien waren, dus dat ging niet goed,’ zei hij in 2020 in het Fries Journaal. Wéér diende zich een Janny aan. Driemaal leek scheepsrecht te zijn maar De Brand had wat van zijn oude glans en grandeur verloren. Ook deze relatie liep spaak: ‘Toen ben ik maar met de vrouwen gestopt.’ 

De Brand had ook letterlijk wat minder oog voor vrouwen. Na België verminderde zijn gezichtsvermogen doordat het netvlies in zijn rechteroog losraakte. Het linkeroog leek ook door een ontsteking slecht te worden maar gelukkig herstelde zich dat vanzelf. Wel wisselde De Brand voortdurend van bril voor lezen, veraf, dichtbij en zelfs bij winterlicht.

Johannes Brandsma ging het kalmer aan doen. Hypnotiseur Joop Fenstra hielp hem van het roken af (‘Voor honderd euro, ik mocht zo vaak langskomen als ik wilde, maar één sessie was genoeg, wonderlijk, die Joop is een aparte’), en de drank liet hij staan. Bij de gemeente Harlingen kon hij vanaf 2017 aan de slag als bode en sporthalbeheerder.

Op 13 februari kreeg hij het bericht dat de oorzaak van zijn moeheid tumoren waren in zijn darmen, longen en lever. Ruim zes weken later was het spel voor hem uit na een leven ‘met alles aan de hang’, zoals een matchpoint met een volle telegraaf wordt genoemd.

Ik bén een dammer

LEEUWARDEN – Gerlof Kolk is een regionale topdammer en de man achter het populaire tv-programma HEA! bij Omrop Fryslân. Gerlof, speler van eredivisionist Damcombinatie Fryslân, kwalificeerde zich voor de finale van het NK dammen. 

Geboren Op 30 juni 1983 in Britsum in een gezin van drie jongens.

Woonplaats Leeuwarden. Britsum is een klein dorp waar ik als krantenbezorger iedereen kende. Op mijn negentiende ben ik op mij zelf gaan wonen. Ik ging studeren in Zwolle. Omdat mijn sociale leven zich in Friesland afspeelde koos ik voor wonen in Leeuwarden, waar ik met een maat in een appartementje trok.   

Partner Anna-Maria Heidbuurt. Zij had al twee jongens, Jan en Jente van 9 en 6, toen ik haar leerde kennen. Wij wonen met ons viertjes. De jongens zijn afwisselend acht dagen bij ons en zes dagen bij hun vader. Ik doe alles met ze en beschouw mezelf als een volwaardige mede-opvoeder. Met een vreselijk modewoord noemen ze dat een bonusheit.

Opleiding De School voor Journalistiek in Zwolle. Die heb ik niet afgemaakt vanwege een stage bij Omrop Fryslân. Er waren in die tijd niet veel freelancers en dus was er volop werk voor me. Ik heb op veel redacties gewerkt; nieuws, sport, reportage. De studie raakte op de achtergrond en ik hikte steeds meer tegen de afronding aan. Van ons drieën in het gezin kon ik het makkelijkst leren maar ik ben de enige zonder HBO-opleiding. 

Werk/carrière Ik werk nu twintig jaar bij de Omrop waar ik al vele jaren HEA! maak. Dat is een soort Showroom van de NCRV van vroeger. HEA! volgt het dagelijks leven waarin allerlei kleurrijke, typische, eigenzinnige en zonderlinge figuren die in een eigen, parallelle wereld leven, worden geportretteerd. 

Geloof Gereformeerd van huis uit. Mijn ouders waren koster in Britsum. Ik heb het geloof dus volop meegekregen maar ik geloof niet. Ik heb nooit een teken ervaren van een God of een opperwezen. In een hiernamaals geloof ik evenmin. Het zou me er ook te druk worden, zoals cabaretier Hans Teeuwen eens heeft gezegd.

Politieke partij Tegen het rode aan. Vroeger was ik een echte socialist maar ik ben tegenwoordig wat minder zeker van het politieke landschap. Ik kies bij voorkeur een grotere partij die mee kan regeren. Ik mis wel de wijze oude mannen in de politiek.

Hoogtepunt Vijf jaar geleden ontmoette ik mijn vriendin. Zij bracht mij nieuw plezier in mijn leven. Zij is mijn echte liefde. Een ander hoogtepunt was het winnen van de nationale titel sneldammen in 2022.

Dieptepunt Het verlies van Tjalling Goedemoed, een topdammer en een groot brein. Hij kon de meest complexe spellen en raadsels bedenken. Tjalling was een goede vriend, en mijn coach. Hij kon het leven niet meer aan, wat ik aan zag komen. Verschrikkelijk voor zijn ouders die drie van hun vier kinderen hebben verloren. Een andere zoon ook door zelfdoding en een dochter door kanker.

Voorbeeld Ik ken meerdere mensen die voor mij wat betekenen.

Leermeester In het dammen Tjalling en in mijn werk Bauke de Haan die bij de Omrop de editing en montage van de reportages en de achtergronden van Fryslân DOK doet. Door hem ben ik een allrounder geworden en kan ik heel zelfstandig werken.

 

Beste advies Omring je met mensen waar je mee overweg kan en waar je wat aan hebt. Steek dus niet te veel tijd en energie in mensen met wie het niet klikt. Met mijn broer Daniël voer ik daar wel eens gesprekken over. 

Inspiratie Die haal ik uit muziek en documentaires. Ik ben heel breed georiënteerd, vind alles interessant. Journalisten weten van alles een beetje en van niks heel veel. Door mijn vak leer ik alle aspecten van de samenleving kennen. 

Eten Bami door mij zelf klaargemaakt.

Drinken Bier. Een pijpje pils aan de mond. Alleen speciaalbier drink ik uit een glas.

Muziek Ook daarin is mijn interesse breed. Als ik iemand moet noemen is het Bill Withers. Hij is een fantastisch mooie man. Hij installeerde wc’s in vliegtuigen en is pas op z’n dertigste begonnen. Wereldhits schreef hij, tot de platenmaatschappij hem dingen voorschreef.  Zoek het zelf maar uit, zei hij, en is zomaar opgehouden! Prachtig, zulke types.

Concert Het meest recent van Moss in de Neushoorn, niet standaard maar experimentele indypop met een wall of sound.

Artiest Cabaretiers en comedymensen. Bijvoorbeeld Theo Maassen die straks Zomergasten presenteert. Een interessante man met harde, eerlijke humor.

Acteur/actrice Voor mij een onmogelijke keus omdat ik een filmliefhebber ben en veel films kijk, maar toch: Daniël Day-Lewis, de enige man tot dusver die driemaal een Oscar won voor beste hoofdrol, en Jessica Chastain van o.a. The Good Nurse. Ik hou van acteurs die een film dragen.

TV Race Across The World bij RTL4 over BN’er-duo’s die zonder vliegtuig, mobile, bankpas en met een gelimiteerd budget door Latijns-Amerika reizen. Ik kijk weinig tv en dit programma is ontspanning voor me.

Film No Country for Old Men met o.a. Tommy Lee Jones. De film gaat over een jager die restgeld meeneemt uit een achtergelaten auto na een drugsdeal en dan zelf wordt bejaagd. Ze weten nauwelijks wat hen allemaal overkomt.

Krant/tijdschrift/medium Geen papieren krant, maar de apps van de NOS.

Boek 1984 van George Orwell, net gelezen. Een schitterende klassieker, in 1950 geschreven en nog steeds actueel.

Auteur Biografieën, en het maakt niet uit wie de schrijver is.

Sport Voetbal en dammen. Ik was in voetbal nog fanatieker dan in dammen. Bij CSL in Stiens haalde ik de voorselectie van de Friese jeugd. Een balletje honderden keren hooghouden was een makkie. Ik speel nog in de zaal.

Sportman Dennis Bergkamp. Een geweldige voetballer.

Sportvrouw Lucia Rijker, een kickbokser, bokser en actrice. Een imponerende persoonlijkheid.

Gadget Een nieuwe zendermicrofoon waardoor het filmen wat ik zelf ook doe handiger gaat.

App Toernooibase van de damsport. Ik speel veel partijen na. 

Hobby’s Voetbal, film, muziek, theater en dammen natuurlijk.

Vervoer Helaas de auto. Ik heb lang zonder gekund, deed alles op de fiets. Voorheen reed ik op reportage altijd met de cameraman mee maar toen de camjo zijn intrede deed, de camerajournalist, moest ik die luxepositie opgeven. Ik leerde destijds een belangrijke levensles: hoe meer je kunt, hoe meer je moet. 

Vakantie Met kinderen naar de camping, met Anna-Maria op avontuur. Wij zoeken dan de natuur op. Vorig jaar in Colombia, dit jaar gaan we naar Montenegro.

Hekel aan Gemakzucht, mensen die de kantjes eraf lopen. 

Blij van Creativiteit, belangrijker dan geld verdienen.

Doen met een miljoen Een deel weggeven, de rest besteden aan het maken van een film. Ik heb al een script: De Mechanische Turk. Dat is een geniaal verhaal over een fakir die in de 18e-eeuw rondreisde met een kist die hij voordeed als een schaakcomputer. In werkelijkheid was hij een illusionist en zat er een grootmeester in verstopt.

Kan niet zonder Mensen om me heen.

Wat moet anders Aardiger tegen elkaar zijn en het vertrouwen in de politiek terugwinnen.

Over vijf jaar Ben ik totaal niet mee bezig.

Wat is zo fascinerend aan de damsport? Dat je persoonlijkheid op het bord bloot wordt gelegd, de strategie, de diepgang, de oneindigheid aan varianten en combinaties, het strijdplan van begin tot eind. De damsport is een subcultuur. Cameraman Theo Ligthart vond het heel opmerkelijk en veelzeggend dat ik een keer zei dat ik een dammer ben. Dat ik niet zei dat ik dam, of aan dammen doe, nee dat ik een dammer bén. Zo is het, zo voelt het. 

FJ Feest 132

Wat Gala Club Diplomatique Fryslân

Waar Harmonie Leeuwarden

Wanneer Donderdag 30 maart

Aantal gasten 450

Wie Alle 70 leden van de club en hun gasten

Bijzonderheden De club zet in op de jongere garde om Friesland dynamisch en bruisend te houden. Jong kapitaal en ondernemerschap vormden het thema op het gala dat één keer in de twee jaar wordt gehouden, afgewisseld met een tweejaarlijks werkbezoek in het buitenland (de laatste keer in Wales waar taal, cultuur en identiteit net als in Friesland in het dna van het volk zitten). Elk jaar organiseert men een zakendiner met een spreker ‘fan kwisekwânsje’. 

Friese ambassadeurs willen jongeren binden

LEEUWARDEN – Niet alleen praten maar vooral ook doen, dat is wat de Club Diplomatique Fryslân wil. Om die reden heeft het gezelschap zich verbonden aan ‘Friesland Doet’. Deze club van ‘young professionals’ is actief om talent in de provincie te houden. En niet alleen dat, maar ook van buiten Friesland, en eveneens vanuit het buitenland, hiernaartoe te halen. Dat is nodig, alleen al om demografische reden. Het aantal geboortes is de laatste tien jaar fors gedaald, de Friese bevolking vergrijst. Er wonen nu veertienduizend jongeren (0-25 jaar) minder dan in 2013. Maar het aantal vacatures groeit. Om Friesland vitaal te houden en de innovatiekracht te bevorderen, zijn jongeren nodig voor het versterken van onze economie. Dat kan door het delen van inspirerende carrières van jonge mensen die hier werken en een hart voor Fryslân hebben. De Club Diplomatique, ooit door Hans Wiegel opgericht, heeft de laatste jaren nieuw elan gekregen en gaat zich daadwerkelijk inzetten. Want jonge ambassadeurs zijn nodig!

Rolf Cooking: koning van de Big Green Egg

Rolf Hoekstra is de koning van de Big Green Egg, de beste barbecue die er is. Met vijf van deze topbarbecues kan hij een extra dimensie geven aan elk evenement.

De ervaren chef die de laatste 12 jaar bij HANOS Heerenveen restaurants culinair adviseerde is voor zichzelf begonnen. Met Rolf Cooking verzorgt hij barbecues, private dinners, gespecialiseerde catering en evenementenondersteuning. Verder springt hij bij in restaurants om diners te completeren. Daardoor weten zijn collega-chefs een welkome flexibele schil te creëren in de bezetting. Zo assisteerde hij op het mini-event van restaurant Vis en Meer in Woudsend. Diverse gerechten werden door hem bereid, of hij had een aandeel daarin. Daar komt bij dat de barbecue een extra beleving en een meerwaarde geeft aan een culinair event.

‘Ik zoek samenwerkingen,’ aldus Rolf, die alles met de Big Green Eggs kan, tot desserts en brood bakken  aan toe zoals hij bij Vis en Meer bewees. Het fijne van barbecueën met de Big Green Egg?

Rolf: ‘Je kookt low en slow. Beter kan niet.’ 

Rolf had al langer in z’n hoofd om zelfstandig verder te gaan. Hij liet zich inspireren door Leonard Elenbaaswiens barbecueboeken hij aandachtig las.

‘Wat heb ik te verliezen?, dacht ik. Ik had veel ervaring, adviseerde restaurants. Corona gaf het laatste zetje. Toen werd er meer thuis gekookt en schakelden mensen die niet zo goed met barbecues kunnen omgaan mij in, of ik gaf workshops, wat ik nog steeds doe. Dus trok ik de stoute schoenen aan.’

Het voordeel van vijf barbecues is dat Rolf met verschillende houtsoorten (appelhout, kersenhout enz.) tegelijkertijd kan werken, dat meerdere gangen in bereiding kunnen, dat je zowel met vis, vlees en groenten bezig kunt zijn en dat je kunt roken, grillen, bakken, schroeien.

De afwisseling in zijn nieuwe rol spreekt aan: ‘Ik kom overal. Geen dag, geen gelegenheid is hetzelfde. De ene keer geef ik een workshop, de andere keer help ik in een pop-uprestaurant, kook ik thuis bij mensen, ben ik actief op een groot feest of doe ik mijn ding in fine dining. De agenda loopt aardig vol.’

Barbecueën gaat namelijk het hele jaar door.

‘Het is allang geen zomerdingetje meer,’ aldus Rolf. 

Vernieuwd Parkhotel Tjaarda

Parkhotel Tjaarda heeft een nieuwe entree en het vernieuwde restaurant heeft een andere naam die verwijst naar het rijke verleden van Oranjewoud: Marijke Muoi. Alle gelegenheid dus om een feestelijke heropening te vieren. 

De opening werd onder het toeziend oog van een in stijl tot leven gewekte Marijke Muoi (de Friese koosnaam van stadhoudersvrouw Marie-Louise van Hessen-Kassel 1688-1765, de aartsmoeder van ons koningshuis) door Commissaris van de Koning Arno Brok verricht, samen met ambassadeur en vijfvoudig Olympisch kampioen Ireen Wüst en directeur Parkhotel Tjaarda Tjitte de Wolff

De vele vaste gasten, relaties, familie, medewerkers en andere aanwezigen werden door Tjitte de Wolff meegenomen in de roemruchte historie van Tjaarda, een begrip in de wijde omgeving van Oranjewoud. Het dorp ontleent zijn naam aan de aanwezigheid en invloed van de Oranjes in deze regio. Waaronder Maria Louise van Hessen-Kassel, beter bekend als Marijke Muoi. Zij was de moeder van stadhouder Willem IV en een nazaat van de vader des vaderlands Willem van Oranje. 

De geschiedenis van Tjaarda gaat ver terug tot 1834. Op dat moment stichtte logementhouder en tuinman Johan Meijer Hotel Heidewoud 

Een sprong in de tijd brengt ons naar 1996. Op dat moment werd er volledige nieuwbouw gepleegd. De familie Oosting heeft destijds met de medeaandeelhouders de NOM en Noord Nederland Beheer de nieuwbouw voor haar rekening genomen. De naam werd op dat moment gewijzigd in Golden Tulip Tjaarda. De toenmalige Commissaris van de Koningin Loek Hermans heeft het hotel destijds geopend. 

Vanaf 1996 zijn er vele aanpassingen en verbouwingen geweest om te anticiperen op de veranderende vraag van de gast en de maatschappelijke ontwikkelingen. Zo werd het Wellness complex in 2006 feestelijk geopend door de Commissaris van de Koningin Ed Nijpels

Tien jaar later in 2016 was John Jorritsma als Commissaris van de Koningin aanwezig om het vernieuwde hotel Tjaarda officieel te openen. Noemenswaardig zijn de gerenoveerde hotellobby, gemoderniseerde hotelkamers en het Grand Café 1834, waarmee de verbinding is gemaakt met de oorspronkelijke grondlegger van dit prachtige horecabedrijf. 

Vol trots vertelde Tjitte de Wolff dat hotel Tjaarda steeds in beweging is geweest. Vernieuwend en in sterke verbinding met haar omgeving. Tijdens de intrede van de Coronapandemie begin 2020 kwam Nederland tijdelijk tot stilstand. Voor Tjaarda een moment van reflectie en het besef dat het tijd was om een nieuwe weg in te slaan. Zelfstandig en niet langer als onderdeel van een formule. 

De naam werd gewijzigd in Parkhotel Tjaarda en hiermee wordt er recht gedaan aan de bijzondere ligging in het Parklandschap Oranjewoud. 

Naast elementen als gastvrijheid, heerlijk eten en drinken en genieten van de prachtige omgeving is er al jarenlang volop aandacht geweest voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Hierin is Parkhotel Tjaarda steeds een koploper geweest. Al aan het einde van het vorige millennium werd er al geïnvesteerd in zonnepanelen. Inmiddels zorgen 438 zonnepanelen ervoor dat Parkhotel Tjaarda voor een belangrijk deel zelfvoorzienend is voor wat betreft de elektriciteitsbehoefte. Verder zijn er warmtepompen geplaatst voor de warmtevoorziening van het Wellness complex. Inmiddels participeert Parkhotel Tjaarda in het programma Hotel for Trees waarbij er bomen worden geplant om uitstoot van Co2 op te nemen. 

In de afgelopen maanden is het restaurantconcept vernieuwd met een schitterende culinaire bistro die de naam Marijke Muoi Wine & Dine draagt. Marijke Muoi was zeer geliefd bij de Friese bevolking. Ze was ook een van de grondleggers van het buitenverblijf Oranjewoud. 

In de culinaire bistro wordt gewerkt met lokale producten en streekgerechten. Uniek zijn de 70 wijnen die allen per glas verkrijgbaar zijn. Eerlijk, ambachtelijk en puur zijn de belangrijke waarden. 

De inrichting van deze culinaire bistro is warm, eigentijds, huiselijk en gezellig. Kleurtinten van groen en blauw wat verwijst naar Maijke Muoi (blauw voor koninklijk) en groen voor landschap Oranjewoud. Eye catchers zijn de imposante bar, de unieke wijnbar, de muurschilderingen en de Gastronomische tafel. 

Marijke Muoi Wine & Dine is elke avond geopend en op zondagen vanaf 12.00 uur 

De sleutel van het succes van Parkhotel Tjaarda is volgens Tjitte de Wolff dat er steeds tijdig is geanticipeerd op belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen. 

Kwast Wijnkopers: passie voor wijn

Kwast Wijnkopers is een toonaangevende wijnleverancier in de Nederlandse horeca en wijnspeciaalzaken. Het bedrijf heeft een belangrijke kwaliteitsimpuls gegeven sinds het oprichtingsjaar 1978. Dit jaar viert Kwast dus het 9de lustrum.

Nederland is goede wijn leren waarderen en daar heeft de firma Kwast onmiskenbaar een rol in gespeeld. Met een neus voor kwaliteit, voor prachtige wijndomeinen en onontdekte kleine ambachtelijke wijnboeren, en voor verrassende wijnspijscombinaties, oriënteert Kwast zich wereldwijd. Zo heeft Kwast een breed maar selectief assortiment weten samen te stellen waarmee de markt van wijnliefhebbers uitstekend kan worden bediend. Kwast is als voorkeursimporteur bijna een wijnlabel op zich geworden!

Alleen met passie voor wijn lukt dat, vindt oprichter Jaap Kwast, die in Leeuwarden geboren is. Zoals elk bedrijf begon hij klein. In de loop der jaren heeft hij een prachtig bedrijf weten op te bouwen dat in Nieuw-Vennep is gevestigd. Al jaren leidt hij de onderneming samen met zoon Martijn. De twee mensen die ook een sleutelrol vervullen zijn de accountmanagers Jan Volker (Noord-Nederland) en Marc van Charante(West-Nederland).

‘Onze kracht ligt in onze passie,’ aldus Jaap en Martijn. Altijd goedlachs, altijd geïnspireerd. ‘Ja, je mag zeggen dat we het leven dagelijks vieren. Wijn kopen is een prachtig vak, daar word je blij van.’    

Kwast vertegenwoordigt diverse bekende wijnreputaties zoals Taylor’s (port), Jadot, Laurent-Perrier (champagne), William Fèvre, Gaja, Barón de Ley, Simonsig en Viu Manent.

Laurent-Perrier 

Hij is al genoemd: Laurent-Perrier. Met de champagne van dit huis en de exclusieve vertegenwoordiging onderscheidt Kwast zich in Nederland. Laurent-Perrier wordt steevast geschonken op het Zomerconcert van het Noord-Nederlands Orkest op Landgoed Lauswolt (dit jaar zondag 2 juli), waarvan het bedrijf partner is.

‘Een schitterend moment om onze champagne te presenteren en de mensen ervan te laten genieten,’ aldus Martijn.

Michelinster voor Jan Smink

WOLVEGA – Jan Smink heeft zijn eerste ster gekookt. Het brein achter restaurant Smink in Wolvega startte zijn zaak vier jaar geleden. Daarvoor werkt hij in meerdere toprestaurants, waaronder De Librije in Zwolle van Jonnie en Thérèse Boer. Zij hebben al jaren drie sterren als een van de twee in Nederland. De andere driesterrenzaak is Inter Scaldes in Kruiningen die door het Heerenveense echtpaar Jeroen en Sanne Achtien is overgenomen. Smink deed tweemaal mee aan de Bocuse d’Or in Lyon, ’s werelds meest prestigieuze kookwedstrijd. Friesland heeft nu twee restaurants met een ster. Behalve Smink is dat De Heeren van Harinxma in Beetsterzwaag (Lauswolt).

Vandergang 150 jaar en Hofleverancier

Mannen in hun kracht zetten

‘Een feestje voor de voorvaderen,’ zei Jan-Michiel van der Gang met respect bij de start van het 150-jarig jubileum dat werd opgeluisterd met de verlening van het predicaat Hofleverancier. Van die anderhalve eeuw was zijn inbreng in de laatste 25 jaar niet te onderschatten. Van alle kanten kreeg hij lof toegezwaaid voor de vele initiatieven die hij heeft genomen en voor zijn onvermoeibare inzet om zijn stad op de kaart te zetten. 

De historie begon met Willem van der Gang (1853-1920). Hij startte in 1873 in de achterkamer van het ouderlijk huis met een handel in manufacturen. Dat lag niet voor de hand want vader Wybe dreef een meubelhandel. Willem had echter meer met meubelstoffen dan met meubels. Hij bekwaamde zich in Utrecht in de beroemde Winkel van Sinkel (de naam werd een uitdrukking!) in stoffen. Eenmaal terug in Friesland vond hij zijn bestemming. Willem kon met mensen omgaan en verkocht goed. In 1879 huwde hij Sietske Postma. Willem was het type huisvriend, Sietske was de gastvrije vrouw die met koekjes klaarstond. Het stel kreeg zes kinderen. Een van hen was Aldert Willem van wie de handelsnaam A.W. van der Gang is afgeleid. Hij schakelde over op herenkleding. Aanvankelijk maatkostuums, later ook confectiepakken. Zoon Michiel-Jan zette de zaak voort en op hun beurt Wybe en Aldert-Willem. De laatste, getrouwd met Carolien Bouwman, is de vader van Ineke en Jan-Michiel, de vijfde generatie die na zijn studie aan de Textiel Management School in Doorn in het bedrijf kwam.

Tal van pommeranten waren bij de inwijding van de koninklijke status aanwezig. Commissaris van de koning Arno Brok sprak van een ‘begrip in Friesland en ver daarbuiten’. Geen woord te veel. Klanten uit heel Nederland, tot uit Maastricht, komen naar Dokkum voor een pak. Zelf haalt Brok zijn pakken er ook vandaan. Zijn nieuwste kostuum had hij trouwens niet aan: ‘Dat heb ik bewaard tot het koninklijk bezoek aan Vlieland.’ Hij noemde Jan-Michiel ‘een rasondernemer en een topgastheer’.

Jan-Michiel is een van de oprichters en jaren voorzitter van de Admiraliteitsdagen. Verder is hij betrokken bij allerlei projecten om de historische panden voor de toekomst te bewaren. Vroeger overwoog hij architect te worden en door de vastgoedactiviteiten kan hij nu toch z’n ei kwijt. 

Maar hij blijft op de winkelvloer: ‘Het is heel bevredigend mannen in hun kracht te zetten. Een goed maatpak maakt de drager drie kilo lichter en twee centimeter langer.’ 

Davina Michelle op Admiraliteitsdagen 2023

Davina Michelle is de hoofdact van de Admiraliteitsdagen 2023. De rijzende ster staat op zaterdagavond 9 september op het hoofdpodium rond de Zijl. Davina stond ook in 2019 op de Admiraliteitsdagen. Toen betrad ze het podium op de Markt. 

 ‘Liedjes schrijven vind ik confronterend en spannend,’ zegt ze. Davina kiest bewust voor Engelstalig: ‘Dat is voor mij makkelijker om dingen wat poëtischer te verwoorden. Daarnaast stelt het mij in staat om op deze manier televelenmet mensen over de hele wereld.’

Sponsorbijeenkomst

De sponsorbijeenkomst werd gehouden in hotel de Abdij, waar gastheer Lammert Kalsbeek en chef Liudger van der Meer een parade van exquise gerechtjes presenteerden. 

Klaas Sipma van de sponsorcommissie startte een flitsende trailer en toonde met cijfers aan hoeveel impact de Admiraliteitsdagen hebben: de site werd in 2022 meer dan 33.000 keer bezocht (tegen 19.000 in 2019), een post op FaceBook bereikt gemiddeld 6.000 mensen, met alle socials is dat 200.000 en de reikwijdte van het evenement is met 17 procent gestegen; het event strekt zich niet meer uit van Hallum tot Munnekezijl, maar staat wereldwijd in de belangstelling. 

Prominent op evenementenkalender

Burgemeester Johannes Kramer liet weten dat de Admiraliteitsdagen een prominente plek op de Friese evenementenkalender hebben verworven naast de PC, de Sneekweek en het skûtsjesilen. Hij refereerde aan een lofzang van een 71-jarige bewoonster van de Cook Eilanden…

Voorzitster Rigtsje Monsma-van der Goot(districtsmanager van de multinational A.S. Watson Group waaronder merken als de Franse supermarktreus Carrefour en in Nederland de Kruidvat, Trekpleister en ICI PARIS XL vallen), die in 2022 het stokje overnam van Jan-Michiel van der Gang,  maakte duidelijk hoe professioneel het evenement is gestructureerd met negen bestuursleden, acht commissies onder aanvoering van speciale voorzitters en aangevuld met honderden vrijwilligers. Dokkum laat zien waar een kleine stad groot in kan zijn!

De elfde editie van de Admiraliteitsdagen vinden plaats op 7, 8, 9 en 10 september 2023. De Admiraliteitsdagen is een maritiem festival in Dokkum met muziek, spectaculaire activiteiten, historische schepen, een foodfestival en straattheater.

Lunchroom Haagens in een nieuwe entourage

Al decennia is lunchroom Haagens een begrip in Dokkum. Dat is niet zo vreemd. Want: all you need is a tasty sandwich! Deze slogan maakt de zaak helemaal waar. Vind maar eens een lunchroom waar de broodjes lekkerder zijn.

‘Ons eigen broodje gezond met een saus naar een geheim recept is alom bekend,’ zegt bedrijfsleider Youssef Dandan.

Haagens heeft na een grote verbouwing en nieuwbouw een nieuwe dimensie gekregen. Het nieuwe Haagens heeft onderdak gekregen in de voormalige supermarkt van C1000. De vorige lunchroom is toegevoegd aan buurman KB Food & Drinks aan de Keppelstraat. Beide zaken worden gerund door horecaonderneemster Anna Smits, die twaalf jaar geleden met Haagens begon. Zij heeft het concept in de loop der jaren uitgebreid met twee vestigingen aan de Tesselschadestraat en het Zaailand in Leeuwarden. Laatstgenoemde vestiging heet Haagens City die in samenwerking met scholengemeenschap Firda is opgezet. In ziekenhuispoli De Sionsberg in Dokkum is ook een Haagens, waar de lunchroom De Zuster van Haagens heet. 

Scandinavische look

Youssef laat het nieuwe Haagens in Dokkum zien. Het is een royale ruimte die strak is ingericht. De look van wit, licht en hout oogt Scandinavisch, de entourage is bijna industrieel. Meer lunchroom kan een zaak niet zijn: overal kleine tafels en toch intiem. Aan de straatzijde is een verhoging om de ruimte te breken en zowel van binnen als van buiten meer uitstraling en overzicht te creëren. 

Bestelgemak

Wat opvalt is de grote balie voor de keuken. Daar worden broodjes en andere lunchgerechten klaargemaakt en afgehaald. Dat kan ook online. In de zaak zelf is een bestelzuil. Bestelgemak wordt eveneens geboden door het scannen van een QR-code. Voor de balie is volop ontvangstruimte. Haagens heeft twee entrees: aan de voorzijde en via de passage ook aan de achterzijde.

‘Wij hebben de zaak zo praktisch mogelijk ingedeeld,’ zegt Youssef.

Centrumstad

Er is al veel en kwalitatief goede horeca in Dokkum. Is de markt groot genoeg?

‘Oh ja,’ lacht Anna, ‘Dokkum is een gastvrije centrumstad waar het goed uitgaan is. Door de Centrale As is het verzorgingsgebied veel groter geworden. Iedereen komt naar Dokkum.’

De doelgroep van Haagens is breed. Veel scholieren komen er, maar ook veel werkenden (met name voor de afhaal), senioren, winkelend publiek en iedereen die zin heeft in een break.

‘Vrijdags en zaterdags zijn de topdagen,’ aldus Youssef. Het dagelijks piekmoment is tussen elf en drie uur.

Horeca is trendgevoelig maar voor een klassieke lunchroom is altijd plaats en markt, stelt Anna.

     

Topscore voor nieuwkomer Proef | Lokaal Dokkum in Gault&Millau

Proef | Lokaal Dokkum is één van de hoogste nieuwe binnenkomers in online restaurantgids Gault&Millau 2023!

De critici loven het vakmanschap en ‘de prachtige creatieve smaakbalans’ van Dokkumer chef Liudger van der Meer

‘Een superbeoordeling van de duurzame manier van koken,’ vindt collega-chef Geert Jan Vaartjes.

Om de beoordeling te kunnen geven werd het meergangen-verrassingsmenu ‘Ode’ in Proef | Lokaal Dokkum genoten, waaronder een gerecht met forel en schorseneren, mosterdzaad, kappertjes en parels van karnemelk. Ook de fermentatietechniek die in het dessert zat verwerkt werd enthousiast ontvangen.

‘Deze nieuwkomer verdient meteen twee koksmutsen,’ was de eindconclusie. 

Geert Jan: ‘Wij zijn trots dat we Dokkum op deze manier culinair op de kaart kunnen zetten.’

Gault&Millau

Gault&Millau is opgericht door Henry Gault en Christian Millau, die in 1969 begonnen als een tijdschrift voor Parijzenaren met aanbevelingen voor de beste restaurants. Sinds 2005 wordt de (online)gids ook over de Nederlandse restaurantsector uitgebracht. 

De recensie van Proef | Lokaal Dokkum

Het onlangs verbouwde Restaurant Proef | Lokaal van Hotel de ABDIJ in Dokkum heeft de lokale Dokkumer Liudger van der Meer als chef aangetrokken om de keuken met Dutch Cuisine en duurzame Friese ingrediënten op het gewenste niveau te brengen. Dat is uitstekend gelukt. We genieten van diverse amuses zoals broodje ba pao van knolselderij met gel van knolselderij en een flinterdun tarteletje met mango en yuzu chutney en gepekelde geraspte eidooier. Hij toont vakmanschap en prachtig creatieve smaakbalans tussen de diverse zuurtjes met een stukje forel met fris gezuurde schorseneren, mosterdzaad en zeer jonge kappertjes, kleine nog onrijpe cassisbesjes en nitro parels van karnemelk op een spiegel van Granny Smith appel met daarop olie van cassisbesjes. Knap dessert met mousse van ‘in melk gefermenteerde’ milky oolong thee in een jasje van gelei van sinaasappel met duindoornbesjes, quenelle van sorbet van sinaasappel en duindoorn en daarbij een kruidige sinaasappelbouillon. Deze nieuwkomer verdient meteen twee koksmutsen.

De auto van… Jan en Henny de Kroon

Woonplaats: Heerenveen

Beroep: gepensioneerde journalist en lerares

Leeftijd: 87 en 83

Auto: Citroën C3 Aircross SUV Shine

Bouwjaar: 2019

Motor: 1,2 liter PureTech, automaat benzine

PK: 110

Topsnelheid: 170 

Kilometerstand: 25.000

Verzekerde waarde: € 30.000 

In bezit sinds: 2022

Waar gekocht: Haaima Hylkema Heerenveen

Een perfecte auto voor twee ‘Citrofielen’

HEERENVEEN – Je hebt francofielen die zweren bij Citroën, hét merk voor levenskunstenaars en creatievelingen. Maar het hoeft niet samen te gaan. Jan en Henny de Kroon noemen zich dan ook liever ‘Citrofielen’. Zij rijden al hun leven lang Citroën, zijn aan het merk verknocht.

De liefde voor Citroën is ontstaan toen Henny als 18-jarige bevallige deerne in de sierlijke Traction Avant van haar ouders mocht rijden.

‘Dat was voor die tijd toch al een stukje emancipatie,’ vertelt Jan, op wie het Citroën-virus werd overgedragen.

‘Mijn rijden in het aan de twee chevrons herkenbare merk begon in 1964 met de aanschaf van een 2CV, de Lelijke Eend die samen met de Volkswagen kever en de Renault 4 tot de iconische auto’s van de jaren ’60 en ’70 behoorden.’

Jan had de auto nodig voor zijn reis naar Marokko waar hij aan de voet van het Atlasgebergte staatsveeteeltprojecten begeleidde. Samen verbleven ze daar een jaar.

‘De reis op zich was al een belevenis. We reden door Frankrijk en Spanje en maakten via Gibraltar de oversteek naar Tanger waar de auto geregistreerd moest worden. De permission was voor een halfjaar. Daarna deed de groene verzekeringskaart wonderen. Continué, luidde steevast de reactie bij controles van de politie die niks van die kaart snapte,’ lacht Jan. 

Ze beleefden een geweldig jaar: ‘We zijn het hele land door gecrost. Eén van de mooiste ritten was door de Atlas. Onze eend met vier man erin klom als een geit naar boven, Peugeots met watergekoelde motoren die langs de weg stonden om af te koelen passerend. In de bergen tot 3.500 meter gingen we skiën. Waar we ook vaak aan terugdenken is die keer dat wij op uitnodiging van het Nederlands consulaat, waar wij stonden ingeschreven, in de haven van Casablanca bezoek brachten aan een smaldeel van onze Koninklijke Marine en de matrozen aan boord wezen op onze fladderende eend.’ Het leven in Marokko was goed: ‘We konden ons in de Franse taal met wat Arabisch goed verstaanbaar maken. ’s Morgens kochten we brood en vlees op de soukh. Tussen de werkzaamheden door gingen we eropuit.’

Over Marokkanen worden soms lelijke dingen in ons land gezegd. Het kan Henny opwinden.

‘Die mensen zijn zó aardig! Ik wil er geen kwaad woord over horen.’

Onderwijl schreef Jan verslagen voor het Fries Landbouwblad. Hij besloot verder te gaan in de journalistiek, was jarenlang verslaggever bij de Heerenveen en Drachtster Courant. Na zijn pensionering was hij societyreporter bij De Zakenspiegel en het Fries Journaal.

Aan het eind van de contracttermijn werd Jan door Buitenlandse Zaken gevraagd voor een paar projecten in Tunesië: ‘We zijn met ons hele hebben en houen in de eend 1.500 km door Algerije naar Tunis gereden. Projectleider Straatsma uit Drachten liet ons weten dat het project nog opgestart moest worden. Toen besloten we huiswaarts te keren. Na een deinende oversteek op een woelige Middellandse Zee zijn we via Sicilië en Rome door de Alpen naar Nederland gereden.’

Nimmer liet een Citroën Jan en Henny in de steek. Ze hebben er vele gehad: Een Dyane, Ami, Pluriel, Xsara, GS, BX, Berlingo en nu dus een Ferrari-rode C3. Dit jaar vertelde Jan over hun avonturen in de Citroën-garage van Haaima Hylkema in Heerenveen.

De C3 bevalt heel goed: het fraaie en stoere design, de hoge zit, het panoramadak, de blitse kleur; alles klopt.  

‘Ze zijn de beste ambassadeurs van Citroën,’ zeggen de verkoopadviseurs Pieter van der Werk en Klaas Huisman van Haaima Hylkema.

Genieten van De Zilveren Bal

LEEUWARDEN – Het slotstuk van weer een mooi schaatsseizoen was het sprintfestijn om De Zilveren Bal. Niet in de Prinsentuin zoals heel vroeger, maar in de Elfstedenhal. Jan Ykema, die het schaatsfeest nieuw leven inblies, was een tevreden man. Rijders content, sponsors ook en het publiek genoot van spectaculaire sprints over 100 meter met drie man naast elkaar. Begeleid door flitsend licht en opzwepende muziek. 

‘Het moet een show zijn,’ aldus Jan. Winnaars werden Yuma Murakami en Dione Voskamp. Er stonden vele toppers aan de start, onder wie het Amerikaanse toptalent Jordan Stolz. Volgend jaar staat De Zilveren Bal wederom op het programma.

Staatssecretaris geeft les in geld

DOKKUM – Staatssecretaris Aukje de Vries van Financiën (Toeslagen en Douane) gaf een gastles aan groep 7 van basisschool De Regenboog in Dokkum. De VVD-politica uit Leeuwarden deed dat in het kader van de themaweek ‘Bedwing de Bling’. Ze wees de leerlingen op financiële verleidingen op social media en computerspelletjes. Het blijkt dat jongeren gauw en veel geld uitgeven en makkelijk schulden opbouwen. 

Tasjesactie Rotary Nijehove voor arme gezinnen

LEEUWARDEN – In het Cambuurstadion ontving Samira Annouri, voorzitter Wijkcentrum Heechterp-Schieringen, uit handen van Erik de Jong, voorzitter Rotary Nijehove, de eerste kersttas die 250 gezinnen in Leeuwarden-Oost ontvingen. De overhandiging vond plaats tijdens een ochtendtraining van de Cambuurselectie.
Veel gezinnen in Leeuwarden-Oost, een van de armste wijken in Nederland, kunnen door oplopende energieprijzen en stijgende kosten voor levenshoud weinig geld besteden aan extra’s tijdens deze feestmaand. Om ze een hart om de riem te steken krijgen de gezinnen een tas royaal gevuld met lekkernijen en sfeerartikelen, maar ook nuttige geschenken als radiatorfolie en een LED-lamp.
Rotary 
Nijehove organiseert een dergelijke tasjesactie voor de vijfde keer in samenwerking met Amaryllis. Mede dankzij de inbreng en steun van lokale ondernemers en organisaties als Ondernemersverenigingen Heechterp-Schieringen & Lekkumerend, Bedrijvenvereniging MERO, De Friesland, Makro en een bijdrage van de gemeente Leeuwarden, kon deze actie worden gerealiseerd.  

Vermeer-Meisje van Reiny in Mauritshuis

DEN HAAG – Een grote eer viel de veel gelauwerde Friese fotografe Reiny Bourgonje uit Heerenveen te beurt. Haar versie van het wereldberoemde schilderij Meisje met de parel van Johannes Vermeer werd gekozen uit vierduizend wereldwijd ingezonden werken om digitaal in het Mauritshuis te worden geëxposeerd. Een selectie van slechts 170 ‘Vermeers’ werd samengesteld voor de presentatie My Girl with a Pearldie tot en met 4 juni is te zien. De jury was vol lof over dit unieke Meisje
De expositie is een ode aan Vermeers meesterwerk. Het Meisje met de Parel (ca. 1665) is één van de beroemdste schilderijen ter wereld. 

Fotografie

Na een carrière in het bankwezen, stortte de in Heerenveen geboren en getogen Reiny Bourgonje zich in 2012 volledig op haar grote passie fotografie. Met haar indringende portretten wist zij in korte tijd een sterke reputatie op te bouwen in binnen- en buitenland. Ze won veel prijzen.

Bourgonjes specialisme is de portretfotografie. In haar vrije werk wordt ze geïnspireerd door de schilderkunst van de 17e eeuw, maar ook door maatschappelijke thema’s als identiteit en afkomst. Bourgonje ziet de mens, in al haar verschijningsvormen. Dat komt bijvoorbeeld naar voren in haar portretten van adoptie- en vluchtelingenkinderen, die in hun jonge levens al veel hebben meegemaakt. Tegelijkertijd toont zij de diversiteit van de moderne samenleving. Deze kinderen zijn wereldburgers. Zij zijn Nederlands, Afrikaans, Chinees en Fries. Door hen te portretteren in de stijl van de oude meesters, biedt Bourgonje hen een podium dat zij in de 17e eeuw vanwege hun afkomst niet gehad zouden hebben.

Na het Mauritshuis zal Bourgonjes inmiddels beroemde meisje met de parel eveneens te bewonderen zijn in Museum Heerenveen waar van 27 mei tot en met 10 september de tentoonstelling Reiny Bourgonje – Zie de mens wordt gehouden. Nooit eerder waren zoveel portretten van Bourgonje te zien in één tentoonstelling. 

Reiny heeft een studio in Museum Heerenveen waar ze werkt zonder gebruik te maken van kunstlicht. 

Nieuwe Waddenzee-ambassadeurs op Vlieland en Terschelling

VLIELAND/TERSCHELLING – Iedereen lijkt ambassadeur te willen worden van de Waddenzee. Er zijn er al meer dan vijftig. De jongste ambassadeurs komen allemaal van Vlieland. Ze hebben een grote liefde voor het Waddengebied en zijn trots op de status van UNESCO Werelderfgoed. De ambassadeurs zijn actieve ondernemers in de sector toerisme en recreatie. De ambassadeurs hebben allen een tweedaags gastheerschapstraining Waddenzee Werelderfgoed gevolgd. Ook hebben zij een groene checklist ingevuld om hun duurzame stappen kenbaar te maken en tekenden zij een belofte om hun ambassadeurschap naar eer en geweten te vervullen.

Nederland is ontspoord

BROEK – Om wat beter op de hoogte te raken van de landbouwproblematiek bracht de ondernemersvereniging Skarsterlân een werkbezoek aan de boerderij van Peter en Marijke Rijpkema in Broek. Directeur Klaas de Jong van A ware hield een inleiding en hij was duidelijk in zijn mening: ‘Nederland is ontspoord.’

Hij nuanceerde het zogeheten noodzakelijk natuurherstel omdat je dan eerst een nulpunt als referentie moet hebben. Hoe ver wil je teruggaan? Oorspronkelijke natuur heeft vanaf het jaar 900 (de eerste dijkenaanleg en inpolderingen) langzaam maar zeker plaatsgemaakt voor cultuurlandschap. Door de industriële revolutie werd het milieu vanaf 1750 belast maar bodem, water en lucht zijn sindsdien nog nooit zo schoon geweest als nu. 

De Jong nuanceerde ook de vermeende teloorgang van de biodiversiteit: ‘Er zijn 112 nieuwe plantensoorten in ons land bijgekomen.’

Over stikstof zei De Jong: ‘De melkveehouderij neemt meer stikstof op dan het uitstoot; 118,5 miljoen kg per jaar om 92 miljoen kg.’ Groene energieproductie daarbij opgeteld (zonnepanelen en windmolens op de erven) levert een nog grotere plus op.

Halvering van de veestapel zoals de in Woudsend woonachtige Tjeerd de Groot wil, pakt slecht uit voor de zuivel in Friesland.

‘Nederland is de grootste daler in de Europese melkplas. De grote groeiers zijn Ierland, Hongarije, Italië en de Baltische staten,’ waarschuwde De Jong voor het kapotmaken van een sector en een ineenstorting van de economie. 

Knokken en geven met je hart

LEEUWARDEN – Knokken met je hart was deze keer ook geven met je hart. De derde editie van dit bijzondere boksgala in Sporthal Kalverdijkje leverde voor Stichting Hartekind maar liefst 125.000 euro op! Initiatiefnemer Bauke Dirk Lodewijk was een blij man: ‘Dit overtrof alle verwachtingen.’

Hij heeft een bijzondere motivatie om het gala te organiseren. In 2016 werd zijn zoon Luc geboren. Na zes weken werd hij apathisch en at en dronk hij niet meer. In het ziekenhuis werd een RS-virus geconstateerd maar Luc bleef ziek. Hij bleek te zijn geboren met een hartafwijking, zo bleek uit een diepgaand onderzoek. Er zat een gaatje in het tussenschot van de hartkamers en zijn longslagader had een vernauwing. Alle echo’s misten deze diagnose. Wonder boven wonder overleefde Luc het. Stichting Hartekind zamelt geld in voor onderzoek naar kinderen met een aangeboren hartafwijking om de kwaliteit van hun leven te verbeteren. 

Bokshandschoen Mike Tyson

Met bijna duizend gasten, vrienden, ouders, echtgenotes en dochters, collega’s en zakenrelaties, was de sporthal uitverkocht. De boksers, een bonte verzameling van managers, directeuren en ondernemers, lieten zich sponsoren. Uit de kaartverkoop, fundraising, een diner en een veiling werd veel geld opgehaald. Het evenement slaagde glorieus. 

De veiling bevatte opmerkelijke topstukken. Zo bracht een gesigneerde bokshandschoen van drievoudig wereldkampioen Mike Tyson 12.500 euro op.

Mede dankzij deze kavel bracht de avond een geweldig bedrag op. Bauke Dirk toonde na afloop een cheque van 125.000 euro. De livestream werd door tweeduizend man gevolgd. Iedereen was trots op de boksers die zich de afgelopen maanden onder begeleiding van Friese bokstrainers klaarstoomden voor een echte bokswedstrijd in de ring. 

Het wordt moeilijk om dit succes te overtreffen, stelde Bauke Dirk. 

‘Maar als we er met z’n allen opnieuw de schouders onder zetten, moet het lukken. De belangen zijn groot, er staat veel op het spel. Stichting Hartekind is daar te belangrijk voor.’

Eerste gruttoboek voor Murk

WOMMELS – Weet u het nog? Enkele jaren geleden lagen de boeren onder vuur omdat ze door hun bedrijfsvoering weidevogels zouden uitmoorden. Mensen als bioloog Theunis Piersma riepen op om de boer aan banden te leggen en mensen hun bankrekening bij Rabobank te laten opzeggen. Inmiddels weten we beter. De weidevogel maakt geen kans tegen roofdieren. Predatie door marters, vossen, kraaien, ooievaars en katten is de oorzaak van de matige weidevogelstand. 

Maatregelen daartegen sorteren wél effect. In Groningen zijn zelfs drijvende stroomrasters in sloten gelegd om zwemmende vossen weg te houden.

Om de grutto, een iconische gidsvogel die in 2015 werd gekozen als nationale vogelsoort, voor Friesland te behouden, zijn diverse projecten opgezet, onder meer door Murk Nijdam. Hij nam het eerste exemplaar van het boek Gruttoland in ontvangst. Dat boek, geschreven door Hans Peeters, gaat over deze melkveehouder en gruttoboer aan de Slachtedyk en zijn project Gruttoland. Vorig jaar schonk hij 37 hectare weiland aan het Agrarisch Natuurfonds Friesland. Mensen kunnen deelnemen door één of meerdere hectares weiland/plasdras te kopen cq adopteren.

Het kunstenaarsechtpaar Randolph Algera-Gabriëlle Westra overhandigde een cheque van 4.100 euro van het geld dat overbleef van een wilddiner in Parkhotel Tjaarda. 

Geld voor de grutto dus, de Kening fan de Greide.

Gouden tent van Geert

SIEGERSWOUDE – Hij dronk er zijn eerste biertje en zag er de boeren en autohandelaren aan de stamtafel en de kooplui handeldrijven, voor beursman Geert Schaaij werd café ’t Voorwerk in Siegerswoude een magische plek. Hier ontdekte hij dat hij in zaken wilde. En nu is hij de eigenaar!

‘Mijn Gea zei: dit café stond nog op jouw bucketlist en zo was het ook,’ aldus Geert, die zijn jeugd in dit dorp op het snijvlak van Friesland, Drenthe en Groningen doorbracht.

‘Ik ben een grensgeval,’ lachte de in Creil geboren Geert, die het Esperanto van de drie noordelijke provincies op sappige toon brabbelt. 

De opening ging op zijn Geerts. Veel glitter, glamour, goud en een parkeerplaats vol luxe bolides (‘Voor miljoenen aan heilige koeien, haha!’). Maar wel volks. Dus wie kon ’t Voorwerk beter openen dan de Veerkampjes van de realitysoap? Zij spelen het echte leven. Ze waren in stijl gekleed. De charmante dames in de bediening onder leiding van gastvrouw Ruby Prins waren dat trouwens ook. Het was alles goud wat er blonk. 

Geert kocht het café van Roel Donker. Eerdere kasteleins waren Auke de Vries en Sietse van Gorkum. Het was de vrouw van Auke die het eerste biertje voor Geert tapte. Eerst weigerde ze dat omdat Geert te jong zou zijn maar hij wist haar te overtuigen dat hij jarig was en net 16 was geworden. Op zijn brommer keerde hij opgetogen huiswaarts.

Als café voortbestaan is tegenwoordig geen sinecure. De cafécultuur verdwijnt.

‘Roel had ook het café in Haule. De vrouwen die het huurden zijn ermee opgehouden. Er zit geen toekomst in,’ verklaart Geert.

Hij gooit het daarom over een andere boeg. ‘t Voorwerk is nu een business-sociëteit die alleen op donderdag open is. Je kunt er lid van worden en dat kost duizend euro per jaar. De gasten kunnen rustig een slok drinken want ’t Voorwerk biedt een haal- en brengservice.

Door de gemeenschappelijke deler van het zakendoen is het praat in ’t Voorwerk inhoudelijk anders dan in veel andere cafés, merkt Geert. 

‘Er wordt lol gemaakt maar het gaat ook ergens over. Waarom men hier naartoe gaat? Omdat hier morgen telt, niet gister. Het is weer precies zoals het vroeger was toen de laapkepoepen, de turfschippers en de veekooplui hier aanstaken.’

Met koopman Frits verdwijnt stukje Friesland-cultuur

IRNSUM – Veertig jaar geleden reed Frits Smidstra van dorp naar dorp en van boer naar boer om zijn waren te slijten. Hoewel het niet meeviel de kost te verdienen, slaagde hij erin om een winkel te openen onder de naam Frits Koopcentrum. De winkel waar van alles te koop was; van klompen en spatborden voor aanhangers, en van werkkleding tot nagellak en bonbons. De zaak werd een begrip in Friesland. 

De handel liep goed maar toch stopt Frits ermee. Hij is inmiddels 61 jaar en een opvolger is niet gevonden. 

‘Tegenwoordig wil men liever elke dag een uur in een Tesla naar kantoor rijden, dan een eigen winkel beheren. De jeugd rijdt drie kilometer op een elektrische fiets naar school en als het regent worden ze met de auto gebracht. Daar komen echt geen doorpakkende ondernemers uit voort. Zo verliest Friesland kleine winkels waar soms echt wel toekomst in zit,’ aldus Frits. 

De toekomst voorspelt weinig goeds. De ene na de ander Action wordt geopend. Maar er gaat volgens Frits niks boven het persoonlijk zakendoen. 

Frits werd overspoeld met positieve en soms emotionele reacties: ‘Soms vloeien de tranen bij klanten en bij mijzelf. En dit terwijl we nog een paar maanden doorgaan. Dit gaat de hele tijd zo door.’ 

Moderne winkelformules zijn efficiënt, maar aandacht voor klanten is er minder. 

Frits: ‘Dit werkt eenzaamheid en sociale armoede in de hand. Het belang van een sociale functie van een winkel wordt onderschat en dat maakt winkels zoals die van mij zo nuttig.’ 

In het verleden gaf de winkel hem energie, nu vraagt het energie: ‘Tot het moment dat ik dacht, het is mooi geweest. We gaan niet direct sluiten maar blijven de komende maanden open. Op deze manier kunnen de dames en ik in alle rust afscheid nemen van de klanten.’ 

Opkomst Friese dj-cultuur

LEEUWARDEN – Ruim vijftig jaar geleden, op 13 december 1972, deden drie Leeuwarder dj’s in het Palladium in Scheveningen mee aan de landelijke finale van de Gouden Microfoon. Sierk Goedemoedwon deze aansprekende prijs, André de Groot en Ritsko van Vliet werden respectievelijk vijfde en zevende. Zij waren wat Martin Garrix, Armin van Buuren en Tiësto nu zijn voor de jeugd. De finale en de voorrondes van het dj-concours om de Gouden Microfoon werd uitgezonden door het tv-programma Vara’s Popzien. 

De deelname van de drie Leeuwarders was een stimulans voor de Friese dj-cultuur. Daar waar de bekende Leeuwarder discotheken La Bella en Vat ’69 eind jaren zestig veelal diskjockeys uit het Westen haalden, bleek in eigen omgeving genoeg gelijkwaardig talent om als platendraaier aan de slag te gaan. Eén van dj’s uit het Westen, Rotterdammer Martin van den Bulk, richtte met stadsgenoot Bert Otterspeer het dj-management-bureau BEMA op. Vanuit een kantoortje in Leeuwarden boven Bar Q organiseerden zij dj-wedstrijden en bemiddelden voor veel Friese discotheken. Begin jaren zeventig stond de vrijdagbijlage van de Leeuwarder Courant vol met advertenties van discotheken waarin de dj’s als sterren werden aangekondigd.

Ritsko van Vliet kreeg via BEMA zelfs een contract in Duitsland. Daarvoor had hij onder andere gedraaid in de Ludabar (Sneek) en de Muizeval (Heerenveen). Van 1975 tot 1980 was hij dj in La Bella. Hij wisselde deze vaste baan af met gastoptredens in Duitse discoclubs, vaak in combinatie met goochelacts. 

Sierk Goedemoed was in 1969, na Van den Bulk, al een populaire platendraaier in La Bella. Daarna maakt hij carrière eerst in het Noorden, later in heel Nederland. In de jaren tachtig werd hij een van de vertrouwde stemmen van Aquarius en later Mercurius. Ook was hij eigenaar van de discotheek To-Berch (Bergum) en bar-dancing The Golden Oldies (Leeuwarden). 

André de Groot was lang dj in Vat ’69 en draaide onder andere in Scotch Inn (Sneek) en Double Barrel (Gorredijk). In 1972 werd hij Fries DJ-kampioen. Later werd hij in Drachten eigenaar van jazzcafé It Brune Jaske en discotheek It Jaske. Hij overleed na een ernstige ziekte in 2009, nog maar 59 jaar oud. 

De behoefte aan het uitgaan in de sfeer van de zeventiger jaren is nog steeds groot. Onlangs waren alle tickets van de reünie Back2LaBella uitverkocht. Sierk Goedemoed en Ritsko van Vliet zorgden daar met Jan Smit als oud La Bella-dj’s voor de muziek.  

Lessen van Egon

SNEEK – Egon Diekstra (Sneek, 1969), schrijft leerzame columns in dit blad. Als je ze leest volg je de beste cursus op het gebied van ondernemen, management en leidinggeven. Egon schrijft vanuit eigen beleving en ervaring. Samen met Claudio Missaglia is hij oprichter van merkenversterker en werkvloeropleider HamiltonBright dat de mannen in 2017 verkochten aan het Amerikaanse Advantage Smollan. Haarscherp weet hij aan te geven hoe de vork in de steel zit, waar je op moet letten als je een bedrijf runt en wat je moet doen of juist moet laten om succes te boeken, in elk geval hoe je de zaken het best kunt aanpakken. 

Toen hij in 2012 met de columns begon, zei het Fries Journaal tegen hem: je verplicht jezelf en als je een hele serie hebt gemaakt kun je de stukken bundelen, heb je een eigen boek (met de veelzeggende titel Kwaliteit is geen toeval); een naslagwerk van wat er allemaal aan jouw brein is ontsproten. Wel, dat is gebeurd. In 2020 verscheen de eerste editie. Inmiddels is de tweede editie met een selectie uit de eerste uitgave door uitgeverij Louise op de markt gebracht. Wederom onder dezelfde titel. 

Er schuilen veel wijsheden in zijn epistels: hoe ga je met een klant om, hoe ontvang je die klant, wat houdt collegialiteit in, hoe functioneer je het best in een organisatie, hoe herken je hét moment en hoe anticipeer je daarop, hoe maak je een goede eerste indruk, hoe effectief is je presentatie en wat is je toegevoegde waarde en hoe verhoog je die. Egon is bovendien het toonbeeld van de moderne ondernemer. Hij is geen baas in de ouderwetse zin van opdrachten geven en boven de mensen staan. Hij staat tussen zijn mensen, stimuleert, schenkt vertrouwen en geeft alle ruimte voor creativiteit, zelfstandigheid en onafhankelijk nadenken over de dingen. Elsevier schetste eens het verschil tussen de ouwe baas en de nieuwe door kenmerken op te tekenen. Oud staat voor controle, formeel, geen twijfel, koersbepalend, hiërarchisch, loyaliteit. Nieuw staat voor samenspel, flexibel, motiveren, ontvankelijkheid, feedback, coachen, verbinden. Egon heeft aan modern ondernemerschap een extra dimensie gegeven.

Lezers roemen de inhoud. Algemeen directeur Rob Klifman van Bouwmaat en commissaris bij Dynamo Retail Group, schrijft op de achterflap: ‘Twintig jaar lang met dubbele cijfers groeien, dan gaat er heel veel goed in een bedrijf. Als je dit boekje leest, begrijp je waarom.’

Directeur Dirk de Vries van Media Markt Leeuwarden: ‘In één ruk uitgelezen, terwijl ik geen lezer ben. Heerlijke inspirerende inzichten!’

Inmiddels is Egon geen ondernemer meer, maar een ondernemende adviseur die jonge ondernemers en start-ups begeleidt. Hij heeft een vastgoedbedrijf (High Five Real Estate), hij zit in de stuurgroep Vitaal Sneek, is voorzitter van de werkgroep Binnenstad Sneek, hij zit in meerdere raden van advies, is nog betrokken bij Advantage Smollan en hij is bestuurslid van de Maarten van der Weijden Foundation, een bijzonder eervolle positie die hem in contact brengt met de grote ondernemers en bestuurders van deze wereld. Egon heeft het gemaakt, op Amerikaanse wijze. Zijn moeder kreeg een exemplaar, las het in een dag uit en belde dat ze trots was op haar zoon.   

   

Zandleven Coatings Hofleverancier

LEEUWARDEN – Commissaris Arno Brok hoeft nauwelijks bedrijfsbezoeken te plannen, zo drukbezet is hij met de introducties van de hofleveranciers. De 34ste in de rij is Zandleven Coating in Leeuwarden, dat in 2018 anderhalve eeuw bestond. Maar de koninklijke beschikking, reeds in 2017 in gang gezet, kon niet worden verworven omdat een revisievergunning nog op zich liet wachten. Bovendien moesten enkele bedrijfsaanpassingen worden gepleegd. Zo mochten emmers niet meer met een takel worden gevuld met verf, wat Zandleven al sinds 1863 deed. Daarna gooide corona roet in het eten. Na vijf jaar was het eindelijk zover, Zandleven is hofleverancier. 

De verffabriek werd opgericht door Thomas Zandleven in Koog aan de Zaan. De koopakte maakte melding van de stichting van een ‘schildersaffaire’, zoals in het gepresenteerde jubileumboek 150 Jaar verf staat beschreven.

Vierde generatie

Directeur Waling Dijkstra overhandigde het eerste exemplaar van het boek aan zijn drie dochters ‘opdat zij weten waar ze vandaan komen’. Hij is de vierde generatie Dijkstra die aan het roer staat. 

‘Mijn voorouders hebben bloed zweet en tranen in dit bedrijf zitten. Dat is ook de reden dat ik het feest per se hier op deze locatie wilde houden, aan de Snekertrekweg waar het allemaal sinds 1946 gebeurt.’

Dijkstra heeft, samen met historicus Pieter van der Ende de geschiedenis uitgeplozen van Zandleven Coatings en de twee families die ermee verbonden zijn. Het resultaat is een schitterend geïllustreerd boek, dat niet alleen een overzicht geeft van de ontwikkeling die Zandleven Coatings de afgelopen 150 jaar heeft doorgemaakt, het schetst ook een tijdsbeeld. 

Friesche Schilderschool

De naam Dijkstra zou pas halverwege de vorige eeuw met Zandleven, dat in 1895 naar Leeuwarden was verhuisd, worden verbonden. Theunis Dijkstra vestigde zich eerst als schilder in Holwerd en rond 1900 nam hij de Friesche Schilderschool in Leeuwarden over en begon in 1908 ook verf te verkopen. In 1943 nam Th. Dijkstra Wzn, handelaar in verfwaren, de verfproductieactiviteiten van Zandleven – bij gebrek aan een opvolger – over, samen met nog wat andere verfmerken.

Wat in 1868 begon als een bescheiden schilderzaak in Koog aan de Zaan is in 150 jaar uitgegroeid tot een grote verffabriek in Leeuwarden die zich heeft gespecialiseerd in corrosie-werende coatings voor de industrie en offshore en deze naar meer dan 15 landen exporteert.

Jaitske Feenstra, directeur van de VVVF (Nederlandse verf- en drukinktindustrie), overhandigde tijdens het officiële gedeelte het bekende ‘blauwe bord’ aan Waling Dijkstra en van zijn personeel kreeg hij een schilderij van Klaas Lageweg waarbij ‘oud en nieuw’ van de vestiging in Leeuwarden in elkaar overlopen.

Zandleven groep

De Zandleven Groep bestaat tegenwoordig uit vier bedrijven. Zandleven Coatings is de hoofdvestiging, met natlakfabriek en laboratoria, in Leeuwarden. Ganzlin Beschichtungspulver GmbH in Duitsland maakt sinds 1998 onderdeel uit van de Zandleven Groep (belang van 70 procent) en produceert en verkoopt poedercoatings. Vanuit Leeuwarden wordt het dealerschap voor de Benelux behartigt. Transocean Coatings richt zich op protective en marine (on- en offshore). Zandleven Engineering is het projectadvies- en inspectiebureau van de groep.

PMH Investments in Homburg Holland

STIENS – PMH Investments verwerft een substantieel aandelenbelang in Homburg Holland, actief in de precisielandbouw op het gebied van gewasverzorging, grondbewerking en zaaitechniek. In samenwerking met PMH wil directeur-aandeelhouder Jack Thibaudier de stevige positie van Homburg Holland verder uitbouwen. 

Investeren in precisielandbouw is een must. De wereldbevolking groeit hard en het is een enorme uitdaging voor de landbouw om die te blijven voorzien van gezond voedsel. Dit vraagt om een toekomstbestendige landbouw waarin aandacht is voor bodem, water, klimaat, landschap en biodiversiteit. De sector is volop in beweging. De focus is gericht op nieuwe technologie (GPS, camera- en sensortechnologie, ICT en robotisering) en het mechanisch wieden van onkruid met robots. Telers gaan steeds meer op de digitale toer. 

Slimme landbouw

Homburg Holland, gevestigd in Stiens, fabriceert slimme landbouwproducten om werktuigen doormiddel van GPS optimaal aan te sturen. De drainagereiniger is eveneens een innovatie. Daarnaast is Homburg Holland importeur van gerenommeerde merken waarmee het bedrijf een totaaloplossing biedt op het gebied van precisielandbouw (importeurs en dealers in 40 landen en eindklanten in meer dan 60 landen). 

Thibaudier: ‘Ik zie wereldwijde groeikansen in de akkerbouw met de doorontwikkeling van onze hard- en software SmartSolutions, de GPS-basis waarop werktuigen achter de trekkers functioneren. Verder kunnen wij ons wereldmarktleiderschap in drainagereinigers uitbreiden met klimaatafhankelijke regelsystemen waarbij drainage gekoppeld wordt aan sub-irrigatie. Voor deze volgende groeifase zochten wij naar een investeerder met een ondernemend en no-nonsens profiel en ervaring in het samen verder excelleren van een onderneming. Deze partner hebben wij in het Friese PMH Investments gevonden. Het PMH-team bestaat uit zeer prettige en daadkrachtige persoonlijkheden die goed passen bij de cultuur van Homburg. Ze begrijpen onze drive om met agronomie wereldwijd te willen groeien in geavanceerde precisielandbouwtechnieken.’

Durk van der Meer, directeur PMH Investments, zegt over de participatie: ‘Homburg Holland beschikt over een sterke organisatie en is wereldwijd actief met een mooie productportfolio. De onderneming heeft voldoende groeimogelijkheden in de uitbouw van export, softwareontwikkeling en watermanagementtechniek. Wij kijken er naar uit om samen met Jack en zijn team de verdere expansie van Homburg te realiseren en een bijdrage te leveren aan een duurzame en toekomstbestendige landbouw.’ 

Homburg Holland is specialist in duurzame precisielandbouw waarbij agronomie het uitgangspunt is om een zo hoog mogelijke, op efficiënte en duurzame wijze gerealiseerde opbrengst per hectare te halen. Het bedrijf is door Frits Homburg opgericht in 1961. De onderneming telt 25 medewerkers. 

PMH Investments is een onafhankelijke particuliere participatiemaatschappij en richt zich op kleine en middelgrote Nederlandse ondernemingen die beschikken over een stevig groeipotentieel. Door de combinatie van kapitaal en een actief betrokken benadering helpt PMH Investments dit potentieel optimaal te benutten en om te zetten in prestaties. Zo wordt er gezamenlijk gebouwd aan een toekomstbestendige onderneming en lange termijn waarde- creatie. 

In het tweede halfjaar van 2022 verkocht PMH Investments haar belang in IT-detacheerder Ventus uit Heerenveen aan het private equity fonds Antea. In hetzelfde jaar werd er een substantieel belang genomen in VIB Netwerken uit Zuidbroek (fullservice telecom-installatiebedrijf). 

Gezin van aanpakkers tegelt aan de weg

SINT NICOLAASGA – Met een nieuwe huisvestingsuitbreiding dit jaar werkt Van Veen Tegels&Sanitair in Sint Nicolaasga onverdroten door aan een sterke positie. Een van de grootste ondernemingen in de tegelbranche in Friesland is een familiebedrijf pur sang. Rein van Veen (beter bekend als Venie in het dorp van bouwers waar bijna iedereen een bijnaam heeft), en zijn Wilma kunnen rekenen op sterke opvolging: twee van de drie dochters (Welmoed en Femke) zijn in de zaak gegaan en twee schoonzoons, tevens broers (!) – Rommert en Johannes van Os, partners van Welmoed en kapster Hedwich – eveneens. De algemene leiding wordt gedeeld, Wilma zit op kantoor en Welmoed en Femkedoen de showroom. Ze kunnen aan de keukentafel de besprekingen voeren, of anders wel tijdens de vrijmibo in café De Gaast van maat Lambert de Boer.

‘Onze kracht is dat wij geen tussenlaag hebben,’ vertelt Rommert glimlachend, ‘zeg maar geen organogram. Iedereen steekt de handen uit de mouwen. Gezamenlijk gaan we met ons drieën langs de werken.’

Als bokken zitten de mannen op de haverkist. Het oog van de meester maakt tenslotte de paarden vet.

Dat is nodig ook, laat Rommert weten.

‘Er staat dit jaar een bak werk aan te komen maar denk niet dat er zomaar geld wordt verdiend. Daar moet hard voor worden gewerkt en secuur worden gerekend. Deze tijd vraagt om alertheid. Projecten kunnen door tal van oorzaken worden vertraagd, of je hebt met andere tegenvallers te maken. Er hoeft maar een bijzonder dier of plantje te worden aangetroffen of een bouwopdracht kan worden stilgelegd.’

Stijgende prijzen of geen beschikbaarheid van bouwmaterialen, een stokkende aanvoer door logistieke knelpunten zijn eveneens factoren die roet in het eten kunnen gooien.

Venie: ‘Wij moeten daarop anticiperen. Je hebt er nu eenmaal mee te maken.’

Maar dat hoort bij ondernemen, vindt hij.

‘Wij hebben ook meegemaakt dat we als gevolg van faillissementen van hoofdaannemers een scheur in de broek kregen. Daar word je groot van, zeg ik dan maar. Wij hebben klappen altijd kunnen opvangen, ook mentaal.’

Je leert je pappenheimers kennen, voegt hij eraan toe.

‘Al hadden wij part noch deel aan de ondergang van een bedrijf, de ene leverancier stopt uit angst, de ander zegt: hoe kunnen we helpen? Maar we mogen niet klagen. We hebben uitstekende verhoudingen met veel bouwpartners. Het afgelopen jaar hebben we flink geïnvesteerd in het relatiebeheer om de banden in deze toch wel wat onzekere tijd aan te halen. Wie goed doet, goed ontmoet.’

Dat Van Veen zo weerbarstig is komt volgens Johannes door de kwaliteit en betrouwbaarheid die men weet te borgen.

‘Om die reden willen wij ons team van 30 man niet groter hebben. Deze schaal is voor ons te behappen. Wij kunnen daardoor zekerheid bieden,’ aldus Rommert.

Niet alleen heeft Van Veen voldoende mensen, ze zijn ook nog eens vakbekwaam en zelfredzaam.

‘Dat moet ook wel,’ zegt Venie, ‘want we werken in het hele gebied boven de rivieren. Wij zijn wijs met onze mensen. Het personeel bepaalt of je een goed bedrijf bent.’

In nog een ander opzicht behalve het financieel beleid moet men scherp zijn. Dat is de aanpak van projecten. Je weet nooit wat zich achter wanden en onder vloeren bevindt.

Johannes: ‘Voor wij aan de slag gaan moeten we in de voorbereiding op het werk wel weten wat eventueel het meerwerk is. Wij leggen situaties vast om achteraf geen verschil van mening te hebben. Dat vraagt een nauwkeurige rapportage van onze mensen.’

Van Veen opereert als onderaannemer maar ook als hoofdaannemer en levert renovatie- en nieuwbouwprojecten dan bij voorkeur turn-key op. Dat gaat van slopen, voorbereiden en vlakmaken, tot stucwerk, lijmen, tegelzetten, inbouw, installaties, verlichting en schilderwerk.

Rommert: ‘Wij beheersen alle disciplines, hebben overal onze mensen voor en kunnen alles in eigen huis uitvoeren. Zelfs externe krachten zijn eigen mensen. Zo hebben we naast ZZP’ers iemand van Sikma Sneek bijna het hele jaar door aan het werk.’

De loyaliteit is groot.

Venie: ‘Het verloop is gering en er is een mooie mix van jong en ervaren. Niemand gaat weg. We hebben twee mannen uit Emmercompascuum die er niet over peinzen elders aan de slag te gaan. En wij leiden mensen zelf op waardoor de paar Roemenen die wij in dienst hebben uitstekend werk verrichten.’

De showroom wordt flink uitgebreid door de bestaande loods om te bouwen (met meer kantoorruimte en een nieuwe kantine) en daarachter een nieuwe werk- en opslagloods neer te zetten. In de showroom begeleiden Femke en Welmoed de klanten, die in 3D visualisaties kunnen zien. Dat vergemakkelijkt het maken van keuzes en helpt faalfouten voorkomen. Daar komt bij dat je op basis van een budget weet wat de mogelijkheden zijn.

In 2023 bestaat Van Veen 36 jaar. Begonnen bij toenmalig concullega Hans Bax besloot Venie in 1987 zelfstandig door te gaan. Aanvankelijk samen met Bax maar daarna alleen op de bok. Hij is een man die zich graag bewijst en dat wordt onderstreept door de bloei van zijn mooie bedrijf. Aan stoppen denkt de 65-jarige (nog) niet.

‘Wat moet ik anders? En ik beleef er nog veel plezier aan.’

Eijgen Finance komt met Jild over de brug

LEEUWARDEN – Eijgen Finance lanceert een nieuw exclusief hypotheekproduct: Jild (Fries voor geld). Met een breder netwerk van vermogende families, (oud)-ondernemers en fondsen willen Franke Twerda en Johan Westra nog beter inspelen op de behoefte van ontwikkelaars en beleggers aan kortlopende overbruggingsfinanciering.

‘Wij zien een groeiende vraag van ontwikkelaars, beleggers en handelaren naar overbruggingsfinanciering,’ aldus Franke Twerda. ‘We zijn al enkele jaren op een discrete manier met enige tientallen vermogende particulieren, vaak oud-ondernemers, behulpzaam bij de aankoop van vastgoed. Beschouw het als een vorm van crowdfunding; doorgaans gaat het om kortlopende financiering tegen wat hogere, maar wel competitieve rentes. Voor een handelaar die op korte termijn een pand elders wil onderbrengen, een ontwikkelaar die een transformatieproject kan verwerven maar nog geen omgevingsvergunning heeft, of een belegger die binnen enkele dagen de akte bij de notaris wil laten passeren. Dergelijke partijen kunnen meestal niet terecht bij grootbanken of andere meer reguliere geldverstrekkers, bijvoorbeeld omdat de afwikkeling van zo’n aanvraag niet snel genoeg gaat. Dat hoeven geen projecten te zijn met een hoog risico. Als er voldoende andere waarborgen zijn waar een financier op kan leunen, dan stellen wij hen in staat toch die investering te doen. Met een lening soms voor drie maanden, hooguit voor anderhalf tot twee jaar.’

Meer leningen
Deze dienstverlening is nu nog beperkt. Met bedragen tot maximaal 1,5 miljoen euro. 

Twerda: ‘De vraag vanuit de markt is aanzienlijk. Mochten we de beschikking krijgen over meer kapitaal, dan valt te denken aan hogere leningen en kunnen we ook vaker in die vraag voorzien.’ Hij denkt dat meer families en ondernemers belangstelling hebben voor deze vorm van vermogensbeheer. ‘We werken nu vooral samen met families en ondernemers uit ons eigen netwerk. Vaak uit Friesland, de bakermat van ons bedrijf. We denken dat ook bij partijen elders in het land belangstelling zal bestaan voor vermogensbeheer vanaf honderdduizend euro. Met hen komen we graag in contact.’

Intermediair

Het verstrekken van overbruggingskredieten met vermogende particuliere investeerders is volgens Twerda slechts een deel van de activiteiten: ‘Eijgen Finance heeft de afgelopen acht jaar een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Samen met Johan Westra en nog een derde partner zijn we begonnen als lokaal adviesbureau voor het midden- en kleinbedrijf, toen nog in Joure. Daarna hebben wij de groei doorgemaakt als intermediair voor bedrijfsfinancieringen in de MKB-markt en hypotheken voor commercieel vastgoed. We krijgen hier regelmatig klanten die jarenlang door grootbanken goed zijn gefaciliteerd, maar die vanwege verminderde belangstelling voor vastgoedfinanciering op zoek moeten naar een andere bron. Wij kennen als intermediair die markt en kunnen snel schakelen tussen de verschillende aanbieders. Die alternatieve vastgoedfinancieringsmarkt wordt ook alleen maar ruimer. Er komen steeds meer mogelijkheden voor het financieren van bedrijfspanden, kantoren, winkels en horecaobjecten.’

Franchisebedrijf
Tegelijkertijd is Eijgen Finance een franchisebedrijf geworden, laat Twerda weten. ‘Zelfstandige adviseurs kunnen zich bij ons aansluiten om vanuit hun eigen werkgebied het midden- en kleinbedrijf en de vastgoedmarkt behulpzaam te zijn met financieringsvragen.’ Eijgen Finance is inmiddels te vinden op vijftien plekken in het land. Het succes van die formule hangt volgens Twerda nauw samen met de veranderingen die grootbanken de afgelopen jaren hebben doorgemaakt. 

‘Wij komen zelf uit de bankenwereld. Ik heb in het verleden bij Rabobank gewerkt. Banken zijn al jaren bezig met standaardisering en digitalisering. Kleinere financieringsvragen worden online afgehandeld, zonder veel persoonlijk contact. Fysieke kantoren zijn er niet of nauwelijks meer en de MKB-adviseur, die zijn klanten en zijn werkgebied zo ontzettend goed kende, is veelal weggesaneerd. Wij stellen die oud-bankmedewerkers in staat als zelfstandig ondernemer onder ons merk hun werk als het ware voort te zetten. Daar is veel belangstelling voor.’

Waarde toevoegen
Twerda ziet de markt veranderen: ‘’We bevinden ons in een spannende tijd. Vastgoedbeleggers worden geconfronteerd met allerlei beperkingen, het Rijk overweegt huurregulering in de vrije sector en de rentes stijgen. Het is afwachten hoe de woningmarkt zich zal ontwikkelen. Geld verdienen met vastgoed wordt er in elk geval niet makkelijker op. Ook in Friesland is vastgoed duur. Daardoor staat het verdienmodel van veel woningbeleggers onder druk. Desondanks zijn er voldoende mensen die voor de lange termijn goede kansen zien met projecten waar ze waarde kunnen toevoegen.’

Meer informatie: Jild | Financiert jouw vastgoed en MKB- en Vastgoedfinancieringen - Eijgen Finance.

Eerste Amerikaanse boerderij in Friesland

Woning Amerikaanse boerderij

Bouwjaar 1923

Adres Scharren 38 Scharsterbrug

Bewoners Sido van der Werf (62), Feike van der Werf (28) en Hinke Atsma (56).

SCHARSTERBRUG – Het is precies 100 jaar geleden dat de eerste Amerikaanse boerderij in Friesland werd gebouwd, aan de Scharren tussen Scharsterbrug en de buurtschap De Heide. In maart werd in het Fries Landbouwmuseum in Goutum stilgestaan bij dit feit. Melkveehouder Sido van der Werf bewoont de boerderij die centraal staat in het jubileumjaar. Het is volgens Sido de enige authentieke. De anderen zijn allemaal replica’s.

Het was de bekende Friese stalinrichter Lammert Brouwers, een boerenzoon uit Minnertsga, die dit boerderijtype hier introduceerde. Hij verbleef van 1911 tot 1919 in Amerika en deed daar nieuwe kennis op. De Amerikaanse boerderij werd een opvallende verschijning in het Friese landschap van voornamelijk kop-hals-romp-, kop-romp- en stelpboerderijen. Alleen de rode daken komen overeen. Krijn Taconis uit Joure, wiens vader ook al in Amerika was geweest, gaf opdracht tot de bouw. Hij gaf de boerderij de naam Leta Hoeve, een samentrekking van de familienamen Van der Leij aan moederskant en Taconis.

Vernieuwing

Er was destijds behoefte aan vernieuwing op het gebied van hygiëne (bestrijding van tuberculose), welzijn en gezondheid van het vee (een goed stalklimaat), brandveiligheid en een efficiënte bedrijfsvoering. De Amerikaanse boerderij was in een aantal opzichten te prefereren boven de Friese boerderijtypen, maar zou niet domineren. Mede door de naoorlogse Kai Bouma-pleats met grote stalvensters en een hogere betonnen zolder en later vanaf de jaren zestig de ligboxenstal. 

Kenmerkend voor de Amerikaanse boerderij zijn de hoge gevelmuren met rechtstandige hooizolder, een overkapte hooitakel aan de achtergevel (de hooideuren konden met een contragewicht op en neer), de mansardedaken, de wolvenkappen en de fraaie kajuiten, drie aan weerskanten. De boerderij van Sido is helaas van het meeste van deze glorie ontdaan evenals het wegslopen van het spekhok in het voorhuis. Eigenlijk zou er 150.000 euro subsidie moeten worden verleend om de boerderij in oude luister te herstellen. De blauwdruk van het ontwerp hangt nog altijd bij Sido in de gang, de restaurateur kan er zo mee aan de slag. Echter, de boerderij, gebouwd door de Langweerder aannemer Zandstra & Van der Sluis, ontbeert een monumentenstatus. 

Wat het boeren in zo’n stal zo aantrekkelijk maakte, net als in de Hollandse stallen van architect Willem Cornelis de Groot (1853-1939), die ook de boerderij tekende waarin het landbouwmuseum is gehuisvest, is dat de koeien met hun hoofden tegenover elkaar staan en dat de groepen aan de gevelzijde liggen. Er loopt een voergang in het midden waardoor het voeren van het vee gemakkelijk en snel gaat. In een Friese boerderij moet je voeren vanaf de zolder of tussen de koeien de stal op gaan.

Familiegeschiedenis

Hoe Sido op deze pleats terechtkwam is een verhaal apart: ‘Mijn familie en ook ikzelf komen van Nijland. Herman en Trees van der Werf, een oom en tante van heit, kwamen in 1969 vanuit Poppenwier naar Scharsterbrug. Ze verlieten de lage, lastig te beboeren landerijen van De Lege Geaën. Hier op de Scharren met een in gang gezette ruilverkaveling konden ze beter uit de voeten. Heit was een roomse ABTB-boer die zijn kinderen niet naar een christelijke school liet gaan en dus werd ik naar de roomse lagere landbouwschool in Sint Nyk gestuurd. Bovendien waren heit en mem blij dat ze eentje van de tien zoons kwijt konden, haha! Ik moest natuurlijk onderdak hebben en zo kwam ik bij mijn familie op deze boerderij. Oom en tante bleven hier tot 1975 en hun zoon Fokke en zijn vrouw Trijn waren de opvolgers. Na mijn diensttijd in 1980 ging ik werken bij een boer in Scharnegoutum. Tot 1998. Trijn werd ziek en overleed, slechts 48 jaar oud. Alleen doorgaan was voor Fokke geen optie; of het wordt voor een grote rotzooi, óf achter, of overal, zoals ze dat in boerenkringen zeggen over boeren die er alleen voor staan.’

Sido deed zijn uiterste best om de boerderij over te kunnen nemen en dat lukte, in etappes (eerst de gebouwen zodat je ‘maar raak kon slaan’), zonder dat die in de openbare verkoop kwam. 

Zo werd hij toch nog zelfstandig boer. 

‘Maar als Trijn niet was overleden hadden wij hier niet gezeten,’ zegt Sido, die meteen bij zijn entree een ligboxenstal liet bouwen. ‘De koeien werden groter en velen trapten op hun uiers. Ik moest wel.’ In 2008 volgde een staluitbreiding.    

Maar helaas herhaalde de geschiedenis zich. Zijn vrouw Wilma raakte ziek en overleed in 2021, nog maar 57 jaar. Op 2 januari naar het ziekenhuis en 12 februari overleden, zo snel ging het. Gelukkig heeft hij veel steun aan Hinke Atsma uit de buurt. Zij is vaak op de boerderij en helpt mee, kookt een potje. Ze kunnen het goed vinden, genieten van elkaars gezelschap.

Met hem eindigt trouwens het boeren aan de Scharren. Sido heeft twee zoons: de in Amsterdam woonachtige Jilles (31, Delftstudent en werkzaam in de funderingstechniek) en Feike (28), werkvoorbereider bij Friso in Sneek, die nog thuis woont.  Ze hebben goede betrekkingen en willen geen boer worden, maar ze willen de boerderij ook niet kwijt.

‘Lowlands ging vanwege corona niet door, maar hier wel. Op het erf organiseerden ze Skarlands,’ lacht Sido.

Woudagemaal stoomt op duurzame diesel

LEMMER – Het Woudagemaal in Lemmer bewees weer goede diensten om wateroverlast in Fryslân te voorkomen. Het stoomgemaal van 1921 voerde miljoenen kuub overtollig water af naar het IJsselmeer. Dat gebeurt op duurzame wijze. Het gemaal wordt namelijk gestookt op HVO100. Dit is een nieuwe brandstof gemaakt van honderd procent plantaardige afvaloliën die de uitstoot van broeikasgassen (CO2) tot wel 90 procent vermindert.

In de afgelopen eeuw werd het gemaal achtereenvolgens gestookt op kolen, stookolie en gewone diesel. Met de overstap naar HVO1oo draait het gemaal op duurzame dieselbrandstof. Dagelijks bestuurslid Annet van der Hoek(Energietransitie & Duurzaamheid) van Wetterskip Fryslân is blij met de overstap: ‘Wy wurkje hurd om yn 2025 enerzjyneutraal en yn 2030 klimaatneutraal wêze te kinnen. Dat it histoaryske Woudagemaal no duorsum draaie kin is in prachtige stap.’ 

HVO staat voor ‘Hydrotreated Vegetable Oil’. Het wordt van plantaardige afvaloliën geproduceerd, zoals afgewerkt frituurvet. Als het gemaal vol in bedrijf is wordt er ongeveer 15.000 liter olie per dag verstookt. Leverancier Future Fuels uit Oudehaske vult de opslagtanks bij.

Het honderd jaar oude stoomgemaal is een UNESCO Werelderfgoed en het grootste nog werkende stoomgemaal ter wereld. Voordat het stoomgemaal daadwerkelijk water weg kan pompen moet er eerst druk worden opgebouwd in de ketels. Hiervoor worden de ketels gevuld met water dat verwarmd moet worden tot er stoom ontstaat. Dit opstoken neemt ongeveer zes tot acht uur in beslag. Pas als er voldoende druk opgebouwd is, kunnen de vier machtige vliegwielen en acht ronde centrifugaalpompen in werking gezet worden. Gezamenlijk kunnen ze zo’n 6 miljoen m3 water per dag verpompen.

  

Vrouwen vooraan

BOLSWARD – Afgelopen winter stond in het teken van herinneringen aan de barre, monsterlijk zware Elfstedentocht van 1963, op 18 januari jongstleden 60 jaar geleden. Maar ook de schaatsen vrouwen, die destijds vrij anoniem in de pelotons verscholen waren, kregen aandacht. Dankzij schrijfster Jessica Merkens (links). Haar boek Op eigen houtje werd op de Dag van de Elfstedentocht gepresenteerd. Het boek beschrijft het wel en wee van vrouwen in de tocht. 

Nieuwe DaVinci 44: een topjacht van eigen bodem

HEEG – Met de nieuwe 44 heeft DaVinci Yachts een nieuwe dimensie gegeven aan haar serie sportieve jachten. Dit voorjaar houdt het bedrijf een release. Daar kijken de liefhebbers naar uit want DaVinci is een toonaangevend merk in de botenwereld.

‘Wij hadden opvolging nodig,’ zegt directeur/eigenaar Erik van Veen, verwijzend naar de twee veertigvoeters (DaVinci 38) die ruim tien jaar geleden op de markt werden gebracht. Van die schepen werd de romp in houtepoxy gebouwd. Dat gebeurde in Turkije. Daar is Erik van afgestapt.

‘Een onderwaterschip bouwen is een vak apart. Het vroegere ontwerp van Vripack Yachting in Sneek was gedateerd geraakt. Wat met name ontbrak was voldoende binnenruimte. Designer Joost Mertens is gewoon opnieuw begonnen met tekenen. Zijn ontwerp was meteen raak. Alleen de kajuitramen hebben we verplaatst,’ aldus Erik.

Opvallende wijziging ten opzichte van vorige modellen is de vrij rechte steven van de 44.

Erik: ‘Het schip klieft bij hogere snelheid daardoor beter door de golven. Het heeft optimale vaareigenschappen.’ 

In eigen land is veel scheepsbouwkennis en daar maakt DaVinci dankbaar gebruik van.

Erik: ‘Ik laat de casco’s nu bouwen bij Adel Polyester in Genemuiden waar ook Wajer klant is. Verder laat ik alles vlakbij huis in Heeg doen. De interieurs worden betimmerd door Pronk, het schildwerk doet Vonk Yachtpainting en de motoren worden geleverd door Volvo Penta in Sneek. Met elkaar vormen we een fantastisch team van jachtbouwers.’

Er kan hoogwaardige kwaliteit worden geleverd tegen een alleszins acceptabele prijs: de 44 blijft nog juist binnen het miljoen. 

‘Daar heb je een topboot voor. Een heerlijke dag- en vakantieboot waarop je twee weken geweldig kunt verblijven. Kom daar eens om in de categorie van snelvarende jachten. Ik verkoop zo’n schip aan mensen die echt van varen houden, die zelf hun schip willen sturen,’ weet Erik.

Er zijn er al een paar besteld. De werf draait toch al uitstekend. Tot de zomer van 2024 is DaVinci volgeboekt en worden er dertien nieuwe schepen afgeleverd.

Specificaties

Lengte 13.45

Breedte 4.00

Diepgang 0.85

Doorvaarthoogte 2.98

Motoren 2x 340 of 380 pk Volvo Penta D6-DRS

De vertrouwde grond van wereldkeramist Melis van der Sluis (1930-2023)

HAMILTON (Nieuw-Zeeland) – Aarden, als iemand een extra dimensie aan dit begrip heeft gegeven was het Melis van der Sluis wel. Op 3 februari overleed deze Friese keramist van wereldniveau. Hij werd 92 jaar.

In 1951 emigreerde hij naar Nieuw-Zeeland. Melis moest er een nieuw bestaan opbouwen. Hij werd onderwijzer, maar op een gegeven moment kon hij leven van zijn keramiek. Melis raakte aan de rivier Waikato even vertrouwd met de Nieuw-Zeelandse klei als de Friese. De prachtige vormgeving en de diepe kleuren van zijn werk laten zien hoe sterk hij is geworteld in zijn nieuwe heitelân.

Altijd is echter de band met Friesland blijven bestaan. Zeker nadat hij hier voor het eerst exposeerde, in 1978 in De Lawei, is hij praktisch elke twee tot drie jaar op bezoek geweest. Om bij familie langs te gaan, maar ook om te exposeren. Vaste adres was vele jaren galerie De Roos van Tudor van Anita van Os aan de Eewal in Leeuwarden. Zijn vriend Hylke Speerstrawas daar meermalen bij. De schrijver zocht hem in het kader van het emigratieboek It Wrede Paradys op in Hamilton, de woonplaats van Melis en zijn vrouw Ruth.

In het Fries hebben Hylke en Melis dagenlang verhaald over Fryslân, de oorlog, de wederopbouw, het boerenleven, de strijd om het bestaan hier en in Nieuw-Zeeland, de ontdekkingen in het leven en de weemoed die soms opspeelt. Ze staan dicht bij elkaar.

‘De taal verbindt,’ zegt Melis. ‘Dat is toch heel speciaal, dat je met een klein taalgebied van dik een half miljoen mensen waarvan de helft het nog niet eens spreekt, je zo’n verbondenheid hebt van alle Friezen die over de wereld zijn uitgezworven. Wij vormen eigenlijk één grote familie. Het Fries is het waard om voor te vechten. Als ik in Fryslân ben voel ik me vanaf de eerste dag één met land en taal.’

Melis van der Sluis speelde in 1951 voor CAB in Bolsward, de stad waar hij opgroeide. Heit Abe, de oudste van zes kinderen, en mem Jeltje runden er een drankenhandel in het enige trapgevelhuis aan de Turfkade. Melis kon goed voetballen en kwam uit voor het Fries jeugdelftal. Het zou zijn laatste voetbaljaar in Friesland worden, want zijn ouders hadden het plan opgevat om te emigreren naar Nieuw-Zeeland. De zaak liep niet denderend en ze zagen hier geen toekomst meer. Nederland wilde bovendien mensen lozen want de regering betaalde graag de helft van de reis naar een nieuwe bestemming.

Ridiculous,’ zegt Melis hoofdschuddend over dat beleid. ‘Je zou verwachten dat je mensen nodig hebt om het land na de oorlog weer op te bouwen. Vijf, zes jaar later kwamen de eerste Turken naar Nederland.’

Abe ging niet in op het aanbod van vergoeden. Het was zijn eer te na.

‘Men had niet in de gaten hoe ingrijpend het is wanneer je besluit te emigreren. Je laat een belangrijk deel van jouw culturele opvoeding achter,’ zo begrijpt Melis zijn vader.

Wegbereider

Er was echter een probleem bij de plannen: voordat het gezin werd toegelaten moest iemand de Engelse taal beheersen, moest er onderdak zijn gevonden en moesten de kinderen een baan hebben. Er was een oplossing: Melis, toen 20, reisde het gezin vooruit om de weg in het nieuwe land te bereiden. Dan wil ik mee, zei zus Gretha (19). December 1951 stapten de twee aan boord van de M.S. Sibajak. Op 2 februari 1952 kwamen ze aan in Wellington. 

‘Wij liepen over de kade en we wisten niet waar we naar toe moesten. We kozen voor het Noordereiland omdat het daar warmer is. Onderweg in de trein vroegen we wat een leuke provinciestad was en toen kregen we te horen: Hamilton. Een stad die toen 30.000 inwoners had en nu 150.000. We zijn met Hamilton meegegroeid,’ vertelt Melis. Hij ging werken op een limonadefabriek en daarnaast bezocht hij net als in Nederland de kweekschool, terwijl Gretha als coupeuse aan de slag ging en stoffen verkocht in een kledingzaak. Zo konden ze in hun bestaan voorzien. In zijn derde jaar leerde Melis de frêle Deense Ruth kennen. Zij kwam van Odense. De twee kregen verkering. Inmiddels was de rest van het gezin Van der Sluis ook gearriveerd: heit, mem en de drie jongere kinderen Atze (Archie), Jan (John) en Sjoerdje(Shirley).

Heimwee hadden Melis en Ruth niet: ‘Je bent druk bezig om wat op te bouwen, je hebt elkaar en omdat we jong waren konden we het aan.’ In 1958 gingen ze trouwen. Omdat ze nieuwsgierig waren naar elkaars roots vertrokken ze naar Europa en bezochten ze Bolsward en Odense. Wat tegenviel was dat Melis in Nederland niet aan de bak kon als onderwijzer.

‘Ze wilden me niet eens hebben,’ herinnert hij zich. Een jaar hebben ze in Londen gewoond. Daar vond Melis wel emplooi. Daarna keerden ze terug naar Nieuw-Zeeland.

Melis: ‘Het is een verrekt mooi land; een aantrekkelijk klimaat, mooie stranden, er hangt een relaxte sfeer en je hebt er altijd een heerlijk outdoor live. Het is achtmaal zo groot als Nederland en er wonen nog geen drie miljoen mensen. Bovendien waren we welkom en nodig. Dat maakt het leven aangenaam. Nee, het paradijs was hier niet wreed. Toch moet je nooit de impact van een emigratie onderschatten. Je verlaat je familie, je vertrouwde omgeving en je zit aan de andere kant van de wereld. Een afstand die vroeger nog verder voelde dan nu. Heit tekende in zijn dagboek op, toen hij op de boot het schroefwater tot aan de kim zag: Hier is geen ontkomen meer aan. Hylke kon zich goed inleven in ons. Gelukkig komt Ruth ook uit een emigrantengezin. Dat schiep meteen een band.’

Pottenbakker

Kunst was altijd al het beste vak van Melis, tekenen, schilderen. In Nieuw-Zeeland kwam er een nieuwe kunstvorm bij: Melis werd pottenbakker.  

‘Ik kon alles van mij zelf daarin kwijt. Keramiek maken doe je niet alleen met je hoofd, maar met je hele hebben en houwen. Het is een fysieke, ambachtelijke kunstvorm die je met je handen uitoefent. Je hebt in Nieuw-Zeeland een andere bodem dan in Fryslân, andere grondsoorten die onder invloed staan van aardbevingen. Het is hier vulkanisch en de lagen zijn hier niet horizontaal, maar golvend. Fascinerend. De kleuren zijn van een grotere verscheidenheid en apart; pastelachtig en toch krachtig. Ik laat wat de natuur heeft gecreëerd in zijn waarde.’

Zijn stijl verschilt van die van Nieuw-Zeelandse collega’s, opmerkelijk genoeg.

‘Mijn smaak is anders. Ik ben meer op beauty gericht terwijl Japanse invloeden het werk van Nieuw-Zeelanders kenmerken.’

Melis maakte naam als keramist. Na vijftien jaar aan school te hebben gestaan werd hij fulltime potter. Zijn The Van der Sluis Pottery Studio is befaamd. Door kunsthistorici wordt Melis als keramist van wereldformaat beschouwd. Overal kreeg hij tal van onderscheidingen. 

Ruth werd na haar onderwijsloopbaan een jobhopper en ze werkte laatstelijk als makelaar. De twee hebben het altijd goed gehad.

Ze kregen twee kinderen: Karen en Eric. Integratie duurt slechts één generatie, kwamen ze achter. Toen ze samen met de kinderen in Friesland en Denemarken plaatsen van hun wortels bezochten, raakte het geduld van Karen en Eric gauw op. Ze wilden naar Londen, het centrum van het Brits Gemenebest, waartoe Nieuw-Zeeland behoort.

‘Even waren Ruth en ik sprakeloos. Maar we wisten toen zeker: ze hadden wortel geschoten in Nieuw-Zeeland.’

Dekselpot

Dertien jaar geleden hebben ze Karen verloren. Ze stierf door kanker, 48 jaar jong. Een groot verdriet. Karen was ook een begaafd keramist. Op de tentoonstelling in Leeuwarden werd plotseling de aandacht op haar gevestigd. Gerry Reidinga had een porseleinen dekselpot van mooi glazuur in haar handen.

Melis: ‘Ik zag het direct, gemaakt door Karen. Ze verkocht het op onze eerste familie-expositie in Drachten.’

Gerry deed de pot cadeau aan Melis en Ruth. Een bijzonder en emotioneel moment. 

Over zijn werk vertelt Melis dat de grondlagen vergelijkbaar zijn met de tijdlagen van je leven: ‘De onderste laag is de fundering. Die moet je niet bedekken. Nee, je moet erop bouwen! De Friese laag is dan ook de belangrijkste in mijn leven geweest. Al ben ik nu al zo lang in Nieuw-Zeeland, je bent altijd en overal een Fries.’

In 2018, in het jaar dat Leeuwarden Culturele Hoofdstad van Europa was, keerden ze voor de laatste maal naar It Heitelân terug.

Hemd van het lijf – Thijs Meester

LEEUWARDEN – Thijs Meester is een van de drie hoofdrolspelers in De Tocht die in oktober in première gaat. Deze musical heeft twee verhaallijnen: de lotgevallen van vijf vrienden die de tocht lang geleden hebben geschaatst en het verhaal van veteraan Jelmer die ongetraind nog één keer de tocht wil volbrengen voor zijn twee jaar eerder overleden vrouw. Thijs schitterde onder meer in Grutte PierElk SinesDe Wylde Boerinne en It Kollumer Oproer.

Geboren Op 1 augustus 1959 in Leeuwarden, in het Bonnehos. Daar werd mem naartoe gebracht. Mijn ouders woonden destijds in Barrahûs, een buurtschap van Wirdum op de Werpsterhoek. De zes huisjes van toen en waarvan eentje door ons werd bewoond, zijn afgebroken om plaats te maken voor een nieuw station. Op mijn zesde zijn we verhuisd naar Kollum. Toen ik zeventien was ging ik naar Leeuwarden. Heit kon niet accepteren dat ik homo was. Van het ene op het andere moment stond ik op straat. Binnen twee minuten stond mijn hele leven op z’n kop. Op slag raakte ik in een overlevingsmodus. Mijn zus Boukje die in Heechterp woonde, is als een idioot aan het werk gegaan om mij op te vangen en woonruimte voor mij te vinden. Zij heeft mij erdoorheen gesleept. Drie jaar heb ik heit niet gezien. Op een gegeven ogenblik zei hij: ik geloof dat we maar eens moeten praten.

Woonplaats Leeuwarden, nog steeds. Ik heb overwogen naar het Westen te verhuizen, ik vond Leeuwarden doods. Maar ik ben blijven hangen vanwege mijn werk en inmiddels hoef ik hier niet meer vandaan. De laatste tien, vijftien jaar is de stad met sprongen vooruitgegaan. 

Partner Ron van Overbeke, nog niet zo heel lang mijn vriend. Hij woont in Veenendaal maar hij voelt zich meer thuis in Leeuwarden dan in Veenendaal, dus ik zie ons op den duur samenwonen. 

Opleiding Mavo en daarna MBO-verpleegkunde. Ik had naar de Toneelschool gewild maar die kans kwam niet. Ik was als jongen al altijd aan het zingen en voordragen, deed mee aan wedstrijden. Zag je me niet, dan hoorde je me wel.

Werk/carrière M’n eerste baantje was in de supermarkt Fred van der Werff en ik werkte later in de horeca. De laatste tien jaar ben ik professioneel zanger en acteur. Je mag stellen dat ik een laatbloeier ben. Het Iepenloftspul Snorro in 2012 was het kantelpunt. Ik won er een Gouden Gurbe mee, zeg maar de Friese oscar van de Iepenloftspullen. 

Geloof Niet, ik ben zelfs een beetje anti-kerk. Ik hou niet van het belerende vanaf de kansel, geloof liever in mezelf.

Politieke partij Ik was een reade rakker maar ben meer naar het midden opgeschoven.

Hoogtepunt De kinderserie Kening Hert & Harry Hazzevoor de rubriek Tsjil van Omrop Fryslân. De koning is naïef en zijn lakei is ondeugend. We wonnen er de Circom mee, de meest prestigieuze Europese prijs voor regionale tv. De voorstelling Elk Sines van Theater De Klieuw was een gouden tijd die drie jaar duurde.

Dieptepunt Zo voel ik dat nooit. Ik ervaar tegenvallers als leermomenten, buig die om in iets positiefs. Ik denk niet in problemen maar in mogelijkheden.

Voorbeeld Die heb ik niet. Ik kijk wel veel af, steek van iedereen wat op.

Leermeester Regisseuse Ypie Zijsling. Zij biedt ongelooflijke kwaliteit. Ik heb botsingen met haar gehad maar ze haalde het beste uit me.

Beste advies Geloof in jezelf, van zus Boukje.

Inspiratie Mensen op straat. Ik mag graag op een terras zitten en kijken. Letten op gedrag, hoe ze praten, hun houding, hun bewegen, de kleding. Ik zuig alles op.

Eten Aan hachee kan ik mij ferite. En ik hou van Indiase curry. Het Indiaas restaurant Jamuna aan de Weerd in Leeuwarden is een topzaak.

Drinken Ik ben gek op speciale bieren als IPA’s. Een gin/tonic gaat er ook goed in.

Muziek Breed, vooral soul en jazz, en nummers van singer/songwriters.

Concert Daar heb ik geen tijd voor. Vroeger ging ik weleens naar Robbie Williams.

Artiest Een mengelmoes: Aretha FranklinBill Withers, Rammstein, het kan bij mij alle kanten op. Robert Longwas een idool van me. Hij zong prachtig en de teksten van zijn liedjes zijn steengoed.

Acteur/actrice Pierre Bokma en Kathy Bates.

TV Ik kijk niet veel. De serie De Stamhouder die nu loopt kijk ik elke zondag.

Film Geen actiefilms in elk geval maar wel thrillers zoals Dolores Claiborne, naar een boek van Stephen King. Dat boek gooide ik halverwege weg maar dit drama is geweldig.

Krant/tijdschrift/medium Ik volg ’s morgens het nieuws niet want anders begin ik de dag somber en negatief. Het is allemaal van hetzelfde laken een pak.

Boek De grote geheime show van Clive Barker over vier meisjes die na een zwempartij nakomelingen krijgen van een geest.

Auteur Horrorschrijver Dean Koontz. Hij is net wat pittiger dan King.

Sport Ik hou van turnen, atletiek en skiën. 

Sportman Epke Zonderland. Geweldig wat hij heeft gepresteerd.

Sportvrouw Ik volg de vrouwensporten niet zo.

Gadget Tsja, die heb ik niet. M’n mobiel.

App Ik ben verslaafd aan die domme spelletjes op mijn telefoon zoals de Wizzard of Oz.

Hobby’s Het klinkt afgezaagd maar het is gewoon zo: mijn werk is mijn hobby. Daar ben ik aan verknocht. Verder mag ik graag reizen en lopen, dan bedoel ik stevig lopen, niet slenteren. 

Vervoer De trein en de fiets. Ik heb geen rijbewijs. De enige periode dat ik een auto heb gemist was toen ik in de merchandising zat. 

Vakantie Italië. Specifiek Malcesine aan het Gardameer. Daar voel ik me heel erg op mijn gemak. Spanje en Portugal wil ik gaan ontdekken.

Hekel aan Liegen en narcisme. 

Blij van Momenten als op een bankje zitten met koffie en chocola. Zomerdag van een fietstocht. Ik hou van alledaagse dingen, van het kleine geluk.

Doen met een miljoen Een deel weggeven aan een goed doel en aan vrienden, genieten van het leven, misschien een camper of een klein huisje ergens, of een auto voor Ron.

Kan niet zonder Goede vrienden. Ik ben een mensenmens.

Wat moet anders De verharding in de samenleving moet weg. Vroeger zat je op een verjaardag in een rondje om de tafel en kon je heerlijk discussiëren zonder dat het persoonlijk werd. Ik denk dat Twitter een slechte invloed heeft.

Over vijf jaar Van pensioen wil ik niets weten. Ik hoop op mijn tachtigste nog steeds op de planken te staan.

Kun je schaatsen? Ik moet het nu kunnen! Het gaat de goede kant op, ben bijna dagelijks aan het trainen. Ik moet binnen vijf minuten een aantal rondjes kunnen rijden. Lukt dat niet dan kan ik mijn rol moeten opgeven, dat staat in mijn contract! Maar ik vind schaatsen heerlijk, had er twintig jaar geleden mee moeten beginnen.

Misschien word je zo goed dat je aan een volgende tocht kunt meedoen Haha! Dat zou het ultieme resultaat zijn, ja!

De Elfstedentocht Die zit in het DNA van elke Fries. Met deze musical vertellen we het verhaal door. Juist omdat er al jaren geen tocht is geweest. De verbroedering die een tocht brengt vind ik machtig. In De Tocht vallen rangen en standen weg. De advocaat, de rechter, de putjesschepper of de koning, niemand is belangrijker dan de ander,

Wordt De Tocht de Friese Soldaat van Oranje? Dat zou best eens kunnen gebeuren, zo groots wordt het aangepakt. Het wordt een mega spektakel met schitterende special effects. Dit kan zomaar drie jaar gaan duren.

Bijna halve eeuw geleden stonden Andries Gaastra en Marion Kowallik aan de wieg van Koga

HEERENVEEN – De fiets staat centraal in het leven van Andries Gaastra (82). De oprichter van topmerk KOGA (dat hij in 1992 verkocht aan Accell), groeide ermee op als telg uit de Batavus-familie. Nog steeds is de vitale tachtiger actief in fietsontwikkelingen. Een succesvol innovatief ontwerp van hem is de verstelbare fiets voor iedereen volgens het ISP-concept (Intelligent Seating Position –  1Bike fits all). Tegenwoordig is dit thema van veiligheid en duurzaamheid zeer actueel.

Overigens lag het vroeger niet in Gaastra’s bedoeling in de fietsen te gaan. In 1960 ging hij naar de businessschool IVA in Driebergen, dé autoschool van Nederland. Jongens uit ondernemersgezinnen (voor meisjes was de opleiding toen nog taboe) zaten met de stropdas voor in het leslokaal.

Assepoesterstory

Zijn leven kreeg een wending toen hij in Hamburg de beeldschone, eeuwig jonge Marion Kowallik (78) leerde kennen. Hij was 22, zij 18. Het was een Assepoesterstory. Marion bleef tijdens een bootparty met de naaldhak van haar schoen in de rubbernaad van het teakdek steken. Eén blik zei alles; liefde op het eerste gezicht. Andries nodigde haar uit voor de volgende dans. Zij, Pruisische gedistingeerde trots, hield de boot af. Een vriend zei tegen hem: “Andries, die krijg je nooit”. Toen werd het een uitdaging, en hij won.

Marion: ‘Hij is een echte Friese doorzetter.’

Haar moeder kwam uit Bremen. Zij raakte bewust zwanger van haar naar het oorlogsfront gestuurde man om Polen te kunnen ontvluchten. Bevrijd worden door die vermaledijde, machtszuchtige Russen zag ze niet zitten.

Marion, in Fürstenau dicht tegen de Nederlandse grens geboren: ‘Polen kunnen Russen wel schieten.’ 

Dat hebben we recent met de Oekraïne-oorlog en de raketten op Pools grondgebied ervaren. 

Oprichting KOGA

Met Marion kon hij ondernemen, wist Andries al gauw. In 1974 leidde dat tot de oprichting van KOGA. Andries wist alles van de techniek, Marion ging zich bezighouden met de boekhouding. Samen deden ze de commercie. KOGA maakte niet alleen topfietsen met levenslange garantie, maar ook hele blitse fietsen in flashy colours die werden afgekeken van de skisport. Het merk genoot faam en werd op één lijn gezet met bijvoorbeeld Porsche, het automerk waarmee de Gaastra’s niet toevallig samenwerkten.

Marion: ‘Onze marketing was gelikt. Op beurzen presenteerden wij ons optimaal. KOGA had een chique uitstralingen en we brachten leven in de brouwerij. Bezoekers vroegen: wanneer begint de band te spelen?’

De verkoop van racefietsen en later ook toerfietsen steeg tijdens de jaren ‘80 gestaag. Naam vestigde KOGA in de wielersport. Hoogtepunt was In 1981 toen Peter Winnen op een KOGA op de Alpe d'Huez won. Bij de vrouwen reeg Leontien van Moorsel de successen aaneen. Ze won drie keer baangoud.

Wereldburgers

Wereldburgers als zij zijn bleven ze niet in Nederland. Het gezin verhuisde in 1992 naar Vancouver waar beide zonen studeerden en met Canadees/Italiaans- en Iers-Engelse vrouwen trouwden en waar kleinzonen Andrew (afgeleid van Andries) en Victor werden geboren. Jarenlang hebben ze daar met plezier gewoond. 

Op bezoek bij Jan en Minie de Jong in Heerenveen – Jan is de vroegere KOGA-communicatieman en Minie voormalig wielerkampioene – sprak het FJ met Gaastra en Marion met wie hij KOGA groot maakte en met wie hij zakelijk en privé een sterke tandem vormt. Ze wonen in Schoten (België), een Nederlandse enclave met 220.000 Nederlanders waar de op één na oudste Hollandse Club zetelt.

Fietsgen

De Gaastra’s hebben een fietsgen, want ook hun zoon Gerrit, de 4e generatie, is in hun voetsporen getreden. Deze duizendpoot is de man achter o.m. Idworx en GAASTRA, beide zeer hoogwaardige fietsen. Hij wil nóg betere fietsen maken en zijn topmarktsegment verbreden. Zo maakt hij ook bikes voor trekking. Voor het produceren van deze fietsen zocht hij zijn heil in Duitsland, het industrieland bij uitstek. Dennis, de jongste zoon, een op en top Apple-man, leidt zijn eigen IT-bedrijf in München. Daar legt hij het accent op biologische IT, wat goed in deze tijd past. Kleinzoon Victor (17, de zoon van Dennis) zou zomaar de vijfde Gaastra-fietsgeneratie kunnen worden. Hij zit op het gymnasium en interesseert voor voor hoogwaardige techniek en voor fietsen. 

Maakindustrie

Andries Gaastra komt uit een befaamd geslacht in de maakindustrie. Grootouders Andries en Dientjebegonnen in 1904 in het centrum van Heerenveen een winkel in naaimachines en uurwerken. Ze zagen trouwens overal brood in. Zelfs maakten ze koelbakken voor Jamin ijs. Twee jaar later werden fietsen van het merk Presto vanuit Duitsland geïmporteerd. In 1909 deponeerde de oprichter het merk Batavus. Toen was de fabricage van fietsen al in gang gezet. Met name bakfietsen vonden een goede afzet. Melk- en groenteboeren gingen er ventend mee langs de buurten. Indonesië werd een belangrijk exportland.

Vanaf de jaren ‘30 begon het bedrijf met de productie van motorfietsen en schaatsen. ’s Winters was een slappe tijd voor fietsen. Dan kon je met het maken van houten en stalen noren de mensen aan het werk houden. Maar de concurrentie was groot en als het niet vroor, stapelde zich een enorme dure voorraad op. Reden om te stoppen met die activiteit. 

Bromfietsen waren daarentegen niet aan te slepen.

Andries Gaastra: ‘Dat was de E-bike van toen. Vader kon heel mooi ontwerpen. Veel dokters kochten een bromfiets.’ 

Batavus bleef ze tot in de jaren ‘80 maken. De impopulaire verplichte fietshelm noopte het bedrijf tot het verlagen van de productie. 

Modernste rijwielfabriek ter wereld

Na de oorlog was er een enorme behoefte aan fietsen. In 1956 opende Batavus de modernste rijwielfabriek ter wereld. Vier jaar later won het alle zeven 1ste prijzen op het Technisch Concours in Parijs. 

Batavus genoot wereldfaam. Mede door de wielersport. In 1966 won de Televizier-Batavusploeg vijf ritzeges in de Tour, waarvan twee door de recent overleden Gerben Karstens.

In 1965 schakelde Batavus over op Duralon. Dat is een kunststofcoating als vervanger voor lak op de frames. Deze coating was zó goed dat het bedrijf opdrachten kreeg zelfs ziekenhuisbedden te bouwen! 

Onderhand ging de fietsproductie als een speer. Bekende merken als Magneet, Phoenix, Fongers en Germaan werden overgenomen. 

In 1974 nam Gerrit Gaastra afscheid. Zoon Andries werd algemeen directeur. Het bedrijf werd in hetzelfde jaar verkocht aan de investeringsmaatschappij van de Limburgse steenkoolmijn Laura, waarvan de motorenfabriek inbouwmotoren leverde aan Batavus. 

Een halfjaar later, nog in 1974, verliet Andries de onderneming en startte hij samen met zijn Marion een eigen topfietsenmerk: Koga-Miyata. KOGA is een samentrekking van Kowallik en Gaastra (Gako klonk niet). Framebouwer Miyata, eveneens een familiebedrijf, was de bevriende Japanse partner. 

Marion: ‘Wij hadden toen wel elf bedrijven. Allemaal op fietsgebied. Maar wij houden niet van het harde zakendoen. Nog steeds onderhouden wij warme banden uit vroegere tijden.’ 

Japan was en is een erkend fietsbouwland waar bijvoorbeeld ook derailleurmaker Shimano zetelt. Verchromen kunnen Japanners als geen ander.

Accell

Met Batavus ging het nadien minder. In 1986 viel de vlag. Dankzij de overname door Atag (een kachel- en cv-onderneming uit Doetinchem) ging het daarna weer crescendo. Er werd een speciale fietsdivisie opgezet die later onder de naam Accell beursgenoteerd werd en o.a. Loekie, Sparta, Raleigh, Lapierre en ook in 1992 KOGA (sinds 2010 zonder de toevoeging Miyata) overnam van Andries en Marion. Hans Wezenaar (1936-2022) van Accell stuwde het bedrijf op in de vaart der volkeren. Accell werd de grootste E-bikeproducent ter wereld.

In 2019 werd miljardair en multi-ondernemer Wijnand Pon (gelinkt aan automotivegroep Pon Holdings (importeur van o.a. VW, Audi, Skoda, Porsche en Caterpillar) grootaandeelhouder. Twee jaar later verkocht Pon zijn belang weer omdat het hem niet lukte het héle concern over te nemen. Hij maakte wel een winst van € 37 miljoen. Dit jaar deed het beruchte Amerikaanse opkoopfonds KKR samen met de juristen van Teslin een vijandig bod dat aanvankelijk werd afgewezen. Na een maandenlange strijd viel Accell tenslotte toch in handen van dit fonds. Er was € 1,6 miljard mee gemoeid. 

 

Giant

Tijdens de laatste jaren van het succesnummer KOGA smeedde Gaastra nieuwe plannen. Carbonframes uit Taiwan vormden de nieuwe standaard. Giant, een nieuw merk waarin Gaastra een belang nam, zette in op die frames. Gaastra bouwde een fabriek ‘quality touched by KOGA’ in Lelystad. Het merk verkreeg positie op de Nederlandse markt.

‘Ik had mijn aandelen nooit moeten verkopen. Giant had een geweldige potentie,’ zo erkent Gaastra een zakelijke misrekening.

Gaastra vatte later het plan op een fiets te ontwikkelen waarbij zowel veiligheid als duurzaamheid een hoofdrol moesten spelen. De filosofie achter 1 Bike fits all (voor alle berijders tussen 1.50 en 2.00 meter) is om het mogelijk te maken alle fietsers, lange en korte mensen, van een passende fiets of e-bike te voorzien. Bij elke verstelling van het zadel naar boven of naar beneden wordt de juiste bijpassende afstand van zadel tot stuurbuis gevonden waardoor altijd dezelfde verhouding blijft bestaan tussen zadel, stuur en pedalen. Zodanig dat de berijder bij stilstand beide voeten op de grond kan zetten en op het zadel kan blijven zitten, zelfs bij een noodstop. Veiligheid vóór alles dankzij Andries z’n ‘Intelligent Seat Positioning’ (ISP).

Lager bij de grond

Gaastra: ‘De kern van het idee was om de berijder lager bij de grond te plaatsen maar er wel voor te zorgen dat het een volwassen fiets zou blijven. Uit een onderzoek in samenwerking met enkele bevriende fietsenmakers bleek dat een aantal van hun klanten, als ze voor een servicebeurt binnen kwamen, hun zadels alsmaar lager ingesteld hadden. Zelfs zo laag, bij 55plussers uit valangst, dat het zadel de bovenkant van de zadelbuis raakte, wat een ongelukkige zitpositie geeft. Mijn doel was de berijder niet alleen lager bij de grond te brengen middels de verticale zadel-instelling, maar tevens tijdens het instellen van de zadelhoogte in één beweging, synchroon, ook de horizontale afstand van het zadel tot het stuur aan te passen. Als dit zou lukken, dan zouden in één klap alle logistiek gezien lastige framematen overbodig kunnen worden. Met als resultaat een zogenaamde 1 Bike fits all-fiets! Fietsers kunnen altijd met de voeten aan de grond blijven, ze hoeven daarvoor niet af te stappen.’

In de distributie zorgt zo’n fiets bovendien voor een gestroomlijnder logistiek. De diversiteit aan modellen kon een stuk lager. Basismodellen volstaan. 

Patent

Gaastra: ‘Na enige tijd stelden we vast dat wanneer je het zadel aan de voorkant van de zadelbuis verstelt, je een variabele zithoek creëert.’

Deze vinding werd beloond met een patent in Europa en Amerika en daarna bekroond met de titel 'Goed Industrieel Ontwerp’, van TU Eindhoven. Het concept wordt aangeboden aan fietsenfabrieken die daarvoor een fee betalen. 

Deelfietsen

Steeds meer internationaal bekende fabrikanten bouwen de ISP-technologie in hun fietsen in. Twee ontwerpen van Gaastra zijn de Balance van Gazelle en de E-Joy van Hercules (E-Joy). De Balance werd vrijwel meteen na de introductie bekroond met het predicaat ‘veiligste fiets van Europa’. Dat alles dankzij ISP. 

‘Op het gebied van verhuur, leasing en deelfietsen zien we veel kansen en mogelijkheden. Het 1 Bike fits all-concept is geschikt voor deelfietsen omdat zij uiteenlopende gebruikers hebben,’ aldus Gaastra.

Op dit moment is Gaastra achter de schermen druk bezig om de technologie geschikt te maken voor cargobikes en, net als vroeger, bakfietsen. Die vormen een groeimarkt. 

Fitte senior

In Heerenveen rijdt de fitte senior een stukje op de door hem ontwikkelde fiets en demonstreert hij hoe veilig die is. Met gemak stopt hij, en zonder af te stappen houdt hij zichzelf op de fiets in balans. Een prachtig beeld.

FJ Feest 131

Wat Première Achter de zeilen

Waar De Bios Drachten

Wanneer Donderdag 16 februari

Aantal gasten 200

Wie Alle betrokkenen bij het Ljouwerter Skûtsje, makers, familie en genodigden

Bijzonderheden Drie ‘oscars’ werden door de ongeëvenaarde spreekstalmeester en tevens voorzitter Johan Haringsma uitgereikt tijdens de première van Achter de zeilen, een documentaire over het Ljouwerter Skûtsje. Ze waren voor regisseur Folkert Sappé voor de ‘beste film’, schipper Willem Zwaga voor ‘beste hoofdrol’ en Steffen Huisman voor ‘beste bijrol’. Folkert en Willem wonen beide in Langweer en zijn voetbalvedetten in het sterrenteam Langwar Twa. Steffen is een Jouster en bemanningslid. Hij vertelt in de film dat hij net als Willem als jonge knul aan boord kwam bij Willems heit Ulbe Zwaga Rzn., de beste maar niet onomstreden skûtsjeschipper in de historie. Ja, nog beter dan zijn vader Rienk en grootvader Ulbe sr., de recordkampioen. 

Burgemeester Sybrand van Haersma Buma, beschermheer van het skûtsje, een titel die hij vanwege corona pas in 2022 op de Leeuwarder dag bij Lemmer aanvaardde, kreeg een schaalmodel van het skûtsje. Dat komt niet bij hem op de schoorsteenmantel te staan maar een plekje krijgt in het stadhuis.

Achter de schermen van het Ljouwerter Skûtsje

DRACHTEN – De Zwaga’s zijn de meest filmische familie binnen het skûtsjesilen. Van Pake Ulbe (1907-1985) zijn beelden, van diens zoon Rienk (1933-1992) eveneens, uiteraard ook van de 3de SKS-generatie Ulbe (1961-) en nu ook van zijn zoon Willem (1987-), de huidige schipper op het skûtsje dat vier Zwaga’s aan het roer had. Behalve genoemde drie ook Rienks jongere broer Lammert (1935-). De documentaire toont hoe het eraan toegaat buiten het kampioenschap om (de voorbereiding, de bemanning, de bestuurlijke zaken, de sponsors, de vrouwen, de fans), hoewel Willem graag wat meer wedstrijdbeelden had gezien, maar Omrop Fryslân was er niet voor te porren. Tenslotte heb je publiciteit nodig om bezoekers te trekken. Toen Willem op zijn Zwaga’s had gezegd bij gebrek aan medewerking ook niet zo nodig deze zomer voor de camera’s te hoeven, werd de Omrop wat inschikkelijker. Skûtsjereporter Geartsje de Vries was aanwezig om verslag te doen van de première. De film draait nog tot april in de prachtige Bios van Drachten, eigendom van Sander Hakbijl uit Sint Nicolaasga.    

Michael Roest verder in Dokkum

Michael Roest, jarenlang prominent lid van Fryslân Culinair, heeft na het vertrek bij de ABDIJ een nieuwe uitdaging gevonden, en wel in Dokkum! Hij heeft namelijk samen met compagnon Salvatore Apuzzo het Italiaan restaurant L’Angelo van Adriaan Dijkstra overgenomen. Dijkstra, mede-eigenaar van Auto Dijk in Dokkum, vindt het combineren van meerdere zaken met een jong gezin niet ideaal.

‘Ik ga er een nieuw concept neerzetten van een Fries-Italiaanse fusion keuken, een soort gastrobarachtige entourage,’ zegt Michael, die weer helemaal in de running is. Het restaurant, dat altijd goed heeft gelopen, wordt gerestyled en krijgt de naam De Waard van Dokkum die Michael heeft meegenomen van zijn vorige uitspanning. 

Michael zwaait de scepter in de keuken en Salvatore is gastheer en sommelier.

‘Maar ik zal mijn gezicht wel laten,’ aldus Michael.

Wat hij nieuw gaat doen is pizza’s bakken: ‘En dan de echte op de Napolitaanse manier. Ik ben al heel lang bezig met het maken van deeg. Dit worden de beste bodems van het land!’

Restaurant van Parkhotel Tjaarda heet voortaan Marijke Muoi Wine & Dine

Parkhotel Tjaarda heeft het restaurant (voorheen de Oranjetuin) een nieuwe entourage gegeven. Ook is de naam nieuw: Marijke Muoi Wine & Dine. Deze naam verwijst naar de Friese koosnaam van Maria Louise van Hessen-Kassel (1688 Kassel-1765 Leeuwarden, waar zij het Princessehof bewoonde). Zij was de moeder van stadhouder Willem IV en regentes van 1711 tot 1731 omdat haar man, de Friese stadhouder Johan Willem Friso van Nassau-Dietz (1687-1711) bij Moerdijk verdronk en zijn zoon nog geboren moest worden. Van 1559 tot aan haar dood was ze voor de tweede maal regentes en ditmaal voor haar minderjarige kleinzoon Willem VMarijke Muoi wordt als een stammoeder van ons koningshuis beschouwd en ze is een voorouder van bijna alle Europese vorstenhuizen. Ze was zeer geliefd bij de Friezen. In Oranjewoud hadden de Nassau’s een buitenverblijf. Vandaar de link.

‘We zijn heel trots op deze naam en we vinden het een eer dat ons restaurant die mag dragen,’ reageerde directeur Tjitte de Wolff

De entourage van Marijke Muoi is casual chique te noemen.

Restaurantmanager Thom van der Heide zegt: ‘Eigentijdse en duurzame materialen zijn gebruikt door regionale en Internationale designers en kunstenaars. Met tinten van groen en blauw wordt verwezen naar het Nassau-blauw van Marijke Muoi en het groen van Nationaal Landschap Oranjewoud. Ook komen deze kleuren terug in het 3D-schilderij bij de entree, de muurschildering en op de wand van de bar. Het ambachtelijke meubilair straalt warmte en huiselijkheid uit maar is tevens zeer comfortabel.’ 

Vanaf februari jongstleden is men gestart met een grootscheepse verbouwing. Deze verbouwing heeft een maand geduurd. 

Over de pay-off van de nieuwe naam zegt Van der Heide: ‘Met Wine & Dine benadrukken we het gastronomisch aspect van wijn/spijscombinaties. Dat komt tot uiting in de meer dan 70 wijnen die de gast per glas kan bestellen op onze wijnkaart.’

 En over de keuken: ‘Die is eerlijk, lokaal en ambachtelijk, zoals de gast bij ons gewend is.’

  

Friese top-chef Jan Smink wint Le Taittinger Prix Culinaire

WOLVEGA – Jan Smink (34) van Restaurant Smink in Wolvega heeft de prestigieuze Le Taittinger Prix Culinaire in Londen gewonnen. De Friese top-chef streed met zeven andere internationale koks. Hij won de hoofdprijs van € 20.000. Maar meer nog dan dit geldbedrag is Smink wijs met het toetreden tot de vakjury van de wedstrijd.

‘Dat is een enorme eer.’

De Le Taittinger Prix is na de Bocuse d’Or in Lyon ’s werelds belangrijkste kookwedstrijd. Smink deed twee keer mee aan de Bocuse d’Or.

Het was de laatste keer dat Smink mee mocht doen. Hij is opgelucht dat het wedstrijdkoken er voor hem op zit.

‘Dit vergt veel van mij, ook van het thuisfront. Voorbereiding en deelname zijn heel intensief. Deze titel kwam op het goede moment,’ aldus Smink.

De eerste opdracht was de bereiding van een varkensgerecht. De tweede opdracht kregen de chefs pas kort van tevoren te horen. Het was een vegetarisch gerecht met enkele verplichte ingrediënten waar de koks hun eigen draai aan mochten geven. Van het Franse jurylid Emmanuel Renaut kreeg Smink de beste beoordeling.

Nieuwe kleding voor provinciemedewerkers door Van der Gang Herenkleding

Het team van gastheren en gastvrouwen van de Provinsje Fryslân is voor de komende jaren weer voorzien van nieuwe bedrijfskleding door Van der Gang Herenkleding uit Dokkum. De op maat gemaakte kleding is stijlvol, gekleed en comfortabel draagbaar. Met verschillende items kan het team oneindig combineren en de outfit compleet maken voor elk draagmoment.

Provinsje Fryslân viel voor de presentatie van de geklede uitstraling in comfortabele stof door Theo de Jong van Van der Gang Herenkleding. 

‘Geen strakke knopen op de broek, maar een koordje om de taille bijvoorbeeld,’ geeft Theo als voorbeeld in dit kledingconcept. Hij gaf veel ruimte aan persoonlijke wensen en de draagbaarheid van de kleding tijdens het werken. 

‘Iedereen heeft zo zijn of haar voorkeur in items en pasvorm. Daar hebben we goed naar geluisterd en in kunnen adviseren. Je moet je goed kunnen bewegen in je werk en toch prettig voelen. Tegelijk hebben we gezorgd voor eenheid in de uitstraling,’ aldus Theo.

Het resultaat is een pakket aan kleding voor het team van Provinsje Fryslân dat bestaat uit blazers, broeken, overhemden, maar ook broekpakken en jurkjes voor de dames. 

Theo: ‘Zo kunnen ze per persoon voor elk moment de juiste outfit kiezen; van het ontvangen van gasten tot het rondleiden van bezoekers of een kantoordag.’ 

Theo is trots dat hij voor Van der Gang Herenkleding deze opdracht voor Provinsje Fryslân opnieuw mocht doen, nadat hij dat ook in 2017 deed. 

‘Van der Gang levert al sinds 1873 representatieve kleding aan bedrijven en organisaties. Dat ik daar na 150 jaar een bijdrage aan mag leveren, geeft me een goed gevoel. Bovendien was de provincie een fijne partij om mee te werken. Het contact was prettig en er was veel waardering over en weer. Deze opdracht heeft hen en ons geïnspireerd.’

De auto van… Catrinus Kielstra

Woonplaats: Wirdum

Beroep: voormalig eigenaar Kielstra kraanverhuur

Leeftijd: 70

Auto: Packard 733 cabrio

Bouwjaar: 1930

Motor: 5,7 liter 8 cilinder in lijn (‘straight eight’), handbak benzine

PK: 90

Topsnelheid: 90 

Kilometerstand: 180.000 mijl (ruwe schatting)

Verzekerde waarde: € 200.000 

In bezit sinds: 2019

Van wie gekocht: Van een automakelaar in Texas

Andere auto’s: o.a. T-Ford van 1915, TT Truck Ford van 1922, Buick met open motor van 1923, Chevrolet roadster van 1930, A-Ford cabrio van 1930, Dodge 8-cilinder van 1930, Packard sedan van 1932, Ford V8 pick-up van 1940 en een Mercedes GLE 4-liter voor dagelijks gebruik

Packard die euromunt op 8-cilinder laat staan

WIRDUM – De enorme krachtbron van deze schitterende, antieke Packard loopt als een naaimachientje.

‘Als ik een euromunt op zijn kant op het blok zet, blijft ‘ie bij stationair draaien staan,’ grijnst eigenaar Catrinus Kielstra.

Wat konden ze vroeger auto’s maken, denk je dan. De Packard cabrio, vroeger geliefd bij Amerikaanse presidenten, is een pronkjuweel. Op het oldtimerfestival in Lelystad vorig jaar won de Packard de eerste prijs. Dat leverde een uitnodiging op voor de presentatie van de mooiste auto’s van Europa op paleis Het Loo. Daar bleef de triomf uit.

Kielstra: ‘De jury bestond uit louter Britten. Mijn Engels was niet goed genoeg om hen te overtuigen van de klasse en kwaliteit van deze auto.’

Hij kocht de 2.500 kilo zware auto in Amerika waar hij veel familie, vrienden en connecties heeft. Hij is er een keer of vijfentwintig geweest.

‘Ik was al jaren op zoek naar zo’n Packard. Ik heb die altijd een van de mooiste auto’s gevonden. Mijn vrouw Griet vond hem via internet tenslotte in Texas. Met mijn zoon Durk ging ik naar de verkoper. We hadden tien uur afgesproken. Wij waren er half tien want ik kom altijd een half uur eerder om te kijken of er problemen zijn. De auto wilde niet starten. Beter voor de prijs, dacht ik, hoewel ik er doorheen keek want ik zag meteen dat het een fantastisch auto was. Met een nieuwe accu had hij hem zo aan de praat. De elektrische overdrive, die origineel niet op de auto zat maar in 1932 werd gemonteerd voor minder toeren, minder brandstof en minder slijtage en waardoor niettemin de topsnelheid van 60 naar 90 werd verhoogd, deed het ook niet. Dat vond ik voor de onderhandelingspositie niet erg. Achteraf wel want om hem te repareren was best prijzig.’ 

‘Aanvankelijk konden we het over de prijs niet eens worden. Verdikkeme, dacht ik, ik krijg nooit weer de kans zo’n mooi exemplaar te kopen. Packard cabrio’s zijn zeldzaam en de meeste roadsters hebben geen zijraampjes zoals deze. Durk, die vloeiend Engels spreekt, heeft toen als Brugman moeten praten om de makelaar over te halen. Met handjeklap sloten we de deal, hoewel dat fenomeen er niet bekend is. De makelaar was verbaasd, maar wel om. De vorige eigenaar van de auto schijnt een hoge ome te zijn in de Amerikaanse politiek. Hem wil ik een mail sturen om de geschiedenis van de auto boven water te krijgen.’

De motor was al gereviseerd, wat zomaar 60.000 dollar kan kosten. Dat was dus mooi meegenomen. Maar als de spatborden niet nieuw waren geweest, had Catrinus de auto niet laten vernieuwen en het verouderde koetswerk in craquelé gelaten. Veel liefhebbers hebben tegenwoordig namelijk graag een goede oldtimer in rijstaat. Veel hoefde er niet aan te gebeuren. Ook de linnen kap verkeert in perfecte staat.

Alleen een rechter achterlichtje was nodig (vroeger werd in Amerika alleen met licht linksachter gereden). Na een lange zoektocht vond Catrinus op E-bay eentje. Prijs: 550 dollar. Om een idee van de kosten te geven. Onderdelen zijn lastig leverbaar.

Opvallend zijn de brede treeplanken. 

Catrinus: ‘Handig voor beveiligers om op te staan, maar ook voor maffiose hitters met machinegeweren. Zowel onder- als bovenwereld reed in deze auto.’

Bijzonder is de mascotte op de radiateur. In dit geval de ‘Spirit of Ecstasy’ symboliserend.

Meest kenmerkend is de ‘Rumble Seat’, gekscherend ‘de schoonmoederszit’ genoemd. Dat is een te openen achterbank buiten de kap. Handig als je een schoonmoeder mee moet nemen maar niet aan wil horen.

Catrinus: ‘Soms als we met vrienden rijden en met z’n vieren zijn, gebruiken we de achterbank.’

De witte banden rond de fraaie metalen spaakwielen maken het geheel schitterend af. Aan weerszijden domineren de reservewielen.

Catrinus bezit een museale collectie oldtimers die hij heeft ondergebracht in de voormalige zuivelfabriek in Wirdum waar hij voorheen het door heit Lammert na de oorlog opgerichte kraanbedrijf had gehuisvest. Catrinus wilde er nieuwbouw plegen maar dorpelingen voorkwamen sloop (gelukkig). Nu staat er een schitterend pand waar hij alle ruimte heeft voor stalling en sleutelen. Het meeste kan hij zelf. Alleen de elektriek is soms lastig.

Catrinus is lid van een paar oldtimerclubs. Dikwijls nemen hij en Griet zomerdag deel aan ritten overal in het land. Packard op de trailer en rijden maar. Hoogtepunt is jaarlijks de Elfstedentocht in het Hemelvaartsweekend, met 400 deelnemers de grootste eendaagse oldtimerrally voor vooroorlogse auto’s. Voor deze Packard is dat een triomftocht door de eigen provincie. 

WZS 90 jaar

SNEEK – En over honderd jaar dan zul je wat beleven, zo begint het clublied van WZS uit Sneek. Al is de club in 2007 gefuseerd met vv Sneek tot Sneek Wit Zwart en bestaat WZS officieel niet meer, ze gaan het eeuwfeest vieren. Wit Zwart is van oudsher een roomse club van blije papen. Elk lustrum wordt gevierd met een reünie en de laatste keer ter ere van het 90-jarig bestaan. Dus over tien jaar zul je wat beleven!

Het is gek, heb je er eenmaal gespeeld, al is het maar een paar jaar, dan blijft dat je een leven lang het gevoel geven dat je erbij hoort. WZS is echt één grote familie.

Maar het is ook altijd een trendsettende club geweest. Bij het 50-jarig jubileum opende de club een eigen sporthal. Uniek in de voetballerij. Vrouwen speelden toen al lang bij WZS. Dat was heel gewoon. Ze hoorden er gewoon bij en niet alleen achter de bar.

De anekdotes zijn legendarisch. Leo Poiesz wilde ingooien, ‘andere kant’ werd geroepen, waarop de rappe back de bal pardoes over de sloot in het weiland wierp… Orders werden soms verkeerd begrepen. Ronny Sytsma en Theo Dijkstra moesten als vleugelaanvallers switchen en zochten elkaar dan in de middencirkel op. Ster van de avond was de 101-jarige Piet Burgers uit Lemmer. Hij was begin jaren tachtig elftalleider. Als je niet zus deed, of zo, en niet je best deed, dan kon je wel ‘met je piesje naar de dokter gaan’, sprak hij vrijdagsavonds op de wedstrijdbespreking. ‘Over honderd jaar’ zal nog lang gezongen worden.

Helden van de De hel van ‘63

HINDELOOPEN – Wat een heilig ontzag moet je hebben voor de oorlogsgeneratie van het platteland die werkelijk van geen wijken wist. Oersterke kerels, kranige vrouwen. Mentaal en fysiek onverzettelijk volk. Juist dit boerenslag trad op 18 januari 1963 aan de start van een monsterlijke Elfstedentocht. Wie het niet haalde, en dat was vrijwel iedereen van de bijna tienduizend deelnemers, mocht niet verder, raakte gewond, had kapotte schaatsen, bleef steken in de sneeuwduinen en moest oppassen niet dood te vriezen. Maar wat werd er gevochten tegen de elementen! Als je de verhalen hoorde op de reünie in Hindeloopen, viel je mond open van verbazing en respect. 

Om er zomaar eentje uit te pikken: de 84-jarige Wiebe Wijnja uit Oosthem. Een boerenzoon van de Grutte Súdein in Twellegea die destijds 24 was. Hij studeerde in Delft. Wijnja haalde als wedstrijdrijder de finish. Maar pas om kwart voor elf. Veel te laat om een kruisje te krijgen want je moest binnen twee uur na glorieuze winnaar Reinier Paping finishen. Van de 568 gestarte wedstrijders lukte dat slechts 57. Mededogen had de wedstrijdleiding niet. En dat terwijl Wijnja het hele stuk van Âldtsjerk naar Leeuwarden lopend moest afleggen. 

Schaatsen was namelijk niet meer mogelijk vanwege de sneeuw: ‘Ik zakte bij elke stap tot mijn middel weg en als ik op het ijs kwam te staan gleed ik weg en ging ik helemaal kopje onder. Na het passeren van de kopgroep werd de baan niet meer geveegd. Maar over opgeven heb ik geen moment geprakkiseerd. In Café Woudstra in Âldtsjerk waar de mensen mij herkenden omdat ik daar op Nieuwjaarsdag 1963 de kortebaanwedstrijd had gewonnen, wilde men mij in de auto naar Leeuwarden brengen. Geen sprake van, zei ik.’

Vreselijke klap

De wedstrijd was een zware beproeving voor hem. Wijnja ging op de Zwette voortvarend van start en zat bij De Dille in de kopgroep: ‘Niemand kende mij. Ik was een kortebaanrijder en een outsider.’ 

Bij De Dille raakte hij door de felle schijnwerpers verblind en schoot zo de wal in. De hele meute vloog over hem heen: ‘Het was een vreselijke klap en ik kreeg enorme rugpijn. Ik kon niet meer gewoon schaatsen en heb de hele tocht met de handen op m’n knieën gereden. Ik was m’n hele balans kwijt. M’n schaats was ook nog kapot.’

Wijnja had een krantenknipsel met een foto van zijn finish in het pikkedonker meegenomen. Hij was veranderd in een ijsmummie en werd door omstanders weggedragen.

‘Ik was helemaal bevroren, kon m’n noren niet meer afkrijgen. Dat lukte bij de EHBO alleen met een föhn,’ aldus de man die later voorzitter was van het organisatiecomité Thialf en WK’s en EK’s in goede banen leidde.

‘Zijn er nog levenden?’ werd hem gevraagd toen hij arriveerde. Zo erg was het.

Zijn voorbereiding was slecht en hectisch: ‘Ik was twee dagen voor de tocht in Helmond waar mijn zwager Roel Falkena, de FNP-voorman, trouwde. Mijn Richtsje was zwanger en werd vanwege complicaties opgenomen in het ziekenhuis. Ik ging halsoverkop terug maar moest eerst m’n spullen halen in Delft. Daarna ben ik op 17 januari met de trein naar Heerenveen gereisd en moest ik in de bus bij mijn ouders langs om mijn schaatsen op te halen. Mijn zussen hebben me opgegeven voor de wedstrijd. Om tijd te winnen belde ik Hylke Speerstra voor een logeeradres. Hij sliep bij de familie Kingma in Goutum, vlak bij de start. Ik kon daar ook terecht. Dat was dus goed geregeld. Wij konden lopend naar Posthuma Spuitinrichting aan de Verlengde Schrans van waaruit we hardlopend naar de start op het Van Harinxmakanaal gingen. Ik had streepjes op mijn noren gezet om in het donker de veters op maat te strikken.’ 

Een dag na de wedstrijd is Wijnja terug naar Helmond gegaan om Richtsje te bezoeken. 

‘Alleen als voor haar wilde ik de tocht beslist uitrijden.’

Verbrand been

Een andere aanwezige matador was Henk Ottema, toen uit Tolbert. Hij werd vijfde en is de hoogst nog levende geklasseerde in de uitslag. 

Zijn aanloop naar de tocht was speciaal: ‘In de suikerfabriek waar ik toen werkte liep drie maanden voor de tocht een vat gloeiendhete melasse over, die we met heet water wegspoten. Doordat ik met mijn laars in een put stapte verbrandde ik mijn been. Al het vel lag eraf. Ik kwam dus in de ziektewet. Maar elk nadeel heb z’n voordeel. Ik kreeg tijd om in die periode wat te schaatsen.’

Net als de meesten die de finish haalden was hij nog jong, 19 nog maar. Hij ging een half uur na Paping over de finish en slechts tien minuten na de nummer drie Jeen van den Berg. De sterke, latere fysiotherapeut kwam gaandeweg de wedstrijd steeds meer naar voren.

‘Vijftig jaar na dato vertelde iemand die de nummering had genoteerd dat ik de laatste honderd kilometer sneller was dan Paping,’ aldus Ottema, die in Dokkum zeventiende lag. Op het laatste traject passeerde hij twaalf man.

Ottema deed aan de wedstrijd mee omdat hij bij de toertocht een late starttijd had en pas om negen uur mocht vertrekken. 

‘Ik zei tegen mijn maat Piet van der Hoek: er zijn negenduizend voor ons, laten we ons inschrijven voor de wedstrijd. Ik verkeerde in een goede conditie. In de Oldambtrit was ik vijfde geworden en de Leekstermeertocht had ik met tien minuten voorsprong op de rest gewonnen.’ 

Ottema werd overvallen door de hongerklop: ‘In elk dorp wilde ik als eerste zijn om aan eten te komen. Ik graaide onderweg naar alles wat eetbaar was.’

Toen hij zich ’s avonds in De Groene Weide meldde voor de prijsuitreiking, hielden suppoosten hem tegen. Ze geloofden niet dat zo’n jonge en fitte kerel was gefinisht!’

Bij terugkeer naar zijn gastgezin vroeg de buurman: wat voor ontbijt heb jij gehad? Brinta, antwoordde Ottema. Wel, de buurman kende de directeur van de fabriek in Foxhol waar ze dat maakten. Ottema werd met Paping het gezicht van de campagne. Hij kreeg er een paar schaatsen voor…

‘Paping zal er wel een paar stuivers voor hebben gebeurd,’ lachte Ottema. 

Nog altijd is de in Eerbeek woonachtige Ottema superfit.

‘Net als al mijn vrienden. Wij tennissen drie keer per week.’

Het zijn stuk voor stuk helden. Niemand wilde dit sportevent van de eeuw missen. Op Vlieland verbleef ene Van Vliet uit Workum. Met de boot terug kon niet want de Waddenzee was bevroren. In een vliegtuigje liet hij zich naar het vasteland brengen om mee te kunnen doen.

69 toertochtkruisjes

Van de 9294 gestarte toertochtdeelnemers behaalden slechts 69 het kruisje. Veehouder Siebe Arendz (toen 22) uit De Veenhoop behoorde tot deze historisch selecte groep. Arendz was met Anne Kompaan (in de wedstrijd drie minuten te laat binnen!) een van de twee deelnemers uit Smallingerland. Hij was net op tijd in Franeker (half vier) ondanks een scheur in zijn ijzer. Een kwartier later werd iedereen van het ijs gehaald omdat doorschaatsen door de wedstrijdleiding te gevaarlijk werd gevonden.

Je moest 18 zijn om mee te doen maar over leeftijd werd soms gelogen. Het Elfstedenkruis was de heilige graal. 

‘Van het groepje van acht man waar ik in zat waren er drie nog maar 17 jaar,’ herinnert Arendz zich. Dat waren Bennie Groen uit Steenwijk (later een goede wielrenner), Eeuwe de Vries uit het buurtschap Tichelwurk onder Stiens en wijlen Sjouke Zonderland van Spannenburg. De laatste vergat in Dokkum zijn schaatshoezen en was al drie kilometer buiten de stad toen hij terugreed om ze te halen! Hij werd door toeschouwers voor gek verklaard. Zes kilometers extra gereden! Je moet wel over een onvoorstelbaar plichtsbesef beschikken om je deze moeite te getroosten. 

Hoezeer deze pooltocht nog voortleeft merkt ook Arendz: ‘Ik heb laatst nog op de vergadering van de plaatselijke ijsclub verteld over mijn ervaringen.’ Iedereen die ’63 heeft volbracht werd als een held in eigen dorp of stad ontvangen.

Arendz’ neef Henk Arendz uit Goëngahuizen was een van de helden van ’63. Hij werd zesde. In 1980 is hij door kanker op 41-jarige leeftijd overleden.

‘Dat was op 4 maart, twee dagen nadat Hilbert van der Duim in Heerenveen wereldkampioen is geworden. Dat heeft hij op zijn sterfbed nog meegekregen en het deed hem goed,’ aldus Arendz, die de familie Van der Duim redelijk goed kende. Durk van der Duim was een van de winnende vijf in 1940, een tocht die nog meer uitvallers kende dan in ’63.

‘Het waren Elfstedenrijders en Hilberts vader Atze was een goede schaatser. Ze waren zomers op de camping op De Veenhoop.’

Arendz heeft de laatste drie Elfstedentochten ook gereden. In ’63 deed hij er 15 uur over, in 1985 11 uur, in 1986 10 uur en in 1997, toen hij als 57-jarige opa werd genoemd, 12 uur.

George Schweigmann uit Leeuwarden, zelf de laatste toertochtrijder op de Grote Wielen en de man van acht kruisjes, hield een enquête onder de volbrengers. Daarin staat Arendz zonder pasfoto, want die had hij niet. Het waren andere tijden, van onverzettelijke oerkerels uit boerenfamilies in geïsoleerd gelegen waterlanderijen die zijn opgegroeid in het gevecht tegen de elementen.  

Minister Wiersma op Friese toer

JOURE – Minister Dennis Wiersma van primair en voortgezet onderwijs, een bakkerszoon afkomstig uit Franeker, promoot het Fries. Hij bracht in dat kader een bezoek aan de Westermarskoalle in Joure. Daar volgde hij een aantal Friese lessen. Daarnaast ging hij in gesprek met leerkrachten en de directeur over hoe zij de Friese taal in de praktijk een plek geven in het onderwijs.

De provincie werkt de komende jaren met het project Taalplan Frysk 2030 aan het versterken van de Friese taal in alle onderwijssectoren. De Westermarskoalle is een basisschool en heeft zo'n 270 leerlingen waarvan 25 procent Friestalig is. Dat percentage wil men verhogen. Zo deed het team van de school dit schooljaar mee met de cursus Klasse Frysk. Daarnaast werkt de school aan taalbeleid en heeft de school met de provinciale subsidieregeling het aanbod Friese kinderboeken uitgebreid 

Minister Wiersma gaf eerder bij de begrotingsbehandeling van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan dat hij de Friese taal voor leerlingen essentieel vindt. 

De minister zei: ‘Dat je de Friese taal goed leert, draagt bij aan je basisvaardigheden. Daarom is er extra geld voor zodat scholen in Fryslân met het Fries aan de slag kunnen. De Westermarskoalle in Joure liet me zien hoe ze lesgeven in het Fries en hoe belangrijk Friese kinderboeken daarbij zijn. Bijvoorbeeld met een les over dino’s, geschiedenisles over Joure en toneelspelen.’

De Zilveren Bal apotheose van het schaatsseizoen

LEEUWARDEN – De apotheose van het schaatsseizoen is de strijd om De Zilveren Bal in de Leeuwarder Elfstedenhal (woensdag 8 maart), het enige 100 meter schaatstoernooi ter wereld. Dit prachtige sprintevent is bedacht door oud-sprinter Jan Ykema (winnaar van olympisch zilver op de 500 meter in 1988 in Calgary). Inmiddels wordt de toernooidirecteur ondersteund door een grote, professionele organisatie waarvan ook Lammert de Graaf, oud-directeur van Jorritsma Bouw, deel uitmaakt. Lammert houdt zich bezig met de commercie.

De Zilveren Bal herstelt een oude schaatstraditie in ere.

Jan: ‘Al tweehonderd jaar geleden stonden de stadswallen in de Prinsentuin bomvol mensen bij schaatsrijderijen. De wedstrijd voor de vrouwen ging om een zilveren bal, en zo heette het festijn dan ook. Ik vond dat we bij gebrek aan natuursijswinters weer zo’n prachtige strijd moesten organiseren. Dat verdient Leeuwarden, dat verdient de schaatssport en dat verdienen de schaatsers aan het eind van hun seizoen.’

Kortebaan

Vroeger was de kortebaan (140 en 160 meter) waar de hele schaatssport om draaide. IJsclubs en herbergen hadden grif geld over voor een vet gevulde prijzenpot om de toppers uit alle windstreken te trekken. Als de winter lang genoeg duurde kon je in je leven een boerderij bij elkaar schaatsen. Helaas is door de overdekte ijsbanen de kortebaan naar de achtergrond gedrukt. Thialf had nog lange tijd een ‘poot’ aan de baan om 160 meter te kunnen sprinten, maar die sneefde bij de laatste verbouwing. In de Elfstedenhal wordt dan ook over 100 meter geschaatst, met drie man tegelijk.

In wezen hoort de sprint net als in de atletiek het koningsnummer te zijn. Het is spectaculair wanneer een spierbundel in het startschot valt. IJsbrokken vliegen je om de oren. Sprinten is het mooiste schaatsonderdeel, maar ondergewaardeerd.

In de jongensjaren van Jan was de kortebaan nog een volwassen sport: ‘Ik weet nog dat ik als 14-, 15-jarige tegen mannen als Piet de Boer, Matthijs Kuiper en Henk Hospes heb gereden. Dat waren clashes hoor. Om het sprinten een impuls te geven houden we dag tevoren clinics en een juniorenrace. We willen met dit evenement de sprint in ons land nieuw leven inblazen.’

KNSB

Helaas is de KNSB de enige partij die tijdens De Zilveren Bal niet thuis geeft.

Jan: ‘De bond had dit evenement moeten koesteren. Iedereen neemt dit serieus behalve de KNSB, coach Jac Orie en de Jumbo-ploeg. De hele schaatskalender staat bol van onoverzichtelijke wedstrijden en dan laat je de seizoenafsluiting links liggen. Onbegrijpelijk, maar zonder bond redden wij ons ook wel. En we hebben goede partners, zoals de Sven Kramer Academy. Met de scholen die de organisatie als opleidingsstage zien, werken we eveneens goed samen.’

Dat er meer aandacht aan het pure sprinten mag worden gegeven staaft Jan met de constatering dat een man als Dai dai Ntab, winnaar in 2017, minder snel is dan voorheen: ‘Aan de rondjes ligt het niet bij de Nederlanders maar Dai dai is van 9,6 naar 9,9 op de eerste honderd meter gegaan en dat verlies maak je niet goed.’

Hij hoopt dat de 100 meter een officieel nummer wordt in de schaatssport en er een WK van wordt gehouden, maar er zal nog veel water door de Rijn moeten stromen wil het zo ver komen.

De Zilveren Bal is overigens meer dan sport.

Lammert: ‘Het is een show en een relatie-event bij uitstek. We maken er wat moois van en toeschouwers en sponsors genieten van de entourage met lichteffecten, entertainment, luxe catering en livemuziek. Om het VIP-paviljoen op het middenterrein zo optimaal mogelijk neer te kunnen zeten verhuren we die ook, onder andere voor het slot van het marathonschaatsen, en hebben we ons programma uitgebreid. Nu is het zaak nog meer sterke bedrijven aan ons te binden.’

Kuiper 40 jaar prominent op Boot Düsseldorf

DÜSSELDORF – Al veertig jaar komt Kuiper Verzekeringen op de watersportbeurs Boot Düsseldorf. Het bedrijf wordt door de organisatie zó gewaardeerd, dat het een prominente plek heeft in Hal 1, als enige die geen jacht daar tentoonstelt! 

‘Deze plek wordt ons al jaren gegund. Dat stellen wij natuurlijk enorm op prijs,’ zegt directeur Jacco Kuiper van ’s lands grootste en beste pleziervaartuigenverzekeraar.

Met Boot-directeur Pedros Michelidakis kan hij het goed vinden: ‘Hij is een belangrijk contact voor mij. Vergis je niet, Pedros is een heel grote meneer in Düsseldorf en omgeving. Boot zorgt ervoor dat restaurants en hotels in de hele stad volgeboekt zijn. De Messe is van de gemeente en dus van groot economisch belang voor Düsseldorf.’

Op Boot kan Kuiper zich heel goed presenteren. De beurs is ruim opgezet. Er wordt nergens op beknibbeld en de uitstraling en aankleding zijn perfect. Er zijn 15.000 standhouders, 200.000 bezoekers waarvan 40.000 Nederlanders. En een groot deel daarvan is Fries.

‘Je krijgt hier bezoekers uit alle landen, dat telt ook mee. Wij hebben klanten uit meerdere landen,’ aldus Jacco. 

In het begin werd dagelijks bij de opening het Fries volkslied op de stand van Kuiper gespeeld. Vader Jaap, in 2021 overleden, vond dat een mooi begin van de dag. Hij was altijd in een blazer gestoken, hechtte aan representatie, ook voor zijn medewerkers.

‘Heit is voor mijn gevoel nog altijd aanwezig op het bedrijf. Zijn kantoor ziet er nog uit alsof hij het net heeft verlaten. Ook zijn koffer staat er nog.’

Het beursconcept van Kuiper is beproefd. Gasten worden aan een lange tafel ontvangen. Het mag aan niks mankeren want Jacco is een perfectionist. Zijn bedrijf is een van de weinig overgebleven zelfstandige gevolmachtigde kantoren in het Noorden. 

Jacco heeft de beurs in de loop der jaren zien vernieuwen: ‘Neem onze overbuurvrouw Wies Hokwerda van de werf Boarnstream in Jirnsum. Vroeger kamen ze met vijf, zes boten, nu ligt er één jacht van twee miljoen.  Er is meer focus en alle voorzieningen zijn er om een schip optimaal te showen.’

Drie weken nemen voorbereiding, beurs en afbouwen in beslag. Dat kost een paar centen. Kuiper telt zo’n 30.000 euro neer voor de stand.

Staatssecretaris Vivianne Heijnen omringd door Friese daadkracht

DRACHTEN – Op uitnodiging van gedeputeerde Friso Douwstra reisde staatssecretaris Vivianne Heijen af naar Drachten. Zij keerde huiswaarts met een lijst van 30 circulaire uitdagingen. Deze lijst bevat uitdagingen die een groep leden van de Vereniging Circulair Friesland (VCF) ondernemingen, onderwijsinstellingen en overheden dagelijks tegenkomen in hun ontwikkeling naar circulariteit.

Tijdens het bezoek werd gesproken over wat Den Haag en de Friese regio voor elkaar kunnen betekenen in de transitie naar een circulaire economie. Het gezelschap werd ontvangen door Douwstra en gastheer Alex Bonnema, directeur van Caparis en tevens bestuurslid van Circulair Friesland. Caparis is lid van Circulair Friesland en een talent- en werkbedrijf in Friesland. 

Douwstra is trots op de Friese samenwerking en hoe Fryslân de voorbeeldrol vervult voor de rest van Nederland. Onlangs schitterden de provincie op het podium van de Fryslân Dei in Brussel tijdens de European Week of Regions. 

Vereniging Circulair Friesland, vertegenwoordigd door directeur Evert Jan van Nijen leidde het Friese speelveld in. Hij gaf aan dat 80% van de uitvoering van de circulaire transitie in de regio thuishoort maar dat de noodzakelijke opschaling pas echt gaat lukken als landelijke en Europese regelgeving wordt aangepast. 

Hierna presenteerden VCF-leden Caparis door Bonnema, Bouwgroep Dijkstra Draisma door Coen Verboom, GreenInclusive door Marthijs Roorda, Hydraloop door Frank Verschoor, Europrovyl door Jan Slagman, Nedcam door Jan Volker, Firda door Jaap van Bruggen en gemeente Leeuwarden door Fokko de Vegt hun beleidsvoorstellen aan de staatssecretaris. 

Eén van de beleidsvoorstellen komt van Dijkstra Draisma en luidt: Biobased materialen eerlijk behandelen in de MPG door CO2-reductie op waarde te zetten in de beoordelingsmethodiek en in euro’s.

Lemster hart klopt met plan Lemsterkade

LEMMER – Ooit was het gebied Lemsterkade/de Polle een sieraad van Lemmer. Het ligt aan de oude zeedijk die het dorp moest beschermen tegen de baren van de Zuiderzee. De oude houtzagerij ‘De Houtmolen’, aanvankelijk een windmolen en later een stoomzagerij, in het verleden de grootste werkgever van Lemmer, domineerde de nijverheid aan weerszijden van de Rien, waar verder tuigerijen, mastenmakerijen, scheepswerven en vissersbedrijven waren gevestigd. 

Echter, het gebied raakte in verval. Het werd de schandvlek van Lemmer. Veel plannen gedurende een reeks van jaren sneefden. Zwanenburg Projecten kwam in samenwerking met gemeente De Fryske Marren, Adema Architecten, Aannemingsbedrijf Kuin en Makelaardij Hoekstra tot een prachtige, totale gebiedsoplossing met 127 woningen. Zwanenburg heeft zijn reputatie van dé ontwikkelaar van mooie plekken hoog te houden en zette in Lemmer hoog in. 

‘En daar gaan we altijd voor de volle honderd procent voor,’ zegt projectleider Titia Haagsma.

Zichtlocatie

Want het stoorde de Lemsters dat het gebied op een prachtige zichtlocatie aan de entree van Lemmer en ook nog eens aan het water gelegen, zo lang lag te verpauperen. Lemmer onwaardig. Immers, deze hoofdpoort van Friesland aan het IJsselmeer verdiende beter. Gelukkig en tot opluchting van Lemmer komt er een volwaardige en hoogwaardige invulling.

‘Het is een prachtig plan met water, groen en mooie, comfortabele woningen,’ aldus Titia. Ze werkt met heel veel plezier aan dit plan: ‘Mijn beide beppe’s waren Lemsters! Dat maakt het voor mij speciaal. Ik heb wat met deze havenplaats.’

Zwanenburg Projecten verwierf de terreinen en opstallen in fasen en ontwikkelt het dito. Inmiddels zijn enkele woningen plus loodsen gesloopt en wordt de grond gesaneerd. 

Historie

Zwanenburg is een projectontwikkelaar die oog heeft voor historie, omgeving en inpassing. 

Titia: ‘Wij zijn oplossingsgericht, creatief en hanteren nooit de botte bijl. Voor deze plek heb je het juiste gevoel nodig. Wij hebben gekeken naar de vroegere visserij, naar het industrieel erfgoed, naar het oudst nog werkende grootste stoomgemaal ter wereld – het monumentale Woudagemaal bij Tacozijl, een UNESCO Werelderfgoed –, alsook naar de oude ambachten die hier werden uitgeoefend. Die sfeer stralen de nieuwe appartementengebouwen uit. De pakhuisachtige schoorsteengevels getuigen daarvan en als bouwmaterialen worden hout en baksteen gebruikt.’  

De locatie is top. Op een loopafstand van enkele minuten ben je in het gezellige centrum met vele terrassen, bij de haven en even verderop bij het Lemster strand dat populair is bij badgasten. Aan de andere kant: binnen twintig seconden ben je op de snelweg. Amsterdam is slechts een uur rijden.

‘Lemsterkade met haar roemrijke geschiedenis is een historische plek met toekomst. Zo hebben we dit plan aangepakt en geprofileerd,’ vertelt Titia 

Eerste en tweede fase

De eerste fase behelst de bouw van 28 appartementen waarvan 4 penthouses. De bouw van de 4 woongebouwen lijkt zoals het nu staat in de nazomer te starten. Kopers kunnen een eigen smaak aan de woning geven (voorzieningen, sanitair, keuken, raamdecoraties etc.). Een lift maakt bewoning voor alle leeftijdsgroepen heel geschikt. De tweede fase telt nog eens 79 appartementen en 20 woningen. Die worden op een nader moment op de markt gebracht.

In het plan wordt veel water en een haventje gecreëerd dat via de sluis in verbinding staat met de Rien. Ligplaatsen voor boten vormen een prachtige meerwaarde van de woningen. Je hebt als bewoner het gevoel dat je niet bij maar op het water woont, laat Titia weten.

Het plan Lemsterkade is een visitekaartje an sich, meer dan 1.000 aanmelding van geïnteresseerden kwamen binnen na het lanceren van de website. 

Titia: ‘Het is mooi te ervaren hoe enthousiast iedereen is en hoe de Lemsters meeleven. Lemmer bruist!’

Zwanenburg Projecten realiseert mooie plekken. Langweer krijgt nieuwe impuls met Wetterstate

LANGWEER – Langweer, vroeger in de jaren ‘60, ‘70 en ‘80 het mooiste en meest aantrekkelijke, bruisende watersportdorp van Nederland, werd in het hart geraakt. De locatie waar voorheen de oude zuivelfabriek stond, aan de oude haven van het dorp, was jarenlang onooglijk. De fabriek stond te verpauperen en eenmaal gesloopt, bood het braakliggend terrein een trieste aanblik. Wie Langweer binnenvoer werd niet vrolijk. Deze entree was allerminst uitnodigend. Voor de horeca was dit geen visitekaartje en betekende dit een zekere teloorgang. Langweer had dus dringend een nieuwe impuls nodig.

Rotte appel

Maar eindelijk wordt Langweer verlost van deze rotte appel waar de dorpsgemeenschap zich zo aan ergerde. Op de locatie aan de Kade, vlakbij het karakteristieke Kippenbruggetje, realiseert Zwanenburg Projecten het kloeke gebouw Wetterstatevan 17 appartementen met een schitterend uitzicht op de havenmonding, het dorp, de Langweerder Wielen en de landerijen. De appartementen zijn inmiddels allemaal verkocht. Op de begane grond komt een horeca-etablissement met een groot terras. Deze zaak is het gehele jaar geopend. Voortaan zal het hart van Langweer weer kloppen.  

De Wielen

Toen de fabriek sloot in de jaren vijftig huisvestte recreatiepionier Cornelis Boertjens er hotel-restaurant-discotheek De Wielen en in de voormalige naastgelegen directeurswoning zeilschool De Alve Marren. Deze zaak verwierf naam en faam. In de loop van de vorige eeuw raakte de zaak in verval tot de sluiting in 2015.

Meerdere ontwikkelaars beten vervolgens hun tanden erop stuk. Of hun plannen vonden geen goedkeuring, of ze stuitten op bezwaren, of ze waren financieel niet haalbaar, of de tijd duurde te lang waardoor het project gedateerd raakte.

Samenwerking

In 2020 kreeg Zwanenburg deze locatie in eigendom. In samenwerking met gemeente De Fryske Marren en de dorpsbevolking, vertegenwoordigd door Plaatselijk Belang, bouwde de Heerenveense ontwikkelaar voortvarend aan de plannen. Ditmaal geen ‘fancy’ ontwerp maar onder zorgvuldige architectuur van Studio DWP uit Grootebroek een fraai, stijlvol, tijdloos en robuust gebouw dat recht doet aan het oorspronkelijk front van de zuivelfabriek. Deze waterentree van Langweer verdient namelijk een bouwwerk met allure.

Instemmend

Uiteindelijk is er algeheel instemmend gereageerd op het ontwerp, laat projectleider Titia Haagsma weten.

Zij kent de plek uit haar jeugd. Want ja, in Langweer ging je uit en dus kwam je ook terecht in bar ’t Keldertje die er vroeger was: 

‘Maar ook mijn Beppe Veen kwam in Langweer. Zij kampeerde er, vertelde ze mij. Ik zag een oude ansichtkaart van De Wielen die zij nog had. Deze hebben we vorig jaar - in een nieuw jasje -  ook naar het dorp verstuurd.’

Serieus werk

Zwanenburg maakt serieus werk van elke ontwikkeling. Er worden studies gemaakt van cultuurhistorie, (vorige) gebouwen, locatie, omgeving en natuurlijk marktpotentie.

‘Je kunt het allemaal nog zo goed en mooi willen doen maar er moet uiteindelijk ook rendement worden gemaakt,’ aldus Titia.

Aan de hand van tekeningen en artist impressions werden de plannen in Langweer gepresenteerd en met diverse partijen doorgesproken. 

Titia: ‘Wij kijken daarbij nog verder dan lokaal. Onze projecten moeten provinciaal draagvlak hebben omdat het vaak gaat om cruciale locaties. Wij luisteren graag naar meningen van mensen die zich betrokken voelen.’

Meerwaarde

Op deze wijze komt men in constructieve gezamenlijkheid tot een goed plan dat past binnen de omgeving en bij de mensen die er wonen. Meerwaarde wordt gecreëerd door toevoegingen. Zo wordt in Langweer de kade naast het gebouw vernieuwd. Passanten kunnen daar hun sloep afmeren voor een bezoek aan het restaurant. Deze werkzaamheden gebeuren tegelijkertijd met de aanleg van een haventje met zes bewonersligplaatsen achter de appartementen. Daar zijn tevens de parkeerplaatsen en bergingen gesitueerd. De bewonersentree met trappenhuis en lift is in verband met de privacy niet aan de voorzijde van het gebouw maar aan de achterzijde. Althans, als je qua kwaliteit van het gevelbeeld nog mag spreken van een voor- of achterkant.

Uiteraard hanteert Aannemingsbedrijf Kuin qua duurzaamheid, comfort en klimaat- en energiedoelstellingen de hoogste standaards (zonnepanelen, warmtepompen en vloerverwarming). Het gebouw wordt onderhoudsarm. 

Perspectiefvolle toekomst

Langweer gaat met Wetterstate een perspectiefvolle toekomst in. Er wordt een impuls gegeven aan meer bezoek, recreatief vertier en uitgaansleven waardoor het voorzieningenniveau verhoogd kan worden. Wetterstate vormt tevens vanuit de haven en het Doniapark een mooie entree naar de prachtige Buorren met de eeuwenoude lindebomen. 

Jeugdvrienden Daan Zethoven en Kris Hornstra als zakenduo samen verder

OLDEBERKOOP – De planontwikkelaars Daan Zethoven en Kris Hornstra zijn jeugdvrienden. Maar nu zijn ze meer, namelijk ook een team, collega’s en versterken ze elkaar.

‘Wij waren altijd al aan het sparren, we hebben in grote lijnen dezelfde visie, we hebben dezelfde manier van werken, we zitten in dezelfde netwerken. Dus ja, samen verdergaan lag voor de hand,’ zo verklaart Daan Zethoven de ontwikkelingen binnen het nieuwe Zethoven Hornstra Bouwplan Ontwikkeling in Heerenveen. De vastgoedactiviteiten van Daan staan daar los van.

Het gesprek vindt plaats op het terras van Daans magnifieke onderkomen in Oldeberkoop. Hij kocht het huis waar hij opgroeide, waar zijn vader huisarts was. De afgelopen drie jaar is het verbouwd, gerenoveerd, uitgebreid en opgewaardeerd met de nieuwste staaltjes domotica. Met luttele drukken op de knop wordt alles ingeregeld, afgesloten, verlicht, verwarmd, geventileerd, geblindeerd enzovoorts. Het perceel in het midden van het dorp is groot, er is alle ruimte voor de paardenhobby van Daans vrouw Martsje, een struise boerendochter, en ook op dat vlak is alles high-end. Er is een landgoed gecreëerd. Daan is handig, doet veel dingen zelf, mag graag op een trekker rijden, met de voorlader een bultje grond verplaatsen, beetje pielen, met gereedschap in de weer, dat soort dingen.

Daan schatert: ‘Geld maakt niet gelukkig, zei Herman Finkers, daarom heb ik een Ferrari, een jacht en een villa in Zuid-Frankrijk zei hij erachteraan, haha!’

Hij bedoelt maar: wonen in een huis naar je zin voelt rijk.

Nog een goede tip van hem voor een rijk leven: niet zeuren en ook over je levenspartner. Bij Martsje staan de paarden toch op nummer één, lacht Daan aan de vooravond van een trip naar Noorwegen waar hij met een maat op de Noordkaap het Noorderlicht wil aanschouwen.

Zakenkoppel

Kris hoort het glimlachend aan. Genieten van hobby’s, leuke avonturen en mooie eigendommen doet ook hij. Kris is komen aanrijden in een klassieke Volvo 1800S uit de jaren 60. Een plaatje van een auto. 

Hij werd geschoold aan Rijksuniversiteit Groningen in technische planologie/stedelijke planning. Al lange tijd doen hij en Daan dingen samen, maar nu eindelijk zijn ze echt een zakenkoppel. Een tussenlaag in hun organisatie willen ze niet. 

Kris: ‘Wij zijn geen types die de hele dag willen managen. Wij willen ook vooral doen. Dat spreekt onze partners in de branche aan. We komen gauw in actie en pakken zelf de verantwoordelijkheid.’

Hoewel dus behoorlijk op één lijn, zijn de twee in één opzicht complementair aan elkaar.

Daan: ‘Kris kijkt niet te ver vooruit, ik kijk misschien wel té ver naar voren. Dat geeft een goed evenwicht en is een kracht in onze samenwerking.’

Iets moois nalaten

Een rasechte ontwikkelaar wil iets moois nalaten, het gaat dan om kwaliteit en duurzaamheid. Je ziet het terug in alle projecten die Zethoven & Hornstra heeft gedaan.

‘Zo is het echt,’ meent Daan, ‘ik wil trots kunnen zijn op wat we tot stand hebben gebracht, projecten die de tand des tijds doorstaan en functioneel zijn, waar gebruikers en bewoners van genieten. Dat is de kunst van ons vak. Ik besef dat niet iedereen dat beeld heeft van onze sector maar bij ons draait het niet per definitie om prestigieus of om groot.’

Het is ze een doorn in het oog dat woningnieuwbouw tegenwoordig een markt is geworden van hollen en stilstaan. Jarenlang hebben mooie plannen geen kans gekregen omdat uitbreiding van de woningvoorraad ernstig wordt beperkt. 

Daan: ‘Nu is er ineens vraag naar een miljoen woningen. Bouwen, bouwen, bouwen roept de politiek en er ontstaan plannen die mij de wenkbrauwen doen fronsen. De vraag kan als sneeuw voor de zon verdwenen zijn als de rente stijgt, de energiekosten toenemen en huizenprijzen worden gecorrigeerd. In het Noorden zou een veel consistenter beleid gevoerd kunnen worden als het gaat om nieuwbouwwoningen. Slimmer en verdeelder bouwen, door levensloopbestendige woningen, compacte tussenwoningen en twee-onder-één-kappers in niet alleen de steden maar juist ook gelijkmatig door de tijd in de kleinere dorpskernen te realiseren waar mensen graag willen wonen. Je ziet nu al dat woningbeleggers meer en meer buiten de stad willen.’

Kris: ‘Plezierig wonen in het groen is een groot goed in het leven. Steeds meer westerlingen weten bijvoorbeeld de weg naar het Noorden te vinden.’

Gifbeker

Hoe de toekomst voor de nieuwbouw eruitziet blijft gissen. Met het oog op de stijgende energiekosten zal nieuwbouw een interessant alternatief zijn omdat mensen met een eigen huis hun woonplannen kunnen vormgeven. Maar ze moeten wel hun eigen woning voor een billijke prijs kunnen verkopen. Tot dusver ging dat mede vanwege de lage rente goed.

‘Maar langzamerhand begint de markt een beetje op een gifbeker te lijken,’ aldus Kris. ‘Rente omhoog, ongecontroleerde energieprijzen, de stikstofcrisis, de aankomende omgevingswet, stagnatie in de woningmarkt. Bovendien worden veel zaken onnodig ingewikkeld gemaakt zoals het arrest van Didam waarmee gemeenten bij de verkoop van gronden forse beperkingen zijn opgelegd. Er liggen grote uitdagingen voor overheid en bedrijfsleven.’ 

Daan, eigenaar van Gasterij Hof van Oldeberkoop, ziet de toenemende complexiteit van de maatschappij hoofdschuddend aan: ‘Tijdens Open Stal, hét zomerevenement van Oldeberkoop, kon de horeca niet eens open omdat de benodigde vergunning niet tijdig aan de exploitant kon worden verleend. Daar word je moedeloos van.’  

De grootste Friese ondernemingen

LEEUWARDEN – In de Top 500 Nederlandse bedrijven (naar omzet) staan 18 ondernemingen met een Friese link, achtergrond of historie; in onze provincie opgericht en/of gevestigd, een belangrijke voorloper in Friesland kent of een wezenlijk bedrijfsonderdeel hier heeft. Tussen haakjes omzet in miljoenen euro’s, winst en werknemers.

3 – Aegon (53.423 – 1.979 – 22.271).

Aegon (AGO, Avéro, Achmea), recent ingelijfd door concullega ASR, vindt zijn oorsprong in Achlum waar op initiatief van Ulbe Piers Draisma in 1811 een groep boeren een verzekeringscoöperatie stichtte. Het 200-jarig bestaan werd gevierd in aanwezigheid van oud-president van Amerika Bill Clinton).

17 – FrieslandCampina (11.501 – 909 – 22.038).

FrieslandCampina heeft als stambedrijf de topcoöperatie CCF in Leeuwarden (Coöperatieve Condens Friesland) van 1913. Belangrijke vestigingen staan in Leeuwarden, Workum, Dronrijp en Wolvega.

28 – JDE Peet’s Douwe Egberts (7.001 – 982 – 19.566)

Douwe Egberts (koffie, thee, rookwaren) is in 1753 in Joure begonnen door de in Idskenhuizen geboren Egbert Douwes (1723-1802) en zijn vrouw Akke Thijsses. Daar en in Utrecht staan de twee fabrieken van het inmiddels Duitse moederconcern.

65 – Oranjewoud (2.300 – 0 – 8.000).

Het Friese ingenieursbureau, in 1951 opgericht door de broers Jan en Freek Bosma, werd in 2005 gekocht door Gerard Sanderink die begin 2021 al was teruggetreden en recent op last van de rechter bij zijn eigen bedrijf moest vertrekken. Hij voegde Strukton (infra) en Antea toe aan zijn concern. 

69 – Royal A-ware (2.205 – 69 – 3.459).

Kaasmakerij van Jan Anker die in Heerenveen een gloednieuwe zuivelfabriek neerzette.

99 – Accell (1.377 – 91 – 3.495).

De fietsenfabrikant heeft in Heerenveen nog steeds de belangrijkste vestiging op de plek waar ooit Batavus van de familie Gaastra begon.

109 – Van Wijnen (1.204 – 30 – 1.971).

Het bouwbedrijf is grootgemaakt door de gebroeders Klaas en Freerk de Leeuw die het aannemersbedrijfje van hun vader Evert in Tynje uitbouwden tot de best renderende onderneming in hun branche. Ze namen in de jaren 80 Jellema in Franeker over en als De Leeuw Jellema was het een belangrijke tak binnen Van Wijnen aan wie Klaas de Leeuw het bedrijf had verkocht en later dit landelijk concern in zijn geheel terugkocht. Twee jaar geleden deed hij samen met medeaandeelhouder Rabobank zijn laatste aandelen over aan HAL Investments (Holland Amerika Lijn) van de steenrijke familie Van der Vorm, na Brenninkmeijer (C&A) de rijkste dynastie van Nederland met een vermogen van € 9 miljard. Van Wijnen heeft een belangrijke vestiging in Gorredijk (hoofdzetel van Van Wijnen Noord), jarenlang de grootste winstmaker van het bedrijf.   

155 – Lamb-Weston/Meijer (800 – 0 – 1.500).

Dit aardappelverwerkingsbedrijf (Breda) dat in 1920 is opgericht door de Zeeuwse familie Meijer en al decennia Amerikaans is, is sterk geworteld in de Friese klei. In Oosterbierum heeft het sedert 1983 een belangrijke patatfabriek waarvoor de Friese kleiaardappel het grondstofproduct is.

203 – Wagenborg (533 – -21 – 2.509).

Groninger rederij/scheepsbouwer/kraanbedrijf van Rob Wagenborg en diens zwager Egbert Vuursteen, beide zeer vermogend, heeft in Lauwersoog, Holwerd en op Ameland vestigingen van waaruit de veerdiensttak wordt geleid, door directeur Ger van Langen.

240 – Poiesz Supermarkten (425 – 14 – 2.325).

Bijna 100 jaar geleden (op 19 april 1923) begonnen Lodewijk Poiesz en zijn vrouw Wietske aan de Havenstraat in Sneek een groentewinkeltje, dat uitgroeide tot een van de grootste nog zelfstandige supermarktketen in ons land. Het concern staat onder leiding van Piet Smit, zoon van de aangetrouwde 3e-generatie Anton Smit die in 1986 directeur werd en die nu het vastgoed beheert. Piets zus Jellien Posthuma-Smit zit ook in de directie. Poiesz heeft 70 winkels in het noorden en het oosten van het land.

254 – Vitens (396 – 4 – 177).

Waterleidingbedrijf dat het provinciale Friese waterleidingbedrijf (later Nuon Water) als belangrijke voorloper heeft. In Noordbergum en Spannenburg zijn twee waterwingebieden.

270 – HZPC (364 – 3 – 373).

Deze aardappelhandel, gevestigd in Joure, is een fusiebedrijf tussen de aardappelcoöperatie ZPC in Metslawier en Hettema in Emmeloord.

275 – Faber (360 – 14 – 511).

Van oorsprong Fries familiebedrijf (Halbertsma in Grouw, sinds 1891), later gefuseerd met Faber in Assen, dat na de oorlog met de komst van de vorkheftruck pallets ging maken. Er zijn geen vestigingen meer in Friesland. Het oude complex in Grouw ligt braak en wacht op ontwikkeling. 

386 – Smeding (227 – 2 – 584).

In Sint Annaparochie gewortelde groente- en fruitonderneming, de grootste leverancier in Nederland in deze markt, die in 1934 door Rients Smeding werd opgericht, naar Wommels werd verhuisd en is voortgezet door zijn kinderen van wie Oepke een eigen weg insloeg. Samen met zijn vrouw Liesje kocht hij een zaak in Harlingen. Oepke’s zonen Rieny en Sybo traden in zijn voetsporen. Zij zijn inmiddels uit het bedrijf, dat nu door de jongste, Sjaak, wordt gerund. In 2001 nam Sligro, dat eerder horecagroothandel Van der Velde in Bakkeveen overnam, een aandeel in Smeding dat daardoor een sterke basis verkreeg en kon doorgroeien.

416 – Suit Supply (205 – 4 – 416).

Internationale pakkenketen opgericht door Fokke de Jong uit Damwoude. Hij liet in Amsterdam een nieuw kantoor bouwen dat is ontworpen door de jonge Deense sterarchitect Bjarke Ingels.

430 – Bouwgroep Dijkstra Draisma (195 – 35 – 245). 

Sterk renderend bouwbedrijf (Dokkum, Bolsward) dat door enig aandeelhouder Biense Dijkstra wordt geleid. Broer Jan trok zich enkele jaren geleden terug.

450 – Friso Bouwgroep (174 – 19 – 419).

Een van de grote vier onder de Friese bouwbedrijven, de vierde is Jorritsma in Bolsward (Hans Jorritsmaverkocht dit jaar een groot pakket aandelen en trad uit de directie). Het Sneker bedrijf, dat in alle disciplines uitblinkt, staat onder leiding van eigenaar/directeur Henk Dedden.

452 – CRV (174 – 1 – 1.334)

Stiersperma-organisatie voortgekomen uit de coöperatieve Friese KI-verenigingen (kunstmatige inseminatie). 

Hans van den Brug nieuw in Quote 500

DRACHTEN – Quote heeft het Fries Journaal weer goed gelezen. Nadat Biense Dijkstra twee jaar geleden zijn rentree in de Quote 500 van rijkste Nederlanders maakte op aanraden van dit blad, werd in 2020 zuiveltopman Bart van der Meer getipt. Prompt maakte hij met stip zijn opwachting in de lijst en het leverde hem een schitterend interview op in het zakenblad. Vorig jaar werd gemeld dat Hans van den Brug (60) over het hoofd was gezien. Wel, de autodealer en duurzaamheidsondernemer uit Drachten kwam binnen op een 467-ste plaats met een geschat vermogen van € 125 miljoen. Vijf miljoen meer dan de nummer laatst Max Verstappen. De ondergrens schuift namelijk steeds verder op. 

Voor de volgende editie moet Quote Rinze-Jan van der Schuit van FibreMax uit Joure in de gaten houden. Als de nieuwe fabriek van de kabelproducent in Drachten volop draait, kan hij de volgende Friese nieuwkomer zijn. De kunststofvezels van deze kabels zijn namelijk zo sterk en licht dat ze overal ter wereld in tal van toepassingen kunnen worden gebruikt. Daar komt bij dat Van der Schuit, woonachtig in Oranjewoud, de ondernemersdrive heeft plus de competitiegeest om op zo’n ranglijst te staan.

Verder bestaat de lijst van Quote uit dezelfde Friese namen. Vader en zoon Mulder uit Grouw staan het hoogst genoteerd met een onwaarschijnlijk hoog vermogen van bijna 800 miljoen euro. Ze vergaarden hun rijkdom met de ontwikkeling en verkoop van software voor ziekenhuizen. Hun bedrijf ChipSoft kreeg veel kritiek omdat er onvoldoende zorg zou zijn voor de veiligheid van patiënten. Medio september zond NPO een vernietigende documentaire vol verdachtmakingen uit. De Mulders probeerden via de rechter de uitkomst van een onderzoek door de mededingingsautoriteit ACM onder de pet te houden, maar de samenvatting werd wel openbaar gemaakt.

De Friezen in de Quote 500 zijn de volgende.

038 – Gerrit (78) en Hans Mulder (57, Grouw). € 780 miljoen.

086 – Rinse Strikwerda (77, Delfstrahuizen/Blaricum). € 550 miljoen. Eind vorige eeuw bracht hij het automatiseringsbedrijf TAS naar de beurs waarna hij investeerde in o.a. melkveehouderij en vliegvelden. Dat werd geen succes. Strikwerda zocht zijn heil weer in automatisering (TSS) en verkocht dit bedrijf in 2013 aan Canadezen maar hij behield een minderheidsbelang. Het Nederlandse Topicus werd gekocht waarna het hele bedrijf naar de beurs in Canada ging. Drie keer kassa voor De Strik.

273 – Arend Smilde (70, Oranjewoud). € 205 miljoen. Zoon van Dirk Smilde uit de vetsmeltersfamilie en grootaandeelhouder van het voedingsconcern Royal Smilde, dat bijna 2.000 producten in 60 landen verkoopt. De schuwe Arend plust lekker door, deze keer met 25 procent.

279 – Biense Dijkstra (54, Dokkum). € 200 miljoen. Hij verkocht een minderheidsbelang van zijn bouwgroep aan de Amsterdamse investeringsmaatschappij Parcom waardoor Dijkstra kon investeren in seriebouw, innovatie en duurzaamheid. Dat gebeurt in een nieuwe huizenfabriek voor droogstapelbouw. Dat levert Dijkstra voor een aannemer een enorme vermogensplus van meer dan 40 procent op. Meer dan genoeg om het tegenvallertje van € 1,7 miljoen op te hoesten aan projectontwikkelaar Wykerveste vanwege een verbroken bouwcontract inzake het Cambuurcomplex. Dijkstra Draisma is shirtsponsor van Cambuur.

326 – Harry (72) en Jennifer Westers (57, Vlieland). € 175 miljoen. Het hotelechtpaar van WestCord is still going strong, hoewel Harry het rustiger aan gaat doen en steeds meer overlaat aan zijn ambitieuze Jennifer.

333 – Fokke de Jong (49, Damwoude). € 170 miljoen. De ondernemer achter het internationale pakkenmerk Suitsupply wordt hoog ingeschat door Quote. De vraag naar pakken daalt. Vandaar dat Suitsupply zich meer gaat richten op elevated casual (jasjes, shirts, chino’s) om het bedrijf toekomstbestendig te maken. De Jong stak er € 35 miljoen in.

352 – Bart van der Meer (76, Delfstrahuizen). € 160 miljoen. Topman van zuivelconcern Ausnutria waar het Chinese Yili een belang van 34 procent in nam waardoor Van der Meer volgens Quote zo’n 40 miljoen cashte, net voor de lockdowns in China die nu voor zoveel beroering zorgen. Yili kun je in de ogen van Van der Meer vergelijken met FrieslandCampina: het heeft een groot netwerk van afnemers wat Ausnutria veel meer distributie oplevert. Ausnutria is hoofdsponsor van Heerenveen.

416 – Klaas de Leeuw (80), Oudeschoot. € 140 miljoen. De bouwer die Van Wijnen groot maakte wordt door Quote laag gewaardeerd. De Leeuw is nog wel aan het ondernemen, zij het op kleine schaal.

430 – Sjoerd (85) en Léon Dijkstra (54, Amsterdam). € 130 miljoen. Ze komen uit Witmarsum. Hun hotelketen Eden heeft onder meer het Oranjehotel in Leeuwarden in bezit. 

467 – Hans van den Brug (60, Drachten). € 125 miljoen. Hij is de 3e generatie bij autobedrijf Van den Brug (VW, Audi, Skoda, Seat, Schadenetwerk en Friesland Lease). Van den Brug onderneemt in groene energie. Hij is medeoprichter van GroenLeven dat hij verkocht aan het Duitse BayWa renewable energy. Inmiddels investeert hij in stadsmobiliteit.   

‘We hadden veel eerder naar Friesland moeten gaan’

Woning Vrijstaande nieuwbouwwoning

Bouwjaar 1998

Adres A.C. Bakkerstraat 26 Oudebildtzijl

Bewoners Jos van Noord (72) en Chong Kaewkokua (55)

OUDEBILDTZIJL – Jos van Noord is als verslaggever van De Telegraaf de wereld tig keer rond geweest om uiteindelijk in 2021 in Oudebildtzijl te belanden. Het was geen stranding, maar een doelbewuste keus. Hij en zijn vriend Chong Kaewkokua waren het Westen beu. Ze genieten van de rust en weidsheid op het Friese platteland, aan de poort van het UNESCO-werelderfgoed Waddenzee. 

Een heel ander leven dan Jos altijd gewend was. Hij was een alom gewaardeerde vaandeldrager bij De Telegraaf waar hij in 1973 zijn entree maakte: gekweekt in de talentenklas van chef Lulofs van de Haagse redactie, geschoold in het harde nieuws, actief als correspondent in Azië, zijn ervaring verrijkend als oorlogsverslaggever en zijn nieuwsgierigheid en levenslust bevredigend als reisreporter. Geld speelde namelijk toen nog geen rol bij het grootste dagblad van Nederland. Jos sloot zijn loopbaan af met het redigeren van de rubriek Wat u raakt waarin lezers konden reageren op een door hem geponeerde stelling. Dat was een interactief platform avant la lettre. En daar zit hij nu heel tevreden met hond Koekie op zijn schoot in zijn huiskamer in Oudebildtzijl. Tijdens de donkere dagen voor Kerst in zijn uppie, want Chong zit tijdens het interview in Thailand waar hij z’n 86-jarige moeder bezoekt.

Verhuisd van een appartement in Voorburg, waarvan de verkoopopbrengst meer dan voldoende was om dit huis te kopen, hebben de twee het gevoel dat ze in een ander land zijn gekomen: een (Wadden)zee aan ruimte, een royale tuin, een etage met vier kamers (‘Ik kom daar nooit want ik slaap beneden, heb er m’n grammofoonplatencollectie van Haagse bands’), en een oerdegelijke woning die gebouwd is door de dit jaar overleden Tjalle Stork. Hij werkte bij bouwbedrijf Lont. 

‘Het huis is heel goed geïsoleerd, er mankeert niks aan,’ merkt Jos aan de behaaglijkheid thuis. 

Niet alleen de omgeving is heel anders dan het Westen, in sociaal opzicht is er ook veel verschil. In no-time leerde hij de buren kennen. Een housewarming middenin coronatijd hielp daaraan mee. Iedereen was welkom.

‘Wij hadden het huis nog niet eens gekocht, of wij werden door de overburen al uitgenodigd voor een bakkie koffie. Toen we hier nog maar pas woonden leerden wij alle buren kennen. De mensen hier kijken eerst wel de kat uit de boom, maar als ze je eenmaal kennen, kun je van ze op aan,’ zegt Jos, die zich bij de Afûk heeft opgegeven voor een cursus Fries. Speciaal is natuurlijk het Bildts dat er ook wordt gesproken. De mannen kunnen hun taalvaardigheid dus goed gebruiken. Goed inburgeren vinden ze vanzelfsprekend: ‘Ik wil weten waar ik ben.’

Jos is huisman, Chong werkt als zwemleraar in De Wetterstins in Burgum. Vervelen doet Jos zich niet. Hij is geïnteresseerd in oude kaarten en Hollandse zeegezichten. Verder probeert hij z’n oude stiel van het schrijven een beetje op te pakken. Hij nam een abonnement op de Bildtse Post en schreef er een veelgelezen column in. Totdat deze lokale krant werd opgedoekt en werd overgenomen. Sindsdien vernam Jos niks meer. Hij merkt dat er enige huiver bestaat voor pittige stukjes, ook al worden ze erg gewaardeerd. Bijvoorbeeld bij de Franeker Courant waarin hij de rubriek Nije Buorren schreef. Een gesprek ‘over de inhoud’ vond niet plaats omdat het niet goed voelde. De Leeuwarder Courant zou soms graag van zijn diensten gebruik willen maken maar toen Jos zei dat hij ‘er niks voor hoefde te hebben’, bleef het ineens stil. Voor een Telegrafist als hij, altijd alert en actief, is dat een vreemde gewaarwording.

‘Dat valt me op. Soms hoor je gewoon niks, wordt er geen vervolg gegeven aan contact.’

Jos is een man van het volk en geniet erg van de omgang met mensen. Toen hem bij terugkeer in ons land de functie van royaltywatcher van het Koninklijk Huis werd aangeboden, bedankte hij voor de eer: ‘Ik heb liever maximale aandacht voor de minima, dan minimale aandacht voor Máxima.’

Al tien jaar geleden voelden hij en Chong de behoefte om de Randstad te ontvluchten. Onveiligheid, scheurende scooters, onverdraagzaamheid, ze hadden er genoeg van. Reden om in Zuid-Frankrijk een stekkie te zoeken. Daar leerden ze twee gezinnen uit Harlingen kennen. Die wezen het stel op Friesland. Wat zij in Frankrijk vonden, konden ze ook hier aantreffen.

‘Wij zijn wel twintig keer op huizenjacht geweest. Met de oude Benz naar dorpjes als Engwierum en zo. Tot we dit huis zagen. Helemaal naar onze zin. Van Oudebildtzijl had ik nog nooit gehoord.’

Is het hem niet te stil?

‘Het kan me niet stil genoeg zijn. De ventilatie van droogloodsen hoor je op een enkele dag in het jaar soms een beetje, verder niks. Lichtvervuiling is hier ook niet. Je ziet een prachtige sterrenhemel. We hadden veel eerder naar Friesland moeten gaan.’

Zo denken meer mensen erover. Toen er sprake was van een sterrenkijk in het buurtschap Zwarte Haan even verderop, voelden de inwoners daar niets voor. Het was er weekends al druk genoeg en doordeweeks moeten mensen vroeg op. De rechter moest er zelfs aan te pas komen om de burgemeester niet haar zin te geven. 

Jos: ‘Er leeft hier nauwelijks besef waarom Friesland zo aantrekkelijk is.’